← Nederland

Erfgoednota gemeente Voerendaal (Voerendaal)

In het kort

Deze wet regelt het erfgoedbeleid van de gemeente Voerendaal voor de komende jaren, met als doel een balans te vinden tussen het behoud van bestaand erfgoed en ruimte voor nieuwe initiatieven. Het stelt langetermijnambities en uitgangspunten vast voor de omgang met erfgoed binnen de gemeente.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

Wettekst
Obsah (4)§ 2§ 4§ 6§ 3

lege van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Voerendaal van met als zaaknummer 598936. Grondslag Gelet op de gemeentewet en de kaderstellende taak van de gemeenteraad. Besluit In te stemmen met

figuur 4). Dat reliëf dankt het gebied aan vele miljoenen jaren van geologische processen (sedimentatie en erosie) gekoppeld aan tektonische activiteit. In tegenstelling tot het grootste deel van Nederland wordt Zuid-Limburg namelijk opgeheven, waardoor de lagen aan het maaiveld geleidelijk ‘afgesleten’ zijn en oude afzettingen dicht aan het maaiveld voorkomen. Hierna volgt een beknopte chronologische toelichting op de belangrijkste geologische en geomorfologische (aardkundige) processen en fenomenen. Deze bepalen voor een belangrijk deel de geschiktheid van een gebied voor de mens door bijvoorbeeld de aanwezigheid van voedsel, de mate waarin een gebied te verdedigen is en de ligging ten opzichte van andere gebieden. Ze vormen zo de basis voor het huidige landschap.

bijlage 1 voor de tijdschaal van de in deze tekst genoemde geologische perioden. 2.1.1Carboon De geschiedenis van Voerendaal begint omstreeks 300 miljoen jaar geleden in het Carboon. In deze periode bestond het landschap uit uitgestrekte moerassen waarin veen werd gevormd. Veen bestaat uit samengeperste resten van afgestorven planten. Groeide dat veenpakket boven de waterspiegel uit en was het daardoor van regenwater afhankelijk, dan groeide er vooral veenmos en noemen we dit een hoogveen. Door de druk van latere afdekkende sedimenten is dit veenpakket nog verder samengeperst tot de steenkool die tot in de jaren 1960 in het gebied gewonnen is. Het Carboon is ook de periode waarin door het verschuiven van de aardplaten breuken in de ondergrond ontstonden en de Ardennen als Heuvelland werden gevormd. Figuur 1. Impressie van een tropisch moeras tijdens het Carboon met calamites, cordaites, lycopsida en varens (Bron: https://tsjok45.wordpress.com/wp-content/uploads/2012/11/carboonflora, figuur 10.28). 2.1.2Krijt Zuid-Limburg is echter vooral bekend vanwege een ander gesteente: kalksteen (‘mergel’ in de volksmond). Deze is gevormd gedurende het Krijt (100-65 miljoen jaar geleden), toen dit deel van Nederland tot een ondiepe tropische zee behoorde. Miljoenen jaren ophoping van schelpjes, skeletjes en sedimentdeeltjes resulteerden in het ontstaan van dikke lagen zand(steen) en kalksteen. Hiertoe behoort ook de Kunradersteen (

kadertekst). Kunradersteen De Kunradersteen is een laag uit het kalksteen die is gevormd gedurende het Krijt (100-65 miljoen jaar geleden). Het komt in de omgeving van het Plateau van Ubachsberg relatief ondiep in de ondergrond voor en wordt ontsloten in de steile hellingen van de droogdalen en het diep uitgesleten bekken van Heerlen. De Kunradersteen is harder dan de zogenaamde ‘mergel’ en daardoor zeer geschikt als bouwmateriaal. Veel huizen in de omgeving zijn uit de typische grijsgele steen opgetrokken (

figuur 2). De Kunradersteen wordt op kleine schaal nog altijd gewonnen in de gelijknamige groeve (

figuur 17).1 Kunrader.nl. Figuur

  1. Hoeve met bijgebouwen in Winthagen, opgebouwd uit de kenmerkende Kunradersteen (foto: RAAP, 21-03-2025). 2.1.3Tertiair Na het Krijt begon het Tertiair (paleogeen en neogeen; 65- 2,6 miljoen jaar geleden), een periode waarin de zee zich in fases terugtrok. Aan de kust van die zee zijn vooral zanden met kleilagen afgezet. Bekendste voorbeeld zijn de zogenaamde ‘zilverzanden’ die bij Brunssum en Heerlen (Heksenberg) aan de oppervlakte komen. Aan het einde van deze periode zijn door de Oer-Maas grind en zand afgezet. Restanten hiervan liggen als grindheuvels in het landschap. De Vrouwenheide is hier een markant voorbeeld van en ook Klimmen ligt op een grindheuvel. Figuur
  2. De Molen op de Vrouwenheide staat vlakbij het hoogste punt van de gemeente: een grindheuvel. Op de achtergrond ligt Ubachsberg en daarachter is de laagte van het Bekken van Heerlen zichtbaar (foto: RAAP, 21-03-2025). 2.1.4Pleistoceen De gebergtevorming die in het Carboon was ingezet zorgde ervoor dat Zuid-Limburg geleidelijk steeds verder boven zeeniveau werd uitgetild. De Maas reageerde daarop door zich in de loop van het pleistoceen (2,6 miljoen jaar – 12.000 jaar geleden) stapsgewijs in te snijden tot in het dal waarin de rivier nu stroomt. De zijbeken volgden de Maas en sneden zich ook steeds verder in. Op deze wijze zijn de dalen ontstaan die zo kenmerkend zijn voor het Zuid-Limburgse Heuvelland. Die insnijding zorgde er bovendien voor dat oude afzettingen zoals de Kunradersteen aangesneden werden. Deze komen dan ook vaak in de dalwanden aan de oppervlakte. Het samenspel van opheffing en erosie zorgde in het noorden van de gemeente voor het ontstaan van een bijzonder fenomeen, bekend onder de naam “het Bekken van Heerlen” (

figuur 4). Het kon ontstaan vanwege het voorkomen van relatief makkelijk erodeerbare zanden uit het Tertiair. Zo ontstond een komvormig bekken met dalen, uitgesleten door erosie, die uiteindelijk samengebundeld het dal van de Geleenbeek vormen. Op de hoogtekaart van het gebied is dit heel duidelijk te

n. Het merendeel van het gebied wordt echter gekenmerkt door het voorkomen van löss, dat in de laatste twee ijstijden door de wind als een deken over het landschap is afgezet, nadat de Maas het gebied al had verlaten. Figuur 4. Uitsnede van de hoogtekaart (AHN), waarop de grote hoogteverschillen en de daaruit volgende indeling in het Bekken van Heerlen en het Plateau van Ubachsberg is te

n. De stip geeft de locatie van figuur 3 en figuur 6 aan. 2.1.5Holoceen Vanaf zo’n 12.000 jaar geleden brak na de laatste ijstijd een warmere periode aan: het holoceen, dat tot in de huidige tijd voortduurt. In die periode is de opbouw van het landschap niet wezenlijk meer veranderd. Als gevolg van de hiervoor beschreven geologische ontwikkeling van miljoenen jaren is in de gemeente Voerendaal uiteindelijk een divers landschap ontstaan. Het valt grofweg in twee delen op te splitsen: Het laag gelegen, door erosie uitgesleten, Bekken van Heerlen in het noorden. Het hoog gelegen, door dalen versneden, Plateau van Ubachsberg in het zuiden. De grens tussen beide valt grofweg samen met het verloop van de tegenwoordige A79, die dan weer globaal samenvalt met de zogenaamde Via Belgica uit de Romeinse tijd (

hierna). Bekken van Heerlen De laagte van het Bekken van Heerlen wordt aan de zuidzijde begrensd door een halfrond lopende helling. Die vormt de overgang naar de hogere plateaus. De helling bestaat uit een afwisseling van (droog)dalen en daluitspoelingswaaiers, beide ontstaan door smeltwater in de ijstijden (figuur 5). Daluitspoelingswaaiers (‘een waaier van uit het dal gespoeld bodemmateriaal’) ontstaan op plaatsen waar een dal vanuit het Heuvelland in een lager gelegen gebied uitmondt. Daardoor daalt vrij plots de stroomsnelheid van het smeltwater en worden de meegevoerde gronddeeltjes afgezet. De bewoningskern Voerendaal ligt op zo’n daluitspoelingswaaier. Deze waaier is ontstaan vanuit het hoger gelegen dal van Winthagen. De dalen zetten zich gedeeltelijk voort in het Bekken van Heerlen, maar op de hellingwand van het bekken ontstaan ook nieuwe dalen. Samen bundelen zij zich tot het dal van de Geleenbeek. De Geleenbeek ontspringt in de steile helling bij Benzenrade, direct ten oosten van de gemeente Voerendaal. Figuur 5. Schematische weergave van het ontstaan en de vorm van een daluitspoelingswaaier. De gemeente Voerendaal ligt op de overgang van het Zuid-Limburgse Heuvelland naar het Bekken van Heerlen (bron: RAAP). Plateau van Ubachsberg Het zuidelijk deel van de gemeente is het Heuvelland in optima forma. Het Plateau van Ubachsberg ligt hoog boven het Bekken van Heerlen. Die hoogte wordt nog benadrukt door de aanwezigheid van de uitgesproken grindheuvel Vrouwenheide. Het gebied direct ten zuiden van de Vrouwenheide ligt tientallen meters lager. Dat geeft een vrij zicht op de zuidelijker gelegen Vaalserberg. Bij goed weer is zelfs de Eifel te

n (figuur 6). De hoge delen worden versneden door dalen met hellingen, waarvan die van de Vrakelberg (ten westen van Ubachsberg) met een helling van meer dan 30% tot de steilste in Zuid-Limburg behoren. Figuur

  1. Vanaf de Vrouwenheide in het uiterste zuiden van de gemeente Voerendaal ligt een weids uitzicht tot de Vaalserberg (rode pijl) en de Eifel (vaag op de achtergrond, zwarte pijl) (foto: RAAP, 21-03-2025). 2.2Vroege menselijke activiteit In dit door de elementen gevormde landschap deed zo’n 300.000 jaar geleden de neanderthaler, een uitgestorven mensensoort, zijn intrede. Vanaf de steentijd, die begon in het pleistoceen, hebben eerst de neanderthalers en later de moderne mens hun sporen nagelaten in wat nu Zuid-Limburg en de gemeente Voerendaal is. 2.2.1Midden-paleolithicum (oude steentijd: 300.000-33.000 voor Christus) Het midden-paleolithicum is een bijzondere periode omdat uit die periode de nalatenschap van neanderthalers stamt. Zij leefden vanaf circa 500.000 jaar geleden in Noordwest-Europa. De anatomisch moderne mens verscheen omstreeks 40.000 jaar geleden in Europa. In het Zuid-Limburgse Heuvelland zijn de plaatselijk metersdikke lösspakketten uit de ijstijden van belang voor de conservering van bewoningssporen van neanderthalers en hun voorlopers. Midden-paleolithische artefacten kunnen er tot meerdere meters beneden maaiveld voorkomen. Zo werden in 2001 midden-paleolithische artefacten gevonden op de Vrakelberg bij Ubachsberg. Bijzonder was de vondst op 10 september van dat jaar van een 9,6 centimeter grote vuistbijl, die ‘de vuistbijl van de Vrakelberg’ wordt genoemd (figuur 7).2Takken e.a.,
  2. Neanderthalers aan het oppervlak De vindplaats Colmont-Ponderosa, waar meer dan 1000 midden-paleolithische vuurstenen artefacten (resten) zijn verzameld, ligt op de flank van de Vrakelberg, ten westen van het gehucht Colmont (Ubachsberg). De Vrakelberg is een kleine kaap langs een droogdal. De meeste artefacten zijn aangetroffen op de uiterste rand van de kaap waar de löss grotendeels is geërodeerd en de onderliggende kalk en verweringsleem aan het oppervlak zijn gekomen. De artefacten kwamen geconcentreerd voor in een gebied van circa 40x40 meter. Figuur
  3. De vuistbijl van de Vrakelberg (bron: Yannick Raczynski-Henk). 2.2.2Laat-paleolithicum (late steentijd: 33.000-8800 voor Christus) Het laat-paleolithicum betreft het laatste deel van de ijstijd. In eerste instantie overheersten nog koude omstandigheden. Kenmerkend voor deze periode was een toendralandschap, dat een zeer open vegetatie kende. Aangenomen wordt dat de mens in deze fase in warmere en beschutte oorden ten zuiden van Nederland vertoefde (zoals in grotten in België). Vanaf circa 13.000 jaar geleden zijn er tenminste drie culturele tradities in Zuid-Nederland te onderscheiden: het Magdalénien, de Federmesser-traditie (ook wel Tjongercultuur genoemd) en de Ahrensburg-cultuur. Op de lössgronden in het zuiden van Limburg zijn resten uit deze perioden uiterst zeldzaam. 2.2.3Mesolithicum (middensteentijd: 8800-5300 voor Christus) In het begin van het mesolithicum (8.000-7.000 voor Christus) ontwikkelde het toendralandschap zich naar een dicht berkenbos. De oorzaak daarvoor was een relatief snelle opwarming. Dat berkenbos werd opgevolgd door een gesloten dennenbos, dat we taiga noemen. Door de dichtere plantengroei en de kleinere dieren ontwikkelde de mens wel geleidelijk andere voedselpatronen. Het verzamelen van planten en vruchten, visvangst en jacht bleven belangrijk. Binnen de jacht verschoof het accent echter naar klein wild, dat het hele jaar in hetzelfde gebied bleef. 2.2.4Neolithicum (nieuwe steentijd: 5300-2000 voor Christus) In het neolithicum veranderde de houding van de mens ten aanzien van de natuur. Veel meer dan daarvoor bracht de mens aanpassingen aan in zijn leefomgeving. Het proces van ‘neolithisering’, de verandering naar een landbouwende samenleving, was lang en complex. Vooral in het begin was sprake van het naast elkaar bestaan van gemeenschappen van jager-verzamelaars en landbouwers. Ook vond het proces niet overal tegelijkertijd plaats. Van het vroeg- en midden-neolithicum in Limburg is het beeld van de zogenaamde Lineair-bandkeramische cultuur (LBK) het meest compleet. Het gaat om de allereerste boeren in Nederland. Deze cultuur, een groep mensen met een gelijke levenswijze, komt voor in een groot gebied. Zuid-Limburg is de noordwestelijke uitloper van dit gebied. Het gaat daar om de vroegste boerensamenleving in de gematigde zones van Europa. 2.2.5Metaaltijden (bronstijd & ijzertijd: 2000-12 voor Christus) Over de bronstijd in (Zuid-)Limburg weten we nog niet zo veel. Het feit dat er weinig materiaal uit de bronstijd is aangetroffen wil niet zeggen dat er geen mensen woonden. Waarschijnlijk zijn de archeologische vindplaatsen bij grondwerkzaamheden niet herkend of zijn ze niet meer in de bodem herkenbaar. Vooral het aardewerk uit de bronstijd is erg bros en verweert snel als het aan het oppervlak ligt. Vuurstenen artefacten uit de bronstijd zijn nog vrij onbekend. Grafheuvels uit deze periode zijn alleen bewaard gebleven op plaatsen waar ze niet zijn geëgaliseerd door bijvoorbeeld landbouwwerkzaamheden. Zo liggen de grafheuvels uit de bronstijd bij Vaals in oude bosgebieden. Slechts incidenteel wordt een bronzen bijl aangetroffen. Uit de ijzertijd zijn er in het lössgebied wel meer nederzettingsresten bekend, hoewel ze binnen de Parkstadgemeenten nog niet veelvuldig zijn aangetroffen. Bekende voorbeelden zijn de nederzettingsresten en resten van begraving bij de Romeinse villa van Voerendaal en de die uit de midden ijzertijd langs de Merkelbekerbeek. Resten uit deze periode lagen zowel op de plateaus als aan de rand van de beekdalen. Meestal ging het bij nederzettingen om kleine erven bestaande uit een woonhuis, een bijgebouw, een of meerdere spiekers, een waterput en kuilen voor allerlei doeleinden (leemextractie, silo’s etc.). 2.3Romeinse tijd (12 voor-450 na Christus) In de Romeinse tijd concentreerde de bewoning zich in kleine gehuchten. Die lagen vaak aan de rand van de uitgestrekte akkerarealen. Ook kwam het landschap nog meer ten dienste van de mens te staan. Dat leidde tot een sterke afname van het bosbestand. In de 1e eeuw na Christus verschenen in Noordwest-Europa de Romeinse villa’s. Een villa kan worden omschreven als een agrarisch bedrijf, geïntegreerd in de sociale en economische organisatie van de Romeinse wereld, dat over het algemeen bestond uit een hoofdgebouw met eventuele bijgebouwen en een stuk grond voor de verbouwing van gewassen. De Dame van Voerendaal3Copyright figuur Centre Céramique Maastricht. In 1917 is bij de aanleg van een kalkoven (

