Uitvoerings- en handhavings-strategie Meppel Afkortingen ABRvS Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State APV Algemene plaatselijke verordening Bal Besluit activiteiten leefomgeving Bbl Besluit bouwwerken leefomgeving Bkl Besluit kwaliteit leefomgeving CLO Centric Leefomgeving College College van burgemeester en wethouders van Meppel DSO Digitaal stelstel omgevingsrecht GHOR Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de regio IBT Interbestuurlijk toezicht L&W Team Leefbaarheid & Wijkregie LHSO Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht NVWA Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit OPD Omgevingsplatform Drenthe RI Team Ruimte Initiatief RIEC Regionaal informatie- en expertisecentrum RUDD Regionale uitvoeringsdienst Drenthe U&H Uitvoerings- en handhavingsstrategie VFL Verordening fysieke leefomgeving VRD Veiligheidsregio Drenthe VTH Vergunningverlening, toezicht en handhaving 1.Inleiding Voor u ligt de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie gemeente Meppel (hierna: U&H-strategie). Dit is de nieuwe aanduiding voor het beleid voor vergunningverlening, toezicht en handhaving onder de Omgevingswet. Onder andere de inwerkingtreding van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen geven aanleiding om het huidige toezichts- en handhavingsbeleid te vernieuwen én te kiezen voor het samenvoegen van vergunningverlening, toezicht en handhaving (hierna: VTH) in één document. Op deze wijze willen wij komen tot een richtinggevend kader voor de VTH-taakuitvoering door de teams Ruimte Initiatief en Leefbaarheid & Wijkregie. Deze strategie vervangt de Kadernota toezicht en handhaving (juli 2011), het uitvoeringsbeleid Wet kwaliteitsborging bouwen (vastgesteld college 19 december 2023) en de notitie Toezicht en handhaving in de openbare ruimte van juli
- We stellen dit beleid bij wanneer nieuwe ontwikkelingen of inzichten/ervaringen in de uitvoering daartoe aanleiding geven. 1.1U&H-strategie onderdeel VTH-cyclus Voor de VTH-taken op basis van de Omgevingswet zijn in het Omgevingsbesluit procescriteria opgenomen waaraan de taakuitvoering moet voldoen. Door aan deze eisen te voldoen ontstaat een sluitende cyclus die een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving moet waarborgen. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze cyclus. VTH-cyclusMet procescriteria op basis Omgevingsbesluit Zoals uit de afbeelding op de vorige pagina blijkt, bestaat de U&H-strategie uit een beleidsdeel en een uitvoeringdeel. Concretisering van de strategie vindt plaats in jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. Hierin staan prognoses voor de uit te voeren werkzaamheden. Zo wordt duidelijk waar de beschikbare, personele capaciteit op wordt ingezet en waar niet. Na afronding van een jaar wordt via de jaarverslagen verantwoording afgelegd over de daadwerkelijke taakuitvoering. De Omgevingswet en de VTH-cyclus Er lijken met de inwerkingtreding van de Omgevingswet twee beleidscycli te zijn ontstaan: De VTH-beleidscyclus (BIG8) die gaat over het opstellen van een U&H-strategie (omgevings-/probleemanalyse, prioriteit- en doelstellingen), uitvoeringsprogramma, jaarverslag en monitoring en evaluatie van de doelstellingen en output. Een cyclus die ondersteunend is voor de taakuitvoering door de gemeente. De Omgevingswet beleidscyclus die een integrale benadering bij het benutten én beschermen van de fysieke leefomgeving centraal stelt. Hiervoor worden er “nieuwe” beleidsinstrumenten geïntroduceerd, zoals de Omgevingsvisie (lange termijnambities), Programma’s en het Omgevingsplan (regelgevingskader). De vraag is hoe de twee cycli zich tot elkaar (gaan) verhouden, wetende dat de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan beleidsmatig sterk leidend/richtinggevend moeten gaan worden. Welke rol en invulling krijgt een (Omgevings)programma en kan dit programma een VTH-beleidsplan/U&H-strategie vervangen? De komende jaren zal duidelijk worden hoe de kerninstrumenten van de Omgevingswet en de U&H-strategie zich tot elkaar gaan verhouden. 1.2Reikwijdte U&H-strategie Vaststelling van een U&H-strategie is verplicht voor de omgevingsrechtelijke VTH-taken op basis van de Omgevingswet. Dit betreft de VTH-(medebewinds)taken o.a. op het gebied van bouw, sloop, brandveiligheid, monumenten, reclame, kappen van bomen, natuurbescherming, in- en uitritten, waarvoor het college verantwoordelijk is. De verplichting geldt niet voor de VTH-taken op het gebied van de openbare orde en veiligheid, waarvoor de burgemeester verantwoordelijk is. In Meppel is al eerder de keuze gemaakt om het beleid voor alle gemeentelijke toezicht- en handhavingstaken te bundelen in één beleidsdocument. Wij hebben ervoor gekozen deze benaderingswijze te continueren en hierbij nu ook de vergunningsverlening te betrekken. Op deze manier beogen wij tot een meer integrale benadering van het gemeentelijke beleid voor de leefwereld te komen. De VTH-taken op het gebied van milieu (brede VTH-taken milieu) zijn niet in deze strategie opgenomen. Voor deze taken is een uniforme U&H-strategie1Voor de VTH-taakuitvoering milieu hebben de 12 Drentse gemeenten en de provincie Drenthe gezamenlijk een uniforme Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Drenthe 2022-2024 vastgesteld. Drenthe gemaakt. Deze regionale strategie geeft richting aan de taakuitvoering van de RUD Drenthe (hierna: RUDD) en wordt in 2024 geactualiseerd. De advisering en het toezicht op het gebied van brandveiligheid worden uitgevoerd door de Veiligheidsregio Drenthe (hierna: VRD). De VRD en RUDD doen zelf verslag over deze taakuitvoering. Wel is bij het maken van deze U&H-strategie afstemming gezocht met de ketenpartners (politie, RUDD en VRD). 1.3Terugblik en vooruitblik In de voorbereiding op deze U &H-strategie is een terugblik gedaan op de ervaringen in de afgelopen jaren met de VTH-beleidscyclus. Ook is een vooruitblik gedaan op ontwikkelingen die naar verwachting de komende jaren van invloed gaan zijn op de VTH-uitvoeringspraktijk. In essentie moet er aandacht zijn voor: Actueel (houden) uitvoeringsbeleid en meetbare beleidsdoelstellingen; Implementatie van beleid; Actueel houden vergunningenbestand en afspraken over archivering vergunningen; Verbinding maken tussen gemeentelijke opgaven/bestuurlijke ambities, strategisch beleid, en VTH-uitvoering; Vertaalslag van de beleidskeuzes/prioriteiten in uitvoeringsprogramma en doorwerking in de VTH-organisatie; Verbinding tussen/input vanuit VTH-beleidscyclus op beleidscyclus Omgevingsvisie, -programma en -plan; Commitment op risicogestuurd werken door bestuur en organisatie. Bovengenoemde aandachtspunten worden meegenomen in dit document. De uitkomsten van de terugblik en vooruitblik zijn uitgebreider terug te lezen in bijlage
- 1.4Leeswijzer Deze U&H-strategie is opgebouwd uit 2 delen. In het eerste beleidsvormend deel staan de hoofdlijnen van de wet- en regelgeving en het overige voor VTH relevante kader (hoofdstuk 2), de uitgangspunten en doelstellingen voor VTH (hoofdstuk 3) en de beleidsmatige prioriteiten voor de taakuitvoering (hoofdstuk 4). In de bijlagen 1 tot en met 3 zijn de terugblik en vooruitblik, een overzicht van wet- en regelgeving en beleid en de risicomatrix opgenomen. Het tweede deel gaat over het uitvoeringskader. Hierin wordt de vertaalslag gemaakt van de uitgangspunten, doelstellingen en prioriteitstelling in het beleidsdeel naar de strategieën/werkwijzen (preventie, verkennen initiatief, behandelen meldingen en vergunningen, uitoefening toezicht, handhaving/sanctionering en gedogen) voor de VTH-uitvoeringspraktijk. 2.Kader richtinggevend voor VTH In dit hoofdstuk schetsen wij op hoofdlijnen de belangrijkste wet- en regelgeving, bestuurlijke ambities en het beleid dat ziet op de fysieke leefomgeving, openbare ruimte en openbare orde. Inzicht in deze richtinggevende context is nodig voor een goede VTH-taakuitvoering. Het verbinden van ambities/strategisch beleid met en de doorwerking ervan in de VTH-uitvoering is nodig om in de praktijk de juiste dingen te kunnen doen. De belangrijkste doelen waaraan VTH moet bijdragen en uitvoeringsprincipes voor VTH zijn: het hoofddoel voor de fysieke leefomgeving volgend uit artikel 1.3 Omgevingswet: de 4 verbeterdoelen en uitvoeringsprincipes die de Omgevingswet beoogt: De Omgevingswet is nodig om te komen tot één afgestemd instrumentarium voor de integrale aanpak van nieuwe initiatieven en de duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Om dit voor elkaar te krijgen zijn vier verbeterdoelen benoemd: Het vergroten van de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht; Het bewerkstelligen van een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving; Het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte door een actieve en flexibele aanpak mogelijk te maken voor het bereiken van doelen voor de fysieke leefomgeving; Het versnellen en verbeteren van besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving. Minstens zo belangrijk als inhoudelijke kennis zijn vaardigheden, een andere houding en gedrag, om op een goede manier invulling te geven aan de instrumenten, zoals: integraal denken en handelen, meer samenwerking binnen en tussen organisaties, meer meedenken met initiatiefnemers en uiteraard de omgeving waar het initiatief plaatsvindt. De uitvoeringsprincipes onder de Omgevingswet zijn: Een “ja mits” benadering; Integrale in plaats van sectorale afwegingen; Loslaten van regels en uitgaan van vertrouwen; Van omgevingsvergunningen naar algemene normen; Van toetsing vooraf naar toetsing achteraf; Het vooropstellen van een activiteit boven een norm. Deze uitvoeringsprincipes komen ook terug in de Koers van Meppel. Deze uitvoeringsprincipes komen ook terug in de Koers van Meppel. de doelen van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. De toets vooraf op de bouwplannen wordt vervangen door de toets in de praktijk. Daarnaast wordt de aansprakelijkheid van aannemers ten opzichte van particuliere en professionele opdrachtgevers uitgebreid. Met de Wkb verandert de rol van gemeenten tijdens en na het bouwproces. Vooralsnog alleen voor nieuwbouwactiviteiten in gevolgklasse
- de doelstellingen volgend uit het Integraal veiligheidsplan2Integraal veiligheidsplan Zuidwest Drenthe van de samenwerkende gemeenten Westerveld, Midden-Drenthe en Meppel, vastgesteld door gemeenteraad van Meppel op 28 september 2023 Voor zover voor het realiseren van de doelstellingen in het Integraal veiligheidsplan (hierna: IVP) inzet op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving nodig is, worden deze activiteiten meegenomen in deze strategie. de middellange termijnambities volgend uit coalitieakkoord 2022-2026 In het coalitieakkoord van de gemeente Meppel is bepaald welke opgaven deze raads- en collegeperiode in het bijzonder aandacht moeten krijgen. Ambities die raken aan de VTH-taakuitvoering zijn onder andere: het versnellen en uitbreiden van de woningbouw in de Nieuwveense Landen; het energie- en CO2-neutraal maken van huurwoningen; de aandacht voor cultuurhistorisch erfgoed; het blijven ondersteunen van de bedrijveninvesteringszone; nieuw parkeerbeleid; verduidelijken hondenuitlaatstroken en losloopgebieden in wijk/dorpen; het stimuleren van verduurzamingsmaatregelen. 3.Uitgangspunten en doelstellingen VTH Zoals uit het vorige hoofdstuk blijkt, moet VTH bijdragen aan het realiseren van diverse (verbeter)doelen in landelijke en lokale wet- en regelgeving, bestuurlijke ambities en beleid. Dit moet gebeuren binnen een speelveld dat de komende jaren nog sterk in ontwikkeling is. Niet alleen door de verdere implementatie van de Omgevingswet en Wkb, maar ook door de ontwikkelingen o.a. op het gebied van ondermijning. Met onderstaande richtinggevende uitgangspunten en doelstellingen willen wij komen tot een meer efficiënte en effectieve VTH-uitvoeringspraktijk, waarbij de risico’s van niet-naleving tot een minimum zijn beperkt, gegeven de beperkt beschikbare middelen en capaciteit. 3.1Uitgangspunten Doorwerking risicogericht werken in uitvoeringspraktijk – Niet alles is te toetsen en te controleren. Daarom is de inschatting van de risico’s voor de leefomgeving mede bepalend voor de inzet van de beschikbare capaciteit. Dit geldt zowel bij de afhandeling van aanvragen en meldingen, de uitoefening van toezicht en handhaving en de afhandeling van (klacht)meldingen en handhavingsverzoeken. Naast inzet op basis van een prioriteitstelling blijven ook algemene surveillance/controles nodig. Bij het stellen van prioriteiten willen we, naast gebruikmaking van een risicomethodiek, ook informatie uit signalen en ervaringen vanuit de samenleving gaan betrekken. Meer preventief en integraal werken – Stimuleren van naleefgedrag heeft de voorkeur boven afdwingen van naleefgedrag: ”Voorkomen is beter dan genezen”. Preventief werken, zoals voorlichting, zichtbaarheid toezicht, uitleg van regels, vraagt blijvende aandacht. Dit vraagt ook om continue aandacht voor ontwikkelingen in de regelgeving, zodat gemeentelijke regelgeving en gemeentelijk beleid actueel, begrijpelijk en toegankelijk zijn/is. Wij willen werken als 1- loket en bevorderen een integrale verkenning van initiatieven en integrale controles. Doorontwikkeling informatiegestuurd werken - We kunnen niet overal tegelijk zijn. Daarom willen we meer gebruik maken van bestaande informatie(bronnen), het analyseren van data en komen tot informatie die in beeld brengt waar onze inzet het meest nodig is. Zicht op zaken krijgen, start met een goede gegevensregistratie. Weerbare en integere organisatie - We zijn een weerbare en integere organisatie en willen niet dat burgers of bedrijven vergunningen of toestemmingen gebruiken dan wel misbruiken om crimineel geld wit te wassen of criminele activiteiten te plegen. Activiteiten die ondermijnend zijn voor de rechtsorde krijgen prioriteit en gedogen we niet. 3.2Doelstellingen Om de realisatie van de doelstellingen te kunnen monitoren en verantwoorden worden onder de doelstellingen acties dan wel indicatoren benoemd. Doelstelling 1 We streven naar een goede uitvoeringskwaliteit en vermindering kwetsbaarheid bij de uitvoering VTH-taken. De basis wordt verder op orde gebracht: In 2024 is in beeld gebracht welke verordeningen, beleid(sregels) en aanwijzingsbesluiten er zijn, wat de status is, wat ontbreekt dan wel moet worden geactualiseerd. Voor de actualisatie wordt een planning gemaakt. V.w.b. de actualisatie van regelgeving/beleid op het gebied van het omgevingsrecht wordt aangesloten bij de omzetting van het omgevingsplan. V.w.b. de actualisatie van regelgeving/beleid op basis van de APV en bijzondere wetten wordt in 2024 gestart met het actualiseren van de APV. Aandacht voor de mate waarin de uitvoering voldoet aan de kwaliteitscriteria 3.
