← Nederland

Sportaccommodatiebeleid Heel Vijfheerenlanden Beweegt! (Vijfheerenlanden)

In het kort

Dit beleid beschrijft de huidige situatie en de toekomstige uitgangspunten voor sportaccommodaties in de gemeente Vijfheerenlanden, voortkomend uit de fusie van de voormalige gemeenten Leerdam, Vianen en Zederik. Het doel is om een toekomstbestendig sport- en sportaccommodatiebeleid te ontwikkelen.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

Sportaccommodatiebeleid Heel Vijfheerenlanden Beweegt! 1De context Onze gemeente is op 1 januari 2019 ontstaan uit een fusie tussen de voormalige gemeenten Leerdam, Vianen en Zederik. Als nieuwe (herindelings)gemeente beschikken wij over een fijnmazig aanbod van binnen- en buitensportaccommodaties. De drie voormalige gemeenten voerden elk een eigen beleid op het gebied van sport en sportaccommodaties. Dat beleid verschilde onderling sterk en de herindeling heeft de verschillen zichtbaar gemaakt. De verschillen hebben betrekking op de wijze waarop verenigingen worden gesubsidieerd, op de wijze waarop wordt omgegaan met sport- en beweegstimulering, op de rol die wij, als gemeente, hebben bij de totstandkoming en instandhouding van sportaccommodaties, et cetera. Wij zijn dan ook in 2021 gestart met de ontwikkeling van een toekomstbestendig sportbeleid en sportaccommodatiebeleid. Eerst is het nieuwe sportbeleid ontwikkeld en op basis van het sportbeleid, is het accommodatiebeleid opgesteld. Dit sportbeleid zet in op het verhogen van de sport- en beweegdeelname in Vijfheerenlanden door middel van vier pijlers, te weten: Professionele verenigingsondersteuning. Sport- en beweegstimulering gericht op doelgroepen. Multifunctionele en duurzame sportaccommodaties. Transparante subsidieregeling. Direct na het sportbeleid zijn wij gestart met de ontwikkeling van het sportaccommodatiebeleid. Dit nieuwe accommodatiebeleid moet duidelijkheid geven over: Het wenselijke aanbod van accommodaties in termen van capaciteit en spreiding, kwaliteit, (multi)functionaliteit en samenhang. Beleidsuitgangspunten voor toekomstig tarievenbeleid. Beleidsuitgangspunten voor de gemeentelijke rol bij totstandkoming en instandhouding van accommodaties en subsidiering van accommodaties. Voor u ligt het sportaccommodatiebeleid. Dit beleid is beoordeeld door de Projectgroep, de Klankbordgroep en besproken tijdens het Sportcafé van 28 september 2021, waar alle sportaanbieders in Vijfheerenlanden voor waren uitgenodigd. Dit rapport is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 worden de kenmerken van aanbod, gebruik en beheer van de sportaccommodaties in Vijfheerenlanden samengevat beschreven. Dat hoofdstuk eindigt met conclusies. Daarna worden in hoofdstuk 3 de uitgangspunten voor het toekomstige sportaccommodatiebeleid beschreven. In hoofdstuk 4 zijn die uitgangspunten verder uitgewerkt tot concrete voorstellen en beleidsregels. 2Sportaccommodaties in Vijfheerenlanden 2.1Inleiding In dit hoofdstuk worden de belangrijkste kenmerken van de sportaccommodaties in Vijfheerenlanden samengevat beschreven. Achtereenvolgens wordt inzicht gegeven in het aanbod van accommodaties, het gebruik/de bezetting, de tarieven en de wijze van beheer en exploitatie. Het hoofdstuk wordt afgesloten met enkele conclusies. 2.2Aanbod van accommodaties Het aantal accommodaties In de volgende tabel is het aanbod van accommodaties in onze gemeente samengevat weergegeven. Tabel 1: Aanbod sportaccommodaties Vijfheerenlanden. Type accommodatie Aantal Binnensport Sporthal 4 Sportzaal 4 Gymzaal* 11 Zwembad binnen 2 Buitensport Voetbal 9 Tennis 7 Korfbal 2 Hockey 2 Handbal 1 Zwembad buiten 2 Roeien 1 = Naast de gymzalen die zijn opgenomen in de tabel zijn er ook nog drie gymzalen die onderdeel uitmaken van een onderwijsinstelling (Heerenlanden College). Gymzaal = kleine binnensportaccommodatie met één zaaldeel, vooral geschikt voor bewegingsonderwijs, gymnastiek en kleinschalige beweegactiviteiten. Minder of niet geschikt voor de meeste balsporten. Sportzaal = middelgrote binnensportaccommodatie met twee zaaldelen, geschikt voor bewegingsonderwijs en de meeste zaalsporten (trainingen en competities), behalve competities voor handbal, hockey en voetbal. Sporthal = grote binnensportaccommodatie met drie zaaldelen, geschikt voor bewegingsonderwijs en alle zaalsporten (trainingen en competities). De capaciteit Binnensport De capaciteit van de binnensportaccommodaties in onze gemeente komt behoorlijk overeen met het Nederlandse gemiddelde. In de volgende tabel is het aantal binnensportaccommodaties per 25.000 inwoners weergegeven, uitgesplitst naar type accommodatie en naar het aantal zaaldelen (gymzaal = 1 zaaldeel, sportzaal = 2 zaaldelen, sporthal = 3 zaaldelen). Tabel 2: Aanbod binnensportaccommodaties per 25.000 inwoners Vijfheerenlanden, vergeleken met Nederland. Type accommodatie Vijfheerenlanden Nederland Sporthallen 1,8 2,2 Sportzalen 1,8 1,0 Gymzalen 4,8/6,1* 6,5 Zaaldelen 13,6/14,9* 15,2 = inclusief het aanbod in Heerenlanden College. Bron: Binnensportaccommodaties in Nederland/Mulier instituut 2020. Uit tabel 2 blijkt dat het aantal zaaldelen nagenoeg gelijk is aan het Nederlandse gemiddelde. Het aantal sporthallen is iets lager, het aantal sportzalen daarentegen is iets hoger. Buitensport Voor de buitensport geldt dat het aanbod aan accommodaties in onze gemeente iets ruimer is dan te doen gebruikelijk. In de volgende tabel is dit aanbod weergegeven voor de meest populaire vormen van buitensport (voetbal, tennis en hockey). Tabel 3: Aanbod buitensportaccommodaties per 25.000 inwoners Vijfheerenlanden, vergeleken met Nederland. Type accommodatie Vijfheerenlanden Nederland Voetbal 4,0 3,5 Tennis 3,5 3,1 Hockey 0,9 0,5 Bron: Sportaccommodaties in Nederland/Mulier instituut 2016. Zwembaden Ook op het gebied van zwembaden loopt het aanbod in onze gemeente niet uit de pas. In de volgende tabel is ons aanbod weergegeven, uitgedrukt in het oppervlakte zwemwater per 10.000 inwoners, en vergeleken met het Nederlandse gemiddelde. Daaruit blijkt dat de hoeveelheid binnenwater precies gelijk is aan het Nederlandse gemiddelde. Voor buitenbaden ontbreekt betrouwbaar referentiemateriaal. Tabel 4: Aanbod m² zwemwater per 10.000 inwoners Vijfheerenlanden, vergeleken met Nederland. Type accommodatie Vijfheerenlanden Nederland Binnenbad 190 190 Buitenbad 96 - Bron: Monitor Sport en gemeenten 2019, Vereniging Sport en Gemeenten. Bij deze tabellen moet direct worden opgemerkt dat deze gegevens geen basis bieden voor verregaande conclusies over de verhouding tussen vraag en aanbod in Vijfheerenlanden. Het huidige en de te verwachten gebruik/de bezetting van de accommodaties zijn in dat kader veel belangrijker. De Spreiding De accommodaties zijn evenwichtig gespreid over de gemeente. De meeste dorpen beschikken over een binnen- en buitensportaccommodatie en de reisafstanden zijn acceptabel. Leerdam en Vianen beschikken vanzelfsprekend over het meeste aanbod. In figuur 1 is de ligging van sportaccommodaties schematisch weergegeven. De figuur aan de linkerzijde geeft de ligging weer van de binnensportaccommodaties en de zwembaden. De figuur aan de rechterzijde geeft het overzicht van de buitensportaccommodaties. Figuur 1: Ligging sportaccommodaties Vijfheerenlanden. Binnensport Buitensport Kwaliteit De kwaliteit van de accommodaties is wisselend. Vijfheerenlanden beschikt enerzijds over eigentijdse, multifunctionele accommodaties die kwalitatief (meer dan) op orde zijn en aantrekkingskracht hebben. Voorbeelden zijn Helsdingen sport en cultuur, Glaspark, de accommodaties van SV Meerkerk en SC Everstein en Het Spant. Er zijn echter ook verouderde accommodaties die het einde van hun levensduur hebben bereikt. Dat geldt bijvoorbeeld voor sportcentrum Berenschot in Leerdam, De Linde in Meerkerk en de kleed-/clubgebouwen op sportpark Blankensteijn in Vianen. Ook de duurzaamheid van de accommodaties laat een wisselend beeld zien. Bij de totstandkoming van de hiervoor genoemde nieuwere accommodaties is veel aandacht besteed aan duurzaamheid. De verouderde accommodaties (bijvoorbeeld Berenschot en de kleed- en clubgebouwen op sportpark Blankensteijn) scoren op dit punt vaak onvoldoende tot slecht. In het kader van dit project is een enquête uitgezet onder de sportverenigingen in onze gemeente. Zeventien sportverenigingen hebben deze enquête ingevuld. In de enquête is ook gevraagd naar het oordeel van de verenigingen over de kwaliteit van de accommodaties. Dertien verenigingen hebben een (zeer) positief oordeel over de kwaliteit van de accommodaties. De overige vier zijn neutraal of zijn negatief over de kwaliteit. Functionaliteit De functionaliteit van de accommodaties is over het algemeen ook op orde. Geen van de zeventien verenigingen die de enquête hebben ingevuld is negatief over de functionaliteit. De multifunctionaliteit van de accommodaties laat ook twee gezichten zien. De nieuwere accommodaties zijn geschikt voor meerdere typen binnen- en buitensport. De oudere accommodaties zijn vaak monofunctioneel (geschikt voor één type sport). 2.3Gebruik/bezetting In deze paragraaf worden het gebruik/de bezetting van alle accommodaties weergegeven. Binnensport Het gebruik/de bezetting van de binnensportaccommodaties biedt nog ruimte om meer gebruikers te huisvesten. In de volgende figuren is de bezetting van de accommodaties weergegeven in hele uren per jaar. Daarbij is onderscheid gemaakt naar gebruik door scholen, naschools aanbod, gebruik door verenigingen doordeweeks en gebruik door verenigingen in het weekeinde. In de figuur is per type accommodatie, door middel van een groene stippellijn, weergegeven wanneer sprake is van een voldoende bezetting*). Figuur 2: Bezettingsgraad binnensportaccommodaties naar type accommodatie en naar type gebruik. Sporthallen Sportzalen Gymzalen Op basis van kennis en ervaring is door Hospitality Group een kwalificatie bepaald die aangeeft of een accommodatie in voldoende mate wordt benut. In Vijfheerenlanden (en ook andere gemeenten) hanteren we de groene stippellijn bij een bezettingsgraad van 70%. Uit de figuren blijkt het volgende: Sporthallen: De bezetting van de sporthallen Helsdingen Noord en Zuid kan de toets der kritiek goed doorstaan. Beide hallen hebben een bezetting van 2.000 uren per jaar of meer wat voldoende tot ruim voldoende is. De bezetting van Berenschot en vooral De Linde is onvoldoende. In beide hallen is sprake van relatief veel leegstand. Sportzalen: Ook de sportzalen in Vijfheerenlanden beschikken nog over voldoende capaciteit om meer gebruikers op te vangen. Geen van de sportzalen benadert een bezetting van 2.000 uren per jaar. Gymzalen: De bezetting van de gymzalen is beter. Vier van de gymzalen hebben een bezetting die ruim voldoende tot zeer goed is. Vijf gymzalen hebben nog leegstand. Daarbij geldt dat voor gymzalen de bezetting vanaf 1.200 uren per jaar als voldoende wordt gekwalificeerd. Dit omdat de functionaliteit van gymzalen beperkter is dan die van sportzalen en sporthallen en de meeste verenigingssporten niet kunnen worden gehuisvest in een gymzaal. Overigens geldt dat niet alle verenigingen van mening zijn dat onze gemeente over voldoende binnensportaccommodatie beschikt. Vooral de verenigingen die uitsluitend tijdens de wintermaanden gebruik willen maken van de binnensport (handbal, hockey en korfbal) geven aan dat er een tekort is tijdens die maanden. Buitensport Voor de buitensportaccommodaties geldt dat er sprake is van evenwicht tussen vraag en aanbod. Op basis van het aantal teams en de planningsnormen van de verschillende sportbonden hebben wij een berekening gemaakt van het aantal velden dat de verenigingen nodig hebben voor hun trainingen en competities. In figuur 3 is de verhouding tussen vraag en aanbod weergegeven (door middel van een indexcijfer). Figuur 3: Verhouding vraag en aanbod buitensport. Voetbal Overig Uit de figuur blijkt dat voor de voetbal vraag en aanbod over het algemeen goed in evenwicht zijn. VV Brederodes beschikt over te weinig velden, VV Vianen over een overschot aan velden. Beide verenigingen zijn gevestigd op hetzelfde sportpark en het tekort van de ene vereniging heft het overschot van de andere op. Gezamenlijk is er dus geen sprake van een tekort. Ook voor de overige parken geldt dat het aanbod toereikend is voor de vraag/behoefte. Voor Hockeyclub Leerdam geldt dat de vereniging op dit moment nog ‘ruim in haar jasje’ zit, maar de vereniging is groeiende. Zwemmen Ook het gebruik/de bezetting van de beide binnenbaden biedt nog ruimte voor groei. Beide baden tezamen ontvangen circa 186.000 bezoeken per jaar. Gerelateerd aan het wateroppervlak zijn dat 173 bezoeken per m² water per jaar. Voor vergelijkbare baden is dat 225 tot zelfs 275. Het animo van de inwoners van onze gemeente om een bezoek te brengen aan een zwembad is iets onder het gemiddelde. In de volgende tabel is, per type zwemactiviteit, het animocijfer per zwembad weergegeven. Het animocijfer ontstaat door het aantal bezoeken te delen door het aantal inwoners van het verzorgingsgebied. In tabel 5 zijn deze cijfers weergegeven voor achtereenvolgens Berenschot, Helsdingen, de beide baden tezamen en voor zwembaden in Nederland. Uit de tabel blijkt dat vooral het recreatief zwemmen (banen zwemmen en vrij zwemmen) achterblijft bij het Nederlandse gemiddelde. Dat komt vooral omdat het vrij zwemmen minder bezoeken trekt, om de eenvoudige reden dat de beide zwembaden niet over een recreatiebad beschikken. Tabel 5: Animocijfer (gemiddeld aantal keer dat een inwoner in een zwembad komt) zwembaden Vijfheerenlanden vergeleken met Nederlandse gemiddelde. Animocijfer Berenschot Helsdingen Beide baden Nederland Recreatief 0,5 0,8 1,3 1,8 - 2,0 Instructie 0,5 0,3 0,8 0,5 - 0,7 Doelgroepen 0,1 0,2 0,3 0,3 - 0,5 Scholen 0,2 0,0 0,2 0,2 - 0,4 Verenigingen 0,1 0,5 0,6 0,6 - 0,8 Totaal 1,5 1,8 3,3 3,4 - 4,4 Bezoekers per m2 water 159 186 173 225-275 N.B.: In de tabel komen afrondingsverschillen voor. 2.4Tarieven Binnensport Er zijn verschillen in de tarieven van de binnensportaccommodaties. In tabel 6 zijn de tarieven weergegeven. Daaruit blijkt: De tarieven in voormalig Zederik zijn het laagst. De tarieven in Vianen en Leerdam liggen hoger. De sporthallen in Vianen lijken een hoger tarief te hebben dan de sporthal in Leerdam, maar het vloeroppervlak in Vianen is ook groter dan in Leerdam. Tabel 6: Tarieven binnensportaccommodaties Vijfheerenlanden, uitgesplitst naar type accommodatie en naar voormalige gemeente. Tarieven Leerdam Vianen Zederik Sporthal € 54,05 € 59,20 € 43,95 Sportzaal N.v.t. N.v.t. € Gymzaal € 16,05 € 14,85 Ca € 11,-- Buitensport Voor de buitensport geldt dat sprake is van verschillende constructies tussen de drie voormalige gemeenten. Dat zijn: Voormalige gemeente Leerdam: In de voormalige gemeente Leerdam betalen de verenigingen een uurtarief voor het gebruik van de velden. De hoogte van het tarief is in 2018 vastgesteld en, vooruitlopend op de herindeling, gebaseerd op de tarieven in de voormalige gemeente Vianen. De systematiek (uurtarief) is anders dan in Vianen, het absolute bedrag dat de verenigingen in Leerdam betalen is vergelijkbaar met het tarief in Vianen. Het uurtarief is een all-in tarief voor het gebruik van de velden, de parkinfrastructuur en kleed- en wasaccommodaties. De verenigingen (in het geval van het Glaspark een beheerstichting) hebben de keuze om (delen van) het onderhoud aan de velden en parkinfrastructuur zelf uit te voeren en ontvangen daarvoor een kostendekkende vergoeding van de gemeente. De tennisvereniging is gevestigd op grond van de gemeente. Tennis ontvangt een bijdrage van 60% aan de totstandkoming van de banen. Voormalige gemeente Vianen: In de voormalige gemeente Vianen betalen de verenigingen een huurbedrag per jaar bij exclusief gebruik of een bedrag per uur bij multifunctioneel gebruik. Dat bedrag heeft betrekking op de velden en de parkinfrastructuur, maar niet op kleed- en wasruimten. Voor de kleed- en wasruimten geldt dat deze door de gemeente zijn gerealiseerd, maar dat deze zijn overgedragen aan de verenigingen. De verenigingen zijn hiermee ook verantwoordelijk voor (groot) onderhoud en vervanging. Voormalige gemeente Zederik: In de voormalige gemeente Zederik wordt ook een huur in rekening gebracht aan de verenigingen. Ook in de voormalige gemeente Zederik worden de verenigingen (in Lexmond is sprake van een sportstichting) in staat gesteld om (delen van) het onderhoud zelf uit te voeren, waarvoor zij een bijdrage van de gemeente ontvangen. Behalve voor HSCC ’61 is het huurbedrag exclusief het kleed-/clubgebouw. Ondanks de verschillen in constructies geldt dat de verenigingen in alle drie de voormalige gemeenten ongeveer € 4.500,- per jaar betalen voor een natuurgrasveld en ongeveer € 9.000,- voor een kunstgrasveld. De verschillen hebben dus niet betrekking op de hoogte van de huur, maar wel op de accommodatieonderdelen waarvoor de huur geldt. In de voormalige gemeenten Vianen en Zederik is de huur exclusief kleed- en wasruimten, in de voormalige gemeente Leerdam inclusief. De verenigingen zijn over het algemeen tevreden over de hoogte van de tarieven voor de binnen- en buitensportaccommodaties. Van de 17 verenigingen die op de enquête hebben gereageerd is één vereniging van mening dat de tarieven te hoog zijn. 12 verenigingen zijn tevreden tot zeer tevreden over de tarieven, 4 verenigingen vinden de tarieven noch te hoog, noch te laag. Zwembaden De tarieven van de beide binnenbaden verschillen onderling sterk. In tabel 7 zijn de belangrijkste tarieven weergegeven. Tabel 7: Tarieven binnenbaden Vijfheerenlanden uitgesplitst naar typen zwemmen. Berenschot Helsdingen Recreatief Los bad € 6,75 € 3,95 Abonnement € 5,63 € 3,25 Doelgroepen € 8,24 € 5,25 Leszwemmen € 14,99 € 10,65 Verenigingen per uur € 100,00 € 75,85 De tabel laat grote verschillen zien tussen Berenschot en Helsdingen. De tarieven in Berenschot zijn voor alle typen zwemactiviteiten gemiddeld 60% tot 70% hoger dan in Helsdingen. Dit terwijl de kwaliteit van het zwembad Helsdingen (technische staat, uitstraling) aanmerkelijk beter is dan Berenschot. Volgens de exploitatieovereenkomst met Laco Leerdam, zijn de tarieven voor schoolzwemmen en verenigingen vastgelegd en kan Laco Leerdam de tarieven voor overige gebruikers naar eigen inzicht vaststellen. 2.5Beheer en exploitatie Het is al vaker vermeld, maar op het gebied van beheer en exploitatie treffen we meerdere constructies aan. Enkele voorbeelden: In Lexmond is een overkoepelende stichting actief die de sportaccommodaties beheert. Deze stichting ontvangt ook de gemeentelijke subsidies voor onderhoud en de waarderingssubsidies voor de verenigingen. Deze stichting is verantwoordelijk voor zowel de binnen- als de buitensport. Op het Glaspark is een stichting actief die de accommodatie beheert en exploiteert en de velden/voorzieningen verhuurt aan de verenigingen en andere gebruikers. In de voormalige gemeente Vianen is de gemeente zelf actief in het beheer. Het Team Beheer en Onderhoud voert het onderhoud uit, met uitzondering van Everstein. De organisatie van Helsdingen is verantwoordelijk voor de verhuur/exploitatie van de binnen- en buitensportaccommodaties. Voor de buitensport geldt in de voormalige gemeente Vianen dat de verenigingen zelf verantwoordelijk zijn voor de kleed-/clubgebouwen. In Leerdam worden de meeste binnensportaccommodaties tot en met augustus 2024 beheerd en geëxploiteerd door Laco (een landelijk werkende exploitant van sportaccommodaties), maar zijn de accommodaties gemeentelijk eigendom. De tennisverenigingen zijn, met uitzondering van Leerdam, volledig verantwoordelijk voor de instandhouding van de tennisparken. In wezen geldt dat de tennissport, zoals in de meeste gemeenten in Nederland, (nagenoeg) volledig geprivatiseerd is. In de voormalige gemeente Zederik ontvangen de tennisvereniging wel een subsidie op basis van het aantal jeugdleden. In Leerdam ontvangt de tennisvereniging een bijdrage van de gemeente (60%) voor de aanleg van banen. In de voormalige gemeente Zederik treffen we zelfstandige stichtingen aan die binnensportaccommodaties (al dan niet in combinatie met een dorpshuis) beheren en exploiteren en vaak ook eigenaar zijn van deze accommodaties. Op zichzelf is de verscheidenheid van verschillende vormen van beheer en exploitatie geen probleem. Er ontstaat pas een probleem als de verschillen ook gevolgen hebben voor de kosten die de verenigingen moeten dragen (tarieven of instandhoudingskosten). In de vorige paragraaf is aangegeven dat er verschillen zijn, maar overbrugbaar lijken, zonder dat de verschillende vormen van beheer en exploitatie aangetast hoeven te worden. 2.6Conclusies De capaciteit van de binnen- en buitensportaccommodaties in Vijfheerenlanden is op orde. Enkele uitzonderingen daargelaten beschikken wij in onze gemeente over (meer dan) voldoende accommodaties. Die conclusie mag worden getrokken op basis van de vergelijking van het aanbod met dat van andere gemeenten in Nederland, maar vooral op basis van de bezetting. Uit de bezettingscijfers blijkt dat, voor de buitensport, vraag en aanbod in evenwicht zijn. Voor de binnensport en de zwembaden is er nog voldoende capaciteit om groei te kunnen opvangen. De spreiding van de accommodaties kan de toets der kritiek goed doorstaan. De kwaliteit van de accommodaties (enkele binnensportaccommodaties en kleed-/clubgebouwen) laat op onderdelen te wensen over. Binnen de gemeente zijn meerdere verouderde accommodaties aanwezig die het einde van de technische levensduur naderen of al hebben bereikt. Dat zijn ook de accommodaties die op het gebied van duurzaamheid slecht scoren. Binnen onze gemeente zijn meerdere vormen van eigendom, beheer en exploitatie van sportaccommodaties zichtbaar. Die verschillen hebben ook tot gevolg dat de rol van de gemeente telkens een andere is. Echter ‘onder de streep’ leiden deze verschillen niet tot heel grote verschillen in de tarieven die aan de gebruikers in rekening worden gebracht en/of de kosten die de gebruikers dragen voor de instandhouding van hun accommodaties. Daarbij geldt dat deze algemene conclusie niet op gaat voor: De tarieven van de zwembaden, die onderling sterk verschillen. De tarieven in Leerdam (Berenschot) zijn aanmerkelijk hoger dan die in Vianen (Helsdingen). De kosten voor de kleed-/clubgebouwen die in de voormalige gemeente Vianen door de verenigingen zelf worden gedragen. 3Uitgangspunten accommodatiebeleid 3.1Inleiding In het vorige hoofdstuk zijn de kenmerken van de sportaccommodaties in onze gemeente samengevat beschreven. Op basis van de conclusies van dat hoofdstuk beschrijven we in dit hoofdstuk de uitgangspunten voor het toekomstige accommodatiebeleid. Eerst wordt ingegaan op algemene uitgangspunten. Daarna worden uitgangspunten beschreven voor de ontwikkeling van het aanbod van accommodaties, op de rol van de gemeente en op tarieven en subsidies. 3.2Algemene uitgangspunten De vraag/behoefte zal (vermoedelijk) toenemen In de eerste plaats geldt als uitgangspunt dat de vraag/behoefte aan sportaccommodaties in onze gemeente zal toenemen. Dat wordt vooral veroorzaakt door de te verwachten groei van de bevolking, de ambities vanuit het sportbeleid maar ook door de populariteit van sporten in verenigingsverband binnen onze gemeente. Opgemerkt dient te worden dat deze prognoses deels zijn gebaseerd op het jaar 2019 (pré COVID-19). Na deze COVID-periode laten landelijke cijfers een stevige daling zien van de ledenaantallen van vooral binnensportverenigingen. Die daling is sinds het seizoen 2022/2023 ook lichtelijk zichtbaar in onze gemeente. Op dit moment is het nog onzeker of en zo ja, in welke mate, deze beweging in onze gemeente zich gaat ontwikkelen. In figuur 4 is de te verwachten groei van de vraag/behoefte aan sportaccommodaties weergegeven door middel van een indexgetal (2020 = 100) voor de komende 15 jaar. Daarbij is onderscheid gemaakt naar de verschillende typen accommodaties/sporten. De ontwikkeling van de vraag/behoefte is becijferd op basis van: De ontwikkeling van het aantal inwoners totaal en naar leeftijdsklasse. De leerlingenprognoses. De ontwikkeling van de ledenaantallen van de verschillende sportbonden, gecorrigeerd aan de ontwikkelingen in Vijfheerenlanden zelf. Figuur 4: Ontwikkeling van de vraag/behoefte aan sportaccommodaties naar type accommodatie 2020-2035. Uit de figuur blijkt dat een groei van de vraag/behoefte mag worden verwacht voor de meeste typen sporten/sportaccommodaties. Uitsluitend voor korfbal en in sterkere mate tennis, verwachten wij een daling. Voor de tennissport geldt overigens dat in de cijfers de groei van padel niet is meegenomen. Als de tennisverenigingen in onze gemeente zich ook (gaan) richten op de padelsport kan de daling meevallen of kan er zelfs sprake zijn van groei. De cijfers zullen overigens verschillen per voormalige gemeente. De groei zal het grootst zijn in de voormalige gemeente Vianen, gevolgd door de voormalige gemeente Leerdam, gevolgd door de voormalige gemeente Zederik. De vraag/behoefte zal van karakter veranderen De vraag/behoefte zal niet alleen in omvang veranderen (vermoedelijke groei), maar ook van karakter veranderen. Toenemend aantal senioren Het aantal inwoners van Vijfheerenlanden gaat groeien, maar die groei wordt vooral veroorzaakt door de groeiende groep senioren. In figuur 5 is de bevolkingsontwikkeling van Vijfheerenlanden weergegeven, uitgesplitst naar leeftijdsklassen. Figuur 5: Bevolkingsprognose Vijfheerenlanden 2020-2050, naar leeftijdsklassen (x 1.000). Bron: CBS/PBL. Uit dit figuur blijkt dat het aantal inwoners van 0 tot 20 jaar iets zal stijgen (na een daling de komende jaren) en dat de groep volwassenen min of meer onveranderd blijft. De groep inwoners van 65 jaar en ouder zal daarentegen fors groeien. Die groep inwoners zal de komende 15 jaar in aantal toenemen van circa 11.400 inwoners op dit moment naar 15.600 inwoners in 2035. Dat is een stijging van 37%. Het spreekt voor zich dat de groeiende groep senioren gevolgen heeft voor de aard van de vraag/behoefte aan sporten en sportaccommodaties. Sterk samengevat: Meer gebruik van de sportaccommodaties overdag. Meer behoefte aan minder intensieve vormen van sporten en bewegen. Een toegespitst aanbod van minder intensieve vormen van sport en bewegen, gekoppeld aan ontmoeting voor de minder vitale senioren. Doelgroepgerichte sport- en beweegstimulering Met het nieuwe sportbeleid wordt ingezet op specifieke sport- en beweegstimulering voor die doelgroepen en gebieden waar de sport- en beweegdeelname achterblijft. Dat zal leiden tot meer activiteiten waarbij bewegen, onderwijs, ontmoeten, welzijn en zorg geïntegreerd worden aangeboden. Dit leidt tot een toenemende behoefte aan accommodaties waar deze functies onder één dak of in een beperkt gebied worden aangeboden. Dit kan ook een uitgangspunt zijn voor locatiekeuzes bij vernieuwing/vervanging van accommodaties. Sporten en bewegen in de buitenruimte De stijgende populariteit van sport en bewegen in de buitenruimte leidt tot een groeiende vraag naar speelplekken (kinderen), urban sports (tieners en jongvolwassenen), bootcamp en toegankelijke wandel-, hardloop- en fietsroutes. Het sportaccommodatiebeleid gaat hier niet specifiek op in, daar dit opgenomen is in het speelruimteplan. 3.3Uitgangspunten accommodatieaanbod Het nieuwe sportbeleid zet stevig in op het behoud/de versterking van de sportverenigingen in onze gemeente. Gebleken is dat die verenigingen nog een grote aantrekkingskracht hebben op de inwoners van Vijfheerenlanden. Dat maakt de verenigingen bij uitstek belangrijke partners bij het vitaal houden van de inwoners. Het sportbeleid heeft tot doel om, tegen de landelijke trend in, de populariteit van de verenigingen op zijn minst op peil te houden. Tegelijkertijd worden verenigingen, die dat kunnen en willen, gestimuleerd om een bredere maatschappelijke rol te gaan vervullen. Om deze ambities te kunnen realiseren, dienen wij in onze gemeente tenminste te beschikken over voldoende accommodaties (voldoende voor trainingen en competities), die kwalitatief op orde zijn, die duurzaam zijn en een brede maatschappelijke functie kunnen huisvesten. Om dit te kunnen bereiken zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd voor de ontwikkeling van het accommodatieaanbod in onze gemeente. Niet meer, maar beter Uit hoofdstuk 2 is gebleken dat wij in onze gemeente, enkele uitzonderingen daargelaten, over voldoende accommodatie beschikken. Sterker nog, de meeste accommodaties bieden nog ruimte om de te verwachten groei van de vraag/behoefte op te kunnen vangen. Vijfheerenlanden heeft dus geen capaciteitsprobleem. Sterk inzetten op uitbreiding van het aanbod is niet nodig. Wij hebben echter wel een uitdaging op het gebied van kwaliteit en duurzaamheid en, zij het in mindere mate, multifunctionaliteit. Kwaliteit In hoofdstuk 2 is vermeld dat wij in onze gemeente, naast relatief nieuwe, eigentijdse en multifunctionele accommodaties, ook beschikken over accommodaties die het einde van de technische levensduur naderen of inmiddels hebben bereikt. Vorig jaar heeft het adviesbureau Synarchis de kwaliteit van de zwembaden en binnensportaccommodaties onderzocht. Synarchis heeft de kwaliteit van een aantal accommodaties als ‘slecht’ beoordeeld. Bovendien zijn, bij het opstellen van dit beleid, bij enkele club- en kleedaccommodaties conditiemetingen uitgevoerd en zijn alle accommodaties door ons bezocht. De uitkomsten van de conditiemetingen en de bezichtigingen gaven een bevestiging van het beeld dat in de Synarchis rapporten naar voren kwam. Voor de volgende accommodaties geldt dat deze niet meer voldoen aan de eisen van deze tijd: Binnensport: Berenschot (Leerdam), Gymzaal Noord (Leerdam), Gymzaal West (Leerdam, maar deze wordt vervangen), Sportzaal Het Bosch (Lexmond), De Pukkel (Meerkerk), Gymzaal Brandpunt (Nieuwland) en Sporthal De Linde (Meerkerk, voor deze laatste accommodatie geldt groot onderhoud). Buitensport: enkele kleed-/clubgebouwen op sportpark Blankensteijn en HSSC ’61. Duurzaamheid