← Nederland

Gemeentelijk Rioleringsplan Uithoorn 2018 – 2022 - Achtergronden (Uithoorn)

In het kort

Dit document beschrijft de achtergronden van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) van Uithoorn voor de periode 2018-2022, waarin de gemeente haar wettelijke zorgtaken voor waterbeheer invult. Het geeft inzicht in de omvang, het functioneren en de kwaliteit van de gemeentelijke voorzieningen voor stedelijk afval-, hemel- en grondwater.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

Wettekst

Gemeentelijk Rioleringsplan Uithoorn 2018 – 2022 - Achtergronden[Dit achtergronddocument hangt samen met het hoofddocument.] Achtergronden 1Inleiding Het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) ge

de volgende figuren). Uit deze verduidelijking blijkt de relatie tussen de perceelsgrens en de openbare riolering, waar de gemeente verantwoordelijk voor is. Figuur 2: Overzicht reikwijdte en definities bij woning met verwerking op eigen terrein. Figuur 3: Overzicht reikwijdte en definities bij woning op de perceelgrens en aansluiting op riolering 4Evaluatie GRP 2013-2017 – een terugblik In het vGRP 2013-2017 (GRP-5) staan de doelen die de gemeente heeft gesteld ter voldoening aan de wettelijke zorgplichten omtrent het grond-, afval- en hemelwater. In het vGRP staan ook de voorgenomen maatregelen en activiteiten die nodig zijn voor de uitvoering van die zorgplichten. De maatregelen en activiteiten zijn vertaald naar financiële en personele middelen. De raad heeft hierbij uitdrukkelijk de opdracht meegegeven om bij de uitwerking te blijven voldoen aan de op dat moment geldende financiële kaders van de raad. Door voor alle drie de zorgplichten in te zetten op het ambitieniveau ‘adequaat’, blijven de (financiële) risico’s beperkt en hanteerbaar en wordt invulling gegeven aan de wens van een ‘financieel gezond Uithoorn’. Het GRP-5 is door de gemeente als leidraad gebruikt bij het uitvoeren van de beheeractiviteiten binnen de planperiode. De evaluatie heeft betrekking op de periode 1-1-2014 tot 1-9-

  1. Doel van de evaluatie De evaluatie heeft tot doel om inzicht te geven in de voortgang van de ambities (prestaties) en om eventuele afwijkingen te verklaren en toe te lichten. Hiervoor zijn interviews afgenomen met diverse medewerker binnen de organisatie en de zijn de jaarstukken en begrotingen doorgelicht. De evaluatie is in detail uitgewerkt in de volgende paragrafen: §4.1: De rol van GRP binnen de gemeente §4.2: Uitvoering van de beheer- en onderhoudstaken (zorgplichten afval-, hemel- en grondwater) §4.3: Benchmark en meldingen burgers §4.4: De personele middelen en financiering 4.1Resumé Inleiding Het accent van het GRP-5 lag op het vergroten van het inzicht en het functioneren van de voorzieningen. Hierdoor ontstaat er beter inzicht in de oorzaak en het ontstaan van klachten, waardoor er sneller en effectiever geacteerd kan worden. De verwachting was dat er door het betere inzicht op termijn kosten worden bespaard in het beheer en onderhoud. Effectindicatoren Jaarstukken In de jaarstukken 2016 zijn voor het GRP-5 twee effectindicatoren benoemd. Deze zijn als volgt beoordeeld: * In 2016 is het regenwaterstelsel van Meerwijk-Oost geïnspecteerd. Na aanbesteding van reiniging en inspectie is de uitvoering in het najaar van 2016 gestart. Het inspecteren van gemeentelijke hemelwaterafvoerleidingen is relatief duurder dan afvoerleidingen voor huishoudelijk afvalwater of een menging van regen- en afvalwater. Positieve aspecten Het GRP-5 is een samenspraak met een projectgroep en stuurgroep tot stand gekomen. Door ook het college en raadsleden in het proces te betrekken is bestuurlijk draagvlak gecreëerd en in zijn de gemeentelijke watertaken onder de aandacht gebracht. Het GRP-5 is een goede onderlegger geweest voor de financiering van investeringen en de begrotingen. Het GRP biedt een toekomstvisie op de gemeentelijke watertaken tot
  2. Alle gemengde riolen en DWA riolen zijn inmiddels geïnspecteerd, waardoor de kwaliteitstoestanden van die riolen goed in beeld is. Tevens zijn overstortloggers geplaatst op een aantal gemengde overstorten, is er een abonnement op gekalibreerde regenradarbeelden afgesloten. Ook is het grondwatermeetnet opgewaardeerd en uitgebreid. Er is minder geld besteed aan de gemeentelijke watertaken. Door de afdeling Financiën is de rioolheffing jaarlijks tegen het licht gehouden, waardoor de stijging lager is uitgevallen dan voorzien. Aandachtspunten Het analyseren van de verzamelde data is niet goed geborgd. Dit vindt nu reactief en alleen daar waar nodig, na bijvoorbeeld meldingen of storingen, plaats. Niet alle voornemens zijn ingevuld. De prioritering lag met name op de reguliere bedrijfsvoering en het oplossen van problemen met beperkte en lokale overlast. Onderzoeksvragen zijn blijven liggen, mede door de overgang naar de nieuwe organisatie Duo+. Daarentegen is de samenwerking met BOWA en Isariz ook veel bereikt en staan een aantal onderzoeksinspanningen inmiddels in de steigers. Uit de interviews met de diverse medewerkers komt naar voren dat de lijnen tussen de mensen van Beheer, Projecten en de buitendienst op zich kort zijn. Er is inzicht en het aantal storingen loopt terug. In de afstemming van de strategie (meer differentiatie in plaats van een cyclische benadering) en prioritering van maatregelen lijkt nog een slag te slaan. In algemene zin is het investeringsniveau lager uitgevallen dan voorzien in het GRP-
  3. Dit is met name een gevolg van de temporisering van maatregelen, doordat er meer tijd nodig was voor afstemming tussen de binnen- als de buitendienst en tussen de diverse assets (wegen, groen). Anderzijds heeft deze temporisering niet geleid tot grote calamiteiten als gevolg van falende riolen of gemalen. Organisatie en financieel De lasten en baten komen in grote lijn overeen met de overzichten in het GRP-
  4. Verschillen zijn aanwezig door enerzijds lagere kapitaallasten (door de temporisering van de investeringen en een lagere rekenrente) en een lagere onderzoeksinspanning en anderzijds hogere personeelslasten en overhead. In de organisatie van de rioleringszorg is de afgelopen jaren ingezet op verdere professionalisering aan de hand van assetmanagement en effectgestuurd beheer in de bedrijfsvoeringsorganisatie Duo+. Dit heeft enerzijds inzet van tijd en geld in de exploitatie (voor bijvoorbeeld inspecteren, analyseren en afstemming) gekost, maar anderzijds ook tot uitstel van enkele onderzoekvragen en investeringen en een lagere rioolheffing. De koers voor de rioolheffing vanuit het GRP-5 was €237,82 in 2017, komende van de €199,68 in
  5. Door correctie voor inflatie en de verrekening van financiële meevallers als gevolg van meer inkomsten en de temporisering van onderzoeken en investeringen is de werkelijke rioolheffing lager dan de koers vanuit het GRP-5 en bedraagt deze €228,10 in
  6. 4.2Uitvoering van de beheer- en onderhoudstaken In hoofdstuk 6 van het GRP 2011-2015 is zijn de doelen en visie vertaald naar een strategie en activiteiten, verdeeld naar de diverse zorgplichten en overkoepelende activiteiten. In de volgende tabellen is per activiteit weergegeven wat de voorgenomen prestatie was, wat de daadwerkelijk prestaties is (een indicatie in %), voorzien van een toelichting. Aanleg Activiteit Resultaat in % Toelichting Nieuwe aanleg van riolering 25% Verwacht werd een uitbreiding van 150 woningen per jaar en een areaaluitbreiding van circa 2,7 km. In de planperiode is de uitbreiding achtergebleven door de economische crisis. Nu begint de woningbouw weer op gang te komen. Een areaal uitbreiding van 2,7 km per jaar wordt echter niet meer verwacht. Onderzoek Omschrijving Resultaat in% toelichting actualiseren GRP 100% Dit is onderhavig document. Het opstellen hiervan is gereed in
  7. monitoring meetnetgemengde riolen 100% Bij alle relevante overstorten worden waterstanden gemeten. De meters zijn te raadplegen middels hosting bij de leverancier. opsporen foutieve aansluitingen 0% Dit is achterwege gebleven. Geen prioritering vanuit de meldingenbeeld bij de gemeente. Sporadisch onderzoek is uitgevoerd n.a.v. storingen van pompunits in het buitengebied. grondwateroverlast en - voorzieningen 100% Onderzoek is uitgevoerd in 2015 en 2016 voor een aantal knelpuntlocaties. doelmatige verwerking hemelwater 50% Afkoppelkansenkaart zijn opgesteld. Een klimaatrobuuste inrichting wordt al wel benoem in bestemmingsplannen. De standaardisatie en concrete uitwerking bij het ontwerpen van de openbare ruimte moet nog plaatsvinden. opstellen verbrede OAS 0% Afstemming tussen de maatregelen aan en het beheer van de gemeentelijke voorzieningen met de voorzieningen van Waternet heeft niet plaatsgevonden, bij het achterwege blijven van de actualisatie van het BRP. opzetten adviesrol en communicatie richting burgers 50% Er zijn stappen in gezet, maar ervaringen in het project Chrysantenlaan lerendat verbetering hierin nodig is. actualiseren BRP inclusief inventarisatie verhard oppervlak 20% Gestart in 2017, als bouwsteen vooronderhavig GRP. ondersteuningBOWA en Isariz 100% Lopend Benchmark riolering RIONED 100% Aan de Benchmark en de BAW Monitor is meegedaan. Monitoring grondwatermeetnet 100% In alle relevante onderzoeksgebieden wordt de grondwaterstanden gemonitord. Geconcludeerd is dat de planning van de onderzoeken in het GRP-5 te ambitieus is geweest. Onderzoeksvragen zijn blijven liggen, mede door de overgang naar de nieuwe organisatie Duo+. Daarentegen is de samenwerking met BOWA en Isariz ook veel bereikt en staat een aantal onderzoeksinspanningen inmiddels in de steigers. Beheer regulier Omschrijving Resultaat in % toelichting onderhoud databeheersysteem 90% Eind 2017 wordt de overstap gemaakt naar een ander beheerpakket en staan de mutaties enkele maanden op on-hold. onderhoudsabonnementen gemalen/drukriolen 100% Dit is inzichtelijk. uitbestede werkzaamheden gemalen/drukriolen 100% Dit is middels een overeenkomst aanbesteed aan Teeuwissen uit Huizen. Onderhoud vindt nu plaats door 2x per jaar preventief te reinigen en waar nodig correctief onderhoud uit te voeren. onderhoud perceelsaansluitingen 100% Dit is middels een overeenkomst aanbesteed aan Van der Wiel uit Beinsdorp. gegevensbeheer + reiniging&inspectie 90% De data in het beheersysteem is up-to-date. Eind 2017 wordt de overstap gemaakt naar een ander beheerpakket en staan de mutaties enkele maanden op on-hold. De insteek voorde reinigings- en inspectierondes is tot op heden cyclisch. opstellen Rioolbeheerplan + operationeel plan 50% De meest recente versie is van
  8. Uitwerking naar operationele plannen heeft niet plaatsgevonden. De insteek voor de strategie is tot op heden cyclisch. Voor de gemalen en pompunits wordt gebruik gemaakt vande cyclische planning uit het beheersysteem SAM. beheer vrij-verval riolering 100% Conform in het GRP-5 beschreven stramien reiniging en inspectie gemengd/DWA – intensivering 100% De achterstand is ingelopen. Van alle gemengde en DWA riolering is er een inspectie aanwezig die niet ouder is dan 10 jaar. vervangen onderdelen grondwatermeetnet 100% In alle relevante onderzoeksgebieden wordt de grondwaterstand gemonitord. verbeteren grondwatermeetnet 100% In alle relevante onderzoeksgebieden wordt de grondwaterstanden gemonitord. straatvegen en kolkenzuigen 100% Conform in het GRP-5 beschreven stramien installeren slimmemeters 100% Alle hoofdgemalen en CVK’s zijn voorzien van de slimme meters. Uit de interviews met de diverse medewerkers komt naar voren dat de lijnen tussen de mensen van Beheer, Projecten en de buitendienst op zich kort zijn. Er is inzicht en het aantal storingen loopt terug. In de afstemming van de strategie (meer differentiatie in plaats van een cyclische benadering) en prioritering van maatregelen lijkt nog een slag te slaan. Beheer – vervangingsmaatregelen Omschrijving Resultaat in % toelichting vervangen vrijvervalriolering - kwalitatief 75% Per saldo blijft het investeringsniveau achter. In het GRP-5 is dit niveau jaarlijks beoogd op ca. €2.500.
  9. De werkelijke investeringen de afgelopen jaren liggen hieronder (2016 = € 690.000, 2017 = €1.600.000), door temporisering als gevolg van afstemming tussen binnen- en buitendienst en afstemming met de andere assets in de openbare ruimte. vervangen mechanische riolering 75% vervangen drukrioolpompen - bouwkundig 75% vervangen drukrioolpompen - e/m 75% vervangen gemalen - bouwkundig 75% vervangen gemalen - e/m 75% vervangen randvoorzieningen / lamellenfilters- bouwkundig 100% Maatregelen voor dit onderdeel stonden niet op de rol. In algemene zin is het investeringsniveau lager uitgevallen dan voorzien in het GRP-
  10. Dit is met name een gevolg van de temporisering van maatregelen, doordat er meer tijd nodig was voor afstemming tussen de binnen- als de buitendienst en tussen de diverse disciplines (wegen, groen). Anderzijds heeft deze temporisering niet geleid tot grote calamiteiten als gevolg van falende riolen of gemalen. Beheer – verbeteringsmaatregelen Omschrijving Resultaat in % toelichting afkoppelen verhardoppervlak 75% Het afkoppelen van verhard oppervlak lift mee met de vervanging van de vrijvervalriolen. aansluiten vakantiewoningen 100% Dit is gerealiseerd. maatregelen zorgplicht grondwater 100% In reactie op enkele lokaleklachten zijn specifieke maatregelen getroffen. Ook het investeringsniveau voor de verbeteringsmaatregelen is lager dan voorzien in het GRP-5, doordat een deel van deze maatregelen meeliften met vervangingsmaatregelen. Samenwerking De afgelopen jaren heeft de gemeente Uithoorn de samenwerking met de gemeente Ouder- Amstel verder invulling gegeven. Dat heeft geleid tot Duo+, sinds januari 2016, als de uitvoeringsorganisatie van en voor Ouder-Amstel, Diemen en Uithoorn. De afdeling Buurt beheert de openbare ruimte van de gemeenten Uithoorn en de gemeente Ouder-Amstel. Tevens stelt Duo+, op verzoek vanuit één van de gemeenten, de beleidsplannen op. Hiernaast werkt de gemeente ook nauw samen met het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, Waternet en de inliggende gemeenten via het Bestuurlijk Overleg Water AGV (BOWA). Isariz is het onderliggende ambtelijk overlegorgaan ‘Intergemeentelijke Samenwerking Rioleringszorgtaak’. In de BOWA-Mantelovereenkomst ‘Samenwerken in de afvalwaterketen’ uit 2013 hebben deze partijen zich, in aansluiting op het Bestuursakkoord Water, gecommitteerd om tot 2020 intensief samen te gaan werken met als doel de kwaliteit te vergroten, kosten te besparen en de kwetsbaarheid van de afvalwaterketen te verminderen. Vanuit het BOWA is een reeds concreet invulling gegeven aan de doelstellingen vanuit het Bestuursakkoord Water en de Europese kader Richtlijn Water door het opstellen van gezamenlijke handboeken en factsheets. 4.3Benchmark Monitor Bestuursakkoord Water 2015 De gemeente Uithoorn heeft meegedaan aan de BAW Monitor
  11. Hieruit komt het beeld naar voren dat in de gemeente de kosten en opbrengsten per strekkende meter rioolbuis lichtelijk hoger zijn ten opzichte van de regio. Hetzelfde is te