§ 2.5) de kop gevonden van een Romeins standbeeld van Nivelsteiner zandsteen.

De rijke dame was waarschijnlijk onderdeel van een grafmonument dat stond langs de Via Belgica (

hierna). De kop is als de Dame van Voerendaal het symbool geworden van het Romeinse verleden van Voerendaal. In 2020 is een grote versie in cortenstaal en Nivelsteiner zandsteen gemaakt en geplaatst bij het treinstation van Voerendaal. De villa van Voerendaal-Ten Hove4Hiddink,

  1. De villa van Voerendaal-Ten Hove was een van de grootste villa’s van Nederland. Het was een grote herenboerderij die het centrum vormde van een uitgestrekt landbouwgebied. Uit de opgravingen (van 1983 tot en met 1987) blijkt dat het villaterrein al bewoond was voordat de eerste villa gebouwd werd. Her en der zijn sporen gevonden van afvalkuilen en van eenvoudige gebouwtjes binnen een enclosure (V-vormige gracht met aarden wal) van circa 90 x 90 meter. De inheemse nederzetting wordt gedateerd rond 250 tot 100/50 voor Christus. De villa blijkt in verschillende fasen te zijn gebouwd. Zowel de hoofd- als bijgebouwen waren door latere sloop- en nieuwbouwwerken niet overal goed in de bodem bewaard gebleven. Tussen het begin van de 2e eeuw tot het einde van de 3e eeuw bereikte de villa haar grootste omvang: het totale complex van stenen gebouwen had een lengte van 190 meter. De entree was monumentaal en bereikbaar via een lange oprijlaan. Vanaf die oprijlaan was over de hele breedte van het gebouw sprake van een zuilengalerij. Centraal stond het (bepleisterde en beschilderde) hoofdgebouw met daaraan de graanschuur, waarin het ‘goud’ van de boer opgeslagen lag. Voor het hoofdgebouw was een soort privé-tuin aangelegd. Links en rechts op het terrein stonden bedrijfsgebouwen, onder andere de stookplaats van de hypocaustum (vloerverwarming), een voorraadkelder en een smidse. Achter de villa lag tenminste één tempeltje - aangetoond door verschillende graffiti met namen - en een mogelijk tweede exemplaar. Een bijzonder element was een stenen aquaduct van circa 1500-1800 meter lang tussen de bron van de Hoensbeek en het badgebouw. Een bijzonder aspect van de villa van Voerendaal-Ten Hove is dat het villaterrein ook in de vroege middeleeuwen werd bewoond. Afgezien van enkele kuilen betreft het voornamelijk een eenvoudig eenschepig (eenbeukig, dus tussen twee dragende muren) gebouw uit de 7e eeuw, in de toen al lang verdwenen annex ten oosten van het villaterrein. Daarnaast is er een groepje graven dat rond de overblijfselen van een Romeinse schuur is aangelegd. Aardewerk, gordelbeslag en enkele wapens geven aan dat de zesde/zevende-eeuwse bewoners boeren-krijgers waren. Kort na 700 na Christus kwam er een einde aan de bewoning op het terrein en sindsdien is het alleen als landbouwgrond gebruikt. Figuur
  2. Fragment opgravingstekening van de Romeinse villa bij Voerendaal, gebouw 401 (bron: Hiddink, 2023, fig. 2.9). Figuur
  3. Een digitale reconstructie van de villa Voerendaal-Ten Hove geeft de enorme omvang van het complex goed weer (bron: Mikko Kriek). De Via Belgica5Figuur ontleend van https://www.viabelgica.nl/over/over-via-belgica . Aan het einde van de 1e eeuw voor Christus, tijdens de regeerperiode van keizer Augustus, is een weg aangelegd die de Kanaalkust verbond met de Rijn (de latere rijksgrens). Uiteindelijk is de weg die de kust met de Rijn verbond, gemoderniseerd en uitgebouwd tot de belangrijkste oost-west verbinding in Noord-Gallië. Vanaf het einde van de 1e eeuw na Christus verbond de weg Colonia (Keulen), de hoofdstad van de provincie Germania Inferior, via de civitas-hoofdplaatsen Atuatuca (Tongeren) en Bagacum (Bavay) in de provincie Gallia Belgica, met Gesoriacum, het huidige Boulogne-sur-Mer, de thuishaven van de vlooteenheid die de zeeverbinding met de provincie Britannica openhield. Tijdens recent onderzoek is de Romeinse weg waargenomen in Maastricht, bij Houthem, bij Voerendaal, in Heerlen en bij Rimburg. Zeer waarschijnlijk is bovendien de aansluiting tussen het traject bij Voerendaal en het bekende wegtraject in Heerlen inmiddels geïdentificeerd. De exacte ligging van de Romeinse weg bij Voerendaal en Heerlen is nu over een afstand van bijna 7 km bekend. Het onderzoek heeft onder andere uitgewezen dat de Romeinse weg in Zuid-Limburg niet direct lijkt te zijn gekoppeld aan één bepaald landschapstype. De weg volgt niet uitsluitend de hoogten. Ook kan niet gesteld worden dat ze bij voorkeur de lagere delen van het landschap volgt. De weg volgt een relatief rechte lijn tussen Maastricht, Heerlen en Rimburg. De wijze waarop de weg is aangelegd, getuigt van een grondige terreinkennis. Op een creatieve manier lijkt bij de aanleg van de weg steeds een compromis gezocht te zijn tussen het volgen van de rechte lijn en het vermijden van moeilijk begaanbare terreindelen, zoals een moerassige laagte bij Voerendaal. Figuur
  4. Archeologische opgraving van een deel van de Via Belgica bij Kunrade in 2009 (bron: Janssens, 2009). 2.4Middeleeuwen (450-1500 na Christus) 2.4.1Vroege middeleeuwen (450-1050 na Christus) Continue bewoning De val van het Romeinse Rijk en de komst van de Germanen markeren het begin van de vroege middeleeuwen (450-1050 na Christus). In Zuid-Limburg was er een doorlopende bewoning vanaf de Romeinse tijd of eerder. Hierop wijzen bijvoorbeeld de plaatsnamen Heerlen en Maastricht, die uit de Romeinse tijd stammen en die niet overgeleverd zouden zijn als er geen mensen waren geweest om ze aan elkaar door te geven. Beeknamen als Itter, Jeker en Worm zijn waarschijnlijk zelfs nog ouder. Enkele Romeinse wegen bleven functioneren. Met hun grindverharding waren ze zelfs lange tijd de enige verharde wegen en kregen ze namen als Steenstraat of Steenweg. Op de overgang van de Romeinse tijd naar de vroege middeleeuwen was er wel de hele tijd bewoning, maar de hoeveelheid mensen nam wel sterk af door de onrustige tijden. Deze periode wordt namelijk gekenmerkt door de instorting van het Romeinse Rijk, volksverhuizingen (grote migratiestromingen), plunderingen, hongersnood en epidemieën. De grootschalige landbouw uit de Romeinse tijd maakte plaats voor een kleinschalige, op zelfvoorziening gerichte economie. Daardoor trad een licht herstel op van het bosareaal op. Dit herstel was echter van korte duur. Vanaf de Karolingische tijd (751-987 na Christus) werd onder invloed van een sterke bevolkingsgroei het landbouwareaal voortdurend uitgebreid.6 Renes,
  5. Nederzettingen In deze periode vond de meeste activiteit plaats in en direct aan de beekdalen. Hier woonde men en vond landbouw plaats. De plateaus bleven onbewoond, onder andere vanwege de slechte beschikbaarheid van water. De bewoning concentreerde zich langs de randen van het beekdal, wat leidde tot het ontstaan van de karakteristieke lineaire nederzettingen. Dit nederzettingstype wordt een wegdorp genoemd. Ransdaal en Klimmen zijn voorbeelden van dit dorpstype in de gemeente (figuur 11). Figuur
  6. Het centrum van Klimmen, gelegen op de rand van het Bekken van Heerlen. Aan het eind van de weg, in de laagte, ligt Voerendaal. Op de achtergrond is onder meer de steenberg met skihal bij Landgraaf zichtbaar (foto: RAAP, 21-03-2025). In het Bekken van Heerlen was de situatie anders. Hier was het gebied veel minder geaccidenteerd en lagen niet de uitgesproken beekdalen. Voerendaal is ontstaan bij de samenvoeging van twee beken. Omdat het niet in een dal ligt, maar in een wat vlakker gebied, heeft het niet de lineaire structuur van de andere oude dorpen en is meer als komdorp aan te duiden. 2.4.2Late middeleeuwen (1050-1500 na Christus) In de late middeleeuwen zette de bevolkingsgroei door en ontstond de noodzaak om nieuwe gronden buiten de beekdalen te ontginnen. Vanuit de beekdalen werden de plateaus op een systematische wijze ontgonnen. Op de plateaus en vlakke hellingen met löss concentreerde zich de akkerbouw. In de nattere beekdalen lagen de graslanden. De steilere hellingen waren ongeschikt voor de landbouw en bleven bebost. Vanuit de beekdalen werden op de plateaus nieuwe nederzettingen gesticht, zoals Ubachsberg. Kastelen Uit de opdeling van de Frankische koningsgoederen uit de vroege middeleeuwen ontwikkelde zich het zogenaamde feodale stelsel met zijn standenmaatschappij. Feodaliteit betekent dat macht, bestuur en samenleving zo georganiseerd waren, dat er over en weer afspraken gemaakt werden tussen hogere en lagere standen in de maatschappij. Kreeg iemand van lagere stand bijvoorbeeld een boerderij in gebruik (‘in leen’), dan was hij in ruil daarvoor verplicht zijn heer in tijden van oorlog militair bij te staan. Bij de kleine landadel ontstond in de 11e en 12e eeuw de behoefte om verdedigingswerken aan te leggen, vooral in het zeer feodale Limburg. Zo werden mottes en donjons gebouwd. Stenen gebouwen (vaak van Kunradersteen) gingen een steeds prominentere plaats innemen in het landschap. Dat waren onder andere boerderijen, kerken en kastelen. De oudste versterkte woonhuizen of kastelen lagen op hooggelegen plaatsen. Het kasteel van Valkenburg is een voorbeeld van zo’n hoogteburcht. In Voerendaal zijn van dit type geen voorbeelden bekend. Latere kastelen lagen in lage en natte gebieden, waarin een waterhoudende gracht als belangrijkste verdedigingswerk kon worden aangelegd. Alle kastelen in Voerendaal zijn zogenaamde waterburchten (figuur 12). Bij de meeste grotere middeleeuwse heerlijkheden hoorde een kasteel. Van een heerlijkheid spreken we, als de mogelijkheid om recht te spreken van een hogere aan een lagere heer in gebruik gegeven was. Naast woonplaats van de heer vormde zo’n kasteel dan het bestuurlijk centrum van de heerlijkheid en een strategisch bolwerk ter verdediging van het gebied. Veel kastelen en versterkte plaatsen werden verwoest tijdens de Limburgse Successie-oorlog van 1238 tot
  7. Na de 14e eeuw raakten kastelen echter in onbruik vanwege de onverdedigbaarheid tegen kanonnen. Figuur
  8. Kasteel Cortenbach Voerendaal (figuur ontleend van https://www.visitzuidlimburg.nl). Bijzonder aan Voerendaal is de grote concentratie kastelen. In de gemeente zijn niet minder dan tien kastelen bekend, waarvan er zes nog bestaan. De oudste vermeldingen van de kastelen (

figuur 13) onderschrijven dat de lager gelegen kastelen relatief jonger zijn dan de hoogteburchten. Dat er in Voerendaal nog zoveel kastelen zijn is waarschijnlijk een combinatie van factoren. In Zuid-Limburg komen voor Nederlandse begrippen sowieso veel kastelen voor omdat hier lange tijd sprake is geweest van versnipperd grondbezit. Diverse landsheren maakten hier de dienst uit en wilden hun bezittingen veiligstellen met een kasteel. In het heuvelachtige Zuid-Limburg is het noordelijk deel van de gemeente Voerendaal relatief vlak en hier komen ook veel beken voor. Dit was dus de ideale plaats om een waterburcht aan te leggen en daarom staan er hier dan ook zo veel. De laatste factor die meespeelt bij waarom er in Voerendaal zoveel kastelen zijn, is dat er simpelweg relatief weinig kastelen verdwenen zijn. Dus er wáren al veel kastelen en daarvan zijn er ook nog eens veel bewaard gebleven. Figuur