- Vanuit juridische kwaliteitszorg worden: leerpunten uit o.a. bezwaarbehandeling en handhavingsprocedures twee keer per jaar met vergunningverleners en toezichthouders besproken en indien nodig verbeteracties daarop ingezet; trainingen verzorgd over de basiskennis Awb of nieuwe wet-/regelgeving indien uit de praktijk blijkt dat het kennisniveau hierover te kort schiet. In 2025 wordt als stap in het werkproces bij de daarvoor in de Beleidsregel Bibob geprioriteerde activiteiten beoordeeld/afgewogen of een Bibob-toets moet worden uitgevoerd. We monitoren de afhandeltermijnen van aanvragen en verantwoorden deze in de VTH-jaarverslagen. Doelstelling 2 We stimuleren (spontaan) naleefgedrag van inwoners, bedrijven en organisaties. Via actuele, begrijpelijk informatie en wegwijzers op de website wordt iemand die zoekend is naar bouwmogelijkheden, sloopmogelijkheden, brandveiligheidseisen etc. de juiste route gewezen. In samenwerking met Communicatie krijgt dit aandacht bij de inrichting van de nieuwe website. Door middel van o.a. informatiegesprekken en intaketafels worden plannen van initiatiefnemers integraal verkend, wordt informatie verstrekt en duidelijkheid gegeven over de wenselijkheid en haalbaarheid ervan. Op basis van de ervaringen in 2024 moet duidelijk worden welke vormen van omgevingsoverleg in Meppel worden aangeboden. Hierop wordt de Legesverordening aangepast en hierover wordt actief naar buiten toe gecommuniceerd. In 2024 en 2025 gaan we: het aantal steekproeven en de uitkomsten van de steekproefcontroles bij bouwwerken in gevolgklasse 1 monitoren. Hiermee verkrijgen we inzicht in het aantal bouwwerken dat voldoet dan wel niet voldoet aan de bouwtechnische eisen; de aangeleverde dossiers bevoegd gezag bij de gereedmelding controleren op het volledig zijn van de documenten. Op basis hiervan ontstaat inzicht in het naleefgedrag van de Wkb, evalueren we de gemaakte keuzes over de uitvoering van de Wkb en stellen deze zo nodig bij. Vanaf 2025 gaan we bijhouden: in hoeveel gevallen een informeel gesprek met een overtreder leidt tot beëindiging van de overtreding, waardoor verdere handhaving niet nodig; het aantal bezwaarzaken dat middels een informeel gesprek is afgehandeld, waardoor behandeling bij de commissie bezwaarschriften niet nodig is. Doelstelling 3 We willen komen tot meer informatiegestuurd werken en onderzoeken de mogelijkheden daartoe. In 2024 is er een overzicht gemaakt van gegevens die minimaal nodig zijn voor het maken van prognoses en verantwoording van activiteiten in het VTH-uitvoeringprogramma respectievelijk jaarverslag. In 2025 worden CLO en het nieuwe zaaksysteem zodanig ingericht dat de benodigde plannings- en verantwoordingsinformatie hier eenvoudig uit te halen is. Met de medewerkers worden afspraken gemaakt over de wijze van gegevensregistratie en hun rol daarin. Doelstelling 4 Wij voeren onze VTH-taken binnen het omgevingsrecht risicogestuurd uit binnen gestelde termijnen en juridische eisen, aan de hand van de prioriteitstelling in hoofdstuk 4 Bouwactiviteiten in de gevolgklassen 2 en 3 worden integraal getoetst. Eventuele afwijking van dit niveau wordt verantwoord in de VTH-jaarverslagen. Voor het toezicht wordt gebruik gemaakt van het landelijk erkende toezichtprotocol. Onder de Omgevingswet en Wkb zijn er meer algemene regels, zorgplichten en is er meer ruimte voor maatwerk. Dit maakt het houden van toezicht complexer en vraagt een andere invulling van de toezichtrol. Op basis van ervaringen in het veranderend speelveld willen we in samenspraak met interne en externe stakeholders komen tot toekomstbestendige vormen van toezicht. Doelstelling 5 We voeren taken op het gebied van leefbaarheid en openbare orde en veiligheid deels signaalgestuurd en deels risicogestuurd uit. O.b.v. de prioriteitstelling in hoofdstuk 4 van deze strategie worden de hoog geprioriteerde activiteiten uitgewerkt in het VTH-uitvoeringsprogramma in: dagelijkse, preventieve surveillance; wijkgerichte surveillance; thematische- en actiegerichte surveillance; ntegrale controles in zogenoemde risicobranches. Bij grotere, op jongeren gerichte evenementen en horecabedrijven waarover signalen bekend zijn, worden controles uitgevoerd op het schenken aan minderjarigen. Om te komen tot een meer risicogestuurde afhandeling van signalen (meldingen, waarnemingen collega’s/ketenpartners) maken we scherpere procesafspraken over de routing van signalen en rollen van partijen, zodat partijen de juiste verwachtingen van elkaar hebben. In 2024/2025 maken we een prioriteitenladder met voorbeelden van activiteiten of situaties die een indicatie geven voor de prioriteit van een signaal/melding en helpt bij de beoordeling of directe actie nodig is. 4.Omgevingsanalyse Zoals uit de vorige hoofdstukken blijkt, is het VTH-takenpakket breed, complex en continu in ontwikkeling. Echter de personele capaciteit en financiële middelen zijn beperkt en niet alle taken zijn even belangrijk of risicovol. Daarom is het risicogestuurd werken één van de uitgangspunten voor VTH. Op basis van een risicoafweging van lokale omstandigheden (gebieds- en risicoanalyse) wordt een prioritering op domeinniveau aangebracht. De basis hiervoor is de risicomatrix in bijlage
- 4.1Gebiedsanalyse Op hoofdlijnen zijn de rijke historie, handelsgeest en logistieke ligging te midden van water, spoor en weg kenmerkend voor de gemeente Meppel. Dit maakt dat Meppel een gunstig vestigingsklimaat heeft voor ondernemers. Het is een relatief kleine gemeente met een veel groter verzorgingsgebied. Meppel heeft een karakteristieke binnenstad met alle voorzieningen die grote steden hebben. Daarnaast is er veel aandacht voor leefbaarheid, groen, erfgoed en behoud van de dorpse sfeer zoals in Nijeveen, Rogat, De Schiphorst en Broekhuizen. De stad toont nog steeds haar historische karakter, met de oude panden, de grachten, het overzichtelijke en het karakteristieke centrum. Het omliggende gebied werd en wordt gebruikt als landbouwgebied. Met grote verschillen in het landschap op het zand en op het veen. 4.2Risicoanalyse De risicoanalyse geeft inzicht in waar de grootste risico’s zitten, wanneer wet- en regelgeving niet wordt nageleefd. Er is in 2021 een risicoanalyse gemaakt. De verbrede reikwijdte van de Omgevingswet en verschuiving van bouwtaken naar de private sector (Wkb) brengen mogelijk nieuwe risicocategorieën voor VTH met zich mee. Ook op het gebied van openbare orde en veiligheid/ondermijning zijn er ontwikkelingen die mogelijk leiden tot andere risico’s. Voor 2024 hebben we een actualisatie gedaan op de bestaande risicoanalyse. Met de boa’s, toezichthouders, vergunningverleners en diverse intern, betrokken adviseurs/disciplines is gekeken of op basis van hun ervaringen de geprioriteerde onderwerpen nog de hoogste prioriteit hebben. We willen in 2024 en 2025 ervaring op gaan doen met de nieuwe wetten en ontwikkelingen blijven volgen. Dit geeft inzichten over het naleefgedrag in het nieuwe speelveld en kan aanleiding zijn een nieuwe risicoanalyse te maken en daarbij ook te kijken naar de methodiek van risicoanalyse. De huidige risicoanalyse onderscheidt risico’s per beleidsdomein. Wellicht is een meer integrale, gebiedsgerichte benadering van risico’s (centrum-, woon-, haven-, industrie- en buitengebied) in aansluiting op de functietoedeling in de omgevingsvisie en het omgevingsplan te overwegen. 4.3Methodiek van risicoanalyse De uitgevoerde risicoanalyse heeft betrekking op de volgende domeinen: bouwen (nieuwbouw/verbouw) bouwen (bestaande bouw) slopen brandveiligheid erfgoed ruimtelijke ordening APV Alcoholwet evenementen ondermijning In de risicomatrix in bijlage 3 zijn per domein in beeld gebracht: problemen/overtredingssoorten; de effectscores; risico-inschatting; prioriteit (hoog-gemiddeld-laag). De risicoanalyse volgt een veel gebruikte methode3Door het Expertisecentrum Rechtshandhaving van het Ministerie van Justitie ontwikkelde aanpak in het kader van programmatisch handhaven waarbij een risico gezien wordt als combinatie van kans op voordoen en het effect wanneer dit gebeurt. De effectscore is opgedeeld in zes categorieën die allemaal dezelfde weging krijgen: Veiligheid (fysiek letsel (gewonden/doden) dat direct ontstaat); Gezondheid (schade aan de gezondheid van de mens); Duurzaamheid; Leefbaarheid; Financieel/economisch; Bestuurlijk imago. Het risico wordt voor elk van deze onderdelen gescoord van 1 – 5 en hier wordt vervolgens een gemiddelde van genomen als score voor effect. Deze wordt vermenigvuldigd met de ‘kansscore’ van 1-5 en vormt de risicoscore. Aan de risicoscore is vervolgens per domein een kleurcode gekoppeld, waarbij rood staat voor prioriteit hoog, geel staat voor prioriteit gemiddeld en groen staat voor prioriteit laag. 4.4Uitkomsten probleem- en risicoanalyse (prioriteit hoog) Op basis van de in 2024 geactualiseerde uitgevoerde probleem-/risicoanalyse hebben onderstaande activiteiten een hoge prioriteit: Activiteiten prioriteit hoog binnen het Omgevingsrecht Bouwen (nieuwbouw/verbouw) Handelen zonder of in strijd met een omgevingsvergunning activiteit bouw met op: kamerverhuur; inrichtingsvereisten horeca (ventilatie, geluid etc); logiesgebouw, restaurant, café, horeca, bedrijf, kantoor, winkel. Bestaande bouw illegale huisvesting studenten en arbeidsmigranten (i.r.t. toezicht op BRP) Brandveiligheid Handelen in strijd met melding brandveilig gebruik Woonfunctie groepszorgwoning (bewoning in groepsverband met zorg) verzorgingstehuis kamerverhuur > 4 personen logiesfunctie Bijeenkomstfunctie
- kinderdagverblijf/scholen
- café Industriefunctie
- Opslag gevaarlijke stoffen
- Fabriek >100 personen Sportfunctie Zwembad/sportaccommodatie Erfgoed Onomkeerbare beschadiging van erfgoed, cultuurhistorische en aardkundige waarden (verwaarlozing en/of /zonder vergunning werken aan monumenten) Gebruik openbare ruimte/Verordening fysieke leefomgeving Afval – illegale stort (meldingen afvaldumpingen, bijplaatsingen ondergrondse containers en zwerfvuil) Verrommeling/verloedering openbare ruimte (buurtfeest, vervuiling, controle reclame, terrassen, uitstallingen, aanhangwagens) Openbaar groen (oneigenlijk gebruik/parkeren in plantsoenen of beschadigen/rooien van bomen en struiken) Hinder op de omgeving door evenementen (geluid, bezoekers, start- en eindtijden)4 Gemeenten moeten de instructieregels in acht nemen die in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan. Het gaat bijvoorbeeld om instructieregels voor geluid en externe veiligheid. Deze instructieregels zijn gericht op de veiligheid van de bezoekers van de evenementen en het voorkomen van overlast op de omgeving.Evenementen die effect hebben op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving moeten ruimtelijk ingepast worden. Surveillance gebieden betaald parkeren en parkeren voor vergunninghouders (volgens nieuw parkeerbeleid 2024) Handhaving op verkeerd gestalde fietsen, weesfietsen en fietswrakken Activiteiten prioriteit hoog APV en bijzondere wetten APV Overlast van jongeren (meldingen overlast jeugd, wildplassen) Loslopende honden en bijtincidenten Actueel zijn prostitutie- en exploitatievergunningen Periodiek toezicht op prostitutiebedrijven Periodiek toezicht op (horeca)exploitatievergunningen Alcoholwet Actueel houden/overzicht geldende drankwetvergunningen, inclusief aanhangsel leidinggevende(n) Toezicht op alcoholverstrekking in horecabedrijven, bij evenementen en vanuit supermarkten? (verkoop en doorgeven aan minderjarigen) Evenementen Toezicht organisatie evenement conform aanvraag/handelen volgens evenementenvergunning Coffeeshopbeleid Periodiek toezicht op de gedoogcriteria voor coffeeshops in het lokale coffeeshopbeleid Opiumwet Bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet (afwegen bestuurlijke maatregel, opleggen sanctie, controle verzegeling woning/lokaal) volgens vastgestelde beleidsregels Ondermijnende criminaliteit Inzetten van een Bibob-onderzoek bij vergunningverlening volgens de Bibob-beleidsregel Deelname integrale toezichtcontroles bij risicobranches (thema- , fenomeen- of branchegericht) Fysieke aanwezigheid/gebiedsgericht toezicht om meer/eerder zicht te krijgen op jonge aanwas, mensenhandel, criminele activiteiten etc. in wijken/buurten en het buitengebied. In de risicomatrix in bijlage 3 is te lezen welke activiteiten een gemiddelde dan wel lage prioriteit hebben. Bij deze activiteiten doen we wat wettelijk moet (zoals het toetsen van een aanvraag of uitvoering geven aan onze beginselplicht tot handhaven), maar we doen dit globaler en veelal reactief. Calamiteiten met acuut gevaar (= onverwachte gebeurtenissen die zich voordoen en die ernstige schade kunnen veroorzaken) krijgen altijd prioriteit. Deze zijn niet apart benoemd in de risicoanalyse omdat dit zich bij alle activiteiten kan voordoen. Indien landelijke, regionale of lokale ontwikkelingen en bestuurlijke ambities daartoe aanleiding geven, kan de prioriteitstelling worden aangepast. Dit kan leiden tot verschuivingen binnen het VTH-takenpakket dan wel noodzaken tot (tijdelijke) formatie-uitbreiding/inhuur. In het Uitvoeringsdeel van deze strategie en de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s wordt de prioriteitstelling verder uitgewerkt. 5.Borging uitvoering, monitoring & rapportage Om de VTH-taken uit te kunnen voeren en de beleidsdoelen te realiseren zijn financiële en personele middelen nodig. Voor de wettelijke taken op grond van de Omgevingswet is de gemeente verplicht om de benodigde en beschikbare personele en financiële middelen inzichtelijk te maken en in de begroting te borgen. (art. 13.10 Omgevingsbesluit). In dit hoofdstuk maken wij inzichtelijk hoe wij de VTH-taakuitvoering in Meppel borgen. 5.1Financiële middelen Het huidige formatieomvang voor VTH is het vertrekpunt. Bij de daadwerkelijke uitvoering in een jaar kan blijken dat de beschikbare en benodigde middelen niet in evenwicht zijn. Een eventueel verschil tussen wat beschikbaar en benodigd is, zal in het jaarlijkse VTH-uitvoeringsprogramma en VTH-jaarverslag tot uitdrukking worden gebracht. De kosten die zijn gemoeid met de uitvoering van VTH-taken bestaan voornamelijk uit personele kosten, de gemeentelijke bijdrage aan de RUDD en de VRD en een budget van € 20.300,- voor onvoorziene uitgaven. Deze uitgaven zijn geborgd in de programmabegroting. Bij wijziging van de taakuitvoering, bijvoorbeeld door een wetswijziging of bestuurlijke ambitie, worden de budgettaire effecten daarvan meegenomen in de reguliere begrotingscyclus. Tegenover de uitgaven staan legesinkomsten, die over een langere periode niet meer dan kostendekkend mogen zijn. Niet alle taken komen in aanmerking voor dekking vanuit leges. Onder andere de afhandeling van meldingen (sloop, brandveiligheid, nieuwbouw gevolgklasse 1), beleidsvorming, bezwaar- en beroepsprocedures en toezicht en handhaving van de bestaande gebouwenvoorraad is uitgesloten van legesheffing. 5.2Personele middelen/uitvoeringsorganisatie De VTH-taken zijn in Meppel bij meerdere teams belegd. Het team RI is onder andere verantwoordelijk voor het omgevingsbeleid (omgevingsvisie, -programma en -plan) en de verlening van omgevingsvergunningen. Binnen het team L&W zijn bijna alle toezicht- en handhavingsfuncties (APV, Boa’s domein 1 en Omgevingswet) ondergebracht. Van dit team maken ook de wijkregisseurs, het cluster ondermijning en vergunningverleners APV deel uit. De verschillende onderdelen van dit team moeten gezamenlijk de oren en ogen en een eerste aanspreekpunt voor de inwoners van de wijken zijn. Binnen dit team is ook de eerstelijns, juridische advisering over toezicht/handhaving, APV en ondermijning ondergebracht. Daarnaast worden er door andere organisatieonderdelen ondersteunende taken uitgevoerd, zoals: tweedelijns juridische advisering, financiële diensten (legesheffing, invordering verbeurde dwangsommen, facturering), juridische diensten (commissie voor de bezwaarschriften) en administratieve diensten (centrale registratie/KCC). Voldoen aan landelijke kwaliteitscriteria Om een goede kwaliteit van de uitvoering van VTH-taken te waarborgen, heeft de gemeenteraad bij verordening5Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht, vastgesteld bij raadsbesluit van 21 december 2023.. Met ingang van 1 januari 2025 gelden de kwaliteitscriteria 3.