n als het beeld wordt vertaald naar kosten en opbrengsten per inwoner. Ook valt de relatief lage stand van de voorziening riolering op. Op een aantal vlakken is in de Benchmark geconstateerd dat de score lager is dan de doelstelling. Dat geldt met name voor de onderdelen ‘procesondersteuning’ en ’monitoring, beheer en analyse van data’. Als gevolg hiervan zijn ook de score op ‘inzicht huidig functioneren’ en ‘plannen en ontwikkeling’ de laagste. De bovenstaande beelden zijn daarbij gepresenteerd (een gedetailleerde onderbouwing hiervan ontbreekt). Meldingen Vanuit de Meldingregistratie is het beeld beschikbaar voor de jaren 2014 en 2015, en deels voor 2016 (over de maanden januari tot en met september, vanuit een ander systeem). De volgende tabel geeft de aantallen weer. Deze klachten worden direct opgepakt en binnen een werkdag afgehandeld. Type Melding 2014 2015 2016 Ratten 8 15 12 Sloten 19 23 Niet bekend Stank 28 24 19 Drukriool (rodelamp) 41 62 Kolken / putten verstopt 72 99 102 Put / kolkdeksel weg 13 11 Rioolaansluiting verstopt 26 24 Eindtotaal 207 258 134 Te

n is de toename van het aantal meldingen van 2014 naar

  1. Het is nog niet aan te geven of deze trend zich doorzet richting
  2. Als het beeld over 2016 geïnterpoleerd wordt valt het aantal meldingen lager uit. Gezien het relatief beperkte aantal klachten over ca. 30.000 inwoners is er vooralsnog geen noodzaak tot een verdere detailanalyse. 4.4Organisatie en financiën Personele middelen Voor het verantwoord uitvoeren van de taken, zoals beschreven in het GRP-5, is de wenselijke bezetting van de gemeentelijke organisatie bepaald op 3,8 fte voor de binnendienst en 0,4 fte voor de buitendienst. De insteek hierbij was dat de gemeente veel werkzaamheden door externe partijen laat uitvoeren. Het totale budget voor personeelskosten was vanuit het GRP-5 geraamd op een jaarlijks bedrag van €330.000 (exclusief inzet personeel in projecten). In de begroting 2018 is een totaal aan lasten benoemd van €349.800,-, opgesplitst in €226.000 als beleid- en uitvoeringskosten Duo+ en €123.000 aan extracomptabel overhead (als een percentage over de bijdrage Duo+). Ontwikkeling tarief rioolheffing De koers voor de rioolheffing vanuit het GRP-5 was €237,82 in 2017, komende van de €199,68 in
  3. Hierbij was niet gerekend met een correctie voor inflatie. De gemeente heeft hiervoor jaarlijks wel gecorrigeerd, maar tevens gecorrigeerd voor financiële meevallers als gevolg van enerzijds meer inkomsten vanuit de rioolheffing gebruikersdeel en anderzijds de temporisering van onderzoeken en investeringen en de lage rentestand. Hier is de rioolheffing lager uitgevallen dan de koers vanuit het GRP-5 en bedraagt de werkelijke rioolheffing €228,10 in
  4. Begroting en jaarrekening Op basis van de jaarstukken 2016 en de programmabegroting 2017 is een beeld gevormd van de huidige budgetten voor de rioleringszorg, in relatie tot het GRP-
  5. Onderstaande tabel geeft dit beeld op hoofdlijn weer. Tabel 1: Totale lasten en baten rioleringszorg Rekening 2015 Rekening 2016 Begroting 2017 Koers GRP-5voor 2017 Lasten € 3.240.000 € 3.457.000 € 3.506.000 € 3.677.000 Baten* € 3.085.000 € 3.514.000 € 3.373.000 € 3.578.000 Resultaat - € 155.000 + €57.000 - € 133.000 - € 99.000 * exclusief onttrekking aan de reserve riolering (= conform de laatste regel ‘resultaat’) Het overzicht van de lasten en baten laat

n dat deze in grote lijn op koers zoals voorgesteld in het GRP-

  1. Enerzijds zijn er lagere kapitaallasten (door de temporisering van de investeringen een lage rekenrente) anderzijds zijn er hogere personeelslasten en overhead. Door de samenwerking in de Bedrijfsvoeringsorganisatie Duo+ en de geringe omvang van de gemeentelijke organisatie is dit beeld niet geheel zuiver. Opvallend in de begroting is tevens de stelpost efficiency van €100.000, ten gunste van de lasten. Het idee hierachter was de verwachting dat de exploitatielasten lager zouden liggen dan begroot. De aanbeveling is om deze post te schrappen uit de begroting en de budgetten per post te herijken op basis van de jaarrekeningen. Ontwikkeling stand Voorziening egalisatie riolering De kosten voor de gemeentelijke watertaken mogen in principe volledig verhaald worden met een rioolheffing. Om grote jaarlijkse schommelingen in deze heffing te voorkomen heeft de gemeente een reserve ingesteld, waarmee de tarieven geleidelijk verlopen en toch kostendekkend kunnen blijven. De gemeente kent een Reserve Riolering. Achterliggend is de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2013’. Het doel van de reserve riolering is om door inzet van deze reserve een geleidelijke tariefontwikkeling van de rioolheffing te bewerkstelligen. Via de rioolheffing geïnd geld moet echter altijd voor een rioleringsdoel aangewend worden; feitelijk is het hiermee een voorziening. Voor de gemeente Uithoorn is de vulling uit het verleden van deze voorziening niet specifiek te herleiden en wordt het hiermee een voorziening conform artikel 44, lid 2d van de BBV. In de boekhoudingkundige stukken van de gemeente wordt de voorziening nog aangeduid als reserve. De actuele stand van de Reserve riolering is €830.000 (per 31-12-2016) conform de ‘riolering exploitatie begroting 2018~2022.xlsx’. Voor 2017 is een vermindering van €133.000 begroot (inclusief het niet invullen van de stelpost efficiency). De beoogde stand van deze Reserve vanuit het GRP-5 was €78.318 voor
  2. Realisatie en financiering van projecten Beschikbare financiële middelen De gemeente kent een overzicht van de geactiveerde kapitaaluitgaven, de zogenaamde ‘staat C’. Hierin staat een overzicht van projecten, met de boekwaarde, mutaties hierin, de jaarlijkse afschrijving van de boekwaarde en de (eventuele) rente. Voor de komende jaren zijn regels opgenomen per jaarschijf als krediet volgens het vigerende GRP. Aandachtspunt hierbij is de verdeling van deze jaarschijf naar de diverse afschrijvingstermijnen, conform de ‘Nota Activabeleid 2008’ (15 of 40 jaar voor respectievelijk electro-mechanische en bouwkundige delen). Deze herschikking moet in ‘staat C’ nog plaats vinden. Voor onderhavig GRP is met deze verdeling al rekening gehouden. Afstemming met overige budgetten In principe worden de kosten voor de riolering uit de GRP-budgetten gefinancierd. Hierin is in principe het deel van het vervangen van de bovenliggende verharding, boven de sleuf, opgenomen. In de werkelijke investeringen en toerekening van de uitgaven is dit minder transparant. 5Kwaliteitskaders zorgplichten gemeentelijke watertaken De zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater zijn voor de gemeente wettelijke plichten. De gemeente heeft echter bij de invulling van deze zorgplichten de beleidsvrijheid de aanpak te kiezen wat zij, gelet op de lokale omstandigheden, het meest wenselijk vindt. Voor een groot aantal zaken voor de rioleringszorg staat het (technisch) normenkader vast, hierover hoeft geen discussie te worden gevoerd. Voor een aantal andere zaken is het ambitieniveau wel te overwegen. Er is dus ruimte voor keuzes. De ambitie stelt een doel en geeft aan welke kwaliteit de gemeente wil bieden aan de bewoners, bedrijven en bezoekers. Elke keuze heeft bijbehorende consequenties, en kosten. Met andere woorden, het gekozen kwaliteitsniveau heeft zijn prijskaartje. Met dit hoofdstuk wordt de visie uitgewerkt in ambities en beleidskeuzes voor de looptijd van GRP-
  3. 5.1Toelichting totstandkoming beleidskeuzes Veel taken worden door de gemeente adequaat en doelmatig ingevuld. De lijnen uit het GRP-4 (2009-2012) en het GRP-5 (2013-2017) worden doorgezet. De blijkt uit zowel de evaluatie van het GRP-5, de Benchmark Rioleringszorg en de Monitor Gemeentelijke Watertaken. Voor de gemeente Uithoorn blijft de taakinvulling zich richten op de kenmerken veilig, functioneel, heel en schoon. Vertaald naar de gemeentelijke watertaken houden deze kenmerken het volgende in: Veilig Is er gevaar voor omgeving en gebruiker? functioneel Doen de voorzieningen wat ze moeten doen? Heel Verkeren de voorzieningen in een goede staat? schoon Is er sprake van stank en milieuoverlast? Voor een groot aantal zaken voor de rioleringszorg staat het (technisch) normenkader vast, hierover hoeft geen discussie te worden gevoerd. Voor een aantal andere zaken is het ambitieniveau wel te overwegen. Volstaat het huidige kwaliteitsniveau? Moet het beter, of kan het wellicht wat minder? Bij het vaststellen van GRP-5 in 2013 is voor alle zorgplichten gekozen voor het niveau ‘adequaat’. De raad heeft destijds hierbij nadrukkelijk de opdracht meegegeven om bij de uitwerking te blijven voldoen aan de op dat moment geldende financiële kaders van de raad. Dit besluit is voor dit GRP richtinggevend geweest voor het actualiseren van de (beleids-)keuzes en kwaliteitskaders. Niveau adequaat: het voortzetten van de huidige rioleringszorg, we doen wat we moeten. Dit houdt in dat in 2022 de voorzieningen functioneren op het basisniveau (voldoende onderhouden, hier en daar wel wat op aan te merken, af en toe hinder is mogelijk). In het hoofddocument is de ambitie beschreven en voorzien van sfeerbeelden. De speerpunten voor de komende planperiode 2018-2022 zijn benoemd. In de navolgende paragrafen is dit vertaald naar een kwaliteitskader voor de drie verschillende zorgplichten. Dit kader is de kwaliteitsbeschrijving met bijbehorende kwaliteitsnormen. De kwaliteitsnormen geven expliciet aan wat wel en wat niet kan worden verwacht van de gemeente. Hoofdstuk 6 van dit Achtergrondendocument beschrijft per kwaliteitsnorm in hoeverre wij er op dit moment aan voldoen (dit is de nulmeting) en hoe wij er aan blijven voldoen of aan gaan voldoen (met welke strategie). Voor het overgrote deel van de normen geldt dat we er op dit moment al aan voldoen en/of hier binnen de planperiode aan gaan voldoen. Voor enkele normen kan echter pas worden beoordeeld in hoeverre we er aan voldoen, wanneer eerst het inzicht en de kennis is vergroot. Hier wordt binnen de planperiode op ingezet. Dit geldt met name voor het voldoen aan de kwaliteitsnormen voor (hevige) regenval in relatie tot klimaatverandering, het bestrijden van structurele grondwateroverlast in relatie tot droogte en klimaatverandering, de vuiluitworp uit gemengde rioolstelsels en de aanwezigheid van foutaansluitingen. Uit het verkregen inzicht kan mogelijk blijken dat er aanvullende maatregelen moeten worden bepaald. Sommige daarvan zullen vervolgens pas na de planperiode worden uitgevoerd, waardoor er pas na de planperiode volledig aan een kwaliteitsnorm zal worden voldaan. Het kwaliteitskader geeft zodoende een volledig overzicht van de invulling van de gemeentelijke watertaken door gemeente Uithoorn. De volgende figuur geeft de opbouw van het kwaliteitskader schematisch weer: KWALITEITSKADER stedelijkafvalwater ambitie sfeerbeelden speerpunten kwaliteitsbeschrijving kwaliteitsnormen hemelwater ambitie sfeerbeelden speerpunten kwaliteitsbeschrijving kwaliteitsnormen grondwater ambitie sfeerbeelden speerpunten kwaliteitsbeschrijving kwaliteitsnormen NB: oppervlaktewatersysteem De ambities voor het stedelijk watersysteem worden verkend in een andere planvorm dan onderhavig gemeentelijk rioleringsplan. Dit punt heeft een duidelijke koppeling met de ambities en taken van het waterschap; de gemeente en het waterschap bepalen gezamenlijk de ambities voor het stedelijk watersysteem. Voor de ambities voor het oppervlaktewater in de stad wordt meer gekeken naar aspecten als beleving, functie, omgeving en de vervuilingsbronnen. Denk bijvoorbeeld aan eenden, hondenuitlaatplaatsen, autowassen op straat en bladval als potentiële vervuilingsbronnen, naast de riooloverstorten en hemelwateruitlaten. Deze scope gaat verder dan de invulling van de gemeentelijke watertaken en wordt gefinancierd vanuit andere middelen. De ambities voor het stedelijk watersysteem worden dan ook verkend in een andere planvorm dan onderhavig gemeentelijk rioleringsplan. 5.2Overkoepelende kwaliteitsbeschrijving en kwaliteitsnormen Voor een aantal items zijn de kwaliteitsbeschrijvingen en normenkaders overkoepelend voor de drie zorgplichten. Het betreft de technische staat, de bedrijfszekerheid en de kaders voor nieuwe aanleg. Om herhaling in dit hoofdstuk te voorkomen zijn in onderhavige paragraaf zijn deze overkoepelende items benoemd. Aspect Kwaliteitsbeschrijving Kwaliteitsnorm Technische staat De voorzieningen voor inzameling en transport vanstedelijk afvalwater, overtollige hemelwater en grondwaterregulering verkeren in een goede technische staat. Ingrijpmaatstaven voor stabiliteit, waterdichtheid of afstroming worden binnen twee maanden beoordeeld (maatregeltoets). Noodzakelijke maatregelen worden uiterlijk binnen 3 jaar uitgevoerd, in afstemming met de overige assets in de openbare ruimte. De beheerdata is op orde; de gemeente heeft een goed beeld van de omvang en kwaliteit van het areaal. De gegevens van de objecten wordencentraal binnen de gemeente vastgelegd en bijgehouden in hetbeheerpakket, voor het verkrijgen van inzicht. Bedrijfszeker- heidgemalen De bedrijfszekerheid van rioolgemalen is gewaarborgd. De kans op calamiteiten is hiermeebeperkt. De uitval van een individueel rioolgemaal is minderdan 5 keer per jaar. Reservepompen kunnenbinnen 24 uur worden geplaatst. Storingen van hoofdrioolgemalen en pompunits in het afvalwatersysteem worden binnen één werkdag na signalering verholpen. Storingen van hoofdrioolgemalen in het hemel- en grondwatersysteem worden binnen één week na signalering verholpen. Alle hoofdrioolgemalen zijn voorzien van een dubbelepomp. Alle hoofdrioolgemalen zijn aangesloten op eentelemetriesysteem. De afvoer via de rioolgemalen is gewaarborgd. De kans op calamiteiten is hiermee beperkt. De in- en uitslagpeilen van gemalen zijn bij voorkeur gelijk of lager ingesteld dan de binnenonderkant van het aanvoerriool, De pendelberging is voldoende om de pompmaximaal 7x per uur te laten schakelen. Nieuwe aanleg De voorzieningen zijn in staat de hoeveelheid te verwerken. Het ontwerp en de aanlegvan nieuwe voorzieningen vindt plaats volgens de Technische Richtlijnen van de Uithoorn. Nieuwe voorzieningen worden aangelegd conform de kleurstelling uit de Technische Richtlijnen van de gemeente Uithoorn. Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden waterproblemen voorkomen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt perproject bekeken in welke mate kan worden voldaan aan de richtlijnen van de gemeente ; dit is altijd maatwerk, in afstemming met het waterschap en/ofde ontwikkelaar. De gemeente heeft minimaal een toetsende rol. 5.3Kwaliteitsbeschrijving en kwaliteitsnormen stedelijk afvalwater Artikel 10.33 Wet milieubeheer: De gemeenteraad of burgemeester en wethouders dragen zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool. In plaats van een openbaar vuilwaterriool kunnen afzonderlijke systemen of andere passende systemen worden toegepast, indien met die systemen eenzelfde graad van bescherming van het milieu wordt bereikt. Op verzoek van burgemeester en wethouders kunnen gedeputeerde staten in het belang van de bescherming van het milieu ontheffing verlenen van de zorgplicht De ontheffing kan, indien de ontwikkelingen in het gebied waarvoor de ontheffing is verleend daartoe aanleiding geven, door gedeputeerde staten worden ingetrokken. Aspect Kwaliteitsbeschrijving Kwaliteitsnorm Aansluitingen en wijze van inzameling Het afvalwater wordt ingezameld en gezuiverd. Ditafvalwater kan dus niet ongezuiverd in sloten of bodem lopen. Er zijn daarom geen stankklachten en/of verontreinigingen van sloten en bodem doorhet riool. Percelen waar afvalwater vrijkomt en die zijn voorzien van een water-en elektra-aansluiting, zijn aangesloten op de riolering of een lokale zuiveringsvoorziening (IBA). Innovatie oplossingen (‘Afvalwater als energiebron en grondstof”) zijn verkend. Alle percelen binnen de stedelijke bebouwing zijn aangesloten op deriolering. Wanneer stankoverlast in openbaar gebiedwordt geconstateerd, wordt binnen een week actieondernomen. Op de voorzieningen zitten geen (foutieve) aansluitingen die de inzameling en transport (en zuivering) van afvalwater belemmeren. Er zijn geen foutieve aansluitingen op de vuilwater riolering of drukriolering; daar waar deze zijn geconstateerd wordt gehandhaafd. Er kan in normale situaties geen oppervlaktewater of grondwater via overstorten en nooduitlaten in gemengde of vuilwater riolering intreden. De lozingen van afvalwater en de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de riolering voldoen aan de voorschriften vanhet ‘Besluit lozingafvalwater huishoudens’ (Blah), het Activiteitenbesluit, het Bouwbesluit en de omgevingsvergunning; daar waar overtredingen bekend zijn wordt gehandhaafd. Inzameling van bronneringswater Aanvragen voor lozingen van bronneringswater op de gemengde riolen zijn beoordeeld op samenstelling, duur en hoeveelheid. Advisering is maatwerk, afhankelijk van het ontvangende stelsel. Verwerking en afvoer- capaciteit Stedelijk afvalwater kan ongehinderd en binnen voldoende tijd afstromen, aanrotting van afvalwater wordt hiermee voorkomen. Aantasting van het riool is beperkten er zijngeen risico’s doorbeschadigde riolen. De maximale vervuilingsgraad in de vuilwater en gemengde riolen bedraagt gemiddeld maximaal 30%, opstelselniveau. De verblijftijd van hetafvalwater in de vrijverval riolenis maximaal 24 uur. De maximale vullingsgraad bedraagt bij droogweer maximaal 50% (bij12 l/h per inwoner + bedrijfslozingen). Persleidingen moeten bij voorkeur in of zo dicht mogelijk bij ontvangende gemalen uitmonden. Alle puttenzijn voorzien van een stroomprofiel. Bij klachten van burgers over afstroming wordt uiterlijk binnen tweedagen actie ondernomen. Vuiluitworp Bij hoosbuien wordt het rioolwater afdoende opgevangen in de riolen (en eventuele bergings- voorzieningen). De vuiluitworp via de overstorten in sloten en vijvers is beperkt. Slechts af en toe is er sprake van stank en vervuiling. De vuiluitworp via de overstorten in sloten en vijvers leidt niet tot risico'svoor mens en omgeving. De vuiluitworp uit gemengde rioolstelsels en de verbeterd gescheiden stelsels mag de doelstellingen voor het oppervlaktewater, zoals bepaald in overleg met de waterkwaliteitsbeheerder, niet in gevaar brengen. Overstorten van gemengde stelsels zijn voorzien van meetregistratie. 5.4Kwaliteitsbeschrijving en kwaliteitsnormen afvloeiend hemelwater Artikel 3.5 Waterwet: De gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor een doelmatige inzameling en verwerking van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. De gemeente Uithoorn heeft de door haar gewenste kwaliteit en bijbehorende kwaliteitsnormen opgesteld. De gemeente geeft hiermee expliciet aan wat gedurende de looptijd van het GRP 2018 - 2022 van haar kan worden verwacht. Afvloeiend hemelwater Aspect Kwaliteitsbeschrijving Kwaliteitsnorm Aansluitingen en wijze van inzameling Overtollig hemelwater dat de particulier niet op eigen terrein kan verwerken wordt ingezameld. In bestaand stedelijk gebied wordt de particulier niet verplicht het hemelwater op eigenterrein te verwerken. Bij nieuwbouw en renovatie wordt waar mogelijk, en in samenspraak met de waterbeheerder, van de particulier geëist het hemelwater op eigen terrein te verwerken, in het geval het perceel direct grenst aan oppervlaktewater. Op de voorzieningen zitten geen (foutieve) aansluitingen die de inzameling (en verwerking) van overtollig hemelwater belemmeren. Er zijn geen foutieve aansluitingen op de hemelwater riolering; daar waar deze zijn geconstateerd, wordt gehandhaafd. Verharde oppervlakken met grote risico's op vervuiling lozen via het vuilwaterstelsel naar de RWZI of op het oppervlaktewater viaeen zuiverende voorziening. Het gebruik maken van duurzame, milieuvriendelijke en niet uitlogende materialen om risico's op vervuiling van afgekoppelde oppervlakken te voorkomen wordt aanbevolen. De onkruidbestrijding vindt plaats volgens de wettelijke voorschriften. Er wordt geprobeerd zoveel mogelijk schoon hemelwater te scheiden van het stedelijk afvalwater, voor zover dit doelmatig is. Bestaand gebied: afkoppelen van verhard oppervlak indien technisch uitvoerbaar, toelaatbaar voor het milieu en kosteneffectief. Nieuwbouw: het gescheiden aanbieden van afval- en hemelwater in woningen, bedrijven en overige gebouwen is verplicht. De gemeente stimuleert particulieren verhard oppervlak van het gemengde stelsel af te koppelen (duurzaam, doelmatig en correct) en, waar mogelijk en zinvol, regenwater (voor een deel) op eigen terrein te verwerken. Verwerking en afvoer-capaciteit De bebouwing, wegen en openbare ruimte zijn zo ingericht dat het water bij regenbuien redelijk goed kan afvoeren naar de straatkolken en/of riolering. Hinderlijke plassen op straat komen beperkt voor. De afstroming dient gewaarborgd te zijn. Straatkolken worden jaarlijks gereinigd. Plasvorming mag bij maximaal 5% van de kolken voorkomen. Incidenteel verstopte straatkolken zijn binnen een week verholpen. Alle putten zijn voorzien van een stroomprofiel. Bij klachten van burgers over afstroming wordt uiterlijk binnen twee dagen actie ondernomen. Bij normale regenval wordt het rioolwater afdoende opgevangen in de riolen (en eventuele bergings- voorzieningen), zonder dat dit leidt tot hinder. Bij extreme situatie mogen 'water op straat' situaties ontstaan. De afvoercapaciteit van de riolering is voldoende om een korte en heftige bui die 1 keer per 2 jaar valt te verwerken (een theoretische bui van 20 mm in één uur), zonder dat er ‘hinder’ (

