← Nederland

Technische publicatie Omgevingsvisie gemeente De Bilt (De Bilt)

In het kort

Deze wet, genaamd de Omgevingsvisie gemeente De Bilt, is een verplicht instrument dat voortvloeit uit de Omgevingswet en bundelt wetgeving en regels voor de fysieke leefomgeving. Het doel is om samen met inwoners, ondernemers, partners en gebruikers een integrale koers uit te zetten voor de toekomst van de gemeente De Bilt, gericht op een gelukkiger, gezonder en veiliger fysieke leefomgeving.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

Wettekst

/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR728272 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0310/2024/omgevingsvisie /join/id/stop/work_019 2024-12-02 2024-12-02 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR728272/nld@2024-12-03 /join/id/proces/gm0310/2024/Omgevingsvisie1 2024-12-03 2026-02-06 2024-12-03 2026-02-06 2024-12-03 2026-02-06 /akn/nl/act/gm0310/2024/omgevingsvisie/nld@2024-11-27 /akn/nl/act/gm0310/2024/omgevingsvisie /akn/nl/act/gm0310/2024/omgevingsvisie/nld@2024-11-27 /join/id/stop/work_019 1 Omgevingsvisie gemeente De Bilt

  1. PROCES 1.
  2. De Omgevingswet en de omgevingsvisie Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Deze wet bundelt de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De wet regelt daarmee het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Daaronder vallen ook ‘nieuwe’ thema’s zoals klimaatadaptatie, energietransitie, gezondheid en veiligheid. Met de Omgevingswet wordt het stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. Dit gebeurt langs de drie volgende sporen: a. Integrale afweging bij initiatieven waarbij meer ruimte is voor maatwerk. b. Het toegankelijk maken van regels voor de fysieke leefomgeving van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). c. Het anders (samen)werken van overheden. De integrale afweging van initiatieven en het geven van vertrouwen zijn sleutelbegrippen. Het doel en de meerwaarde van een initiatief in de fysieke leefomgeving moet centraal staan in plaats van de vraag: ‘mag het wel?’ Dit vraagt om een andere werk- en denkwijze van overheden, maatschappelijke organisaties, burgers en bedrijven. De Omgevingswet bevat een aantal instrumenten waarmee overheden de doelen van de wet in praktijk kunnen brengen. Deze instrumenten worden de ‘kerninstrumenten’ genoemd. Eén van de (verplichte) instrumenten voor gemeenten die voortvloeit uit de Omgevingswet is de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie zetten we samen met onze inwoners, ondernemers, partners en gebruikers de integrale koers uit op weg naar de toekomst (denk aan 2040), gericht op een fysieke leefomgeving waarin mensen gelukkiger, gezonder en veiliger zijn. De omgevingsvisie De Bilt vervangt de Structuurvisie

(2012). 1.
  1. Rol en sturingsfilosofie De omgevingsvisie geeft een toekomstbeeld van de gemeente. We hebben de omgevingsvisie opgesteld in samenwerking met de samenleving. Zo vormt de omgevingsvisie de beleidsmatige basis voor het omgevingsplan en eventuele (omgevings)programma’s. In het omgevingsplan zijn straks de juridische- en beleidsmatige regels per geografische locatie opgenomen. Het omgevingsplan vervangt de losse bestemmingsplannen. In omgevingsprogramma’s werken we doelstellingen van de visie uit en spelen we in op nieuwe maatschappelijke vraagstukken. Deze vraagstukken kunnen vervolgens weer leiden tot aanpassing van de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Zo blijven de omgevingsvisie en het omgevingsplan actueel en toekomstbestendig. De omgevingsvisie biedt een flexibel raamwerk voor nieuwe ontwikkelingen met heldere uitgangspunten voor alle partijen. Met behulp van de omgevingsvisie sturen we op gewenste ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Ook is er meer ruimte voor initiatieven en participatie van bewoners, bedrijven en organisaties. Als de juridische regels van het omgevingsplan een initiatief niet toestaan, kan hier van afgeweken worden met een zogenaamde Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA). Het integrale afwegingskader in de omgevingsvisie helpt bij het afwegen van die afwijkingen. Daarmee vormt het ook een enthousiasmerende uitnodiging naar de samenleving. Voor het afwegingskader in de omgevingsvisie hebben wij gekozen voor drie kernwaarden met voor elke kernwaarde een vijftal thema’s (zie hoofdstuk 4). De bestaande kwaliteiten van de gemeente De Bilt vormen daarbij het vertrekpunt (zie hoofdstuk 2). 1.
  2. Een gezamenlijk proces Om te komen tot een omgevingsvisie hebben we gekozen voor een uitgebreid participatietraject, omdat de omgevingsvisie grote impact heeft op de toekomstige ontwikkeling van onze gemeente. Na meer dan drie jaar kijken wij terug op een intensief en bewogen traject waarbij wij gebruik hebben gemaakt van informatie en kennis uit onze samenleving. In een dergelijk proces ontkomen we er niet aan om keuzes te maken waarbij niet alle inbreng en inzichten volledig kunnen worden meegenomen. We hebben stapsgewijs - samen met inwoners, ondernemers, andere overheden en maatschappelijke organisaties - gewerkt aan een afgewogen en breed gedragen omgevingsvisie. Deze processtappen zijn in de afbeelding schematisch weergegeven. De gemeenteraad heeft in februari 2021 de ‘Startnotitie voor de omgevingsvisie’ vastgesteld. Hiermee heeft de raad de procesmatige en inhoudelijke kaders bepaald voor de omgevingsvisie. Daarna hebben we een inventarisatie en analyse van de huidige situatie gemaakt. Aan de hand van een beleids-, data- en gebiedsanalyse is de Basisverkenning (29 maart 2021) opgesteld. Tijdens de eerste ‘Maand van de leefomgeving’ (april 2021) is aan de van hand van participatie een eerste beeld ontstaan van vele gezamenlijke, maar ook uiteenlopende ambities. Opbrengsten uit deze bijeenkomsten zijn terug te vinden in een apart participatieverslag. De Startnotitie, Basisverkenning, bestaande beleidskaders en de inbreng (tijdens de eerste maand van de leefomgeving) van bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, provincie en waterschappen hebben vervolgens geleid tot de Koersnotitie (vastgesteld door het college in oktober 2021). In de Koersnotitie zijn de ambities en doelen opgenomen waarover een gezamenlijk beeld bestaat. Daarnaast zijn de belangrijke vraagstukken die toen nog open stonden verder uitgewerkt in mogelijke oplossingsrichtingen. Deze oplossingsrichtingen zijn uitgewerkt in vier vergezichten. Deze vier vergezichten geven de uitersten weer op de thema’s wonen, energie, economie en mobiliteit. Vanuit het ruimtelijk perspectief is het thema ‘landelijk gebied’ toegevoegd. Het is verplicht om de milieu- en omgevingseffecten van de omgevingsvisie in kaart te brengen. Deze effecten zijn in beeld gebracht met een milieueffectenrapportage (MER). In het MER Deel A (van 16 maart 2022) zijn de vergezichten nader getoetst op deze effecten. Hiermee zijn aandachtspunten voor de omgevingskwaliteit inzichtelijk gemaakt. Dit draagt bij aan een diepgaande discussie en het maken van goed afgewogen keuzes over de gewenste ontwikkeling van de gemeente De Bilt. Het resultaat hiervan wordt beschreven in de Dialoognotitie. Alle documenten staan op de website https://doemeedebilt.nl/de+omgevingsvisie. De Dialoognotitie (21 maart 2022) vormde de basis voor de Toekomstdebatten die zijn gehouden in de tweede ‘Maand van de leefomgeving’ in april
  3. Hiermee hebben we zoveel mogelijk input over de gewenste ontwikkelingen opgehaald. Samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties is gezocht naar een breed gedragen voorkeursrichting. De thema’s wonen, economie, energie, mobiliteit en landelijk gebied kwamen hierbij aan bod. In paragraaf 3.3 zijn de vier vergezichten en de voorkeur verwerkt in één vergezicht en verder toegelicht. Aan de hand van de Dialoognotitie, het IRP 20401 en actuele ontwikkelingen hebben we de ‘Kern van de Visie’ opgesteld. Op basis van het participatietraject heeft het college De Kern van de Visie vastgesteld (in december 2022). Deze is verder uitgewerkt in de voorontwerp-omgevingsvisie. De ontwerpomgevingsvisie wordt (conform de wettelijke plicht) getoetst op milieueffecten in (deel B van) het MER. Tijdens de derde ‘Maand van de Leefomgeving’ (maart 2023) is de voorontwerp-omgevingsvisie als een eerste toetsing gepresenteerd aan de participanten van de eerdere dialoog- en toekomstsessies en overige belangstellenden. Aan de hand van de inbreng vanuit de derde ‘Maand van de leefomgeving’ heeft het college besloten welke aanpassingen op het voorontwerp zijn verwerkt in de voorliggende ontwerpomgevingsvisie De Bilt. Afbeelding proces ontwerp 1.
  4. Leeswijzer In deze paragraaf wordt de opbouw van de omgevingsvisie beschreven. De omgevingsvisie is een instrument dat door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Daarom spreken we in de ‘wij-vorm’ waarbij we de gemeenteraad bedoelen. Hoofdstuk 2 omvat een beschrijving van de identiteit van de gemeente De Bilt vanuit historisch en geografisch perspectief. Deze beschrijving vormt het vertrekpunt voor de toekomst. In hoofdstuk 3 is de langetermijnvisie beschreven. Dit is de stip op de horizon waar we op koersen. In hoofdstuk 4 worden de belangrijkste ambities per thema of onderwerp beschreven. In dit hoofdstuk staat de omgevingsvisiekaart. Op deze kaart zijn de voornaamste ambities, kansen en uitdagingen voor onze gemeente weergegeven. In hoofdstuk 5 zijn de ambities uitgewerkt voor de verschillende deelgebieden. Hoofdstuk 6 geeft een toelichting op de manier waarop we de ambities uit de omgevingsvisie kunnen realiseren. We beschrijven de doorwerking in andere Omgevingswetinstrumenten en de wijze waarop de omgevingsvisie jaarlijks wordt gemonitord en geactualiseerd. Voorts zijn in dit hoofdstuk de programma’s opgenomen waar we aan werken. In deze omgevingsvisie zijn uitspraken opgenomen die tijdens het participatieproces zijn opgehaald.
  5. ONZE IDENTITEIT 2.
  6. Inleiding In hoofdstuk 1 hebben we aangegeven op welke wijze we in 3 rondes het participatieproces hebben vormgegeven. In hoofdstuk 2 beschrijven we de identiteit van de gemeente De Bilt in historisch perspectief en het maatschappelijk krachtenveld waar we rekening mee moeten houden. 2.
  7. De kernkwaliteiten van de gemeente De Bilt 2.2.1 Historie De gemeente De Bilt is op 1 januari 2001 ontstaan na de gemeentelijke herindeling van de gemeenten De Bilt en Maartensdijk. De gemeente beschikt over een rijke en gevarieerde bewoningsgeschiedenis die tot circa 12.000 jaar geleden teruggaat. Naast de cultuurhistorisch waardevolle landschappelijke structuren en de daarin verweven kernen zijn er in de gemeente zeer veel bijzondere cultuurhistorische elementen aanwezig. Landschappen De verscheidenheid aan landschappen in de gemeente is groot door de ligging van de gemeente op het overgangsgebied van verschillende bodemtypen. Het noordoostelijke deel van de gemeente ligt op de flank van de stuwwallen van de Veluwe en Utrechtse Heuvelrug. Naar het (zuid) westen toe gaan de glooiende hellingen van de stuwwal over in dekzandvlaktes. Deze worden nog verder naar het westen toe bedekt met veen. In het zuiden van de gemeente bevinden zich afzettingen van het oude riviersysteem van de Rijn. Dit zeer gevarieerde landschap heeft geleid tot grote verschillen in bewoning en gebruik van de diverse landschapszones die hun weerslag kennen in vele tientallen archeologische vindplaatsen. Het karakter en de cultuurhistorische waarden en kwaliteiten van het veenweidelandschap, het coulisselandschap, het boslandschap en het Kromme Rijnlandschap worden in hoofdstuk 5 beschreven. Kern De Bilt en kern Bilthoven. Kern De Bilt en kern Bilthoven zijn twee kernen die op de grens van de Utrechtse Heuvelrug zijn ontstaan. Deze twee kernen hebben door de jaren heen de grootste verstedelijking doorgemaakt, met name vanaf de jaren zestig. Kern De Bilt en kern Bilthoven werden, door de aanwezige ruimte die in Utrecht niet geboden kon worden en de centrale ligging in het land, de vestigingsplaats van het KNMI, eind 19e eeuw en het RIVM in de jaren vijftig. De kernen zijn vergroeid met de groene kamers en bossen van de Utrechtse Heuvelrug en Bilthoven-Noord is zelfs het bos ingegroeid. Lintdorpen Groenekan, Maartensdijk en Westbroek. Meer westelijk bestaan Groenekan en Maartensdijk (gelegen in het coulisselandschap*) evenals Westbroek (gelegen in het veenweidelandschap met slagenverkaveling) uit bebouwingslinten langs de oost-west georiënteerde ontginningsassen. Vooral Maartensdijk is door uitbreidingswijken vanaf de jaren tachtig in zuidelijke richting uit het lint gegroeid maar het lint zelf is ook hier nog duidelijk herkenbaar. * Toelichting:Het coulisselandschap is ontstaan door de ontginning van de dekzandgronden op de overgang van de heuvelrug naar het veenweidegebied in een lange slagenverkaveling. Dit is een gevarieerd, halfopen landschap met landgoedbossen, singels, houtwallen, hagen, akkers en weilanden. Het coulisselandschap wordt ook wel landgoederenlandschap of kamerlandschap genoemd. Hollandsche Rading. Hollandsche Rading ligt tussen de bossen en het veenweidegebied bij de provinciegrens. Het wordt gekenmerkt door een aantal monumentale lanen die zijn gekoppeld aan bosstroken en houtwallen die vanuit de Utrechtse Heuvelrug het open weidegebied insteken. Groenekan en Hollandsche Rading zijn twee kernen die niet meeverhuisden met de verplaatsing van de ontginning waardoor verdere groei van de bebouwingslinten toentertijd uitbleef. De komst van een eigen treinstation in Hollandsche Rading bracht later alsnog een groeistimulans op gang met name vanaf