Als besloten wordt om de kwaliteit van de genoemde accommodaties de komende jaren te verbeteren, dan kunnen we direct een grote slag slaan op het gebied van verduurzaming van de accommodaties. Immers, vervangingen of renovaties zullen moeten voldoen aan de laatste eisen op het gebied van energieverbruik/klimaatneutraliteit. Bovendien heeft onlangs vernieuwing plaatsgevonden (of vindt nog steeds plaats) van sportaccommodaties (SV Meerkerk, Glaspark, korfbalvereniging Viko en Leerdam Sport ’55), waar duurzaamheid een belangrijk ontwerpuitgangspunt is geweest. Neemt niet weg dat, ook na het verbeteren van de kwaliteit van de genoemde accommodaties, niet alle accommodaties op dat moment voldoende duurzaam zijn. Zo is er op meerdere sportparken nog steeds sprake van traditionele veldverlichting in plaats van LED. Wij stellen dan ook voor, mede door de hoge energieprijzen, om op deze accommodaties in te zetten op verduurzaming door middel van het aanbrengen van LED verlichting. Multifunctionaliteit/samenhang Het sportbeleid zet in op een integrale aanpak voor beweegstimulering in die gebieden en voor die doelgroepen waar de meeste winst is te behalen op het gebied van sport en bewegen. Met integrale aanpak wordt bedoeld dat bewegen, onderwijs, sport, welzijn en zorg de handen ineenslaan en met een gecoördineerde aanpak komen. Het succes van een dergelijke integrale aanpak wordt versterkt als dat ook wordt ondersteund door accommodaties. Daarmee bedoelen we dat accommodaties deze gecombineerde activiteiten ook moeten kunnen huisvesten. Dat veronderstelt multifunctionaliteit, gebruik het hele jaar door en toegankelijkheid van de accommodaties. Op meerdere locaties in onze gemeente zijn, in de onmiddellijke nabijheid van elkaar, verschillende verenigingen en accommodaties gevestigd. In de praktijk blijkt dat die verenigingen/accommodaties vaak nog op zichzelf functioneren. Versterking van multifunctionaliteit/samenhang ligt in die gebieden ‘voor het oprapen’. Die versterking is niet zozeer een fysieke opgave (investeren in accommodatie), maar meer een opgave van beheer en samenwerking. Concreet kan de multifunctionaliteit/samenhang worden versterkt door middel van: Meer openbaar karakter, ruimere openstelling en parkbeheer. Programmabeheer om samenwerking tussen verenigingen, onderwijs, welzijn, zorg en commerciële aanbieders te versterken. Figuur 6: Kansrijke locaties voor versterking multifunctionaliteit en samenhang. Omdat de sport- en beweegdeelname in Leerdam en Vianen achterblijft, wordt voorgesteld dat de inzet van parkbeheer en programmabeheer vooral wordt geconcentreerd op de accommodaties in die steden. 3.4Uitgangspunten gemeentelijke rol Het is al vaker vermeld, maar het nieuwe sportbeleid zet in op verhoging van de sport- en beweegdeelname in onze gemeente. Dat kan niet zonder een adequaat aanbod van accommodaties en niet zonder een rol van de gemeente. Bovendien geldt dat de rol die de drie voormalige gemeenten vervulden voor sportaccommodaties onderling verschilde. Nieuw accommodatiebeleid heeft mede tot doel om die verschillen recht te trekken. Wij stellen de volgende uitgangspunten voor de toekomstige rol van ons als gemeente Vijfheerenlanden voor: Harmoniseren, niet uniformeren Binnen onze gemeente zijn verschillende constructies zichtbaar van eigendom, beheer en exploitatie van sportaccommodaties. In hoofdstuk 2 zijn enkele voorbeelden van die verschillende constructies weergegeven. In de praktijk leiden deze verschillende constructies tot een ongelijke situatie voor de gebruikers/de verenigingen. Alhoewel deze verschillen niet erg groot lijken, is het nodig dat een situatie van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ ontstaat. Die situatie kan op grofweg twee manieren worden bereikt: Uniformeren: Als voor uniformeren wordt gekozen, streeft de gemeente naar één constructie voor eigendom en beheer die voor alle accommodaties binnen de gemeente wordt toegepast. Uniformeren leidt tot een gelijke situatie voor alle gebruikers. Echter, uniformeren houdt ook direct in dat de komende jaren veel tijd en energie gestoken moet worden in structuurdiscussies, overdracht van eigendom, veranderen van beheervormen, et cetera. Harmoniseren: De tweede mogelijkheid is dat de bestaande constructies ongemoeid worden gelaten en gegeven deze constructies wordt gekomen tot een gelijke behandeling. Immers elk van de constructies heeft een eigen onstaantsgeschiedenis die vaak is voortgekomen uit de kracht van de samenleving in de steden en dorpen. Bij harmoniseren wordt niet gestreefd naar een eenheidsworst, maar wordt wel de gemeentelijk rol (en de kosten die de gemeente voor haar rekening neemt) overal dezelfde, ongeacht het eigendom of de beheervorm. Voorgesteld wordt dat wij harmoniseren als uitgangspunt kiezen voor het accommodatiebeleid. Vanzelfsprekend staan wij ervoor open als verenigingen/stichtingen, bijvoorbeeld naar aanleiding van dit beleid, veranderingen in de beheer- en exploitatieopzet willen doorvoeren. Onderstaand een voorbeeld van de wijze waarop harmoniseren kan worden toegepast, met behoud van bestaande constructies voor eigendom en beheer. In het nieuwe accommodatiebeleid wordt voorgesteld dat de gemeente verantwoordelijk is/wordt voor de instandhouding van de velden op de buitensportparken (zie ook het volgende uitgangspunt). De gemeente kan die verantwoordelijkheid als volgt vormgeven: Op locaties waar de gemeente eigenaar is van de velden en zelf het onderhoud aan de velden uitvoert hoeft in dat geval niets te veranderen. Dit is bijvoorbeeld het geval op sportpark Blankensteijn. De gebruikers betalen een huur voor de velden, de gemeente voert het onderhoud uit. Er zijn ook locaties waar de gemeente eigenaar is van de velden, waar de gebruikers huur betalen voor die velden, maar waar de gebruikers de mogelijkheid wordt geboden om het onderhoud aan de velden zelf uit te voeren. De gemeente vergoedt de kosten voor het onderhoud aan de gebruikers door middel van een subsidie. Deze situatie geldt bijvoorbeeld voor Leerdam, Lexmond, Hei- en Boeicop, Meerkerk, Ameide en Everdingen. De constructie is een andere, maar de gemeente neemt dezelfde kosten voor haar rekening als bij sportpark Blankensteijn. Overigens geldt dat, bij harmoniseren, de gebruikers van Blankensteijn ook de mogelijkheid krijgen om zelf (delen van) het beheer uit te voeren tegen een vergoeding / subsidie. De basisvoorziening centraal Om te komen tot harmonisering is het nodig dat er een scherpe afbakening komt van de rol van de gemeente ten opzichte van die van verenigingen en stichtingen. Wij stellen voor om het begrip ‘basisvoorziening’ centraal te stellen bij de afbakening. De basisvoorziening bestaat uit alle voorzieningen die nodig zijn voor de uitoefening van de sport. Voor de buitensport bestaat de basisvoorziening uit de velden, de sporttechnische infrastructuur (doelen, ballenvangers, verlichting, et cetera), uit de parkinfrastructuur en uit de kleed-/wasaccommodatie (kleed- en wasruimten, scheidsrechtersruimten, opslag, EHBO, et cetera). Voorzieningen die niet nodig zijn voor de uitoefening van de sport (bijvoorbeeld kantines, bestuurskamers, tribunes, kassahokjes) vallen buiten de definitie van basisvoorziening. Overcapaciteit (bijvoorbeeld te veel velden) vallen ook buiten de definitie van de basisvoorziening. Voor het bepalen van de capaciteit (aantal velden, kleed- en wasruimten, et cetera) en het afwerkingsniveau wordt voorgesteld om de normen van de verschillende sportbonden aan te houden. Ook voor de binnensport is het begrip basisvoorziening goed toepasbaar in termen van sportvloeroppervlak, belijning, kleed- en wasruimten, et cetera. De gemeente is/wordt verantwoordelijk voor de totstandkoming/realisatie en instandhouding/onderhoud van de basisvoorzieningen. Voor alle accommodatie-onderdelen die buiten de definitie vallen van het begrip basisvoorziening, is de gemeente verantwoordelijk voor de totstandkoming/realisatie, waarbij deze voorzieningen tegen kostprijs dekkend tarief worden verhuurd aan de gebruikers/verenigingen. De gebruikers/verenigingen zijn/worden zelf verantwoordelijk voor de instandhouding/onderhoud van deze voorzieningen. In het volgende hoofdstuk wordt dit verder uitgewerkt. Gefaseerde harmonisatie van tarieven/huur voor de basisvoorziening. Een goede en evenwichtige regeling voor de wijze waarop wordt omgegaan met onder- en overcapaciteit. Beperking van het begrip basisvoorziening tot faciliteren van breedtesport, aangeboden door een amateur sportvereniging. De wijze waarop wordt omgegaan met bestaande accommodaties die niet voldoen aan de definitie van ‘basisvoorziening’, de wijze waarop wordt omgegaan met nieuwe eisen van sportbonden en de wijze waarop wordt omgegaan met het verleden. Afbakening naar type accommodaties Met de tot dusver beschreven uitgangspunten (harmoniseren en basisvoorziening) is de afbakening van de gemeentelijke rol nog niet compleet. Het is ook nodig dat wij als gemeente, een heldere lijn hebben voor het soort accommodaties waar wij wel en niet een verantwoordelijkheid voor hebben. Immers, voor commerciële fitnesscentra kan het begrip ‘basisvoorziening’ ook worden uitgewerkt, maar een gemeentelijke financiële bijdrage aan de totstandkoming en instandhouding van dergelijke sportaccommodaties is niet wenselijk. Voor het vaststellen van het type sportaccommodaties die op een gemeentelijke bijdrage kunnen rekenen, geldt in wezen dat de volgende aspecten in samenhang beoordeeld moeten worden, te weten: De bijdrage aan de sport- en beweegdeelname, waarbij de gedachte is dat een gemeentelijke rol aannemelijker wordt naarmate meer inwoners zich aangetrokken voelen tot een bepaalde vorm van sporten en bewegen. De noodzaak van een gemeentelijke rol, waarbij het begrip ‘marktfalen’ centraal staat. Bij dit aspect gaat het vooral om de afweging of en in welke mate een bepaalde sport betaalbaar kan worden aangeboden, zonder financiele bijdrage van de gemeente. De gebruiker, waarbij een gemeentelijke rol is voorbehouden aan verenigingen en stichtingen zonder winstoogmerk. In figuur 7 is schematisch weergegeven voor welke sporten/sportaccommodaties een gemeentelijke rol gewenst is. Figuur 7: Afbakening gemeentelijke rol naar typen sporten/sportaccommodaties. De figuur laat een driedeling zien, te weten: Sporten/sportaccommodaties die zonder gemeentelijke bijdragen aan de verenigingen/gebruikers en hun accommodaties niet mogelijk zijn (linkerzijde van de figuur, donkergroen omcirkeld). Sporten/sportaccommodaties die zonder gemeentelijke bijdragen aan de accommodaties kunnen worden aangeboden, maar waar, in het kader van stimulering van de sport- en beweegdeelname, waardering- en/of plussubsidie wenselijk is (midden in de figuur, lichtgroen omcirkeld). Sporten/sportaccommodaties waarbij een gemeentelijke rol niet nodig is en waar geen sprake is van marktfalen (rechterzijde van de figuur, rood omcirkeld). Deze driedeling is overigens in lijn met het beleid van de meeste gemeenten in Nederland. Voorgesteld wordt om ook in onze gemeente deze categorisering als uitgangspunt voor het toekomstige accommodatiebeleid te hanteren. Discussiepunt tennis De rol van de gemeente richting tennisaccommodaties is een belangrijk discussiepunt. De volgende overwegingen kunnen gelden: Verschillen tussen de drie voormalige gemeenten: In de voormalige gemeenten Vianen en Zederik is de instandhouding van de tennisaccommodaties volledig de verantwoordelijkheid van de tennisverenigingen. In de voormalige gemeente Leerdam leverde de gemeente een bijdrage van 60% aan de totstandkoming van de accommodatie (banen). De rol van Nederlandse gemeenten: Ongeveer de helft van de Nederlandse gemeenten levert geen enkele bijdrage aan de totstandkoming en instandhouding van tennisaccommodaties. De Nederlandse gemeenten die wel een bijdrage leveren (ook ongeveer de helft), nemen gemiddeld genomen 50% van de kosten voor renovatie van banen en parkinfrastructuur voor hun rekening. Accommodatiekosten: De accommodatiekosten per spelend lid zijn voor tennis aanmerkelijk lager dan voor bijvoorbeeld hockey of voetbal en daarmee goed te dragen door de vereniging en haar leden. Het is daarom goed verdedigbaar dat de gemeentelijke bijdrage voor tennis lager is dan voor bijvoorbeeld voetbal. Bijdrage aan de sportieve opgave: Tennis is de afgelopen jaren minder populair geworden, maar nog altijd de tweede verenigingssport in Nederland. Daarnaast is Padel de laatste jaren enorm in opkomst. Doordat Padel ondergebracht is bij de tennisbond en veelal wordt beoefend op tenniscomplexen, heeft dit een positief effect op het ledenaantal van tennisverenigingen. Als gemeente Vijfheerenlanden kiezen wij er voor om geen financiële bijdrage te leveren aan de realisatie, vervanging en onderhoud van tennisaccommodaties maar door middel van een subsidie aan de vereniging, gebaseerd op het aantal sportende leden, bij te dragen aan de tennissport. Dit wordt mede onderbouwd doordat de tennissport vaak nog op late leeftijd wordt beoefend. Vanuit beweegstimulering voor senioren is de tennissport hiermee een factor van betekenis. Behoud van beheervormen en identiteit Uit de vorige uitgangspunten is naar voren gekomen dat beheervormen verschillen, maar dat die verschillen geen belemmering vormen voor de ambities van het sportbeleid en voor harmoniseren. Sterker nog, de verschillende beheervormen vinden vaak hun oorsprong in de kracht en zelfredzaamheid in de steden en dorpen. Voorgesteld wordt daarom om die kracht te behouden. Dit neemt niet weg dat het beheer op sommige locaties een impuls kan/moet krijgen. Dat zijn vooral de locaties (met name buitensportaccommodaties), waar verbreding van de maatschappelijke functie en een meer openbaar karakter (en ruimere openstelling) gewenst zijn. Op die locaties zijn nodig: Parkbeheer: Een bredere maatschappelijke functie, meer openbaar karakter en ruimere openstelling kunnen niet zonder een vorm van parkbeheer. Dit parkbeheer richt zich op toezicht, handhaven van parkregels, het multifunctionele gebruik in goede banen leiden en het aantrekken van nieuwe gebruikersgroepen. Op het Glaspark is al sprake van parkbeheer en ook op andere locaties (vooral sportpark Blankensteijn) zou ïntroducutie hiervan wenselijk zijn. Stimulering van parkbeheer in Leerdam en Vianen is goed verdedigbaar omdat juist daar de wens bestaat om de sport- en beweegdeelname te verhogen. Programmabeheer: Het sportbeleid zet in op samenwerking tussen bewegen, onderwijs, ontmoeten, sport, welzijn en zorg. Dat gaat niet vanzelf. Programmabeheer is nodig om deze samenwerking vorm te geven en van daaruit nieuwe activiteiten te ontwikkelen. Gerichte inzet van Sportservice Vijfheerenlanden op enkele locaties is nodig om dit programmabeheer van de grond te krijgen. De gemeente Vijfheerenlanden stimuleert en mede financiert parkbeheer onder voorwaarden dat: Een ruime bijdrage wordt geleverd aan sportieve en maatschappelijke opgaven. Er voldoende bereik is onder die groepen waar de sport- en beweegdeelname nu nog te laag is. Sprake is van robuuste inhoudelijke samenwerking. Sprake is van een toekomstbestendig opzet. Een aanbod wordt geboden dat aanvullend is op het bestaande aanbod. Het parkbeheer voldoende is ingebed/gestructureerd. Sport en bewegen in de buitenruimte Tot dusver is vooral aandacht besteed aan de ‘officiële’ binnen- en buitensportaccommodaties. Echter, bewegen en sporten in de buitenruimte wordt ook in onze gemeente steeds populairder. Alhoewel de buitenruimte niet direct betrekking heeft op accommodatiebeleid, wordt aandacht gevraagd voor de beweegvriendelijkheid van die buitenruimte. 