hoofddocument) op treedt. Bij buitengewone omstandigheden vind waterberging plaats buiten de riolering op daarvoor ingerichte locaties zoals watergangen en (eventuele) groenvoorzieningen. De openbare ruimte is zodanig ingericht dat bij buitengewone omstandigheden (eens per 100 jaar) geen ‘overlast’ (

hoofddocument) ontstaat. 5.5Kwaliteitsbeschrijving en kwaliteitsnormen grondwater Artikel 3.6 Waterwet: De gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort. De gemeente Uithoorn heeft de door haar gewenste kwaliteit en bijbehorende kwaliteitsnormen opgesteld. De gemeente geeft hiermee expliciet aan wat gedurende de looptijd van het GRP 2018 - 2022 van haar kan worden verwacht. Grondwater Aspect Kwaliteitsbeschrijving Kwaliteitsnorm Aansluitingen en wijze van inzameling De gemeente wil een duidelijk aanspreekpunt zijn voor burgers en bedrijven betreffende grondwaterproblematiek en vragen over het grondwater. Er is een (grondwater)loket ingericht. Bij vragen verstrekt de gemeente informatie aan de perceeleigenaar. Meldingen wordenafgehandeld op basisvan de beleidsregels. Aanpak structurele overlast De gemeente treft, mits doelmatig, maatregelen op openbaar terrein ter beperking van structurele grondwateroverlast. Er bestaat inzicht in de optredende grondwaterstanden. Ontwateringsmiddelen worden niet aangesloten op riolen die naar de RWZI afvoeren. De gemeente stelt vast wanneer er sprake is van structurele grondwateroverlast en welke maatregelen doelmatig zijn. Zij gebruikt hierbijde overwegingen uitde ‘Taakopvatting Grondwater’ (

§8.1); dit isaltijd maatwerk.

In gebieden met structurele overlast neemt de gemeente het initiatief om de overlast te bestrijden. De plantsoenen van de gemeente zijn na een periode van regen een paardagen drassig, maarblijven redelijk begaanbaar. Schade als gevolg van gemeentelijk ingrijpen in de grondwaterstanden komtniet voor. 6De nulmeting Om de huidige situatie

