/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR728272 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0310/2024/omgevingsvisie /join/id/stop/work_019 2024-12-02 2024-12-02 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR728272/nld@2024-12-03 /join/id/proces/gm0310/2024/Omgevingsvisie1 2024-12-03 2026-02-06 2024-12-03 2026-02-06 2024-12-03 2026-02-06 /akn/nl/act/gm0310/2024/omgevingsvisie/nld@2024-11-27 /akn/nl/act/gm0310/2024/omgevingsvisie /akn/nl/act/gm0310/2024/omgevingsvisie/nld@2024-11-27 /join/id/stop/work_019 1 Omgevingsvisie gemeente De Bilt
(2022). We werken daarnaast aan een programma ‘Wonen en Zorg’. Met het programma ‘Wonen en Zorg’ willen we bereiken dat ouderen en inwoners met een zorg- en/of ondersteuningsvraag in de gemeente De Bilt volwaardig deel kunnen uitmaken van de lokale samenleving, zelfstandig kunnen wonen in een voor hen geschikte woning en kunnen terugvallen op goed georganiseerde ondersteuning en zorg. Hierdoor vergroten wij de mogelijkheid van inwoners om regie te voeren over het leven. Op termijn ontwikkelen we een programma ‘Volkshuisvesting’ waarin we de laatste ontwikkelingen rondom wonen opnemen. Nieuwe ontwikkelingen moeten zo mogelijk voortbouwen op de bestaande kwaliteiten. We bouwen met karakter en aandacht voor architectuur en stedenbouwkundige inpassing. Binnen de kernen zetten we in op behoud en waar mogelijk versterking van de groenstructuur (laanbeplanting, bomen, kleinere groenvlakken en bermen) en het vergroten van de biodiversiteit. Het vergroten van de biodiversiteit komt tot uiting door bij groenrenovaties rekening te houden met de plantkeuze, monoculturen zoveel mogelijk te voorkomen en waar het kan ecologisch beheer toe te passen. Ten behoeve van de versterking van de biodiversiteit en het klimaatbestendig inrichten van de leefomgeving stellen we als gemeente randvoorwaarden bij ruimtelijke ontwikkelingen, zoals een compensatiebeginsel, verbetering dierenwelzijn en wordt het groen ecologisch beheerd. Voor klimaatadaptie kunnen de stresstesten en geschiktheidskaarten voor woningbouw een handreiking zijn. Deze geven locaties aan waar problemen verwacht kunnen worden bij hevige neerslag, droogte of hitte. Het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht heeft een biodiversiteitsherstelplan vastgesteld waarin onder andere staat dat het waterschap een effectieve netwerkpartner wil zijn, ook met gemeenten, om te werken aan biodiversiteitsherstel. De koers kwantitatief: - We bouwen om minimaal te voorzien in de eigen behoefte. Daar bovenop komen de extra woningen die nodig zijn voor statushouders en bijzondere doelgroepen. We ontwikkelen de binnenstedelijke (compacte) knooppuntlocatie Spoorzone; We benutten mogelijkheden van splitsing van bestaande woningen of kavels (bijvoorbeeld kangoeroewoningen); We bouwen binnen de contour stedelijk gebied. Uitzondering hierop is Maartensdijk. We bepalen in overleg met inwoners van Maartensdijk hoeveel van de 200 nieuwe woningen binnen en zo nodig buiten de contour stedelijk gebied worden gebouwd. - We richten ons op transformatie van verouderde bedrijventerreinen en solitaire bedrijfslocaties naar aantrekkelijke woon-werklocaties. Deze locaties zijn: Spoorzone Bilthoven; Molenkamp, Weltevreden-Zuid, Ambachtstraat en Hessingterrein; Dierenriem Maartensdijk; Verspreide kleinschalige bedrijfslocaties in de kern en het landelijk gebied. De koers kwalitatief: - We zorgen voor een gedifferentieerd woningaanbod, bouwen waar behoefte aan is. We bouwen toegankelijke en levensloopbestendige woningen voor ouderen ten behoeve van de doorstroming. Hierbij sluiten we aan bij uitgangspunten van de Woonvisie De Bilt
- We streven naar een demografische opbouw in lijn met het landelijk gemiddelde. Om een vitale gemeente te blijven met voldoende voorzieningen is het van belang dat er voldoende jongeren en gezinnen in onze gemeente komen wonen. - De focus is op betaalbare woningen en appartementen voor starters, jonge gezinnen en ouderen: Bij nieuwe projecten minimaal 30% sociale huur en minimaal 20% middenhuur, daarbij streven we naar tenminste twee derde betaalbare nieuwbouwwoningen; We gaan een volkshuisvesting- programma opstellen waarin we de laatste ontwikkelingen in het wonen opnemen; Minimaal 60 m2 gbo per woning (kleinere woningen mogelijk bij uitzondering voor bijzondere doelgroepen, wanneer sprake is van het voorzien in woningen voor duurzaam kleine huishoudens, mag per project maximaal 10% van het totaal aantal woningen afwijken van deze norm, via een afwijkingsbevoegdheid van het college van B&W) en minimaal 75 m2 gbo per middenhuurwoning; Onderzoek naar mogelijkheden voor sociale en middeldure koop; Behoefte aan differentiatie in prijsklasse, typologie en doelgroep worden per locatie bezien op basis van het principe ‘creëren van gemengde wijken’; Ruimte voor flexwoningen voor een brede groep woningzoekenden. - Passende bouwvormen ten behoeve van de vitaliteit van de kernen, onder andere geclusterde woonvormen voor bijvoorbeeld ouderen. - We bouwen natuur-inclusief en minimaal energieneutraal. - Bij de ontwikkeling van woonwijken is klimaatadaptie en biodiversiteit ons uitgangspunt. Hierbij committeren we ons aan de ‘afspraken klimaatadaptief bouwen’ in Utrecht (onderdeel van het convenant duurzaam bouwen). - Bij koopappartementen is ondergronds parkeren de norm. - Bij woningbouw worden de volgende uitgangspunten meegewogen: Goede landschappelijke inpassing; Duurzame mobiliteit (mix van deelmobiliteit, nabijheid van openbaar vervoer en sturende parkeernormen); Gestapeld in meer dan vijf lagen op locaties waar dat stedenbouw- kundig passend is in de omgeving. * Toelichting: 4.3.5 100% Energieneutraal in 2050 Het verbruik van energie dient teruggedrongen te worden. Eén van de grootste opgaven is het besparen van energiegebruik in gebouwen door beter te isoleren en te verwarmen zonder aardgas. In 2050 moeten namelijk alle woningen en gebouwen van het aardgas af zijn. Een complexe puzzel, die we lokaal, met elkaar, eerlijk en duurzaam willen leggen. Met de in 2022 vastgestelde ‘Transitievisie Warmte’ (ambitieniveau D) werken we proactief aan de warmtetransitie tot
- De aanpak en uitvoering, waarbij de gemeente de faciliterende regierol neemt, wordt uitgewerkt in een programma. De energietransitie zal in de aankomende decennia een grote opgave blijven. Zo zal energie op een duurzamere en zo lokaal mogelijke manier opgewekt moeten worden om zo de uitstoot van CO2 te verminderen. Hiervoor moeten we op zoek gaan naar potentiële energiebronnen en opweklocaties. Denk aan het opwekken van energie door middel van zonnevelden, windmolens, zon op dak, aardwarmte, oppervlaktewater en andere mogelijkheden die onze gemeente biedt. Door energie lokaal op te wekken en ook lokaal te gebruiken, kunnen we transportproblemen zoveel mogelijk voorkomen. Het doel is om in 2050 100% van het elektriciteitsverbruik duurzaam op te wekken. Naast volle inzet op ‘zon op dak’ en zorgvuldig afgewogen ruimte voor Het verbruik van energie dient teruggedrongen te worden. Eén van de grootste opgaven is het besparen van energiegebruik in gebouwen door beter te isoleren en te verwarmen zonder aardgas. In 2050 zon- en windenergie in het landschap langs grote infrastructurele werken, zetten we in op innovatieve technieken (proeftuin Brandenburg). Inmiddels is een hogere ambitie energie-opwek vastgesteld. De gemeente De Bilt wil in 2030 niet 33% maar 55% van het eigen energieverbruik opwekken. Zoekgebied windenergie (eerste inventarisatie) Afbeelding zoekgebied windenergie Om deze doelstelling te halen leggen we zonnepanelen op daken en gevels, onbenutte terreinen in bebouwd gebied en bermen en geluidswallen. Dit is echter niet genoeg. In participatie met inwoners realiseren we zon op landbouwgrond en wind langs grote infrastructurele werken zoals de A27 en A
- Warmte voor de warmtetransitie halen we zoveel mogelijk uit oppervlaktewater en het riool. Verder zorgen we ervoor dat wijk voor wijk afgekoppeld wordt van het gas met individuele en collectieve oplossingen. Het is de uitdaging om zoveel mogelijk zonnepanelen op bestaande daken te leggen en bodemenergie en oppervlaktewater te benutten om zo het landschap zo min mogelijk te hoeven aantasten. Energie zoekgebied zon Afbeelding zoekgebied zonnevelden De koers: - We kijken naar opwekkingsmogelijkheden voor zon- en windenergie in het landelijk gebied en langs grootschalige infrastructuur. - Het is de bedoeling dat we in 2030 62 GWh opwekken door zonne- energie (allereerst op grote daken en daarnaast eventueel waar mogelijk op land, rekening houdend met natuurwaarden, cultuurhistorie en landschapsstructuren). - Voor de overige 20 GWh in 2030 onderzoeken we het gebied langs de A28 en de A27 voor de opwekking van duurzame elektriciteit door middel van windenergie. Daarbij wordt gekeken naar de haalbaarheid, mogelijke aantasting van het landschap en het draagvlak in de samenleving. - Voor de energieopwekking tot 2040 zijn er nog beleidskeuzes te maken. Er is ruimte voor zon- en windenergie en voor innovatieve vormen van energieopwekking om in de eigen behoefte te voorzien. We kijken ook hoe we met duurzame energieproductie tegelijkertijd de kwaliteit van het landschap kunnen versterken. Daarnaast werken we, net als iedere andere gemeente in Nederland, aan een Transitievisie Warmte (TVW). In de TVW is de gemeente De Bilt onderverdeeld in 25 warmtekavels/gebieden. Deze indeling is grotendeels gebaseerd op de administratieve indeling van het CBS. In de TVW staat wat per gebied technisch de mogelijke warmtealternatieven zijn en of deze collectief of individueel zijn. Dus of er één oplossing voor de hele buurt tegelijk is of dat het handiger is om het per woning te regelen. Een uniforme oplossing voor elke woning is er (nog) niet. In de gemeentelijke warmtevisie wordt er sterk ingezet op reductie in de hele gemeente en het ontwikkelen van een aanpak voor individuele oplossingen. Daarnaast gaan we ook aan de slag met Wijkuitvoeringsplannen voor een tweetal buurten; PAW Brandenburg en De Leijen. Dit zijn complexe processen waar met alle betrokken partijen wordt gekeken wat wenselijk en haalbaar is. Tot slot worden er een aantal verkennende haalbaarheidsstudies gedaan voor alle warmtekavels die potentie hebben voor collectieve oplossingen. De koers: - Doel is om in 2050 100% van het elektriciteitsverbruik duurzaam op te wekken. - We stellen randvoorwaarden op (bijvoorbeeld participatie/deelname) en wijzen zoekgebieden voor grootschalige opwek aan. - Voor de plaatsing in het landschap is maatwerk erg belangrijk. Hierbij kan gekozen worden voor landschappelijke inpassing of landschappelijke transformatie. - We brengen de infrastructuur op orde en zetten in op energieopslag en -vervoer. - Er is ruimte voor innovatieve vormen van energieopwekking om in de eigen behoefte te voor zien. - Er worden vernieuwende vormen van participatie gestart bij de verdere uitwerking. - We onderzoeken en werken samen aan de overstap naar duurzame warmte. 