- bepaald dat de landelijke kwaliteitscriteria van toepassing zijn. Dit betekent dat de uitvoering van VTH-taken moet voldoen aan de landelijk, actuele kwaliteitscriteria. In artikel 5, tweede lid, van deze verordening moet het college de actuele kwaliteitscriteria en explainmodules vaststellen. Dit moet nog gebeuren. De kwaliteitscriteria stellen eisen aan de omvang van de formatie en het vakmanschap van medewerkers (minimum aantal fte’s, frequentie taakuitvoering, opleiding, kennis en ervaring) voor de taakuitvoering op basis van de Omgevingswet. Vanuit deze verordening zijn we verplicht verantwoording af te leggen aan de gemeenteraad over de mate waarin wij voldoen aan de naleving van de kwaliteitscriteria. Dit zullen wij doen via het VTH-jaarverslag. Wettelijk, verplichte kwaliteitseisen boa’s Boa’s moeten jaarlijks verplichte en/of relevante Permanente Her- en Bijscholing volgen, zoals: Alcoholwet; EHBO; training Verkeersregelaar; trainingen aanpak overlast en andere feiten die leefbaarheid aantasten binnen openbare ruimte, waaronder het opstellen van processen-verbaal; gespreks- en benaderingstechnieken, conflictbeheersing, weerbaarheid, de-escalatie, oefencasussen en reflectie op praktijkgevallen. Boa’s met de geweldsbevoegdheid en geweldsmiddelen: jaarlijks verplichte toetsing door de Nederlandse Politieacademie op grond van de Regeling Toetsing Geweldsbeheersing. Functiescheiding We hanteren een scheiding tussen vergunningverlening en toezicht en handhaving. De scheiding ligt vast in functiebeschrijvingen. 5.3Samenwerking/afstemming Bij de uitvoering van de VTH-taken zijn verschillende interne adviseurs (zoals verkeer, afvalinzameling, ruimtelijke ontwikkeling, duurzaamheid, civiel-techniek, ecologie, beheer openbare ruimte, archeologie, participatie etc.) betrokken. Ook werkt de gemeente nauw samen met andere overheden en instanties, onder andere: Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe De twaalf Drentse gemeenten en de provincie Drenthe werken samen in de RUDD, waarin alle milieutaken zijn ondergebracht zoals vergunningverlening, meldingen, toezicht, handhaving, bodemtaken en milieuspecialismen. Bij de totstandkoming van de RUDD is bestuurlijk per 1 januari 2016 gewerkt met de “Drentse Maat” waarin een gemeenschappelijk gedragen niveau voor de VTH-taakuitvoering geldend voor alle deelnemers is vastgelegd. Hierbinnen is per deelnemer ruimte voor meerwerk waarvoor wordt betaald. De gemeente Meppel is opdrachtgever voor de RUDD en blijft verantwoordelijk voor het beleid dat de RUDD moet volgen. Voor de VTH-taakuitvoering milieu hebben de 12 Drentse gemeente en de provincie Drenthe de uniforme Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Drenthe 20222-2024 vastgesteld. Deze regionale strategie wordt op het moment van schrijven van de U&H-strategie Meppel geactualiseerd. Veiligheidsregio Drenthe De VRD is een samenwerkingsverband van de 12 Drentse gemeenten waaronder vallen de brandweer Drenthe, Crisisbeheersing en GHOR-Drenthe. Kerntaak van Veiligheidsregio is Voor het onderdeel brandveiligheid wordt advies ingewonnen bij de VRD over de brandveiligheidsrisico’s bij een aanvraag om omgevingsvergunning. Ook wordt toezicht gehouden op het brandveilig gebruik van gebouwen, al dan niet in combinatie met gemeentelijk toezicht. Politie en Openbaar Ministerie De Politiewet bepaalt dat boa’s, bij de uitoefening van hun taken, samen moeten werken met politieagenten. Het standpunt van de politie over de samenwerking met boa’s is vastgelegd in de Notitie Boa en politie, niet naast elkaar maar met elkaar. Over de samenwerking zijn geen landelijke werkafspraken gemaakt. Lokale samenwerkingsafspraken moeten binnen de driehoek (burgemeester, Openbaar Ministerie en politie) worden gemaakt en vastgelegd in een handhavingsarrangement. In 2021 zijn de samenwerkingsafspraken met het basisteam van de politie Zuidwest-Drenthe vastgelegd in een handhavingsarrangement. Het handhavingsarrangement sluit aan op het Integraal Veiligheidsplan. In 2024 is dit handhavingsarrangement via toevoeging van een “Aanhangsel aanvullende bevoegdheden boa’s verkeershandhaving” geactualiseerd. De boa’s werken samen met de politie, met name op het terrein van evenementen, Alcoholwet en jeugd. De samenwerking is praktisch en operationeel. Informatie wordt soms gedeeld en besproken. De boa’s nemen maandelijks deel aan het wijk- en jeugdagenten-overleg van de politie. Ook worden er gezamenlijk acties uitgevoerd, bijvoorbeeld met betrekking tot inrijverboden en horeca. Samenwerking gemeente Westerveld en Drentse gemeenten De gemeente Meppel heeft met de gemeente Westerveld een convenant gesloten, op basis waarvan de gemeentelijke boa’s elkaar helpen in geval van ziekte, verlof, calamiteiten en piekmomenten. Een vergelijkbaar convenant is eind 2020 gesloten met alle Drentse gemeenten, waardoor het nu mogelijk is om alle boa’s, indien nodig, in heel Drenthe in te zetten. Waterschap Met het Waterschap Drents Overijsselse Delta wordt samengewerkt op het gebied van vooral waterkwantiteit en het beschermen van primaire en secundaire waterkeringen. Het waterschap verleent vergunningen op basis van de Omgevingswet. RIEC Noord-Nederland Het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (hierna: RIEC) richt zich op bestrijding van ondermijnende criminaliteit en verbindt informatie, expertise en slagkracht van verschillende overheidsinstanties. Het RIEC ondersteunt de gemeente bij de aanpak van ondermijning. Andere partners Waar nodig worden ook andere partners betrokken bij de uitvoering, onder andere de NVWA, Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer, woningcorporaties en belangenverenigingen. In OPD-verband zijn ketenafspraken gemaakt over de samenwerking tussen de bevoegde gezagen en ketenpartners onder de Omgevingswet (uniforme werkprocessen en servicetermijnen - juni 2023). Provincie De provincie Drenthe heeft de wettelijke taak toezicht te houden op de uitvoering van medebewindstaken door de gemeenten in Drenthe, waaronder de uitvoering van de VTH-taken op basis van het Omgevingsrecht. Dit is het zogenaamde Interbestuurlijk Toezicht. Hiervoor moet de gemeente de U&H-strategie, het uitvoeringsprogramma en het jaarverslag tijdig bij de provincie aanleveren, zodat de provincie kan toetsen of de gemeente voldoet aan de proceseisen in het Omgevingsbesluit. Ook toetst de provincie of deze documenten ter kennisneming naar de raad zijn gestuurd. 5.4Werkwijzen De werkprocessen voor de VTH-taken binnen het omgevingsrecht liggen vast in de VTH-applicatie Centric Leefomgeving. Daarbij zijn vaste stappen benoemd (intake, werkverdeling, behandelen, besluitvorming, dossier afronden). De vergunningaanvragen komen binnen via het DSO. De werkprocessen voor handhavingstrajecten zijn opgenomen in het zaaksysteem Djuma. De werkwijzen moeten bij alle betrokken medewerkers bekend zijn. Het op een centrale locatie, digitaal beschikbaar hebben van de informatie6Beleidskaders, werkprocessen, toetsings- en toezichtprotocollen, lijst met door raad aangewezen gevallen bindend advies en participatie, handreiking participatie, standaardformulieren, briefsjablonen etc. kan bijdragen aan een efficiënte taakuitvoering. Dit maakt het ook voor nieuwe medewerkers makkelijker om de manier van werken in Meppel eigen te maken. 5.5Uitvoeringsprogramma De vertaalslag van de doelstellingen en prioriteitstelling in de U&H-strategie naar concrete activiteiten/werkzaamheden voor de uitvoeringspraktijk wordt gemaakt in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Daarbij zijn de beschikbare financiële middelen en personele capaciteit het vertrekpunt. Bij het maken van ramingen voor uit te voeren werkzaamheden moet nog scherper een relatie worden gelegd met de prioriteitstelling en beschikbare, personele capaciteit. Deze professionaliseringsslag willen wij stapsgewijs oppakken. Bij het uitvoeringsprogramma 2025 starten wij hiervoor als pilot met de taakuitvoering van de boa’s. 5.6Monitoring en jaarverslag De uitvoering leidt tot resultaten. In hoeverre deze resultaten bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen is object voor monitoring, evaluatie en verantwoording. De doelstellingen in voorliggend document zijn daar waar mogelijk voorzien van indicatoren. Door te monitoren op de indicatoren krijgen we inzicht in de mate van doelbereiking. Hierover leggen wij in het VTH-jaarverslag verantwoording af. BIJLAGE 1 Terugblik en vooruitblik Uitkomsten terugblik op de ervaringen met de VTH-beleidscyclus en – uitvoering in de afgelopen jaren en vooruitblik op voor VTH relevante ontwikkelingen. Terugblik Sluitend zijn VTH-cyclus Het systematisch doorlopen van de VTH-cyclus ziet de wetgever als een belangrijke waarborg voor een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Idealiter begint dit met beleid dat is aangepast aan de actualiteit. Vervolgens moeten beleidsprioriteiten doorwerking krijgen naar activiteiten in het uitvoeringsprogramma. Via het jaarverslag wordt dan verantwoording afgelegd over de mate van uitvoering van de geplande activiteiten. De inzichten die dit geeft, leiden mogelijk tot bijstelling van het beleid. Cijfers over aantallen aanvragen/meldingen, beslistermijnen, uitgevoerde (her)controles, soort overtredingen en handhavingsprocedures zijn beperkt inzichtelijk. Hierdoor is het lastig analyses te maken over bijvoorbeeld naleefgedrag en uitvoeringskwaliteit en zijn het VTH-uitvoeringsprogramma en -jaarverslag, met uitzondering van het bouwtoezicht, nogal beschrijvend van aard. Het is belangrijk de in 2022 gestarte beleidsactualisering verder op te pakken en daarbij te kijken naar mogelijkheden tot bundeling van voor VTH relevant beleid, zodat versnippering van uitvoeringsbeleid wordt tegengegaan. Hierbij moet ook de wijze van gegevensregistratie en -verzameling aandacht krijgen, zodat monitoring op beleidsdoelstellingen en prognoses in het uitvoeringsprogramma verbeterd kunnen worden. Voldoen aan landelijke kwaliteitscriteria Naast de wettelijke proceseisen geldt voor de VTH-taakuitvoering op basis van de Omgevingswet dat de organisatie moet voldoen aan landelijke kwaliteitseisen. In de Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht), vastgesteld door de raad op 21 december 2023, zijn de actuele kwaliteitscriteria van toepassing verklaard op de VTH-thuistaken en -basistaken. In artikel 5 van deze verordening is bepaald dat het college de actuele kwaliteitscriteria en explainmodules vast stelt. Er bestaat geen inzicht in hoeverre de organisatie aan deze landelijke kwaliteitscriteria (kritieke massa personele formatie, deskundigheidsniveau medewerkers en organisatie competenties) voldoet. Overzicht en actueel zijn regelgeving, beleid en aanwijzingsbesluiten relevant voor VTH Er zijn diverse verordeningen, nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten die de fysieke leefomgeving van Meppel betreffen. Het is lastig een goed beeld te krijgen van de diverse beleidsdocumenten en hun status (nog geldend/ingetrokken/vervallen). In de uitvoeringspraktijk blijkt dat bepaalde regelgeving gedateerd is. Voor een efficiënte uitvoering is actuele regelgeving belangrijk. Onder andere de APV (ondermijningsproof maken), het daarop gebaseerde beleid en Drank- en horecaverordening behoeven actualisering. Ook landelijke wetgeving op gebied van openbare orde en bijzondere wetgeving vraagt regelmatig om nieuw gemeentelijk beleid. De gemeenteraad moet om de vier jaar een Preventie- en Handhavingsplan alcohol vaststellen. Aangewezen en wensen aanwijzing toezichthouders Er bestaan verschillende beelden over wie aangewezen zijn dan wel zouden moeten zijn als toezichthouder in de zin van artikel 5:11 Algemene wet bestuursrecht. Goed inzicht in wie zijn aangewezen als toezichthouder bij de verschillende teams en afstemming binnen de organisatie over nieuwe wensen/behoeftes op dit gebied is nodig. Vergunningenbestand Bij doorlopende vergunningen, zoals drank-, exploitatie- en kansspelvergunningen, is het actueel zijn van vergunningen een aandachtspunt. Kenmerkend voor met name de horecabranche is, dat er relatief vaak wijzigingen plaatsvinden in eigenaarschap en bedrijfsvoering. Afhankelijk van de aard van de wijziging zal een nieuwe vergunning dan wel wijziging van leidinggevende noodzakelijk zijn. Dat is vaak geen automatisme. Uit oogpunt van een verantwoordelijke alcoholverstrekking is meer actief toezicht hierop wenselijk. Signaalgestuurd werken Idealiter vindt toezicht en handhaving in de dagelijkse praktijk plaats op basis van de prioriteiten en het uitvoeringsprogramma. In de praktijk zien we dat er nog veel gebeurt in ‘de waan van de dag’; aan de hand van ‘wat zich aandient’. Er is meer sprake van een signaalgestuurde dan risicogestuurde werkwijze. Het is belangrijk een juiste balans te vinden tussen de inzet op signalen (meldingen, klachten, handhavingsverzoeken) en de geprioriteerde onderwerpen volgend uit het beleid. De verwachtingen over de inzet van toezicht/handhaving op signalen/waarnemingen van collega’s en ketenpartners komen niet altijd overeen met de opvolging ervan. Voor een goede samenwerking is het belangrijk te komen tot afspraken over het delen van signalen/meldingen, het aanscherpen van de routing en de rollen van partijen. Lage prioriteit gebruikstoezicht In minimale vorm wordt toezicht gehouden op bestaande bouw en ruimtelijke ordening (naleving bepalingen bestemmingsplannen, zoals illegaal gebruik en illegale bouw en bewoning). Dit betreft hoofdzakelijk signaaltoezicht. Hierdoor is de handhaving selectief. Daar waar gemeld wordt, is er toezicht. Soortgelijke situaties waarover geen signaal komt, krijgen geen aandacht. Dit roept de vraag op of een meer gebiedsgerichte vorm van toezicht nodig is om meer zicht te krijgen op illegale/ongewenste situaties. Ook vanuit ondermijningsoogpunt kan dit meerwaarde hebben. Verbinding tussen bestuurlijke ambities en benodigde formatie Meer verbinding tussen strategisch beleid/bestuurlijke ambities en de VTH-uitvoering kan leiden tot een betere beheersing in de dagelijkse praktijk. Bij de planvorming, opgaves en projecten, bijvoorbeeld op het gebied van woningbouw, ondermijning of duurzaamheid, moet de impact voor vergunningverlening, toezicht en handhaving ook worden meegenomen. Als hiervoor aan de voorkant geen aandacht is, kunnen aan de achterkant knelpunten ontstaan. Bijvoorbeeld kunnen dan controles niet worden uitgevoerd of in geval van overtreding soms geen opvolging krijgen. Op dit moment staat hierdoor en door de verzoeken om handhaving de werkvoorraad bij juridische handhaving op gespannen voet met de beschikbare capaciteit. Uitvoering Bibob-beleidsregel In 2023 is de Bibob-beleidsregel geactualiseerd. Er is aangegeven in welke gevallen een Bibob-toets moet dan wel kan worden uitgevoerd. Een Bibob-toets is verplicht bij vergunningaanvragen voor horeca, prostitutie, coffeeshops en speelautomaten. Bij aanvragen voor een omgevings- en evenementenvergunning, subsidies, vastgoedtransacties en overheidsopdrachten kan, afhankelijk van de risico-categorie, een Bibob-toets plaatsvinden. Het uitvoeren van een Bibob-toets is arbeidsintensief, vereist specifieke deskundigheid en moet proportioneel zijn. De implementatie van deze beleidsregel binnen de verschillende teams vraagt nog aandacht. Daarbij is nadere afstemming gewenst over wat nodig is om te komen tot een goede uitvoering van de toets en de vraag of de “moet” gevallen in het beleid niet te strikt geformuleerd zijn. Onder de Drentse aanpak ondermijning is het belangrijk tot regionale afstemming van Bibob-beleid te komen, zodat shopgedrag wordt voorkomen. Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen Om de brandveiligheid op plaatsen als evenemententerreinen, campings en jachthavens te bevorderen, gelden sinds 2018 de landelijke basisregels in het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (BGBOP). Soms moet hiervoor een gebruiksmelding worden ingediend. De bekendheid met dit Besluit vraagt nog aandacht. Het gaat om gebruik van locaties waarvoor vanuit andere regels geen brandveiligheidseisen zijn gesteld. Voortuitblik Onderstaande ontwikkelingen hebben invloed/kunnen van invloed zijn op de VTH-taakuitvoering. Ervaring opdoen met werken onder Omgevingswet en Wkb Vanaf 1 januari 2024 moet de gemeentelijke organisatie gaan werken in een veranderend speelveld met nieuwe, wettelijke regels, met nieuwe systemen en nieuwe beleidsinstrumenten, zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan, gaan vormgeven. Daarnaast zijn gemeentelijke taken overgegaan naar private partijen. Dit betreft de bouwtechnische toets en het bouwtechnische toezicht voor nieuwbouwwerken in gevolgklasse