(2017)in de gemeente Uithoorn te kunnen beoordelen heeft een toetsing van de huidige situatie (een nulmeting) aan de kwaliteitskaders uit hoofdstuk 5 plaatsgevonden. De resultaten hiervan zijn breeduit geanalyseerd en beschreven in dit hoofdstuk. De basis voor de nulmeting Het werkveld van de gemeentelijke watertaken is complex. Om juiste keuzes te kunnen maken is inzicht en begrip in de toestand en het functioneren van de riolering en voorzieningen nodig. Dit vraagt enerzijds om actuele en betrouwbare gegevens en informatie. Bij een deel hiervan, de vaste gegevens, is in de voorgaande paragraaf stilgestaan. Anderzijds is ook specialistische kennis nodig om de informatie op de juiste wijze te interpreteren en op die wijze de juiste afwegingen te kunnen maken. Voor de toetsing is naast het huidig GRP gebruik gemaakt van de volgende gegevens: Gegevens rioolbeheersysteem en SAM (gemalenbeheer) 2017 Programmabegroting 2017 Verordening rioolheffing 2017 Benchmark Rioleringszorg 2015 Monitor gemeentelijke watertaken 2016 Rioolbeheerplan 2014-2017 Basisrioleringsplan 2018 (welke parallel aan dit GRP opgesteld) Diverse rapportages en adviezen grondwateroverlast 2015 en 2016 Meldingenregistratie MOR 2014,2015 en 2016 januari t/m september 6.1Het areaal (omvang, toestand en functioneren) De wetgever vraagt in Artikel 4.22 van de Wet Milieubeheer in artikel 2a: …een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, alsmede de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater en maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken… Onderstaande tabel geeft het aantal aansluitingen in de gemeente Uithoorn weer (bron: Monitor Gemeentelijke watertaken en Centraal Planbureau). Type Aantallen Inwoners 28.731 Rioolaansluitingen: Woningen 12.603 Vakantiewoningen 90 Bedrijven verbruik < 500 m3 1.121 Bedrijven verbruik > 500 m3 3 IBA-aansluitingen 0 Eindtotaal 13.817 Aantal heffingseenheden 13.932 Straat- en trottoirkollen 9.969 Uitbreidingen Aantallen Aantallen Diverse in – en uitbreidingen 100 per jaar 2018-2022 Deze paragraaf beschrijft de huidige stand van zaken (peildatum eind 2017) en gaat in op het areaal; wat beheert de gemeente Uithoorn (omvang, toestand en functioneren). Een actueel beeld is te genereren vanuit het beheersysteem van de gemeente. De data in het rioolbeheersysteem is voor de vrijverval riolen nagenoeg up-to-date. Uitzondering zijn de jaren van aanleg van de persleidingen; hiervan ontbreekt voor een groot deel (71%) de informatie. Vanaf de jaren ’90 begonnen is met het aanleggen van gescheiden rioolstelsels en het afkoppelen van verhard oppervlak door het aanleggen van hemelwaterriolen. Aanleg van nieuw gemengd riool komt niet voor, wel vervanging van bestaande gemengde riolen als ombouw naar gescheiden stelseltype niet voor 100% mogelijk is. De kaarten op de volgende pagina geven een totaalbeeld van de riolen in de gemeente Uithoorn. Kaart overzicht riolering gemeente Uithoorn Kaart detailoverzicht vrijverval riolering met bijzondere objecten Uithoorn en de Kwakel Onderstaand betreft een schermkopie van de kaart420044_RI_05.pdf behorende bij het BRP. Voor de gedetailleerde versie wordt naar het BRP verwezen. De volgende tabellen en grafieken geven een samenvatting weer van de aantallen en meters op de peildatum. Details en een actueel inzicht zijn raadpleegbaar in de beheersystemen van de gemeente Uithoorn. Som van lengte Vrijverval Drukriool Buiten gebruik 4.452 Drainage 8.101 Drukleiding 42.047 42.047 Duiker 254 DWA-Riool 34.920 34.920 Gemengd 58.325 58.325 HWA+Drainage 30.341 30.341 HWA-Riool 16.186 16.186 Overstortriool 254 254 Persleiding 45.040 4.5040 Randvoorziening 275 Transportriool 872 872 Eindtotaal 241.066 140.898 87.087 Puttype Aantal Bijz.Constr. 11 Doorlaat 2 Overstortput 37 Gemalen en pompen in SAM 499 Randvoorziening 5 Regelput drain 1 Rioolput 3.789 T-stuk 58 Uitlaat 248 Eindtotaal 4.650 Specificatie gemalen en pompen in SAM Aantallen Hoofdgemaal met 1 pomp 4 Hoofdgemaal met 2 pompen 62 Hoofdgemaal met 3 pompen 9 Minigemaal 1-pomps 1 Minigemaal 1-pomps 398 Minigemaal 2-pomps 12 Randvoorziening met 1 LP 2 Randvoorziening met 1 LP & 1 SP 2 Randvoorziening met 1 LP & 2 SP 3 RWA/DWA gemaal met 2xDWA en 1xRWA pomp 6 Eindtotaal 499 Toestand Onderstaande grafiek toont de inspectiegraad van het vrijverval riool in Uithoorn, onderverdeeld naar aanlegperiode. Vuistregel is dat inspecties die ouder zijn dan 10 jaar niet meer relevant zijn bij de bepaling van maatregelen. De grafiek in figuur 5 geeft de inspectiegraad naar stelseltype weer. Vanuit beide grafieken is de herleiden dat in kwaliteitstoestand van in totaal 81% van de gemengde en vuilwaterriolen in beeld is, waarbij het accent ligt op de oudere riolen. Van de relatief nieuwe HWA-riolen ontbreekt vooralsnog het kwaliteitsbeeld. Figuur 4: inspectiegraad vrijverval riolen Figuur 5: inspectiegraad vrijverval riolen naar stelseltype Voor wat betreft de kwalitatieve toestand van de riolen is de constatering dat het overall-beeld aanwezig is in de beheersystemen, waarmee een onderbouwde doorkijk is gemaakt naar de benodigde maatregelen voor de komende jaren. Voor wat de kwalitatieve toestand van de riolen betreft is de overall-constatering dat de kwaliteit voldoende is. Ingrijp- en waarschuwings- maatstaven van schades voor stabiliteit, waterdichtheid en afstroming komen voor, maar dit betekent niet dat direct maatregelen genomen moeten worden. De constateringen vanuit de rioolinspecties worden binnen twee maanden beoordeeld in een maatregeltoets. Noodzakelijke maatregelen zijn binnen drie jaar uitgevoerd. Functioneren Parallel aan de totstandkoming van dit GRP-6 is het Basisrioleringsplan geactualiseerd. In dit plan wordt ingegaan op de volgende hoofdvragen: In hoeverre beschermt de riolering tegen wateroverlast? In hoeverre wordt vuilemissie naar het oppervlaktewater voorkomen? Welke maatregelen zijn nodig om aan de ambities te voldoen? Hiervoor zijn de meeste van de vrijverval stelsels getoetst. De recent aangelegde gescheiden rioleringssystemen zijn hierin buiten beschouwing gebleven. Het doel van het BRP is het verkrijgen van inzicht in: de inzameling en transport van het afvalwater (toetsing gemaalcapaciteiten) het hydraulisch functioneren (afvoercapaciteit riolen en oppervlaktewater, water-op- straat, afvoer en verwerking bovengronds) de vuilemissie vanuit de rioolstelsels naar het oppervlaktewater de benodigde maatregelen om het functioneren te verbeteren. Ten tijde van dit schrijven (mei 2018) is het BRP nog in ontwikkeling. Op voorhand, vanuit de concepttoetsingen vanuit de huidige situatie, worden geen grote investeringen ter verbetering va het functioneren verwacht. Verbeteringen van de situatie omtrent wateroverlast worden meer gezocht in de inrichting van het maaiveld en verbetering van het watersysteem, in overleg met Waternet. De afgelopen jaren heeft de gemeente ingezet op het terugdringen van de vuiluitworp door het afkoppelen van verhard oppervlak van de gemengde riolering, en daarvoor al met realisatie van de randvoorzieningen. De gemeente voldoet hiermee aan haar inspanningsverplichtingen en de afspraken met het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Met de actualisatie van het Basisrioleringsplan wordt de stand van zaken opgemaakt en wordt onderzocht of optimalisatie in het functioneren mogelijk is en verdergaande maatregelen doelmatig en effectief zijn. Hierbij wordt bekeken hoe de waterkwaliteitsdoelstellingen bereikt kunnen worden. Met de nadruk op doelmatigheid en kostenefficiëntie zal hieruit een optimaal pakket aan maatregelen worden voorgesteld die de eventuele knelpunten en aandachtspunten in het systeem kunnen oplossen. 6.2Samenvatting nulmeting In de volgende vier paragrafen is voor het overkoepelende kader en per zorgplicht ingezoomd op de kwaliteitsnorm, de hanteren meetmethode, de toetsing van de norm en de benodigde activiteiten of maatregelen voor de planperiode 2018-2022. In hoofdstuk 7 van dit Achtergrondendocument is vervolgens een overzicht van de activiteiten opgenomen, gekoppeld aan een budget en een planning. De volgende tabellen geeft een resumé. Het beeld dat uit deze toetsing ontstaat is de gemeente Uithoorn een goede stap heeft gezet richting de geambieerde invulling van de gemeentelijke watertaken. Waar in het GRP-5 op veel facetten het inzicht nog onvoldoende was, wordt in 2017 aan het merendeel van de maatstaven voldaan. De komende planperiode wordt de nodige aandacht gegeven aan de punten die nog niet voldoen en is de insteek dat het adequate niveau gehandhaafd blijft voor de overige items voor de gemeentelijke watertaken. 6.3Overkoepelende kaders 6.3.1Technische staat objecten De voorzieningen voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater verkeren in een goede technische staat Een rioolbuis zal na verloop van tijd slijten. Naast slijtage als gevolg van het dagelijks gebruik wordt de werking van de riolering ook beperkt door lekkende buisverbindingen, zettingen in de bodem of aantasting door in het riool aanwezige gassen. Zodra de stabiliteit, waterdichtheid of afstroming van het riool in gevaar is en hiermee de werking van het rioolstelsel wordt bedreigd moet ingegrepen worden. De gemeente inspecteert de riolen met camera's vanuit de leidingen. Vervolgens worden de toestandsaspecten bepaald met het Kwaliteitsmanifest voor de beoordeling van rioolinspecties (zoals vastgelegd in het Rioolbeheerplan 2014-2017). De ernst van de schades wordt volgens het Kwaliteitsmanifest geclassificeerd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen waarschuwingsmaatstaven en ingrijpmaatstaven. Het betreft grenstoestanden waarbij nadere onderzoeken respectievelijk ingrepen moeten worden uitgevoerd. Een ingrijp- of waarschuwingsmaatstaf betekent echter niet dat altijd direct maatregelen genomen moeten worden. Visuele inspectie alleen is onvoldoende om tot maatregelen te kunnen besluiten Kwaliteitsnorm Ingrijpmaatstaven voor stabiliteit, waterdichtheid of afstroming worden binnen twee maanden beoordeeld (maatregeltoets). Noodzakelijke maatregelen worden uiterlijk binnen 3 jaar uitgevoerd, in afstemming met de overige assets in de openbare ruimte. De beheerdata is op orde; de gemeente heeft een goed beeld van de omvang en de kwaliteit van het areaal. De gegevens van de objecten worden centraal binnen de gemeente vastgelegd en bijgehouden in het beheerpakket, voor het verkrijgen van inzicht. Meetmethode Inspecties Meldingen Toetsing en strategie Binnenkomende inspecties worden direct beoordeeld op ingrijp- en waarschuwingsmaatstaven conform het Kwaliteitsmanifest. Noodzakelijke maatregelen worden direct uitgevoerd of op korte termijn ingepland. Grotere en omvangrijke maatregelen komen op de meerjarenplanning, na afstemming met de overige werkzaamheden in de openbare ruimte (assetmanagement). In de jaarstukken 2016 zijn voor het GRP-5 onder meer de volgende effectindicator benoemd: “het % van het gehele gemeentelijke vrijverval rioleringsstelsel dat is gereinigd, geïnspecteerd en beoordeeld op de technische staat, met als streefwaarde 10%. De achterliggende jaren 2013 tot en met 2015 schommelt de inspectiepercentage rond een waarde van 13%. Voor 2016 is deze indicator echter 5,4%. In 2016 is het regenwaterstelsel van Meerwijk-Oost geïnspecteerd. Na aanbesteding van reiniging en inspectie is de uitvoering in het najaar van 2016 gestart. Het inspecteren van gemeentelijke hemelwaterafvoerleidingen is relatief duurder dan afvoerleidingen voor huishoudelijk afvalwater of een menging van regen- en afvalwater, waardoor er minder meters zijn gemaakt. Voor wat de kwalitatieve toestand van de riolen betreft is de overall-constatering dat het beeld van uit de camera-inspecties voldoende is. De oude gemengde en vuilwaterriolen zijn in beeld. Ingrijp- en waarschuwingsmaatstaven van schades voor stabiliteit, waterdichtheid en afstroming komen voor. Een belangrijke kanttekening is dat ingrijpmaatstaven niet direct betekenen dat er riool vervangen moet worden, de daadwerkelijke aanpak van de schade is altijd maatwerk en kan bijvoorbeeld een lokale en relatief kleine reparatie van een scheur betreffen. Constatering is dat de gemeente de kwaliteitstoestand van de riolen in beeld heeft; maatregelen zijn benoemd. Kleinere reparaties worden direct uitgevoerd, meer omvangrijk onderhoud en vervangingen komen op het Meerjareninvesteringsprogramma terecht. Belangrijke parameter in een zettingsgevoelig gebied als de gemeente Uithoorn is de ‘verloren berging’. Dit zijn locaties in de riolen die als gevolg van verzakkingen niet meer onder vrij-verval kunnen afstromen naar de riolering. Een separaat onderzoek naar de hoeveelheid verloren berging is niet uitgevoerd. Langsmetingen van de riolen zijn wel standaard bij rioolinspecties en worden bij oplevering beoordeeld; indien nodig worden maatregelen voorgesteld. Bij de buitendienst zijn locaties die gevoelig zijn voor vuilophoping wel bekend (zoals bijvoorbeeld de zinkers). Deze worden frequenter (tot 4x per jaar) gereinigd dan de overige delen van de riolen. Deze aanpak vindt in de regel cyclisch plaats, op basis van het historisch inzicht bij de buitendienst. De komende periode wordt de aanpak opgenomen in een Rioolbeheerplan en hiermee meer planmatig van aard. Bevindingen worden toegevoegd aan het beheersysteem voor meer inzicht en nadere analyses. Stappen zetten naar planmatig en gedifferentieerd rioolbeheer Rioolinspecties vormen een belangrijke bron van kennis over de kwaliteitstoestand van het vrijverval rioolstelsel. De eerste stap die de gemeente hierin reeds gezet heeft, is het inlopen van de achterstand en het ontsluiten van de gegevens via het beheersysteem. Van nagenoeg alle gemengde en DWA riolering is er inmiddels een inspectie aanwezig die niet ouder is dan 10 jaar. De focus wordt nu gelegd op het in beeld brengen van de kwaliteitstoestand van de HWA-riolen. Dit vraagt een intensivering van het inspectie en reinigingsregime. Om bij te blijven, de achterstand geheel in te lopen én alle HWA-riolen in beeld te krijgen dient gedurende de planperiode jaarlijks circa 15% van de riolen geïnspecteerd te worden. De volgende grafiek geeft het inspectievolume van de afgelopen jaren versus de streef- en wenswaarde weer. De volgende stap is het actualiseren van het Rioolbeheerplan om het planmatige beheer vast te leggen. Door vervolgens de ervaringen en constateringen uit de voorgaande inspectie- en reinigingsrondes mee te nemen en te evalueren (bepaalde riolen zijn bijvoorbeeld gevoeliger voor slibophoping dan andere) is het doelmatiger te differentiëren naar leidingfunctie, gebiedstype en jaar van aanleg. Hetzelfde principe geldt voor de inspectie en onderhoud van de gemalen en pompunits. Ook hiervoor wordt een plan opgesteld en is wellicht een efficiencyslag te maken. In de planperiode van het GRP 2018-2022 wordt hier vanuit DUO+ onderzoek naar gedaan en worden verkenningen uitgevoerd. De resultaten van deze inspecties worden verwerkt in het rioolbeheersysteem, waardoor de informatie bereikbaar en bewerkbaar is. In de planperiode stellen we het rioolbeheerplan op voor het gehele areaal (vrijvervalriolen, drukriolen, gemalen en pompunits en kolken). Het rioolbeheerplan bevat de beheervisie en een concretere planning van de maatregelen voor het onderhouden, inspecteren en vervangen van de riolering. Benodigde maatregelen gericht inspecteren van de HWA-riolen, vergroten inspectievolume opstellen Rioolbeheerplan en operationele jaarplannen 6.3.2Bedrijfszekerheid gemalen De bedrijfszekerheid van rioolgemalen voor stedelijk afvalwater is gewaarborgd. De kans op calamiteiten is hiermee beperkt. De rioolgemalen zijn een kritisch onderdeel binnen het rioleringsstelsel. Uitval van een rioolgemaal kan al snel leiden tot overlast en schade. Daarom is het noodzakelijk tijdig en adequaat te handelen in geval van de uitval van een gemaal. Om de overlast en schade door uitval van een rioolgemaal te beperken verdient het voorkeur de grotere rioolgemalen aan te sluiten op een telemetriesysteem. Mocht een pomp om wat voor reden dan ook uitvallen dan kan tijdig actie worden ondernomen. Om dezelfde reden verdient hetvoorkeur de gemalen te voorzien van een reservepomp. Kwaliteitsnorm De uitval van een individueel rioolgemaal is minder dan 5 keer per jaar. Reservepompen kunnen binnen 24 uur worden geplaatst. Storingen van hoofdrioolgemalen en pompunits in het afvalwatersysteem worden binnen één werkdag na signalering verholpen. Storingen van hoofdrioolgemalen in het hemel- en grondwatersysteem worden binnen één week na signalering verholpen. Alle hoofdrioolgemalen zijn voorzien van een dubbele pomp. Alle hoofdrioolgemalen zijn aangesloten op een telemetriesysteem. Meetmethode Meldingen Toetsing en strategie Het functioneren en de onderhoudstoestand van de gemalen, de persleidingen en de drukrioleringsunits, is sinds 2017 vastgelegd in het gemalenbeheersysteem SAM. Van hieruit zijn logboeken en storingslijsten beschikbaar. Het aantal storingen en meldingen is beperkt en vertoond de afgelopen jaren een dalende trend. Het onderhoud (preventief reinigen en correctief onderhoud, 2x per jaar) aan de rioolgemalen en drukrioleringsunits is middels een overeenkomst aanbesteed aan de firma Teeuwissen uit Huizen. In de afstemming van de strategie (meer differentiatie in plaats van een cyclische benadering) en prioritering van maatregelen is een slag te slaan,