4.3.6 Aandacht voor cultuurhistorische waarden Het eigen karakter en de eigen ontstaansgeschiedenis geven de kernen kern De Bilt en kern Bilthoven hun specifieke karakter. Deze gebiedseigen verhalen verbinden we de komende jaren aan de toekomstige ontwikkelingen op gebied van wonen, duurzaamheid, mobiliteit en dergelijke. Ook de algemene waarden van de verschillende landschapstypen worden in de geactualiseerde ‘Cultuurhistorische Waardenkaart’ beschreven en gekarakteriseerd. Daarbij worden de verschillende landschappen ook in hun context bezien, aansluitend op het veenlandschap van west-Nederland, het voormalige nationale Groene Hart en nationaal park de Utrechtse Heuvelrug. De koers: - We brengen de kwaliteiten in beeld door middel van een actualisering van de ‘Cultuurhistorische Waardenkaart’ waardoor we capabel zijn een gedegen afweging te maken tussen gewenste ontwikkelingen, cultuurhistorie en landschap (Programma ‘Erfgoed, Landschap en Ruimtelijke Kwaliteit’). Afbeelding cultuurhistorische en archeologische waarden 4.
- We kunnen hier prettig werken en winkelen 4.4.1 Onze ambitie In 2040 is de gemeente De Bilt nog steeds een aantrekkelijke plek om te werken en winkelen. Juist de combinatie met werken, wonen, winkelen en recreëren houdt onze gemeente levendig en bruisend. Daarom willen we naast een aantrekkelijke woongemeente ook een aantrekkelijke werkgemeente blijven. Onze economie kenmerkt zich van oudsher door kennisintensieve bedrijvigheid en lokaal ondernemerschap. Op die basis willen we doorbouwen. De ‘Life Science As’ draagt bij aan de dynamische kenniseconomie en daarom versterken we die. Bedrijventerreinen worden optimaal benut en we bieden ruimte om in de gemeente De Bilt te blijven ondernemen. De plattelandseconomie draait goed. Boeren spelen hierin een centrale rol als producent van hoogwaardige producten en diensten, zoals recreatie, tegengaan van veenoxidatie (CO2-reductie), landschap en natuur. De aantrekkelijke centra zijn de plekken in de gemeente waar inwoners winkelen en elkaar ontmoeten. Gemeente De Bilt kent een hoogopgeleide beroepsbevolking die ook veel buiten de gemeente werkzaam is. Voor praktisch en middelbaar opgeleide werknemers is de gemeente ook afhankelijk van werknemers uit de regio. Voor onze inwoners en ondernemers zetten we daarom in op een uitstekende bereikbaarheid. Afbeelding afwegingskader profit De Life Science As is een zone met instellingen en bedrijven op het gebied van kennis en life science. De Life Science As ligt tussen Utrecht Science Park (USP), USP Bilthoven en Berg en Bosch. 4.4.2 Sterk lokaal ondernemerschap De gemeente De Bilt heeft een sterk lokaal MKB. Nu op Larenstein geen kavels meer beschikbaar zijn, is er weinig tot geen ruimte voor bedrijven op bedrijventerreinen om door te groeien. Daarnaast is er een aanvullende vraag voor bedrijven die ruimte maken voor transformatie van verouderde bedrijventerreinen en transformatie van solitaire bedrijfslocaties in het landelijk gebied. Kansen voor groei buiten de gemeenten zijn ook beperkt door een tekort aan bedrijfsruimte in de hele regio Utrecht. Bij onvoldoende ruimte voor bedrijven wordt het steeds lastiger voor inwoners om lokaal een bedrijf te vinden voor bijvoorbeeld onderhoud- en reparatie klussen. Afbeelding bedrijventerreinen in gemeente de bilt De transitie naar een circulaire economie vraagt dat bedrijven individueel of gezamenlijk meer ruimte maken voor afvalinzameling en een toenemende vraag in De Bilt en de regio naar ruimte voor recycling en verwerking van producten tot nieuwe grondstoffen. Het is daarom noodzakelijk om duidelijke keuzes te maken op welke bedrijventerreinen er niet gemengd kan worden met wonen. In de gemeente De Bilt en/of de regio zal daarnaast meer ruimte geboden moeten worden voor circulaire bedrijven. Veel van de in totaal circa 3.400 zzp’ers, voornamelijk uit de adviessector, werken vanuit huis. Deze nieuwe manier van werken, zorgt voor minder vraag naar kantoorpanden. Desondanks is er momenteel beperkt kantoorvastgoed beschikbaar. De aard van de vraag naar kantoorlocaties is wel veranderd. Er is meer behoefte aan kleinschalige, multifunctionele en aantrekkelijke werklocaties met flexwerkplekken. Voor kantoorlocaties worden bereikbaarheid met hoogwaardig openbaar vervoer en fietspaden voor woon-werkverkeer steeds belangrijker. Het openbaar vervoer en de fiets moeten de komende jaren een aantrekkelijker alternatief worden voor de auto. De koers: - We richten ons op de transformatie van een aantal verouderde bedrijventerreinen naar aantrekkelijke woon-werklocaties (paragraaf 4.3.