3.5Uitgangspunten tarieven Tarieven en Accommodatiesubsidies Wij hechten grote waarde aan het handhaven van maatschappelijke tarieven. Wij willen dat op die manier het gebruik van de accommodaties betaalbaar blijft voor alle inwoners. Maatschappelijke tarieven betekenen dat wij op indirecte wijze de accommodaties blijven subsidiëren. Aanvullend aan deze indirecte subsidies zijn er mogelijkheden voor: Subsidie parkbeheer Leerdam en Vianen, omdat het met name daar het doel is om de sport- en beweegdeelname te verhogen. Subsidie voor zelfwerkzaamheid, waarbij verenigingen/stichtingen het onderhoud aan de accommodaties (voor een deel) zelf uitvoeren en daar een vergoeding voor ontvangen. Voor de tarieven geldt dat deze gefaseerd worden geharmoniseerd. In de huidige situatie verschillen de tarieven in de drie voormalige gemeenten onderling niet veel (behalve die voor de zwembaden), maar de verschillen die er zijn worden de komende jaren gefaseerd weggenomen. 4Voorstellen en beleidsregels 4.1Inleiding In het vorige hoofdstuk zijn de uitgangspunten voor het toekomstige accommodatiebeleid beschreven. In dit hoofdstuk worden die uitgangspunten vertaald naar concrete voorstellen en beleidsregels voor het nieuwe accommodatiebeleid. 4.2Accommodatieaanbod Kwaliteit In hoofdstuk 3.3. is aangegeven dat een kwaliteitsslag nodig is voor een aantal accommodaties. Wij zetten de komende jaren stapsgewijs in op deze kwaliteitsslag. Daarbij moet worden gedacht aan onderstaande investeringen per type accommodatie. De totale investering die gemoeid is met de kwaliteitsslag van de accommodaties zoals beschreven in hoofdstuk 3.3., wordt eind 2021 ingeschat op € 23,5 miljoen. Tabel 8: Raming stichtingskosten kwaliteitsslag sportaccommodaties Vijfheerenlanden. Kosten ex btw Sporthal € 6.250.000 Sportzaal € 3.150.000 Gymzaal € 1.150.000 Doelgroepenbad € 5.000.000 Kleed-/clubgebouw exclusief kantine € 2.100.000 Duurzaamheid Naast de investeringen in vervanging/vernieuwing wordt voorgesteld om, voor de overige accommodaties, gericht te werken aan verduurzaming. Voorgesteld wordt om: Een scan uit te voeren naar het energieverbruik en de maatregelen die getroffen kunnen worden om accommodaties te verduurzamen. Bij het treffen van duurzaamheidsmaatregelen gaan we uit van de volgende uitgangspunten: Duurzaamheidsmaatregelen worden uitgevoerd op momenten waarop groot onderhoud/renovatie gepland staat. Duurzaamheidsmaatregelen met rendement (waarbij nadrukkelijk niet alleen financieel rendement wordt bedoeld, maar ook de hoogste bijdrage aan terugdringing van energieverbruik) de hoogste prioriteit krijgen. Multifunctionaliteit/samenhang Bij de totstandkoming/realisatie van sportaccommodaties is multifunctioneel gebruik het uitgangspunt. Zoals al eerder vermeld, is verbetering van de multifunctionaliteit en samenhang niet alleen een fysieke opgave (investeren in accommodaties). Er zijn al meerdere multifunctionele accommodaties in onze gemeente en versterking daarvan ligt binnen een aantal gebieden binnen handbereik. Die versterking vereist inhoudelijke samenwerking (programmabeheer) en parkbeheer, waarvan de concrete plannen in de volgende paragraaf zijn uitgewerkt. 4.3Gemeentelijke rol Een belangrijk onderdeel van het nieuwe accommodatiebeleid vormt het ‘begrip’ basisvoorziening. De basisvoorziening bevat alle elementen van een accommodatie die nodig zijn voor het uitvoeren van de sportactiviteiten van de betreffende vereniging of stichting. In het nieuwe accommodatiebeleid wordt voorgesteld dat wij uitsluitend financieel bijdragen aan accommodaties die passen binnen de definitie van het begrip basisvoorziening. In bijlage 1 wordt het begrip ‘basisvoorziening’ op hoofdlijnen beschreven. De gedetailleerde weergave van de basisvoorziening is neergelegd in bijlage 2. De beschrijving van de basisvoorziening bestaat uit: Voorzieningen en accommodatieonderdelen: Dit onderdeel geeft een opsomming van de voorzieningen of delen van de accommodatie die wel of niet tot het begrip ‘basisvoorziening’ behoren. Capaciteit: Dit onderdeel geeft een beschrijving van aantallen en hoeveelheden (bijvoorbeeld het aantal velden, het aantal kleed- en wasruimten). Afwerkingsniveau: Dit geeft een beschrijving van de kwaliteit en het afwerkingsniveau. Ook is in bijlage 1 weergegeven hoe de komende jaren wordt omgegaan met bestaande situaties die niet voldoen aan deze beschrijving (te veel accommodatie, te luxe of juist te weinig). Daarbij geldt dat de beschrijving volledig is gebaseerd op normeringen van sportbonden of algemeen geldende ruimtenormen. Deze normen zijn aan verandering onderhevig. Als uitgangspunt geldt dat telkens de nieuwste normen worden gehanteerd, zoals gepubliceerd in het Handboek Sportaccommodaties. Aanpassing van accommodaties aan de nieuwste normen vindt pas plaats bij vervanging/vernieuwing. Ook geldt dat de beschrijving van het begrip basisvoorziening is gericht op de bestaande accommodaties in onze gemeente. Als een nieuwe sport zich aandient, dan wordt die sport vanzelfsprekend beoordeeld aan de hand van de normen die gelden voor de betreffende sport. Totstandkoming/realisatie In tabel 9 is de verantwoordelijkheid van de gemeente voor de totstandkoming van sportaccommodaties schematisch weergegeven. Tabel 9: Afbakening gemeentelijke verantwoordelijkheid bij totstandkoming van accommodaties. Gemeente Vereniging/stichting Buitensport Velden Basisvoorziening Overcapaciteit en luxe Sporttechnisch infrastructuur Basisvoorziening Overcapaciteit en luxe Parkinfrastructuur Basisvoorziening Overcapaciteit en luxe Gebouwen Kleed-/wasaccommodatie voor buitensport Kantine, bestuurskamer, tribune, kassahok, etc., overcapaciteit en luxe Binnensport Zaalsporten Gymzaal, sportzaal of sporthal, conform Handboek Sportaccommodaties Monofunctionele binnensport-accommodatie voor exclusief gebruik Zwemmen Doelgroepen-, verenigings- en instructiebad Deze verantwoordelijkheid houdt in dat: De gemeente de investeringen pleegt voor de realisatie van de basisvoorzieningen. De gemeente de eigenaarslasten draagt (kapitaallasten en eigenaarsdeel van verzekeringen, belastingen en heffingen). De gemeente verantwoordelijk is voor het grote, planmatige onderhoud en daar de kosten voor draagt. De gemeente investeert in niet-basisvoorzieningen, maar zal dan wel een kostprijsdekkende huur in rekening brengen. De gemeente staat open voor maatwerk waarbij verenigingen er bijvoorbeeld ook voor kunnen kiezen om te investeren in niet-basisvoorzieningen. In dat geval zal de gemeente geen huur in rekening brengen voor deze facaliteiten. Instandhouding Ook voor de instandhouding van de accommodaties is het voorstel dat de gemeente verantwoordelijk is voor de basisvoorziening. In tabel 10 is de verdeling van verantwoordelijkheden weergegeven. Tabel 10: Afbakening gemeentelijke verantwoordelijk bij instandhouding van accommodaties. Gemeente Vereniging/stichting Buitensport Velden Dagelijks onderhoud Basisvoorziening Speelschade herstellen, lijnen trekken, bladvrij houden, kanten maaien + dagelijks onderhoud aan overcapaciteit en luxe Cultuurtechnisch onderhoud Basisvoorziening Overcapaciteit en luxe Renovatie/vervanging Basisvoorziening Overcapaciteit en luxe Sporttechnische infrastructuur Basisvoorziening Overcapaciteit en luxe Parkinfrastructuur Basisvoorziening Overcapaciteit en luxe Gebouwen Kleed- en wasaccommodatie Kantine, bestuurskamer, tribune, kassahok, etc., overcapaciteit en luxe Binnensport en zwembaden Eigenaarslasten en groot onderhoud Bijdrage aan exploitatielasten door middel van maatschappelijke tarieven De gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de instandhouding houdt niet in dat wij deze taken zelf moet uitvoeren. Het is ook mogelijk (en al praktijk bij meerdere accommodaties in onze gemeente) dat de gebruikers (verenigingen/stichtingen), onder voorwaarden, een vergoeding ontvangen voor het uitvoeren van het onderhoud aan de basisvoorziening. Die voorwaarden hebben betrekking op de kwaliteit van het onderhoudswerk (bestek en controle). In tabel 11 zijn de indicatieve bedragen opgenomen die verenigingen kunnen ontvangen als zij zelf het onderhoud uitvoeren aan velden en sportinfrastructuur. De definitieve bijdragen worden vastgesteld op basis van meerjarige onderhoudsplannen (MJOP’

  1. s)waar een berekening van onderhoudskosten per sportcomplex in opgenomen is, zodat we de buitensportverenigingen gelijk kunnen behandelen. Tabel 11: Onderhoudsbijdragen Bijdrage onderhoud Buitensport Natuurgrasveld (inclusief sportinfrastructuur) € 14.000 per jaar Kunstgrasveld (inclusief sportinfrastructuur) € 10.000 per jaar Binnensport en zwembaden In exploitatiebijdrage Parkbeheer Naast bijdragen aan de onderhoudskosten van stichtingen en verenigingen die zelf (delen van) het onderhoud uitvoeren, wordt ook het parkbeheer in Leerdam en Vianen gestimuleerd. Juist daar blijft de sport- en beweegdeelname achter, waardoor extra inzet op breed gebruik wenselijk is. Dit kunnen wij als gemeente stimuleren door een gedeelte van de kosten van parkbeheer te subsidiëren. Hierbij kan gedacht worden aan de wijze waarop dit momenteel geregeld is bij het Glaspark in Leerdam. Overige spelregels Samengevat geldt dat wij als gemeente, een rol hebben/houden in de totstandkoming en instandhouding van de basisvoorziening. Daarbij gelden aanvullend nog de volgende beleidsuitgangspunten: Breedtesport De gemeente Vijfheerenlanden faciliteert de breedtesport. Het begrip ‘basisvoorziening’ is afgestemd op die breedtesport. Met andere woorden, de basisvoorziening biedt goede faciliteiten voor de uitoefening van breedtesport, maar niet (altijd) voor topsport (al dan niet op amateurniveau). Voorzieningen voor topsport kunnen extra investeringen met zich meebrengen. Een sporthal voor topsport is bijvoorbeeld hoger dan een sporthal voor de breedtesport en vereist meer toeschouwerscapaciteit. Een voetbalveld voor topsport vereist soms ook een andere kwaliteit (bijvoorbeeld voor kunstgras). Wij willen topsport niet in de weg staan, maar beperken ons bij de financiële bijdrage tot de ‘basisvoorziening’. Eventuele extra investeringen die een accommodatie geschikt maken voor topsport, dienen door de initiatiefnemer zelf te worden gedragen. Nieuwe eisen Alle sportbonden evalueren periodiek de normen die zij aan accommodaties stellen. Van tijd tot tijd leiden die evaluaties tot bijstelling van de normen. Ons accommodatiebeleid heeft als uitgangspunt dat dergelijke nieuwe eisen niet direct worden omgezet in aanpassingen van bestaande accommodaties. Dat zou immers, telkens als een nieuwe eis of norm wordt uitgebracht, een forse investering en ook desinvestering met zich mee kunnen brengen. Nieuwe eisen/normen worden pas in praktijk gebracht op het moment dat vervanging, vernieuwing of grootschalige renovatie van bestaande accommodatie noodzakelijk is en dan nog alleen als het ruimtelijk en/of qua gebouw mogelijk is en de kosten in redelijke verhouding staan tot het doel. Afronding De normen voor het vaststellen van het aantal velden leiden in de praktijk vrijwel altijd tot een behoefte aan velden met een getal achter de komma. Bijvoorbeeld, toepassing van de normen kan leiden tot de uitslag dat een vereniging 1,2 velden nodig heeft. In dat geval is het vervolgens de vraag of de gemeente nu één of twee velden moet aanleggen (1,2 veld bestaat nu eenmaal niet). In dat geval wordt voorgesteld dat een tweede veld wordt aangelegd onder de volgende omstandigheden: De behoefte aan velden is 1,25 veld of hoger (of 2,25 in geval van een derde veld, enzovoorts). De behoefte is structureel. Bestaande accommodatie De beschrijving van het begrip ‘basisvoorziening’ is gebaseerd op de huidige normen van sportbonden en algemeen geldende ruimtenormen. De meeste accommodaties echter, zijn al jaren geleden gerealiseerd. Op dat moment golden waarschijnlijk andere normen en was het gemeentelijke beleid ook anders. Het invoeren van nieuw accommodatiebeleid (inclusief de beschrijving van de basisvoorziening) houdt niet in dat bestaande accommodaties direct aangepast gaan of moeten worden. Ook voor deze omstandigheid geldt dat accommodaties pas worden aangepast als: Een grootschalige renovatie van bestaande accommodatie noodzakelijk is. Als de aanpassing ruimtelijk en/of qua gebouw mogelijk is. Als dispensatie door de sportbond niet tot de mogelijkheden behoort. Als de kosten in redelijke verhouding staan tot het doel. Niet met terugwerkende kracht Het is goed mogelijk dat verenigingen en stichtingen in het verleden zelf hebben geïnvesteerd in voorzieningen die in het nieuwe beleid onderdeel zijn van de gemeentelijke verantwoordelijkheid. Omgekeerd geldt hetzelfde. Uitgangspunt is dat dergelijke verschillen, met de komst van het nieuwe accommodatiebeleid, niet worden gecompenseerd, verrekend of gerepareerd, tenzij daar in de afgelopen jaren specifieke afspraken over zijn gemaakt met de verenigingen/stichtingen. De regeling voor over- en ondercapaciteit Wij, als gemeente, leveren uitsluitend een financiële bijdrage aan de realisatie en instandhouding van de basisvoorziening. Dat geldt ook voor het aantal velden, kleed- en wasruimten waar een vereniging recht op heeft. De omvang van verenigingen kan aan schommelingen onderhevig zijn. Verenigingen kunnen groeien of krimpen waardoor de situatie kan ontstaan dat een vereniging (al dan niet tijdelijk) over een teveel of juist een tekort aan velden of voorzieningen beschikt. Er moet dus een goede regeling komen voor de wijze waarop vraag en aanbod in evenwicht blijven en de wijze waarop een teveel of tekort aan accommodatie wordt gefinancierd. In de bijlage is deze regeling nader uitgewerkt. Sterk samengevat geldt dat de gemeente niet verantwoordelijk is voor de instandhouding van overcapaciteit (en daar geen financiële bijdragen aan verstrekt), maar dat daar een zeer zorgvuldige procedure voor wordt aangehouden. Financiële gevolgen De beschreven voorstellen hebben financiële gevolgen voor de gemeente. Immers, voorgesteld wordt dat de gemeente ook een rol krijgt in de totstandkoming en instandhouding van de kleed-/wasaccommodaties van de buitensportparken in voormalig Vianen en Zederik. Introductie van parkbeheer kan ook meerkosten met zich meebrengen. 