  8. De voorlaatste IJstijd (Saalien, 250.000 – 130.000 jaar geleden) De stuwwallen van de Veluwe en Utrechtse Heuvelrug hebben zich in deze tijd gevormd. Midden-Steentijd (Mesolithicum, 8800-4900 v. Chr.) De oudste bewoningssporen binnen de gemeente dateren uit deze periode. In deze periode was nog geen sprake van permanente woonplaatsen. De mensen leefden vooral van de jacht en het verzamelen van eetbare planten, en verbleven meestal maar kort (enkele dagen of weken) op dezelfde plek. In de gemeente zijn diverse vindplaatsen uit het Mesolithicum bekend op dekzandruggen en -koppen in het midden en westen van de gemeente. Nieuwe Steentijd (Neolithicum, 4900-2000 v. Chr.) Met de introductie van de landbouw verschenen de eerste permanente nederzettingen. De Neolithische boeren vestigden zich vooral op de hogere en drogere delen in het landschap: stuwwalflanken, dekzandruggen en oeverwallen, die geschikt waren voor akkerbouw. Het vee werd geweid in de lagergelegen gebieden. De Neolithische vindplaatsen in de gemeente zijn vooral teruggevonden op de makkelijk te bewerken zandgronden op of nabij de stuwwallen. Bronstijd (2000-800 v. Chr.) IJzertijd (800-12 v. Chr.) Romeinse tijd (12 v. Chr.-450 na Chr.) Archeologische sporen uit de daaropvolgende tijden zijn schaars in de gemeente De Bilt. Dit heeft mogelijk te maken met uitputting van de akkerarealen en een vernatting van grote delen van het gebied, waardoor ze minder aantrekkelijk werden voor bewoning. Grote Ontginning (10e – 13e eeuw) De succesvolle Grote Ontginning in de Middeleeuwen van een deel van het landschap van de gemeente De Bilt zorgde voor het ontstaan van nederzettingen, waarbij een wegenpatroon werd gevormd op de dwarsdijken en haaks daarvan richting het achterland. Dorpen ontstonden langs de ontginningsassen of op de overgang van landschapszones en kruispunten van wegen. Met de komst van de spoorlijn in 1863 tussen Utrecht en Amersfoort (en in 1871 tussen Utrecht en Hilversum) werd het gebied ontdekt als ideale woonplaats voor de welvarende klasse. 17e eeuw: Landgoederen en buitenhuizen Vanaf de tweede helft van de 17e eeuw werden landgoederen aangekocht en in gebruik genomen. Buitenhuizen golden als statusobject en de opkomst van de Romantiek bekrachtigde het ideaal van ‘genieten van de onbezoedelde natuur’. Het gebied van Maartensdijk tot Soestdijk stond bekend als de ‘Laagte van Pijnenburg’. Het zuidelijke deel van de Utrechtse Heuvelrug stond bekend als de ‘Stichtse Lustwarande’. 1815: Nieuwe Hollandse Waterlinie De Nieuwe Hollandse Waterlinie werd opgezet toen Utrecht kort na de vestiging van de monarchie binnen de linie werd gebracht en is een belangrijk cultuurhistorisch element. Het heeft van 1815 tot 1951 dienstgedaan en bestaat uit een strook land die met behulp van sluizen, inlaten en kanalen onder water kon worden gezet. Hiermee konden de oprukkende vijandelijke legers worden gestopt. De hoger gelegen gebieden zijn voorzien van verdedigingswerken (onder andere forten) die door middel van beplanting aan het oog werden onttrokken. De linie is grotendeels nog intact. Gemeente De Bilt nu Zoals eerder beschreven zijn de kernen vooral vanaf de jaren zestig flink gegroeid. Toch wordt een aanzienlijk deel van de oppervlakte van de gemeente De Bilt gebruikt voor de landbouw. Verder bevinden zich op het grondgebied van de gemeente De Bilt delen van waardevolle (natuur)gebieden, waaronder het Oostelijke Vechtplassengebied (Natura 2000-gebied), de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Utrechtse Heuvelrug en de landgoederenzones (Laagte van Pijnenburg, Stichtse Lustwarande). Al deze gebieden hebben hoge natuurwaarden, maar zijn zeker ook van groot belang vanwege hun landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden. De landschappen maken deel uit van de regionale en nationale ecologische hoofdstructuur (het Natuurnetwerk Nederland) en/ of de cultuurhistorische hoofdstructuur. Samen vormen deze gebieden essentiële ecologische verbindingszones tussen de omringende robuuste natuurgebieden van de Utrechtse Heuvelrug, het Kromme Rijngebied en het Vecht- en Plassengebied. Tevens versterken deze landschappen/ natuurgebieden de recreatieve aantrekkingskracht van de gemeente. Iedere kern is verknoopt met het omliggende landschap, omdat groene structuren -of dit nu polderlinten of statige bomenlanen zijn- tot diep in de kernen doordringen. Het groene landschap, de natuurgebieden en cultureel erfgoed dragen bij aan een prettige woonomgeving voor de inwoners van de gemeente De Bilt. Iedere kern heeft zijn eigen culturele historie en landschappelijk/ geografisch setting en daarmee zijn eigen unieke karakter. Zo kennen we in de gemeente verschillende beschermde dorpsgezichten en monumenten. De gemeente kent een goed voorzieningenniveau, met voorzieningen verspreid over de kernen. Elke kern huisvest waar mogelijk en naar behoefte maatschappelijke basisvoorzieningen (basisschool, sportvereniging) en ook zijn er voldoende zorg- voorzieningen in de buurt (huisarts, fysiotherapeut, tandarts et cetera). Voor dagelijkse boodschappen kunnen inwoners terecht bij een aantal supermarkten verspreid over de gemeente, in de winkelgebieden van De Bilt (Hessenweg-Looydijk), Bilthoven Centrum, Maartensdijk (Maertensplein) en daarnaast winkelcentrum de Planetenbaan met de wekelijkse markt op vrijdag. De winkelgebieden in De Bilt en Bilthoven bieden naast de dagelijkse boodschappen ook een aanbod aan horeca en andere winkels. Tot slot ligt de stad Utrecht op steenworpafstand met een grootstedelijk winkel- en horeca-aanbod en bovenlokale voorzieningen zoals theater, bioscoop, ziekenhuis et cetera. 2.2.2 De Bilt in de regio Gemeente De Bilt ligt ten noordoosten van de stad Utrecht en ook op steenworp afstand van Hilversum en Amersfoort. De gemeente bestaat uit de zes kernen: Kern De Bilt, kern Bilthoven, Groenekan, Maartensdijk, Westbroek en Hollandsche Rading met elk hun eigen identiteit en (ruimtelijke) karaktereigenschappen. De centrale ligging van de gemeente De Bilt in de noordoostelijke vleugel van de Randstad zorgt ervoor dat grootstedelijke voorzieningen zoals ziekenhuizen en grote theaters op steenworp afstand liggen en dat er veel werkgelegenheid is. Gemeente De Bilt biedt aantrekkelijke groene woon- werkomgevingen met een goede bereikbaarheid door de positie van de gemeente in het regionale infrastructurele netwerk dat bestaat uit de A27, de A28, de N237, de N234, twee treinstations en het netwerk van buslijnen. De gemeente maakt deel uit van het ‘Daily Urban System* van Utrecht’. Dit betekent dat er een grote in- en uitgaande pendel is van en naar Utrecht. Daarnaast profileert gemeente De Bilt zich op het gebied van kennisintensieve bedrijvigheid, voornamelijk in de life science sector, maar ook kennisintensieve bedrijven zoals het KNMI en ingenieursbedrijf SWECO spelen een belangrijke rol in de regio Utrecht-Amersfoort. * Toelichting: Een Daily Urban System (DUS) is het gebied waarbinnen de belangrijkste dagelijkse verplaatsingen (woon- werk, studie, sport, etc.) zich afspelen. Afbeelding ligging in de regio 2.
  9. De Bilt in beleidsmatig perspectief 2.3.1 Landelijk, provinciaal en regionaal beleid De gemeente De Bilt staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een groter geheel. Daarbij gaat het om (het beleid op) het nationale, de provinciale en het regionale schaalniveau. Het is een opgave om een balans te vinden tussen deze bredere belangen en behoud van lokale kwaliteiten. De hiernaast staande afbeelding uit het Integraal Ruimtelijk Perspectief 2040 (IRP) geeft de samenhang van de nationale, provinciale en regionale visies weer. Het Rijk stelt in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) dat Nederland in de toekomst een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving moet bieden en economisch moet kunnen floreren. Met de NOVI wordt toegewerkt naar de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie: zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuur- inclusief, waarbij grote open ruimten tussen de steden hun groene karakter behouden. Daarbij wordt erkend dat de druk op de ruimte en de leefomgeving voortdurend om een afweging van verschillende belangen vraagt. Hierbij worden drie inrichtingsprincipes gehanteerd die helpen om in een specifieke casus of gebied bij botsende belangen een zorgvuldige weging te maken. Die inrichtingsprincipes zijn: a. Combineren boven enkelvoudig b. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal c. Afwentelen voorkomen Afbeelding samenhang nationale, provinciale en regionale visies De provincie Utrecht stelt in haar Provinciale Omgevingsvisie (POVI) de volgende uitgangspunten: a. Stad en land gezond: een goede gezondheid in woon-, werk- en leefgebieden en groene, rustige gebieden in nabijheid van stad en dorp om te ontspannen b. Klimaatbestendig en waterrobuust: een duurzaam en robuust bodem- en watersysteem, klimaatbestendige en waterveilige leefomgeving en perspectief voor bodemdalingsgebieden zoals het veenweidegebied c. Duurzame energie: een energieneutrale provincie in 2040 d. Vitale steden en dorpen: ruimte voor wonen, leven, werken en winkelen e. Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar: een goed bereikbare provincie, ontwikkeling bij knooppunten en optimalisatie van netwerken van wegen, openbaar vervoer en fiets f. Levend landschap, erfgoed en cultuur: aantrekkelijke landschappen en toegankelijke cultuur en waardevol erfgoed g. Toekomstbestendige natuur en landbouw: robuuste natuur met hoge biodiversiteit en duurzame landbouwtransitie In ’Utrecht Nabij’ presenteren het Rijk en de regio Utrecht hun visie voor de regio richting het jaar 2040 waarin staat hoe de regio Utrecht de komende decennia de groei van woningen en banen opvangt. Woningen, werklocaties en voorzieningen moeten in 2040 dicht bij elkaar liggen en goed bereikbaar zijn. De Utrechtse landschappen moeten hun kwaliteit behouden en goed toegankelijk zijn vanuit de stad en omliggende kernen. Er wordt stevig ingezet op mobiliteit doordat ‘meer ruimte voor wonen en werken’ gevolgen heeft voor de bereikbaarheid van de regio. Het openbaar vervoer- en fietsnetwerk wordt verbeterd om een aantrekkelijk alternatief te bieden voor autoritten. Er is ingestemd met het Integraal Ruimtelijk Perspectief 2040 (IRP) van de U10 en besloten dit als bouwsteen voor de omgevingsvisie te gebruiken. Het IRP is de gezamenlijke ontwikkelrichting tot 2040 van de 10 gemeenten in de regio Utrecht en sluit aan op de hierboven genoemde opgaven. Belangrijke bouwstenen voor gemeente De Bilt zijn: a. Beschermen en versterken van de waterliniescheg om de recreatieve druk op andere gebieden zoals de Utrechtse Heuvelrug te verminderen b. Woningbouwontwikkeling langs nieuwe en bestaande openbaar vervoerassen waaronder in de gemeente De Bilt c. Integreren van water, klimaatadaptatie en biodiversiteit in alle opgaven d. Voorkomen van versnippering van het landschap door te investeren in mobiliteit en verstedelijking om zo de landschappen beter met elkaar te verbinden e. Onderzoek naar en verbetering van verschillende (snel)fietsverbindingen Bilthoven en Utrecht Science Park f. Onderzoek naar het uitbreiden en versnellen van het openbaar vervoer netwerk g. Doorontwikkeling Utrecht Science Park Bilthoven h. Transformatie en menging spoorzone Bilthoven (knooppuntontwikkeling stationsgebied en bedrijventerrein Rembrandtlaan) Het IRP 2040 heeft geleid tot duidelijke keuzes die lokale, regionale, provinciale en nationale opgaven met elkaar verbinden. Het IRP is opgebouwd vanuit de lokale beleidslijnen, vervolgens zijn er (boven) lokale en regionale keuzes gemaakt. Over veel onderwerpen is overeenstemming maar andere onderwerpen vragen nog om voortzetting van de regionale dialoog. Het IRP is daarmee een dynamisch document dat periodiek geactualiseerd wordt. In de omgevingsvisie De Bilt 2040 worden deze regionale keuzes verder ingekleurd voor onze gemeente. 2.3.2 Gemeentelijk beleid In de bijlage (Hoofdstuk 7) is een overzicht opgenomen van het gemeentelijk beleid dat is opgenomen in de omgevingsvisie. 2.3.3 Centrale ligging in de regio Utrecht De gemeente De Bilt maakt deel uit van de regio Utrecht en ligt centraal in het landschappelijk hart van de noordvleugel van de Randstad. Dankzijde hoge landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden, is de gemeente aantrekkelijk voor inwoners uit de stad Utrecht om te recreëren. Dankzij de goede aansluiting op het stedelijk netwerk via de weg en over het spoor is de regionale bereikbaarheid uitstekend. Afbeelding landschappelijke waarden en kernen De Bilt 2.