  1. Kastelen in de gemeente Voerendaal, geprojecteerd op de hoogtekaart. Duidelijk is dat de kastelen allemaal relatief laag in het landschap lagen. Het jaartal geeft de oudste vermelding aan (gegevens: Hupperetz e.a., 2005). Kerken Vanwege verwoesting of verbouwing gaan slechts weinig gebouwen in de gemeente terug tot de middeleeuwen. De belangrijkste uitzonderingen zijn, naast de kastelen, de twee oudste kerken van de gemeente. De Sint-Laurentiuskerk in Voerendaal stamt uit de 11e eeuw. Ze is in 1049 door paus Leo IX ingezegend en is daarmee de enige kerk in Nederland die door een paus is ingezegend (figuur 14). De paus was dat jaar in Aken, als onderdeel van zijn reizen door Europa om na de verwoestingen door de Noormannen het geloof in deze streken nieuw leven in te blazen. In het gevolg van de paus bevond zich bisschop Udo van Toul, die in Voerendaal uitgestrekte bezittingen had. Waarschijnlijk is op zijn verzoek de paus naar Voerendaal gekomen. Het schip van de kerk is enkele keren vernieuwd, maar de toren is altijd gebleven en is daarmee een van de oudste gebouwen in de gemeente. Vanuit deze oudste kerk in de regio zijn later de kerken van Heerlen en Welten gesticht.7 Stichting Databank Kerkgebouwen in Limburg, 2014a. De kerk is gewijd aan de heilige Laurentius van Rome († 258), een martelaar uit de Romeinse tijd. Sint Laurentius werd gemarteld op een rooster boven een vuur. Halverwege zou hij gezegd hebben “deze kant is gaar, draai me maar om”. Figuur
  2. Opschrift aan de binnenzijde van de toren in de Laurentiuskerk die melding maakt van inzegening door paus Leo IX in 1049 (foto: RAAP, 21-03-2025). Bijna een eeuw na de wijding van de kerk in Voerendaal werd in Klimmen de Sint-Remigiuskerk gesticht op gronden die sinds 968 het klooster van Saint-Remi te Reims toebehoorden. Vanuit het klooster werden de gronden ontgonnen en bij deze nieuwe ontginning hoorde ook een kerk. De ruïne van een oud gebouw – mogelijk een Romeinse wachttoren – werd aangepast tot kerktoren en aan de oostzijde werd een schip tegen de toren gebouwd. De kerk werd in 1288 door brand verwoest maar zo’n 40 jaar later herbouwd.8Stichting Databank Kerkgebouwen in Limburg, 2014b. Remigius van Reims (436-533) was in tegenstelling tot Laurentius geen martelaar uit de Romeinse tijd, maar een bisschop uit de Frankische tijd. 2.5Nieuwe tijd (1500-1800 na Chr.) Door de toenemende landbouw op de plateaus en de hellingen raakten deze lössgebieden, die met name in de natte wintermaanden kaal waren, steeds kwetsbaarder voor erosie. Om erosie van de hellingen tegen te gaan werden heggen en struiken gepland, parallel aan de hoogtelijnen. Grond die bovenaan de helling wegspoelde werd opgevangen door de struiken. Na verloop van tijd ontstonden zo een soort terrassen, de zogenaamde graften (figuur 15). Met name op de zeer steile hellingen van de Vrakelberg zijn deze goed herkenbaar. Figuur
  3. Graften op de Vrakelberg (foto: RAAP, 21-03-2025). Landbouw en Kalkovens Vanaf de 15e eeuw werd de driejarige vruchtopvolgingscyclus toegepast in de landbouw, het zogenaamde drieslagstelsel. Voorheen werden akkers elk jaar gebruikt en tussendoor bemest met dierlijke mest. De geringe ruimte voor graslanden in de beekdalen beperkte de omvang van de veestapel en dus de beschikbare hoeveelheid mest. De zuurgraad van het land werd op peil gehouden door het strooien van kalk, waarvoor vaak de lokaal gewonnen mergel werd gebruik. De driejarige vruchtopvolgingscyclus hield in dat na twee jaar gebruikt te zijn, een akker een jaar braak kwam te liggen. In dit braakjaar werd de akker extra bemest en bemergeld, geploegd en onkruidvrij gehouden. Om de mergel te kunnen gebruiken op het land moest deze eerst gebrand worden, waarbij gebrande of ongebluste kalk ontstaat. Na toevoeging van water wordt de bruikbare gebluste kalk verkregen. Voor het branden van kalk werden waarschijnlijk tijdelijke kalkovens gebouwd. In Voerendaal staan nog 9 van de in totaal 23 bewaard gebleven kalkovens in Zuid-Limburg. Dit maakt Voerendaal de gemeente met het hoogste aantal kalkovens in Limburg.9 Wikipedia: Lijst van kalkovens in Zuid-Limburg. De nog bestaande ovens stammen uit de eerste helft van de 20e eeuw. Twee locaties zijn beschermd als Rijksmonument. Het betreft zes kalkovens Kurvers en kalkovens boerderij Schneider, respectievelijk Rijksmonumentnummers 507159 en 507160.10 https://rijksmonumenten.nl/ In de 18e eeuw deed de klaverteelt zijn intrede. In het braakjaar werd de akker ingezaaid met klaver en soms ook knolgewassen. Deze bonden stikstof aan de grond en dienden bovendien als veevoer, waardoor de veestapel kon toenemen en er meer mest beschikbaar kwam. Tegelijkertijd begon men de kleinere akkers bij de boerderijen in te richten als fruitweiden: in de hoogstamboombaard kon vee geweid worden. Ook dit maakte een grotere veestapel mogelijk en de fruitteelt zorgde voor extra inkomsten voor de boer. Omdat fruit niet lang goed te houden is en zeker niet over lange afstanden goed te transporteren, maakte men er vaak stroop van. Het koken van Limburgse stroop is ingeschreven in de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland11Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland,
  4. en wordt ook in de gemeente Voerendaal op ambachtelijke wijze beoefend, bijvoorbeeld in Koulen.12Koulen 12 Sjroap. Figuur
  5. Kalkoven in Winthagen (foto: RAAP, 21-03-2025). Boerderijen Verschillende gebouwen zijn (deels) in de lokale steensoort Kunradersteen opgetrokken (

ook § 2.1.2). In Voerendaal ligt ook nog de enige nog functionele Kunradersteengroeve van Nederland (figuur 17). Niet zelden werden gebouwen ook aangesmeerd met kalk, die evenals de kalk voor de landbouw geproduceerd werd in kalkovens.13 Leestekens van het landschap, z.j. Figuur

  1. Kunradersteengroeve ten zuiden van Kunrade, op de rand van het Plateau van Ubachsberg (RAAP, 21-03-2025). De oudste nog bestaande boerderijen in de gemeente Voerendaal dateren uit de 16e of 17e eeuw. Het waren in oorsprong langgevelboerderijen met een woonhuis, een kleine stal voor vee of paarden, een dorsvloer (din) en een opslagruimte voor graan (wisch). De stal was klein, omdat vee aanvankelijk een ondergeschikte rol speelde in het boerenbedrijf. Toen dat veranderde na de invoering van de klaverteelt, kon de boerderij uitgebreid worden. Aan de langgevelboerderijen werden vleugels toegevoegd om de groeiende veestapel en andere bedrijfsdelen onder te brengen (figuur 18). De teelt van knollen maakte het mogelijk dat vee ook in de zomer op stal bleef, waardoor zo veel mogelijk mest verzameld kon worden. Holle wegen Vaak koos men voor de route tussen de beekdalen en de plateaus de minst steile route. Deze volgde vaak oude droogdalen en afwateringsgeulen. Door het gebruik als weg was deze grond extra kwetsbaar voor erosie. De weg sleet daardoor als smal steil dal verder uit. Op de steile wegkanten ontstond vaak begroeiing van doornige stuiken als meidoorn, sleedoorn en hulst. De steeds dieper komende wegen worden holle wegen genoemd (figuur 18). Boven op het plateau werd vanaf de 17e eeuw vaak bij een splitsing of kruising van wegen een kruis geplaatst. Een directe aanleiding is waarschijnlijk de contrareformatie, die weerstand moest bieden tegen de dreiging van het opkomend protestantisme. De kruisen hadden daarmee een defensief en offensief karakter: zij moesten tonen dat het landschap en de mensen katholiek gebleven waren en “overlopers” overtuigen terug te keren naar de “moederkerk”. Figuur
  2. Links: boerderij in Termaar en rechts: holle wegen (foto: RAAP, 21-03-2025). 2.6Nieuwste tijd (na 1800 na Christus) Wegkruisen Het katholieke deel van de bevolking (in Zuid-Limburg veruit het grootste deel) werd zich gedurende de 19e eeuw steeds bewuster van de eigen identiteit. In de Franse tijd (1794-1813) kwam er godsdienstvrijheid en in 1853 volgde het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie. In deze emancipatiegolf nam het aantal wegkruisen en andere katholieke uitingen enorm toe. Het grootste deel, circa 75 procent, van de kruisen die nu nog in het Limburgse landschap staan, stamt uit deze periode. Figuur
  3. Wegkruis aan het einde van de Trappengats in Winthagen (foto: RAAP, 21-03-2025). Landbouw In de Franse tijd kwam er een einde aan de bestuurlijke versnippering die eeuwenlang Zuid-Limburg gekenmerkt had. Dit had invloed op het landschap en de bezitsverhoudingen daarin. Gronden die voorheen behoorden tot het geestelijke en adellijke grootgrondbezit werden genationaliseerd en verkocht. Deze gronden werden opgekocht door boeren en kapitaalkrachtige investeerders uit Maastricht, waardoor het grondbezit versnipperd raakte. Het grootste deel van het Zuid-Limburgse landbouwareaal bestond aan het begin van de 19e eeuw uit een zeer kleinschalige percelering die het grote aantal aan eigenaars illustreerde. Deze eigenaars konden geen grote investeringen doen waardoor er geen agrarische vernieuwing plaatsvond. De landbouw in Limburg liep om die reden aan het begin van de 19e eeuw sterk achter in vergelijking met die van andere streken in de Lage Landen. Hier kwam verandering in met de komst van kunstmest aan het eind van de 19e eeuw. Het werd mogelijk steeds grotere opbrengsten te genereren en de noodzaak tot het houden van vee verdween voor de boeren die zich focusten op akkerbouw. Tegelijkertijd was er een toegenomen vraag naar dierlijke producten, waardoor ook de veeteelt groot bleef. Hierdoor is de traditionele tweedeling van akkers op de plateaus en grasland in de dalen eigenlijk altijd in grote lijnen intact gebleven. Rondom de dorpen lagen ook veel fruitweiden. Met name door de landbouwcrisis aan het eind van de 19e eeuw werd het interessant om in te zetten op commerciële fruitteelt. Hierdoor nam het aantal hoogstamboomgaarden enorm toe, met een hoogtepunt rond 1950 (figuur 20). Omdat de fruitteelt arbeidsintensief is en hoogstamboomgaarden niet geschikt voor moderne landbouwmachines zijn ze in de loop van de 20e eeuw steeds meer verdwenen. Figuur
  4. Hoogstamfruitteelt bij Termoors (foto: RAAP, 21-03-2025). Het verdwijnen van de boomgaarden hangt ook samen met grootschalige landinrichtingsprojecten om de landbouw na de Tweede Wereldoorlog efficiënter te maken. Vooral op de plateaus is het overgrote deel van de in oorsprong middeleeuwse verkaveling verdwenen. Het grote aantal kleine akkerbouwpercelen heeft plaatsgemaakt voor een grootschalige blokverkaveling. Lokale veldwegen en voetpaden zijn hierbij verdwenen en vervangen door een rechtlijnig wegennet. Rond de dorpen bleef de 19e-eeuwse verkaveling wel gehandhaafd, zij het in een andere functie: boomgaarden veranderden in tuinen. Boerderijen Ook gedurende de 19e eeuw konden de boerderijen in omvang toenemen. Door de opkomst van steden werd ook stedelijk afval en menselijke mest gebruikt op het land om de opbrengsten te vergroten. De komt van kunstmest versterkte dit verder. De boerderij werd steeds verder uitgebreid en kreeg zijn kenmerkende vorm bestaande uit een woongedeelte, stallen, melkruimte, opslagruimten, dorsvloer en poort. Alles gelegen rondom een vierkant binnenplein, waarop de mesthoop een centrale plek innam. Die opzet werd symbolisch voor het traditionele Limburgse boerenbedrijf. Verstedelijking Met de komst van de mijnen veranderde er veel in Zuid-Limburg. Hoewel Voerendaal niet direct in de mijnstreek ligt, werd ook hier gezocht naar woonruimte voor mijnwerkers. De komst van de spoorlijn (

hierna) maakte het mogelijk dat ook mensen die in Voerendaal woonden snel bij de mijn konden komen. Zo was er al snel een relatie met Heerlen, die tot op de dag van vandaag voortduurt in de vorm van het samenwerkingsverband Parkstad. Het Laurentiusplein is de eerste geplande dorpsuitbreiding van Voerendaal en is gebouwd in de trant van een tuinstad. Kenmerkend zijn de rode daken, opvallend metselwerk of dakvormen en het dorpse en groene karakter. De wijk bestaat uit eengezinswoningen en plaatst dus het gezin centraal. De wijk is speciaal gebouwd voor arbeiders uit de mijnen. Vanwege de eenheid van de wijk en de beoogde bewoners kan dit een mijnkolonie worden genoemd. Prominent aan de ingang van de wijk vanaf het centrum van Voerendaal staat dan ook een beeld van de heilige Barbara, patrones van de mijnwerkers. Hoewel er in de gemeente Voerendaal dus geen mijnen waren, is de gemeente met deze mijnwerkerskolonie wel degelijk verbonden met het mijnverleden van Zuid-Limburg, wat zo een belangrijke rol heeft gespeeld bij de ontwikkeling van de streek in de 20e eeuw. Figuur