ook de voorgaande paragraaf. Door de korte lijnen is de reactietijd kort (in de praktijk is dat tot maximaal 2 uur bij urgente storingen). Voor de levering van reservepompen is de gemeente afhankelijk van de voorraad bij de leverancier. Alle hoofdrioolgemalen zijn voorzien van een dubbele pompopstelling en welke zijn aangesloten op het telemetriesysteem. Benodigde maatregelen voortzetten huidige strategie (bijhouden logboek en storingslijsten). opstellen Rioolbeheerplan met aandacht voor meer differentiatie in plaats van de cyclische benadering De afvoer via de rioolgemalen is gewaarborgd. De kans op calamiteiten is hierdoor beperkt. De verwerking van afvalwater door de riolering is niet alleen afhankelijk van de kwaliteit van de rioolbuis, maar ook afhankelijk van andere items zoals het aan- en uitslaan van het gemaal.. Kwaliteitsnorm De in- en uitslagpeilen van gemalen zijn bij voorkeur gelijk of lager ingesteld dan de binnen onderkant van het aanvoerriool. De pendelberging is voldoende om de pomp maximaal 7x per uur te laten schakelen. Meetmethode Inspecties Meldingen Toetsing en strategie De inslagpeilen voor de rioolgemalen liggen onder de laagst binnenkomende buis. Een toetsing op de pendelberging is niet uitgevoerd. Uit het gemalen besturingssysteem kunnen grafieken worden gegenereerd van de draaiuren, stroom verbruik en schakelingen. De komende planperiode wordt dit onderzocht. Benodigde maatregelen eenmalig onderzoek naar de pendelberging van de gemalen. 6.3.3Nieuwe aanleg De voorzieningen zijn in staat de hoeveelheid te verwerken. De voorzieningen zijn in staat de hoeveelheid te verwerken. Het ontwerp en de aanleg van nieuwe riolering en bijhorende voorzieningen vindt plaats volgens de Technische Richtlijnen van de gemeente. Hiermee voldoet elk ontwerp aan de voorwaardenvan de gemeente en wordt het systeem naar behoren opgeleverd. Kwaliteitsnorm Het ontwerp en de aanleg van nieuwe voorzieningen vindt plaats volgens de Technische Richtlijnen van de gemeente Uithoorn. Nieuwe voorzieningen worden aangelegd conform de kleurstelling uit de Technische Richtlijnen van de gemeente Uithoorn. Meetmethode Handhaving Toetsing en strategie Anno 2017 heeft de gemeente niet de beschikking over een document met ‘Technische ontwerprichtlijnen’. Tot dusver worden rioolstelsel ontworpen volgens de ontwerpgrondslagen van de Leidraad Riolering. De behoefte is er wel vanuit Duo+, in samenhang met de andere assets in de openbare ruimte. De bedrijfsvoeringsorganisatie wil dan ook een Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) opstellen. Voor een juist ontwerp en toetsing van nieuw aan te leggen riolen en ontwateringmiddelen stelt de gemeente in de planperiode van het GRP 2018-2022 ‘Technische ontwerprichtlijnen’ op (voor alle drie de zorgplichten). Hierin wordt onder andere ingegaan op de gewenste capaciteit, de wijze van aansluiten en materiaalkeuzen. De Technische ontwerprichtlijnen worden zo opgesteld dat klimaatbestendige en waterrobuuste systemen worden gerealiseerd en er ruimte is voor nieuwe sanitatie. Implementatie van het klimaatadaptief ontwerpen van de totale openbare ruimte is een belangrijk item voor de komende jaren. Tevens wordt in de afweging van lozingspunten van hemelwater stilgestaan bij het effect op de waterkwaliteit. De gemeente maakt de komende jaren met het waterschap afspraken over eventuele maatregelen en zet een waterbergingsbalans op. Een uitwisseling van gerealiseerde waterberging tussen projecten wordt hiermee mogelijk, zodat de meest doelmatige maatregelen genomen worden en eventueel afkoop van watercompensatie door een ontwikkelaar ook mogelijk wordt. De gemeente Uithoorn heeft de richtlijnen voor de grondwaterstanden bij nieuwe aanleg benoemd. Verwezen wordt naar hoofdstuk 8 voor meer details. Deze richtlijnen worden overgenomen in de op te stellen Technische Richtlijnen. Er mogen geen foutieve aansluitingen ontstaan. Wanneer er concrete vermoedens zijn op basis van concrete klachten of zichtbare verontreinigingen wordt de oorzaak opgezocht en opgelost. Particulieren worden zo nodig gesommeerd om foutieve aansluitingen te herstellen Benodigde maatregelen: opstellen en implementatie van het technisch normenkader in de organisatie implementatie van het ‘anders omgaan met afvalwater’ in de organisatie implementatie van het klimaatadaptief denken en handelen in de organisatie opzetten van een waterbergingsbalans 6.4Zorgplicht stedelijk afvalwater 6.4.1Aansluitingen en wijze van inzameling Het afvalwater wordt ingezameld en gezuiverd. Dit afvalwater kan dus niet ongezuiverd in sloten of bodem lopen. Er zijn daarom geen stankklachten en/of verontreinigingen van sloten en bodem door het riool. Vanuit de Wet milieubeheer heeft de gemeente een zorgplicht voor inzameling en transport van al het huishoudelijk afvalwater dat binnen het grondgebied van de gemeente vrijkomt. Hiertoe worden de percelen veelal aangesloten op de riolering. In plaats van riolering kan ook gebruik gemaakt worden van lokale systemen voor individuele behandeling van afvalwater (IBA- systemen). Kwaliteitsnorm Percelen waar huishoudelijk en bedrijfsafvalwater vrijkomt en die zijn voorzien van een water- en elektra-aansluiting, zijn aangesloten op de riolering of op een lokale zuiveringsvoorziening (IBA). Innovatieve oplossingen (‘afvalwater als energiebron en grondstof’) zijn verkend. Alle percelen binnen de stedelijke bebouwing zijn aangesloten op de riolering. Wanneer stankoverlast in openbaar gebied wordt geconstateerd, wordt binnen één week actie ondernomen. Meetmethode Waarnemingen Toetsing en strategie De gemeente mag zelf kiezen met welke voorzieningen ze haar zorgplicht invult, zowel voor de bebouwde kom als voor het buitengebied. In plaats van een openbaar vuilwaterriool, zijn andere systemen toegestaan, mits een zelfde graad van milieubescherming wordt bereikt. Alle percelen, zowel binnen als buiten de bebouwde kom, zijn voorzien van een aansluiting op de riolering. IBA-systemen heeft de gemeente Uithoorn niet gerealiseerd. In het buitengebied resteren er geen lozingsobjecten waarvan het onbekend is of en hoe ze afvalwater lozen. Het aansluitpercentage van percelen op de riolering is nu gesteld op 100%. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (nieuwbouw) binnen de stedelijke bebouwing legt de gemeente altijd riolering aan. In het buitengebied neemt de gemeente alleen de zorg voor verwijdering van huishoudelijk afvalwater op zich wanneer zij de aanleg van riolering doelmatig acht. Voor het resterende deel kan de gemeente ontheffing van deze zorgplicht bij de provincie krijgen. Na het verlenen van ontheffing is de lozer is dan op grond van het ‘Besluit lozen afvalwater huishoudens’ (Blah) zelf verantwoordelijk voor zijn eigen lozing en dient daarom zelf het initiatief te nemen tot het plaatsen van een zuiveringstechnische voorziening. De lozer dient zijn lozing te melden bij het waterschap; deze zal vervolgens bepalen aan welke randvoorwaarden de zuiveringstechnische voorziening moet voldoen. Bij een besluit tot niet aansluiten door de gemeente informeert de gemeente het waterschap bijtijds. Bij de komende in- en uitbreidingen zijn de mogelijkheden voor nieuwe sanitatie (het kunnen bijdragen aan een duurzame inzet van middelen en (toekomstige) kostenbesparingen) verkend. Het aantal storingen en meldingen met betrekking tot stankoverlast is beperkt en laten een dalende trend