  10. Maatschappelijk krachtenveld 2.4.1 Bodem, water en klimaat Waterschappen en taakverdeling waterbeheer Het grootste deel van de gemeente De Bilt ligt in het beheergebied van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, waaronder vrijwel al het stedelijk gebied. Een kleiner deel ligt in het beheergebied van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, waaronder het veenweidegebied bij Westbroek. Een klein deel valt onder Waterschap Vallei & Veluwe. Afbeelding beheergebieden waterschappen en hoogheemraadschap gemeente De Bilt Waterschappen gaan over de thema’s Waterveiligheid (denk aan dijken), Voldoende water (denk aan oppervlaktewaterpeilen) en Gezond water (denk aan afvalwaterzuivering en oppervlaktewaterkwaliteit). Aanvullend kunnen zij ook nautisch en/of vaarwegbeheerder zijn. Voor Waterschap Amstel, Gooi en Vecht geldt dat de uitvoerende taken worden gedaan door Waternet. Verder is de provincie verantwoordelijk voor het grondwater en het beheren van de grondwaterkwaliteit. De watertaken van de gemeente hebben betrekking op het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater en het verwerken van hemelwater. Daarnaast heeft de gemeente ook een zorgplicht voor de grondwaterstand in stedelijk gebied. Drinkwaterbedrijven zuiveren het onttrokken grond- en oppervlaktewater en maken hier drinkwater van. In de gemeente De Bilt wordt het drinkwater geleverd door Vitens. Drinkwaterleveringszekerheid Door de aantrekkende economie, met toenemende productie en de voorliggende woningbouwopgave, stijgt de drinkwatervraag sterk. Om in de toekomst voldoende drinkwater te kunnen blijven leveren, is het van belang dat we zuiniger omgaan met ons (drink)water. Door bewustwording bij inwoners te creëren en het spoelen met regenwater kunnen we mogelijk de watervraag terugdringen. Daarnaast is het ook belangrijk om het wateraanbod te beschermen tegen de mogelijk negatieve effecten van de energietransitie en het nog onbekende effect van zonnepanelen op de waterkwaliteit. Druk op de ondergrond De druk op de ondergrond wordt met de jaren groter. Kabels, leidingen, rioleringen en tunnels maken het noodzakelijk regelmatig in de bodem te roeren. Ook nieuwe ontwikkelingen dragen hieraan bij zoals klimaatverandering. Naar verwachting zal de klimaatverandering zich de komende jaren verder voortzetten waardoor zomers warmer zijn, er meer kans is op piekbuien en langere periodes van droogte. Er is hierdoor toenemende kans op hittestress in het stedelijk gebied. De kans op wateroverlast door piekbuien zal tevens toenemen. Gevolgen van klimaatverandering Daarnaast is er door de toenemende verandering in weerextremen ook een vergrote kans op droogtestress met een risico op natuurbranden in het landelijk gebied. De Veiligheidsregio Utrecht zoekt naar kwetsbaarheden, risico’s en kansen om incidenten zoveel mogelijk te voorkomen en om snel en effectief te kunnen optreden wanneer nodig. In het Regionaal Risicoprofiel 2023 ‘Veiligheid in samenspel’ van 6 februari 2023 zijn onder andere de Utrechtse Heuvelrug en Utrecht Science Park Bilthoven aangemerkt als risico-focus-gebieden. Het regionaal risicoprofiel (RRP) wordt iedere vier jaar geactualiseerd. De gevolgen van klimaatverandering zijn een belangrijk aspect voor de fysieke leefomgeving. Binnen de gemeente zijn deze ontwikkelingen op sommige plekken goed te merken. In het veenweidegebied treedt bijvoorbeeld bodemdaling op door inklinking van de bodem als gevolg van het verlagen van het waterpeil. Dit effect wordt door de toenemende droogte versterkt. Doordat het veenpakket relatief niet zo dik is, in veel gebieden 20 centimeter tot 1 meter, is de bodemdaling veel beperkter dan in veel ‘Groene Hart gemeenten’. Daarnaast worden (piek)buien heftiger de komende decennia waardoor juist ook meer wateroverlast kan ontstaan. In gebieden waar grondwaterproblematiek door bijvoorbeeld droogte speelt, is een goede infiltratie in de bodem en een vertraagde afvoer gewenst. De omgevingsvisie biedt de kans om een verbinding te maken tussen de gemeentelijke wateropgaven en andere thema’s zoals klimaatadaptatie en het cultuurhistorische landschap. Afbeelding rvs Utrecht bodemdaling Afbeelding hitte-eiland effect De Bilt Afbeelding risico op droogtestress 2.4.2 Landschap, archeologie en cultuurhistorische en ruimtelijke kwaliteit Het Biltse landschap en de kernen komen steeds meer onder druk te staan. Rijks- en provinciaal beleid is erop gericht om de groei van wonen en werken en de energietransitie zoveel mogelijk in het stedelijk gebied op te lossen. Toch komen er ook ruimteclaims op het landelijk gebied om de opgave op het gebied van wonen, werken en energie op te lossen. Denk hierbij aan de noodzakelijke energietransitie, de forse woningbouwopgave, ruimte voor bedrijvigheid en de hierbij benodigde opwaardering van infrastructuur en mobiliteit. Doordat de lage Veenweidegebieden niet geschikt zijn voor verstedelijking en de hogere gelegen gebieden vooral bestaan uit bos en natuur wordt voor deze ruimteclaims vooral gekeken naar het coulisselandschap. Het coulisselandschap kenmerkt zich echter als een zeer aantrekkelijk kleinschalig landschap met hoge cultuurhistorische waarden. Ook de Utrechtse Heuvelrug is een uniek gebied dat zich uitstrekt over meerdere gemeenten in de provincie Utrecht. Deelnemers aan het ‘Heuvelrugoverleg’ hebben 10 februari 2023 de samenwerkingsagenda 2023-2028 vastgesteld. Het Heuvelrugoverleg is een periodiek overleg tussen terreineigenaren en overheden in het gebied van de Utrechtse Heuvelrug. De samenwerkingsagenda beschrijft onder andere de voor de Utrechtse Heuvelrug gedeelde hoofdambitie van de deelnemers. De gemeente is rijk aan mooie landgoederen, maar het onderhoud hiervan wordt een steeds grotere uitdaging. Om de landgoederen in de toekomst te behouden en toegankelijk te houden, is het nodig om meer mogelijkheden te bieden om opbrengsten te genereren. In het programma ‘Erfgoed, landschap en ruimtelijke kwaliteit’ wordt de Cultuurhistorische Waarden Analyse en Archeologische Verwachtingen kaart nog uitgewerkt, waarnaar nu alvast verwezen wordt. Deze gemeentebrede analyse zal ingaan op de karakteristieken en kwaliteiten van alle landschapstypen en de dorpskernen. Deze waarden zijn van groot belang voor de leefbaarheid van de gemeente. Afbeelding achtergrondconcentratie fijnstof Afbeelding gecumuleerd wegverkeerlawaai diverse wegcategorieën 2.4.3 Milieu en gezondheidsbescherming Een verhoogde concentratie luchtverontreinigende stoffen en geluidhinder hebben invloed op de gezondheid van bewoners in een gebied. De concentratie van fijnstof en zeer fijn fijnstof is het hoogst langs de A27 en de A
  11. Daarnaast is ook in het centrum van De Bilt een hogere concentratie gemeten dan in de rest van de gemeente. De hoogste concentraties liggen onder de wettelijke grenswaarde voor fijnstof, maar boven de advieswaarde gesteld door de World Health Organization (WHO). Door de technologische ontwikkeling (elektrische auto’s en schonere bedrijven) en door landelijk beleid dat wordt gevoerd op het verminderen van de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen, is er een dalende trend zichtbaar van de concentratie aan luchtverontreinigende stoffen. Zo is in Europees verband een (voorlopig) akkoord bereikt over een plan waarbij nieuwe personenauto’s en kleine commerciële voertuigen vanaf 2035 geen CO2 meer uitstoten. Bovendien ontwikkelt de markt van elektrische auto’s zich snel en worden deze auto’s steeds goedkoper. De kernen tegen de snelweg aan, Hollandsche Rading, Maartensdijk en Groenekan (en in mindere mate, kern De Bilt) kennen een hoge geluidbelasting. Enerzijds neemt de geluidbelasting toe door het toenemende wegverkeer. Anderzijds wordt in toenemende mate stil asfalt toegepast waardoor wegverkeerlawaai minder ver reikt. Dezelfde trend is ook op te merken voor industrie: bedrijven worden gestimuleerd om de Best Beschikbare Technieken (BBT) toe te passen om hun geluidemissie te beperken. 2.4.4 Vraag naar woningen Veel inwoners kunnen geen huis vinden. Dat is een groot maatschappelijk probleem. Het woningtekort wordt gevormd door huishoudens die nu bijvoorbeeld op een recreatiepark wonen, gescheiden mensen die op kamers wonen, starters die langdurig bij hun ouders blijven wonen, mensen met een specifieke zorgbehoefte en statushouders. De gemiddelde wachttijd voor een sociale huurwoning in de gemeente is ruim tien jaar. Tijdens het participatietraject ‘Samen Werken Aan Wonen’ zijn inwoners van de gemeente en relevante (belangen) organisaties uitgenodigd om een advies over wonen op te stellen aan de gemeenteraad. Ruim 50 adviezen en 1400 reacties hebben een rijkdom aan ideeën opgeleverd over locaties en wat er voor wie gebouwd moet worden. Een redactieteam van inwoners heeft deze vertaald naar een overkoepelend advies. Vervolgens heeft de raad dit advies overgenomen als bouwsteen voor onder andere de omgevingsvisie. Het advies gaat over hoe inwoners het wonen in de toekomst voor zich zien en bevat zeven hoofdpunten: a. Het bouwen van woningen mag niet ten koste gaan van de kwaliteit van groen, natuur en landschap. b. Verdiepen in de bestaande karakteristiek van de kern of het landschap en bouw hier op voort. c. Voorzie in eigen behoefte en preciseer ze. d. Zorg voor betaalbare woningen voor starters, jonge gezinnen en woningen voor ouderen. e. Zoek eerst naar creatieve oplossingen zoals transformatie, verdichting, door- stroming en bijzondere woonvormen. Zoek daarna naar bouwlocaties binnen de contour stedelijk gebied en pas daarna naar locaties buiten de contour stedelijk gebied. f. Ga uit van een integrale aanpak, in samenhang met andere aspecten, zoals een goedde ontsluiting en verkeers- veiligheid. g. Blijf inwoners actief betrekken! We bouwen daarom minimaal voor de eigen behoefte. Voor de gemeente De Bilt is in 2019 een nieuwbouwopgave tot 2030 berekend van 1130 woningen. Dat is inclusief het inlopen van een tekort van 670 woningen en exclusief de extra opgaven voor de huisvesting van statushouders, uitstroom beschermd wonen en maatschappelijke opvang, spoedzoekers en thuislozen. De focus ligt op het realiseren van betaalbare woningen en appartementen voor starters, jonge gezinnen en ouderen. Dit onderstreept de noodzaak om snel tot vergroting van het planaanbod (de bestaande woningbouwplannen) te komen. 2.4.5 Economie in transitie Naast de hoogwaardige kenniseconomie kent de gemeente De Bilt een sterk lokaal Midden-en Kleinbedrijf (MKB). Nu er op bedrijventerrein Larenstein geen kavels meer beschikbaar zijn, is er weinig tot geen ruimte voor bedrijven op bedrijventerreinen om door te groeien. Daarnaast is er een aanvullende vraag voor bedrijven die ruimte maken voor transformatie van verouderde bedrijventerreinen en solitaire bedrijfslocaties in de kernen en in het landelijk gebied. Kansen voor groei buiten de gemeenten zijn ook beperkt door een tekort aan bedrijfsruimte in de hele regio Utrecht. Bij onvoldoende ruimte voor bedrijven bestaat ook het risico dat het steeds lastiger wordt voor inwoners om lokaal een bedrijf te vinden voor bijvoorbeeld onderhoud- en reparatie klussen. Veel van de in totaal circa 3.400 zzp’ers, voornamelijk uit de adviessector, werken vanuit huis. Deze nieuwe manier van werken zorgt voor minder vraag naar kantoorpanden. Desondanks is er momenteel beperkt kantoorvastgoed beschikbaar. De aard van de vraag naar kantoorlocaties is wel veranderd. Er is meer behoefte aan kleinschalige, multifunctionele en aantrekkelijke werklocaties met flexwerkplekken. Voor kantoorlocaties worden bereikbaarheid met hoogwaardig openbaar vervoer en fietspaden voor woon-werkverkeer steeds belangrijker. Het openbaar vervoer en de fiets moeten de komende jaren een aantrekkelijker alternatief worden voor de auto. Het Utrecht Science Park (USP) heeft grote aantrekkingskracht op talent en op innovatieve bedrijvigheid en is een belangrijke bron van werkgelegenheid in de regio. Met de verhuizing van het RIVM verhuist er hoogwaardige werkgelegenheid naar Utrecht en ontstaat er ruimte op het USP Bilthoven voor nieuwe hoogwaardige werkgelegenheid in de life science sector. Richting de toekomst is de verduurzaming van de economie een belangrijk aandachtspunt. De economie moet overgaan van een lineaire economie met veel gebruik van grondstoffen en CO2-uitstoot naar een circulaire economie waar producten efficiënter worden ontworpen en materialen zoveel mogelijk worden hergebruikt. Het Rijk heeft als doel gesteld dat Nederland in 2050 een volledig circulaire economie is. De circulaire economie heeft ook een ruimtelijke impact. Namelijk locaties waar de afvalstromen in De Bilt of regio weer worden verwerkt tot nieuwe grondstoffen of nieuwe producten maar ook manieren om ervoor te zorgen dat producten vaker worden hergebruikt hebben hier invloed op. Tot slot is de (Europese) Regelgeving erop gericht om de huidige milieudruk van de landbouwsector te verlagen. Vanuit rijksbeleid wordt ingezet op een duurzame transitie van de landbouwsector richting natuurinclusieve kringlooplandbouw, met afnemende milieudruk en een positief effect op natuur- en waterkwaliteit als gevolg. Door de transitie van landbouw is er een sterke behoefte aan nieuwe verdienmodellen in het landelijk gebied bijvoorbeeld door agrarisch natuurbeheer, nevenfuncties en nieuwe vormen van landbouw. Voorbeelden hiervan zijn coöperatieve boerderijen door inwoners (het concept Herenboeren) of het verbouwen van grondstoffen voor biobased bouwmaterialen, boerenwinkels of herbestemming van agrarische panden naar wonen. 2.4.6 Een inclusieve leefomgeving De bevolkingssamenstelling verandert als gevolg van vergrijzing en ontgroening. Dit vraagt om een andere invulling van de woningvoorraad en werkt daarnaast door op de behoefte en beschikbaarheid van voorzieningen zoals maatschappelijke- en zorgvoorzieningen, winkels, sportvoorzieningen en openbaar vervoer. Sociale cohesie en ontmoeting binnen de lokale gemeenschap wordt steeds belangrijker. Dat is een lastige opgave aangezien er juist sprake is van individualisering van de samenleving en verdwijnende voorzieningen (en dus ontmoetingsplekken) in kleinere kernen. Voor de zelfredzaamheid van ouderen is het van groot belang dat de openbare ruimte en voorzieningen goed toegankelijk zijn, ook voor mensen die slecht ter been zijn, en dat er (letterlijk en figuurlijk) laagdrempelige ontmoetingsplekken zijn. Daarnaast ligt in het beleid de nadruk op ‘langer thuis wonen’ waardoor kwetsbare mensen, waaronder ouderen, met een zorgvraag in de wijk kunnen blijven wonen. Dit vraagt om andere woonvoorzieningen, zoals (levensloopbestendige) appartementen en woningen met een zorgvoorziening. Ook wordt er meer verwacht van de ondersteuning van de omgeving, terwijl de sociale structuur van wijken en buurten hier niet altijd op berekend is. Het voorkomen van eenzaamheid is daarbij een aandachtspunt. Voor een goede gezondheid moeten er voldoende aantrekkelijke voorzieningen en beweegroutes zijn waar inwoners van alle leeftijden kunnen bewegen, spelen en elkaar kunnen ontmoeten. Denk hierbij aan kleinschalige recreatieplekken en voorzieningen voor sport en spel waar cultuurhistorie en het landschap een rol in kunnen spelen. We vinden het ook belangrijk dat jongeren een plek kunnen vinden voor ontmoeting. 2.4.7 Duurzame mobiliteit De afgelopen jaren is het aantal verkeersbewegingen toegenomen. Een toename van verkeer kan leiden tot meer verstopping op de grotere wegen met lokaal meer sluipverkeer als gevolg. De mate van doorstroming op het hoofdwegennetwerk (A27/A28) heeft nu en in de toekomst een effect op de doorstroming van het lokale wegennet. Daarnaast is gemeente Utrecht van plan in de gehele gemeente betaald parkeren in te voeren. Dit zal met name een mogelijke impact hebben op de kernen Groenekan en kern De Bilt. De gemeente voert daarom een actief beleid om het autogebruik terug te dringen door in te zetten op openbaar vervoer, gebruik van de fiets en gebruik van deelauto’s. De toename van fietsverkeer op langere afstanden kan leiden tot een vermindering van autoverkeer, maar is wel afhankelijk van de kwaliteit van het fietsnetwerk. De gemeente gaat samen met de provincie Utrecht de komende jaren het regionale en lokale fietsnetwerk verder versterken. Een hogere intensiteit van fietsverkeer op de fietspaden, met grotere snelheidsverschillen, kan leiden tot meer verkeersongevallen. De gemeente De Bilt beschikt over een relatief goed openbaar vervoer netwerk met twee stations en verschillende regionale buslijnen. De insteek is dit netwerk verder te versterken. Daarnaast is de verwachting dat elektrische voertuigen de komende jaren verder worden verbeterd waardoor het wegverkeer stiller en schoner wordt. Naast een toename aan gebruik van elektrische auto’s komt er steeds meer nadruk te liggen op flexibel gebruik van mobiliteit in plaats van het eigen bezit. Met deelauto’s zal de groei van de hoeveelheid eigen auto’s beperkt blijven. De overgang naar elektrische auto’s vraagt wel om een grote hoeveelheid laadpalen. Deze ontwikkelingen leiden tot een toenemende diversiteit aan vervoersmiddelen die gebruik maken van de aanwezige infrastructuur. 2.4.8 Behoud van natuur, groen en biodiversiteit Landelijk is er een sterke focus op het behoud van natuur. De natuurkwaliteit en de biodiversiteit staan daarnaast wel onder druk door onder andere de ruimtevraag voor woningen en bedrijven. Ook de ruimtelijke vertaling van de energietransitie (windmolens en zonneparken) wordt vooral in het meer natuurlijke landelijk gebied gezocht. Daarnaast zorgt de globale klimaatverandering, vooral de opwarming ervan met toenemende verdroging als gevolg, voor een verslechtering van de ecologische kwaliteit. Door de noodzakelijke woningbouw voor het overgrote deel door verdichting en transformatie tot stand te brengen, sparen we het landelijk gebied. Het gaat slecht met de biodiversiteit. Biodiversiteit gaat over de variatie in levende organismen die worden aangetroffen in een bepaald gebied. Het omvat alle dieren, planten en micro-organismen die samenwerken in een ecosysteem. Biodiversiteit is meetbaar. Daarbij gaat het niet alleen om het aantal verschillende soorten, maar nadrukkelijk ook om het aantal individuen per soort. De biodiversiteit is hoog, wanneer er veel soorten zijn, die veel individuen hebben met een grote genetische variatie. Het Planbureau van de Leefomgeving concludeerde dat ten opzichte van het jaar 1700 de biodiversiteit in Europa met 60% is afgenomen en in Nederland zelfs met 85%. Zo wordt bijvoorbeeld de trek van vogels beïnvloed door de stijgende temperatuur en vestigen zich nieuwe warmte minnende soorten in Nederland en zijn andere soorten sterk afgenomen of verdwenen. Het IPCC-rapport van de Verenigde Naties stelde in 2019 dat er meer dan één miljoen soorten met uitsterven worden bedreigd. De afname van populaties van soorten in Nederland komt onder meer door habitatvernietiging, stikstof en verstoring. Daarnaast leven we in een tijd waarin we ook geconfronteerd worden met klimaatverandering die ook grote gevolgen heeft voor de biodiversiteit. De situatie is zeer ernstig, maar het is nog niet te laat om effectieve maatregelen te nemen. Naarmate er echter langer wordt gewacht, zullen de kosten en de impact op de bewoners om de biodiversiteit te herstellen steeds groter worden. Afbeelding bending the curve Er ligt een flinke opgave (ook op basis van regionale afspraken) om initiatieven op het gebied van energieopwekking en warmtetransitie te realiseren. Naast de kleinschalige opwekking in bebouwd gebied zullen grootschalige voorzieningen voornamelijk ook in het landelijk gebied moeten landen. In veel gebieden loopt de capaciteit van het huidige energienet naar verwachting snel tegen grenzen aan. De Bilt is in dit kader een kansrijke locatie aangezien er de komende jaren nog voldoende capaciteit op het net beschikbaar is. Voorts zal er vol ingezet moeten worden op besparingsmaatregelen in gebouwen en dus ook monumenten (bijvoorbeeld isolatie), de transitie om ‘van het aardgas’ af te gaan en gebruik te maken van alternatieve warmtebronnen. Op dit moment, maar ook richting de toekomst spelen energieprijzen en technologische ontwikkeling hierin een belangrijke rol. We leggen zonnepanelen op daken en gevels, onbenutte terreinen in bebouwd gebied en bermen en geluidswallen. Dit is echter niet genoeg. Door middel van een participatietraject met inwoners realiseren we zon op landbouwgrond en wind langs de A27 en A
  12. Warmte voor de warmtetransitie halen we zoveel mogelijk uit de bodem, het oppervlaktewater en het riool. Daarnaast zorgen we ervoor dat wijk voor wijk afgekoppeld wordt van het gas met individuele en collectieve oplossingen.