4.4Tarieven Tarieven De tarieven vormen het sluitstuk van het accommodatiebeleid. Wij hechten grote waarde aan het handhaven van maatschappelijke tarieven voor sportverenigingen. Wij willen dat op die manier het gebruik van de accommodaties betaalbaar blijft voor alle inwoners. Maatschappelijke tarieven betekenen dat wij op indirecte wijze de accommodaties blijven subsidiëren. Voor de tarieven geldt dat deze gefaseerd worden geharmoniseerd. In de huidige situatie verschillen de tarieven in de drie voormalige gemeenten onderling niet veel (behalve die voor de zwembaden), maar de verschillen die er zijn worden de komende jaren gefaseerd weggenomen. Bijlage1:verslag sportcafé 28 september 2021 Tijdens het tweede Sportcafé op 28 september 2021 is het concept sport- en sportaccommodatiebeleid gepresenteerd aan de aanwezigen. Iedereen werd vervolgens uitgenodigd om zijn/haar op- of aanmerkingen te geven. Elke deelnemer kreeg drie groene post-its en drie rode post-its. Op de groene post-its kon men aangeven op welke onderdelen men het eens was met het conceptbeleid. Op de rode post-its op welke onderdelen met het oneens was, wat men mist, waar men zich zorgen over maakt, et cetera. De post-its zijn vervolgens op een flipover geplakt en gegroepeerd naar min of meer vergelijkbare opmerkingen. Vervolgens zijn de resultaten plenair besproken. Opmerkingen groene bord (eens, instemming, goed) Subsidies en tarieven Waardering van sportverenigingen door middel van subsidies Waarderingssubsidie Subsidie brede en vitale sportverenigingen Maatschappelijke tarieven Tarieven oké Transparante subsidie Tarieven oké Maatschappelijke huur Subsidie per lid € 9,- Subsidie per lid € 9,- Maatschappelijke tarieven oké Waarderingssubsidie Subsidie per lid Vrijwilligersinzet belonen Accommodatie Verduurzamen verlichting Ga ervan uit dat oude gebouwen zeer snel herbouwd zullen worden Renovatie accommodatie Accommodatiebeleid Onderhoud diverse locaties onder de maat Verbetering accommodaties Basisvoorziening verantwoordelijkheid gemeente We kijken uit naar nieuw Berenschot Onderhoud bij de gemeente, zekerheid Basisvoorziening op orde Basisvoorziening voor de gemeente is uitstekend De ligging van veel sportparken biedt meer kansen dan de gemeente ziet Verenigingen Verenigingen leveren belangrijke bijdrage Behoud van percentage inwoners dat bij sportverenigingen sport School Verbetering sport op scholen, voor iedereen toegankelijk Vakleerkrachten onderwijs Verenigingsondersteuning Inzet buurtsportcoaches Verenigingsondersteuning Verenigingsondersteuning Data delen zodat we gericht kunnen werken Positief dat Vijfheerenlanden zijn verantwoording neemt en de sport ondersteunt Beweegstimulering Beweegstimulering inwoners en specifieke doelgroepen Focus op specifieke doelgroepprogramma’s Vermindering % obesitas middels meer focus op beweegstimulering bij jongeren. Sportbuurtcoach Samenwerken Mooie uitdaging. Kijken er naar uit om samen te werken. Versterking samenwerking Samenwerken met andere verenigingen is top Verdere integratie dorpshuis en sportfuncties Stimuleren samenwerking Stimuleren samenwerking accommodaties tussen verenigingen onderling Stimuleren samenwerking van verenigingen Stimuleren samenwerking onderwijs, welzijn en zorg. Opmerkingen rode bord (oneens, gemis, zorgelijk) Subsidie Kadersubsidie verenigingen Plus-subsidie lastig te beoordelen. Basis is voor verenigingen erg verschillend Middelen voor buurtsportcoach en sportservice versus sportsubsidies Subsidie extra weegt niet op tegen flinke toename veldkosten Subsidie is sigaar uit eigen doos Waar komt geld voor buurtsportcoach vandaan? Teveel, ook op dit moment weinig deelname door inwoners met migratie-achtergrond. Mag niet ten koste gaan van verenigingssubsidie Waarderingssubsidie, aansluiting bij NOC*NSF kan een probleem zijn Ik mis in beweegstimulering: het verduidelijken aan gezinnen met een kleine beurs. Waar kunnen zij terecht voor ondersteuning? Velen kennen Stichting Leergeld bijvoorbeeld niet Accommodatie Vijfheerenlanden moet goed kijken naar het totaal van de accommodaties in relatie tot de subsidies Sportnormen bonden houden geen rekening met ruimte voor materiaal. Dat moet goed meegenomen worden Parkeerfaciliteit te beperkt Binnen- en buitensportaccommodaties sterk gescheiden houden Level playing field binnen- en buitensport Grote verschillen accommodaties Tijdpad renovatie/vernieuwing accommodaties Eerst bestaande accommodaties aanpassen voor nieuwe accommodaties Gebouwen buitensport worden niet meegenomen in het onderhoud Positie gemeente als verhuurder én als aanbieder sport Onderhoud accommodaties liever geen verandering in verband met zelfwerkzaamheid Kantines Kantine omzet is van belang voor clubs. Dat zit niet in het beleid Kunnen verenigingen überhaupt kantines en dergelijke financieren Horeca (goede) voorziening wel belangrijk voor verenigingen Kantine opbrengsten, weegt dit mee in beleid ja/nee Zorg en welzijn Samen Doen in Leerdam deed heel veel met verenigingen. Dit is weggevallen Man 70+ heeft altijd bij een sportvereniging gezeten, komt in een zorginstelling te wonen en zou graag zijn sport behouden. Nu is de zorgorganisatie verantwoordelijk dit voort te zetten en daar zou de gemeente in moeten voorzien, bijvoorbeeld door het regelen van vervoer (dementievriendelijke vereniging!) Beweegstimulering Wat opvalt is dat er weinig aandacht is voor mensen met een migratieachtergrond en mensen/jongeren uit kansarme gezinnen. Hoe wil de gemeente dit stimuleren? Niet teveel geld naar programma’s die niet werken Vrijwilligers Vrijwilligersbeleid Teveel taken op bordje van de clubs Vrijwilligers, kans door link met eenzaamheid Vrijwilligers steeds meer betaald Gebrek aan voldoende en kwalitatief goede trainers (pedagogisch en sporttechnisch bekwaam). Mis kans om professionals te gaan inzetten. Trainers die ook vakleerkracht zijn. Financiering door club, bond en gemeente. Door middel van Brede Impuls Combinatiefuncties. Te weinig vrijwilligers Parkbeheer Open parken gaan veel geld en dagelijks toezicht kosten Open park werkt niet Het organiseren om de sportfaciliteit toegankelijk te maken voor gebruikers in de brede zin is een enorme uitdaging Overig Gemeente wil ons complex inperken. Strookt niet Gemeente denkt nog in oude denkbeelden In het sportbeleid de koppeling naar anders georganiseerde sport Koppeling met leefstijl/welbevinden ontbreekt Beleid moet 2022-2026 Beheer kleine accommodaties Bijlage2:de basisvoorziening BUITENSPORT Voetbal Voor voetbalaccommodaties geldt dat de basisvoorziening bestaat uit: Velden Het aantal velden dat de vereniging nodig heeft voor trainingen en competities, conform de norm zoals gepubliceerd in het Handboek Sportaccommodaties. Afmeting: 64 x 100 meter of 69 x 105 meter voor het hoofdveld, leunhekken rondom wedstrijdvelden, vier meter uitloop rondom de velden. Voorzieningen per veld: ballenvangers (twee stuks 25 x 5 meter), twee seniorendoelen, vier hoekvlaggen met grondkokers, paden rondom velden (1,5 m breed), beregeningsinstallatie, verlichting (zes masten, acht armaturen voor trainingsvelden) en twee dug-outs per wedstrijdveld. Parkinfrastructuur Paden (1,8 m breed), toegangspoort, werktoegangspoort (vijf meter breed), afvalbakken, hekwerk rondom het park, groen, parkeerplaats (aantal parkeerplaatsen volgens CROW-normen, afmeting per parkeerplek 2,5 x 5 meter (regulier) of 3,5 x 5 meter (Miva)) en fietsenstalling. Kleed-/clubgebouw Aantal kleed- en wasruimten conform Handboek Sportaccommodaties. Overige voorzieningen: Opslag en wasruimte, EHBO/massage, scheidsrechtersruimten, teamlockers (bij dubbel gebruik van kleed- en wasruimten), wedstrijdsecretariaat, werkkast en sanitair sporters. Kwaliteit en afwerkingsniveau In de detailuitwerking (zie bijlage 2) maken de bonden onderscheid naar eisen/normen en aanbevelingen. De uitwerking van het begrip ‘basisvoorziening’ in de gemeente Vijfheerenlanden bevat uitsluitend de eisen/normen en niet de aanbevelingen. De aanbevelingen worden niet tot de basisvoorziening gerekend. Niet-basisvoorziening De volgende accommodatiedelen maken geen onderdeel uit van het begrip ‘basisvoorziening’ (geen uitputtende opsomming): Extra velden (meer velden dan nodig volgens de norm). Grotere afmeting bijvelden en trainingsvelden dan 64 x 100 meter. Tribune, kassahokje. Extra kleed- en wasruimten (meer dan nodig volgens de KNVB/VNG/VSG-norm). De kantine inclusief keuken, opslagruimte voor keuken/kantine en sanitair. Bestuurskamer/vergaderruimten. Meubilair/inrichting. Alle sportattributen zoals ballen, hesjes, pilonnen en overig trainingsmateriaal. Onderhoudsmaterialen. Hockey Velden Aantal velden dat de vereniging nodig heeft voor traingen en competities, conform Handboek Sportaccommodaties. Afmeting: 55 x 91,4 meter, twee en vier meter uitloop rondom de velden. Voorzieningen: Leunhek + fijnmazige staafmat rondom de velden met slagplank met looppoort(
  2. en)(breedte 1,25
  3. m)en werkpoort (breedte 3,5
  4. m)(hoogte 1,20 m), vier uitsparingen in hekwerk voor doelopstelplekken halfvelds bespeling, ballenvangers achter ieder doel (2st 30x5 m), twee senioren hockeydoelen, vier hoekvlaggen met grondkokers, paden rondom minimaal 1,50 m, beregening met pop-upsproeiers met pomp en bergingskelder bij watervelden, verlichting, acht masten en 16 armaturen, twee dug-outs, vijf meter lengte. Parkinfrastructuur Gelijk aan voetbal. Kleed-/clubgebouw Aantal kleed- en wasruimten conform Handboek Sportaccommodaties. Kwaliteit, afwerkingsniveau en niet-basisvoorziening Gelijk aan voetbal. Korfbal Aantal velden conform normen in Handboek Sportaccommodaties. Speelveldafmetingen Een standaard kunstgras korfbalveld heeft een bruto oppervlakte van 48 x 44 meter. Hierop twee velden ingesneden van 40 x 20 meter met vier meter uitloop tussen de velden en twee meter uitloop rondom de velden. Daarnaast worden twee à drie jeugdvelden gecentreerd of overdwars aangebracht. Voor een standaard natuurgrasveld geldt een bruto oppervlakte van 68 x 44 meter. Uitloopstrook ter breedte van ten minste twee meter en vier meter tussen de beide naast elkaar gelegen velden. Voorzieningen: korfbalpalen, twee banken of dug-outs voor minimaal acht personen per team. Parkinfrastructuur, gelijk aan voetbal. Kleed-/clubgebouw, conform Handboek Sportaccommodaties. Binnensport Sportvloeroppervlak en belijning conform Handboek Sportaccommodaties. Kleed- en wasruimten (aantal, oppervlakten en afwerking conform Handboek Sportaccommodaties. Annexen (scheidsrechtersruimten, opslagruimten, EHBO, et cetera) conform Handboek Sportaccommodaties. Basisinventaris conform KLVO. Overige spelregels Breedtesport De gemeente Vijfheerenlanden faciliteert de breedtesport. Het begrip ‘basisvoorziening’ is afgestemd op die breedtesport. Met andere woorden, de basisvoorziening biedt goede faciliteiten voor de uitoefening van breedtesport, maar niet (altijd) voor topsport (al dan niet op amateurniveau). Voorzieningen voor topsport kunnen extra investeringen met zich meebrengen. Een sporthal voor topsport is bijvoorbeeld hoger dan een sporthal voor de breedtesport en vereist meer toeschouwerscapaciteit. Een voetbalveld voor topsport vereist soms ook een andere kwaliteit (bijvoorbeeld voor kunstgras). De gemeente Vijfheerenlanden wil topsport niet in de weg staan, maar beperkt zich bij de financiële bijdrage tot de ‘basisvoorziening’. Eventuele extra investeringen die een accommodatie geschikt maken voor topsport, dienen door de initiatiefnemer zelf te worden gedragen. Nieuwe eisen Alle sportbonden evalueren periodiek de normen die zij aan accommodaties stellen. Van tijd tot tijd leiden die evaluaties tot bijstelling van de normen. Het accommodatiebeleid van de gemeente Vijfheerenlanden heeft als uitgangspunt dat dergelijke nieuwe eisen niet direct worden omgezet in aanpassingen van bestaande accommodaties. Dat zou immers, telkens als een nieuwe eis of norm wordt uitgebracht, een forse investering en ook desinvestering met zich mee kunnen brengen. Nieuwe eisen/normen worden pas in praktijk gebracht op het moment dat een grootschalige renovatie van bestaande accommodatie noodzakelijk is en dan nog alleen als het ruimtelijk en/of qua gebouw mogelijk is en de kosten in redelijke verhouding staan tot het doel. Afronding De normen voor het vaststellen van het aantal velden en banen leiden in de praktijk vrijwel altijd tot een behoefte aan velden of banen met een getal achter de komma. Bijvoorbeeld, toepassing van de KNVB/VNG/VSG-norm kan leiden tot de uitslag dat een vereniging 1,2 velden nodig heeft. In dat geval is het vervolgens de vraag of de gemeente nu één of twee velden moet aanleggen (1,2 veld bestaat nu eenmaal niet). In dat geval wordt voorgesteld dat een tweede veld wordt aangelegd onder de volgende omstandigheden: De behoefte aan velden is 1,25 veld of hoger (of 2,25 in geval van een derde veld, enzovoorts). De behoefte is structureel. Bestaande accommodatie De beschrijving van het begrip ‘basisvoorziening’ is gebaseerd op de huidige normen van sportbonden en algemeen geldende ruimtenormen. De meeste accommodaties echter, zijn al jaren geleden gerealiseerd. Op dat moment golden waarschijnlijk andere normen en was het gemeentelijke beleid ook anders. Het invoeren van nieuw accommodatiebeleid (inclusief de beschrijving van de basisvoorziening) houdt niet in dat bestaande accommodaties direct aangepast gaan of moeten worden. Ook voor deze omstandigheid geldt dat accommodaties pas worden aangepast als: Een grootschalige renovatie van bestaande accommodatie noodzakelijk is. Als de aanpassing ruimtelijk en/of qua gebouw mogelijk is. Als dispensatie door de sportbond niet tot de mogelijkheden behoort. Als de kosten in redelijke verhouding staan tot het doel. Niet met terugwerkende kracht Het is goed mogelijk dat verenigingen en stichtingen in het verleden zelf hebben geïnvesteerd in voorzieningen die in het nieuwe beleid onderdeel zijn van de gemeentelijke verantwoordelijkheid. Omgekeerd geldt hetzelfde. Uitgangspunt is dat dergelijke verschillen, met de komst van het nieuwe accommodatiebeleid, niet worden gecompenseerd, verrekend of gerepareerd, tenzij daar afspraken over zijn gemaakt. De regeling voor Over- en ondercapaciteit De gemeente levert uitsluitend een financiële bijdrage aan de realisatie en instandhouding van de basisvoorziening. Dat geldt ook voor het aantal velden, kleed- en wasruimten waar een vereniging recht op heeft. De omvang van verenigingen kan aan schommelingen onderhevig zijn. Verenigingen kunnen groeien of krimpen waardoor de situatie kan ontstaan dat een vereniging (al dan niet tijdelijk) over een teveel of juist een tekort aan velden of voorzieningen beschikt. Er moet dus een goede regeling komen voor de wijze waarop vraag en aanbod in evenwicht blijven en de wijze waarop een teveel of tekort aan accommodatie wordt gefinancierd. De volgende regeling wordt voorgesteld: Voor het vaststellen van de benodigde capaciteit aan velden en voorzieningen wordt uitgegaan van de normen zoals neergelegd in het Handboek Sportaccommodaties. Om de drie jaar geven de verenigingen het aantal leden en het aantal teams door aan de gemeente. De gemeente maakt vervolgens een