- ‘Toekomstbestendig woningaanbod’). - Op de andere bedrijventerreinen faciliteren we geen ontwikkelingen voor wonen om bijvoorbeeld ruimte te houden voor bedrijven in de circulaire economie. - We zoeken ruimte voor Biltse bedrijven die een nieuwe locatie zoeken om ruimte te maken voor deze transformatie. - De behoefte aan ruimte voor Biltse bedrijven werken we volgordelijk uit langs drie routes: Route 1: de opties voor verdichten van bestaande bedrijventerreinen die niet getransformeerd worden naar woon-werkgebieden. Route 2: mogelijkheden uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen binnen de contour stedelijk gebied. Route 3: beschikbaarheid van bedrijventerreinen in de regio Utrecht, met name de regionale bedrijventerreinen (buiten de gemeente De Bilt). Route 4: nieuw bedrijventerrein of uitbreiding bestaand bedrijventerrein buiten de contour stedelijk gebied. - Kantoorlocaties buiten de centra, die op grotere afstand liggen van hoogwaardige openbaar vervoersknooppunten of onderdeel zijn van de Life Science As locaties, transformeren we naar wonen. - We faciliteren zzp’ers en starters met aantrekkelijke woon-werkgebieden en flexwerkconcepten. De Spoorzone is daarvoor een interessante locatie. - We creëren broedplaats(en) voor innovatie/creatieve, culturele en maakbedrijven. 4.4.3 Dynamische kenniseconomie Kenmerkend voor de economie is de aanwezigheid van gezaghebbende onderzoeksinstituten en internationale bedrijven zoals het RIVM, het KNMI, Intravacc en Bilthoven Biologicals, MSD, SWECO, Alexander Monro Borstkankerziekenhuis en Helen Dowling Instituut. De sterke economische structuur, goede bereikbaarheid en de aantrekkelijke groene werkomgevingen zijn doorslaggevende vestigingsfactoren gebleken. De clustering van bedrijven op de Life Science As met Berg en Bosch en Utrecht Science Park Bilthoven (USPB) geven de economie een sterke basis voor een toekomstbestendige groei en verdere innovatie, dus ook als het RIVM naar het USP is verhuisd. Op dit moment ontbreekt het nog aan een plek met labruimtes voor scale-up bedrijven in de life science sector. De koers: - We zetten in op kennisintensieve (life science) bedrijvigheid, te realiseren in nauwe samenwerking met onder andere het Utrecht Science Park (USP), door verdichtingskansen op het USP Bilthoven (USPB) en Berg en Bosch te benutten en met 25.000 m2 bvo nieuwbouw voor life science bedrijvigheid op de Schapenweide. - We streven naar een ruimtelijke en functionele cohesie tussen de USP en het USPB. - We willen ruimte bieden voor startende bedrijven door een startersgebouw met labruimtes op het USPB. - We willen grote spelers in onze gemeente behouden. Afbeelding economische activiteiten en wekgelegenheid 4.4.4 Vitaal platteland Vanuit het Rijk en de provincie wordt ingezet op een duurzame transitie van de landbouw met afnemende milieudruk en een positief effect op natuur- en waterkwaliteit als gevolg. Hiervoor is ook aandacht in het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). Daarom werken we, zoals eerder aangegeven, graag met de provincie samen in de gebiedsprocessen rondom het UPLG. We zien daarbij de landbouw en natuur niet als tegenstelling, maar we willen werken vanuit het uitgangspunt dat landbouw en natuur elkaar juist versterken. De doelstelling is helder. De weg hier naartoe is dat echter nog niet. Door de transitie van landbouw is er een sterke behoefte naar nieuwe verdienmodellen in het landelijk gebied. Denk aan agrarisch natuurbeheer, nevenfuncties en andere vormen van landbouw, zoals bijvoorbeeld coöperatieve boerderijen door inwoners (het concept Herenboeren), het verbouwen van grondstoffen voor biobased bouwmaterialen, boerenwinkels of herbestemming van agrarische panden naar wonen. Daarnaast blijft er ook ruimte voor boeren die door innovatie en aanpassing ook in de toekomst hun inkomsten volledig uit de veeteelt halen. Deze transitie vraagt om een aanpassing van het huidige ruimtelijke ordeningsbeleid voor het landelijk gebied, waarin de omgevingsvisie en uiteindelijk het omgevingsplan van groot belang zijn. De transitie naar circulaire landbouw en het gebruik van het landelijk gebied wordt in participatie met belanghebbende, waaronder agrariërs, vormgegeven. De koers: - We willen mogelijk maken dat agrariërs kunnen blijven ondernemen en faciliteren de transitie naar duurzamere circulaire landbouw waar mogelijk. - Andere vormen van landbouw en nevenfuncties zijn bijvoorbeeld: Landschapsbeheer en natuur/ waterdiensten (groene en