  13. TOEKOMSTBEELD 3.
  14. Inleiding In hoofdstuk 1 hebben we beschreven voor welke rol en sturingsfilosofie is gekozen om te komen tot een breed gedragen omgevingsvisie en met welke participatiemomenten de inbreng van bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere overheden is opgehaald. In hoofdstuk 2 hebben we gezien dat we in gemeente De Bilt veel mooie kwaliteiten hebben om trots op te zijn, maar dat er ook trends en ontwikkelingen op ons afkomen waar we iets mee moeten. Gelukkig is er al veel beleid dat deze uitdagingen oppakt. Dat beleid hebben we in de Dialoognotitie omschreven als de koers. Daarnaast bleek uit de dialoogsessies dat er over een aantal onderwerpen tegengestelde denkbeelden zijn. In paragraaf 3.
  15. en 3.
  16. laten we zien hoe we daarmee zijn omgegaan. In paragraaf 3.
  17. hebben we de uitkomst hiervan en de koers vertaald in het wensbeeld voor
  18. 3.
  19. Dialoog In de Dialoognotitie Omgevingsvisie De Bilt van 21 maart 2022 is aangegeven op welke wijze we gekomen zijn tot afgewogen keuzes. Voorafgaand aan de Dialoognotitie is de Basisverkenning opgesteld en hebben we in de eerste Maand van de leefomgeving de inbreng van vele belanghebbenden opgehaald. Deze inbreng is vertaald in toekomstscenario’s rond de opgehaalde en als meest belangrijk ervaren thema’s; wonen, energie, economie, mobiliteit en het landelijk gebied. In hoofdstuk 4 van de Dialoognotitie zijn de dilemma’s per vraagstuk beschreven. Daarvoor zijn per thema de verschillende opties beschreven. Deze opties zijn gevisualiseerd in vier vergezichten die samen de uitersten van het speelveld vormen. De dialoognotitie was vervolgens de basis voor de toekomstdebatten. Het doel van de toekomstdebatten was om met de samenleving een breed gedragen voorkeursrichting te vinden. Van vier naar één vergezicht waarbij per thema op basis van de gedefinieerde uitersten van het speelveld, een voorkeursrichting is bepaald. De uitersten van het speelveld zijn als volgt gedefinieerd: a. Sterker lokaal profileren, lage dynamiek b. Sterker lokaal profileren, hoge dynamiek c. Sterker regionaal aanhechten, hoge dynamiek d. Sterker regionaal aanhechten, lage dynamiek Het schema hieronder weergeeft de verschillende denkrichtingen per thema op basis van de uitersten van het speelveld. Afbeelding toekomstbeeld Afbeelding schematische weergave vergezichten Afbeelding infographic vergezichten 3.
  20. Vergezichten Van vier vergezichten naar één vergezicht Nadat de vier vergezichten zijn getoetst op de milieueffecten in het MER Deel A (opgeleverd 21 maart 2022) zijn we van start gegaan met de dialoog met als doel om een breed gedragen voorkeursrichting per thema te bepalen. Tijdens de tweede ‘Maand van de leefomgeving’ konden belanghebbenden op verschillende wijzen inbreng geven, zowel digitaal via online enquêtes, als fysiek tijdens straatinterviews en een inloopbijeenkomst ‘De Toekomstdialoog’. Het rapport ‘Participatieverslag 2e Maand van de Leefomgeving’ (juli 2022) en de bijlagen zijn gepubliceerd op ref. Belangrijkste conclusies Veel respondenten en deelnemers geven aan dat woningbouw één van de belangrijkste thema’s is voor hen in het kader van de Omgevingsvisie De Bilt
  21. Daarbij is het belangrijk dat er voldoende woningen worden gebouwd op basis van in ieder geval de eigen woningbehoefte. Indien nodig kunnen we op sommige plekken best wat stedelijker bouwen of over de contouren stedelijk gebied. Qua energie wordt vaak als mogelijkheid zon op dak genoemd. Dit is ook onderdeel van de voorlopig koers in de Dialoognotitie. Daarnaast spreekt de inzet op innovatieve technieken verschillende respondenten en deelnemers aan. De meningen over wel of geen windmolens langs de A28 zijn verdeeld. Uit de participatie komt een voorkeur voor het omvormen van verouderde bedrijventerreinen naar woonwerkgebieden. Om dit voor elkaar te krijgen is dit in vergezicht 3 gekoppeld aan een nieuw groen bedrijventerrein buiten de contouren stedelijk gebied. Hier zijn voor en tegenstanders van. Dat geldt ook voor de inzet op een hoogwaardige kennisintensieve economie. Voor het landelijk gebied is het merendeel van de respondenten en deelnemers voor extra inzet op recreatie. Al is de mate hierin verschillend en geldt dit minder voor de respondenten en deelnemers uit de groene kernen. Voor het wel of niet vernatten van het veenweidegebied en de mate waarin lopen de meningen uiteen. Qua mobiliteit gaat de voorkeur onder de respondenten en deelnemers uit naar de inzet op openbaar vervoer. Aan de andere kant zijn deelnemers ook voor de inzet op het stimuleren van elektrisch autorijden. Met name voor de kleinere kernen blijft autobezit waarschijnlijk van belang. Als integraal naar de vergezichten wordt gekeken gaat de meeste voorkeur onder de respondenten en deelnemers uit naar vergezicht 2 en
  22. Waarbij vergezicht 3 duidelijk de minste voorkeur heeft. De opbrengsten zijn gebruikt voor het maken van afwegingen voor de gewenste ontwikkelingen. Het college heeft de belangrijkste keuzes gebundeld en opgenomen in ‘De kern van de Visie’. Visuele weergave in één vergezicht Het abstract kaartbeeld hieronder is een visuele weergave van de voorkeursrichtingen per thema. In deze kaart zijn de voorkeuren uit de vier eerder gemaakte vergezichten samengevoegd. Dit vergezicht heeft de basis gevormd voor het toekomstbeeld dat in dit hoofdstuk is geschetst. In hoofdstuk 4 is dit toekomstbeeld verder thematisch uitgewerkt. Afbeelding totale weergave vergezichten 3.
  23. Kernwaarden voor de toekomst Gemeente De Bilt staat er in 2023 op tal van terreinen goed voor, maar zoals eerder benoemd zijn er verschillende krachten die druk uitoefenen op onze kwaliteiten. Dit maakt dat niets doen geen optie is. College, gemeenteraad, ketenpartners (Vaste overleg- en samenwerkingspartners van de gemeente zoals het waterschap, de veiligheidsregio en de omgevingsdienst), maatschappelijke organisaties, ondernemers en inwoners moeten nu de handen ineenslaan en oplossingen in gang zetten. Door allemaal mee te kunnen doen, hier fijn te wonen en prettig te kunnen werken en winkelen, vinden we de juiste balans. Het moet in de gemeente De Bilt nóg mooier, gezonder en socialer worden. Daarbij markeert deze omgevingsvisie de verbinding tussen verleden, heden en toekomst. De identiteiten en kwaliteiten van gemeente De Bilt, die in de eerste fase van het traject zijn opgehaald, worden gebruikt om invulling te geven aan nieuwe uitdagingen. Onze drie kernwaarden (we kunnen allemaal meedoen, we wonen hier fijn en we kunnen hier prettig werken en winkelen) zijn elk verbonden aan vijf thema’s. Met deze thema’s en uitgangspunten gaan we de uitdagingen vol vertrouwen samen met de samenleving aan op weg naar een mooie toekomst! Die ziet er als volgt uit: Afbeelding afwegingskader totaal
  24. THEMATISCHE UITWERKING 4.
  25. Inleiding In hoofdstuk 3 hebben we laten zien hoe wij in participatie met de samenleving zijn gekomen tot een toekomstbeeld voor onze gemeente. Tijdens de tweede ‘Maand van de leefomgeving’ medio 2022 hebben we aan de hand van vergezichten en toekomstdebatten de voorkeursrichting bepaald. Deze is gevisualiseerd in één vergezicht en was leidend voor de opstelling van de Kern van de Visie die eind 2022 door het college is vastgesteld. Onze kernwaarden en de daarbij behorende thema’s zijn ter inspiratie van en richtinggevend voor nieuw beleid en zullen worden gebruikt om initiatieven vanuit de samenleving te wegen. In dit hoofdstuk is aangegeven wat de koers is per thema. Deze zijn in de Kern van de Visie door het college eind 2022 vastgesteld. Afbeelding afwegingskader totaal 4.
  26. We kunnen allemaal meedoen 4.2.1 Onze ambitie Gemeente De Bilt biedt nu en in 2040 een aantrekkelijke leefomgeving. Hier is het goed leven. Alles is gericht op het halen van levenskwaliteit. Er is sprake van een hoge positieve gezondheid (gezondheidsbevordering) omdat mensen in de buitenruimte worden uitgedaagd te bewegen en elkaar te ontmoeten. Een veelzijdig en passend voorzieningenniveau draagt hieraan bij. Er is ook werk gemaakt van de gezondheidsbescherming. Verhoogde concentraties luchtverontreinigende stoffen en geluidshinder hebben invloed op de gezondheid van bewoners. Het is daarom van belang om grenswaardes te stellen en deze te monitoren door middel van het milieu-mengpaneel. Het milieu-mengpaneel is een instrument waarin het Rijk inhoudelijke kaders vastlegt in de vorm van een standaard norm of bandbreedte. Voor geluidsbelasting langs de A27 en A28 streven we naar de norm van Rijkswaterstaat (i.e. 50 dB). De gemeente kan verder de vrije regelruimte benutten en toevoegen. Meer mensen maken gebruik van het openbaar vervoer. Sluipverkeer en doorgaand verkeer is geweerd uit de kernen. De Bilt is er niet om doorheen te rijden, maar om er thuis te komen! Afbeelding afwegingskader people 4.2.2 Sociale betrokkenheid Met het programma ‘Iedereen doet mee’ werken we aan een samenhangend programma afgestemd op de specifieke doelgroepen, zoals jongeren, jonge gezinnen en ouderen. We stellen de behoeften van mensen centraal, van alle mensen. We willen dat iedereen gezond en gelukkig kan wonen, werken en leven. Bij de huisvesting van scholen zetten we in op kinderopvang. Bij nieuwbouw en renovatie zetten we in op integrale kindcentra. We bieden kansen aan hen die dat nodig hebben en zorgen dat de directe omgeving mensen inspireert, verzorgt en voedt. In een wijkgerichte aanpak zetten we in op een sterke koppeling tussen het sociale en fysieke domein. Maatschappelijke voorzieningen, zoals bibliotheken, zorgvoorzieningen, scholen en sportclubs, zijn goed afgestemd op de demografische ontwikkelingen en de maatschappelijke behoefte. Ruimte voor ontmoeting is een belangrijk uitgangspunt en voorzieningen zijn multifunctioneel. Zo zijn bijvoorbeeld bibliotheken een belangrijke voorziening voor zowel ontmoeting als ontwikkeling van onze jongeren. We sturen op een aantrekkelijke, groene leefomgeving, met ruimte voor sporten, spelen en ontmoeten in de openbare ruimte. We zorgen voor een goede fysieke toegankelijkheid van de openbare ruimte, maatschappelijke en commerciële voorzieningen en het openbaar vervoer voor al onze inwoners. Activiteiten die bijdragen aan de sociale cohesie in de kern worden van harte ondersteund. Hierin hebben met name de verenigingen en (sport)clubs een belangrijk rol. Afbeelding sociaal domein We bieden ruimte aan burgerinitiatieven die bijdragen aan de sociale samenhang in de buurt of het aantrekkelijker maken van de buurt. Leefbaarheid gaat over een fijne woon- en leefomgeving en levendigheid over reuring, plezier en activiteiten. Soms kunnen leefbaarheid en levendigheid schuren. Beide zijn van belang, maar de balans daartussen kan per gebied verschillen. Grootschaligere evenementen kunnen alleen plaatsvinden in het centrum. We maken heldere afspraken over de ruimte (en bijbehorende regelgeving) voor eventuele activiteiten. De koers: Het sociaal domein werkt aan een programma ‘Iedereen doet mee’ dat gericht is op zes speerpunten: Mensen die tussen wal en schip vallen beter bereiken. Mensen die ondersteuning nodig hebben beter ondersteunen. Het netwerk rondom de scholen integraler organiseren. Meer inzetten op spelen, bewegen en activiteiten. Beter zicht krijgen op wat er echt speelt in de wijken en wat daar nodig is. Meer gebruik maken van data om gerichter te kunnen sturen. - In de omgevingsvisie leggen we de koppeling tussen het fysieke en het sociale domein door ons de vraag te stellen op welke wijze de inrichting van het fysieke domein kan bijdragen aan een gezonde en veilige woon- en leefomgeving. - We brengen diverse doelgroepen en leeftijdsgroepen zo veel mogelijk samen in een wijk. 4.2.3 Gezonde woon- en leefomgeving Een verhoogde concentratie luchtverontreinigende stoffen en geluidhinder hebben invloed op de gezondheid van bewoners. Wegverkeer, huishoudens, industrie en landbouw zijn de belangrijkste bronnen voor luchtverontreinigende stoffen. Daarnaast kennen de kernen die tegen de snelweg aanliggen en delen van kern De Bilt een hoge geluidsbelasting. Om die reden is het van belang om grenswaardes te stellen. Dat doen wij met het zogenaamde milieu-mengpaneel. Het milieu-mengpaneel is zoals gezegd een instrument waarin het Rijk inhoudelijke kaders vastlegt in de vorm van een standaard norm of bandbreedte. De gemeente kan de vrije regelruimte benutten en toevoegen. Naast deze traditionele vormen van milieubescherming, zet de gemeente in de Lokale Gezondheidsnota 2021-2025 ‘positieve gezondheid’ centraal. We zetten in op een gezonde en veilige woonomgeving voor alle inwoners, waarin iedereen betrokken is en in staat is om mee te doen. Hierbij hebben we ook aandacht voor de klimaatkwetsbaarheden van verschillende doelgroepen, zoals de gevolgen van hittestress op de gezondheid van onze inwoners. Voor het creëren van een gezonde leefomgeving is daarom ook de inpassing van klimaatadaptieve maatregelen noodzakelijk. We richten ons naast preventie ook op de aanpak van achterliggende problematiek bij gezondheidsproblemen. Het doel is dat inwoners zo lang mogelijk gezond en zelfstandig functioneren. We doen een beroep op de eigen (financiële) kracht van inwoners en hun sociale netwerk. Daarnaast zijn er voorliggende voorzieningen die daarbij kunnen ondersteunen zoals ‘Maatjesprojecten MENS De Bilt’, ‘Ouders Lokaal’ of ‘Handje Helpen’. Mocht dit niet voldoende zijn dan wordt passende zorg ingezet. Als lokale overheid voeren we de regie en stimuleren we de samenwerking tussen de partners binnen het domein van preventie, zorg en aanpalende sectoren. Ook werken we regionaal samen met andere gemeenten. De nadruk ligt hierbij op een goede samenwerking tussen inwoners, organisaties, ondernemers en gemeente om leefbaarheid, veiligheid en sociale betrokkenheid in de kernen en de wijken te versterken. Verder sluiten we aan op de regionale speerpunten voor een gezonde leefomgeving. Daarbij draagt een voor iedereen goed toegankelijke openbare ruimte bij aan een gezonde leefstijl door uitnodiging voor sport, beweging en ontmoeting. We ontwikkelen in dit verband vier wijkoverstijgende speelplekken en voldoende aantrekkelijke beweegroutes waar inwoners van alle leeftijden kunnen spelen, bewegen en ontmoeten. Ook willen we meer initiatieven ontplooien voor onze jongeren. Daarnaast willen we ervoor zorgen dat de maatschappelijke en commerciële basisvoorzieningen in iedere kern behouden blijven, zodat de leefbaarheid kan worden gewaarborgd. De koers: - Bij het ontwerpen van nieuwe wijken, woningen en bedrijven wordt positieve gezondheid vanaf de start als uitgangspunt gehanteerd, onder andere door het milieu-mengpaneel aan te vullen met specifieke waarden op het gebied van geluidbelasting en luchtkwaliteit. - We willen de luchtkwaliteit verbeteren. - We zetten in op ‘sporten als middel om een gezonde leefstijl te bevorderen’. Hiervoor wordt onder andere gewerkt aan vier wijkoverstijgende speelplekken en voldoende aantrekkelijke beweegroutes waar inwoners van alle leeftijden kunnen bewegen, spelen en elkaar ontmoeten. - We besteden bij het mobiliteitsbeleid aandacht aan het stimuleren van fietsen en lopen. We streven ernaar dat de bebouwde kom zo is ingericht dat kinderen vanaf een jaar of acht, zelfstandig en veilig zouden moeten kunnen lopen en fietsen naar school, verenigingen en vrienden. - We willen ervoor zorgen dat de maatschappelijke en commerciële basisvoorzieningen in iedere kern behouden blijven. - We zetten in op laagdrempelige ontmoetingsmogelijkheden op plekken voor jong en oud, ter bevordering van de mentale weerbaarheid van inwoners. Afbeelding risicovolle inrichtingen Afbeelding transportroutes externe veiligheid 4.2.4 Passend voorzieningenniveau De bevolkingssamenstelling en vergrijzing vraagt ook een andere invulling van de woningvoorraad. Daarom zetten we in op kleine huisvesting geschikt voor zowel (alleenstaande) ouderen, jongeren en/ of studenten. Gemeente De Bilt beschikt over relatief veel eengezinswoningen, terwijl de behoefte aan (gelijkvloerse) appartementen groeit. In het (landelijk) beleid ligt de nadruk op langer thuis wonen, waardoor kwetsbare inwoners (waaronder ouderen) met een zorgvraag in de wijk blijven wonen en andere woonvoorzieningen nodig hebben. Ook wordt er meer ondersteuning van de omgeving verwacht, terwijl de sociale structuur van wijken en buurten hier niet altijd op is berekend. Het voorkomen van eenzaamheid is daarbij een aandachtspunt. Met name in de kleine kernen is al langer de trend gaande dat basisvoorzieningen, zoals maatschappelijke voorzieningen en winkels voor dagelijkse boodschappen, verdwijnen. Voor onze bewoners draagt een passend voorzieningenniveau bij aan sociale betrokkenheid en een gezonde leefomgeving. De kaart in paragraaf 4.2.