capaciteitsberekening op basis van de genoemde normen. Die berekening geeft uitsluitsel over het aantal velden en banen waar een vereniging recht op heeft en het aantal kleed- en wasruimten. Als deze berekening als uitkomst heeft dat een vereniging over teveel of te weinig velden/voorzieningen beschikt, dan start de telling van het aantal jaren (het startmoment). Daarbij geldt dat een marge van 0,25 wordt aangehouden. Daarmee wordt bedoeld: Een vereniging die beschikt over twee velden, maar de behoefte heeft aan bijvoorbeeld 2,3 velden, heeft een tekort van één veld (immers het tekort bedraagt 0,3 veld, wat hoger is dan de marge van 0,25). Een vereniging die beschikt over twee velden, maar slechts behoefte heeft aan bijvoorbeeld 1,2 velden, heeft een overschot van één veld (immers de behoefte is lager (1,2) dan de marge (1,25)). Als is gebleken dat een vereniging tekort of teveel accommodatie heeft worden vervolgens jaarlijks gegevens opgevraagd over leden/teams/deelnemers. De eerste drie seizoenen na de vaststelling van de over- of ondercapaciteit verandert er in wezen nog weinig tot niets. De vereniging blijft, telkens aan het begin van het seizoen, de ledenaantallen en aantal teams indienen bij de gemeente. Het enige wat zou kunnen veranderen is dat de gemeente de vereniging helpt om trainingen of wedstrijden op een andere accommodatie te huisvesten (in het geval er een tekort is). Voorafgaande aan het vierde seizoen wordt vastgesteld of de over- of ondercapaciteit structureel is (d.m.v. Toetsing aan bevolkingsprognoses en de landelijke en regionale ontwikkeling van de betreffende sport). Indien dat het geval is ontstaan er twee mogelijkheden: Structurele overcapaciteit: In deze situatie bouwt de gemeente haar verantwoordelijkheid of financiele bijdrage voor de overcapaciteit af. Rekenvoorbeeld: als een vereniging een bijdrage voor 3 velden ontvangt, tezamen € 30.000,-, en structureel één veld teveel heeft, dan wordt de instandhoudingsbijdrage van het derde veld in drie stappen afgebouwd. De bijdrage voor het derde veld wordt dan als volgt verlaagd: Seizoen vier na het startmoment: De vereniging ontvangt een kennisgeving dat vanaf het daarop volgende seizoen wordt gestart met het korten op de financiële bijdrage voor het derde veld. Seizoen vijf na het startmoment: 1/3 korting op de bijdrage voor het derde veld. De vereniging ontvangt dus geen € 10.000,- voor het derde veld, maar € 6.666,-. Seizoen zes na het startmoment: 2/3 korting op de bijdrage voor het derde veld. De bijdrage voor het derde veld wordt dan verlaagd naar € 3.333,- Seizoen zeven en verder: geen bijdrage voor het derde veld. De bijdrage voor de twee velden waar de vereniging wel recht op heeft, blijven overigens gelijk (voor elk veld € 10.000,- in dit voorbeeld). Structureel tekort: In dat geval dient de vereniging een aanvraag in voor een extra veld. Daarbij geldt dat de daadwerkelijke aanpassingen zoveel mogelijk zullen samenvallen met momenten waarop groot onderhoud is gepland. Bijlage 3: Uitwerking basisvoorziening INLEIDING Normen voor sport zijn de NOC*NSF-normen zoals gepubliceerd in Handboek portaccommodaties Deze normen zijn aan verandering onderhevig De nieuwste norm is telkens van toepassing, met inachtneming van de spelregels, zoals beschrven in het eindrapport De huidige normen zijn in dit spreadsheet opgenomen om gemeente, verenigingen en stichtingen inzicht te geven in het begrip basisvoorziening VOETBAL Inleiding In dit hoofdstuk zijn de regels, richtlijnen en aanbevelingen opgenomen, die de KNVB hanteert voor de uitvoering en inrichting van wedstrijdvelden en trainingsvelden. Het gaat om een combinatie van reglementaire eisen (ofwel: de regels), algemeen aanvaarde richtlijnen én praktische aanbevelingen. Regels De 'regels' zijn de formele bepalingen met een verplichtend karakter, afkomstig uit de (officiële) 'Spelregels', evenals uit de algemene reglementen, wedstrijdreglementen en bestuursbesluiten. De regels betreffen de minimumeisen. Deze zijn van toepassing op alle accommodaties van amateurvoetbalverenigingen conform het Reglement Wedstrijden Amateurveldvoetbal. In het jaarlijkse Bewaarnummer kunt u een verkorte versie vinden van deze publicatie. Richtlijnen en aanbevelingen De 'richtlijnen en aanbevelingen' beschrijven de uitvoerings- en inrichtingsaspecten die zijn gebaseerd op gangbare uitgangspunten en praktische inzichten. Hiermee geeft de KNVB aan hoe de vereniging een accommodatie het beste kan (laten) inrichten/uitvoeren. Over het algemeen bestaat hierover overeenstemming met gemeenten en bedrijfsleven. Toch is de vereniging vanzelfsprekend vrij om deze aanbevelingen wel, in het geheel niet of maar voor een deel op te volgen. De aanbevelingen kunnen ook afkomstig zijn van andere organisaties, zoals bijvoorbeeld leveranciers. Deze aanbevelingen worden, wanneer hier vermeld, door de bond onderschreven. Meer informatie In dit hoofdstuk zijn de laatste inzichten en bestuursbesluiten aangaande het veldvoetbal opgenomen. Voor aanvullende vragen kunt u contact opnemen met de KNVB dan wel de website van de KNVB raadplegen. Afmetingen speelveld Regels In Nederland moeten de voetbalvelden voldoen aan de onderstaande afmetingen. Het gaat om zuivere (netto) maten inclusief belijning, exclusief de uitloop rondom. 11 tegen 11 (standaardveld) minimaal 100 x 64 meter maximaal 105 x 69 meter internationaal 105 x 68 meter 9 tegen 9 (onder meer: E-pupillen) minimaal 68 x 56 meter maximaal 73 x 60 meter 7 tegen 7 (onder meer: pupillen, 35+ en 45+) minimaal 60 x 42,5 meter maximaal 70 x 55 meter 4 tegen 4 (onder meer: mini-pupillen) minimaal 30 x 20 meter maximaal 40 x 30 meter De Spelregels, uitgegeven door de IFAB, geven wat de afmetingen betreft ruimte voor meer mogelijkheden. Uit oogpunt van uniformiteit heeft de KNVB echter (al in 1909) besloten om voor de Nederlandse situatie minimum- en maximumafmetingen te hanteren. Deze voldoen aan de FIFA- en UEFA-regels. Aanbeveling 11 tegen 11 Uit voetbaltechnisch oogpunt verdient het aanbeveling het hoofdveld te voorzien van de maximale afmetingen 105 x 69 meter of 105 x 68 meter (internationaal) plus uitloop rondom. Afhankelijk van de grootte, het competitieniveau en de ambitie van de vereniging kan het zinvol zijn nog een tweede speelveld van deze afmetingen in te richten. Voor de overige velden kan worden volstaan met de afmetingen van 100 x 64 meter plus uitloop. Tussenliggende maten zijn toegestaan, mits de verhouding tussen lengte en breedte (globaal) hetzelfde is. Een aanpassing aan de maatvoering mag niet ten koste gaan van de uitlopen. 9 tegen 9 Negen tegen negenvoetbal wordt voornamelijk gespeeld door de E-pupillen Bij deze voetbalvorm loopt het speelveld in de lengte globaal van de 16 meterlijn van het ene strafschopgebied tot de 16 meterlijn van het andere strafschopgebied. De beide strafschopgebieden worden daarbij in de breedte aan beide zijden met hoedjes over een afstand van ca. acht meter verlengd, zodat de totale breedte van het speelveld ca. 56 meter bedraagt. 7 tegen 7 Bij deze voetbalvorm zijn de globale afmetingen van het veld die van een half speelveld. Op een normaal speelveld kunnen maximaal twee 7 tegen 7-velden worden uitgezet. 4 tegen 4 De voetbalspelvorm 4 tegen 4 wordt voornamelijk gespeeld door mini F-pupillen (5- en 6-jarigen) en staat doorgaans in toernooivorm op het programma. De veldjes kunnen worden uitgezet op een normaal speelveld. De bestaande grenslijnen, pylonen en markeringshoedjes zijn daarbij te gebruiken als veldafbakening. De lengte en breedte verhouden zich bij veelal als 4:3. Uit voetbaltechnisch oogpunt verdient een afmeting van 40 x 20 meter de voorkeur. Uitloopruimte Algemeen Rondom elk speelveld moet een veiligheidszone aanwezig zijn: de uitloopruimte. De gestelde eisen aan het speelveld - zoals die met betrekking tot vlakheid, profilering, ontwatering en begroeiing - zijn eveneens van toepassing op deze bij het veld behorende ruimte. Lichtmasten, speelveldafzetting, ballenvangers, evenals gebouwen, vlaggenmasten, bomen/beplanting, verharde paden, cameraposities et cetera worden in dit verband als obstakels beschouwd en mogen niet in de uitloop aanwezig zijn. Regels 11 tegen 11 Binnen 4 meter uit de grenslijnen mogen zich tijdens wedstrijden geen obstakels bevinden anders dan de voorzieningen die tot het spel behoren. Voor dug-outs en uitklapbare pupillendoelen geldt het volgende: Dug-outs mogen binnen de uit-loopruimte staan, op minimaal 3 meter uit de zijlijn. Uitklapbare pupillendoelen mogen, ingeklapt, binnen de uitloopruimte staan op minimaal 3,50 meter uit de zijlijn. De uitloopruimte moet van hetzelfde materiaal zijn als het speelveld of moet bestaan uit kunstgras waarbij het kunstgras op 1 meter uit de zijlijn is aangebracht. Dit kunstgras moet dezelfde sporttechnische eigenschappen bezitten als het natuurgrasveld. De aansluiting moet drempelvrij verlopen, zodat geen gevaar voor de spelers kan ontstaan. De laatste 0,5 meter van de uitloop mag zijn uitgevoerd in een verhardingsmateriaal, zodanig dat de vlakheid van het veld gewaarborgd is. 9 tegen 9 Binnen 3 meter uit de grenslijnen mogen zich tijdens wedstrijden geen obstakels bevinden (andere dan de voorzieningen die tot het spel behoren). De uitloopruimte moet van hetzelfde materiaal zijn als het speelveld. De laatste 0,5 meter van deze ruimte mag verhard zijn, waarbij de vlakheid van het veld gewaarborgd moet blijven. 7 tegen 7 Binnen 2 meter uit de grenslijnen mogen zich tijdens wedstrijden geen obstakels bevinden (andere dan de voorzieningen die tot het spel behoren). De uitloopruimte moet van hetzelfde materiaal zijn als het speelveld. De laatste 0,5 meter van deze ruimte mag verhard zijn, waarbij de vlakheid van het veld gewaarborgd moet blijven. Aanbeveling Aanbevolen wordt bij twee naast elkaar gelegen velden een onderlinge tussenafstand van tenminste 2 x 4 = 8 meter aan te houden. Dit mag ook tot minimaal 2 x 3 = 6 meter zijn, mits zich tussen beide velden geen obstakels bevinden. Hierbij moet wel rekening met toekomstige veranderingen worden gehouden, zoals het plaatsen van lichtmasten, ballenvangers, speelveldafzetting, dug-outs, gebouwen, beplanting, enzovoort. Als bij velden die in elkaars verlengde of haaks op elkaar liggen, sprake kan zijn van hinderlijke spelbeïnvloeding of gevaarlijke situaties, dan moet de obstakelvrije tussenruimte minimaal 8 meter bedragen. In dergelijke situaties is het raadzaam om achter de doelen ballenvangers te plaatsen. Bij velden die in een later stadium een afzetting krijgen, is het verstandig om rekening te houden met een extra publieksruimte van circa 2 meter rondom het veld. Afronden van hoeken Het is toegestaan de hoeken van een speelveld af te ronden, mits de afstand tot de hoekvlagstok tenminste 4 meter blijft. Er zijn hierbij twee opties: of de veldafzetting blijft rechthoekig; of de afzetting volgt de ronding van het speelveld. In het eerste geval wordt in de hoek van het veld een verharding aangebracht die aansluit bij het maaiveld en bij de overige verharding. In het tweede geval kan de vrijkomende ruimte ten goede van het pad rond het speelveld komen. Fig. E2.64.2.1 Detailuitwerking uitloopruimte Belijning Regels 11 tegen 11 Het speelveld moet, conform de plattegrond (zie figuur E2.64.2.2), gemarkeerd zijn met duidelijke lijnen, dus niet door gleuven. De lijnen zelf behoren tot de gebieden die ze begrenzen. Alle lijnen moeten tussen 10 en 12 centimeter breed zijn. De doellijnen moeten even breed zijn als de doelpalen en de doellat. De achterkant van de doelpalen moet samenvallen met de buitenkant van de doellijn. De strafschop- en de middenstip hebben een diameter van 20 centimeter, met een toegestane afwijking van 2 centimeter. Logo's en emblemen van bonden, clubs en anderszins, evenals welke vorm van reclame dan ook, mogen niet worden aangebracht op het speelveld, in de eerste meter van de uitloop, in de instructiezone, in het door doelnet en doellijn begrensde gebied en op de veldinrichting. Behalve de officiële lijnen mogen er binnen het speelveld géén andere lijnen zijn. Dit geldt eveneens voor de lijnen die doelverdedigers met de hak van hun schoen aanbrengen in het doelgebied. Het aanbrengen van het 9,15 meter-lijntje op de achterlijnen is door de KNVB verplicht gesteld. Op velden waar standaardelftallen standaard hun wedstrijden spelen, is de instructiezone verplicht. 9 tegen 9 Zelfstandige 9 tegen 9-velden Het speelveld wordt uitsluitend doorgrenslijnen afgebakend, een andere belijning is niet noodzakelijk. Het penaltygebied heeft een grootte van 10 x 24 meter De strafschopstip is op 8 meter aangebracht. De grenslijnen behoren tot het speelveld. De breedte van de lijnen is op grasvelden 10 tot 12 centimeter. Bij zelfstandige 7 tegen 7-velden, in het bijzonder die van kunstgras, volstaat een breedte van 6 tot 12 centimeter. Niet zelfstandige 9 tegen 9-velden Niet zelfstandige 9 tegen 9-velden worden uitgezet met hoedjes/pionnen: 7 tegen 7 A) Zelfstandige 7 tegen 7-velden Het speelveld wordt uitsluitend door grenslijnen afgebakend, een andere belijning is niet noodzakelijk. Het penaltygebied heeft een grootte van 11,25 x 27,5 meter De strafschopstip is op 8 meter aangebracht. De grenslijnen behoren tot het speelveld. De breedte van de lijnen is op grasvelden 10 tot 12 centimeter. Bij zelfstandige 7 tegen 7-velden, in het bijzonder die van kunstgras, volstaat een breedte van 6 tot 12 centimeter. B) Niet zelfstandige 7 tegen 7-velden Voor belijning van 7 tegen 7-velden geldt dat: de belijning op alle kunstgras- en natuurgrasvelden mag worden aangebracht, met uitzondering van de velden bestemd voor categorie A; de grenslijn aansluit op de 5,5 meterlijn, 2 meter vanaf de middellijn tot aan de zijlijnen van het standaardveld; het een doorgetrokken belijning betreft; de kleur van de belijning niet wit mag zijn; de belijning van het standaardveld ononderbroken moet zijn; naast de grenslijnen: penaltystippen en een middenstip mogen worden aangebracht; de breedte van de belijning 6 tot 12 centimeter bedraagt; velden voor de uitgesloten categorieën en klassen en velden zonder bovenstaande belijningen, afgebakend moeten zijn met 'dopjes' of 'hoedjes', wanneer:
  5. a)op één veld twee wedstrijden gelijktijdig plaatsvinden of