  1. Mijnwerkerskolonie Laurentiusplein Voerendaal met het beeld van de H. Barbara, patroonheilige van de mijnwerkers (foto: RAAP, 21-03-2025). Met de groei van de bevolking in de 19e en 20e eeuw kwam er ook behoefte aan meer kerken. Ubachsberg werd in 1841 een eigen parochie (Sint-Bernarduskerk, met een uitbreiding uit 1924 in Kunradersteen). In 1932 kreeg Ransdaal een eigen kerk (H. Theresiakerk, in traditionele stijl van lokale bouwmaterialen). Tot slot kreeg Kunrade in 1958 een eigen kerk. De aanvankelijke noodkerk werd in 1968 vervangen door de O.L.V. van Altijddurende Bijstandkerk in eigentijdse stijl, waarna Kunrade een eigen parochie werd. In 2018 werd de kerk aan de eredienst onttrokken en valt de geloofsgemeenschap weer onder de parochie van Voerendaal. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen in vrijwel alle kernen in de gemeente nieuwe woonwijken, variërend in grootte van een enkele straat, of verdichting langs bestaande wegen, tot aan een hele wijk zoals Oost-Voerendaal. Door de dorpsuitbreidingen groeiden Voerendaal en Kunrade aan elkaar. Als gevolg van de ontkerkelijking werden hiervoor geen nieuwe kerken meer gebouwd. Grote infrastructurele werken Tussen 1913 en 1915 werd de spoorlijn Heerlen-Schin op Geul aangelegd om de twee belangrijkste oost-west-spoorverbindingen in Zuid-Limburg met elkaar te verbinden. In Heerlen sloot de nieuwe lijn aan op de spoorlijn Sittard-Herzogenrath en in Schin op Geul op de lijn Aken-Maastricht. De lijn werd op 1 maart 1915 geopend en kent twee stations: een in Voerendaal en een tussen Klimmen en Ransdaal (station Klimmen-Ransdaal). Beide stationsgebouwen zijn ontworpen door George van Heukelom (1870-1952).14 Voerendaal Vertelt. Ze zijn vrijwel identiek, al is dat van Klimmen-Ransdaal iets kleiner. Beide stationsgebouwen zijn sinds de jaren 1990 beschermd als rijksmonument. Klimmen-Ransdaal is al meerdere jaren het meest gewaardeerde treinstation van Nederland.15 Van der Weerden,
  2. De autosnelwegen bereikten Voerendaal in de jaren 70 van de 20e eeuw. In 1970 werd onder de naam S15 de provinciale weg van Maastricht naar Heerlen geopend. Ter hoogte van Klimmen was er in beide richtingen een kleine verzorgingsplaats, gelegen tussen de Putweg en Steinweg. In de jaren 80 werd de weg overgenomen door het Rijk en werd het de A
  3. De verzorgingsplaatsen werden opgeheven, maar hun contouren zijn nog altijd herkenbaar. Voerendaal, gelegen op de overgang van Heerlen (Parkstad) en het Heuvelland, is zo met zijn goede verbindingen als het ware de poort naar het Heuvelland geworden. 2.7Belangrijke cultuurhistorische structuren en elementen Uit voorgaande paragrafen blijkt dat er een aantal verhaallijnen bestaat die kenmerkend zijn voor Voerendaal en die zich uiten in diverse structuren en objecten in het landschap. Dit zijn: Het Romeinse verleden: Villa Voerendaal-Ten Hove. Dame van Voerendaal. Via Belgica. Kunradersteen: resultaat van de geologische ontstaansgeschiedenis en prominent lokaal bouwmateriaal. De kastelen: Voerendaal heeft uitzonderlijk veel – nog bestaande – kastelen. Cortenbach Puth Rivieren Haeren Het cultuurlandschap: de ligging op de overgang van Parkstad naar Heuvelland en de plateaus naar het Bekken van Heerlen. Wegdorpen aan de randen van beekdalen, komdorpen in het Bekken en op de plateaus. Oudste kerken in Voerendaal

(1048)en Klimmen
(1135), jongere kerken in Ubachsberg
(1841), Ransdaal
(1932)en Kunrade
(1968). Deze laatste heeft sinds 2019 geen religieuze functie meer. Middeleeuwse kern van Voerendaal rondom de Sint-Laurentiuskerk. Carréboerderijen die de groeiende welvaart van de afgelopen eeuwen weerspiegelen. Graften op de hellingen, fruitweiden bij de dorpen. Stroopkokerij(en). Laurentiusplein: de mijngeschiedenis van Zuid-Limburg werkte ook door in Voerendaal, met deze eigen mijnkolonie, mogelijk gemaakt door de komst van de spoorlijn in
  1. Deze verhaallijnen komen verder in de nota uitgebreider aan bod. 3Beleid Om de zorg voor het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving te waarborgen zijn er op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau allerlei regels en visies opgesteld. De bestaande visie- en beleidskaders die van belang zijn voor het cultureel erfgoed worden hieronder per overheidslaag beknopt behandeld. Een uitgebreid overzicht van het beleid op de drie niveaus is weergegeven in bijlage
  2. 3.1Rijksniveau De afgelopen twintig jaar is er veel veranderd in hoe we omgaan met erfgoed in Nederland. Eerder werd er vooral gekeken naar individuele monumenten en naar archeologische sites. Nu is er veel meer aandacht voor erfgoed als integraal onderdeel van de ruimte. Het verhaal, de ruimtelijke en sociale context spelen een steeds grotere rol. Het erfgoed wordt dan nu ook gezien als de basis van de lokale identiteit en inspiratiebron voor toekomstige ontwikkelingen. De Rijksoverheid heeft de wetgeving aangepast aan deze nieuwe inzichten. De twee belangrijkste recente wetten op het gebied van erfgoed zijn de Erfgoedwet
(2016)en de Omgevingswet
(2024). De vuistregel voor de verdeling tussen de Erfgoedwet en de Omgevingswet is als volgt: de duiding van cultureel erfgoed en de zorg voor cultuurgoederen (roerend erfgoed) in overheidsbezit staat in de Erfgoedwet. De omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving is geregeld in de Omgevingswet. Daarnaast dient met de invoering van de Omgevingswet het erfgoed ook uiteindelijk beschermd te worden in het gemeentelijk Omgevingsplan (dit plan wordt digitaal ontsloten via het Digitaal Stelsel Omgevingswet). Gemeenten krijgen tot eind 2031 de tijd om de onderdelen van het tijdelijk deel van het omgevingsplan om te zetten naar regels in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Voor monumenten betekent dit dat het aanwijzen van Rijksmonumenten gebeurt op grond van de Erfgoedwet maar dat de vergunningverlening voor het wijzigen van Rijksmonumenten is geregeld in de Omgevingswet. Provincies en gemeenten kunnen eigen beschermde monumenten aanwijzen en zelf de regels daaromtrent bepalen. De gemeente Voerendaal heeft tot nu toe geen gemeentelijke monumenten. Naar aanloop van de Omgevingswet heeft het Rijk in 2020 een Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld waarin het Rijk een langetermijnvisie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. Met de NOVI biedt het Rijk aan provincies en gemeenten een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. In de visie worden de nationale belangen genoemd die gewaarborgd moeten worden in het beleid voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het bijvoorbeeld ook om behoud en versterking van cultureel erfgoed en landschappelijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang.16 https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/omgevingswet/omgevingsvisie/nationale-omgevingsvisie-novi. Naast de Nationale Omgevingsvisie is in 2022-2023 het programma Nationale OmgevingsVisie Executiekracht (NOVEX). opgericht. In de NOVEX komen alle overheden samen om een plan voor de inrichting van Nederland te maken. Op basis van een lijst met doelen en belangen van het Rijk zijn de provincies met andere overheden aan de slag gegaan om te komen tot een voorstel voor de toekomstige inrichting. Er zijn 16 NOVEX-gebieden aangeduid, waaronder ook het gebied Zuid-Limburg. Hier gaat het om het circulair maken van de economie, aanpak van kwetsbare wijken en hun bewoners en het duurzame behoud en klimaatbestendig maken van het Nationaal Landschap Heuvelland. Cultureel erfgoed wordt hierin meegenomen als uitwerking van de Erfgoeddeal, die stelt: “vanuit de kracht van het erfgoed dragen we bij aan de realisatie van de transities en opgaven in de leefomgeving”.17 https://open.overheid.nl/documenten/ronl-4f4cc9e4ca36babcb05a661dc5859b723d24a3d2/pdf Voor de totstandkoming van de NOVI en NOVEX, zijn naast ‘professionals’ en experts, ook lokale maatschappelijke verenigingen en individuen betrokken. Dit is een uitwerking van het Europese verdrag van Faro, dat erfgoedparticipatie bevordert. De bepalingen van het verdrag zijn geen juridische verplichtingen, maar het roept op om na te denken over de vraag: waarom bewaren we erfgoed, voor wie, hoe zijn mensen betrokken en hoe komt erfgoed ten goede aan de hele samenleving? Het Verdrag van Faro
(2005)is door Nederland op 10 januari 2024 ondertekend, de ratificering wordt momenteel voorbereid.18 https://www.coe.int/en/web/conventions/full-list?module=signatures%2Dby%2Dtreaty&treatynum=199 . 3.2Provinciaal beleid Met de komst van de Omgevingswet heeft ook de provincie Limburg in 2021 een Provinciale Omgevingsvisie (POVI) opgesteld. Daarin geeft het de lange termijnvisie over het ontwikkelen, benutten én beschermen van de fysieke leefomgeving in de provincie Limburg. De Omgevingsvisie Limburg wordt op dit moment geactualiseerd en naar verwachting verschijnt begin 2026 een herziene versie.19 https://www.expeditieruimte.nl/omgevingsvisie-limburg . Het aspect cultuur en erfgoed heeft zich vertaald in het document ‘beleidskader 2024-
  1. Cultuur en erfgoed voor iedereen’.20Provincie Limburg, 2024b. In het beleidskader ‘Cultuur en erfgoed voor iedereen’ worden, vanuit de gedachte van integraal werken en om het provinciale beleid elkaar op allerlei manieren te laten versterken, verbindingen gelegd met andere beleidskaders van de Provincie Limburg: ‘Samen leven & bestaanszekerheid’, ‘Toekomstbestendige economie’, ‘Nieuwe Energie & Schone Leefomgeving’, ‘Leefbare Steden & Dorpen’ en ‘Een bereikbaar en toegankelijk Limburg’.21 Provincie Limburg, 2024b:
  2. Het cultureel erfgoed vormt, samen met het landschap, een belangrijk onderdeel van de fysieke leefomgeving. Limburg kent een diversiteit aan cultureel erfgoed, zoals de historische cultuurlandschappen, kastelen en boerderijen, industrieel en religieus erfgoed en de Limburgse dialecten. Een culturele, Limburgse identiteit kan dan ook houvast bieden in een snel veranderende wereld. De provincie Limburg hecht er grote waarde aan om oude, zowel religieuze als niet-religieuze monumenten te herstellen en/of te hergebruiken/herbestemmen. Het behoud van monumenten weegt nadrukkelijk mee bij stadsontwikkelingen en het beheer van Natura 2000-gebieden. Daarnaast geeft de provincie advies bij plannen voor wijzigingen of sloop van Rijksmonumenten die buiten de bebouwde kom liggen. Voor de restauratie of herbestemming van rijks- of gemeentelijke monumenten heeft de provincie een eigen subsidieregeling. Ook ten aanzien van landschap beschikt de provincie over een eigen subsidieregeling. Groene landschapselementen kunnen vaak ook als erfgoed gezien worden. Elementen als graften, heggen en geriefbosjes hadden een functie in het vroegere agrarische bedrijf. Ze zijn door mensen aangelegd en onderhouden en maken daarmee deel uit van het cultuurlandschap. De Provinciale Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer kan zo mee ingezet worden ten bate van erfgoed. Een ander belangrijk uitgangspunt van het provinciaal beleid vormt het publieksbereik en de participatie van burgers en erfgoedverenigingen. Het ondersteunt initiatieven die het erfgoed fysiek en/of digitaal zichtbaar en beleefbaar maken. Zo ondersteunt het onder meer initiatieven die de vertaalslag maken van wetenschappelijke archeologische onderzoeksrapporten naar publieksvriendelijke vertalingen of ruimtelijke ontwerpen of stimuleert het (tijdelijke) tentoonstellingen van archeologische objecten. Voorts heeft de provincie Limburg provinciale archeologische aandachtsgebieden aangeduid. Dit zijn gebieden met een groot potentieel aan archeologische waarden die het verhaal van Limburg vertegenwoordigen. Onderzoek naar en behoud van deze archeologische waarden in deze aandachtsgebieden is van provinciaal belang.22 Provincie Limburg, 2021: 46-
  3. Specifiek voor Voerendaal is de Via Belgica aangeduid als provinciaal aandachtsgebied. Naast historische en archeologische monumenten heeft de identiteit ook betrekking op het immaterieel erfgoed, zoals bijvoorbeeld het Limburgse dialect en de Limburgse volksverhalen. De provincie stimuleert het gebruik en de zichtbaarheid van de Limburgse taal en is gericht op het behoud van het Limburgs. Ook de Limburgse gilde- en schutterijwezen krijgen extra aandacht in het provinciaal beleid.23 Provincie Limburg, 2024b. Doelenboom. Cultuur en erfgoed voor iedereen. De Provincie Limburg heeft samen met het Steunpunt voor Archeologie & Monumentenzorg (SAM) het Beleidsplatform Erfgoed Limburg opgericht.24 Erfgoedbeleid Limburg, z.j. en Steunpunt voor Archeologie & Monumentenzorg,
  4. Met dit platform worden de samenwerking, deskundigheid en kennisdeling op het gebied van erfgoed in Limburg bevorderd, doordat het gemeentelijke beleidsmedewerkers op het terrein van erfgoed samenbrengt. Er zijn onder meer tweemaal per jaar informatie- en netwerkbijeenkomsten en er worden cursussen gegeven. Maandelijks is er een planoverleg voor gemeenten waar initiatieven met de RCE en de Provincie voorbesproken kunnen worden. Het delen en opdoen van kennis en ervaringen en het hebben van ‘korte lijntjes’ met andere overheden en instanties zijn waardevolle effecten van het beleidsplatform voor de gemeente Voerendaal. Door middel van de Provinciale omgevingsverordening (vastgesteld in 2021 en gewijzigd in 2022) verplicht de provincie dat in een omgevingsplan niet alleen de provinciale kernkwaliteiten worden genoemd maar ook onder meer hoe met de bescherming en versterking daarvan wordt omgegaan en hoe negatieve effecten worden gecompenseerd.25 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR705183/2 . Hoofdstuk 11 Cultureel erfgoed. 3.3Gemeentelijk beleid In 2023 heeft de gemeente Voerendaal een integrale visie op de openbare ruimte (IVOR) opgesteld waarin verschillende thema’s van de fysieke leefomgeving aan bod komen.26 Gemeente Voerendaal,
  5. De thema’s erfgoed en cultuur zijn hierin echter niet opgenomen. De twee beleidsdocumenten die betrekking hebben op het erfgoed in de gemeente betreffen de beleidsnota archeologie27 Gemeente Voerendaal,
  6. en de gemeentelijke Welstandsnota28 Gemeente Voerendaal, 2012b. . In de beleidsnota archeologie schrijft de gemeente te streven “naar een gedegen, proactief en geïntegreerd gemeentelijk archeologiebeleid. De gemeente heeft de ambitie om te komen tot maatwerk, kwaliteit, beleefbaarheid, kostenbesparing, vermeerdering van kennis en een betere kennisoverdracht.”29 Gemeente Voerendaal, 2019,
  7. Naast de bescherming van archeologische monumenten en de planologische borging daarvan wil de gemeente ook de informatievoorziening rondom archeologie verbeteren en inzetten voor toerisme. Ook cultureel erfgoed wordt benoemd als een bepalende factor in de identiteit van een gebied. De archeologische verwachtings- en beleidskaart uit 2007 vormt – samen met de actualisatie van de beleidskaart uit 2014 – de basis voor de planologische bescherming.30 De vertaling van de archeologische (verwachtings)waarde naar planologische bescherming is in Voerendaal geregeld door over het gehele gebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ te leggen. In de regels worden de vrijstellingsgrenzen per verwachtingscategorie genoemd en er wordt verwezen naar de archeologische waarden- en verwachtingskaart in de bijlage. (voor Voerendaal-Kunrade de kaart uit 2013, voor de rest van de gemeente de kaart uit 2007) om aan te duiden welke verwachting op een bepaalde locatie geldt. Het voordeel van deze werkwijze is dat in theorie de bijlage gewijzigd kan worden zonder dat het bestemmingsplan zelf gewijzigd hoeft te worden. Het nadeel is dat in (de visualisatie van) het bestemmingsplan niet direct duidelijk is welke regels ten aanzien van archeologie op een bepaalde locatie gelden. De werking van de kaart zal volgens de beleidsnota archeologie worden geëvalueerd en er wordt bezien of een (periodieke) actualisatie noodzakelijk is.31 Gemeente Voerendaal, 2019,
  8. De beleidsnota archeologie beschrijft verder de rol van de gemeente bij archeologisch onderzoek en hoe de kennis van het archeologisch erfgoed gedeeld kan worden met een breder publiek. Ook wil de gemeente privécollecties van archeologisch materiaal gaan inventariseren en afspraken maken met de eigenaren daarvan aangezien dit materiaal van algemeen belang is.32 Gemeente Voerendaal, 2019, 47-
  9. In de gemeentelijke Welstandsnota is de gemeente Voerendaal ingedeeld in drie welstandsgebieden gaande van niveau 1 (hoogste niveau, vb. historische dorpskernen) tot en met niveau 3 (laagste niveau, vb. bedrijventerreinen). Elk niveau heeft een aantal criteria waaraan ze bij vergunningaanvragen beoordeeld worden. Voor monumenten, karakteristieke panden en beschermde dorpsgezichten zijn aanvullende criteria geformuleerd die gericht zijn op het zo authentiek mogelijk behouden van deze zaken. Door de heldere criteria en gebiedsbeschrijvingen is er maatwerk per gebied mogelijk en kan de beoordeling zo objectief mogelijk plaatsvinden. Tot slot is er door de gemeente Voerendaal een coalitieakkoord opgesteld voor de periode 2022-2026 waarin een aantal beleidsafspraken is vastgelegd.33Gemeente Voerendaal,
  10. Wat betreft cultuur en erfgoed gaat de aandacht uit naar de attractieve waarde en het belang van het erfgoed voor inwoners en bezoekers. Er zal gekeken worden naar herbestemming van het erfgoed om een toekomstperspectief te kunnen schetsen. Dit past ook goed in het regionale beleid van stimuleren en faciliteren van initiatieven (attracties en verblijfsaccommodaties, met aandacht voor onderscheidende kwaliteit), en door te investeren in (fysieke) verbindingen en de samenwerking met ondernemers.34 Gemeente Voerendaal, 2022:
  11. 3.4Conclusie Met de komst van de Omgevingswet, waarin het beschermen van de omgevingskwaliteit een belangrijk thema is, verandert de kijk op het cultureel erfgoed. Het erfgoed wordt nu minder individueel benaderd maar meer gezien als een integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving. Wat als cultureel erfgoed beschouwd wordt, hangt heel nauw samen met de lokale identiteit. Deze wordt gevormd door een samenspel van verschillende aspecten zoals het (cultuur)landschap, historische bebouwing, de archeologische overlevering, een gemeenschappelijke taal en allerlei tradities. Op alle beleidsniveaus wordt getracht om zo veel mogelijk rekening te houden met de belangen van het cultureel erfgoed in brede zin en deze bij toekomstige ontwikkelingen zo veel mogelijk te integreren en/of te beschermen. Hierbij staan duurzaamheid en de participatie van burgers en erfgoedverenigingen hoog in het vaandel. Ook de gemeente Voerendaal wil haar lokale identiteit beschermen voor toekomstige generaties door het ontwikkelen van beleidsregels. In navolgende hoofdstukken wordt besproken welk erfgoed er binnen de gemeente aanwezig is, welke initiatieven er reeds spelen en wat de visie en ambitie van de gemeente zijn op zowel de korte als lange termijn. 4Typologieën van Erfgoed in Voerendaal In dit hoofdstuk worden de vier typen van erfgoed in Voerendaal behandeld. Naast de wettelijke taken en het beleid, komen de doelstellingen en de reeds gerealiseerde en wenselijke ambities per type erfgoed kort aan bod. In hoofdstuk 6 zal er uitgebreider op de visie en de te realiseren ambities van de gemeente ingegaan worden. 4.1Archeologisch erfgoed 4.1.1Introductie Zoals uit de landschapsbiografie van Voerendaal blijkt heeft de gemeente veel archeologische resten in haar bodem. Deze vertellen ons hoe vroegere generaties leefden en hoe onze samenleving er toentertijd uitzag. De oudste resten zijn aangetroffen nabij Ubachsberg en gaan terug tot het midden-paleolithicum (circa 300.000-35.000 jaar geleden). De meeste archeologische vindplaatsen uit Voerendaal dateren echter uit de Romeinse tijd. De gemeente werd toen doorsneden door de Via Belgica, de Romeinse weg van Boulogne-sur-Mer naar Keulen die o.a. bij de Midweg over een groot deel is teruggevonden. Aan weerszijden van deze weg lagen grote agrarische villacomplexen, zoals de beroemde villa Ten Hove en inheems Romeinse nederzettingen. Langs de Via Belgica en de secundaire wegen werden de bewoners na hun dood begraven in grafvelden en individuele grafmonumenten. Zo is er in 1917 nabij de villa Ten Hove een vrouwenhoofd uit zandsteen aangetroffen, de zogenaamde Dame van Voerendaal, dat waarschijnlijk onderdeel van haar grafmonument langs de Via Belgica is geweest. Naast villa’s en de Dame van Voerendaal, is de kerk van Klimmen mogelijk gebouwd op een voormalige Romeinse wachttoren. Onze gemeente heeft dus vele sporen van een rijk Romeins verleden. Maar ook nederzettingsresten uit de ijzertijd en (vroege) middeleeuwen is een aantal keer aangetroffen, waaronder bij het villaterrein Ten Hove. Al sinds 2007 (ingang Wet op de Archeologische Monumentenzorg) zijn de gemeenten in overwegende mate verantwoordelijk voor het behoud van hun archeologische erfgoed. De archeologie werd een verplicht en geïntegreerd onderdeel van het ruimtelijke besluitvormingsproces. Vanaf die tijd moest bij de ruimtelijke besluitvorming ook het archeologische belang worden afgewogen tezamen met andere belangen. Na het ingaan van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in 2007 hebben de Parkstadgemeenten, waartoe ook Voerendaal behoort, de krachten gebundeld om een eigen grensoverschrijdend archeologiebeleid te ontwikkelen.35 Gemeente Voerendaal, 2019: 5, 11-
  12. Omdat de gemeente als bevoegde overheid beslissingsbevoegdheid heeft over archeologische belangen binnen de ruimtelijke ordening hebben de parkstadgemeenten in 2011 een regioarcheoloog aangesteld. Met een samenwerkingsverband tussen de Parkstadgemeenten wordt geïnvesteerd in gemeentegrensoverschrijdende kennis, identiteit en kwaliteit.36 Gemeente Voerendaal, 2019: 11-
  13. 4.1.2Wettelijke taken Het taakveld archeologie is in Voerendaal ondergebracht bij een ambtenaar die archeologie in de portefeuille heeft en wordt in samenwerking met de regioarcheoloog, die door alle Parkstadgemeenten tezamen is aangesteld, uitgevoerd.37 Gemeente Voerendaal, 2019:
  14. Het gemeentelijk archeologiebeleid sluit aan op de principes die in het Verdrag van Malta zijn verwoord en met de invoering van de Wamz zijn verankerd in de Nederlandse wetgeving. Sinds het van kracht worden van de Wamz moet de gemeente verantwoordelijkheid nemen voor het behoud van het bodemarchief en derhalve archeologie als volwaardige wegingsfactor meenemen in de belangenafweging bij besluitvorming over ruimtelijke ingrepen. De doelstelling om het archeologische bodemarchief in situ te behouden staat voorop. Als behoud en bescherming van archeologische resten in de bodem niet mogelijk blijken te zijn, dienen de resten deskundig te worden onderzocht en gedocumenteerd. Deze onderzoeken dienen uitgevoerd te worden door gecertificeerde bureaus. De gemeente is bevoegd gezag en