  27. geeft de voorzieningen in De Bilt weer. De koers: - We bevorderen de zelfredzaamheid door goede toegankelijkheid van de openbare ruimte. - We stimuleren de sociale cohesie in de kernen door activiteiten en initiatieven te ondersteunen. Hierin hebben met name de verenigingen en (sport)clubs een belangrijk rol. - We bieden ruimte voor burgerinitiatieven die bijdragen aan de sociale samenhang in de buurt of het aantrekkelijker maken van de buurt. - We zorgen ervoor dat het huidige maatschappelijke voorzieningenniveau in alle kernen zoveel mogelijk behouden blijft. Uit de participatie: “Inclusieve inrichting van de openbare ruimte door middel van veilige stoepen voor kinderen, bejaarden en minder validen en ruimte voor ontmoeting op straat door parken, bankjes en speelpleinen.” 4.2.5 Veiliger lopen en fietsen Voetgangers krijgen een prominentere plek in het vervoerssysteem. De straten in woonwijken moeten uitnodigen tot verblijf met goed ingerichte woonomgevingen en brede stoepen waar nodig. Zoveel mogelijk barrières worden weggehaald zodat stoepen gemakkelijk en veilig te bereiken zijn voor voetgangers. Fietsen en lopen in combinatie met het verbeteren van de verkeersveiligheid is een belangrijk speerpunt. Met meer fietsgebruik en de opkomst van snelle elektrische fietsen, fietsbezorgers en (elektrische) bakfietsen wordt het steeds drukker en nemen de snelheidsverschillen op fietspaden toe. Door bestaande lokale fietsroutes te versterken en te verbinden, realiseren we doorfietsroutes waar fietsers vlot, veilig en comfortabel van A naar B kunnen reizen. Daarmee wordt het aantrekkelijker om ook voor langere afstanden de fiets te pakken. De doorfietsroute Amersfoort – Utrecht en de fietsroute Uppsalapad (De Bilt – Utrecht Science Park) zijn reeds gefinancierd en zijn in uitvoering of starten op korte termijn. Afbeelding fietsnetwerk gemeente de bilt De koers: - De openbare ruimte nodigt uit tot fietsen en verplaatsingen te voet, waarbij de auto te gast is. - Kwetsbare verkeersdeelnemers worden beschermd en verkeersveiligheid heeft prioriteit boven doorstroming. Bij herinrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente wordt rekening gehouden met mensen met een (fysieke) beperking. - Het is van belang dat de school- omgeving veilig is en kinderen stimuleert om lopend of met de fiets naar school te gaan. - Samen met inwoners en bedrijven brengen we gevaarlijke verkeerspunten in kaart. We streven naar een veiligere inrichting van deze punten. - We creëren regionale doorfietsroutes voor elektrische fietsen ten behoeve van het woon-werkverkeer en fietspaden voor recreatief gebruik. - We prioriteren de volgende fietsroutes: Doorfietsroute Hilversum – Utrecht Voormalige spoorbaan Bilthoven – Huis ter Heide Aanpak Dr. Welfferweg in Westbroek Verbeteren fietsroute USP – Zeist West (Bisschopsweg/Landgoed Oostbroek) Aanpak Vuursche Dreef Fietsverbinding station Bilthoven richting N234/Berg en Bosch (en verder richting noordoosten) 4.2.6 Openbaar vervoer opschalen De gemeente De Bilt heeft momenteel een relatief fijnmazig openbaar vervoernetwerk. Er is echter ruimte voor verbetering. De insteek is dat het aanbod van openbaar vervoer toeneemt en voor iedereen toegankelijk is, waardoor in verhouding meer gebruik wordt gemaakt van het openbaar vervoer dan nu het geval is. NS-station Bilthoven is de belangrijkste schakel in het openbaar vervoernetwerk en van belang bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (o.a. Spoorzone, Schapenweide en USPB). Om de verwachte toenemende vraag van bewegingen (zowel lokaal als regionaal) van en naar NS-station Bilthoven goed te kunnen accommoderen zijn additionele investeringen noodzakelijk. Ook Hollandsche Rading heeft een NS-station die voor onze inwoners, maar ook voor recreanten, als startpunt om de Utrechtse Heuvelrug te ontdekken, een functie heeft. Daarnaast zijn er in de gemeente De Bilt circa 100 bushaltes. Het is van belang dat het openbaar vervoer op peil blijft en waar mogelijk qua frequentie en verbindingen wordt verbeterd. Als openbaar vervoer niet mogelijk is, zijn er voldoende en hoogwaardige alternatieven voor collectief- of deelvervoer. Uit de participatie: “Nieuwe vervoerssystemen en een goed mobiliteitsplan voor het verbeteren van de mobiliteit en bereikbaarheid van duurzaam vervoer.” De koers: We bevorderen het openbaar vervoer op een selectief aantal hoogwaardige hoofdroutes. - We ontwikkelen twee knooppunten: NS-station Bilthoven De Bilt Zuid: kruising Utrechtseweg (N237) en Universiteitsweg (N412). - De bestaande P&R locaties bij station Bilthoven, Nieuwe Wetering en station Hollandsche Rading behouden hun capaciteit. - Voor 90% van de inwoners zijn de hoogwaardige hoofdroutes binnen tien fietsminuten bereikbaar. - We participeren in regionale onderzoeken naar de verbetering van openbaar vervoerverbindingen zoals op de Gooi-hoofdroute (Utrecht- Hilversum) en de Soesterlijn (Utrecht- Baarn). Afbeelding ov-netwerk en lange afstand wandelroutes 4.
  28. We wonen hier fijn 4.3.1 Onze ambitie De maatschappelijke en ruimtelijke identiteit en kwaliteiten van gemeente De Bilt vormen de kern van de omgevingsvisie. Voor de fysieke leefomgeving zijn de landschappelijke kwaliteiten belangrijk. Zo ligt de gemeente De Bilt op de overgang van hoger gelegen zandgronden in het oosten tegen de natte veengronden in het westen. Dit soort overgangszones zijn van oudsher ook de plekken waar landgoederen zijn ontstaan. We zetten in op het behouden en accentueren van de herkenbaarheid van deze verschillende landschappen. Het eigen karakter en de eigen ontstaansgeschiedenis geven de kernen hun specifieke karakter. Deze gebiedseigen kwaliteiten en verhalen verbinden we de komende jaren aan de toekomstige ontwikkelingen op het gebied van onder andere wonen, natuur, duurzaamheid en mobiliteit. Afbeelding afwegingskader planet Die kwaliteiten versterken we richting
  29. De zes kernen en vier landschapstypen blinken dan uit met ieder hun eigen cultuurhistorische en landschappelijke karakteristieken. Het waardevolle landschap en de rijke cultuurhistorie van onze gemeente koesteren en versterken we. Dit wordt niet alleen benut voor recreatie maar betekent ook een aantrekkelijk woon- en ondernemersklimaat. We zorgen voor een toekomstbestendig woningaanbod. Door de aanpak van de energietransitie met als doelstelling 100% energieneutraal in 2050, is ons energieverbruik sterk teruggedrongen en hebben we voor het gebruik van aardgas alternatieve energiebronnen. Dan is de gemeente De Bilt nog meer dan nu een plek om te zijn en te verblijven met als uitgangspunt dat het hier fijn wonen is. 4.3.2 Versterken van natuur en landschap Het waardevolle landschap, de natuur en de rijke cultuurhistorie van onze gemeente koesteren en versterken we. Dit is echter geen eenvoudige opgave, want de regionale verstedelijking zorgt voor veel ruimteclaims. Denk hierbij aan de woningbouwopgave, ruimte voor bedrijvigheid en de hierbij benodigde opwaardering van groen, infrastructuur en mobiliteit. De regionale energiestrategie leidt ook tot een forse ruimtevraag. Het landschap is de duurzame onderlegger voor ruimtelijk gebruik en ontwikkeling. Dit geldt niet alleen voor het landelijk gebied, maar ook voor de kernen. We staan alleen ontwikkelingen toe die goed zijn ingepast in het landschap. De landschappelijke karakteristieken en (het herstel van) de natuurwaarden en biodiversiteit zijn hierbij belangrijke uitgangspunten. Om hier goed invulling aan te kunnen geven, zullen we een Programma ‘Natuurherstel en Biodiversiteit’ opstellen. Hierin onderzoeken we hoe we kunnen voldoen aan de Basiskwaliteit Natuur. Ook zal de gemeente samen met het Utrechts Landschap monitoren of de druk van de recreatie op de natuurgebieden en landgoederen niet ten koste gaat van de kwaliteit van die gebieden. Zo nodig zullen we maatregelen treffen. We gaan bij ruimtelijke plannen nog zorgvuldiger om met archeologie en cultuurhistorie. De ambitie is verder om cultuurhistorisch waardevolle landschapsstructuren, elementen, landgoederenroutes en monumenten zichtbaarder te maken en zo mogelijk te herstellen. Aan de hand van het Programma ‘Erfgoed, Landschap en Ruimtelijke Kwaliteit’ wordt dit nader ingevuld. Verder kunnen we archeologische waarden gebruiken als inspiratiebron voor ruimtelijke ontwikkelingen. Archeologische ontdekkingen en vondsten maken we kenbaar en zichtbaar voor het publiek. Ook voor de wateropgaven laten we ons inspireren door ons verleden en historische watersystemen zoals de weteringen. De belangrijke opgaven die ook gemeente De Bilt kent op gebied van water en energie, verbinden we de komende jaren aan de gebiedseigen kwaliteiten. Zo verbinden we ook de gemeentelijke wateropgaven met andere thema’s zoals klimaatadaptatie. We streven naar de verbetering van de watergebonden biodiversiteit en een algeheel ‘systeem-herstel’ van de (grond)waterbalans. Dit laatste levert een positieve bijdrage aan de (drink)watervoorziening. Binnen de gemeente bevinden zich zowel hogere als lagergelegen delen. Op de hogere delen kan het regenwater infiltreren om vervolgens in de lagere delen, als kwelwater, uit te treden. Verhogen van de grondwaterstand op het hogere deel van de gemeente zal de kwelzone aan de rand vergroten en de biodiversiteit verbeteren. Afbeelding natura 2000-gebieden in en om de gemeente de bilt We gaan met de duurzame energieproductie tegelijkertijd de kwaliteit van het landschap versterken. Dit doen we in het coulisselandschap door de houtwallen terug te brengen. Daarbinnen zijn mogelijkheden om zonnepanelen deels uit het zicht te plaatsen, anderzijds zijn dit ook waardevolle agrarische gronden. In een nadere studie ‘Versterking coulisselandschap’ (zie paragraaf 4.
  30. Omgevingsvisiekaart) bepalen we waar en hoe dit kan plaatsvinden. Met het programma ‘Erfgoed, Landschap en Ruimtelijke Kwaliteit’ gaan we ons cultureel erfgoed en onze landschappen nader duiden om deze voor de toekomst nog beter te beschermen. De koers: - Het veenweidegebied zullen we in goed overleg met de agrarische sector en de waterschappen enigszins vernatten* om CO2 uitstoot door veenoxidatie en de beperkte bodemdaling tegen te gaan. We willen het landschap niet helemaal onder water zetten. Op die manier blijft agrarisch gebruik mogelijk. - Bij de vernatting focussen we op bepaalde delen van het veenweidegebied, met name de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In combinatie met de vernatting versterken we de ecologische structuren. - We versterken de kwelnatuur. - Landschappen houden we herkenbaar en versterken we waar mogelijk: Door cultuurhistorische elementen terug te brengen of te versterken; Door het versterken van de ecologische structuren; Door het evenwichtig spreiden van recreatiemogelijkheden. - We nemen maatregelen om het groenonderhoud natuurvriendelijker te maken. Daarbij denken we aan: Het groenonderhoud afstemmen op herstel van de biodiversiteit. Meer ruimte voor wilde planten en dieren, zowel onder als boven de grond. Bijvoorbeeld bepaalde delen van plantsoenen laten verruigen zodat de egel zich er thuis voelt. Bomen een beschermende status geven. Alleen kapvergunningen geven als bomen ziek zijn of een gevaar voor de omgeving zijn. De meeste boomsoorten kunnen gemakkelijk 100 jaar worden en nemen elk jaar meer CO2 op dan het jaar ervoor (de jaarring wordt groter en niet dunner). Meer groen aanplanten in de gemeente. Dit is goed voor de biodiversiteit, tegen hittestress en voor CO2-binding. Naast het planten van bomen en struiken, kan ook gedacht worden aan het begroeien van gevels door klimplanten. Het vervangen van uitheemse soorten als Amerikaanse eik, sneeuwbes en cotoneaster door inheemse soorten. ·Meer bloemrijke velden en bermen aanleggen en het maaionderhoud hierop afstemmen. Uit de scan ‘Nederland Zoemt’ blijkt dat er potentieel 160 bijensoorten in gemeente De Bilt kunnen voorkomen, terwijl dat er momenteel circa 60 zijn. Bodembiodiversiteit herstellen ten behoeve van het bufferend vermogen voor CO2 en water. Dit kan onder andere door op meer plaatsen bladeren niet te verwijderen. Niet meer klepelen (het fijnmalen van ruige begroeiingen). Initiatieven voor aanleg van groene daken stimuleren. Het stopzetten van de afspraak om subsidie te ontvangen voor ‘snippergroen’, omdat dit een verkeerde stimulans is voor het groenonderhoud en omdat bio- massaverbranding leidt tot meer fijnstof en CO2 in de atmosfeer. - We nemen maatregelen om de grondwaterstand in de gemeente te verhogen: Het verminderen van grondwateronttrekkingen door bedrijven, sportverenigingen en particulieren; Het vergroten van mogelijkheden om regenwater de grond in te laten trekken, zoals afkoppelen van riolering en tegengaan van verharding. Sportvelden waterneutraal maken. Het dempen van sloten en greppels in bosgebieden (paragraaf 5.2.