blauwe diensten, inclusief bijdrage verminderen stikstof- en CO2-uitstoot). Nieuwe functies in voormalig agrarisch vastgoed zoals boerenlandwinkels, maatschappelijk zorgfuncties en recreatieve functies. Meer akkerbouw van bijvoorbeeld biobased bouwmaterialen of concepten voor lokale voedselproductie zoals bijvoorbeeld het concept Herenboeren. Energieopwekking met bijvoorbeeld kleine windmolens (tot 25m) bij agrarische bedrijven, kleinschalige vergisting van mest, zon op dak en zonneweides wanneer ruimtelijk inpasbaar. - Voedselbossen zijn een serieuze optie, mits dit op plekken is waar de openheid niet een belangrijke kwaliteit is. - We faciliteren bewezen innovatie die de landbouw milieu- en/of diervriendelijker maakt en die niet ten koste gaat van het open en groen houden van het landelijk gebied en het beschermen van natuur en landschap. - Vrijkomende agrarische bebouwing kan bij bedrijfsbeëindiging gesloopt en deels gecompenseerd worden door een woning ‘ruimte voor ruimte’ als dit ook bijdraagt aan het open en groen houden van het landelijk gebied en het beschermen van natuur, landschap en cultuurhistorie. 4.4.5 Lokaal winkelen en ontmoeten De gemeente De Bilt kent drie hoofdwinkelcentra: Centrum Bilthoven inclusief De Kwinkelier, winkelcentrum Hessenweg-Looydijk en het Maertensplein. Dit zijn de ontmoetingsplekken van onze gemeente en daarnaast ook belangrijke werkgevers. Voor deze winkelgebieden is het daarom belangrijk dat dit aantrekkelijke winkel- en verblijfsgebieden blijven met een mix van winkels, horeca en andere publieksfuncties en op het gebied van muziek, kunst en cultuur. Het moet voor jong tot oud aantrekkelijk zijn. Daarnaast zijn er een aantal boodschappenpunten met een wijk- en ontmoetingsfunctie in de eigen buurt zoals winkelcentrum Planetenbaan. Centrum Bilthoven is grootschalig vernieuwd en wordt met de laatste fase van De Kwinkelier de komende jaren afgerond. Ook het eerder vernieuwde Maertensplein staat er nog goed bij. De sfeer en beleving van de openbare ruimte en het vastgoed voor zowel winkelcentrum Hessenweg- Looydijk als winkelcentrum Planetenbaan behoeft verbetering. De oude kern biedt een bijzondere mix van horeca en winkels. Het is echter voor alle centra een uitdaging om tegemoet te komen aan de veranderingen in mobiliteit zoals de toename van (bak)fietsen en P&R-laadpalen voor auto’s en deelauto’s. De koers: - Het concentreren van zoveel mogelijk publiekstrekkende functies zoals winkels en horeca in de winkelcentra. We zorgen dat onze winkelcentra goed bereikbaar blijven, ook voor klanten van buiten onze gemeente - We zetten in op nauwe samenwerking tussen ondernemers, vastgoedeigenaren en de gemeente in centra om het volgende te bereiken: Centrum Bilthoven: verbetering van winkel- en horeca aanbod waarmee de leegstand wordt teruggedrongen en inzetten op meer activiteiten en evenementen. Winkelcentrum Hessenweg- Looydijk: verbetering van winkel- en horeca aanbod, sfeer en beleving, vernieuwing van de openbare ruimte en meer ruimte voor voetgangers, groen en terrassen. Maertensplein: behoud winkelaanbod en ruimte voor horeca die ook overdag open is. Winkelcentrum Planetenbaan: verbetering van sfeer, beleving en uitstraling van het vastgoed in samenwerking met de eigenaren, verbeteren samenwerking met partijen in het Lichtruim en het toekomstbestendig maken van de vrijdagmarkt. - Aan de randen van de winkelcentra staan we transformatie naar woonfuncties toe. Om de centra levendig te houden staan we transformatie naar woonfuncties op de begane grond in de kernen van het winkelgebied niet toe. In sommige gevallen kan wonen achter een winkel op de begane grond een optie zijn mits er voldoende woonkwaliteit geboden kan worden. - Voor de verbetering van de sfeer, beleving, groen en ruimte voor de fiets in centra maken we ruimte, ook als dit soms ten koste gaat van parkeren voor auto’s. Dit gebeurt op basis van maatwerk. - We spelen in op de verandering in mobiliteit zoals de toename van (bak) fietsen, laadpalen voor auto’s en deelauto’s. 4.4.6 Duurzaam mobiliteitsnetwerk Mobiliteit en bereikbaarheid dragen bij aan het vestigingsklimaat. Beiden veranderen in snel tempo. De diversiteit van mobiliteitsvormen en verkeersbewegingen nemen toe. Veilige en goede verbindingen zijn daarom essentieel binnen de gemeente De Bilt en met omliggende gemeenten. Door slimme keuzes te maken, wordt er ruimte gegeven bij het realiseren van een duurzamer mobiliteitsnetwerk. Daarnaast is mobiliteit voor iedereen beschikbaar