t toe op de kwaliteit van het onderzoek. Dit betekent dat de gemeente bepaalt in welke gevallen onderzoek nodig is, zelf een beslissing neemt over de resultaten van de onderzoeken ([selectie]besluit) en aanvullende eisen kan stellen aan de uit te voeren onderzoeken.38 Gemeente Voerendaal, 2019: 47. Tevens voorziet het Verdrag van Malta in een informatieplicht met uitwisseling van de meest recente gegevens aan het publiek. Dit kan door middel van bijvoorbeeld lezingen of open dagen op archeologische opgravingen of tot publieksgerichte ontsluiting van archeologische waarden door middel van bijvoorbeeld exposities. Wettelijke taken archeologie Toetsen noodzaak archeologie bij ruimtelijke ingrepen; uitgangspunt is behoud in situ. Indien behoud in situ niet mogelijk is, dient er opgegraven te worden door gecertificeerde bureaus. De gemeente is bevoegd gezag en

t toe op de kwaliteit. Tevens stelt het al dan niet aanvullende eisen op (middels een [selectie]besluit). Gemeente voorziet in publieksgerichte ontsluiting. 4.1.3Beleid In eerste instantie heeft RAAP voor de Parkstadgemeenten een uitgebreid bureauonderzoek uitgevoerd.39 Verhoeven,

  1. Op basis daarvan is een serie kaarten vervaardigd, waaronder de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. Deze beleidsadvieskaart uit 2007 heeft als basis gediend voor de regels met betrekking tot archeologie (opname ondergrenzen) in de bestemmingsplannen die vanaf deze periode vervaardigd zijn. In 2013 is deze kaart geactualiseerd en op 30 januari 2014 door de gemeente Voerendaal vastgesteld.40 Vanneste & Verhoeven,
  2. De kaart is een belangrijk onderdeel van het toetsingskader bij het invullen van het gemeentelijke archeologiebeleid in de sfeer van de ruimtelijke ontwikkeling. Op deze archeologische beleidskaart zijn gebieden waarvoor dezelfde beleidsuitgangspunten gelden samengevoegd. Zo zijn er zes archeologische waardecategorieën ontstaan (figuur 22). Per beleidscategorie is bepaald of archeologisch onderzoek nodig is en wanneer vrijstelling van onderzoek kan worden verleend (zogenaamde ondergrenzen). Niet altijd en overal is archeologisch onderzoek namelijk noodzakelijk. Het doel van een gedegen archeologiebeleid is juist om het nut en de noodzaak van archeologisch onderzoek te kunnen bepalen. In figuur 22 staan de ondergrenzen vermeld die in de gemeente Voerendaal worden gehanteerd.41 Gemeente Voerendaal, 2019:
  3. Figuur
  4. De verschillende beleidscategorieën in de gemeente Voerendaal. In Voerendaal zijn twee archeologische terreinen aangewezen als Rijksmonument. Dit zijn allereerst de bekende Romeinse villa Ten Hove, die vooralsnog de meest indrukwekkende van Nederland is.42 Citaat van Henk Hiddink: https://www.cultureelerfgoed.nl/actueel/nieuws/2023/03/31/eerste-exemplaar-romeinse-villa-voerendaal-uitgereikt . Ook het terrein van de villa bij Colmont (Ubachsberg) is een archeologisch Rijksmonument. Deze terreinen hebben een wettelijk beschermde status (waardecategorie 1). Voor deze terreinen is de minister van OCW, in de praktijk de RCE, bevoegd gezag bij enkelvoudige aanvragen. Dat zijn aanvragen voor alléén een archeologische rijksmonumentenactiviteit. Bij meervoudige aanvragen is de gemeente bevoegd gezag voor vergunningverlening voor een archeologische rijksmonumentenactiviteit. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), in de praktijk de RCE, heeft dan recht van advies en instemming over de archeologische rijksmonumentenactiviteit.43 https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/omgevingswet/omgevingsvergunning-onder-de-omgevingswet . Figuur
  5. Terrein waar de resten van de Romeinse villa Kolmonderweg/Karstraat (Colmont)zijn gevonden. (foto: RAAP, 21-03-2025). 4.1.4Doelstellingen Het archeologisch erfgoed vertelt ons hoe vroegere generaties in Voerendaal leefden en hoe onze samenleving er toentertijd uitzag. Het vertelt ons iets over onszelf, onze cultuur en onze identiteit. Het is dan ook vooral van belang voor het grote publiek, met name de bewoners. Gelet op het belang dat het erfgoed heeft voor bewoners, alsook voor de wetenschap, dient die aantasting van archeologische vindplaatsen door toekomstige bodemontwikkelingen te worden beperkt. Het archeologisch beleid van de gemeente Voerendaal heeft dan ook tot doel haar archeologische erfgoed te beschermen en te ontsluiten als bron van het ‘gemeenschappelijke geheugen’ en als middel voor wetenschappelijke studie, zonder meer maatschappelijke lasten in het leven te roepen dan strikt noodzakelijk.44 Gemeente Voerendaal, 2019: 39-
  6. Daarnaast wil zij ook op het potentieel van archeologische resten inzetten om het toerisme en de economie te binnen de gemeente te versterken. 4.1.5Ambities Villa Ten Hove Voerendaal De trots van Voerendaal is de Romeinse villa Ten Hove, de indrukwekkendste van Nederland. Hoewel in Zuid-Limburg en ook in Voerendaal meer Romeinse villa’s gevonden zijn, is Ten Hove vanwege zijn omvang wel een unieke ‘parel’. We

n dit daarom als een van de belangrijkste identiteitsdragers van onze gemeente. Als symbool hiervan is in opdracht van de gemeente voor het station van Voerendaal het beeld van de Dame van Voerendaal opgericht. Dit is een vergrote replica van het vrouwenhoofd dat in 1917 werd gevonden. Ze is hét visitekaartje van Voerendaal. Figuur