  6. b)er obstakels zoals vaste doelen zijn in de zogenoemde obstakelvrije zone (uitloopstrook); de vereniging de KNVB vóór het aanbrengen van de belijning moet informeren over welk kunstgrasveld zij gaat gebruiken voor officiële KNVB-wedstijden (in de B-categorie), zodat de bond hiervoor dispensatie kan geven. Opmerking 1: Multifunctionele belijning op bijvelden is toegestaan, mits: op het betreffende veld alleen officiële KNVB-wedstrijden in de B-categorie op het programma staan; het hoofdgebruik voetbal is; voor maximaal één ander type sport belijning wordt aangebracht; het enkel functionele, voor wedstrijdgebruik noodzakelijke belijning betreft; de kleur van de belijning voor deze 'tweede' sport afwijkt van de kleur van de standaard voetbalbelijning, en deze 'kleur' niet wit is; de standaard voetbalbelijning ononderbroken blijft; de vereniging in alle gevallen van multifunctioneel gebruik het ontwerp belijningsplan aan de KNVB ter goedkeuring voor dispensatie voorlegt. Opmerking 2: Multifunctionele belijning op hoofdvelden is toegestaan, mits: de vereniging maar één veld (zijn-de kunstgras) tot haar beschikking heeft; het hoofdgebruik voetbal is; de senioren mannen maximaal vierde klasse spelen; de senioren vrouwen niet in de A-categorie spelen; de junioren maximaal derde divisie spelen; bij promotie naar een klasse/categorie hoger dan het voornoemde, het veld bij renovatie niet langer van deze multifunctionele belijning wordt voorzien; voor maximaal één ander type sport belijning wordt aangebracht; het enkel functionele, voor wedstrijdgebruik noodzakelijke belijning betreft; de kleur van de belijning voor deze 'tweede' sport afwijkt van de kleur van de standaard voetbalbelijning, en deze 'kleur' niet wit is; de standaard voetbalbelijning ononderbroken blijft; de vereniging in alle gevallen van multifunctioneel gebruik het ontwerp belijningsplan aan de KNVB ter goedkeuring voor dispensatie voorlegt. Aanbevelingen De voorkeurskleur van de belijning is wit. Andere kleuren zijn in beginsel toegestaan, mits deze voldoende contrasteren. Kunstgrasvelden zijn soms voorzien van gele lijnen, terwijl bij sneeuw rood of blauw goed zichtbare kleuren zijn. Het sneeuwvrij maken van de belijning is overigens meestal ontoereikend. Veelal zal dan de zichtbaarheid verder moeten verbeteren door alsnog gekleurde lijnen aan te brengen. De kleuren van de belijning van natuurgrasvelden ontstaan door aan de kalk of belijningsverf een 'kleurpoeder' toe te voegen. Als belijningsmateriaal voor natuurgras zijn er verschillende mogelijkheden: (gebluste) kalk, krijt, mergel of een speciale belijningsverf. Gezondheidsaspecten Het is niet toegestaan bijtende, irriterende of andere voor de gezondheid niet wenselijke materialen te gebruiken. Evenmin toegestaan is het inbranden van belijning met een gif of een ander scherp middel, waardoor geulen ontstaan en de grasmat onnodig schade ondervindt. Beter is het gebruik van vervangende middelen die de groei van het gras remmen en een langer houdbare lijn opleveren. De KNVB adviseert het gebruik van milieuvriendelijke materialen. Een in dat opzicht geschikte mogelijkheid is het aanbrengen van zogenaamde verklikpunten. Er zijn simpele pluimpjes van kunstgras verkrijgbaar - en toegestaan - die belangrijke punten in het veld kunnen markeren. Bijkomend voordeel is dat het niet nodig is de lijnen steeds opnieuw uit te zetten. Volledige kunststoflijnen zijn overigens gekwalificeerd als 'ondeugdelijk' en om die reden niet geoorloofd. Snijden/spuiten Belijning voor kunstgrasvelden kan door 'insnijden' of door spuiten worden aangebracht. Gespoten belijning vervaagt gedurende de tijd; deze moet dus gedurende de levensduur meerdere malen worden aangebracht. Bij het spuiten van de belijning moeten de sporttechnische eigenschappen van de kunstgrasmat gewaarborgd blijven, evenals de veiligheid voor de spelers. Zo is zogenaamde verkitting van vezels niet toegestaan. Het meespuiten van infillmateriaal moet voorkomen worden; omdat dit kan 'uitlopen' door verspreiding van de infill. Speelveldafzetting Regels Een speelveldafzetting is verplicht bij de competitiewedstrijden van: senioren mannen in standaardklassen; senioren vrouwen in landelijke klassen; A-junioren in landelijke eredivisie, eerste en tweede divisie; B-junioren in landelijke eredivisie, eerste en tweede divisie; C-junioren in landelijke eerste en tweede divisie. Wanneer wedstrijden buiten deze categorieën op een veld met afrastering worden gespeeld, dan zijn onderstaande regels ook voor de velden waar deze wedstrijden op worden gespeeld van toepassing. De speelveldafzetting moet: zich bevinden op minimaal 4,00 meter uit de grenslijnen en rondom gesloten zijn; een hoogte hebben tussen 0,90 en 1,20 meter boven maaiveld; een voldoende stevige en veilige constructie hebben zonder scherpe of uitstekende delen. Behalve de hieronder genoemde personen mogen geen andere personen zich binnen de speelveldafzetting bevinden: spelers, het arbitrale trio, oefenmeester, manager, verzorger, clubarts, een verantwoordelijk bestuurslid, pupil van de week, wisselspelers en herkenbare ordebewakers in functie. Bij wedstrijden moeten de openingen van de afzetting afgesloten zijn, zoals via een ketting of een dichte poort. De uitgang voor de spelers moet zodanig gesitueerd zijn dat zij de kortste weg naar de kleedkamers kunnen nemen. Aanbevelingen Aanbevolen wordt om ook de wedstrijden in de reserve hoofdklasse, de reserve eerste klasse, de reserve tweede klasse en de derde divisies van de landelijke junioren op een speelveld met afzetting te laten plaatsvinden. Afhankelijk van de grootte en wensen van de vereniging en de klasse waarin zij actief is, kan het nodig zijn meerdere velden van een afzetting te voorzien. Als vuistregel geldt de aanwezigheid van een tweede afgerasterd veld bij drie of meer teams in de genoemde categorieën/klassen. In beginsel kunnen alle speelvelden die aan de afmetingen voldoen en rondom zijn voorzien van een gesloten afzetting, worden aangemerkt als reglementair. De verplichte categorieën uitgezonderd, is het ontbreken van een speelveldafzetting nooit een reden voor het niet doorgaan van wedstrijden. Aanbevolen wordt het aantal doorgangen in de speelveldafzetting te beperken tot het aantal dat nodig is om spelers en onderhoudsapparatuur toegang tot het speelveld te verlenen. Verder verdient het aanbeveling om de leunbuis op de plaats van de vangnetten te laten doorlopen, zodat de vereniging ook achter de doelen reclameborden kan ophangen. Om het zicht voor het publiek te verbeteren, kan voor hoofdvelden een waaiervormige opstelling van de speelveldafzetting overwogen worden. Ter hoogte van de middenlijn is de uitloopruimte dan circa 5,50 meter, achter de doelen circa 6,00 meter. Een rechthoekige opstelling met overal een uitloopruimte van tenminste 4,00 meter, is echter in alle gevallen toegestaan. Soms is het praktisch een speelveld te voorzien van een gedeeltelijke afzetting. In het bijzonder aan de zijde waar publiek zich bij voorkeur opstelt in verband met wind of zon. Of met als doel de doorloop van publiek over de velden naar achtergelegen velden te voorkomen. Bij kunstgrasvelden wordt aanbevolen een afzetting aan te brengen die is voorzien van een staafmat of anders harmonicagaas. Dit gaat vervuiling van de mat tegen, onder meer doordat zo meer ballen binnen het veld blijven. Constructie en veiligheid De voorkeur gaat uit naar metalen staanders die onderling verbonden zijn met een metalen leunbuis. Ook andere materialen en constructies zijn toegestaan. Aanbevolen wordt uitstekende bouten van een kunststof dop te voorzien of ze af te slijpen. De scherpe punten van bevestigingsdraad bij harmonicagaas moeten naar beneden worden gericht, al hebben kunststof bevestigingsmaterialen de voorkeur. Bij staalmatten kunnen de bovenzijde én onderzijde het best met een horizontale staaf eindigen, dus zonder uitstekende punten. Toegangspoorten in de afrastering draaien bij voorkeur naar buiten. Bij het aanbrengen van de speelveldafzetting moet ook rekening worden gehouden met het ophangen van reclameborden. In verband met het gewicht van deze borden is een zwaardere bovenbuis een goede optie, of kan de afstand tussen de palen worden aangepast; van 3,00 meter naar bijvoorbeeld 2,50 meter. Met het oog op de gewenste vrije ruimte onder de reclameborden, wordt geadviseerd de leunbuis aan te brengen op 1,00 à 1,20 meter. Uit oogpunt van onderhoud (maaien) is het wenselijk om de gehele afzetting vast te zetten in een verharding. Het is toegestaan aan de binnenzijde van de afrastering een strook verharding (tegelrand) aan te brengen met een breedte van maximaal 0,50 meter inclusief opsluitband. De tegelrand behoort aan te sluiten op het maaiveld. Bij een nieuwe afrastering brengt men tegenwoordig eerst de verharding aan, om vervolgens de gaten te boren waarin de palen komen te staan. Om in bestaande situaties kapwerk van tegels zoveel mogelijk te voorkomen, kan tussen twee rijen tegels een rij klinkers worden aangebracht. Een alternatief is om de afstand aan te passen tussen de staanders aan het straat- of tegelwerk (meestal 2,40 meter of 2,70 meter). Voor het plaatsen van een speelveldafzetting is overigens doorgaans toestemming van de gemeente nodig. Tijdelijke speelveldafzetting Bij renovatie kan het nodig zijn een ander speelveld als tijdelijk hoofdveld in te richten. Hiertoe volstaat een eenvoudige tijdelijke afzetting bestaande uit houten palen of afrasteringpaaltjes, onderling verbonden met metaaldraad of stevig touw. Het gebruik van veiligheidslint of afzettingslint is niet toegestaan. Het gebruik van dranghekken wel. Een tijdelijke afrastering moet zich bevinden op tenminste 3,00 meter uit de grenslijnen. Dug-outs worden buiten deze tijdelijke afzetting geplaatst. Doelen Regels 11 tegen 11 De doelen dienen in het lood op de daarvoor aangegeven plaatsen te worden aangebracht. De binnenwerkse maten van een voetbaldoel zijn 7,32 x 2,44 x 1,50 meter. Doelpalen en doellat moeten dezelfde breedte hebben, liggend tussen 10 en 12 centimeter. De doelen moeten zijn voorzien van doelnetten. De doelpalen en doellat moeten helder wit zijn. De doelen moeten zijn verankerd in de grond. Het gebruik van verplaatsbare doelen is niet toegestaan. Doelpalen en doellat moeten zijn gemaakt van hout, metaal of ander goedgekeurd materiaal. Zij mogen vierkant, rechthoekig, rond of ovaal zijn. Op doelpalen, doellat en doelnetten mogen geen reclame-uitingen, emblemen of (club)logo's staan. De doelen moeten voldoen aan de norm NEN-EN 748 d.d. september 2004. Eventuele spanstangen voor het 'opspannen' van netten moeten minimaal 2,00 meter uit de doellijn staan, in één lijn met de doelpaal. Op een afstand van 3,50 meter uit de doellijn mogen de spanpalen worden geplaatst op 0,50 meter uit de lijn met de doelpaal. 9 tegen 9 De binnenwerkse maten van het voetbaldoel zijn 6,00 x 2,00 x 1,50 meter (Indien niet aanwezig volstaat een doel van 5,00 x 2,00 x 1,50 meter). Doelpalen en doellat moeten dezelfde breedte te hebben, liggend tussen 6 en 12 centimeter. De doelen moeten zijn voorzien van doelnetten. De doelpalen en doellat moeten helder wit zijn dan wel een aluminiumkleur hebben. Verplaatsbare doelen moeten een verankering hebben op tenminste drie punten. De doelen moeten voldoen aan de norm NEN-EN 748 d.d. september 2004. 7 tegen 7 De binnenwerkse maten van het voetbaldoel zijn 5,00 x 2,00 x 1,50 meter. Doelpalen en doellat behoren dezelfde breedte te hebben, liggend tussen 6 en 12 centimeter. De doelen moeten zijn voorzien van doelnetten. De doelpalen en doellat moeten helder wit zijn dan wel een aluminiumkleur hebben. Verplaatsbare doelen moeten een verankering hebben op tenminste drie punten. De doelen moeten voldoen aan de norm NEN-EN 748 d.d. september 2004. 4 tegen 4 De binnenwerkse maten van het voetbaldoel zijn 3,00 x 1,00 meter. Doelpalen en doellat behoren dezelfde breedte te hebben, liggend tussen 6 en 8 centimeter. De doelpalen en doellat moeten helder wit zijn dan wel een aluminiumkleur hebben. Bij dit type doeltjes is normaliter verankering niet nodig, mits voorzien van voldoende steunvlak. Afwijkende kleuren Aluminiumkleurige doelen zijn niet geoorloofd bij elf tegen elf-voetbal. Het is evenmin toegestaan de onderzijde van de palen van een andere kleur verf te voorzien. Kleine deuken in een doelpaal zijn niet direct bezwaarlijk, mits er geen scherpe randen of open kanten aanwezig zijn. Deuken Bij deuken dieper dan 2 centimeter of openingen in de doelpaal is vervanging van de doelpaal verplicht. Open nethaken In de Europese norm NEN-EN 748 staat aangegeven dat open nethaken geen aanbeveling verdienen. Dit vanwege het risico dat er kleding of lichaamsdelen achter kunnen blijven haken. Dit wordt door de KNVB onderschreven. Aanbevelingen Zogenaamde P-doelen of doelen met een andere vorm van netbevestiging, zoals spanstangen, zijn toegestaan mits deze blijvend in het lood zijn gesteld. P-doelen hebben als voordeel dat er gemakkelijker gemaaid kan worden wanneer het net is opgeklapt. Een nadeel is dat P-doelen vaak achteroverhangen en uit het lood komen te staan. Een voldoende diepe bodemverankering is derhalve belangrijk. Een ander aandachtspunt is de aanwezigheid van steunbeugels tussen de doellat en de netsteunen, waardoor deze niet naar binnen kunnen buigen. Een zwak punt blijkt nogal eens de hoekconstructie te zijn. Gelaste hoekconstructies bieden doorgaans meer stevigheid. Aanbevolen wordt de doelhoogte instelbaar te laten zijn. Gebleken is dat het 'uitvullen' van de doelgebieden tot ophoging leidt, zodat de doelhoogte na enige tijd niet meer correct is. In de Spelregels staan geen toleranties ten aanzien van deze hoogte aangegeven. De KNVB gaat ervan uit dat de vereniging de doelhoogte aan het begin van het seizoen opmeet en zo nodig aanpast. Hoekverbindingen moeten zodanig zijn geconstrueerd dat doelpaal en doellat één geheel vormen, zonder scherpe uitsteeksels. Bouten, moeren, nethaken en verstevigingstukken moeten zo nodig worden weggewerkt. Aanbevolen wordt ondersteunende beugels zodanig aan te brengen dat deze niet leiden tot verandering van het doelvlak en dat de bal daardoorheen niet het doel weer kan verlaten. De kokers waarin de doelen staan, moeten voldoende diep zijn en mogen niet boven het maaiveld uitsteken. Verplaatsbare doelen De Spelregels sluiten het gebruik van verplaatsbare doelen niet uit. De International Board geeft wel aan dat deze doelen deugdelijk in de grond moeten worden verankerd. De KNVB heeft echter besloten deze regel niet over te nemen en het gebruik van verplaatsbare doelen in beginsel te verbieden. Voor een aantal gebruikssituaties geldt een uitzondering: In bepaalde, tijdelijke situaties, zoals bij renovatie van een veld, kan het gedurende korte tijd nodig zijn gebruik te maken van verplaatsbare doelen. Verankering of verzwaring is in dit soort situaties altijd verplicht. 