  31. Boslandschap – Koers); Het verhogen van de waterpeilen in de omliggende gebieden (paragraaf 5.2.
  32. Boslandschap – Koers); Het omvormen van naaldbossen naar loofbossen, om verdamping te verminderen (paragraaf 5.2.
  33. Boslandschap - Koers) * Toelichting: Vernatten is het doelbewust verhogen van de grondwaterstand van -35 cm naar -20 cm in een gebied. Groenstructuren Afbeelding groenconstructen binnen gemeente de bilt 4.3.3 Toegankelijk landelijk gebied Het aanbod van mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding is enorm gegroeid waarbij de nadruk ligt op dagrecreatie en/of korte uitstapjes. Hiervoor is ook aandacht in het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). Daarom werken we als gemeente graag met de provincie samen in de gebiedsprocessen rondom het UPLG. Als gevolg van klimaatverandering is het landelijk gebied ook extra kwetsbaar voor natuurbranden. Maatregelen ter vermindering van dit risico worden in de veiligheidsregio Utrecht (VRU) afgestemd en besloten. Er is sprake van een herwaardering van cultuurhistorie, zowel van landschappelijke als cultuurhistorische structuren. In de komende jaren werken we aan de actualisatie van de ‘Cultuurhistorische Waardenkaart’. Op de ‘Cultuurhistorische Waardenkaart’ staat informatie over historische objecten en archeologische waarden in de gemeente. Naast de monumenten in onze gemeente zijn dat ook landschappelijke structuren zoals houtwallen, hagen, historische linten, landgoederenzones en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Verder zetten we in op een goede recreatieve toegankelijkheid van de groenblauwe structuren in combinatie met de beleving van cultuurhistorie en erfgoed, zoals de Utrechtse Heuvelrug, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de landgoederen. Zo zijn er op de landgoederen kansen voor de versterking van recreatieve functies gecombineerd met ook de nodige economische functies die bijdragen aan het behoud van de landgoederen. Door te zorgen voor gescheiden fiets- en wandelroutes (waarbij kwetsbare natuur- waarden worden ontzien) en passende recreatieve voorzieningen willen we de recreatieve sector een kwaliteitsimpuls geven. Tegelijkertijd mag de druk op de natuurgebieden en de landgoederen niet zodanig toenemen dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. Dit zal de gemeente samen met het Utrechts Landschap monitoren en zo nodig maatregelen treffen. Recreatie Afbeelding recreatieve waarden De koers: - We zetten waar mogelijk in op behoud, versterking en beleving door recreatieve ontwikkeling. - We versterken onze natuurnetwerken en groene buffers tussen stedelijke gebieden. - Waar dit nodig en mogelijk is, passen we recreatieve zonering toe om zo voor iedereen de recreatieve mogelijkheden toegankelijk te houden en de beleving te versterken. - Voor het duurzaam te kunnen onderhouden van de landgoederen willen we meer ruimte geven voor recreatieve, economische of soms woonfuncties in de monumentale panden van de landgoederen met als uitgangspunt dat er altijd sprake moet zijn van een kwaliteitsverbetering. - We nemen waar noodzakelijk maatregelen ter voorkoming van bosbranden. 4.3.4 toekomstbestendig woningaanbod De raad heeft besloten het advies van inwoners ‘De Bilt: wonen in een groene omgeving!’, dat is voortgekomen uit het traject ‘Samen Werken Aan Wonen’, als bouwsteen mee te nemen in het nieuwe woonbeleid (Woonvisie De Bilt 2030) en de omgevingsvisie. Veel van onze inwoners kunnen geen huis vinden. Met het oog op de woonbehoefte van inwoners en de vitaliteit en leefbaarheid in de kernen bieden we passende ontwikkelruimte voor de woningbouwopgave. We bouwen minimaal voor de eigen behoefte (exclusief statushouders en bijzondere doelgroepen). We bouwen binnen de contour stedelijk gebied. Uitzondering hierop is Maartensdijk. We bepalen in overleg met inwoners van Maartensdijk hoeveel van de 200 nieuwe woningen binnen en zo nodig buiten de contour stedelijk gebied worden gebouwd. Bovendien werken we in regionaal verband nauw samen omdat vrije vestigingskeuze voor woningzoekenden een grondrecht is en de inwoners van onze regio vaak tussen gemeenten verhuizen. Wonen Afbeelding woongebieden in zes kernen van gemeente de bilt Bij binnenstedelijke locaties gaat het om transformatie, herstructurering en inbreiding. Ook kijken we naar mogelijkheden voor het toestaan van alternatieve woonvormen en woningsplitsing van grote woningen en kavels. We zetten onder meer in op het optimaliseren van de Spoorzone Bilthoven met behoud van ruimte voor een combinatie van wonen en werken (onder andere kantoren). Bij deze binnenstedelijke ontwikkelingen hebben we aandacht voor de spreiding van sociale huur en aandachtsgroepen, bereikbaarheid (van voorzieningen), klimaatadaptatie, groenstructuur, energietransitie, gezondheid en inclusiviteit (iedereen kan meedoen). Bij integrale gebiedsontwikkeling (waaronder woningbouw) houden we rekening met het pact 'Groen Groeit Mee'
(2022). We werken daarnaast aan een programma ‘Wonen en Zorg’. Met het programma ‘Wonen en Zorg’ willen we bereiken dat ouderen en inwoners met een zorg- en/of ondersteuningsvraag in de gemeente De Bilt volwaardig deel kunnen uitmaken van de lokale samenleving, zelfstandig kunnen wonen in een voor hen geschikte woning en kunnen terugvallen op goed georganiseerde ondersteuning en zorg. Hierdoor vergroten wij de mogelijkheid van inwoners om regie te voeren over het leven. Op termijn ontwikkelen we een programma ‘Volkshuisvesting’ waarin we de laatste ontwikkelingen rondom wonen opnemen. Nieuwe ontwikkelingen moeten zo mogelijk voortbouwen op de bestaande kwaliteiten. We bouwen met karakter en aandacht voor architectuur en stedenbouwkundige inpassing. Binnen de kernen zetten we in op behoud en waar mogelijk versterking van de groenstructuur (laanbeplanting, bomen, kleinere groenvlakken en bermen) en het vergroten van de biodiversiteit. Het vergroten van de biodiversiteit komt tot uiting door bij groenrenovaties rekening te houden met de plantkeuze, monoculturen zoveel mogelijk te voorkomen en waar het kan ecologisch beheer toe te passen. Ten behoeve van de versterking van de biodiversiteit en het klimaatbestendig inrichten van de leefomgeving stellen we als gemeente randvoorwaarden bij ruimtelijke ontwikkelingen, zoals een compensatiebeginsel, verbetering dierenwelzijn en wordt het groen ecologisch beheerd. Voor klimaatadaptie kunnen de stresstesten en geschiktheidskaarten voor woningbouw een handreiking zijn. Deze geven locaties aan waar problemen verwacht kunnen worden bij hevige neerslag, droogte of hitte. Het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht heeft een biodiversiteitsherstelplan vastgesteld waarin onder andere staat dat het waterschap een effectieve netwerkpartner wil zijn, ook met gemeenten, om te werken aan biodiversiteitsherstel. De koers kwantitatief: - We bouwen om minimaal te voorzien in de eigen behoefte. Daar bovenop komen de extra woningen die nodig zijn voor statushouders en bijzondere doelgroepen. We ontwikkelen de binnenstedelijke (compacte) knooppuntlocatie Spoorzone; We benutten mogelijkheden van splitsing van bestaande woningen of kavels (bijvoorbeeld kangoeroewoningen); We bouwen binnen de contour stedelijk gebied. Uitzondering hierop is Maartensdijk. We bepalen in overleg met inwoners van Maartensdijk hoeveel van de 200 nieuwe woningen binnen en zo nodig buiten de contour stedelijk gebied worden gebouwd. - We richten ons op transformatie van verouderde bedrijventerreinen en solitaire bedrijfslocaties naar aantrekkelijke woon-werklocaties. Deze locaties zijn: Spoorzone Bilthoven; Molenkamp, Weltevreden-Zuid, Ambachtstraat en Hessingterrein; Dierenriem Maartensdijk; Verspreide kleinschalige bedrijfslocaties in de kern en het landelijk gebied. De koers kwalitatief: - We zorgen voor een gedifferentieerd woningaanbod, bouwen waar behoefte aan is. We bouwen toegankelijke en levensloopbestendige woningen voor ouderen ten behoeve van de doorstroming. Hierbij sluiten we aan bij uitgangspunten van de Woonvisie De Bilt
  1. We streven naar een demografische opbouw in lijn met het landelijk gemiddelde. Om een vitale gemeente te blijven met voldoende voorzieningen is het van belang dat er voldoende jongeren en gezinnen in onze gemeente komen wonen. - De focus is op betaalbare woningen en appartementen voor starters, jonge gezinnen en ouderen: Bij nieuwe projecten minimaal 30% sociale huur en minimaal 20% middenhuur, daarbij streven we naar tenminste twee derde betaalbare nieuwbouwwoningen; We gaan een volkshuisvesting- programma opstellen waarin we de laatste ontwikkelingen in het wonen opnemen; Minimaal 60 m2 gbo per woning (kleinere woningen mogelijk bij uitzondering voor bijzondere doelgroepen, wanneer sprake is van het voorzien in woningen voor duurzaam kleine huishoudens, mag per project maximaal 10% van het totaal aantal woningen afwijken van deze norm, via een afwijkingsbevoegdheid van het college van B&W) en minimaal 75 m2 gbo per middenhuurwoning; Onderzoek naar mogelijkheden voor sociale en middeldure koop; Behoefte aan differentiatie in prijsklasse, typologie en doelgroep worden per locatie bezien op basis van het principe ‘creëren van gemengde wijken’; Ruimte voor flexwoningen voor een brede groep woningzoekenden. - Passende bouwvormen ten behoeve van de vitaliteit van de kernen, onder andere geclusterde woonvormen voor bijvoorbeeld ouderen. - We bouwen natuur-inclusief en minimaal energieneutraal. - Bij de ontwikkeling van woonwijken is klimaatadaptie en biodiversiteit ons uitgangspunt. Hierbij committeren we ons aan de ‘afspraken klimaatadaptief bouwen’ in Utrecht (onderdeel van het convenant duurzaam bouwen). - Bij koopappartementen is ondergronds parkeren de norm. - Bij woningbouw worden de volgende uitgangspunten meegewogen: Goede landschappelijke inpassing; Duurzame mobiliteit (mix van deelmobiliteit, nabijheid van openbaar vervoer en sturende parkeernormen); Gestapeld in meer dan vijf lagen op locaties waar dat stedenbouw- kundig passend is in de omgeving. * Toelichting: 4.3.5 100% Energieneutraal in 2050 Het verbruik van energie dient teruggedrongen te worden. Eén van de grootste opgaven is het besparen van energiegebruik in gebouwen door beter te isoleren en te verwarmen zonder aardgas. In 2050 moeten namelijk alle woningen en gebouwen van het aardgas af zijn. Een complexe puzzel, die we lokaal, met elkaar, eerlijk en duurzaam willen leggen. Met de in 2022 vastgestelde ‘Transitievisie Warmte’ (ambitieniveau D) werken we proactief aan de warmtetransitie tot
  2. De aanpak en uitvoering, waarbij de gemeente de faciliterende regierol neemt, wordt uitgewerkt in een programma. De energietransitie zal in de aankomende decennia een grote opgave blijven. Zo zal energie op een duurzamere en zo lokaal mogelijke manier opgewekt moeten worden om zo de uitstoot van CO2 te verminderen. Hiervoor moeten we op zoek gaan naar potentiële energiebronnen en opweklocaties. Denk aan het opwekken van energie door middel van zonnevelden, windmolens, zon op dak, aardwarmte, oppervlaktewater en andere mogelijkheden die onze gemeente biedt. Door energie lokaal op te wekken en ook lokaal te gebruiken, kunnen we transportproblemen zoveel mogelijk voorkomen. Het doel is om in 2050 100% van het elektriciteitsverbruik duurzaam op te wekken. Naast volle inzet op ‘zon op dak’ en zorgvuldig afgewogen ruimte voor Het verbruik van energie dient teruggedrongen te worden. Eén van de grootste opgaven is het besparen van energiegebruik in gebouwen door beter te isoleren en te verwarmen zonder aardgas. In 2050 zon- en windenergie in het landschap langs grote infrastructurele werken, zetten we in op innovatieve technieken (proeftuin Brandenburg). Inmiddels is een hogere ambitie energie-opwek vastgesteld. De gemeente De Bilt wil in 2030 niet 33% maar 55% van het eigen energieverbruik opwekken. Zoekgebied windenergie (eerste inventarisatie) Afbeelding zoekgebied windenergie Om deze doelstelling te halen leggen we zonnepanelen op daken en gevels, onbenutte terreinen in bebouwd gebied en bermen en geluidswallen. Dit is echter niet genoeg. In participatie met inwoners realiseren we zon op landbouwgrond en wind langs grote infrastructurele werken zoals de A27 en A
  3. Warmte voor de warmtetransitie halen we zoveel mogelijk uit oppervlaktewater en het riool. Verder zorgen we ervoor dat wijk voor wijk afgekoppeld wordt van het gas met individuele en collectieve oplossingen. Het is de uitdaging om zoveel mogelijk zonnepanelen op bestaande daken te leggen en bodemenergie en oppervlaktewater te benutten om zo het landschap zo min mogelijk te hoeven aantasten. Energie zoekgebied zon Afbeelding zoekgebied zonnevelden De koers: - We kijken naar opwekkingsmogelijkheden voor zon- en windenergie in het landelijk gebied en langs grootschalige infrastructuur. - Het is de bedoeling dat we in 2030 62 GWh opwekken door zonne- energie (allereerst op grote daken en daarnaast eventueel waar mogelijk op land, rekening houdend met natuurwaarden, cultuurhistorie en landschapsstructuren). - Voor de overige 20 GWh in 2030 onderzoeken we het gebied langs de A28 en de A27 voor de opwekking van duurzame elektriciteit door middel van windenergie. Daarbij wordt gekeken naar de haalbaarheid, mogelijke aantasting van het landschap en het draagvlak in de samenleving. - Voor de energieopwekking tot 2040 zijn er nog beleidskeuzes te maken. Er is ruimte voor zon- en windenergie en voor innovatieve vormen van energieopwekking om in de eigen behoefte te voorzien. We kijken ook hoe we met duurzame energieproductie tegelijkertijd de kwaliteit van het landschap kunnen versterken. Daarnaast werken we, net als iedere andere gemeente in Nederland, aan een Transitievisie Warmte (TVW). In de TVW is de gemeente De Bilt onderverdeeld in 25 warmtekavels/gebieden. Deze indeling is grotendeels gebaseerd op de administratieve indeling van het CBS. In de TVW staat wat per gebied technisch de mogelijke warmtealternatieven zijn en of deze collectief of individueel zijn. Dus of er één oplossing voor de hele buurt tegelijk is of dat het handiger is om het per woning te regelen. Een uniforme oplossing voor elke woning is er (nog) niet. In de gemeentelijke warmtevisie wordt er sterk ingezet op reductie in de hele gemeente en het ontwikkelen van een aanpak voor individuele oplossingen. Daarnaast gaan we ook aan de slag met Wijkuitvoeringsplannen voor een tweetal buurten; PAW Brandenburg en De Leijen. Dit zijn complexe processen waar met alle betrokken partijen wordt gekeken wat wenselijk en haalbaar is. Tot slot worden er een aantal verkennende haalbaarheidsstudies gedaan voor alle warmtekavels die potentie hebben voor collectieve oplossingen. De koers: - Doel is om in 2050 100% van het elektriciteitsverbruik duurzaam op te wekken. - We stellen randvoorwaarden op (bijvoorbeeld participatie/deelname) en wijzen zoekgebieden voor grootschalige opwek aan. - Voor de plaatsing in het landschap is maatwerk erg belangrijk. Hierbij kan gekozen worden voor landschappelijke inpassing of landschappelijke transformatie. - We brengen de infrastructuur op orde en zetten in op energieopslag en -vervoer. - Er is ruimte voor innovatieve vormen van energieopwekking om in de eigen behoefte te voor zien. - Er worden vernieuwende vormen van participatie gestart bij de verdere uitwerking. - We onderzoeken en werken samen aan de overstap naar duurzame warmte. 4.3.6 Aandacht voor cultuurhistorische waarden Het eigen karakter en de eigen ontstaansgeschiedenis geven de kernen kern De Bilt en kern Bilthoven hun specifieke karakter. Deze gebiedseigen verhalen verbinden we de komende jaren aan de toekomstige ontwikkelingen op gebied van wonen, duurzaamheid, mobiliteit en dergelijke. Ook de algemene waarden van de verschillende landschapstypen worden in de geactualiseerde ‘Cultuurhistorische Waardenkaart’ beschreven en gekarakteriseerd. Daarbij worden de verschillende landschappen ook in hun context bezien, aansluitend op het veenlandschap van west-Nederland, het voormalige nationale Groene Hart en nationaal park de Utrechtse Heuvelrug. De koers: - We brengen de kwaliteiten in beeld door middel van een actualisering van de ‘Cultuurhistorische Waardenkaart’ waardoor we capabel zijn een gedegen afweging te maken tussen gewenste ontwikkelingen, cultuurhistorie en landschap (Programma ‘Erfgoed, Landschap en Ruimtelijke Kwaliteit’). Afbeelding cultuurhistorische en archeologische waarden 4.