  1. Kunstwerk ‘Dame van Voerendaal’ aan het station van Voerendaal (foto: RAAP, 21-03-2025). De gemeente heeft het initiatief genomen om de Villa Voerendaal zichtbaar en beleefbaar te maken. Naar aanleiding van een Europese subsidie is een internationale samenwerking ontstaan tussen Nederland, België en Duitsland, gericht op het toegankelijk maken van het Romeinse erfgoed voor een breed publiek. Onder de naam VIAVIA kunnen bezoekers vanaf 2027 lands- en taalgrenzen oversteken om ondergedompeld te worden in de wereld van de Romeinen. Op negen locaties worden binnen het project VIA VIA verrassende ervaringen ontwikkeld rond het Romeinse verleden. Denk aan interactieve wandelroutes, tentoonstellingen en immersieve ruimten in musea, die het leven van de Romeinen tussen Maas en Rijn tastbaar maken. Villa Voerendaal is één van deze negen hotspots. Hier zal een landschapselement verrijzen dat het Romeinse verleden op eigentijdse wijze tot leven brengt en hint naar wat verborgen ligt onder de grond.45 https://www.viabelgica.nl/een-internationaal-romeins-landschap-vol-verhalen-en-beleving Via Belgica Het Romeinse verleden wordt in de regio verbonden aan de Via Belgica. De gemeente is betrokken bij verschillende samenwerkingsverbanden omtrent dit thema. Ook wordt er ingezet op educatie, toerisme en recreatie om het Romeinse verleden voor het voetlicht te brengen. De gemeente is hier financieel bij betrokken en neemt deel aan de projectgroep en het bestuurlijk overleg. Ook organiseert de gemeente activiteiten rond het Romeinse verleden die gekoppeld worden aan de Via Belgica. Daarnaast neemt ze deel aan activiteiten die vanuit het project worden georganiseerd, zoals lichtfestival LUX in de winter van 2023-
  2. In Voerendaal vallen de Romeinse villa Ten Hove, het beeld van de Dame van Voerendaal, de wachttoren bij de kerk in Klimmen en de plaquette aan de Bergseweg waar delen zijn gevonden van de Via Belgica, onder de bezienswaardigheden. Verder wordt op het thema aangehaakt door ondernemers met wijnen, kersen, Romeinse kippen, de steengroeve etc. Exposities In het kader van het toegankelijk maken van het lokale erfgoed voor een breder publiek, zijn recent in de hal van het gemeentehuis vitrines geplaatst. In deze vitrines worden zorgvuldig geselecteerde objecten tentoongesteld die elk een bijzonder aspect van onze geschiedenis belichten. Met dit initiatief beoogt de gemeente een tastbare verbinding te leggen tussen verleden en heden op een laagdrempelige manier. Het vormt tevens een mogelijke opmaat naar verdere projecten die het culturele erfgoed van Voerendaal op eigentijdse wijze zichtbaar maken. 4.2Bouwkundig erfgoed/monumenten 4.2.1Introductie De gemeente Voerendaal omvat verschillende dorpen, gehuchten en buurtschappen met karakteristieke en monumentale gebouwen. Het gaat zowel om carréboerderijen als kerken en kastelen waarvan vele opgetrokken zijn uit de voor de streek bekende Kunradersteen. In totaal zijn binnen de gemeente 100 gebouwen als Rijksmonument aangeduid. Dit zijn monumenten van nationaal belang. Er zijn geen gemeentelijke monumenten. De monumenten bepalen sterk het uitzicht en karakter van de dorpen en gehuchten. Daarom heeft een aantal de status van rijksbeschermd of gemeentelijk beschermd dorpsgezicht gekregen, zoals het gehucht Winthagen (figuur 25, rijksbeschermd) en het Laurentiusplein en omgeving (figuur 21, gemeentelijk beschermd dorpsgezicht) in Voerendaal. Deze laatste is ingericht als mijnwerkerskolonie in de geest van een tuindorp en wordt gekenmerkt door het smalle stratenpatroon met bebouwing, het plein en het gebruik van groen. Bij stedenbouwkundige ontwikkelingen dienen de cultuurhistorische kwaliteiten van deze gebieden en de waarde van de (Rijks)monumenten gewaarborgd te blijven. Figuur
  3. Winthagen, idyllisch gelegen in een droogdal op de overgang van het plateau van Ubachsberg naar het Bekken van Heerlen (foto: RAAP, 21-03-2025). De gemeente streeft naar het behoud van de kwaliteiten en waarden van het bouwkundig erfgoed. Dit doet de gemeente door, waar mogelijk, de verduurzaming van (Rijks)monumentale en karakteristieke gebouwen en hergebruik van duurzame materialen te stimuleren. Hiermee draagt de gemeente bij aan het in stand houden van haar (rijks)monumentale en karakteristieke gebouwen, ook voor toekomstige generaties. 4.2.2Wettelijke taken Bij aanvragen van omgevingsvergunningen toetst de gemeente of de toekomstige ontwikkelingen wijzigingen aanbrengen aan een monument of effect hebben op het monument. Op basis van het decentraal-tenzij-beginsel46Decentraal, tenzij betekent dat het laagste niveau de meeste taken en bevoegdheden rond de fysieke leefomgeving krijgt. De gemeenten staan aan de basis voor de algemene zorg voor de fysieke leefomgeving. De waterschappen hebben de functionele zorg voor het waterbeheer. https://iplo.nl . uit de Omgevingswet, is de gemeente bevoegd gezag voor Rijksmonumentactiviteiten en Werelderfgoedactiviteiten.47 De minister van Infrastructuur en Waterstaat is bevoegd gezag voor een rijksmonument of werelderfgoed in de territoriale zee buiten een gemeente (artikelen 13.4 en 14.4 Bal). De provincie is bevoegd gezag voor een rijksmonument als er op dezelfde locatie een vergunning voor milieubelastende activiteit voor een complex bedrijf is verleend (artikel 13.5 en
  4. 5 Bal). https://iplo.nl . Specifiek gaat het hierbij om de gemeentelijke beoordeling of sprake is van een zogenoemde ‘Rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een gebouwd of aangelegd monument’. Dit betreft een vergunningsplichtige activiteit onder de Omgevingswet. Artikel 5.1, lid 1, onder b van de Omgevingswet bepaalt namelijk dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning deze activiteit uit te voeren. Gemeenten kunnen eigen beschermde monumenten aanwijzen en zelf de regels daaromtrent bepalen. Wettelijke taken bouwkundig erfgoed Toetsen of toekomstige ontwikkelingen wijzigingen aanbrengen aan een (Rijks)monument. De gemeente is meestal het bevoegd gezag en zorgt voor vergunningverlening, handhaving en toezicht. Gemeenten kunnen eigen monumenten aanwijzen en zelf de regels daaromtrent bepalen. 4.2.3Beleid In de gemeentelijke Welstandsnota is de gemeente Voerendaal ingedeeld in drie welstandsgebieden, lopend van niveau 1 (hoogste niveau, vb. historische dorpskernen) tot en met niveau 3 (laagste niveau, vb. bedrijventerreinen). Er zijn geen welstandsvrije gebieden. Elk niveau heeft een aantal criteria waaraan ze bij vergunningaanvragen op beoordeeld worden. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij het college van burgemeester en wethouders, die advies inwinnen bij de dorpsbouwmeester of welstands- en monumentencommissie.48 Gemeente Voerendaal, 2012b, 10-
  5. In de welstandsnota is per type gebied (bijv. historische kernen of voltooide woonwijken) aangegeven wat de beoordelingscriteria zijn en worden referentiebeelden gegeven. Elk deelgebied is daarnaast van een beschrijving voorzien. Voor monumenten, karakteristieke panden en beschermde dorpsgezichten zijn aanvullende criteria geformuleerd die gericht zijn op het zo authentiek mogelijk behouden van deze zaken. Door de heldere criteria en gebiedsbeschrijvingen is er maatwerk per gebied mogelijk en kan de beoordeling zo objectief mogelijk plaatsvinden. Karakteristieke panden De eerste gemeentelijke inventarisatie van karakteristieke panden is in 2020 uitgevoerd door ANNO Bouwhistorie ten behoeve van het omgevingsplan. Tot op heden ontbrak een beleidsmatige route voor het actualiseren van deze lijst, waardoor eigenaren hun pand niet konden laten toevoegen. Met onderstaande procedure wordt hier invulling aan gegeven. Een particuliere eigenaar kan bij de gemeente een verzoek indienen om zijn of haar pand de formele status van karakteristiek pand toe te kennen. Hierna wordt een voorselectie gedaan door de afdeling vergunningverlening op basis van de criteria van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) (

bijlage 5Waarderingscriteria RCE). Indien akkoord, worden de ingediende casussen gebundeld, waarna één keer per jaar een beoordeling plaats vindt met een vergunningverlener, Anno Bouwhistorie, en de aanvrager. De kosten hiervoor zijn voor de aanvrager. Een prijsindicatie kan via de gemeente worden opgevraagd via planbureau@voerendaal.nl. Bij een positieve beoordeling wordt het pandtoegevoegd aan de inventarisatie met karakteristieke panden. Figuur

  1. De drie niveaus van de Welstandsnota van Voerendaal. 4.2.4Doelstellingen De gemeente heeft een inventarisatie laten maken van karakteristieke en beeldbepalende bouwwerken.49 Gemeente Voerendaal,
  2. De kern van dit document is een overzicht van de ongeveer 180 karakteristieke en beeldbepalende panden, geordend per kern en voorzien van onder meer een foto, beschrijving en waardering. Via de nieuwe Erfgoedstandaard, of Erfgoed Registratie Systeem (ERS)50Forum Standaardisatie, 2022., wil de gemeente haar erfgoedregistratie binnen deze standaard brengen, om zo het erfgoed letterlijk op de kaart te zetten. Op deze manier voldoet het aan de wettelijke verplichting om het erfgoed te ontsluiten in het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Tot slot heeft Voerendaal tot doel om de monumenten en karakteristieke panden binnen de gemeente te verduurzamen. In het Nationaal Klimaatakkoord is afgesproken dat alle gemeenten werken naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in
  3. Voerendaal heeft daarop, samen met de Parkstadgemeenten, de ambitie uitgesproken om in 2040 energieneutraal te zijn. Monumenten en karakteristieke panden zijn onderdeel van de gebouwde omgeving binnen de gemeente Voerendaal. Voor de verduurzaming van Rijksmonumenten volgt de gemeente de richtlijnen van de RCE. De RCE subsidieert geen verduurzamingsmaatregelen, maar biedt wel (financiële) ondersteuning aan eigenaren van Rijksmonumentale panden. De gemeente verstrekt zelf geen subsidies voor verduurzamingsmaatregelen. 4.2.5Ambities De gemeente Voerendaal heeft al een eerste inventarisatie uitgevoerd naar beeldbepalende en karakteristieke bouwwerken (

§ 4.2.4).

Vanuit het Rijk is de vraag gekomen om ook erfgoed uit de Tweede Wereldoorlog, de periode van de wederopbouw / Koude Oorlog en de periode 1965-1990 aan te duiden als behoudenswaardig monument en deze in de monumentenlijst op te nemen. Ook kenmerkende stedenbouwkundige structuren binnen de gemeente, zoals het Laurentiusplein en omgeving, verdienen aandacht om deze als behoudenswaardig erfgoed te beschermen bij toekomstige ontwikkelingen. Kerken zijn belangrijk voor het beeld van de dorpen en het landschap. Een deel van de kerken is beschermd als Rijksmonument, de andere hebben geen beschermde status. De kerken vragen binnen de monumenten een aparte aanpak vanwege hun religieus karakter. Het is voor de gemeente belangrijk dat er nagedacht wordt over hoe met kerkgebouwen in de toekomst wordt omgegaan, ook als ze hun religieuze functie verliezen, en hoe de kwaliteiten van het gebouw zich verhouden tot aanpassingen die nodig zijn voor het gebruik en de verduurzaming ervan. Een mooi voorbeeld van een herbestemming is de kerk Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand in Kunrade (figuur 27).51 Het betreft een IBA-Parkstad project in samenwerking met Delphinium Zorg, het Kerkbestuur Voerendaal Kunrade, H&S adviseurs, de provincie Limburg en de gemeente Voerendaal; https://www.iba-parkstad.nl/projecten/olv-van-altijddurende-bijstand-kunrade. In het gebouw is een kleinschalige woonzorgvoorziening gerealiseerd. Met deze herontwikkeling wordt tegemoetgekomen aan de toenemende (maatschappelijke) vraag naar betaalbare kwalitatief hoogwaardige zorghuisvesting in de regio Parkstad. Het gebouw heeft tevens een sociaalmaatschappelijke wijkfunctie, terwijl ook de kapelfunctie is behouden. Figuur