- Het zal voor zowel aanvragers als de gemeente/partners tijd kosten om deze complexe herziening van het wettelijk stelsel onder de knie te krijgen. De Omgevingswet beoogt ook het participatief werken een impuls te geven. Het participatief werken krijgt met de Wet versterking participatie op decentraal niveau7Op 4 juni 2024 stemde de Eerste Kamer in met het Wetsvoorstel Versterking participatie op decentraal niveau. Deze wet treedt op 1 januari 2025 in werking. Vanaf dat moment heeft de gemeente twee jaar de tijd om de inspraakverordening om te zetten in een participatieverordening en o.a. spelregels voor de omgang met het uitdaagrecht vast te stellen. Dit uitdraagrecht heeft een breder toepassingsgebied dan het omgevingsrecht/de fysieke leefomgeving.. en het daarin opgenomen “uitdaagrecht” nog een extra impuls. Met het uitdaagrecht kunnen inwoners het gemeentebestuur uitdagen om de uitvoering van een taak over te nemen, wanneer zij denken dit beter en goedkoper te kunnen doen. Omzettingsfase tijdelijk deel omgevingsplan tot 31-12-2031; eerste wijziging Sinds 1 januari 2024 beschikt de gemeente over een omgevingsplan “van rechtswege”. Dit tijdelijk (deel van het) omgevingsplan bestaat uit de oude bestemmingsplannen, verordeningen en rijksregels (de zogenoemde Bruidsschat). Per deelgebied zal het tijdelijk deel van het omgevingsplan worden omgezet/gewijzigd naar het definitieve omgevingsplan en duidelijk worden welke gevolgen dit heeft voor de VTH. De eerste omzetting betreft het deelgebied Binnenstad en Centrumschil. Hiervoor is inmiddels een wijzigingsplan in procedure gebracht. Bij vaststelling van dit wijzigingsplan door de gemeenteraad zal o.a. een nieuw, gemeentelijk beschermd stadsgezicht worden vastgesteld. Daarmee gaat een al langer bestaande politiek-bestuurlijke wens in vervulling. De beoogde bescherming van het historisch centrum zal leiden tot een toename van het aantal vergunningaanvragen en in het verlengde daarvan een hoge prioriteit moeten krijgen bij toezicht en handhaving. De hiervoor benodigde (erfgoed)kennis en financiële en personele capaciteit moeten hierop worden aangepast. Verschuiving van taken/invulling (gebruiks)toezicht Onder de Omgevingswet zijn meer activiteiten toestemmingsvrij. De Wkb introduceert een meldplicht voor nieuwbouw in gevolgklasse 1 (de lichtere bouwwerken) voor de technische bouwactiviteit. De preventieve toets op deze bouwplannen en het toezicht tijdens de bouw zijn overgegaan naar private kwaliteitsborgers. Wij zien 2024 en 2025 als overgangsjaren waarin wij ervaring met de private kwaliteitsborging op willen gaan doen. Dit betekent dat er eerst nog steekproefsgewijs toezicht wordt gehouden op de (nieuw)bouwwerken in gevolgklasse
- Gedurende deze overgangsperiode moet duidelijk worden of de toezichtrol in de toekomst anders ingevuld moet gaan worden. Drentse aanpak ondermijning Op 2 februari 2024 ondertekenden de vertegenwoordigers van de Drentse gemeenten, waterschappen en provincie de intentieovereenkomst Drentse Aanpak Ondermijning. Hiermee onderschrijven de partijen hun gezamenlijke ambities op het gebied van ondermijning. De inzet is erop gericht om alle in de aanpak benoemde ambities
(28)binnen 2 jaar (vanaf datum ondertekening) te implementeren. Door structureel samen te werken moet de kans op “shopgedrag” en “waterbedeffect” worden verkleind. Voor de verdere uitwerking van de ambities is een ambtelijke, provinciale werkgroep gevormd. In Meppel is eind 2021 reeds gestart met een regisseur ondermijning en in 2022 een ondermijningsteam geformeerd. Inmiddels werken wij in Meppel al meer dan een jaar aan het vergroten van de bewustwording, verhogen van het weerbaarheidsniveau en de meldingsbereidheid. Duidelijk moet worden wat de Drentse aanpak voor Meppel gaat betekenen in de zin van nadere, beleidsmatige keuzes, beschikbare en benodigde personele en financiële middelen. Nieuw parkeerbeleid In januari 2024 is het bestaande parkeerbeleid geëvalueerd. Deze evaluatie vormt de basis voor de opstelling van nieuw parkeerbeleid. De verwachting is dat dit eind 2024 gereed is. Uit de evaluatie blijkt dat er specifieke locaties zijn waar de parkeerdruk hoog is. Echter in totaliteit is er voldoende parkeerruimte, maar de geconcentreerde parkeervoorzieningen worden in verhouding tot de straatparkeerplaatsen weinig gebruikt. De opzet van de parkeerregulering is voor parkeerders vaak moeilijk te doorgronden en in de uitvoering wordt ongewenst gebruik onvoldoende tegengegaan. Doordat de parkeerhandhaving onderdeel is van een integraal pakket aan handhavingstaken, is de tijd die wordt besteed aan parkeerhandhaving te beperkt. Aanbeveling is om in het nieuwe beleid heldere kaders voor handhaving te scheppen en handhavingscriteria op te stellen. Dit moet duidelijk maken hoeveel tijd er aan parkeerhandhaving mag worden benut en waar de focus moet komen te liggen. Belangrijk is dat signalen/klachtmeldingen door verschillende interne vakdisciplines met elkaar worden gedeeld, zodat duidelijk wordt in welke straten/gebieden er knelpunten zijn. Uitbreiding taken en bevoegdheden boa’s De wereld van de boa’s is de afgelopen jaren enorm veranderd en gaat de komende jaren nog meer veranderen. Niet zolang geleden werkten boa’s in een sterk afgebakend werkveld met focus op parkeren of de APV of afval. Doordat het werkveld van de politie zich steeds meer gaat richten op opsporing van zwaardere criminaliteit, komt het bewaken van een veilige, openbare ruimte steeds meer op het bordje van de boa te liggen. Boa’s zijn onder meer nadrukkelijker aanwezig bij evenementen, doen avond- en nachtsurveillances in het uitgaansgebied en Alcoholwet-controles. De taakverschuivingen leiden tot discussie over de uitrusting van de boa’s, het toekennen van geweldsmiddelen en de samenwerking met de politie. Enerzijds omdat de kans dat boa’s met geweld in aanraking komen groter is geworden, anderzijds omdat geweld tegen politie, hulpverleners en boa’s zich steeds vaker voordoet. Verdere uitbreiding boa- bevoegdheden Op 1 januari 2024 hebben boa’s aanvullende bevoegdheden gekregen op gebied van verkeershandhaving. Dit betreft de volgende overtredingen van de verkeerswetgeving: Voeren van geen of onjuiste fietsverlichting; Negeren van rood licht door fietsers en voetgangers; Handheld telefoongebruik door fietsers. Alvorens boa’s op de handhaving op deze verkeersfeiten kunnen worden ingezet, moeten in het gezamenlijk handhavingsarrangement (OM-politie-gemeente) de (rand)voorwaarden over de samenwerking met de politie zijn vastgelegd. Hiervoor is een “Aanhangsel aanvullende boa-bevoegdheden verkeershandhaving” op het eerder vastgestelde Handhavingsarrangement gemaakt. Op 1 juli is het Besluit aanwijzing Halt-feiten in werking getreden. Met dit nieuwe besluit zijn de feiten waarvoor jongeren voor een Halt-afdoening in aanmerking kunnen komen geactualiseerd en in lijn gebracht met de huidige praktijk. De lijst met delicten die zich lenen voor afdoening met Halt is uitgebreid, maar er zijn ook enkele vervallen. Op dit moment kunnen boa’s jeugdigen op basis van de aanwijzing in het Besluit doorverwijzen naar Halt (voor openbare dronkenschap, het voor handen hebben van alcohol op voor publiek toegankelijke plaatsen en het buiten de toegestane tijden afsteken van consumentenvuurwerk). Doorverwijzing voor andere delicten is alleen mogelijk op projectmatige basis, waarbij de lokale, bestuurlijke driehoek (OM-politie-gemeente/burgemeester) bepaalt voor welke feiten boa’s jongeren naar Halt kunnen verwijzen. Het OM streeft naar een algemene aanwijzing voor boa’s om jeugdigen naar Halt te mogen doorverwijzen. Op deze manier kunnen boa’s, net als de politie, voor alle feiten uit het Besluit aanwijzen Halt-feiten 2024, doorverwijzen naar bureau Halt. De verwachting is dat hierover in de tweede helft van 2024 meer duidelijkheid komt. Wij zullen deze ontwikkelingen volgen. Bovengenoemde ontwikkelingen betekenen wederom een uitbreiding van werkzaamheden, vragen een verdergaande professionalisering van de boa-organisatie, het maken van samenwerkingsafspraken binnen de lokale driehoek en aanvullende prioritering in de taken/werkzaamheden van de boa’s. Organisatorische ontwikkelingen Onder andere de maatschappelijke behoefte tot meer eigen verantwoordelijkheid, de grote uitdagingen in het fysieke domein en de ingrijpende herziening van het omgevingsrecht maken dat de rol van de gemeente aan verandering onderhevig is. Met de Koers van Meppel werd in 2019 ingespeeld op het nieuwe samenspel tussen gemeentebestuur, ambtelijke organisatie en samenleving. Kenmerkend voor deze tijd is dat veranderingen elkaar steeds sneller opvolgen. Daarbij zijn opgaves complex en de middelen beperkt. Dit maakt dat het na 4 jaar tijd is de Koers te gaan evalueren. Daarnaast is het BAM-programma gestart. Dit traject moet de komende jaren een betere balans brengen tussen ambities en beschikbare middelen. Kijkend naar de omvangrijke VTH-taken en de hiervoor beschikbare capaciteit, is het ook voor VTH continu zoeken naar de juiste balans. Onder andere het wijk- en dorpsgericht werken via de wijkteams helpt om te komen tot een integrale manier van werken. Door de aanwezigheid van wijkregisseurs en wijkboa’s liggen er kansen om informatie uit te wisselen en knelpunten dan wel prioriteiten in een gebied vroegtijdig in beeld te krijgen. Vanaf 2024 worden er wijkagenda’s opgesteld waarin vraagstukken/behoeften in een wijk of dorp centraal staan. Onderzoek naar de uitvoeringskracht en bekostiging VTH-taken fysiek domein Grote opgaves, zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, woningbouw en Omgevingswet/Wkb liggen op het bordje van de gemeente. De recente stelselwijzigingen in het fysieke domein betekenen niet alleen grote veranderingen voor de manier van werken maar ook voor de financiën van de BWT/VTH. Er zijn taakverschuivingen naar de private sector, waardoor legesinkomsten wegvallen. Er zijn nieuwe taken waar geen legesinkomsten tegenover staan. Welke financiële risico’s/effecten brengt dit voor de gemeente met zich mee? Als gemeente gaan wij monitoren hoe het legesverloop zich ontwikkelt. De Vereniging BWT Nederland en VNG gaan verder onderzoek doen naar hoe in de toekomst de VTH-taken op adequate wijze in te blijven vullen en te bekostigen. Nationale Woon- en Bouwagenda Met de Nationale Woon- en Bouwagenda pakken rijk, provincies en gemeenten een hernieuwde regie op volkshuisvesting. Doel is te komen tot een gezamenlijke en samenhangende aanpak van het woningtekort en verduurzaming van woningen volgens zes programmalijnen. In het bijzonder de programma’s “Woningbouw” (ambitie versnelde aanpak woningbouw 900.000 woningen tot en met 2030) en “Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving” (ambitie CO2-reductie van minimaal 55 procent te halen en te streven naar 60 procent in 2030) leiden naar verwachting tot meer vergunningaanvragen en toezicht- en handhavingsactiviteiten. Met het wetsvoorstel ‘Versterking regie op de volkshuisvesting’ wordt bovenvermelde regierol van de overheid op de volkshuisvesting wettelijk verankerd. Dit wetsvoorstel is op 7 maart 2024 voor behandeling ingediend bij de Tweede Kamer. Wijzigingen in (bouw) regelgeving De afgelopen jaren zien we bijna continue wijzigingen in de (bouw)regelgeving die impact hebben op de uitvoering van VTH-taken door de gemeente. Dit vraagt van de uitvoeringspraktijk continu alert zijn op/inspelen op deze ontwikkelingen. Onder andere de periodieke onderzoekplicht op constructieve veiligheid van grote voor publiek toegankelijke gebouwen8Gebouwen met bijeenkomstfunctie, onderwijsfunctie, sportfunctie, gezondheidsfunctie of overige gebruiksfunctie voor personen voor ten minste 5.000 personen of met een ruimte in het gebouw voor ten minste 500 personen. vraagt aandacht van gebouweigenaren en gebruikers. De gemeente heeft hierbij een informerende, toezichthoudende en handhavende rol. Dit is een nieuwe taak die nog verder ingevuld/ontwikkeld moet worden. Wet goed verhuurderschap Op 1 juli 2023 is de Wet goed verhuurderschap in werking getreden. Deze wet introduceert een landelijke norm voor goed verhuurderschap bij de verhuur van woonruimte of verblijfsruimte aan arbeidsmigranten. De landelijke norm bestaat uit zeven algemene regels: Verbod op discriminatie; Verbod op intimidatie; Informatieplicht verhuurder; Begrenzing in servicekosten; Begrenzing in waarborgsom; Verbod dubbele bemiddelingskosten; Schriftelijkheidsvereiste en scheiding van huur- en arbeidsovereenkomst. Vanaf 1 januari 2024 heeft de gemeente een kosteloos meldpunt ingericht waar informatievragen, meldingen en handhavingsverzoeken kunnen binnenkomen. Meldingen en vragen komen in eerste instantie binnen bij de wijkregisseur Centrum van het team Leefbaarheid en