  4. We kunnen hier prettig werken en winkelen 4.4.1 Onze ambitie In 2040 is de gemeente De Bilt nog steeds een aantrekkelijke plek om te werken en winkelen. Juist de combinatie met werken, wonen, winkelen en recreëren houdt onze gemeente levendig en bruisend. Daarom willen we naast een aantrekkelijke woongemeente ook een aantrekkelijke werkgemeente blijven. Onze economie kenmerkt zich van oudsher door kennisintensieve bedrijvigheid en lokaal ondernemerschap. Op die basis willen we doorbouwen. De ‘Life Science As’ draagt bij aan de dynamische kenniseconomie en daarom versterken we die. Bedrijventerreinen worden optimaal benut en we bieden ruimte om in de gemeente De Bilt te blijven ondernemen. De plattelandseconomie draait goed. Boeren spelen hierin een centrale rol als producent van hoogwaardige producten en diensten, zoals recreatie, tegengaan van veenoxidatie (CO2-reductie), landschap en natuur. De aantrekkelijke centra zijn de plekken in de gemeente waar inwoners winkelen en elkaar ontmoeten. Gemeente De Bilt kent een hoogopgeleide beroepsbevolking die ook veel buiten de gemeente werkzaam is. Voor praktisch en middelbaar opgeleide werknemers is de gemeente ook afhankelijk van werknemers uit de regio. Voor onze inwoners en ondernemers zetten we daarom in op een uitstekende bereikbaarheid. Afbeelding afwegingskader profit De Life Science As is een zone met instellingen en bedrijven op het gebied van kennis en life science. De Life Science As ligt tussen Utrecht Science Park (USP), USP Bilthoven en Berg en Bosch. 4.4.2 Sterk lokaal ondernemerschap De gemeente De Bilt heeft een sterk lokaal MKB. Nu op Larenstein geen kavels meer beschikbaar zijn, is er weinig tot geen ruimte voor bedrijven op bedrijventerreinen om door te groeien. Daarnaast is er een aanvullende vraag voor bedrijven die ruimte maken voor transformatie van verouderde bedrijventerreinen en transformatie van solitaire bedrijfslocaties in het landelijk gebied. Kansen voor groei buiten de gemeenten zijn ook beperkt door een tekort aan bedrijfsruimte in de hele regio Utrecht. Bij onvoldoende ruimte voor bedrijven wordt het steeds lastiger voor inwoners om lokaal een bedrijf te vinden voor bijvoorbeeld onderhoud- en reparatie klussen. Afbeelding bedrijventerreinen in gemeente de bilt De transitie naar een circulaire economie vraagt dat bedrijven individueel of gezamenlijk meer ruimte maken voor afvalinzameling en een toenemende vraag in De Bilt en de regio naar ruimte voor recycling en verwerking van producten tot nieuwe grondstoffen. Het is daarom noodzakelijk om duidelijke keuzes te maken op welke bedrijventerreinen er niet gemengd kan worden met wonen. In de gemeente De Bilt en/of de regio zal daarnaast meer ruimte geboden moeten worden voor circulaire bedrijven. Veel van de in totaal circa 3.400 zzp’ers, voornamelijk uit de adviessector, werken vanuit huis. Deze nieuwe manier van werken, zorgt voor minder vraag naar kantoorpanden. Desondanks is er momenteel beperkt kantoorvastgoed beschikbaar. De aard van de vraag naar kantoorlocaties is wel veranderd. Er is meer behoefte aan kleinschalige, multifunctionele en aantrekkelijke werklocaties met flexwerkplekken. Voor kantoorlocaties worden bereikbaarheid met hoogwaardig openbaar vervoer en fietspaden voor woon-werkverkeer steeds belangrijker. Het openbaar vervoer en de fiets moeten de komende jaren een aantrekkelijker alternatief worden voor de auto. De koers: - We richten ons op de transformatie van een aantal verouderde bedrijventerreinen naar aantrekkelijke woon-werklocaties (paragraaf 4.3.
  5. ‘Toekomstbestendig woningaanbod’). - Op de andere bedrijventerreinen faciliteren we geen ontwikkelingen voor wonen om bijvoorbeeld ruimte te houden voor bedrijven in de circulaire economie. - We zoeken ruimte voor Biltse bedrijven die een nieuwe locatie zoeken om ruimte te maken voor deze transformatie. - De behoefte aan ruimte voor Biltse bedrijven werken we volgordelijk uit langs drie routes: Route 1: de opties voor verdichten van bestaande bedrijventerreinen die niet getransformeerd worden naar woon-werkgebieden. Route 2: mogelijkheden uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen binnen de contour stedelijk gebied. Route 3: beschikbaarheid van bedrijventerreinen in de regio Utrecht, met name de regionale bedrijventerreinen (buiten de gemeente De Bilt). Route 4: nieuw bedrijventerrein of uitbreiding bestaand bedrijventerrein buiten de contour stedelijk gebied. - Kantoorlocaties buiten de centra, die op grotere afstand liggen van hoogwaardige openbaar vervoersknooppunten of onderdeel zijn van de Life Science As locaties, transformeren we naar wonen. - We faciliteren zzp’ers en starters met aantrekkelijke woon-werkgebieden en flexwerkconcepten. De Spoorzone is daarvoor een interessante locatie. - We creëren broedplaats(en) voor innovatie/creatieve, culturele en maakbedrijven. 4.4.3 Dynamische kenniseconomie Kenmerkend voor de economie is de aanwezigheid van gezaghebbende onderzoeksinstituten en internationale bedrijven zoals het RIVM, het KNMI, Intravacc en Bilthoven Biologicals, MSD, SWECO, Alexander Monro Borstkankerziekenhuis en Helen Dowling Instituut. De sterke economische structuur, goede bereikbaarheid en de aantrekkelijke groene werkomgevingen zijn doorslaggevende vestigingsfactoren gebleken. De clustering van bedrijven op de Life Science As met Berg en Bosch en Utrecht Science Park Bilthoven (USPB) geven de economie een sterke basis voor een toekomstbestendige groei en verdere innovatie, dus ook als het RIVM naar het USP is verhuisd. Op dit moment ontbreekt het nog aan een plek met labruimtes voor scale-up bedrijven in de life science sector. De koers: - We zetten in op kennisintensieve (life science) bedrijvigheid, te realiseren in nauwe samenwerking met onder andere het Utrecht Science Park (USP), door verdichtingskansen op het USP Bilthoven (USPB) en Berg en Bosch te benutten en met 25.000 m2 bvo nieuwbouw voor life science bedrijvigheid op de Schapenweide. - We streven naar een ruimtelijke en functionele cohesie tussen de USP en het USPB. - We willen ruimte bieden voor startende bedrijven door een startersgebouw met labruimtes op het USPB. - We willen grote spelers in onze gemeente behouden. Afbeelding economische activiteiten en wekgelegenheid 4.4.4 Vitaal platteland Vanuit het Rijk en de provincie wordt ingezet op een duurzame transitie van de landbouw met afnemende milieudruk en een positief effect op natuur- en waterkwaliteit als gevolg. Hiervoor is ook aandacht in het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). Daarom werken we, zoals eerder aangegeven, graag met de provincie samen in de gebiedsprocessen rondom het UPLG. We zien daarbij de landbouw en natuur niet als tegenstelling, maar we willen werken vanuit het uitgangspunt dat landbouw en natuur elkaar juist versterken. De doelstelling is helder. De weg hier naartoe is dat echter nog niet. Door de transitie van landbouw is er een sterke behoefte naar nieuwe verdienmodellen in het landelijk gebied. Denk aan agrarisch natuurbeheer, nevenfuncties en andere vormen van landbouw, zoals bijvoorbeeld coöperatieve boerderijen door inwoners (het concept Herenboeren), het verbouwen van grondstoffen voor biobased bouwmaterialen, boerenwinkels of herbestemming van agrarische panden naar wonen. Daarnaast blijft er ook ruimte voor boeren die door innovatie en aanpassing ook in de toekomst hun inkomsten volledig uit de veeteelt halen. Deze transitie vraagt om een aanpassing van het huidige ruimtelijke ordeningsbeleid voor het landelijk gebied, waarin de omgevingsvisie en uiteindelijk het omgevingsplan van groot belang zijn. De transitie naar circulaire landbouw en het gebruik van het landelijk gebied wordt in participatie met belanghebbende, waaronder agrariërs, vormgegeven. De koers: - We willen mogelijk maken dat agrariërs kunnen blijven ondernemen en faciliteren de transitie naar duurzamere circulaire landbouw waar mogelijk. - Andere vormen van landbouw en nevenfuncties zijn bijvoorbeeld: Landschapsbeheer en natuur/ waterdiensten (groene en blauwe diensten, inclusief bijdrage verminderen stikstof- en CO2-uitstoot). Nieuwe functies in voormalig agrarisch vastgoed zoals boerenlandwinkels, maatschappelijk zorgfuncties en recreatieve functies. Meer akkerbouw van bijvoorbeeld biobased bouwmaterialen of concepten voor lokale voedselproductie zoals bijvoorbeeld het concept Herenboeren. Energieopwekking met bijvoorbeeld kleine windmolens (tot 25m) bij agrarische bedrijven, kleinschalige vergisting van mest, zon op dak en zonneweides wanneer ruimtelijk inpasbaar. - Voedselbossen zijn een serieuze optie, mits dit op plekken is waar de openheid niet een belangrijke kwaliteit is. - We faciliteren bewezen innovatie die de landbouw milieu- en/of diervriendelijker maakt en die niet ten koste gaat van het open en groen houden van het landelijk gebied en het beschermen van natuur en landschap. - Vrijkomende agrarische bebouwing kan bij bedrijfsbeëindiging gesloopt en deels gecompenseerd worden door een woning ‘ruimte voor ruimte’ als dit ook bijdraagt aan het open en groen houden van het landelijk gebied en het beschermen van natuur, landschap en cultuurhistorie. 4.4.5 Lokaal winkelen en ontmoeten De gemeente De Bilt kent drie hoofdwinkelcentra: Centrum Bilthoven inclusief De Kwinkelier, winkelcentrum Hessenweg-Looydijk en het Maertensplein. Dit zijn de ontmoetingsplekken van onze gemeente en daarnaast ook belangrijke werkgevers. Voor deze winkelgebieden is het daarom belangrijk dat dit aantrekkelijke winkel- en verblijfsgebieden blijven met een mix van winkels, horeca en andere publieksfuncties en op het gebied van muziek, kunst en cultuur. Het moet voor jong tot oud aantrekkelijk zijn. Daarnaast zijn er een aantal boodschappenpunten met een wijk- en ontmoetingsfunctie in de eigen buurt zoals winkelcentrum Planetenbaan. Centrum Bilthoven is grootschalig vernieuwd en wordt met de laatste fase van De Kwinkelier de komende jaren afgerond. Ook het eerder vernieuwde Maertensplein staat er nog goed bij. De sfeer en beleving van de openbare ruimte en het vastgoed voor zowel winkelcentrum Hessenweg- Looydijk als winkelcentrum Planetenbaan behoeft verbetering. De oude kern biedt een bijzondere mix van horeca en winkels. Het is echter voor alle centra een uitdaging om tegemoet te komen aan de veranderingen in mobiliteit zoals de toename van (bak)fietsen en P&R-laadpalen voor auto’s en deelauto’s. De koers: - Het concentreren van zoveel mogelijk publiekstrekkende functies zoals winkels en horeca in de winkelcentra. We zorgen dat onze winkelcentra goed bereikbaar blijven, ook voor klanten van buiten onze gemeente - We zetten in op nauwe samenwerking tussen ondernemers, vastgoedeigenaren en de gemeente in centra om het volgende te bereiken: Centrum Bilthoven: verbetering van winkel- en horeca aanbod waarmee de leegstand wordt teruggedrongen en inzetten op meer activiteiten en evenementen. Winkelcentrum Hessenweg- Looydijk: verbetering van winkel- en horeca aanbod, sfeer en beleving, vernieuwing van de openbare ruimte en meer ruimte voor voetgangers, groen en terrassen. Maertensplein: behoud winkelaanbod en ruimte voor horeca die ook overdag open is. Winkelcentrum Planetenbaan: verbetering van sfeer, beleving en uitstraling van het vastgoed in samenwerking met de eigenaren, verbeteren samenwerking met partijen in het Lichtruim en het toekomstbestendig maken van de vrijdagmarkt. - Aan de randen van de winkelcentra staan we transformatie naar woonfuncties toe. Om de centra levendig te houden staan we transformatie naar woonfuncties op de begane grond in de kernen van het winkelgebied niet toe. In sommige gevallen kan wonen achter een winkel op de begane grond een optie zijn mits er voldoende woonkwaliteit geboden kan worden. - Voor de verbetering van de sfeer, beleving, groen en ruimte voor de fiets in centra maken we ruimte, ook als dit soms ten koste gaat van parkeren voor auto’s. Dit gebeurt op basis van maatwerk. - We spelen in op de verandering in mobiliteit zoals de toename van (bak) fietsen, laadpalen voor auto’s en deelauto’s. 4.4.6 Duurzaam mobiliteitsnetwerk Mobiliteit en bereikbaarheid dragen bij aan het vestigingsklimaat. Beiden veranderen in snel tempo. De diversiteit van mobiliteitsvormen en verkeersbewegingen nemen toe. Veilige en goede verbindingen zijn daarom essentieel binnen de gemeente De Bilt en met omliggende gemeenten. Door slimme keuzes te maken, wordt er ruimte gegeven bij het realiseren van een duurzamer mobiliteitsnetwerk. Daarnaast is mobiliteit voor iedereen beschikbaar en toegankelijk. Er zijn voor elke doelgroep passende alternatieve vervoersmiddelen om zich te kunnen verplaatsen. Het is de verwachting dat het aantal auto- en vrachtbewegingen de komende jaren op delen van het netwerk zal toenemen. Een belangrijk vertrekpunt is dat er meer inzicht wordt verkregen in knelpunten in het netwerk, zowel objectief als subjectief. Verkeersmodellen en veldwerk worden ingezet om samen met de inwoners te bepalen wat de belangrijkste knelpunten zijn als gevolg van de verwachte toenemende verkeersintensiteit (onder andere door ruimtelijke ontwikkelingen). Vervolgens is het van belang welke maatregelen mogelijk zijn om deze knelpunten zo goed mogelijk op te lossen. Het doel is om de groei van het aantal auto’s af te vlakken, het aandeel elektrische auto’s significant te zien stijgen en het deelauto concept eerder als regel te kunnen beschouwen, dan de uitzondering (van bezit naar gebruik). Hierdoor voeren schonere manieren van vervoer de boventoon. Afbeelding verkeersintensiteit rondom gemeente De Bilt De gemeente zet in op duurzame en schone logistiek. Het college stuurt actief op een dialoog met omwonenden en bedrijven die gebruik maken van zwaar verkeer en landbouwverkeer. Zowel verkeersveiligheid als de bereikbaarheid van (landbouw)bedrijven hebben in die dialoog een plek. Sluipverkeer en doorgaand verkeer wordt zoveel mogelijk geweerd uit de kernen, mede door flankerende beleid. In samenwerking met regionale partners, de provincie en het Rijk willen we een betere doorstroming op de autosnelwegen bevorderen. De focus ligt op het optimaal benutten van het bestaande mobiliteitsnetwerk. Bestaande wegen worden bij voorkeur ‘auto te gast’ met een geloofwaardige 30 km/u inrichting, met uitzondering van de wijkontsluitingswegen en bovenlokale wegen zoals bijvoorbeeld de Soestdijkseweg. De Soestdijkseweg noord en zuid blijven voor kern De Bilt en kern Bilthoven de belangrijkste noord-zuid verbinding. Deze hoofdroute speelt ook een belangrijke rol in de ontsluiting van werklocaties. De koers: - We kiezen voor fietsverkeer en openbaar vervoer als dé manier om je te verplaatsen; zie hiervoor onze thema’s bij de eerste kernwaarde (paragraaf 4.2). - De mobiliteitsontwikkelingen worden in kaart gebracht aan de hand van een Mobiliteitsmonitor om beter inzicht te krijgen wat de effecten zijn van het beleid. - Autogebruik We ontmoedigen het gebruik van auto’s en maken het openbaar vervoer tot een aantrekkelijk alternatief in de grote kernen. We zetten in op duurzaam autogebruik met een fijnmazige laadinfrastructuur, deelauto’s en goede parkeerzones. We brengen in kaart of er knelpunten kunnen ontstaan bij de verdere uitbreiding van de laadinfrastructuur. We stimuleren een netwerk van deelauto’s. -Autoverkeer We weren zoveel mogelijk het doorgaande verkeer in de kernen. We maken in gebieden waar dit nodig is een verkeerscirculatieplan (in de kern De Bilt reeds gerealiseerd). Het versterken van een robuuste veilige ontsluiting tussen de Spoorzone en de N