n. Na melding gaat de toezichthouder of aannemer op locatie kijken naar de oorzaak. Wanneer de oorzaak op particulier terrein ligt, doet de gemeente niets en dient de particulier zelf contact op te nemen met een aannemer. Wanneer de klacht voortkomt uit een gebrek van het gemeentelijk hoofdriool laat de gemeente dit oplossen. Benodigde maatregelen: voortzetten huidige strategie structureel aandacht in de waterparagrafen voor nieuwe sanitatie Op de voorzieningen zitten geen (foutieve) aansluitingen die de inzameling (en zuivering) van afvalwater belemmeren. Naast afvalwater en regenwater wordt ook ander water met de riolering afgevoerd naar de RWZI’s. Dit water wordt veelal rioolvreemd water genoemd. Belangrijke bronnen van rioolvreemd water zijn: drainages, bodemsaneringen, negatieve overstorten (oppervlaktewater), koelwater, bronneringen bij bouwwerkzaamheden, lekkende riolen. Aangezien het rioolvreemde water meestal schoon water is, is de afvoer naar een RWZI ongewenst. Voorkomen moet worden dat drainage of hemelwater afvoert via gescheiden vuilwaterriolen. Eveneens moet voorkomen worden dat oppervlaktewater via overstorten in kan stromen in het riool (de zogeheten negatieve overstorten). Hiervoor is het noodzakelijk de overstorten met een geringe waking te voorzien van terugslagkleppen. Om te voorkomen dat stoffen het riool in komen die verstoppingen veroorzaken, de riolering aantasten of de zuivering verstoren zijn er in het ‘Besluit lozing afvalwater huishoudens’ (Blah), het Activiteitenbesluit, het Bouwbesluit en de omgevingsvergunning voorschriften opgenomen. De gemeente heeft hierin een handhavende rol. Het voorkómen van nadelige gevolgen, die bedrijven of instellingen kunnen veroorzaken aan de gemeentelijke riolering, is een gemeentelijke taak. Kwaliteitsnorm Er zijn geen foutieve aansluitingen op de vuilwater riolering of de drukriolering; daar waar deze zijn geconstateerd wordt gehandhaafd. Er kan in normale situaties geen oppervlaktewater of grondwater via overstorten en nooduitlaten in gemengde of vuilwater riolering intreden. De lozingen van afvalwater en de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de riolering voldoen aan de voorschriften van het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah), het Activiteitenbesluit, het Bouwbesluit en de omgevingsvergunning; daar waar overtredingen bekend zijn wordt gehandhaafd. Meetmethode Waarnemingen Handhaving en toezicht Toetsing en strategie Het inzicht in foutieve aansluitingen is niet aanwezig. Nader onderzoek is de afgelopen planperiode achterwege gebleven, omdat dit geen prioritering heeft verkregen vanuit het meldingenbeeld bij de gemeente. Wel is er sporadisch en lokaal onderzoek uitgevoerd naar aanleiding van storingen van pompunits in het buitengebied. De strategie wordt voorgezet; pas bij gerichte vermoedens van foutieve aansluitingen, wordt verder onderzoek uitgevoerd naar de aard en omvang hiervan. Wanneer er concrete vermoedens zijn op basis van concrete klachten of zichtbare verontreinigingen wordt de oorzaak opgezocht en opgelost. Particulieren worden zo nodig gesommeerd om foutieve aansluitingen te herstellen. Er is geen paraat inzicht in de verhouding tussen de buitenwaterstanden, de peilen van de overstortdrempels en de aan/ of afwezigheid van overstortdrempels. In het volgende Basisrioleringsplan wordt deze toetsing uitgevoerd. De gemeente is, vanuit de hydraulisch beperkende werking en de kans op vervuiling, geen voorstander van het aanbrengen van terugslagkleppen. In de gemeente is een aantal inrichtingen aanwezig, waarop toezicht moet worden uitgeoefend in het kader van de Wet milieubeheer. De regelgeving omtrent lozingen is de laatste jaren gewijzigd en overgegaan in diverse besluiten en de omgevingsvergunning. Een actuele lijst van de alle bedrijven die vanuit het verleden een lozingsvergunning in het kader van de Wvo voor het lozen op oppervlaktewater, dan wel of zij een kennisgeving hebben gedaan voor het lozen van afvalwater op riolering, is niet voorhanden. De handhaving moet worden uitgevoerd door de afdeling Vergunningen en Handhaving. De komende jaren wordt het handhaven op aspecten in relatie tot de gemeentelijke watertaken hoger op de agenda gezet. De meerwaarde van samenwerking en afstemming tussen de handhavers van de gemeente, het waterschap en de provincie wordt de komende planperiode onderzocht. Benodigde maatregelen: bij gerichte vermoedens van foutieve aansluitingen situatie nader onderzoeken prioritering van handhaving lozingen op de gemeentelijke riolering onderzoeken meerwaarde samenwerking handhavende overheidsdiensten Inzameling van bronneringswater Het komt voor dat bronneringswater op het gemeentelijk riool geloosd moet worden. Veelal betreft dit een tijdelijke situatie tijdens graaf- of bouwwerkzaamheden. Kwaliteitsnorm Aanvragen voor lozingen van bronneringswater op de gemengde riolen zijn beoordeeld op duur en hoeveelheid. Advisering is maatwerk, afhankelijk van het ontvangende stelsel. Meetmethode Waarnemingen Handhaving en toezicht Toetsing en strategie Zoals gesteld advisering hierin maatwerk en locatiespecifiek. Voorwaarde voor een goede afweging is dat de gemeente inzicht heeft in het functionerende van de ontvangende stelsel. Deze kennis is aanwezig bij het huidige personeel en wordt geactualiseerd met het opstellen van het Basisrioleringsplan. Benodigde maatregelen: Actualiseren inzicht in het functioneren van de huidige systemen. 6.4.2Verwerking Stedelijk afvalwater kan ongehinderd en binnen voldoende tijd afstromen, aanrotting van afvalwater wordt hiermee voorkomen. Aantasting van het riool komt niet voor en er zijn geen risico's op beschadigde riolen. Rioolstelsels raken naar verloop van tijd vervuild. Door deze vervuiling zal het transport van het afvalwater gehinderd worden en neemt de kans op rioolverstoppingen toe. Regelmatig de werking controleren evenals het uitvoeren van preventieve rioolreinigingswerkzaamheden voorkomt nare gevolgen. De frequentie waarmee dat dient te geschieden is afhankelijk van het rioolsysteem en van het 'zelfreinigende vermogen' van het stelsel. Afvalwater is een uitermate geschikte voedingsbodem voor de groei van bacteriën. Door groei van bacteriën daalt het zuurstofgehalte. Door het dalen van het zuurstofgehalte ontstaat H2S-gas. Het gevaar van H2S-gas is ernstige aantasting van de put en het leidingwerk enerzijds, terwijl anderzijds het gas stankoverlast veroorzaakt voor omwonenden en het een direct gevaar voor de gezondheid kan zijn. De groei van de bacteriën hangt af van de verblijftijd van het afvalwater. Kwaliteitsnorm De maximale vervuilingsgraad in de VWA en gemengde riolen bedraagt gemiddeld 30%, op stelselniveau. De verblijftijd van het afvalwater in de vrijverval riolen is maximaal 24 uur. De maximale vullingsgraad bedraagt bij droogweer maximaal 50% (12 l/h per inwoner + bedrijfslozingen) Persleidingen moeten bij voorkeur in of zo dicht mogelijk bij ontvangende gemalen uitmonden. Alle putten zijn voorzien van een stroomprofiel. Bij klachten van burgers over afstroming wordt uiterlijk binnen twee dagen actie ondernomen. Meetmethode Waarnemingen Hydraulische berekeningen Toetsing en strategie De achterstand is ingelopen. Het gemengde stelsel en de droogweerafvoer worden gemiddeld eens per 10 jaar gereinigd. Het totale stortgewicht tijdens het laatste rioolreinigings- en inspectieprogramma 2016 is 39.000 kg. De vervullingsgraad is daarmee minder dan de 20% van de buishoogte. Dit bevestigt het beeld uit 2011; destijds is het vullinggraad al bepaald op minder dan 20% van de buishoogte. De ledigingstijd van de gemengde en verbeterd gescheiden rioolstelsels zijn bij het opstellen van bet BRP 2018 bepaald in de kenmerkenbladen. In theorie schiet in dit opzicht de gemaalcapaciteit van een aantal gebieden te kort, waardoor de ledigingstijd langer is dan de norm. Een aantal stelsels interne koppelingen waardoor de exacte ledigingtijd lastig is te bepalen. In de praktijk worden geen problemen ervaren; maatregelen zijn in het BRP niet voorgesteld. Persleidingen monden op een logische plaats uit, vanuit geografische overwegingen. Klachten of aantasting van riolen als gevolg van specifieke injectiepunten zijn niet aanwezig. Alle putten zijn voorzien van een stroomprofiel. Meldingen en klachten worden door de korte lijnen in de gemeente snel en effectief afgehandeld. Bij klachten over afstroming wordt binnen 48 uur actie ondernomen. Afstroming in het zettingsgevoelige gebied is immers een belangrijk issue. Een beter inzicht in de aard en omvang van de klachten en de vastlegging hiervan kan leiden tot doelgerichtere preventie en communicatie. Benodigde maatregelen: Optimalisatie klachten- en meldingenregistratie 6.4.3Vuiluitworp Bij hoosbuien wordt het rioolwater afdoende opgevangen in de riolen (en eventuele bergingsvoorzieningen). De vuiluitworp via de overstorten in sloten en vijvers is beperkt. Slechts af en toe is er sprake van stank en vervuiling. De vuiluitworp via de overstorten in sloten en vijvers leidt niet tot risico's voor mens en omgeving. Tijdens heftige buien kan niet al het hemelwater worden geborgen in de riolen en worden afgevoerd door het gemalen. Een deel van het rioolwater zal, via overstorten, worden geloosd op het oppervlaktewater. Het overstortende water is echter regenwater vermengd met stedelijk afvalwater en is niet schoon. De vuilvracht is te verminderen door het verminderen van de belasting op het gemengde riool door het regenwater af te koppelen. Anderzijds is een reductie mogelijk door de aanleg van bergbezinkvoorzieningen achter de gemengde overstorten. Kwaliteitsnorm De vuiluitworp uit gemengde rioolstelsels en de verbeterd gescheiden stelsels mag de doelstellingen voor het oppervlaktewater, zoals bepaald in overleg met de waterkwaliteitsbeheerder, niet in gevaar brengen. Overstorten van gemengde stelsels zijn voorzien van meetregistratie. Meetmethode Hydraulische berekeningen Toetsing De afgelopen jaren heeft de gemeente ingezet op het terugdringen van de vuiluitworp door het afkoppelen van verhard oppervlak van de gemengde riolering, en daarvoor al met de realisatie van de randvoorzieningen. De bedoeling is dat met deze investeringen in het rioolstelsel de vuiluitworp van rioolstelsels via riooloverstorten wordt verminderd. De gemeente voldoet hiermee aan haar inspanningsverplichtingen en de afspraken met het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Met de actualisatie van het Basisrioleringsplan wordt de stand van zaken opgemaakt en wordt onderzocht of optimalisatie in het functioneren mogelijk is en verdergaande maatregelen doelmatig en effectief zijn. Hierbij wordt bekeken hoe de waterkwaliteitsdoelstellingen bereikt kunnen worden. Met de nadruk op doelmatigheid en kostenefficiëntie zal hieruit een optimaal pakket aan maatregelen worden voorgesteld die de eventuele knelpunten en aandachtspunten in het systeem kunnen oplossen. Van alle gemengde overstorten worden de waterstanden bemeten. Een analyse van de metingen is uitgevoerd bij het opstellen van het Basisrioleringsplan, ter eerste validatie van de modellen en het meetnet. Hierbij is een aantal gebreken in de meetreeksen geconstateerd. Tevens wordt dan de nut en noodzaak van het voortzetten van de meetregistratie beoordeeld. Voor de zuiveringskring Uithoorn is er een OAS uitgevoerd. Een directe onderzoek naar de koppeling tussen de maatregelen aan en het beheer van de gemeentelijke voorzieningen met de voorzieningen van Waternet heeft niet plaatsgevonden, bij het achterwege blijven van de actualisatie van de actualisatie van het BRP. Wel zijn in periodiek overleg tussen gemeente en Waternet de optimalisatiekansen besproken en afgestemd. Hierin kijkt de gemeente samen met het waterschap AGV naar de relatie tussen het rioolstelsel, de rioolwaterzuivering en het oppervlaktewatersysteem. Hierbij wordt bekeken hoe de waterkwaliteitsdoelstellingen bereikt kunnen worden. Met de nadruk op doelmatigheid en kostenefficiëntie zal hieruit een optimaal pakket aan maatregelen worden voorgesteld die de eventuele knelpunten en aandachtspunten in het systeem kunnen oplossen. Benodigde maatregelen: voorzetten en uitbreiden huidige meetregistratie en implementatie van de gegevens en informatie onderzoek naar de doelmatigheid van de meetregistratie onderzoek naar het Optimaliseren van het Afvalwatersysteem (OAS) in relatie met het oppervlaktewatersysteem. De gemeente laat het initiatief hiertoe bij Waternet. 6.5Zorgplicht hemelwater 6.5.1Aansluitingen en wijze van inzameling Inzameling Met de invoering van de Wet gemeentelijke watertaken zijn particulieren in eerste instantie zelf verantwoordelijk geworden voor het omgaan met vrijkomend water op hun eigen perceel. Wanneer de particulier redelijkerwijs niet in staat is dit hemelwater op eigen terrein te verwerken dan heeft de gemeente de zorg voor een doelmatige inzameling en verwerking van het afvloeiend hemelwater. Kwaliteitsnorm In bestaand stedelijk gebied wordt de particulier niet verplicht het hemelwater op eigen terrein te verwerken. Bij nieuwbouw en renovatie wordt waar mogelijk, en in samenspraak met de waterbeheerder, van de particulier geëist het hemelwater op eigen terrein te verwerken, in het geval het perceel direct grenst aan oppervlaktewater. Meetmethode handhaving Toetsing De principes voor het verwerken van hemelwater op particulier terrein zijn bekend. Nadere uitwerking zal de plaatsvinden in de Technische Richtlijnen (

§6.3.3.), zoals die de komende jaren worden opgesteld.

Hiernaast wordt een Taakopvatting Hemelwater en/of Hemelwaterverordening opgesteld, waarin de verplichtingen en kaders voor de gemeente, de perceelseigenaren en ontwikkelaars eenduidig zijn omgeschreven. De komende planperiode krijgt deze taakopvatting zijn beslag. Benodigde maatregelen opstellen Taakopvatting Hemelwater (en/of Hemelwaterverordening) Op de voorzieningen zitten geen (foutieve) aansluitingen die de inzameling (en zuivering) van afvalwater belemmeren. Ondanks de vele voordelen heeft afkoppelen van verhard oppervlak ook nadelen. Het grootste nadeel is de gevoeligheid voor eventuele verontreiniging van de bodem of oppervlaktewater door incorrect ontwerp, aanleg of beheer van het hemelwatersysteem. Voorkomen moet worden dat als gevolg van verkeerde aansluitingen tussen het afval- en hemelwater riool vuilwater afvoert via hemelwaterriolen. Wanneer er concrete vermoedens zijn op basis van klachten of zichtbare verontreinigingen wordt de oorzaak opgezocht en opgelost. Om lokale verontreiniging van bodem en oppervlaktewater te voorkomen is het wenselijk verontreiniging van afgekoppelde oppervlakken zoveel mogelijk te voorkomen. Dit betekent dat kritisch nagedacht moet worden over het voorkómen van de volgende aspecten: verkeerde aansluitingen tussen het afval- en hemelwater, verontreinigende bronnen als uitlogende materialen, verkeer, zwerfvuil etc., gebruik van verontreinigende stoffen zoals strooizout, bestrijdingsmiddelen en illegale lozingen zoals motorolie, stucmateriaal, verfresten en frituurvet, calamiteiten zoals brand en verkeersongelukken. Kwaliteitsnorm Er zijn geen foutieve aansluitingen op de hemelwaterriolering; daar waar deze zijn geconstateerd wordt gehandhaafd. Verharde oppervlakken met grote risico's op vervuiling lozen via het vuilwaterstelsel naar de RWZI of op het oppervlaktewater via een zuiverende voorziening. Door gebruik te maken van duurzame, milieuvriendelijke en niet uitlogende materialen worden risico's op vervuiling van afgekoppelde oppervlakken voorkomen. De onkruidbestrijding vindt plaats volgens de wettelijke voorschriften. Meetmethode Waarnemingen Handhaving en toezicht Toetsing en strategie Er zijn geen vuilwateraansluitingen op de hemelwaterriolen. Wanneer er wel concrete vermoedens zijn op basis van concrete klachten of zichtbare verontreinigingen wordt de oorzaak opgezocht en opgelost. De komende planperiode wil de gemeente, in samenwerking met het waterschap, een pilot opzetten om een beeld te krijgen van de omvang en aard van foutieve vuilwateraansluitingen op regenwaterstelsels en de prioritering te bepalen. Particulieren worden zo nodig gesommeerd om foutieve aansluitingen te herstellen. De handhaving moet worden uitgevoerd door de afdeling Vergunningen en Handhaving. De komende jaren wordt het handhaven op aspecten in relatie tot de gemeentelijke watertaken hoger op de agenda gezet. Uitgangspunt is dat hemelwater in principe schoon genoeg is om direct op oppervlaktewater te lozen. Verdachte oppervlakken in de gemeente voeren af op een gemengd of verbeterd gescheiden stelsel. De gemeente is voornemens de huidige VGS-stelsels om te bouwen naar gescheiden stelsels. De motivatie hiervoor is hieronder aangegeven: In de praktijk gaat er veel meer regenwater naar de rioolwaterzuivering dan er theoretisch is berekend. Dit regenwater is in principe schoon; De extra belasting op de zuivering is ook een extra belasting op de ontvangende gemengde stelsels vóór de zuivering. Ombouw leidt tot lagere overstortvolumes en emissies van die gemengde stelsels; Een hoger zuiveringsrendement op de RWZI, doordat het huishoudelijke en bedrijfsmatige afvalwater minder wordt verdund met regenwater en de toegevoerde afvalwaterstroom constanter van aard is (zowel qua debiet als samenstelling). Het niet verpompen van regenwater geeft dat er minder energie wordt verbruikt door de gemalen; De beoogde locaties (kleinschalige woningbouw) wijken niet af van de locaties waar nu, bij nieuwbouw, volledig gescheiden stelsels worden aangelegd. In het BRP wordt getoetst op welke wijze de ombouw het meest optimaal plaats kan vinden. Voorafgaand aan de ombouw wordt in het HWA-stelsel gekeken of er aanwijzingen zijn voor foutaansluitingen. De gemeente vervult een actieve rol bij het terugdringen van emissies door diffuse bronnen, in zowel nieuwbouwlocaties als bestaande bebouwing, door toepassing van het Bouwbesluit. De gemeente stelt geen aanvullende voorwaarden. Belangrijk aandachtpunt bij de ombouw van de rioolstelsels is de be- en ontluchting van de riolen en de huisaansluitingen. Particulieren worden hierover voorgelicht bij projecten en via de algemene kanalen. Onkruid- en gladbestrijding vindt op een reguliere wijze plaats, volgens de landelijke gebruikelijke werkwijze. Aandacht voor verontreiniging van het oppervlaktewater is hierbij niet specifiek benoemd. De komende periode wordt dit meer expliciet gemaakt. Benodigde maatregelen bij gerichte vermoedens van foutieve aansluitingen situatie nader onderzoeken uitvoeren pilotonderzoek foutieve aansluitingen, gezamenlijk met Waternet ombouwen van verbeterd gescheiden stelsels naar gescheiden stelsels prioritering van handhaving lozingen op de gemeentelijke riolering expliciet maken onkruid- en gladbestrijding versus verontreiniging oppervlaktewater Er wordt geprobeerd zoveel mogelijk schoon hemelwater te scheiden van het stedelijk afvalwater, voor zover dit doelmatig is. Bij zware buien kunnen de gemengde riolen overlopen. Dan komt er behalve regenwater ook vies afvalwater in vijvers of sloten terecht. Dat kan tot milieuvervuiling leiden. Om de kans hierop te verminderen is het gewenst het hemelwater wat van schone verharde oppervlakken afstroomt niet te vermengen met het vuile afvalwater. Kwaliteitsnorm Bestaand gebied: afkoppelen van verhard oppervlak indien technisch uitvoerbaar, toelaatbaar voor het milieu en kosteneffectief. Nieuwbouw: het gescheiden aanbieden van afval- en hemelwater in woningen, bedrijven en overige gebouwen is verplicht. De gemeente stimuleert particulieren verhard oppervlak van het gemengde stelsel af te koppelen (duurzaam, doelmatig en correct) en, waar mogelijk en zinvol, regenwater (voor een deel) op eigen terrein te verwerken. Meetmethode Waarneming handhaving Toetsing en strategie Voor het afkoppelen in de gemeente Uithoorn komen alleen grote, relatief schone oppervlakken en wegen in de openbare buitenruimte in aanmerking. Per project worden de mogelijkheden voor het doelmatig afkoppelen van verhard oppervlak onderzocht. Ook in de afgelopen jaren is verhard oppervlak is afgekoppeld. Het gaat in totaal om zo’n 2,5 ha. Er is alleen afgekoppeld daar waar werk-met-werk kon worden gemaakt en de kosteneffectiviteit hoog was. In het Basisrioleringsplan 2018 wordt de doelmatigheid van het (locatiespecifiek) afkoppelen van verhard oppervlak verkend. Ten tijde van het schrijven van onderhavig GRP (mei 2018) zijn er echter nog geen resultaten voorhanden, waardoor geen specifieke afkoppellocaties zijn benoemd. De afgelopen jaren is er vanuit de gemeente niet actief particulieren gecommuniceerd of gestimuleerd om verhard oppervlak af te koppelen. Hetzelfde is van toepassing voor de informerende rol van de gemeente. Hier liggen kansen om het rioolsysteem de verduurzamen, klimaatbestendig en waterrobuust te maken. De komende planperiode wordt de rol verder ingevuld, gekoppeld aan de Taakopvatting Hemelwater. De gemeente neemt hierin een voorbeeldfunctie. Benodigde maatregelen: communicatie richting de burgers vormgeven informerende rol gemeente en relatie tot Taakopvatting Hemelwater 6.5.2Verwerking en afvoercapaciteit De bebouwing, wegen en openbare ruimte zijn zo ingericht dat het water bij regenbuien redelijk goed kan afvoeren naar de straatkolken en/of riolering. Hinderlijke plassen op straat komen beperkt voor. De afstroming dient gewaarborgd te zijn. Het hemelwater wat op weg- en terreinverhardingen valt zal uiteindelijk via de straat- en trottoirkolken afstromen naar het riool. De kolken zijn in de regel voorzien van een zandvang. Dit is een verdiept gedeelte waar zand en andere bezinkende delen (o.a. bladeren en zwerfvuil) achterblijven. Zo wordt voorkomen dat het riool vervuild raakt. Om stedelijk afvalwater goed af te kunnen voeren, dient de afstroming ervan in de riolering niet te worden beperkt. De rioleringsobjecten moeten daarvoor niet alleen in een goede technische staat verkeren, maar ook op een juiste wijze zijn vormgegeven en aangelegd. Naast inspectiegegevens over de technische staat geven ook klachten van burgers aanwijzingen over de kwaliteit van afstroming in de riolering. Kwaliteitsnorm Straatkolken worden jaarlijks gereinigd. Plasvorming mag bij maximaal 5% van de kolken voorkomen. Incidenteel verstopte straatkolken zijn binnen een week verholpen. Alle putten zijn voorzien van een stroomprofiel. Bij klachten van burgers over afstroming wordt uiterlijk binnen twee dagen actie ondernomen. Meetmethode Waarnemingen Meldingen Toetsing en strategie Kolken worden minimaal eenmaal per jaar gereinigd. De doorgaande wegen worden regelmatig (circa 8x per jaar) geveegd. Door het structureel reinigen van riolen, kolken en wegen, zorgt de gemeente er voor dat de afstroming naar de riolen en in de riolen gewaarborgd wordt. Incidenten worden ad hoc, maar binnen enkele dagen verholpen. Alle putten zijn voorzien van een stroomprofiel. Meldingen en klachten worden door de korte lijnen en de relatief kleine omvang van de gemeente snel en effectief afgehandeld. Bij klachten wordt doorgaans binnen twee werkdagen actie ondernomen. Een beter inzicht in de aard en omvang van de klachten en de vastlegging hiervan kan leiden tot doelgerichtere preventie en communicatie. Bij Waternet komen ook meldingen binnen inzake (grond)wateroverlast; deze zijn op aanvraag beschikbaar. Het opvragen en analyseren hiervan moet een plek krijgen in de analyse van meldingen bij de gemeente. Benodigde maatregelen voorzetten huidige strategie kolkenreinigen en straatvegen optimalisatie klachten- en meldingenregistratie Bij normale regenval wordt het rioolwater afdoende opgevangen in de riolen (en eventuele bergings-voorzieningen), zonder dat dit leidt tot hinder. Bij extreme situatie mogen 'water op straat' situaties ontstaan. Als het heel hard regent, lopen de rioolbuizen vol en draaien de gemalen op volle kracht. Waar nodig lopen de riolen over via de overstorten. Soms blijft er water op straat staan. Bijvoorbeeld als het een korte tijd héél hard regent. De weg vangt dan het extra water tijdelijk op. Daarvoor zijn de wegen in principe ook ontworpen. Zo voorkomen ze dat het water de huizen in loopt. Of dat belangrijke wegen onderlopen en niet meer bruikbaar zijn. Dankzij de overstorten is het water gewoonlijk binnen een uur weer weg. Om overlast en/of schade te voorkomen dient de afvoercapaciteit van het rioolstelsel op orde te zijn. Door de klimaatverandering zullen zeer zware buien vaker en heftiger optreden. Het traditionele rioolstelsel kan deze grote hoeveelheden neerslag niet meteen op alle plaatsen verwerken. Daarvoor is het oorspronkelijk ook niet ontworpen. Bij grote hoosbuien zal daardoor vaker water op straat blijven staan. Water op straat is hinderlijk maar pas een echt probleem als water gebouwen in stroomt, doorgaande wegen geblokkeerd raken of water uit het riool stroomt. Het bovengronds bergen en afvoeren van hemelwater is soms onvermijdelijk om overlast te voorkomen. Klimaatadaptief handelen door bewust om te gaan met water op straat of water in de openbare ruimte is dus ook een oplossing mits in goede banen geleid. In het hoofddocument wordt bij ‘water op straat’ onderscheid gemaakt in 3 verschillende gradaties (hinder, ernstige hinder en overlast). De kwaliteitsnormen zijn hier aan gekoppeld. Kwaliteitsnorm De afvoercapaciteit van de riolering is voldoende om een korte en heftige bui die 1 keer per 2 jaar valt te verwerken (een theoretische bui van 20 mm in één uur), zonder dat er ‘hinder’ (