Wijkregie. We gaan in 2024 ervaring opdoen met het aantal en soort meldingen en in beeld brengen wat de impact is van deze nieuwe taak voor toezicht en handhaving. De wet biedt optioneel de mogelijkheid om een vergunningstelsel in te richten. De gemeente kan ervoor kiezen om een gebiedsgerichte algemene verhuurvergunning (voor woonruimte) en/of een gemeente brede vergunningplicht voor arbeidsmigranten (voor verblijfsruimte) in te stellen. De aandachtspunten uit de terug- en vooruitblik zijn, voor zover mogelijk, vertaald naar uitgangspunten en doelstellingen. BIJLAGE 2 Overzicht wet- & regelgeving en beleid relevant voor VTH Landelijke wet- en regelgeving Omgevingswet Besluit kwaliteit leefomgeving Besluit activiteiten Leefomgeving Besluit bouwwerken leefomgeving Omgevingsbesluit Omgevingsregeling Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Woningwet9De Wkb wijzigt de Woningwet, de Wabo, het Burgerlijk Wetboek (BW) en de Invoeringswet Nieuw BW. Zodra die wijzigingen in werking zijn getreden speelt de wijzigingswet hooguit nog een rol als naslagwerk. De Woningwet gaat maar voor een deel op in de Omgevingswet en blijft na 1 januari 2024 bestaan, inclusief de ‘nieuwe’ Afdeling 1A Kwaliteitsborging voor het bouwen.1 De Wabo gaat geheel over in de Omgevingswet. Huisvestingswet Erfgoedwet Landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid Awb Gemeentewet Wet goed verhuurderschap Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen Wegenverkeerswet Alcoholwet Wet op de kansspelen Opiumwet Wet BIBOB Vuurwerkbesluit Bestuurlijke visie-/ambitiedocumenten relevant voor VTH Visie op de fysieke leefomgeving 2021 Woonvisie Koers Meppel 2019 Integraal Veiligheidsplan Meppel 2023 Uitvoeringsplan ondermijning en weerbaarheid 2024-2025 Visie dienstverlening Participatiebeleid (Notitie Participatie Meppel & Leidraad participatie “Meedoen in Meppel” 2023) Lokale verordeningen en daarop gebaseerde nadere regels en beleid(sregels) fysieke leefomgeving Omgevingsplan gemeente Meppel Erfgoedbeleid Meppel Nu ( vastgesteld 27-5-2021) Erfgoedverordening Meppel 2017 (laatstelijk gewijzigd 1-1-2022) Wegsleepverordening Havenverordening Woonschepenverordening Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen gemeente Meppel (vastgesteld 23-11-2021) Verordening fysieke leefomgeving gemeente Meppel (vastgesteld 28-10-2021) Aanwijzingsbesluit artikel 3.4.4.9, lid 2 VFLO overlast wees (brom)fietsen (vastgesteld 12-4-2022 artikel 3.4.4.11 VFLO overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke (vastgesteld 12-4-2022) Nadere regels artikel 3.4.1.1 lid 2 VFLO Meppel gebruik driehoeksborden Anticiperend op het Omgevingsplan zijn diverse artikelen uit onderstaande verordeningen verhuisd naar de VFLO of hierin helemaal opgenomen: De Verordening fysieke leefomgeving Meppel 2022 De Algemene plaatselijke verordening gemeente Meppel De Bouwverordening Meppel 2005 De Erfgoedverordening Meppel 2017 Helemaal opgenomen: Afvalstoffenverordening gemeente Meppel 2018 Marktverordening gemeente Meppel Telecommunicatieverordening gemeente Meppel Beleidsnotitie gebruiksvergunningen 2006 Beleidsregel tijdelijk gebruik woonvoorziening op eigen perceel (vastgesteld 28-3-2023) Beleidsregel kleine windmolens 2021 Verordening kwaliteit uitvoering en handhaving omgevingsrecht Meppel ((vastgesteld 21-12-2023) Kadernota toezicht en handhaving 2011-2014 Concept-Handhavingsbeleidsplan vergunningen, toezicht en handhaving 2023-2027 Adviesrapport Leidraad handhavingsprioritering gemeente Meppel –bestuurlijk vastgesteld? Beleidsregels spoedeisende bestuursdwang bijplaatsingen bij ondergrondse containers en dumpen afval Meppel (vastgesteld 4-1-2022) Beleid uitvoering Wet kwaliteitsborging bouwwerken gevolgklasse 1 (vastgesteld 19-12-2023) Lokale verordeningen en daarop gebaseerde nadere regels en beleid(sregels) openbare orde en veiligheid Algemene plaatselijke verordening (laatstelijk gewijzigd 1-1-2021) Nadere regels: verdeling vergunningen prostitutiebedrijven gemeente Meppel (vastgesteld 4-1-2022) artikelen 2:3, tweede lid en 2:11 omtrent terrassen (vastgesteld 27-5-2019) artikel 2:3, tweede lid omtrent uitstallingen (vastgesteld 25-6-2012) Beleidsregel(s); artikel 2:12 lid 1 en artikel 2:12 lid 4 sluitingstijden horecabedrijven (vastgesteld 16-9-2021) verblijfsontzegging Gemeente Meppel 2020 o.b.v. art. 2.32 APV – toezicht en handhaving door politie burgemeester Meppel omtrent gevaarlijke en bijtende honden op grond van art. 2.35 APV (vastgesteld 26-2-2019) artikel 2.2a ontheffing verbod verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen– (vastgesteld 12-4-2022) Aanwijzingsbesluit: artikel 2:21 APV inzake verspreiden geschreven of gedrukte stukken en afbeeldingen (vastgesteld 12-4-2022) artikel 2:29a APV verbod bij zich hebben of meevoeren van drinkgerei van glas of geopende flessen van glas( vastgesteld 12-4-2022) artikel 5:6 Apv verbod parkeren grote voertuigen (vastgesteld 30-6-2020) artikel 5:17a APV wijk Berggierslanden waar het verbod geldt vaartuigen met verbrandingsmotoren te gebruiken (vastgesteld 19-12-2014) artikel 5:9 APV stationsgebied en directe omgeving waar het verbod geldt onbeheerde buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen gestalde (brom)fietsen te laten staan (vastgesteld 9-9-2014) - artikel 2:29, 1e lid bebouwde kommen van Meppel als het verbod geldt om op een openbare plaats alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes, glazen en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben (vastgesteld 8-11-2011) artikel 5:4 APV alle wegen binnen de bebouwde kommen van Meppel waar het verboden is een caravan, aanhangwagen, trailer, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden worden gebezigd, langer dan drie dagen achtereenvolgende dagen te doen of laten staan (vastgesteld 8-11-2011) Beleidsregel Wet Bibob gemeente Meppel 2023 (vastgesteld 9-10-2023) Beleidsregels wet aanpak woonoverlast gemeente Meppel 2018 Handhavingsprotocol bij de Nadere regels voor Terrassen en Uitstallingen gemeente Meppel 2012 Parkeerverordening gemeente Meppel 2010 Nota parkeernormen 2021 Beleidsregel Uitgifte Parkeervergunningen en ontheffingen 2021 Aanwijsbesluit parkeren 2021 Vent- en standplaatsenbeleid 2008 Reclamebeleid 2013 Ketenbeleid 2014 Evenementenbeleid 2015 Coffeeshopbeleid 2019 Beleidsregels handhaving handel en/of aanwezigheid hard- en softdrugs in woning of lokaal (14-11-2013) Drank- en horecaverordening 2014 Verordening inzake de winkeltijden Verordening inzake speelautomaten en speelautomatenhallen Overig Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang 2018 Preventie- en handhavingsplan Alcohol Handhavingsarrangement gemeente Meppel – Basisteam politie Zuidwest Drenthe (27-7-2021) + Aanhangsel aanvullende bevoegdheden boa’s verkeershandhaving
(2024)Samenwerkingsovereenkomst BOA Domein I – regio Drenthe (30-6-2020) Samenwerking Domein 1 - boa’s gemeenten Meppel en Westerveld (juli 2023) Nadere regels artikel 2 Verordening inzake speelautomatenhallen Verdeling schaarse vergunningen en andere criteria voor de exploitatie van een speelautomatenhal (vastgesteld 12-11-2019) BIJLAGE 3 Risicomatrix Deel B Uitvoeringskader In dit uitvoeringsdeel van de U&H-strategie wordt de vertaalslag gemaakt van de uitgangspunten, doelstellingen en prioriteitstelling in het beleidsdeel naar de strategieën (werkwijzen) voor de VTH-uitvoeringspraktijk. Hierbij is rekening gehouden met de verplichtingen in artikel 13.6, lid 1, onder d en lid 2 Omgevingsbesluit. De werkwijzen staan in de praktijk niet los van elkaar. In de figuur hieronder is de samenhang tussen de strategieën weergegeven. 1.Preventiestrategie De preventiestrategie is vooral gericht op het vergroten van de bewustwording van inwoners en bedrijven dat zij in de eerste plaats zélf verantwoordelijk zijn voor het naleven van wet- en regelgeving. Vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn de meer sturende, klassieke instrumenten voor het bevorderen van naleefgedrag. De inzet van meer preventieve instrumenten om de acceptatie van regels te vergoten, de uitvoering te faciliteren of gewenst gedrag te stimuleren wordt steeds belangrijker. Door inzet in het voortraject willen we zoveel mogelijk voorkomen dat wij achteraf tot (formele) acties moeten overgaan. Maken van duidelijke, uitvoerbare en handhaafbare regels Preventie start met duidelijke regels. Regels die we zelf maken of voorschriften in een door de gemeente verleende vergunning zijn zo begrijpelijk mogelijk opgesteld. Het is belangrijk dat iemand de regels snapt. Hierdoor zal er minder discussie over de interpretatie ervan ontstaan. Daarnaast moeten regels uitvoerbaar en handhaafbaar zijn. Daar heeft de gemeente deels invloed op, bijvoorbeeld bij het maken van lokale regels in het omgevingsplan of de APV. Communicatie/voorlichting Bekendheid en toegankelijkheid van regelgeving en beleid(sregels) is nodig om de eigen verantwoordelijkheid van initiatiefnemers te stimuleren. Daarom is een goede informatievoorziening en het geven van voorlichting passend bij de doelgroep, het moment of het gedrag van iemand belangrijk. Dit kan via massacommunicatie, zoals een bericht op de website of een brief, maar bij voorkeur in een persoonlijk gesprek. Ook communiceren wij over uitkomsten van integrale controles en maken duidelijk welk gedrag wij niet accepteren. Bij het maken van het VTH-uitvoeringsprogramma hebben wij hier aandacht voor. Voorafgaand/bij het verlenen van producten Wij stimuleren initiatiefnemers/aanvragers om de gemeente vroegtijdig mee te laten kijken met hun idee/plan en de wenselijkheid/haalbaarheid ervan samen te verkennen. Ook stimuleren we initiatiefnemers hun directe omgeving te informeren over/betrekken bij hun plannen. Dit kan bijdragen aan de kwaliteit van aanvragen en meldingen, snelheid in procedures en mogelijk juridische procedures achteraf voorkomen. Tijdens het uitvoeren van toezicht en inzetten handhavingsmiddelen Naast zichtbaarheid in en aanspreekbaar zijn voor de samenleving is het belangrijk tijdens toezichtbezoeken regels uit te leggen. Iemand die weet en begrijpt waarom er regels zijn, is eerder geneigd deze te accepteren en te volgen. Bij het signaleren van overtredingen of overlastsituaties vragen wij (klacht)melders dit eerst zelf bespreekbaar te maken. Wijkregisseurs, wijkagenten en boa’s kunnen deze eigen verantwoordelijkheid stimuleren. 2.Strategie verkennen initiatief Dit is het proces voorafgaand aan de indiening van een aanvraag voor bijvoorbeeld een omgevingsvergunning. Het betreft geen officiële wettelijk vastgelegde procedure, maar een transparant deelproces om een initiatief zorgvuldig en integraal af te wegen. Participatie krijgt een belangrijke plek in dit proces. Het samen (initiatiefnemer, interne vakdisciplines, andere bevoegde gezagen, ketenpartners en/of eventueel belanghebbenden) vroegtijdig verkennen van een initiatief is om verschillende redenen belangrijk. Het: zorgt ervoor dat de verschillende belangen goed in beeld komen en een integrale afweging kan plaatsvinden; vergroot de kwaliteit van oplossingen; kan zorgen voor meer draagvlak, betere besluiten en besparing van tijd; de initiatiefnemer weet vroegtijdig of zijn plan wenselijk en haalbaar is en welke andere benodigde toestemmingen, bijvoorbeeld een omgevingsvergunning van de provincie voor een flora- en fauna-activiteit, nodig zijn. De initiatiefnemer kan via verschillende ingangen (website-telefoon-post-persoonlijk contact met medewerker-rechtstreeks via DSO) contact opnemen met de gemeente over het initiatief. Vervolgens wordt een initiatiefnemer, zo nodig doorverwezen naar de centrale toegang via het DSO voor de indiening van het initiatief/verzoek omgevingsoverleg. Initiatiefnemers die een voorverkenning van hun initiatief wensen kunnen via het DSO een conceptverzoek indienen. Afhankelijk van het type initiatief gaat het conceptverzoek behandeld worden bij Ruimtelijke Ontwikkelingen dan wel Vergunningen. Al vroeg in het proces kan de behandelaar het initiatief agenderen voor de Intaketafel Uitgebreid. Dit is een intern overleg tussen de behandelaar en diverse, interne vakdisciplines zoals verkeer, openbare ruimte, bouw, wonen, verstedelijking. Bedoeling van dit overleg is dat vanuit de vakdisciplines aandachtspunten aan de behandelaar worden meegegeven en de vakspecialist is voorbereid op een adviesaanvraag. De organisatie van een omgevingstafel, waaraan ook externe adviseurs en initiatiefnemers aanschuiven, is bedoeld voor complexe initiatieven en vraagt nog om het opdoen van ervaring en verdere uitwerking. Wij volgen hierbij de handreiking van het OPD. Een initiatiefnemer wordt vanaf het begin gewezen op het belang van participatie met de omgeving. 3.Meldingen- & vergunningenstrategie omgevingsrecht Deze strategie ziet op het beoordelen en afhandelen van: meldingen die de activiteit nieuwbouw gevolgklasse 1, brandveilig gebruik en slopen betreffen; informatieplichten (o.a. start bouw en einde bouwwerkzaamheden); aanvragen omgevingsvergunning bouwactiviteit gevolgklasse 1 (tot 1-7-2025 bij verbouw), 2 en 3, binnenplanse en buitenplanse omgevingsplanactiviteit, aanlegwerkzaamheden, aanpassen van een monument, aanleggen inrit/uitrit, kappen van bomen en het aanbrengen van reclame-uitingen betreffen. 3.1Werkwijze bij meldingen De meldingen nieuwbouw gevolgklasse 1, brandveilig gebruik en sloop en worden via het DSO ingediend en via de vakapplicatie CLO vanuit het team Ruimte Initiatief doorgezet naar het Team Leefbaarheid en Wijkregie. De behandelaar van dit team voert een volledigheidstoets uit. Dit is een administratieve toets op aanwezigheid van alle voor de melding benodigde gegevens/documenten. Bouw- en gereedmeldingen Beoordeling bouwmelding Uiterlijk vier weken voor de start van de bouw moet een bouwmelding worden ingediend. De gemeente controleert de bouwmelding op volledigheid: Juiste borgingsinstrument toegepast; Registratie kwaliteitsborger in landelijk register; Aanwezigheid risicobeoordeling; Aanwezigheid en voldoende borging risico’s in borgingsplan; Bij onvoldoende borging van de risico’s kan extra informatie worden opgevraagd. De melder ontvangt binnen vier weken na versturen van de melding bericht dat: de melding is geaccepteerd of niet is geaccepteerd; de melding niet aan de voorwaarden voldoet en dat daarmee juridisch geen melding is gedaan. In geval van bijzondere, lokale omstandigheden (locatiespecifieke- en/of projectgebonden risico’