7 tegen 7 Vaste of demontabele pupillendoelen die in grondkokers worden geplaatst en na de wedstrijd weer worden verwijderd, hebben de voorkeur. Het kost iets meer werk, maar is wel veiliger. Breng bij gebruik van verplaatsbare doelen de verankering aan op tenminste drie punten; het best aan de drie zijden van het grondvlak. De scheidsrechter of spelleider moet toezien op een deugdelijk aangebrachte verankering die geen gevaar oplevert. Er zijn ook doelen waarvan het bodemraam verzwaard kan worden met vaste of afneembare gewichten. Dit is een goed alternatief, mits de verzwaring consequent wordt aangebracht en erop toe wordt gezien dat het verzwaarde deel op de grond ligt. Aanbevelingen Aanbevolen wordt verplaatsbare doelen die niet in gebruik zijn - buiten de uitlopen- met een ketting en stevig slot vast te maken: aan elkaar, aan de omrastering of aan een gebouw. Zo kan niemand deze zonder toezicht verplaatsen of als speeltoestel gebruiken. Voor gebruik van verplaatsbare doelen op trainingsvelden wordt geadviseerd eenzelfde handelwijze te volgen. Geadviseerd wordt de doelen te verplaatsen in plaats van ze te slepen. Bij voorkeur vindt dit onder toezicht plaats en met minimaal vier personen. Verslepen tast namelijk vaak de hoekverbinding aan. Het gebruik van verplaatsbare doelen met gelaste hoekverbindingen verdient dan ook de voorkeur. Voor het verplaatsen zijn ook speciale karretjes verkrijgbaar. Let er bij aankoop op dat de doelen voldoende grondvlak hebben in relatie tot het opstaande doelvlak. De NEN-EN norm beveelt 2,00 meter aan. Verplaatsbare doelen dienen op een voldoende vlakke en stabiele ondergrond te worden geplaatst. Het gebruik van verplaatsbare (pupillen)doelen met scharnierende zijsteunen, is verboden. Inklapbare pupillendoelen Een bijzondere variant van verplaatsbare doelen, zijn inklapbare pupillendoelen. Het doelframe is voorzien van een (dubbel)scharnierende constructie, die het mogelijk maakt het doel in zijn geheel tegen de afrastering te schuiven en zo de uitloop vrij van obstakels te houden. Dit type doelen is veel in gebruik bij kunstgrasvelden, omdat het lastig is hierop de verplaatsbare pupillendoelen goed te verankeren. Uitsluitend voor pupillen is de toepassing van inklapbare doelen toegestaan mits: Bij gebruik het doel(frame) op de juiste plaats op de doellijn is te plaatsen, met de achterzijde gelijk aan de buitenkant van de doellijn; tijdens het spel het doel op zijn plaats blijft staan en niet is te verschuiven bij aanraking; ondersteunende beugels zodanig zijn aangebracht dat deze niet tot verandering van het doelvlak leiden en de bal daardoorheen niet het doel weer kan verlaten; de constructie niet kan leiden tot verandering of beschadiging van het speelveld en de uitloop; het doel is voorzien van een doelnet waarbij de keeper voldoende ruimte krijgt; doelpalen en doellat een witte of aluminium kleur hebben. Na gebruik de constructie met de rug tegen de afrastering of ballenvanger wordt geplaatst; in ingeklapte toestand de afstand tussen de voorzijde van de constructie en de zijlijn tenminste 3,50 meter bedraagt. Constructie en veiligheid De totale constructie moet voldoende sterk en stijf zijn, opdat bij herhaald gebruik de functie gehandhaafd blijft. In uitgeklapte toestand moet de constructie zodanig geborgd zijn dat het doel op zijn reglementaire plaats blijft staan. In ingeklapte respectievelijk uitgeklapte toestand dient de constructie zodanig geborgd te zijn dat het doel niet spontaan kan uitklappen, inklappen of omvallen. De borging moet niet gemakkelijk ongedaan te maken zijn. De afstand tot de doellijn moet instelbaar zijn. Het doelframe en de overige constructie mogen geen scherpe of uitstekende delen bezitten. Uitstekende bouten moeten afgeslepen worden of worden afgeschermd met kunststof doppen. Randen moeten afgerond worden en er moet zorg gedragen worden voor dat nethaken niet buiten de palen uitsteken (ingebouwde nethaken hebben de voorkeur). Er moet rekening worden gehouden met ongewenst gebruik (bijvoorbeeld als klimrek). Doelnetten Regels Het gebruik van doelnetten is verplicht. Doelnetten moeten op doelmatige wijze aan de doellat, de doelpalen en bodem zijn bevestigd. Doelnetten moeten zodanig worden ondersteund dat ze de doelverdediger niet hinderen. Het is verboden in de doelnetten reclame-uitingen, namen, emblemen of (club)logo's aan te brengen. Het is verboden in doelen en -netten camera's, microfoons, enzovoort aan te brengen. Per veld moeten doelnetten dezelfde kleur(
  7. en)hebben. De doelnetten moeten voldoen aan de norm NEN-EN 748 d.d. september 2004. De maaswijdte bedraagt maximaal 12 centimeter. Voor speciale situaties zijn fijnmazige netten met een wijdte van 4 à 5 centimeter geoorloofd. De doelnetten moeten dusdanig aan doelpalen en -lat vastzitten dat er geen bal door de opening tussen net en paal/lat kan. Bij gebruik van nethaken mag de onderlinge afstand maximaal 25 centimeter zijn. Andere bevestigingsconstructies zijn toegestaan, mits deze tot hetzelfde resultaat leiden. Doelnetbevestigingsconstructies mogen niet leiden tot scherpe of uitstekende delen. Om deze reden zijn open nethaken niet wenselijk. Doelnetbeugels moeten op 2,44 meter hoogte aan de doelpalen worden bevestigd. Het materiaal van de beugels moet voldoende stijf zijn om doorhangen te voorkomen. Het doelnet moet ook voldoende ruim zijn, zodat het niet te strak wordt gespannen. De vrije ruimte die de doelverdediger tot zijn/haar beschikking moet hebben is minimaal 1,50 meter en op doellathoogte minimaal 0,80 meter (NEN-EN 748). Bij P-doelen is het verplicht erop toe te zien dat het doelnet niet doorhangt en daardoor de keeper hindert. Indien nodig moet een kabel/touw tussen de netsteunen worden gespannen. Om het naar binnen buigen van netsteunen te voorkomen, is eveneens een horizontale steun tussen doellat en netsteunen noodzakelijk. Aanbeveling Witte doelnetten van stevig nylon hebben, vanwege betere contrastwerking, de voorkeur. Gekleurde netten zijn toegestaan mits per veld de doelnetten dezelfde kleur(
  8. en)hebben. De maaswijdte moet zodanig zijn dat een bal het doel niet via het net kan verlaten, of via het zijnet in het doel kan komen. Doelnetten kunnen op meerdere manieren aan de grond worden bevestigd: via losse pennen, via latten met pennen of via opklapbare doelnetbeugels. De laatste zijn uit oogpunt van onderhoud de beste keus. De losse pennen, of latten met pennen, zijn bij kunstgrasvelden minder aanbevelenswaardig, in verband met beschadigingen en het mogelijk komen te vervallen van garanties. Het gebruik van (opklapbare) doelnetbeugels mag niet leiden tot een gewijzigd doelvlak of tot gevaarlijke situaties door uitstekende delen van het bevestigingsmateriaal. Hoekvlaggenstok en hoekvlaggen Regels Op elke hoek van het speelveld moet een hoekvlaggenstok met vlag staan. Elke stok moeten tenminste 1,50 meter en maximaal 2,00 meter boven de grond uitsteken en mag aan de bovenkant niet in een punt eindigen. Op hoekvlaggen en hoekvlaggenstokken mogen geen reclame-uitingen, emblemen of (club)logo's staan. Aanbevelingen De hoekvlaggenstok moet zodanig in de grond zijn geplaatst dat deze bij aanraking omvalt of meegeeft. Voorkomen moet worden dat hoekvlaggenstokken breken. Hoekvlaggenstokken zijn bij voorkeur gemaakt van hout of glasfiber en hebben een diameter van 3 à 5 centimeter. Het gebruik van pvc waterleidingpijp of ander hard plastic wordt ontraden vanwege het ontstaan van scherpe punten bij breken. Schuif de hoekvlag bij voorkeur over de hoekvlaggenstok, in plaats van deze met haakjes of oogjes hieraan te bevestigen. De aanbevolen afmetingen van de hoekvlag zijn 60 x 40 centimeter. De vlag moet een opvallende, heldere kleur hebben. Bij voorkeur helder rood, oranje of geel. Dug-Outs / Zitruimte Regels Bij speelvelden waarop standaardelftallen standaard hun wedstrijden spelen - over het algemeen dus het hoofdveld - moeten twee gescheiden dug-outs aanwezig zijn. De dug-outs moeten op minimaal 3 meter uit de zijlijn staan, beide aan dezelfde lange zijde. De onderlinge afstand (tussen de dug-outs) bedraagt minimaal 10 meter en maximaal 40 meter. Het aantal zitplaatsen is gebonden aan de betreffende competitieregels. De maximale breedte van de dug-out/zitruimte is 10 meter. Er mogen geen personen op de dug-outs plaatsnemen. Toelichting De Spelregels geven geen directe informatie over de verplichte aanwezigheid van dug-outs. Het hoofdstuk Instructiezone maakt alleen melding van het 'hebben van een aantal zitplaatsen binnen de instructiezone' ten behoeve van wisselspelers, coaches en begeleiders. Voor de Nederlandse situatie heeft de KNVB aanvullende regels gesteld: de aanwezigheid van twee gescheiden dug-outs, daar waar standaardelftallen standaard hun wedstrijden spelen, is zoals gezegd verplicht. De afmetingen van de dug-out hangen mede af van het ambitieniveau van de vereniging. Het aantal personen dat binnen de speelveldafzetting zitting mag nemen, is exact omschreven: maximaal veertien (zie KNVB Bewaarnummer: besluit Ordemaatregelen AV). Het betreft de oefenmeester, manager, verzorger, clubarts, een verantwoordelijk bestuurslid en pupil van de week, evenals de wisselspelers, met een maximum van het genoemde aantal van veertien. Het is niet verplicht om alle veertien zitplaatsen in een dug-out onder te brengen, als het maar binnen de instructiezone is. De assistent-scheidsrechter controleert het aantal personen op deze plaats en behoort ongewenste personen te laten verwijderen. Bij internationale competities mogen meerdere personen binnen de instructiezone plaatsnemen. De wedstrijdregels bepalen het precieze aantal. De breedte van de dug-outs/zitruimte respectievelijk de instructiezone, moet hierop zijn afgestemd. Het is niet toegestaan om toeschouwers en pers binnen de speelveldafzetting zitplaatsen aan te bieden. Het is toegestaan aan de veldzijde van een dug-out een verharding aan te brengen tot maximaal 0,50 meter, inclusief opsluitband, gemeten vanuit de voorkant en zijkant. De aansluiting van de verharding naar natuurgras of kunstgras moet drempelvrij zijn en mag geen gevaar opleveren voor de spelers. Het is toegestaan om aan één zijde van de dug-out een extra plateau aan te brengen om extra stoelen op te plaatsen voor coaches die liever buiten de dug-out zitten. Het maximum aantal zitplaatsen per team blijft ook dan staan op veertien. De verharding van het plateau moet drempelvrij aansluiten bij de verharding rond de dug-out en de uitloop. Een andere eis is dat in de dug-outs geen (breekbaar) glas wordt verwerkt. Dug-outs dienen bovendien voldoende verankerd te zijn in de bodem. Aanbeveling Het verdient aanbeveling om per zitplaats een breedte van ongeveer 0,50 à 0,60 meter aan te houden. In het amateurvoetbal heeft een dug-out een functionele breedte van 6 tot 8 meter. De binnenwerkse hoogte bedraagt tenminste 1,75 meter. Voor een vrije stahoogte is meestal 2 meter nodig. De diepte van een dug-out is maximaal 1 meter, voor de bankhoogte kan 0,50 meter worden aangehouden. Als zitplaatsen kunnen banken of speciale kuipjes dienen. De constructie mag noch voor spelers in het veld noch voor de inzittenden gevaar opleveren. Hoeken moeten worden afgerond of worden voorzien van zachte materialen. Speciale aandacht wordt gevraagd voor de ondersteuning van de dakconstructie en de bevestiging aan de onderbouw. Dug-outs worden op het maaiveld of verdiept - tot maximaal 0,50 meter aangebracht. Voordeel van een verdiepte uitvoering is een beter zicht voor de toeschouwers. Bij deze dug-outs moet wel rekening gehouden worden dat er geen regenwater vanaf het veld de dug-out in kan lopen. Aanbevolen wordt in de bodemplaat een waterafvoer te maken met aansluiting op de drainage. Nadeel van verdiepte dug-outs is een minder goed zicht voor de inzittenden, waardoor de trainers vaak ernaast gaan zitten of staan. Om de zichthinder voor toeschouwers te beperken, zijn ook doorzichtige materialen in de kapconstructie een oplossing. Deze moeten vandaalbestendig zijn en niet kunnen breken (hard glas, polycarbonaatplaat of bijvoorbeeld lexaan). Dug-outs worden bij voorkeur aan de west- of zuidwestzijde geplaatst, dit in verband met inwaaien en inregenen. Verder moet de constructie voldoen aan de gemeentelijke bouwvoorschriften. Sommige gemeenten eisen een omgevingsvergunning, in andere gemeenten volstaat alleen een melding. Dug-out vierde official In het betaalde voetbal is het gebruikelijk om ook een voorziening aan te brengen voor de vierde official, zodat deze droog kan zitten. Meestal is dit in de vorm van een tweepersoons dug-out, ter hoogte van de middenlijn, bij voorkeur direct naast de spelerstoegang tot het veld. Voor de uitvoering gelden verder dezelfde regels als voor de 'gewone' dug-outs. Ook in het amateurvoetbal is een dug-out voor de vierde official / wisselfunctionaris mogelijk. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: De dug-out is maximaal 2 meter breed. De dug-out moet zijn geplaatst ter hoogte van de middenlijn, aan dezelfde zijde als de overige dug-outs. De voorkant van de dug-out moet op één lijn worden geplaatst met de overige dug-outs. Instructiezone De instructiezone is het gebied waarbinnen de trainer-coach aanwijzingen mag geven, ook wel 'coachvak' of 'technische zone' genoemd. De instructiezone moet voldoende zitplaatsen voor genoemde personen bevatten. Banken, stoelen en dug-outs zijn onderdeel van deze zone. Regels In het amateurvoetbal is op (kunst)grasvelden waar standaardelftallen (mannen senioren) hun competitie- en bekerwedstrijden spelen, een instructiezone verplicht. Hetzelfde geldt voor het grasveld waarnaar een standaardelftal mogelijk moet uitwijken. Wijkt een standaardelftal uit naar een kunstgrasveld, dan geldt deze verplichting niet. De breedte van de instructiezone hangt af van de ruimte die nodig is om het aantal toegelaten zitplaatsen aan te brengen, plus aan weerszijden 1 meter, met een maximale breedte van 12 meter. Een lijn op 1 meter evenwijdig aan de zijlijn begrenst de voorzijde van de instructiezone. Buiten de veldspelers moeten alle tot het speelveld toegelaten personen plaatsnemen binnen de instructiezone. Lijnen De lijnen worden aangebracht met kalk of lijnverf. Op kunstgras is er sprake van een vaste lijn. De breedte van de belijning is 10 tot 12 cm. De lijn die de instructiezone aanduidt, mag zowel doorgetrokken als onderbroken zijn. Bij de aanleg van nieuwe hoofdvelden of het wijzigen van bestaande situaties, bijvoorbeeld bij renovatie of herstructurering, gaat de KNVB er vanuit dat bovengenoemde richtlijnen worden gevolgd. Fotografenlijn Regel Persfotografen mogen zich bevinden binnen een daartoe aangegeven vak binnen de afrastering. Toelichting In de Spelregels staat niets aangegeven over de aanwezigheid van fotografen binnen het speelveld. In het internationale voetbal mogen fotografen en cameramensen plaatsnemen achter de reclameborden. Het besluit Ordemaatregelen vermeldt dat persfotografen zich binnen de afrastering mogen begeven, maar alleen aan weerszijden van de doelen op tenminste 3,50 meter afstand van de doellijn, buiten de 5,5 meter-zone. Als deze ruimte niet aanwezig is, is het fotografen toegestaan tegen de reclameborden/afrastering langs de zijlijn plaats te nemen, ter hoogte van de zestienmeterlijn op de helft waar geen assistent-scheidsrechter loopt. Aanwezige persfotografen moeten zo dicht mogelijk tegen de reclameborden of afrastering zitten/staan. Het is niet de bedoeling dat niet-persfotografen (schrijvende pers) zich binnen de afrastering ophoudt. Spelerspad Regels Tussen de ingang van het hoofdveld en de uitgang van de kleedkamers moet een voldoende breed (minimaal 2 meter) spelerspad aanwezig zijn, dat behoorlijk is afgezet dan wel in voorkomend geval kan worden afgezet. Het spelerspad moet de kortst mogelijke afs

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.