  6. We richten de bebouwde kom zoveel mogelijk in op maximaal 30 km/u en handhaven daarop. We ondersteunen uit het oogpunt van leefbaarheid en veiligheid het verlagen van de maximumsnelheid naar 60 km/u op provinciale wegen, zoals de N237 tussen Utrecht en De Bilt. We maken meer wijken autoluw (relatief weinig gemotoriseerd verkeer), ontwerpen nieuwe wijken volgens de ‘STOMP-methode’ (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a Service (MaaS), Privé auto) en hebben speciale aandacht voor de omgeving rondom scholen en sport. -Parkeren We streven naar een lagere, gedifferentieerde parkeernorm. Zeker op (nieuwbouw)locaties waar goed openbaar vervoer beschikbaar is. In grotere kernen en op knooppunten komt er minder ruimte voor parkeren. In kleine kernen in het landelijk gebied komt er voldoende ruimte voor parkeren, indien de toegang tot het openbaar vervoer netwerk ongewijzigd blijft. Wanneer te veel parkeerdruk ontstaat, onderzoeken we het verstrekken van parkeervergunningen. We kijken hierbij ook expliciet naar regionale ontwikkelingen, zoals het voornemen tot betaald parkeren in de gehele gemeente Utrecht. We werken de nieuwe uitgangspunten uit in een aparte parkeernota. -Logistiek We ontlasten de woonwijken door vrachtverkeer te weren. We identificeren kansen voor een duurzamere en veiligere dorpslogistiek. We verkennen de haalbaarheid van het invoeren van een milieuzone. We verkennen de mogelijkheden van een regionale aanpak logistiek met buurtgemeenten. 4.
  7. Omgevingsvisiekaart In de afgelopen paragrafen zijn de ambities en gewenste ontwikkelingen voor de gemeente De Bilt toegelicht in tekst, beeld en kaartmateriaal. Hieruit hebben we de belangrijkste ontwikkelingen getoond op de Omgevingsvisiekaart die hiernaast te zien is. Deze kaart moet worden gezien als visiekaart en niet als bestemmingsplankaart (of omgevingsplankaart). Een omgevingsvisie is namelijk niet juridisch bindend voor de burger. Wel laat de kaart goed zien wat onze ambities zijn voor het behoud en de ontwikkeling van de gemeente De Bilt. Deze kaart vormt de basis voor de gebiedsgerichte uitwerking die in het volgende hoofdstuk is opgenomen. Afbeelding omgevingsvisiekaart
  8. KOERS PER DEELGEBIED 5.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is de visie op de toekomst van de gemeente De Bilt in 2040 (thematisch) beschreven en samengevat in de omgevingsvisiekaart en het afwegingskader. Dit vormt de basis van de omgevingsvisie. Het is belangrijk de visie ook naar deelgebieden uit te werken. De gemeente heeft immers een grote verscheidenheid aan landschappen en gebieden. Zo kunnen we ook meer maatwerk leveren. We streven er namelijk naar om zeggenschap van inwoners over hun eigen woon- en leefomgeving te versterken. Het bijdragen aan het verhogen van de kwaliteiten per deelgebied is leidend voor de gesprekken met initiatiefnemers, waarbij het uitgangspunt is dat er sprake moet zijn van ‘maatschappelijke meerwaarde’. We werken dus zo gebiedsgericht mogelijk. We onderscheiden de volgende deelgebieden: Landschappen: a. Veenweidelandschap. b. Coulisselandschap. c. Boslandschap. d. Kromme Rijnlandschap. Kernen: a. Kern De Bilt. b. Kern Bilthoven. c. Maartensdijk. d. Hollandsche Rading. e. Groenekan. f. Westbroek. Per deelgebied beschrijven we het bestaande karakter en de koers richting de toekomst. We geven daarbij zoveel mogelijk uitgangspunten en randvoorwaarden mee voor de beoordeling en aansturing van concrete projecten en maatregelen. De uitwerking naar landschap staat in paragraaf 5.2 en die per dorp in 5.
  9. Daarnaast werken we het afwegingskader uit per gebiedstype in paragraaf 5.
  10. 5.
  11. Landschappen 5.2.1 Inleiding In deze paragraaf beschrijven we per landschap het karakter aan de hand van geografische en historische ontwikkelingen maar ook belangrijke elementen en thema’s die bijdragen aan de karakteristiek van het gebied. De landschappen zijn niet los van elkaar te zien. Ze vormen de gradiënt van hogere zandgronden naar laagveen- en rivierengebied. De combinatie met onder andere de Nieuwe Hollandse waterlinie en de Stichtse Lustwarande maakt gemeente De Bilt uniek. Vervolgens beschrijven we de richting die we op willen. De koers sluit aan op de ambities uit hoofdstuk 4 en de visiekaart. 5.2.2 Veenweidelandschap. Karakter Slagenverkaveling In het westen van de gemeente ligt het laaggelegen veenweidegebied met een zeer dominante verkavelingsrichting (zuidwest-noordoost). Het is stelselmatig in slagen ontgonnen vanaf de Vecht in noordoostelijke richting. Het gebied is onderdeel van het Nationaal landschap het Groene Hart. Het oostelijke deel van het veenweidegebied bestaat uit zandgrond. Het veenweidegebied is een vlak, groot open en waterrijk weidelandschap (met lange, smalle kavels) dat van belang is voor zowel de flora en fauna als de cultuurhistorie. Dit veenweidegebied kenmerkt zich door de slagenverkaveling, de cope-ontginningen (Ontginning van een gebied met een contract. Men kreeg toestemming van een landheer om een bepaald gebied te ontginnen. Zo’n contract heet een cope.), het slotenpatroon, de weteringen en de langgerekte ontginningslinten. In het open gebied liggen enkele bebouwingslinten, waaronder dat van Westbroek. In deze bebouwingslinten is de smalle weg met de daarnaast gelegen sloot en bruggetjes kenmerkend. Het bodemgebruik in het veenweidegebied bestaat uit (agrarische) weidegrond, wonen en natte natuur. Natura 2000 Ten westen van de A27 kenmerkt het veenweidelandschap zich door de landschappelijke gaafheid en openheid met rechte lijnen en lange zichten. In het meest westelijke deel van de gemeente liggen de Oostelijke Vechtplassen. Het moeras(bos)gebied de Westbroekse Zodden, benoemd tot aardkundig monument, is hier een onderdeel van. Het zoddengebied is een belangrijk natuurgebied, uniek voor Nederland met grote landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten waar onder andere trilvenen voorkomen. De Oostelijke Vechtplassen en dus ook de Westbroekse Zodden is een Natura 2000-gebied en is aangewezen als zowel Vogelrichtlijn als Habitatrichtlijngebied. Dit gebied is naast Natura 2000-gebied ook onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) net als de uitlopers van de Utrechtse Heuvelrug rondom de kernen kern De Bilt en kern Bilthoven. Tot slot zijn in de provinciale omgevingsverordening ganzenrustgebieden aangewezen, waaronder in de gemeente De Bilt (zie afbeelding). De rustgebieden moeten voldoende rust en foerageermogelijkheden bieden aan trekkende en overwinterende ganzen. Om ervoor te zorgen dat de uitwisseling van flora en fauna plaatsvindt tussen de verschillende gebieden liggen er in onze gemeente twee eco-passages en tientallen fauna-passages. Afbeelding ganzenrustgebieden Uit de participatie: “Zoveel mogelijk het open landschap behouden in ons bevolkte land/regio.” Afbeelding grondwaterbeschermingsgebieden Grondwaterbeschermingsgebieden De beherende waterschappen zullen het waterpeil niet meer volledig mee laten zakken met de bodem(daling), om zo te voorkomen dat het veen verder afbreekt (en dus de bodem verder daalt) en er extra broeikasgassen vrijkomen. Dit is om de combinatie van agrarisch gebruik en natuur meer kans te geven. Het beheer van grondwaterkwantiteit en -kwaliteit is een taak van de provincie en gemeenten. Binnen de gemeente De Bilt zijn verschillende grondwaterbeschermingsgebieden aangewezen. Dit zijn gebieden die beschermd zijn omdat hier water wordt onttrokken uit de bodem voor drinkwater. De grondwaterbeschermingsgebieden liggen in het veenweidegebied, het coulisselandschap, het bosgebied en het noordelijke deel van de kern Bilthoven (zie afbeelding). Deze zijn ook opgenomen op de omgevingsvisiekaart. Recreatie, archeologie en cultuurhistorie Langs de rand met de gemeente Utrecht is het gebied wat minder open door recreatiegebieden zoals Park De Gagel, Polder Ruigenhoek en de Nieuwe Hollandse Waterlinie met Fort Ruigenhoek (gebouwd in de periode 1869-1870) in het veenweidegebied en Fort Voordorp (gebouwd in de periode 1867-1871) in het coulisselandschap. In het dekzand onder het veen zijn op diverse locaties resten gevonden van kleine kampementen uit de Midden Steentijd (Mesolithicum), die tot de oudste bewoningssporen van de gemeente behoren. De Gagel is net als de Westbroekse Zodden benoemd tot aardkundig monument. Langs de A27 ter hoogte van Maartensdijk ligt daarnaast ook landgoed Perseijn. Dit is één van de landgoederen die de gemeente De Bilt rijk is. Nieuwe Hollandse Waterlinie In 2021 heeft het Werelderfgoed-comité de Nieuwe Hollandse Waterlinie de UNESCO werelderfgoed- status gegeven. Dit is een uitbreiding van het werelderfgoed van de Stelling van Amsterdam. Samen vormen ze nu ‘de Hollandse Waterlinies’. We zetten ons in om dit bijzondere Nederlandse linie- erfgoed te behouden voor volgende generaties. De UNESCO werelderfgoed-status verzekert ons ervan dat ook de Nieuwe Hollandse Waterlinie behouden blijft, toegankelijk én bekender wordt zodat meer mensen de linie en haar bijzondere geschiedenis kunnen ontdekken en beleven. De kernkwaliteiten van de Hollandse Waterlinie verschillen per gebied. Voor de gemeente De Bilt geldt dat de overgang van de verschillende landschapstypen en hoe de Nieuwe Hollandse Waterlinie zich hier op een zeer natuurlijke manier in het landschap voegt, een belangrijke kwaliteit is. Koers We behouden en versterken de herkenbaarheid van het gave open veenweidelandschap met de kenmerkende opstrekende slagenverkaveling, ontginningsbasis en lintbebouwing. We versterken de natuur, vooral in samenwerking met de agrariërs, ook als gevolg van provinciaal, landelijk en Europees beleid voor de bescherming van Natura 2000-gebieden en de reductie van stikstofuitstoot door de landbouw. In een deel van ons gebied en met name het veenweidegebied hebben we te maken met een beperkte bodemdaling. We zullen samen met de waterschappen - in lijn met het Nationaal Programma Landelijk Gebied - zoeken naar kansen om bodemdaling tegen te gaan. Dit helpt de uitstoot van CO2 terug te brengen en is goed voor de natuur. We omarmen deze ontwikkeling en gaan hierover in gesprek met Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, agrariërs en natuurorganisaties. We zoeken in dit gebied naar een nieuwe balans en meer samenwerking tussen natuur en agrarisch gebruik. Agrariërs geven we de ruimte voor nieuwe neveninkomsten passend bij de waarden van het gebied, bijvoorbeeld op het gebied van recreatie en kleinschalige energieopwekking of door middel van kleine windmolens. Zo onderzoekt de provincie de mogelijkheid om in het ganzenrustgebied toch kleine windmolens toe te staan. Vrijkomende agrarische bebouwing biedt kansen voor ontwikkeling mits deze bijdragen aan de gebiedskwaliteiten. De verveningsplassen en het zoddengebied houden we in stand. We verbeteren de milieukwaliteit van de verveningsplassen en het bijzondere laagveengebied. We ontwikkelen een recreatief uitloopgebied met vensters op het veenweidelandschap in de Gagelpolder en polder Ruigenhoek. Ook versterken we de toegankelijkheid van het veenweidegebied en de herkenbaarheid en historische en recreatieve samenhang van de forten in de Nieuwe Hollandse Waterlinie door de aanleg van nieuwe fiets- en wandelpaden langs historische landschapslijnen. Daarbij is het belangrijk om de historische zichtlijnen te behouden. Verder beschermen we mogelijke archeologische vindplaatsen in de bodem en behouden de wegen hun landschappelijke karakter. Daar waar het kan stimuleren

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.