- s)wordt getoetst of deze in de risicobeoordeling en het borgingsplan zijn meegenomen. Waar nodig kunnen informatiemomenten worden ingebouwd. De bijzondere, lokale omstandigheden zijn terug te vinden op de website van de gemeente Meppel. Initiatiefnemers hebben zelf de verantwoordelijkheid om bij onduidelijkheden hierover contact met de gemeente op te nemen. Informatieplichten Er geldt een informatieplicht “start bouw” voor aanvang van de werkzaamheden en een informatieplicht “einde bouwwerkzaamheden”. Beoordeling gereedmelding Aan het einde van een bouwproces moet een gereedmelding worden ingediend, die bestaat uit: het dossier bevoegd gezag waarin een verklaring van gerechtvaardigd vertrouwen van de kwaliteitsborger moet zitten met verantwoording van eventuele beheersmaatregelen. Voldoet de gereedmelding niet aan de wettelijke eisen, dan wordt deze als niet gedaan beschouwd en mag het bouwwerk niet in gebruik worden genomen. Er wordt schriftelijk goedkeuring voor ingebruikname van het bouwwerk gegeven dan wel wordt een “verbod op ingebruikname” overwogen bij een niet volledige gereedmelding. In dat geval zie de deelstrategie handhaving bouwwerken gevolgklasse 1 in hoofdstuk 6 van dit uitvoeringsdeel. Termijnen Melding bouwactiviteit - minimaal 4 weken voor aanvang bouwwerkzaamheden; Informatieplicht start bouw: minimaal 2 werkdagen voor aanvang werkzaamheden Uitvoering borgingsplan door kwaliteitsborger; al dan niet toepassen van informatie- en controlemomenten; Gereedmelding – minimaal 2 weken voor ingebruikname bouwwerk; Informatieplicht einde bouwwerkzaamheden: minimaal 1 dag na beëindiging bouwwerkzaamheden. Gefaseerde oplevering bouwproject De gemeente werkt mee aan gefaseerde oplevering van een bouwproject onder de voorwaarden dat per fase een bouwmelding is gedaan en er per fase na afronding van de bouw een gereedmelding aan de gemeente wordt gezonden. Uitgangspunt is dat twee weken voor iedere fase een volledige gereedmelding wordt gedaan. Bouwmelding vervalt van rechtswege 10 Artikel 2.18 Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen Voor de bouwmelding is wettelijk bepaald dat die van rechtswege vervalt, indien: de bouwactiviteit niet begint binnen een jaar na de melding; en niet tenminste vier weken voor het begin van de bouwactiviteit opnieuw een melding wordt gedaan. Meldingen brandveilig gebruik Voor het brandveilig gebruik van een bouwwerk geldt vanaf 1-1-2024 alleen nog een meldingsplicht. De regels waaraan moet worden getoetst staan in de afdelingen 6.1 en 6.2 Bbl. De VRD/brandweer adviseert bij meldingen brandveilig gebruik, bouwplannen, evenementen en andere brandveiligheidsvraagstukken. In alle gevallen gaat het om het in gebruik nemen van een bouwwerk, bestemd voor het verblijf van een kwetsbare doelgroep. Om deze reden wordt de toets aan het Bbl volledig gedaan. De gemeente kan in bijzondere gevallen in het omgevingsplan maatwerkregels stellen over de meldingsplicht voor het brandveilig gebruik van een bouwwerk. De Omgevingswet bevat geen definitie voor brandveilig gebruik van een bouwwerk. Bij het gebruiken van een bouwwerk moet je aan de regels voor brandveilig gebruik voldoen. Het gebruiken van het bouwwerk valt dus onder de activiteit ‘het brandveilig gebruik van een bouwwerk’. Sloopmeldingen De rijksregels voor de sloopactiviteiten staan in hoofdstuk 7 van het Bbl. Met uitzondering van monumenten is er geen vergunning nodig, maar geldt er een meldings- en informatieplicht en een toetsing aan het omgevingsplan. Eventueel kan de gemeenteraad ervoor kiezen om in het omgevingsplan een vergunningplicht voor de activiteit ‘slopen’ te introduceren. Er is sprake van een meldingsplicht (artikel 7.10, lid 1 en 4 van het Bbl) als er meer dan 10 kuub sloopafval vrijkomt of wanneer asbest wordt verwijderd. Bij kleine verbouwingen zonder asbest is dus geen sloopmelding nodig. De inhoudelijke eisen/lijst met aan te leveren gegevens en documenten en de meldingsprocedure met termijnen staan in de artikelen 7.11 en 7.12 van het Bbl. Van een melding is pas sprake als de vereiste gegevens en documenten daadwerkelijk zijn aangeleverd. Een onvolledige melding is dus geen melding. Voor bepaalde sloopactiviteiten is melden niet verplicht: de (ingeschatte) hoeveelheid sloopafval is maximaal 10 m3. Als het om asbest gaat, geldt deze uitzondering niet; het slopen van een seizoensgebonden bouwwerk; het slopen op grond van een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.6 van het Bbl; het slopen op grond van een besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom; het professioneel verwijderen van asbesthoudende materialen in bepaalde installaties en constructies. Onderscheid sloopmeldingen particulier en bedrijfsmatig Particulier meer dan 10m³ sloopafval: melden welke hoeveelheid afval er per soort wordt afgevoerd; Particulier mag sloopafval met asbest tot max. 35m² zelf verwijderen. De gemeente bevestigt of weigert de acceptatie van de sloopmelding. Bovengenoemde particuliere sloopmeldingen worden ook wel eens gecombineerd, dan wordt er doorgaans 1 acceptatie verzonden. Bedrijfsmatig meer dan 10m³ sloopafval: in de melding uitsplitsing van de soorten en hoeveelheden aangeven en vermelden waar de afvalstoffen naar toe gaan. Bij een melding asbest en sloop wordt door de gemeente in de samenwerkingsfunctionaliteit een actie aangemaakt voor de RUDD. De RUDD reageert in deze samenwerkingsfunctionaliteit met een advies, waarna de gemeente bij een positief advies een acceptatie aanmaakt. Bij een melding bedrijfsmatig asbest maakt de RUDD in de samenwerkingsfunctionaliteit een actie voor de gemeente aan. Hierin zet de RUDD de op de melding betrekking hebben de stukken die de gemeente vervolgens toevoegt aan de zaak in het zaaksysteem. De RUDD stuurt zelf een brief naar de aanvrager. Vrijgaves en eindinspecties worden bij de gemeente aangeleverd via Landelijk Asbest Volg Systeem en aan de desbetreffende zaak toegevoegd. Hoeveelheid sloopafval per sloopactiviteit is bepalend De verplichting tot een sloopmelding geldt per sloopactiviteit en niet per bouwwerk. Stel iemand wil 2 bouwwerken slopen op hetzelfde terrein. Dan geldt er geen sloopmeldingsplicht als de sloophoeveelheid van beide bouwwerken bij elkaar opgeteld maximaal 10 m3 is. Gaat het om meer dan 10 m3 dan is wel een sloopmelding verplicht. Dit geldt ook als iemand 2 bouwwerken wil slopen op verschillende terreinen maar het wel om 1 sloopactiviteit gaat. Sloop monument of in beschermd stads- of dorpsgezicht Is sprake van een beschermd of voorbeschermd monument of archeologisch monument of vinden de sloopwerkzaamheden plaats in een beschermd stads- of dorpsgezicht dan moet naast het indienen van een melding mogelijk ook een vergunning voor het slopen worden aangevraagd. Tijdstip indienen melding De melding voor de sloopactiviteit moet in beginsel minimaal 4 weken voor het begin van de sloopwerkzaamheden bij het bevoegd gezag zijn ingediend. In een aantal situaties geldt een kortere indieningstermijn. Informatieplicht: begin en beëindiging sloopwerkzaamheden tenminste twee werkdagen voor het begin van de sloopwerkzaamheden wordt het bevoegd gezag geïnformeerd; uiterlijk op de eerste werkdag na beëindiging van de sloopwerkzaamheden wordt het bevoegd gezag geïnformeerd. Bovenop de sloopmelding kan het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften voorschrijven (artikel 7.14 Bbl). 3.2Werkwijze omgevingsvergunningen Een (complexe, impactvolle) aanvraag wordt bij voorkeur na een initiatiefproces ontvangen. Inwoners en bedrijven zijn verantwoordelijk voor het indienen van een juiste en volledige aanvraag via het DSO. Zodra de gemeente de aanvraag heeft ontvangen, wordt een ontvangstbevestiging verstuurd. In het geval van een meervoudige aanvraag splitst het omgevingsloket in het DSO de aanvraag op in meerdere verzoeken. Het omgevingsloket bepaalt daarna per verzoek het bevoegd gezag. Dit is de overheid die een aanvraag behandelt, meldingen ontvangt en bevoegd is voor toezicht en handhaving. Bij initiatieven waarvoor meerdere vergunningen of toestemmingen nodig zijn, wordt er één bevoegd gezag aangewezen als coördinator van het afhandelingsproces. Dit zal meestal de gemeente zijn. In onze rol als procesbegeleider stemmen we zo vroeg en zoveel mogelijk af met interne adviseurs, andere bevoegde overheden en ketenpartners. De samenwerkingsfunctionaliteit in het DSO is de voorziening voor de afstemming met de externe adviseurs. De wettelijk reguliere of uitgebreide procedure zoals vastgelegd in de Awb en de Omgevingswet worden gevolgd. De werkprocessen voor het verlenen van een omgevingsvergunning en afhandelen van een melding zijn vastgelegd in CLO. Hieruit volgt welke processtappen moeten worden gezet en wie waarvoor verantwoordelijk is. Casemanagement bij omgevingsvergunningen Voor de aanvrager is er een vast aanspreekpunt gedurende het hele behandeltraject. Hiervoor zijn bij het team Ruimte Initiatief behandelaars aangewezen. De behandelaar: regisseert de behandeling van de aanvraag van het eerste klantcontact tot de afgifte van de besluit op de aanvraag. checkt of de activiteiten vergunningsvrij, meldingsplichtig of vergunningsplichtig zijn; toets volledigheid en ontvankelijkheid; verstuurt de procedurebevestiging; zet daar waar nodig aanvraag uit bij interne- en externe specialisten voor advies; publiceert aanvragen en (concept)beschikkingen; bewaakt het overzicht over lopende procedures, termijnen en voortgang; stelt een (concept)beschikking op. De behandelaar beoordeelt op basis van het risico van de activiteit of een grondige ontvankelijkheidstoets plaatsvindt of een toets op hoofdlijnen. Als richtlijn geldt dat binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag schriftelijk om aanvullende gegevens wordt verzocht. Als de gevraagde stukken niet, niet op tijd of niet volledig worden aangeleverd, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. Dit wil zeggen dat de aanvrager een besluit krijgt waartegen bezwaar kan worden ingediend. Een melding die onvolledig is, kan niet worden aangevuld. De melder krijgt in dat geval bericht dat de melding als niet gedaan wordt beschouwd en de melder een nieuwe melding kan doen. Bibob-toets Indien door de verlening van een vergunning het gevaar bestaat dat daarmee strafbare feiten gepleegd zullen worden of dat uit strafbare feiten verkregen geld benut zal worden, wordt na ontvangst van een aanvraag een afweging gemaakt of conform de Beleidsregel Wet Bibob gemeente Meppel een Bibob-toets moet worden uitgevoerd. Procedures/termijnen/dwangsom bij termijnoverschrijving De inzet is om aanvragen af te handelen binnen de wettelijke termijnen in artikel 16.64 en 16.65 Omgevingswet: reguliere procedure < 8 weken; eenmalig te verlengen met 6 weken; reguliere procedure, maar de beslissing op de aanvraag behoeft instemming van de raad < 12 weken; eenmalig te verlengen met 6 weken; uitgebreide procedure < 26 weken; eenmalig te verlengen met 6 weken. Onder de Omgevingswet is de reguliere procedure het uitgangspunt. De uitgebreide procedure is uitzondering. Artikel 16.65 Omgevingswet noemt de gevallen waarin daarvan sprake is: als de aanvraag geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen van activiteiten; op verzoek van de aanvrager; na overleg tussen aanvrager en gemeente en instemming van de aanvrager met de uitgebreide procedure om proceseconomische redenen. In de gevallen onder a. tot en met c. is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Lukt het de gemeente niet om tijdig een besluit te nemen op een aanvraag, dan kan de aanvrager het bestuursorgaan in gebreke stellen en heeft het bestuursorgaan alsnog twee weken de tijd om te besluiten. Als het bestuursorgaan twee weken na de ingebrekestelling nog geen besluit heeft genomen dan is het een dwangsom verschuldigd. Dit is geregeld in de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen. Participatie bij aanvraag omgevingsvergunning Het is een verantwoordelijkheid van de aanvrager om de omgeving vroegtijdig te betrekken en meningen in te winnen over het voorgenomen plan/project. Artikel 7.4 Omgevingsregeling bepaalt dat de initiatiefnemer bij het aanvragen van een omgevingsvergunning moet aangeven of hij aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten zijn. Algemeen aanvraagvereiste “vrijwillige” participatie De initiatiefnemer moet in alle gevallen worden gestimuleerd om na te denken over hoe aan participatie te doen. Men is zelf verantwoordelijk om belanghebbenden te informeren en betrekken. In een gesprek kan de gemeente tips/adviezen geven, maar wij nemen de verantwoordelijkheid niet over. De gemeente heeft voor eigen initiatieven een handleiding voor participatie, die kan desgewenst ter inspiratie dienen voor een particuliere initiatiefnemer. De initiatiefnemer is verplicht bij zijn aanvraag aan te geven: of de initiatiefnemer aan participatie heeft gedaan; zo ja, hoe de initiatiefnemer dit heeft gedaan en wat de resultaten zijn. Participatiegegevens bij niet-aangewezen gevallen worden alleen op de uitgangspunten getoetst (aangeleverd en aannemelijk). Een aanvraag mag niet buiten behandeling worden gelaten of geweigerd, omdat er geen of te weinig aan participatie is gedaan. Aanvraagvereiste bij verplichte participatie Bij omgevingsplanactiviteiten die niet passen binnen het omgevingsplan, is het verplicht te participeren in door de raad aangewezen gevallen. De raad van Meppel heeft in zijn vergadering van 28-10-2021 de gevallen aangewezen waarvoor een bindend advies van de raad en participatie met de omgeving verplicht is. Bij de categorieën waarvoor participatie verplicht is en een bindend advies van de raad nodig is, beoordeelt de raad het participatieproces (https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR716923/1 De gevallen waarin participatie verplicht is, maar geen bindend advies vereist is, worden niet voorgelegd aan de raad. In deze gevallen beoordeelt het college het participatieproces dat is uitgevoerd door de initiatiefnemer. Bij de buitenplanse activiteiten wordt op twee manieren beoordeeld of voldoende aan de participatievereisten is voldaan: Procesmatig: aan de hand van het participatieverslag en handleiding participatie wordt beoordeeld of de initiatiefnemer voldoende aan participatie heeft gedaan. Zo nodig wordt dit geverifieerd door participanten te bevragen naar de verloop van het proces; Inhoudelijk: De gemeente neemt de uitkomsten van het participatietraject mee bij de evenredige belangenafweging die plaatsvindt bij de beoordeling van het initiatief. Er zijn drie beoordelingsgronden: Past het initiatief binnen het beleid. Dit is altijd een beoordelingsgrond van een aanvraag, los van het participatietraject; Draagvlak vanuit de omgeving afwegen tegen het maatschappelijk belang van het initiatief. Een specifieke doelgroep kan bezwaar hebben tegen het initiatief, maar het maatschappelijk belang kan dermate groot zijn, dat dit zwaarder weegt dan een beperkt draagvlak. Beoordelen of de inbreng van participanten het plan integraal verbetert en in hoeverre de initiatiefnemer dit in het plan heeft betrokken. Als de initiatiefnemer niet of onvoldoende aan participatie heeft gedaan, dan kan de aanvraag buiten behandeling worden gelaten en wordt uitgelegd waarom. 