hoofddocument) op treedt. Bij buitengewone omstandigheden vind waterberging plaats buiten de riolering op daarvoor ingerichte locaties zoals watergangen en groenvoorzieningen. De openbare ruimte is zodanig ingericht dat bij buitengewone omstandigheden (eens per 100 jaar) geen ‘overlast’ (

hoofddocument) ontstaat. Meetmethode Hydraulische berekeningen Toetsing Hydraulisch gezien voldeden de rioolstelsels vanuit het BRP 2004 aan de destijds gestelde maatstaf van het kunnen verwerken van een bui van 20mm in één uur (kan van optreden 1x eens per 2 jaar). Hydraulisch gezien voldeden de rioolstelsels vanuit die toetsing niet volledig aan de maatstaf van 1x per 2 jaar water-op-straat. Enkele maatregelen ter verbetering van de afvoercapaciteit zijn voorgesteld en doorgevoerd. Met dit GRP zijn de maatstaven herijkt; parallel aan de totstandkoming van dit GRP-6 is het Basisrioleringsplan geactualiseerd. Hiervoor zijn de meeste van de vrijverval stelsels getoetst aan de gewijzigde kwaliteitsnormen. De recent aangelegde gescheiden rioleringssystemen zijn hierin buiten beschouwing gebleven. Het doel van het BRP is het verkrijgen van inzicht in: de inzameling en transport van het afvalwater (toetsing gemaalcapaciteiten) het hydraulisch functioneren (afvoercapaciteit riolen en oppervlaktewater, water-op- straat, afvoer en verwerking bovengronds) de vuilemissie vanuit de rioolstelsels naar het oppervlaktewater de benodigde maatregelen om het functioneren te verbeteren. Verbeteringen van de situatie omtrent wateroverlast worden meer gezocht in de inrichting van het maaiveld en verbetering van het watersysteem, in overleg met Waternet. Ten tijde van het schrijven van onderhavig GRp (mei 2018) zijn er nog geen toetsingsresultaten beschikbaar Concrete verbeteringsmaatregelen zijn nog niet voorhanden. Door de klimaatverandering neemt de kans op piekbuien (heftige neerslag in een korte tijd) en de neerslagintensiteit ervan toe. Een verkenning inzake de gevoeligheid voor wateroverlast binnen de gemeente vanuit de BOWA is eind 2017 uitgevoerd, de resultaten zijn benaderbaar op www.agv.klimaatatlas.nl. Naar verwachting kan dit gezien worden als de invulling van de klimaatstresstest vanuit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Voor het opstellen van daadwerkelijke maatregelen op straatniveau, om de buitenruimte klimaatbestendig en waterrobuust te maken, is de verkenning te globaal. De komende periode wordt het detailinzicht met de eventuele maatregelen verkregen in het traject van het Basisrioleringsplan 2018. Benodigde maatregelen: verdere uitwerking van de verbetervoorstellen vanuit het BasisRioleringsPlan in de planperiode bij projecten onderzoek naar de mogelijkheden voor verwerking van overtollig hemelwater met aandacht voor de klimaatbestendigheid 6.6Zorgplicht grondwater 6.6.1Aansluitingen en wijze van inzameling De gemeente wil een duidelijk aanspreekpunt zijn voor burgers en bedrijven betreffende grondwaterproblematiek en vragen over het grondwater. Grondwater is een natuurlijk verschijnsel. In het stedelijk gebied komen situaties voor waarbij de aan de grond gegeven bestemming en de aanwezigheid van grondwater elkaar hinderen. Door de ligging in een polder en de bodemdaling is het in de gemeente Uithoorn niet ongebruikelijk dat er zich in een kruipruimtes structureel grondwater bevindt. Water in de kruipruimte is niet per definitie overlast. Water mag aanwezig zijn als dit geen gevolgen voor het woongenot of de bouwtechnische staat. De gemeente heeft de regierol bij grondwaterproblemen en geeft in dit GRP aan wat de burgers de komende jaren van de gemeente mogen verwachten. De gevolgen van overtollig grondwater of een lage grondwaterstand vallen onder de verantwoordelijkheid van de grondeigenaar. Pas als de particulier niet met redelijke inspanning hieraan kan voldoen ligt er een taak voor de gemeente. De gemeente wil waar mogelijk meewerken aan oplossingen (onderzoekend en regisserend). Ook wil de gemeente een duidelijk aanspreekpunt zijn voor burgers en bedrijven betreffende grondwaterproblematiek en vragen over grondwater. Kwaliteitsnorm Er wordt een (grondwater)loket ingericht. Bij vragen verstrekt de gemeente informatie aan de perceeleigenaar. Meldingen worden afgehandeld op basis van de beleidsregels . Meetmethode Waarneming Toetsing Met het GRP-5 zijn de kaders en ambities voor deze nieuwe zorgplicht voor de eerste keer vastgesteld. De afgelopen jaren is in een aantal projecten reeds kennis en ervaring opgedaan over de structurele, ervaren last en de doelmatigheid van oplossingen. De insteek is in principe onveranderd; in situaties waar grondwaterlast wordt gemeld, treedt de gemeente op als regisseur bij het zoeken naar oplossingen. Inmiddels is hier een protocol en werkwijze in beleidsregels uit gedestilleerd. De insteek van gemeente is dat de grondwaterzorgplicht sober en doelmatig wordt ingevuld. Maatregelen zullen altijd maatwerk zijn. Om de gemeente in staat te stellen om de doelmatigheid van grondwatermaatregelen locatie specifiek te beoordelen, wordt een opgesteld op basis van de volgende beleidsregels: Er is een probleem: structureel nadelige gevolgen door een te hoge of te lage grondwaterstand (nadelige gevolgen zijn afhankelijk van de bouwwijze van de woning én ter beoordeling van de gemeente. Optrekkend vocht in muren hoeft bouwtechnisch geen probleem te zijn, maar kan wel tot een afname van het woongenot leiden als gevolg van vochtig binnenklimaat). De maatregel heeft nut: vanuit de openbare ruimte wordt een gunstig effect voor de (particuliere) percelen met overlast bereikt zonder nieuwe structurele schade of overlast te veroorzaken. De maatregel is kosteneffectief: de investerings- en exploitatiekosten van maatregelen door de gemeente staan in verhouding met (eventueel toekomstige) kosten van maatregelen door perceeleigenaren of eventueel te verwachten kosten voor schades. De komende periode gaat de gemeente hier verder mee aan slag, met de volgende figuur als onderlegger. De gemeente wil tevens invulling gaan geven aan haar informerende rol richting de burgers. Meldingen en klachten komen bij de front-office binnen, waarna deze worden doorgezet naar de juiste personen in de organisatie. De registratie van klachten kan beter, zodat hier ook analyses op gedaan kunnen worden voor meer inzicht. Bij Waternet komen ook meldingen binnen inzake (grond)wateroverlast; deze zijn op aanvraag beschikbaar. Het opvragen en analyseren hiervan moet een plek krijgen in de analyse van meldingen bij de gemeente. Benodigde maatregelen: implementatie beleidsregels en verbetering klachtenregistratie in de organisatie communicatie van de rol van de gemeente richting de particulier vanuit de taakopvatting. 6.6.2Aanpak structurele overlast De gemeen treft, mits doelmatig, maatregelen op openbaar terrein ter beperking van structurele grondwateroverlast. Hemelwater dat op percelen of plantsoenen valt zal voor een deel naar sloten of de rioleringsputten stromen, maar afhankelijk van de grondsoort zal het water ook in de grond zakken. Dit is noodzakelijk om de grond voldoende vochtig te houden voor de aanwezige begroeiing en om het grondwater op peil te houden. Als de grondwaterstand in bebouwd gebied langere tijd te hoog of te laag is, kan dit problemen geven. Te diepe grondwaterstanden kunnen leiden tot zettingsproblemen (scheuren in woningen en riolering), droogval en aantasting van (houten) paalfunderingen en droogteschade aan planten en bomen. Te hoge grondwaterstanden kunnen leiden tot grondwater en vocht in de kruipruimten met optrekkend vocht in de woningen als gevolg. Hierdoor kunnen gezondheidsproblemen ontstaan. Als gevolg van de klimaatveranderingen kunnen deze problemen verergeren of er kunnen zelfs nieuwe problemen ontstaan. Kwaliteitsnorm Er bestaat inzicht in de optredende grondwaterstanden. Ontwateringsmiddelen worden niet aangesloten op riolen die naar de RWZI afvoeren De gemeente stelt vast wanneer er sprake is van structurele grondwateroverlast en welke maatregelen doelmatig zijn. Zij gebruikt hierbij de overwegingen uit de ‘Taakopvatting Grondwater’ (

§8.1); dit is altijd maatwerk.