en toegankelijk. Er zijn voor elke doelgroep passende alternatieve vervoersmiddelen om zich te kunnen verplaatsen. Het is de verwachting dat het aantal auto- en vrachtbewegingen de komende jaren op delen van het netwerk zal toenemen. Een belangrijk vertrekpunt is dat er meer inzicht wordt verkregen in knelpunten in het netwerk, zowel objectief als subjectief. Verkeersmodellen en veldwerk worden ingezet om samen met de inwoners te bepalen wat de belangrijkste knelpunten zijn als gevolg van de verwachte toenemende verkeersintensiteit (onder andere door ruimtelijke ontwikkelingen). Vervolgens is het van belang welke maatregelen mogelijk zijn om deze knelpunten zo goed mogelijk op te lossen. Het doel is om de groei van het aantal auto’s af te vlakken, het aandeel elektrische auto’s significant te zien stijgen en het deelauto concept eerder als regel te kunnen beschouwen, dan de uitzondering (van bezit naar gebruik). Hierdoor voeren schonere manieren van vervoer de boventoon. Afbeelding verkeersintensiteit rondom gemeente De Bilt De gemeente zet in op duurzame en schone logistiek. Het college stuurt actief op een dialoog met omwonenden en bedrijven die gebruik maken van zwaar verkeer en landbouwverkeer. Zowel verkeersveiligheid als de bereikbaarheid van (landbouw)bedrijven hebben in die dialoog een plek. Sluipverkeer en doorgaand verkeer wordt zoveel mogelijk geweerd uit de kernen, mede door flankerende beleid. In samenwerking met regionale partners, de provincie en het Rijk willen we een betere doorstroming op de autosnelwegen bevorderen. De focus ligt op het optimaal benutten van het bestaande mobiliteitsnetwerk. Bestaande wegen worden bij voorkeur ‘auto te gast’ met een geloofwaardige 30 km/u inrichting, met uitzondering van de wijkontsluitingswegen en bovenlokale wegen zoals bijvoorbeeld de Soestdijkseweg. De Soestdijkseweg noord en zuid blijven voor kern De Bilt en kern Bilthoven de belangrijkste noord-zuid verbinding. Deze hoofdroute speelt ook een belangrijke rol in de ontsluiting van werklocaties. De koers: - We kiezen voor fietsverkeer en openbaar vervoer als dé manier om je te verplaatsen; zie hiervoor onze thema’s bij de eerste kernwaarde (paragraaf 4.2). - De mobiliteitsontwikkelingen worden in kaart gebracht aan de hand van een Mobiliteitsmonitor om beter inzicht te krijgen wat de effecten zijn van het beleid. - Autogebruik We ontmoedigen het gebruik van auto’s en maken het openbaar vervoer tot een aantrekkelijk alternatief in de grote kernen. We zetten in op duurzaam autogebruik met een fijnmazige laadinfrastructuur, deelauto’s en goede parkeerzones. We brengen in kaart of er knelpunten kunnen ontstaan bij de verdere uitbreiding van de laadinfrastructuur. We stimuleren een netwerk van deelauto’s. -Autoverkeer We weren zoveel mogelijk het doorgaande verkeer in de kernen. We maken in gebieden waar dit nodig is een verkeerscirculatieplan (in de kern De Bilt reeds gerealiseerd). Het versterken van een robuuste veilige ontsluiting tussen de Spoorzone en de N
- We richten de bebouwde kom zoveel mogelijk in op maximaal 30 km/u en handhaven daarop. We ondersteunen uit het oogpunt van leefbaarheid en veiligheid het verlagen van de maximumsnelheid naar 60 km/u op provinciale wegen, zoals de N237 tussen Utrecht en De Bilt. We maken meer wijken autoluw (relatief weinig gemotoriseerd verkeer), ontwerpen nieuwe wijken volgens de ‘STOMP-methode’ (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a Service (MaaS), Privé auto) en hebben speciale aandacht voor de omgeving rondom scholen en sport. -Parkeren We streven naar een lagere, gedifferentieerde parkeernorm. Zeker op (nieuwbouw)locaties waar goed openbaar vervoer beschikbaar is. In grotere kernen en op knooppunten komt er minder ruimte voor parkeren. In kleine kernen in het landelijk gebied komt er voldoende ruimte voor parkeren, indien de toegang tot het openbaar vervoer netwerk ongewijzigd blijft. Wanneer te veel parkeerdruk ontstaat, onderzoeken we het verstrekken van parkeervergunningen. We kijken hierbij ook expliciet naar regionale ontwikkelingen, zoals het voornemen tot betaald parkeren in de gehele gemeente Utrecht. We werken de nieuwe uitgangspunten uit in een aparte parkeernota. -Logistiek We ontlasten de woonwijken door vrachtverkeer te weren. We identificeren kansen voor een duurzamere en veiligere dorpslogistiek. We verkennen de haalbaarheid van het invoeren van een milieuzone. We verkennen de mogelijkheden van een regionale aanpak logistiek met buurtgemeenten. 4.