3.4Risicogericht toetsen bouwactiviteiten Bij de beoordeling van een initiatief/aanvraag richten we onze aandacht vooral op de meest risicovolle en prioritaire zaken: we doen de dingen die er echt toe doen. Voor het overige vertrouwen we erop dat initiatiefnemer zijn verantwoordelijkheid neemt voor het voldoen aan de regels. We sluiten daarom aan bij onze risicoanalyse en hanteren de volgende uitgangspunten: Het Bbl bevat voorschriften die de minimaal noodzakelijke kwaliteit van bouwwerken waarborgen en is de opvolger van het Bouwbesluit 2012. De diepgang van de toetsing is afhankelijk van de gebruiksfunctie, waarbij vier categorieën bouwwerken en vijf bouwtechnische toetsingsaspecten worden onderscheiden. De toetsingsniveaus zijn gebaseerd op het landelijk toetsingsprotocol van de VBWTN en uitgewerkt in onderstaande matrix. Dit is een landelijk, collectief minimum toetsingsniveau voor de gevolgklassen 2 en 3. De toetsingsmatrix is niet in een online applicatie ingebouwd, maar wordt impliciet gebruikt. Niet in alle gevallen wordt aan de hand van matrix getoetst. Veiligheid krijgt altijd de meeste aandacht. 3.5Inhoudelijk beoordelingskader verschillende activiteiten De inhoudelijke toetsingskaders zijn grotendeels landelijk geüniformeerd en volgen uit de wet- en regelgeving en zijn toegeschreven op de verschillende activiteiten. Bouwactiviteit Met ingang van 1 januari 2024 is er een ‘knip’ gemaakt in de beoordeling van bouwactiviteiten. Beoordeling van de bouwactiviteit wordt gesplitst in: een technisch deel waarbij wordt getoetst aan het Bbl. Voor nieuwbouwwerken in gevolgklasse 1 komt deze preventieve toetsing bij een private kwaliteitsborger te liggen en niet meer bij de gemeente. Dit zal op een nader te bepalen tijdstip ook gaan gelden voor verbouwactiviteiten in gevolgklasse 1. een ruimtelijk deel, genaamd omgevingsplanactiviteit, waarbij een toets plaatsvindt aan het omgevingsplan, welstand, lokale verordeningen en omgevingsveiligheid (externe veiligheid). Vier typen bouwactiviteiten en gevolgklassen De gevolgklassen zijn bepaald aan de hand van de mogelijke gevolgen voor gebruikers. Bijvoorbeeld als gevolg van brand of het instorten van een (deel van een) gebouw. Hoe groter de gevolgen zijn als er iets misgaat, des te hoger de gevolgklasse. Bouwwerken gevolgklasse 0 – Vergunnings- en meldingsvrij bouwen Bijvoorbeeld een dakkapel aan de achterzijde Geen inhoudelijke toets vereist Zowel voor de technische bouwactiviteit als voor de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk zijn in het Bbl vergunningsvrije gevallen aangewezen: vergunningsvrije (technische) bouwactiviteiten vergunningsvrije omgevingsplanactiviteiten Dit betekent echter niet dat deze bouwwerken regelvrij zijn. Er moet worden voldaan aan de (technische) regels uit het Bbl. Via de zogenoemde bruidsschat zijn veel van onder de Wabo landelijk uniform geregelde vergunningsvrije mogelijkheden aan de gemeente overgedragen en maken ze per 1-1-2024 onderdeel uit van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan van rechtswege. De gemeenteraad weegt bij de omzetting naar een definitief omgevingsplan af of deze regels geschrapt, overgenomen of gewijzigd worden. Bouwwerken gevolgklasse 1 – Vergunningsplicht omgevingsplanactiviteit en meldingsplichten voor technische bouwkwaliteit (bouw- en gereedmelding) De (persoonlijke) gevolgen als niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan zijn beperkt. Bijvoorbeeld een grondgebonden woning of een fabriekspand max 2 verdiepingen. Geen inhoudelijke toets melding, tenzij sprake is van bijzondere, lokale omstandigheden. Zie hiervoor bij punt 3.1 Werkwijze bij meldingen Art. 2.17, lid 3, Bbl regelt het bouwen of verbouwen van bouwwerken behorend tot gevolgklasse 1 Art. 2.17, lid 2, Bbl regelt de gevallen die uitgezonderd worden van gevolgklasse 1 Toetsing aanvraag omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit aan: Omgevingsplan en welstandseisen. Bouwwerken gevolgklasse 2 – Vergunningplicht voor technische bouwactiviteit en omgevingsplanactiviteit Reële kans op (persoonlijke) gevolgen als niet aan de voorschriften wordt voldaan. Bijvoorbeeld bibliotheken, gemeentehuizen en woongebouwen tot 70 meter hoogte Bouwwerken gevolgklasse 3 – Vergunningplicht voor technische bouwactiviteit en omgevingsplanactiviteit Kans op aanzienlijke (persoonlijke) gevolgen als niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan. Bijvoorbeeld metrostations, stadions, ziekenhuizen en gebouwen hoger dan 70 meter Toetsing aanvraag omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit en omgevingsplanactiviteit aan: Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) De wijze van toetsing is, zoals eerder onder punt 3.4 beschreven, risicogestuurd. De focus bij de toetsing ligt op de onderwerpen veiligheid (o.a. brandpreventie en constructies) en gezondheid (o.a. ventilatie). Daarbij wordt onderscheid gemaakt in het type bouwwerk. Een openbaar gebouw of een gebouw bedoeld voor een kwetsbare doelgroep kent een vergaande toets op deze onderwerpen. Uit de aanvraag moet voldoende aannemelijk blijken dat het plan voldoet aan het Bbl. Omgevingsplan In het omgevingsplan staan regels over activiteiten en onder welke voorwaarden die op een locatie zijn toegestaan. Als een omgevingsvergunning nodig is bevat het omgevingsplan ook de beoordelingsregels en aanvraagvereisten. Er kan sprake zijn van een binnenplanse of buitenplanse vergunningplicht voor een omgevingsplanactiviteit. Dit wordt hierna uitgewerkt onder het kopje omgevingsplanactiviteit. Welstandsbeleid Een bouwplan wordt getoetst aan het welstandsnota Meppel. Afhankelijk van de omvang en impact van het bouwplan adviseert een door de raad aangewezen commissie. Het college kan gemotiveerd van het advies afwijken. Erfgoedverordening Meppel 2017 De verordening bevat regels over hoe in de gemeente Meppel om te gaan met erfgoed. Besluit kwaliteit leefomgeving Bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels van het Bkl. Een vergunning voor de omgevingsplanactiviteit is nodig, tenzij op grond van het omgevingsplan deze activiteit vergunningsvrij is dan wel hiervoor een meldingsplicht geldt. Bouw- en sloopveiligheid - Veiligheid op en in de directe omgeving van de bouwplaats De specifieke zorgplicht over bouw- en sloopwerkzaamheden geldt voor de opdrachtgever of aannemer die bouwt of sloopt. Die persoon moet maatregelen nemen om nadelige gevolgen voor nabijgelegen wegen, werken of (
- on)roerende zaken tegen te gaan. Nadelige gevolgen zijn schade, hinder of overlast in de omgeving van of op een bouwplaats. De regels hiervoor staan in het Bbl. Het gaat dan om beschadiging of belemmering van wegen, in de weg gelegen werken, andere roerende of onroerende zaken. In het Arbeidsomstandighedenbesluit is de arbeidsveiligheid van werknemers op de bouwplaats geregeld. Een veiligheid- en gezondheidscoördinator (hierna: V&G-coördinator) heeft de taak zorg te dragen voor de veiligheid en gezondheid van werkenden op de bouwplaats. Binnen de hekken van de bouwplaats wordt de veiligheid gecontroleerd door de Arbeidsinspectie. Buiten de hekken (op een aangrenzend perceel of op een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen) vindt toezicht plaats door de gemeente. Tijdens het “verkennen van het initiatief” zullen wij de initiatiefnemer dan wel bouwer op deze omstandigheden wijzen. Wanneer de omgevingsveiligheid in het geding is, moet dit worden gemeld bij het bevoegd gezag. Bij vergunning- of meldingplichtige beoogde bouw- of sloopwerkzaamheden moet altijd een risicomatrix worden opgesteld (Bbl art. 7.5a lid 1). Afhankelijk van de uitkomst moet een “veiligheidscoördinator directe omgeving” worden aangesteld en een bouw- of sloopveiligheidsplan worden opgesteld (Bbl art. 7.5a lid 2). Omgevingsplanactiviteit Voor diverse ruimtelijke activiteiten (bouwen, kappen, veranderen gebruik etc.) blijft een omgevingsvergunning nodig. De aanvraag hiervoor moet (volledig) worden getoetst aan het (tijdelijk deel van) het omgevingsplan. We spreken vanaf 1-1-2024 van een omgevingsplanactiviteit. Onder de Omgevingswet zijn er drie mogelijkheden om hieraan medewerking te verlenen: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan (binnenplanse omgevingsplanactiviteit); een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanactiviteit). Soms moet de raad om advies worden gevraagd. De activiteiten waarvoor dit geldt staan op een door de raad vastgestelde lijst11Lijst met categorieën van buitenplanse aanvragen omgevingsvergunning waarvoor bindend adviesrecht van de gemeenteraad vereist is (vastgesteld 28 oktober 2021) https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR716923/1. een projectbesluit. Dit is een instrument voor waterschappen, provincies en het rijk en bedoeld om complexe projecten mogelijk te maken. Als een initiatiefnemer een bouwactiviteit wil uitvoeren in gevolgklasse 1 zal deze, tenzij de raad anders heeft bepaald, een aanvraag omgevingsvergunning Omgevingsplanactiviteit (OPA) moeten aanvragen. Idealiter vindt deze ruimtelijke toets en vergunningverlening plaats voordat de bouwmelding wordt gedaan. Beoordelingsregels Voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels in het omgevingsplan. Dit staat in artikel 8.0a, lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In de bruidsschat voor het omgevingsplan staan al beoordelingsregels voor diverse activiteiten. Ook in de Verordening fysieke leefomgeving die op termijn in het omgevingsplan moet overgaan, kunnen beoordelingsregels voor binnenplanse omgevingsplanactiviteiten staan. Het begrip “afwijken“ komt in de Omgevingswet niet terug. Bij strijdigheid met het omgevingsplan is sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Wij beoordelen deze aanvragen vanuit een ‘Ja, mits’ houding en: met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2 Bkl); de instructieregels voor het omgevingsplan uit hoofdstuk 5 Bkl; de instructieregels van de provincie voor het omgevingsplan; eventuele instructiebesluiten van Rijk en provincie. Kan de gewenste ontwikkeling alleen worden toegelaten door het vaststellen van een wijziging van algemene regels voor andere locaties in het omgevingsplan, dan is de vergunning technisch niet vergunbaar. In die situatie is een wijziging van het omgevingsplan nodig. Opnemen in omgevingsplan Een omgevingsvergunning ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ moet binnen een periode van 5 jaar worden opgenomen In het omgevingsplan. Activiteit Uitvoeren van werk(zaamheden) Een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘werk of werkzaamheden uitvoeren’ (voorheen aanlegvergunning) is opgenomen in het omgevingsplan en geeft toestemming om in gebieden met landschappelijke, archeologische of cultuurhistorische waarden onder andere wegen aan te leggen, sloten te graven of dempen of bomen te planten of rooien. De bedoeling is het aangewezen gebied te beschermen tegen ongewenste ontwikkelingen. In het omgevingsplan staat wanneer een vergunning nodig is en wat daarvoor de toetsingscriteria zijn. De belangen worden afgewogen op basis van een (nader) in te dienen onderbouwing of onderzoeken. De inhoudelijke advisering wordt uitgevoerd door interne en externe deskundigen. Monumentenactiviteit De omgevingsvergunning voor (wijziging van) monumenten vergt bijzondere aandacht om te voorkomen dat onomkeerbare schade wordt toegebracht aan gemeentelijk-, provinciaal- en rijks- cultuurhistorisch erfgoed12De gemeente Meppel kent 51 provinciale monumenten, 86 rijksmonumenten en 42 gemeentelijke monumenten.. Regels voor monumenten zijn opgesteld om de bijzondere waarde die deze gebouwen representeren te beschermen. Als deze regels niet worden nageleefd, gaat deze waarde voorgoed verloren. Bij rijksmonumenten is, afhankelijk van de aard van de activiteiten en de impact die ze op het monument hebben, advies en instemming vereist van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Dit advies wordt namens de minister uitgebracht door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, waarbij eventueel door deze rijksdienst gestelde voorwaarden onverkort in de omgevingsvergunning worden overgenomen. Verbouwplannen betreffende gemeentelijke en provinciale monumenten worden voorgelegd aan een door de raad hiervoor ingestelde commissie. Bij gemeentelijke monumenten vindt er ook een toets aan het omgevingsplan plaats. Flora- en fauna- en Natura 2000-activiteit De Wet natuurbescherming met regels over gebiedsbescherming, soortenbescherming en bescherming houtopstanden is op 1-1-2024 over gegaan in het stelsel van de Omgevingswet. Daarmee wordt het belang van natuur als integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving geregeld. Onder de Omgevingswet is de naamgeving van handelingen die betrekking hebben op natuur veranderd: ontheffingen en zogenoemde natuurvergunningen heten nu omgevingsvergunning. Er is niet langer sprake van één integrale vindplaats voor alle natuurbeschermingsregels. De meeste artikelen uit de Wet natuurbescherming en het onderliggende Besluit natuurbescherming hebben een plekje gekregen in de verschillende AMvB's onder de Omgevingswet. Dat zijn het Bbl (stikstof), het Omgevingsbesluit (bevoegd gezag), het Bkl (onder andere instructie- en beoordelingsregels) en het Bal (vrijstellingen). Het isoleren of slopen van een gebouw, het kappen van een boom of het verbreden van een weg of andere werkzaamheden of activiteiten kan gevolgen hebben voor beschermde dieren, bijvoorbeeld vogels, vlinders, vleermuizen of planten. Bestaat het vermoeden dat de werkzaamheden/activiteiten effect hebben op beschermde dier- en/of plantsoorten dan moet een aanvrager hierop zo nodig worden gewezen. Bevoegd gezag De provincie is meestal het bevoegd gezag voor een aanvraag die alleen gaat over een flora- of fauna-activiteit of Natura 2000-activiteit. Artikel 4.6 Omgevingsbesluit noemt de activiteiten waarvoor Gedeputeerde Staten beslissingsbevoegd zijn. Dit betreft onder andere enkelvoudige of meervoudige aanvragen voor een Natura 2000-activiteit of een flora- en fauna-activiteit, die niet is aangewezen in artikel 4.12, tweede en derde lid, Omgevingsbesluit. De flora- en fauna-activiteit heeft vaak een relatie met een andere activiteit, zoals een bouwactiviteit, sloopactiviteit of kappen van een boom. In dat geval is het college het bevoegd gezag, tenzij bij AMvB een ander betrokken bestuursorgaan wordt aangewezen (artikel 5.12 Omgevingswet). In die situatie moet de