  1. Zorghuis alias kerk O.L.V. Altijddurende Bijstand te Kunrade (bron: Zorghuis Kunrade). De gemeente heeft dan ook de ambitie uitgesproken voor de mogelijke opzet van een Kerkenvisie, waarin uitgewerkt wordt hoe de gemeente met haar kerkgebouwen wil omgaan. Het samenwerkingsverband Toekomst Religieus Erfgoed biedt handvatten voor het opstellen van een Kerkenvisie.52 Toekomst Religieus Erfgoed, z.j. De visie zou breder opgezet kunnen worden en naast herbestemming van kerkgebouwen aandacht kunnen hebben voor herbestemming van waardevolle gebouwen in het algemeen. Daarnaast wordt bekeken of het opstellen van de Kerkenvisie een grensoverschrijdend project kan worden met de andere Parkstadgemeenten, vergelijkbaar met het archeologiebeleid. De gemeente Voerendaal heeft in het coalitieakkoord ook de ambitie uitgesproken om het erfgoed meer beleefbaar te maken en zo het toerisme in de streek te versterken.53Gemeente Voerendaal, 2022:
  2. Het wil onder meer de routestructuren verbeteren en bekijkt de mogelijkheden voor e-mobility. Wandel- en fietsroutes kunnen karakteristieke monumenten, zoals kerken en kastelen, verbinden en zo het verhaal van de plek vertellen. Ook wil het gebouwen, inclusief (historisch) interieur, meer openstellen voor het publiek. In Voerendaal bevinden zich op korte afstand van elkaar vier kastelen: Rivieren, Puth, Haeren en Cortenbach. Deze hoge concentratie aan rijksbeschermde landgoederen en buitenplaatsen biedt een uitgelezen kans om deze meer in de kijker te zetten. 4.3Immaterieel erfgoed 4.3.1Introductie Naast het materiële erfgoed speelt ook het immateriële erfgoed een belangrijke rol in de regionale identiteit. Limburg staat bol van tradities en gebruiken. Deze maken Limburg tot datgene waar de Limburgers zo trots op zijn. Deze tradities en gebruiken zijn diep geworteld in de samenleving en worden van generatie op generatie overgedragen. Ze vormen een verbindende factor en brengen mensen samen. Tradities en gebruiken zijn medebepalend voor de eigenheid van dorpen, gehuchten of wijken. Immaterieel erfgoed verrijkt een samenleving, brengt nieuwe perspectieven op maatschappelijke vraagstukken en verbindt je met mensen van verschillende achtergronden doordat je bepaalde gewoonten en tradities deelt. Deze vorm van cultureel erfgoed is altijd in beweging en verandert mee met de tijd. Immaterieel erfgoed heet daarom ook wel ‘levend’ erfgoed.54 https://www.erfgoedvrijwilliger.nl/immaterieel-erfgoed . Voorbeelden van immaterieel erfgoed in Voerendaal zijn de Oogstdankfeesten, de carnavalsoptochten, de ambachten zoals het stroopmaken in Koulen, de Koninklijke schutterij Sint Sebastianus, het dialect en de talrijke volksverhalen, zoals het verhaal van ridder Kuno. Figuur
  3. Carnavalsverenigingen in de gemeente Voerendaal (bron:https://www.voelender-kunder.nl/). 4.3.2Wettelijke taken Om het belang van immaterieel erfgoed een duurzame toekomst te bieden introduceerde Unesco in 2003 het 'Verdrag ter Bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed'. Met dit verdrag roept Unesco landen op om immaterieel erfgoed te inventariseren, kennis erover te genereren en het een duurzame toekomst te bieden. Bijna 200 landen, inclusief Nederland, hebben dit verdrag inmiddels ondertekend.55 https://www.omgevingsweb.nl/nieuws/immaterieel-erfgoed-in-het-omgevingsplan . Hoe dit verder ingevuld wordt, verschilt van land tot land. In Nederland wordt het immaterieel erfgoed geïnventariseerd door het Kenniscentrum voor Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN).56 https://www.immaterieelerfgoed.nl/ Gemeenten moeten in het omgevingsplan rekening houden met het belang en behoud van cultureel erfgoed en werelderfgoed. Dit gebeurt door inventariseren en analyseren van het erfgoed dat binnen de gemeente aanwezig is. Op basis daarvan neemt de gemeente een toereikend beschermingsregime in het omgevingsplan op.57https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/omgevingswet/documenten/publicaties/2020/01/01/ruimte-voor-immaterieel-erfgoed. Met het opnemen in het omgevingsplan van locaties die verbonden zijn met immaterieel erfgoed, zoals het terrein van de schutterij (met schootsveld), draagt de gemeente bij aan de borging van immaterieel erfgoed – en dus aan de verplichtingen die voortvloeien uit het UNESCO-verdrag.58 Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland,
  4. Wettelijke taken immaterieel erfgoed Inventariseren en analyseren van roerend en immaterieel erfgoed binnen de gemeente. Beschermende maatregelen opnemen in het omgevingsplan waar dit middels ruimtelijke regels mogelijk is. Het beschermde immaterieel erfgoed laten opnemen in het (nationale) Kenniscentrum voor Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN). 4.3.3Beleid Het beleid van de gemeente Voerendaal voor het immaterieel erfgoed staat nog in de kinderschoenen. De gemeente Voerendaal heeft geen geschreven overzicht van roerend en immaterieel erfgoed. Binnen de gemeentelijke organisatie is dit ondergebracht bij de beleidsvelden ‘Sport, Onderwijs en Cultuur’ en ‘Verenigingen’. Hoewel dit enig inzicht biedt in actuele erfgoedpraktijken binnen de gemeente, is er geen systematisch vastgelegd overzicht van aanwezige gebruiken, tradities en roerende erfgoedobjecten. 4.3.4Doelstellingen Om aan de eisen van de Omgevingswet te voldoen, dient Voerendaal een eenduidig beleid te ontwikkelen voor het roerend en immaterieel erfgoed in zover deze gekoppeld kan worden aan de fysieke leefomgeving. In eerste instantie dient geïnventariseerd te worden welke tradities en gebruiken binnen Voerendaal leven en dient een inventaris opgesteld te worden van het roerend erfgoed, zoals bijvoorbeeld interieurs van kastelen. Daarvoor is het belangrijk om ook de ‘beoefenaars’ en de eigenaars ervan te consulteren en te betrekken in de opstelling van het beleid. Wat zijn de uitdagingen, wensen en behoeften van de immaterieel erfgoedgemeenschappen? Hoe kunnen we de beleving van het immaterieel erfgoed bij zoveel mogelijk mensen, zowel inwoners als toeristen, laten terechtkomen?59 Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland,
  5. 4.3.5Ambities De gemeente hecht veel belang aan het vertellen van de verhalen van Voerendaal. Alleen als inwoners en bezoekers bekend zijn met het erfgoed en de verhalen die het erfgoed vertelt, gaat het erfgoed leven en krijgt het de waardering die het verdient. In het verlengde daarvan moeten de verhalen en het immaterieel erfgoed in bredere zin toegankelijker worden voor inwoners en bezoekers. Een eerste aanzet is gegeven door lokale initiatiefnemers die de website ‘Voerendaal vertelt’ hebben ontwikkeld. Op deze website kunnen Voerendalers zelf verhalen vertellen over gebeurtenissen, locaties, gebouwen etc. uit het verleden. De ambitie is om vanuit de gemeente deze website te integreren in de bestaande website over het Erfgoed in Voerendaal.60 https://www.voerendaal.nl/over-voerendaal/evenementen-en-activiteiten/erfgoed-in-voerendaal . Op deze manier wordt al het erfgoed, waaronder ook het immateriële erfgoed, op één locatie verzameld en ontsloten voor het publiek zodat ze voor de toekomst bewaard worden. Tot slot wil de gemeente de wijnbouw in Voerendaal stimuleren. De wijnbouw die sinds het begin van de 21e eeuw in opkomst is, kan vanwege de associatie met de Romeinse wijncultuur toeristisch ook gekoppeld worden met het Romeinse verleden. Sinds 2023 zijn de wijnen van De Voerendaalse Bergen Europees beschermd (achtste BOB)61 Beschermde Oorsprongsbenaming.. De Voerendaalse Bergen is zo’n 900 hectare groot en beslaat een aantal heuvelhellingen in het gebied tussen Valkenburg en Heerlen. Onder meer de Vrakelberg, Kunderberg en Fromberg vallen binnen de BOB-grenzen.62 https://www.nederlandsewijninfo.nl/2023/05/wijnen-uit-de-voerendaalse-bergen-voortaan-ook-beschermd-in-nieuwe-bob en https://www.rvo.nl/files/file/2022-05/Productdossier-BOB-De-Voerendaalse-Bergen.pdf . De stimulans voor wijnproductie kent een raakvlak met het behoud van cultuurhistorische landschappen (

§ 4.4).

Figuur

  1. Wijndomein Fromberg (bron: https://www.wandel.nl/routes/wijnroute-ubachsberg). 4.4Cultuurlandschappelijk erfgoed 4.4.1Introductie Kenmerkend voor Parkstad is de verwevenheid van stad en platteland. De stedelijke concentraties van Parkstad (gemeenten Heerlen, Brunssum, Landgraaf en Kerkade) worden afgewisseld met parken en natuurgebieden. De gemeenten daar omheen, waaronder Voerendaal, hebben een meer landelijk karakter, met dorpen afgewisseld met kleinschalige glooiende landschappen. Deze diversiteit maakt Parkstad zo’n energieke en dynamische regio. De gemeente Voerendaal is gelegen aan de zuidwestrand van Parkstad, waar de overgang plaatsvindt naar het landelijke Heuvelland. Voerendaal kan zo als het ware gezien worden als de groene poort vanuit Parkstad naar het Heuvelland. Het glooiende Zuid-Limburgse landschap kent drie belangrijke identiteitsdragers: het reliëf met zijn unieke landschapselementen, de waterhuishouding en de dorpen. Zij bepalen in belangrijke mate de structuur van het landschap. Water speelt een cruciale rol. Door millennia-lange erosie van het oorspronkelijke plateau zijn de dalen ontstaan die voor de kenmerkende hoogteverschillen zorgen en waardoor de huidige beken stromen. Daarnaast vinden we in Voerendaal graften en holle wegen, die vrijwel uitsluitend op de Zuid-Limburgse hellingen gevonden worden. Binnen het glooiende landschap van beken, graften en holle wegen hebben zich dorpen ontwikkeld bestaande uit carréboerderijen, huizen, wegkruizen en – op de markantste locatie – de kerk. Kerken zijn niet alleen beeldbepalend, ze vertellen vaak als oudste gebouwen in een plaats ook bijzondere verhalen. Zo is in de kerk van Klimmen Romeins bouwmateriaal in de muren verwerkt en is de St. Laurentiuskerk in Voerendaal de enige kerk in Nederland die ooit door een paus is ingewijd.63 Kerkgebouwen in Limburg, z.j. De kerken zijn dan ook onlosmakelijk verbonden met de cultuurhistorie van de gemeente. Figuur
  2. Zicht op Klimmen vanuit het oosten (bron: RAAP, 21-03-2025). 4.4.2Wettelijke taken Conform het Rijksbeleid is de gemeente verplicht cultuurhistorie in het omgevingsplan op te nemen. De verplichting vloeit voort uit het Verdrag van Granada uit 1985 dat door Nederland in 1994 is geratificeerd. Het verdrag bevat bepalingen aangaande inventarisatie, documentatie, bescherming en restauratie van onder meer cultuurlandschappen.64 https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/internationaal/verdragen . 4.4.3Beleid De gemeente heeft de cultuurlandschappelijke eenheden inzichtelijk gemaakt in het Bestemmingsplan Buitengebied (bijlage 3: Gebiedsdifferentiatiekaart). Van deze gebieden is aangegeven hoe kwetsbaar ze zijn op het vlak van hydrologie, bodemkunde, ecologie en visueel. Deze kwetsbaarheid wordt in combinatie met de gebiedskenmerken gebruikt bij de beoordeling van ontwikkelingen. Hiermee zijn de gebiedskenmerken geborgd. De bestaande waardevolle landschapselementen in het buitengebied zijn in 2022 geïnventariseerd. De inventarisatie heeft betrekking op het grootste deel van het buitengebied van de gemeente. Belangrijke uitzonderingen zijn landgoederen, Natura 2000-gebieden en de meeste eigendommen van het Waterschap Limburg.65 Gemeente Voerendaal,
  3. Ontwerp Paraplubestemmingsplan Landschapselementen, Toelichting § 2.3.
  4. De huidige juridische beschermingsregeling daarvoor is geactualiseerd in het ‘Paraplubestemmingsplan landschapselementen’. Daartoe is in 2025 een ‘Paraplubestemmingsplan landschapselementen’ vastgesteld.. Dit met als doel een passende juridische bescherming voor de landschapselementen. Naar aanleiding van

nswijzen is een deel van de landschapselementen opgenomen in de separate actualisatie van de bomenverordening: de Verordening bomen en houtopstanden

  1. De bescherming van graften, holle wegen en poelen is geregeld in het Paraplu bestemmingsplan landschapselementen. De bescherming van bomen en houtopstanden, zoals bosjes, singels en hagen is geregeld in de Verordening bomen en houtopstanden 2025.66 Voerendaal
  2. De impact voor aanvragers van daarin opgenomen omgevingsvergunning kap is beperkter dan bij een aanlegvergunning op grond van het Paraplubestemmingsplan. Op de website van de gemeente Voerendaal zijn de regelingen voor de bescherming van bomen, houtopstanden en andere landschapselementen opgenomen.67 https://www.voerendaal.nl/aanvragen-en-regelen/bouwen-en-wonen/omgevingsvergunning/kappen-of-vellen-van-bomen-houtopstanden-of-andere-landschapselementen . Ook zijn hier de kaarten in te

n met de beschermde bomen, houtopstanden en andere landschapselementen. 4.4.4Doelstellingen De doelstellingen die de gemeente Voerendaal hanteert borduren voort op de nationale en provinciale kaders die opgesteld zijn in aanloop naar de Omgevingswet. Op 10 juli 2022 heeft het Rijk de Startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) vastgesteld. In de startnotitie heeft het Rijk doelen geschetst op het gebied van natuur, water en klimaat, waaraan Nederland moet voldoen. De NPLG is echter door het Rijk in 2024 stopgezet. Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur werkt nu de nieuwe aanpak Ruimte voor Landbouw en Natuur uit. Hiervoor wordt in de toekomst een nieuw participatietraject opgestart.68 https://www.platformparticipatie.nl/nationaalprogrammalandelijkgebied . De provincie heeft voor Zuid-Limburg in 2023 het Panorama Zuid-Limburg (PZL) opgesteld.69 Provincie Limburg,