- Omgevingsvisiekaart In de afgelopen paragrafen zijn de ambities en gewenste ontwikkelingen voor de gemeente De Bilt toegelicht in tekst, beeld en kaartmateriaal. Hieruit hebben we de belangrijkste ontwikkelingen getoond op de Omgevingsvisiekaart die hiernaast te zien is. Deze kaart moet worden gezien als visiekaart en niet als bestemmingsplankaart (of omgevingsplankaart). Een omgevingsvisie is namelijk niet juridisch bindend voor de burger. Wel laat de kaart goed zien wat onze ambities zijn voor het behoud en de ontwikkeling van de gemeente De Bilt. Deze kaart vormt de basis voor de gebiedsgerichte uitwerking die in het volgende hoofdstuk is opgenomen. Afbeelding omgevingsvisiekaart
- KOERS PER DEELGEBIED 5.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is de visie op de toekomst van de gemeente De Bilt in 2040 (thematisch) beschreven en samengevat in de omgevingsvisiekaart en het afwegingskader. Dit vormt de basis van de omgevingsvisie. Het is belangrijk de visie ook naar deelgebieden uit te werken. De gemeente heeft immers een grote verscheidenheid aan landschappen en gebieden. Zo kunnen we ook meer maatwerk leveren. We streven er namelijk naar om zeggenschap van inwoners over hun eigen woon- en leefomgeving te versterken. Het bijdragen aan het verhogen van de kwaliteiten per deelgebied is leidend voor de gesprekken met initiatiefnemers, waarbij het uitgangspunt is dat er sprake moet zijn van ‘maatschappelijke meerwaarde’. We werken dus zo gebiedsgericht mogelijk. We onderscheiden de volgende deelgebieden: Landschappen: a. Veenweidelandschap. b. Coulisselandschap. c. Boslandschap. d. Kromme Rijnlandschap. Kernen: a. Kern De Bilt. b. Kern Bilthoven. c. Maartensdijk. d. Hollandsche Rading. e. Groenekan. f. Westbroek. Per deelgebied beschrijven we het bestaande karakter en de koers richting de toekomst. We geven daarbij zoveel mogelijk uitgangspunten en randvoorwaarden mee voor de beoordeling en aansturing van concrete projecten en maatregelen. De uitwerking naar landschap staat in paragraaf 5.2 en die per dorp in 5.
- Daarnaast werken we het afwegingskader uit per gebiedstype in paragraaf 5.
- 5.
- Landschappen 5.2.1 Inleiding In deze paragraaf beschrijven we per landschap het karakter aan de hand van geografische en historische ontwikkelingen maar ook belangrijke elementen en thema’s die bijdragen aan de karakteristiek van het gebied. De landschappen zijn niet los van elkaar te zien. Ze vormen de gradiënt van hogere zandgronden naar laagveen- en rivierengebied. De combinatie met onder andere de Nieuwe Hollandse waterlinie en de Stichtse Lustwarande maakt gemeente De Bilt uniek. Vervolgens beschrijven we de richting die we op willen. De koers sluit aan op de ambities uit hoofdstuk 4 en de visiekaart. 5.2.2 Veenweidelandschap. Karakter Slagenverkaveling In het westen van de gemeente ligt het laaggelegen veenweidegebied met een zeer dominante verkavelingsrichting (zuidwest-noordoost). Het is stelselmatig in slagen ontgonnen vanaf de Vecht in noordoostelijke richting. Het gebied is onderdeel van het Nationaal landschap het Groene Hart. Het oostelijke deel van het veenweidegebied bestaat uit zandgrond. Het veenweidegebied is een vlak, groot open en waterrijk weidelandschap (met lange, smalle kavels) dat van belang is voor zowel de flora en fauna als de cultuurhistorie. Dit veenweidegebied kenmerkt zich door de slagenverkaveling, de cope-ontginningen (Ontginning van een gebied met een contract. Men kreeg toestemming van een landheer om een bepaald gebied te ontginnen. Zo’n contract heet een cope.), het slotenpatroon, de weteringen en de langgerekte ontginningslinten. In het open gebied liggen enkele bebouwingslinten, waaronder dat van Westbroek. In deze bebouwingslinten is de smalle weg met de daarnaast gelegen sloot en bruggetjes kenmerkend. Het bodemgebruik in het veenweidegebied bestaat uit (agrarische) weidegrond, wonen en natte natuur. Natura 2000 Ten westen van de A27 kenmerkt het veenweidelandschap zich door de landschappelijke gaafheid en openheid met rechte lijnen en lange zichten. In het meest westelijke deel van de gemeente liggen de Oostelijke Vechtplassen. Het moeras(bos)gebied de Westbroekse Zodden, benoemd tot aardkundig monument, is hier een onderdeel van. Het zoddengebied is een belangrijk natuurgebied, uniek voor Nederland met grote landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten waar onder andere trilvenen voorkomen. De Oostelijke Vechtplassen en dus ook de Westbroekse Zodden is een Natura 2000-gebied en is aangewezen als zowel Vogelrichtlijn als Habitatrichtlijngebied. Dit gebied is naast Natura 2000-gebied ook onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) net als de uitlopers van de Utrechtse Heuvelrug rondom de kernen kern De Bilt en kern Bilthoven. Tot slot zijn in de provinciale omgevingsverordening ganzenrustgebieden aangewezen, waaronder in de gemeente De Bilt (zie afbeelding). De rustgebieden moeten voldoende rust en foerageermogelijkheden bieden aan trekkende