gemeente advies en instemming vragen aan: de provincie voor het deel van de aanvraag dat gaat over de flora- en fauna-activiteit of Natura 2000-activiteit zonder nationaal belang (artikel 4.25 Omgevingsbesluit); de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij voor het deel van de aanvraag dat gaat over de flora- en fauna-activiteit of Natura 2000-activiteit van nationaal belang (artikel 4.31 Omgevingsbesluit). We nemen het uitgebrachte advies over in ons besluit. Onder de Omgevingswet kunnen de activiteiten ook afzonderlijk worden aangevraagd. Bijvoorbeeld een omgevingsvergunning voor een flora en fauna-activiteit en een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. In welke gevallen is verkennend (quickscan flora en fauna) dan wel nader ecologisch onderzoek op een locatie nodig? De BeSI (Beschermde Soorten Indicator) is een hulpmiddel voor initiatiefnemers bij deze vraag. Is er een soortenmanagementplan/programma vastgesteld op basis waarvan vrijstelling geldt voor een bepaald gebied? In 2024 en 2025 wordt een soortenmanagementplan opgesteld voor gebouw gebonden diersoorten (vleermuizen, huismus, huiszwaluw en gierzwaluw). Hiermee kunnen bepaalde activiteiten aan gebouwen zonder vergunning worden uitgevoerd, de gemeente is in dat geval vergunninghouder. Uitzondering vergunningplicht Natura 2000-activiteiten zijn meestal aangemerkt als vergunningplichtig, maar er zijn ook gevallen waarvoor op grond van (hoofdstuk 11 van) het Bal of de Omgevingsregeling deze vergunningplicht niet geldt. Voor flora- en fauna-activiteiten kan een vergunningplicht gelden. In (hoofdstuk 11 van) het Bal en de Omgevingsregeling zijn zowel vergunningplichtige als vergunningsvrije gevallen aangewezen. Beoordeling aanvraag Bij aanvragen omgevingsvergunningen moet worden gekeken naar effecten van de aanvraag op ecologische aandachtspunten. De behandelaar maakt een inschatting of ecologie aan de orde is en ecologisch advies moet worden gevraagd. De BeSI en natuurwaardenkaarten zijn daarvoor een hulpmiddel. Kosten voor ecologisch onderzoek kunnen voor kleine aanvragen/particuliere initiatieven buitenproportioneel zijn vergeleken met de kosten van de (ruimtelijke) ingreep waarvoor de vergunning benodigd is. Dit speelt onder andere bij het verduurzamen/na-isoleren van woningen. Het soortenmanagementplan biedt hiervoor een oplossing. Activiteiten o.g.v. Verordening fysieke leefomgeving De inwerkingtreding van de Omgevingswet betekent dat gemeenten regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving kunnen, en onder omstandigheden moeten, opnemen in hun omgevingsplan. Beoogd wordt om alle regels over de fysieke leefomgeving die gelden voor het grondgebied van de gemeente Meppel in één omgevingsplan te bundelen. Hiervoor moeten diverse bepalingen uit gemeentelijke verordeningen die gaan over de fysieke leefomgeving, moeten worden verplaatst naar het omgevingsplan. De wetgever heeft de gemeente tot 31 december 2031 de tijd gegeven om deze verandering in de regelgeving vorm te geven. In Meppel is anticiperend op deze verplichting in oktober 2021 al een tussenstap gedaan. De regels in gemeentelijke verordeningen die de fysieke leefomgeving/het gebruik van de openbare ruimte betreffen, zijn verplaatst en gebundeld opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving. Deze verordening die op 1 januari 2022 in werking is getreden, vormt o.a. het toetsingskader voor aanvragen dan wel meldingen die gaan over: markten en standplaatsen; kappen van bomen/vellen houtopstand; slopen/wijzigen monument/bouwwerk in aangewezen stads- of dorpsgezicht; aanleggen of veranderen van een weg maken of aanpassen van inrit/uitrit; aanbrengen van handelsreclame; incidentele festiviteiten; plaatsen voorwerpen op of aan de weg; ligplaatsen historische schepen. 4.Toezichtstrategie activiteiten omgevingsrecht Toezicht is inspectiewerk op de naleving van diverse wet- en regelgeving zonder dat er een vermoeden bestaat van een overtreding. Toezicht kan een belangrijk preventief effect hebben. Deze toezichtstrategie beschrijft op welke wijze wij in Meppel invulling willen geven aan het toezicht binnen het omgevingsrecht. 4.1Werkwijze voorbereiden, uitvoeren en rapporteren De werkprocessen met de stappen voorbereiding van een toezichtsbezoek, de feitelijke uitvoering, de rapportage van het toezichtbezoek en hercontroles zijn uitgewerkt in het proces “Controle uitvoeren” in CLO. Toezicht start met het verzamelen van informatie over de vraag of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen, het daarna vormen van een oordeel daarover en het eventueel in reactie daarop ingrijpen. De aard en de frequentie van het toezicht zijn afhankelijk van het risico dat een activiteit vormt. We werken met risicogericht toezicht. We maken bij het toezicht op de bouwactiviteiten in gevolgklasse 2 en 3 gebruik van het landelijk erkende toezichtprotocol van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland. Daar waar wij hiervan afwijken verantwoorden wij dit in het VTH-uitvoeringsprogramma en -jaarverslag. Zoals wij eerder bij de uitgangspunten al hebben aangegeven, heeft preventie de voorkeur boven repressie. Onze insteek is het ongedaan maken van overtredingssituaties door een toezichthouder het gesprek aan te laten gaan met een overtreder. De toezichthouder en jurist stemmen af over het eventueel mondeling waarschuwen of versturen van een waarschuwingsbrief. In het gesprek informeert de toezichthouder overtreders over hoe zij de overtreding ongedaan kunnen maken, de te volgen procedure en de benodigde medewerking van de gemeente. Ook de termijnen die daarvoor worden gegund en mogelijke sancties zijn onderwerp van gesprek. Dit is vooral aan de orde bij goedwillende overtreders die onbedoeld niet naleven en die gemotiveerd zijn de niet naleving zo snel mogelijk zelf op te heffen. 4.2Aanwijzing toezichthouders Voor het toezicht op de naleving van o.a. de Omgevingswet, Woningwet, Verordening Fysieke Leefomgeving Meppel, hebben wij bij categoraal aanwijzingsbesluit13http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR710613 de volgende functionarissen van het team L&W aangewezen als toezichthouder als bedoeld in artikel 5:11 van de Awb: Toezichthouder Bouwen en Wonen; Teammanager C van de afdeling Leefbaarheid en Wijkregie; Toezichthouder/Buitengewoon opsporingsambtenaar; Stagiair toezichthouder/Buitengewoon opsporingsambtenaar. Daarnaast zijn er bij de teams Openbare ruimte Duurzaam en Economie en Regio toezichthouders aangewezen. De verwachting is dat de toezichthouders onder de Omgevingswet een wat andere rol-/taakinvulling gaan krijgen. Onder de Omgevingswet en als gevolg van de Wkb zijn meer activiteiten toestemmingsvrij, maar niet regelvrij. Hierdoor worden we niet meer van tevoren over die activiteiten ingelicht. Dat heeft tot gevolg dat toezichthouders meer “in het veld” moeten nagaan of en welke bouwactiviteiten gaande zijn. Of meer moeten reageren op meldingen van particulieren en bedrijven. Een overgang naar nieuwe regels vraagt meer communicatie met verschillende partijen, bijvoorbeeld over onduidelijke situaties, zoals de invulling van een zorg- of meldingsplicht. Zeker in het begin zal er sprake zijn van meer voorlichting. Dit vergt meer tijd en mogelijk andere competenties van de toezichthouder. In ieder geval in 2024 zal zowel aan de hand van de oude als nieuwe regelgeving toezicht moeten worden gehouden. 4.3Vormen van toezicht Er zijn drie hoofdvormen van toezicht te onderscheiden: Vergunninggericht/programmatisch toezicht: Dit betreft controles gericht op vergunningen of gebruik op basis van de prioriteitstelling voortkomend uit de risicoanalyse en die in de uitvoeringsplanning zijn opgenomen De prioriteitstelling bepaalt de controlefrequentie en diepgang. Projectmatig/thematisch toezicht: Dit betreft toezicht op bestuurlijk bepaalde speerpunten (thema, branche of gebied). Aanleidingen kunnen ingegeven zijn door politieke keuzes, landelijke incidenten of een patroon/bepaald aantal signalen (klachtmeldingen/handhavingsverzoeken) over een bepaald onderwerp of gebied. Steekproefsgewijs toezicht: Dit betreft de bouwwerken, waarop het toezicht per 1-1-2024 s overgegaan naar private kwaliteitsborgers en waarop vanuit de gemeente de eerste twee jaar nog steekproefsgewijs toezicht wordt gehouden. Reactief/signaal toezicht: Dit betreft controles in reactie op signalen, zoals klachtmeldingen, waarnemingen van collega’s of externe partners en handhavingsverzoeken, maar ook de hercontroles bij eerdere bevindingen op gegeven hersteltermijn. De verschillende toezichtvormen worden in het jaarlijks uitvoeringsprogramma verder uitgewerkt en gepland op basis van de prioriteitstelling en raming van de personele capaciteit. 4.4Doorwerking prioriteiten bij toezicht We richten onze aandacht vooral op de meest risicovolle en prioritaire zaken: we doen de dingen die er echt toe doen. Voor het overige vertrouwen we erop dat de betrokkene zijn verantwoordelijkheid neemt voor het voldoen aan de regels. We sluiten ons daarom aan bij onze risicoanalyse en de daarop gebaseerde prioriteitstelling: Risico Prioriteiten toezicht Hoog Toezicht op bouw, brandveiligheid en planologisch gebruik Vergunninggericht toezicht: vergunningvoorschriften en geldende regels worden intensief gecontroleerd op alle aspecten met een hoge prioriteit. We doen dit op basis van kennis en ervaring waarbij we gebruik maken van toezichtprotocollen. Het toezicht is intensief op uitvoering van vergunningen bij bouwactiviteiten gevolgklassen 2 en 3 zowel tijdens de bouwfase als bij oplevering, waarbij specifieke aandacht is voor constructieve- en brandveiligheid, gezondheidsaspecten en duurzaamheid. Controle op de inrichtingseisen van een nieuwe horecagelegenheid waar alcoholhoudende dranken wordt verstrekt, zowel commercieel als para-commercieel Toezicht op bestaande bouw: illegale huisvesting studenten en arbeidsmigranten (i.r.t. toezicht op BRP) Toezicht op erfgoed om onomkeerbare beschadiging van cultuurhistorische waarden en verwaarlozing monumenten te voorkomen In de gebruiksfase periodieke controles (1x per jaar) op brandveiligheid door de VRD bij: Woongebouwen met zorg, betreft o.a. verzorgingstehuis, seniorencomplex, gebouwen voor zorg van mensen met lichamelijke en geestelijke beperking Bijeenkomstgebouwen, betreft o.a. scholen voor kinderen <12jr en scholen voor kinderen >12jr. met meer dan 250 leerlingen Kinderdagopvangen Gebouwen met celfunctie Gezondheidszorggebouwen met bedgebied Gebouwen met logiesfunctie met meer dan 10 personen Als bij controle blijkt dat een bepaalde voorziening ontbreekt, zal de brandweer in eerste instantie zelf de gebruiker van het gebouw daarop wijzen en nacontroles uitvoeren. Ontstaat een situatie dat een formeel bestuursrechtelijk handhavingstraject nodig is, dan is het college het bevoegde gezag. Toezicht op gebruik openbare ruimte Dagelijkse, preventieve surveillance en specifiek op meldingen over: Afval – illegale stort (meldingen afvalstort, bijplaatsingen ondergrondse containers en zwerfvuil) Verrommeling/verloedering openbare ruimte (o.a. verloedering percelen, reclames, terrassen, uitstallingen, aanhangwagens/caravans lang laten staan, bouwafval of aanhangers in plantsoenen) Themagericht/actiegericht toezicht Frequent en gerichte controle op verkeerd gestalde fietsen, weesfietsen en fietswrakken. Bijvoorbeeld ((twee)wekelijks of maandelijks). Controles op betaald parkeren en parkeren vergunninghouders in de gebieden waar dit geldt en intensiever in de binnenstad. Gemiddeld Vergunninggericht toezicht: vergunningvoorschriften en geldende regels worden visueel gecontroleerd op alle aspecten met een gemiddelde prioriteit. Toezicht op bestaande bouw en mogelijk illegale activiteiten (strijdig gebruik, bouw, bewoning, aanleg etc.) bij een opeenstapeling van geclusterde (klacht)meldingen/signalen. Er vinden jaarlijks controles plaats bij locaties waar studenten en arbeidsmigranten (illegaal) worden gehuisvest. Op basis van een vastgesteld, geprioriteerd thema of voor een bepaald project kunnen gerichte controles worden uitgevoerd op de naleving van bepaalde voorschriften. Aanleidingen hiervoor kunnen ingegeven zijn door politieke keuzes, landelijke incidenten of een patroon in signalen over een bepaald gebied of een bepaald thema. Laag Vergunninggericht toezicht: op activiteiten met een lage prioriteit wordt in beginsel niet actief gecontroleerd. Als de capaciteit het toelaat voeren we steekproeven uit op de naleving. Het toezicht op de activiteiten (kap, aanleg weg/uitrit, aanbrengen handelsreclame etc) die in de Verordening fysieke leefomgeving zijn benoemd, vindt plaats op basis van signalen. Wanneer de naleving verslechterd kan dat aanleiding zijn om een activiteit hoger te gaan prioriteren. Signaaltoezicht in reactie op (klacht)meldingen en waarnemingen Anonieme signalen worden in principe niet in behandeling genomen, tenzij zonder uitgebreid onderzoek ‘buiten’ duidelijk is dat de veiligheid of een monumentale status (onomkeerbare situatie) in geding is. Signaal wordt inhoudelijk beoordeeld. Is sprake van: Acuut gevaar voor veiligheid en/of gezondheidsrisico, dan wordt toezicht direct opgepakt; Geen acuut gevaar, maar wel prioriteit, dan wordt de controle binnen een week ingepland. Geen acuut gevaar en geen prioriteit dan wordt de melding enkel opgepakt als hier (eventueel door een opstapeling van soortgelijke meldingen) aanleiding toe is. Dit wordt dan projectmatig/thematisch opgepakt. De onder c. bedoelde signalen analyseren we 1x per halfjaar en hiervoor kunnen wij in het uitvoeringsprogramma een specifiek project plannen. Verder moet er bij de melder sprake zijn van een belanghebbendheid (zicht- en afstandscriterium). Signaaltoezicht in reactie op verzoeken om handhaving Anonieme handhavingsverzoeken worden in principe niet in behandeling genomen, tenzij zonder uitgebreid onderzoek ‘buiten’ duidelijk is dat de veiligheid of een monumentale status (onomkeerbare situatie) in geding is. Betreft het signaal een handhavingsverzoek dan wordt een controle tijdig ingepland, zodat binnen 8 weken een besluit kan worden genomen. Voldoet het verzoek niet aan de vereisten voor een aanvraag in de Awb, dan bieden we eerst de mogelijkheid tot aanvulling. Wordt hiervan geen gebruik gemaakt dan behandelen wij het verzoek als een signaal, zoals hierboven aangegeven. Toezicht op bouw- en gereedmeldingen gevolgklasse 1 Vanaf 1 januari 2024 maken we door de inwerkingtreding van de Omgevingswet en Wkb bij het bouwtoezicht onderscheid in de gevolgklassen 1, 2 en 3. Op 6 december 2023 hebben wij de keuze gemaakt om in ieder geval de eerste twee jaar na de invoering van de Wkb uit te gaan van een complementaire rol van de gemeen