In gebieden met structurele overlast neemt de gemeente het initiatief om de overlast te bestrijden. De plantsoenen van de gemeente zijn na een periode van regen een paar dagen drassig, maar blijven redelijk begaanbaar. Schade als gevolg van gemeentelijk ingrijpen in de grondwaterstanden komt niet voor. Meetmethode Waarneming Meldingen Toetsing en strategie De monitoring van grondwaterstanden op een aantal locaties loopt. De komende periode worden deze gegevens ook geanalyseerd om inzichten te verschaffen. Hierin past ook de afweging van doelmatigheid van de meetlocaties. Drainage voert niet af naar gemengde riolen, vuilwaterriolen of riolen van een verbeterd gescheiden stelsel. Alle drains in de gemeente Uithoorn voeren af naar het oppervlaktewater, direct of via een hemelwaterafvoer. De komende jaren worden de ervaringen vanuit de bedrijfsvoeringsorganisatie Duo+ worden meegenomen om het protocol en de werkwijze, zoals beschreven in de beleidsregels in de voorgaande paragraaf (indien nodig) bij te schaven. In hoofdstuk 8 van dit Achtergronddocument is de nadere vertaling en onderbouwing van de genoemde beleidsregels uitgewerkt. Maatregelen zijn altijd locatiespecifiek en worden alleen genomen als vanuit de openbare ruimte een gunstig effect bereik wordt op de (particuliere) percelen, plantsoenen van de gemeente en de wegen op zonder nieuwe structurele schade of overlast te veroorzaken. De maatregel is kosteneffectief als de investerings- en exploitatiekosten van maatregelen door de gemeente in verhouding staan met (eventueel toekomstige) kosten van maatregelen door perceeleigenaren of eventueel te verwachten kosten voor schades. In de afweging van doelmatigheid voor de aanleg van drainage in openbaar gebied is aandacht voor het eventueel vervroegen van de rioolvervanging. Benodigde maatregelen: bij meldingen onderzoek uitvoeren naar aard, omvang en oorzaak, conform het protocol. na onderzoek het nemen van maatregelen, conform het protocol en werkwijze. bijschaven van het protocol en de werkwijze door ervaringen. 7Kostendekkingsplan en personele middelen Een sluitende meerjarenbegroting is het beginpunt voor een gezonde financiële situatie. Financieel gezond beleid vereist keuzes maken, door te bezien of zaken efficiënter kunnen worden georganiseerd. In de visie van de gemeente is benoemd dat de rioolheffing daarbij kostendekkend dient te zijn. Eén van de belangrijkste voorwaarden daarbij is het hebben van voldoende financiële middelen en personele capaciteit (kwantitatief en kwalitatief) om de totale gemeentelijke water taken op een adequaat niveau in te kunnen vullen. In de voorgaande hoofdstukken is het areaal van de gemeente bekeken en het vertrekpunt voor dit plan vastgelegd (de nulmeting). Dit hoofdstuk geeft het overzicht weer van wat er moet gebeuren om het beoogde kwaliteitsniveau te realiseren c.q. te handhaven. Dit zal de gemeente doen door het uitvoeren van onderzoek (vergroten van inzicht), regulier beheer en onderhoudsmaatregelen. Daarnaast zijn ook eenmalige vervangings- en verbeteringsmaatregelen nodig. Dit hoofdstuk beschrijft de uitgangspunten, de invoer en de conclusies van het kostendekkingsplan, en bestaat uit de volgende onderdelen: De basis voor de rioolheffing. Dit zijn de huidige grondslagen, de hoogte van heffing en het aantal heffingseenheden. Een overzicht van de financiële uitgangspunten. De budgetten per activiteit met onderscheid naar de onderdelen: Onderzoek en algemeen Beheer regulier Beheer vervanging Beheer verbetering Facilitair De benodigde personele middelen Het overzicht van de lasten, lange termijn De baten en het advies voor de ontwikkeling van de heffing. 7.1Basis rioolheffing Grondslag en hoogte rioolheffing De grondslagen en de hoogte van de rioolheffing zijn voor 2018 vastgesteld in de ‘Verordening rioolheffing 2018’. Samengevat: Artikel 2 Belastingplicht Onder de naam 'rioolheffing' wordt per eigendom een belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. De belasting als bedoeld onder het eerste lid, wordt geheven van: degene die op 1 januari van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom verder te noemen: eigenarendeel; degene die het gebruik heeft van een eigendom verder te noemen: gebruikersdeel. Artikel 5 Tarieven Het vaste bedrag voor het eigenarendeel als bedoeld in artikel 2, tweede lid onderdeel a juncto artikel 4, eerste lid, bedraagt per eigendom per jaar € 231,35. Het variabele bedrag voor het gebruikersdeel als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b juncto artikel 4, tweede lid, bedraagt per eigendom per jaar per kubieke meter afvalwater €1,47 (Uit Artikel 4, lid 2: De belasting als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, wordt geheven naar een variabel bedrag voor het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd voor zo ver dat meer bedraagt dan vijfhonderd

(500)kuub. De tarieven genoemd in lid 1 en 2 van dit artikel zijn inclusief de verschuldigde omzetbelasting. Heffingseenheden en areaalontwikkeling Het aantal heffingseenheden voor 2018 is aangehouden op 13.932 woningen. Door de contouren van Schiphol is er nog maar beperkt ruimte voor nieuwbouw. Na Legmeer-West zijn er straks geen grote uitleglocaties meer voorhanden en moet voor woningbouw gezocht worden naar inbreidingslocaties en transformatie van locaties. Nieuwbouwontwikkelingen op dergelijke locaties zijn complex, vaak van een beperkte schaal of als een transitie van een bedrijventerrein. Per saldo is gerekend is met een uitbreiding van het woningareaal met 100 woningen gedurende de planperiode 2018 tot en met
  1. Voor het variabele deel van de heffingsgrondslag is een jaarlijks bedrag opgenomen van €210.000,- (niet-woningen). De procentuele wijziging van de rioolheffing geldt ook voor dit variabel deel. Nadere details van deze grotere lozers zijn bekend bij het team belastingen van Amstelland. 7.2Financiële uitgangspunten Het beleid van de gemeente is dat de lasten voor de rioleringszorg voor 100% gedekt worden door de rioolheffing, met een sluitende begroting voor een gezonde financiële situatie. De lasten worden gevormd door de exploitatielasten, personeelslasten en de berekende afschrijving en rente van de uitgevoerde én de komende investeringen (de kapitaallasten). Jaarlijks beschouwt de gemeente de balans, inclusief mutaties op de voorziening riolering. Met de vaststelling van de financiële uitgangspunten is besloten dat bij de berekening van de rioolheffing in deze planperiode weer wordt uitgegaan van de begrote exploitatie- en kapitaallasten in het betreffende jaar. Eventuele tekorten of overschotten worden bij de jaarrekening geëgaliseerd met de voorziening riolering. Rioleringsvoorziening De gemeente kent een Reserve riolering. Achterliggend is de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2013’. In de evaluatie is reeds de grote jaarlijkse dotatie aan deze reserve geconstateerd. De stand hiervan is €830.000,- (eind 2016) en begroot op €697.000 (eind 2017,op basis van de Programmabegroting 2017). Rekenrente De huidige rekenrente die de gemeente hanteert is 4%. Dit is het percentage welke intern wordt toegepast op basis van de berekening van de renteomslag. Dit percentage is hoger dan de huidige marktrente (0,5%). Het verschil komt doordat de gemeente Uithoorn een aantal langlopende leningen heeft lopen met relatief hoge rentepercentages. De rekenrente van 4% is ook van toepassing voor de kostendekkingsberekeningen van de gemeentelijke watertaken. Bestaande kapitaallasten Een aanzienlijk deel (57% in 2018) van de lasten voor de rioleringszorg wordt gevormd door de rente en afschrijving van investeringen uit het verleden. Vanuit het ‘Staat C’ van de gemeente is deze last begroot op €2,1 mln. voor
  2. Nieuwe kapitaallasten Ook de komende periode staan er de nodige investeringen op stapel, gevormd door vervanging van oude en kwalitatief slechte riolen, gemalen en pompunits en maatregelen om het functioneren van te verbeteren. Deze investeringen moeten eveneens bekostigd worden door activering van de investeringen, zoals beschreven in de Nota Activabeleid 2008 van de gemeente. Relevante uitgangspunten hieruit zijn: Het activeren van investeringen is niet toegestaan voor aankopen onder de € 10.
  3. Lineair afschrijven wordt toegepast bij alle vaste activa met maatschappelijk nut en economisch nut. De afschrijving start in het jaar waarin het actief door of vanwege de gemeenten in gebruik wordt genomen. Er wordt afgeschreven in hele jaren. De indeling van activa en afschrijvingstermijnen zijn gebaseerd op de regelgeving, respectievelijk verwachte economische levensduur. De termijnen die worden toegepast zijn: 15 jaar voor schakelkasten 15 jaar voor riolen mechanisch deel 40 jaar voor riolen bouwkundig deel Compensabele BTW De Gemeentewet, artikel 228a lid 3, regelt dat de BTW die gemeenten op grond van de BTW- compensatiefonds gecompenseerd krijgen als last mogen worden opgenomen in de berekening van de tarieven. De gemeente Uithoorn rekent alleen de BTW over de exploitatie mee aan de lastenkant voor de tariefsbepaling. Voor 2018 is dit een bedrag van €204.000,- . Oninbaar/kwijtschelding Voor sommige huishoudens kan door de gemeente de rioolheffing worden kwijtgescholden, of als oninbaar beschouwd. In de begroting houdt de gemeente geen rekening met kwijtschelding, aangezien de rioolheffing is gebaseerd op een eigenarendeel. Voor oninbare heffingen, zoals het gevolg bij faillissementen, is een post voorzien van €10.000,- 7.3Budgetten per activiteit Deze paragraaf bevat tabellen met de activiteiten en budgetten weer voor de komende jaren. De volgende paragrafen geven hierop een toelichting. De indeling is op basis van de NPR 3220 (‘Nederlandse Praktijk Richtlijn: ‘Buitenriolering, beheer’)ingestoken, ingedeeld naar de thema’s onderzoek, beheer, vervanging, verbetering en facilitair. Bij de indeling is aangesloten bij de indeling uit de begroting
  4. Nieuw benoemde budgetten gaan in vanaf
  5. Alle budgetten zijn exclusief b.t.w. De volgende kolommen zijn weergegeven: Een korte beschrijving van de activiteit; Het totale budget voor de planperiode 2018-2022; de bekostiging. Zijn het exploitatiekosten (jaarlijks terugkerend), personeelskosten of wordt het bedrag geactiveerd (afschrijving, plus de termijn van 15 of 40 jaar); De verdeling van de budgetten over de komende jaren. 7.3.1Onderzoek Vanuit de nulmeting heeft de gemeente Uithoorn een onderzoeksstrategie opgesteld. De focus ligt hierbij op het verkrijgen van inzicht in het functioneren van de diverse systemen en de vertaling hiervan naar verbeteringsmaatregelen. Het betreft de onderzoeken naar afvoercapaciteit van de riolering, het klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte en mogelijke verbeteringen van de waterkwaliteit vanuit de waterketen. Tevens is er aandacht voor een meer planmatige aanpak met het opstellen en periodiek actualiseren van een rioolbeheerplan waarin het reguliere beheer van alle objecten (voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater) wordt beschreven. Hiermee worden de volgende stappen gezet naar een meer risicogestuurd rioolbeheer en wordt het asset- management nader ingevuld. Voor 2018 is een onderzoeksbudget opgenomen voor het opstellen van een Plan van Aanpak voor de omgang van lozingen vanuit de glastuinbouw. Hieruit moet blijken in hoeverre er nog sprake is van directe en indirecte ongewenste lozingen op oppervlaktewater, wat de verwachte toekomstige lozingsbehoefte van de glastuinbouwbedrijven is, hoe de bestaande capaciteit van de gemeentelijke drukriolering optimaal kan worden ingezet, welke verbetermaatregelen eventueel nodig en doelmatig zijn, welke lozingsvoorschriften er nodig zijn en op welke wijze handhaving het meest effectief kan plaatsvinden. Tevens moet uit het plan van aanpak blijken wat de gewenste en meest optimale taak- en rolverdeling is tussen alle betrokkenen (gemeente, waterschap en glastuinbouwbedrijven). Dit onderzoek richt zich op de glastuinbouwgebieden in de Zuiderlegmeerpolder en de Noorderlegmeerpolder. Dit wordt gerealiseerd door eenmalig budget vanuit de budgetten voor de meet- en communicatieprogramma’s te genereren. Vanaf 2019 is een jaarlijks budget opgenomen om mee te kunnen doen met innovatieve trajecten, zoals mogelijk het aanbrengen van nieuwe sanitatie bij nieuwbouw. Ook vraagt de stap naar het klimaatbestendig en waterrobuust maken van de openbare ruimte de komende jaren, bij in- en uitbreidingen en weg- en rioolvervangingen, een onderzoeksinspanning; wat werkt wel en wat niet voor de gemeente Uithoorn? Het onderzoeksbudget biedt ook ruimte om kleinschalig onderzoek te doen naar foutieve aansluitingen. Een belangrijke stap is het actualiseren van het Rioolbeheerplan om het planmatige beheer vast te leggen. Door vervolgens de ervaringen en constateringen uit de voorgaande inspectie- en reinigingsrondes mee te nemen en te evalueren (bepaalde riolen zijn bijvoorbeeld gevoeliger voor slibophoping dan andere) is het doelmatiger te differentiëren naar leidingfunctie, gebiedstype en jaar van aanleg. Hetzelfde principe geldt voor de inspectie en onderhoud van de gemalen en pompunits. Ook hiervoor wordt een plan opgesteld en is wellicht een efficiencyslag te maken. In de planperiode van het GRP 2018-2022 wordt hier vanuit DUO+ onderzoek naar gedaan en worden verkenningen uitgevoerd. 7.3.2Beheer - regulier Onder het reguliere beheer vallen activiteiten die ervoor zorgen dat het riool zijn levensduur behoudt, zoals het reinigen en inspecteren van de riolen en de kosten voor stroom en telefonie. Bij een adequaat niveau past het huidige regime van reinigen en inspecteren. In de afstemming van de strategie (meer differentiatie in plaats van een cyclische benadering) en prioritering van maatregelen gaat de gemeente de komende planperiode een slag te slaan, vanuit het oogpunt van doelmatigheid en kosteneffectiviteit. Uitgangspunt voor dit GRP is dat de huidige budgetten worden voorgezet; mogelijk kan op termijn worden volstaan met minder. Rioolinspecties vormen een belangrijke bron van kennis over de kwaliteitstoestand van het vrijverval rioolstelsel. Voor het uitvoeren van reparaties en klein onderhoud is inzicht nodig in de kwalitatieve toestand van de riolering, dit inzicht is er. Van nagenoeg alle gemengde en DWA riolering is er inmiddels een inspectie aanwezig die niet ouder is dan 10 jaar. De belangrijke riolen zijn in beeld, de komende jaren wordt de inspectie-achterstand ingelopen en worden de constateringen vertaald naar concreter projecten. De focus wordt nu gelegd op het in beeld brengen van de kwaliteitstoestand van de HWA-riolen. Dit vraagt een intensivering van het inspectie en reinigingsregime. Om bij te blijven, de achterstand geheel in te lopen én alle HWA- riolen in beeld te krijgen dient gedurende de planperiode jaarlijks circa 15% van de riolen geïnspecteerd te worden. Waar en hoe wordt onderzocht in het op te stellen Rioolbeheerplan. In de begroting van 2018 is hierin reeds voorzien. Kolkenzuigen dient ertoe om instroom vanaf de straat in de riolering ongehinderd plaats te laten vinden. Kolkenzuigen gebeurt daardoor volledig ten bate van de rioleringszorg. Straatvegen en onkruidbestrij

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.