en overwinterende ganzen. Om ervoor te zorgen dat de uitwisseling van flora en fauna plaatsvindt tussen de verschillende gebieden liggen er in onze gemeente twee eco-passages en tientallen fauna-passages. Afbeelding ganzenrustgebieden Uit de participatie: “Zoveel mogelijk het open landschap behouden in ons bevolkte land/regio.” Afbeelding grondwaterbeschermingsgebieden Grondwaterbeschermingsgebieden De beherende waterschappen zullen het waterpeil niet meer volledig mee laten zakken met de bodem(daling), om zo te voorkomen dat het veen verder afbreekt (en dus de bodem verder daalt) en er extra broeikasgassen vrijkomen. Dit is om de combinatie van agrarisch gebruik en natuur meer kans te geven. Het beheer van grondwaterkwantiteit en -kwaliteit is een taak van de provincie en gemeenten. Binnen de gemeente De Bilt zijn verschillende grondwaterbeschermingsgebieden aangewezen. Dit zijn gebieden die beschermd zijn omdat hier water wordt onttrokken uit de bodem voor drinkwater. De grondwaterbeschermingsgebieden liggen in het veenweidegebied, het coulisselandschap, het bosgebied en het noordelijke deel van de kern Bilthoven (zie afbeelding). Deze zijn ook opgenomen op de omgevingsvisiekaart. Recreatie, archeologie en cultuurhistorie Langs de rand met de gemeente Utrecht is het gebied wat minder open door recreatiegebieden zoals Park De Gagel, Polder Ruigenhoek en de Nieuwe Hollandse Waterlinie met Fort Ruigenhoek (gebouwd in de periode 1869-1870) in het veenweidegebied en Fort Voordorp (gebouwd in de periode 1867-1871) in het coulisselandschap. In het dekzand onder het veen zijn op diverse locaties resten gevonden van kleine kampementen uit de Midden Steentijd (Mesolithicum), die tot de oudste bewoningssporen van de gemeente behoren. De Gagel is net als de Westbroekse Zodden benoemd tot aardkundig monument. Langs de A27 ter hoogte van Maartensdijk ligt daarnaast ook landgoed Perseijn. Dit is één van de landgoederen die de gemeente De Bilt rijk is. Nieuwe Hollandse Waterlinie In 2021 heeft het Werelderfgoed-comité de Nieuwe Hollandse Waterlinie de UNESCO werelderfgoed- status gegeven. Dit is een uitbreiding van het werelderfgoed van de Stelling van Amsterdam. Samen vormen ze nu ‘de Hollandse Waterlinies’. We zetten ons in om dit bijzondere Nederlandse linie- erfgoed te behouden voor volgende generaties. De UNESCO werelderfgoed-status verzekert ons ervan dat ook de Nieuwe Hollandse Waterlinie behouden blijft, toegankelijk én bekender wordt zodat meer mensen de linie en haar bijzondere geschiedenis kunnen ontdekken en beleven. De kernkwaliteiten van de Hollandse Waterlinie verschillen per gebied. Voor de gemeente De Bilt geldt dat de overgang van de verschillende landschapstypen en hoe de Nieuwe Hollandse Waterlinie zich hier op een zeer natuurlijke manier in het landschap voegt, een belangrijke kwaliteit is. Koers We behouden en versterken de herkenbaarheid van het gave open veenweidelandschap met de kenmerkende opstrekende slagenverkaveling, ontginningsbasis en lintbebouwing. We versterken de natuur, vooral in samenwerking met de agrariërs, ook als gevolg van provinciaal, landelijk en Europees beleid voor de bescherming van Natura 2000-gebieden en de reductie van stikstofuitstoot door de landbouw. In een deel van ons gebied en met name het veenweidegebied hebben we te maken met een beperkte bodemdaling. We zullen samen met de waterschappen - in lijn met het Nationaal Programma Landelijk Gebied - zoeken naar kansen om bodemdaling tegen te gaan. Dit helpt de uitstoot van CO2 terug te brengen en is goed voor de natuur. We omarmen deze ontwikkeling en gaan hierover in gesprek met Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, agrariërs en natuurorganisaties. We zoeken in dit gebied naar een nieuwe balans en meer samenwerking tussen natuur en agrarisch gebruik. Agrariërs geven we de ruimte voor nieuwe neveninkomsten passend bij de waarden van het gebied, bijvoorbeeld op het gebied van recreatie en kleinschalige energieopwekking of door middel van kleine windmolens. Zo onderzoekt de provincie de mogelijkheid om in het ganzenrustgebied toch kleine windmolens toe te staan. Vrijkomende agrarische bebouwing biedt kansen voor ontwikkeling mits deze bijdragen aan de gebiedskwaliteiten. De verveningsplassen en het zoddengebied houden we in stand. We verbeteren de milieukwaliteit van de verveningsplassen en het bijzondere laagveengebied. We ontwikkelen een recreatief uitloopgebied met vensters op het veenweidelandschap in de Gagelpolder en polder Ruigenhoek. Ook versterken we de toegankelijkheid van het veenweidegebied en de herkenbaarheid en historische en recreatieve samenhang van de forten in de Nieuwe Hollandse Waterlinie door de aanleg van nieuwe fiets- en wandelpaden langs historische landschapslijnen. Daarbij is het belangrijk om de historische zichtlijnen te behouden. Verder beschermen we mogelijke archeologische vindplaatsen in de bodem en behouden de wegen hun landschappelijke karakter. Daar waar het kan stimuleren