  1. Met de PZL is een toekomstperspectief voor Zuid-Limburg in 2050 ontwikkeld waarin de belangrijkste ruimtelijke opgaven bij elkaar zijn gebracht. Uitgangspunt hierbij vormde het bestaande ruimtelijk beleid zoals in de nationale en provinciale omgevingsvisies is vastgelegd. Panorama Zuid-Limburg gaat echter een stap verder door de relevante ruimteclaims als gevolg van het ruimtelijk beleid te verbeelden en op een integrale wijze te combineren tot een consistent toekomstbeeld. Hierdoor zijn (nog te maken) noodzakelijke ruimtelijke keuzes scherper in beeld gekomen.70 Provincie Limburg, 2023:
  2. Voor het cultuurhistorische landschap vormt het belangrijkste ontwikkelprincipe het herstellen van de beekdalen waarbij cultuurhistorische elementen zoals hellingbossen, heggen, graften, terrassen en bronbeekjes teruggebracht worden. Daarnaast wordt het kleinschalig karakter van de dorpen in de dalen behouden en verduurzaamd.71 Provincie Limburg, 2023:
  3. 4.4.5Ambities De gemeente Voerendaal heeft haar ambities in verband met het (cultuur)landschap verwoord in de Integrale Visie Openbare Ruimte Voerendaal.72 Gemeente Voerendaal,
  4. Belangrijkste uitgangspunt is om karakteristieke landschapselementen te behouden, te beschermen en zo nodig te herstellen.73 Gemeente Voerendaal, 2023:
  5. Landschapselementen worden in hun ruimtelijke context bezien. Zo geeft bijvoorbeeld het herstel van graften samen met extensief agrarisch medegebruik een impuls aan de biodiversiteit.74 Jasper,
  6. Daarnaast wil het groene landschappen met elkaar verbinden en aantrekkelijk maken voor toerisme. Een lopend project in deze is het Oerland van Kalk. In samenwerking met de gemeente Voerendaal, Simpelveld en Heerlen heeft IBA een landschappelijke visie voor het gebied opgesteld.75 https://www.iba-parkstad.nl/projecten/oerland-van-kalk . Het is een gebied met grote kwaliteiten: met een uniek natuurgebied, gebouwen van Kunradersteen en adembenemende vergezichten. Figuur
  7. Symbolische toegangspoort tot het Oerland van Kalk, ingehuldigd in 2023 (bron: Scheren, 2023). Ook heeft de gemeente de ambitie uitgesproken om de lokale identiteit en de historie van de openbare ruimte te bewaren. Het wil cultuurlandschappelijke elementen die eigen zijn aan Voerendaal behouden en versterken, zoals het Land van Kalk, de Kunradersteengroeve en wijngaarden.76 Gemeente Voerendaal, 2023:
  8. 5Participatie 5.1Inleiding Uit voorgaande hoofdstukken blijkt dat Voerendaal veel te bieden heeft wat betreft erfgoed in de breedste zin van het woord. Niet alleen archeologische overblijfselen, historische bebouwing en cultuurlandschappen vormen een prominent onderdeel, ook het eigen dialect, de volksverhalen, de beleving van carnaval en de schutterijen zijn onlosmakelijk met Voerendaal verbonden. Al deze elementen samen vormen als het ware de eigen identiteit van de gemeente. Om deze eigen identiteit voor toekomstige generaties te verzekeren, dient de zorg ervoor gedragen te worden door alle betrokkenen. Het is dan ook essentieel voor het opstellen van een erfgoednota om de verschillende belangen van zowel de inwoners, bedrijven en gemeente te kennen. RAAP heeft in het kader hiervan twee interactieve sessies georganiseerd; één met de stakeholders van de gemeente en één met de raad. Bij de participatiesessie van de stakeholders waren verschillende belangengroepen vertegenwoordigd, zoals de heemkundeverenigingen, monumenteigenaren, toeristische organisaties, natuurverenigingen en gemeentelijke beleidsmedewerkers cultuur en archeologie. Tijdens beide sessies werden in eerste instantie allerlei vragen en stellingen die verband houden met verschillende aspecten van erfgoed aan hun voorgelegd en nadien volgde een groepsdiscussie. Op deze manier is vanuit verschillende oogpunten een beeld verkregen waaraan men belang hecht en welke aspecten van erfgoed onderbelicht blijven. In onderstaande paragrafen wordt hier kort op ingegaan. Het verslag van de sessies kan geraadpleegd worden in bijlage
  9. 5.2Definitie erfgoed Voerendalers

n erfgoed als essentieel voor het lokale karakter en het creëren van een gemeen¬schapsgevoel. Maar wat is erfgoed eigenlijk? Hiervan dient door de gemeente een helder overzicht gemaakt te worden in nauwe samenspraak met de inwoners. Wat de ene als erfgoed

t, hoeft voor de andere niet noodzakelijk het geval te zijn. “Erfgoed is wat wij allemaal vinden dat erfgoed is”. Alle soorten erfgoed dienen in de afweging meegenomen te worden: zowel gebouwen (monumenten in de zin van de wet), cultuurlandschappen, dorpsgezichten als tradities, verhalen of dialect. 5.3Bescherming Een van de belangrijkste zaken voor behoud van erfgoed is de bescherming ervan. Met de komst van de Omgevingswet verandert de wijze waarop gemeenten bijvoorbeeld gemeentelijke monumenten aan kunnen wijzen. Om hier richting aan te geven moet de gemeente Voerendaal een monumentenbeleid opstellen waarin ze aangeeft hoe monumenten worden aangewezen, wat de bescherming ervan betekent en wat hierbij de rechten en plichten zijn van de monumenteigenaren. Enerzijds moet de gemeente een adequate bescherming bieden, maar anderzijds dit mag niet ten koste gaan van verdere ontwikkelingen. De gemeente moet er dan ook voor waken dat de bescherming van erfgoed geen ellenlange procedures oplevert of bijkomende regels oplegt aan bijvoorbeeld monumenteigenaren. De processen moeten zo efficiënt mogelijk worden ingericht zodat het niet ten koste gaat van het te beschermen erfgoed. Voerendaal moet ook in staat zijn om adequater in te spelen op actuele (probleem)situaties door, op kortere termijn dan nu doorgaans het geval is, te ageren. Een belangrijke taak van de gemeente is om nu al een ‘Visie herbestemming monumenten’ op te stellen waarin ze aangeeft hoe met waardevolle monumenten moet worden omgegaan wanneer hun oorspronkelijke functie wegvalt. Te denken valt aan kerken, kastelen en monumentale boerderijen. Bij de ontwikkeling van de visie moet ook aandacht gaan naar de verduurzaming ervan. 5.4Betrokkenheid/transparantie Een belangrijk aspect vormt de betrokkenheid en transparantie van de gemeente. Voerendaal moet via haar website duidelijkheid verschaffen over de regels die het stelt rondom erfgoed maar ook wat betreft subsidiemogelijkheden. Ze moet een klankbord zijn waar inwoners en bedrijven terecht kunnen met vragen omtrent erfgoed. Enerzijds dient de gemeente zelf initiatieven te ontplooien, maar moet ze ook faciliterend zijn bij de initiatieven van lokale inwoners en/of organisaties. Een Erfgoedcommissie zou hierin een centrale rol kunnen spelen. 5.5Publieksbereik, educatie en jongeren Om het lokale erfgoed voor de toekomst veilig te stellen, dient de gemeente haar inwoners in het algemeen maar de jeugd in het bijzonder te bereiken. De vergrijzing kan immers een bedreiging vormen in het voortbestaan van sommige soorten erfgoed, zoals het dialect en bepaalde tradities. Via scholen en/of sociale media kan een grotere betrokkenheid gecreëerd worden bij initiatieven in het kader van erfgoed, zoals de Open Monumentendagen, Open dagen bij archeologische opgravingen of met een project als ‘Voerendaal Graaft’ (

§ 6.4.3).

De gemeente moet actief zorgen voor een sterkere koppeling tussen erfgoed en toerisme, waarbij ook aandacht geschonken moet worden aan de ontwikkeling van de horeca. 5.6Onderbelicht/onbekend erfgoed Aansluitend op bovenstaande paragraaf blijkt dat nu nog te veel erfgoed onderbelicht blijft of zelfs niet bekend is. Zo lopen er vanuit de gemeente reeds enkele initiatieven om het Romeins verleden binnen de gemeente, zoals de Villa Voerendaal, in de kijker te zetten maar is dit nog niet bekend bij de inwoners. Andere historische fenomenen blijven dan weer te veel in de schaduw staan, zoals de kapellen en wegkruisen, de kalkovens, de voor het gebied typerende Kunradersteen en de voor Voerendaal eens zo belangrijke Noca Nola fabriek. Ook relicten uit de Tweede Wereldoorlog en Koude Oorlog blijven vaak onderbelicht, zoals de Overhekermolen die in deze laatste periode een belangrijke rol heeft gespeeld als luchtwachtpost. Kortom, de gemeente Voerendaal heeft de komende jaren nog heel wat uitdagingen voor de boeg om haar cultureel erfgoed binnen de fysieke leefomgeving te beschermen en veilig te stellen voor toekomstige generaties. In hoofdstuk 7wordt hiervoor een actieplan op korte en lange termijn gepresenteerd. 6Visie en ambities Cultureel erfgoed en cultuurhistorische landschappen dragen bij aan een aangename fysieke leefomgeving. Het verbindt mensen binnen een samenleving en de beleving ervan maakt mensen gelukkig en gezond. Het creëert een aangename woon- en werkomgeving en zorgt voor een toeristische aantrekkingskracht wat positief is voor de economie. Voerendaal vindt het dan ook belangrijk om haar erfgoed te behouden en te beschermen, te verduurzamen en zichtbaar en beleefbaar te maken voor iedereen. Omdat erfgoed van iedereen is en door iedereen beleefd wordt, draagt de gemeente burgerparticipatie hoog in het vaandel. Op deze manier weet Voerendaal wat er onder de bevolking leeft en vergroot het het draagvlak omtrent erfgoed. Dit hoofdstuk vormt de concretere uitwerking van de wensen en ideeën die in de voorgaande hoofdstukken beschreven zijn. In dit hoofdstuk worden alle ideeën benoemd. In het nog op te stellen uitvoeringsprogramma volgen keuzeafwegingen, de prioritering en het overzicht van de kosten. Het opstellen van het uitvoeringsprogramma is voorzien voor het tweede kwartaal van 2026. Sommige hier benoemde zaken komen rechtstreeks uit de overleggen met ambtenaren, politiek en belanghebbenden. Andere zijn invullingen die gegeven zijn aan meer abstracte uitgesproken wensen. 6.1Behoud en bescherming Erfgoed is onlosmakelijk verbonden aan een maatschappij en wordt generatie op generatie doorgegeven. Om het erfgoed voor toekomstige generaties veilig te stellen, is het van belang om gericht beleid te ontwikkelen voor het behoud en de bescherming ervan. Het gaat dan niet alleen om historische gebouwen (met interieur) maar ook om cultuurlandschappen, dorpsgezichten, archeologische resten, dialect, tradities en gebruiken. Elk domein vraagt specifieke regels die in een wettelijk beleidskader opgenomen moeten worden. Zo dienen regels opgesteld te worden die historische dorpsgezichten beschermen tegen toekomstige ontwikkelingen zodat de historische waarde niet verloren gaat. De gemeente dient de regels uit te voeren maar er is ook een rol weggelegd voor de samenleving om het erfgoed mee te behouden en beschermen. De Omgevingswet verplicht gemeenten hun cultureel erfgoed te inventariseren en waar nodig bescherming te bieden in het omgevingsplan (

§ 3.1 en hoofdstuk 4).

De wijze waarop gemeenten dit doen staat vrij. 6.1.1Bouwkundige monumenten Een deel van de monumenten binnen de gemeente (in de zin van de Omgevingswet, dat zijn dus waardevolle gebouwde objecten ongeacht een beschermde status) is beschermd als Rijksmonument. Dit zijn objecten die van nationaal belang zijn. Op meer lokaal niveau is er geen bescherming van monumenten in de vorm van gemeentelijk monument, beeldbepalend pand of iets vergelijkbaars. Een lijst karakteristieke en beeldbepalende bouwwerken kan gebruikt worden als “inventarisatie (..) om de cultuurhistorische en karakteristieke waarden binnen de gemeente in kaart te brengen".77 Gemeente Voerendaal, 2020, 5. De inventarisatie vormt de basis voor beleidsmatige vervolgstappen, waaronder het opnemen van een bepaalde bescherming in het omgevingsplan. 6.1.2Stads- en dorpsgezichten De gemeente heeft momenteel geen volledig beeld van andere waardevolle (steden) bouwkundige of landschappelijke gezichten, naast de reeds beschermde gebieden Winthagen (rijksbeschermd dorpsgezicht) en het Laurentiusplein (gemeentelijk beschermd stadsgezicht). Een vlakdekkende inventarisatie of waardering van (steden)bouwkundige ensembles en structuren ontbreekt nog. Het uitvoeren van een integrale inventarisatie kan waardevol zijn om inzicht te krijgen in de ruimtelijke en architectonische kwaliteiten die de identiteit en uitstraling van de gemeente bepalen. Deze kennis vormt een belangrijke basis voor beleidsontwikkeling en maakt het mogelijk om zorgvuldig af te wegen tussen behoud en nieuwe ontwikkelingen. De resultaten kunnen bovendien dienen als onderbouwing voor het opnemen van passende beschermingsregimes of beleidsregels in het omgevingsplan, waarmee de gemeente invulling geeft aan haar verantwoordelijkheid om waardevolle gebieden duurzaam te beschermen. 6.1.3Cultuurlandschappen Cultuurlandschappen bestaan uit gebieden en de daarin voorkomende landschapselementen. Met de Gebiedsdifferentiatiekaart (

§ 4

.4) heeft de gemeente een overzicht van de gebieden, die als onderdeel van het Bestemmingsplan Buitengebied 2013 zijn geborgd. In dit bestemmingsplan zijn ook de kastelen en hun directe omgeving beschermd. De rijksbeschermde buitenplaatsen van de kastelen Cortenbach, Puth en Rivieren zijn ook als zodanig opgenomen. De landschapselementen die bij deze kastelen horen zijn niet expliciet benoemd of zichtbaar gemaakt in het bestemmingsplan. Via de beschrijvingen uit het rijksmonumentenregister zijn ze echter wel beschermd. Daarnaast is er de inventarisatie van landschapselementen (

§ 4.4).

Deze heeft betrekking op een groot deel van het buitengebied van de gemeente. Belangrijke onderdelen van het cultuurlandschap vallen echter buiten de inventarisatie, zoals de landgoederen, Natura-2000-gebieden en de meeste eigendommen van het waterschap. De landgoederen en Natura-2000-gebieden hebben al een eigen bescherming. Het waterschap is een eigen publiekrechtelijke instantie en gaat over zijn eigen beleid wat betreft bescherming van het cultuurlandschap. Van de landschapselementen die wél geïnventariseerd zijn, zijn graften en steilranden, holle wegen en poelen opgenomen in het Paraplubestemmingsplan Landschapselementen

(2025)en daarmee beschermd. Andere geïnventariseerde landschapselementen zoals boomgaarden, hagen en singels zijn niet opgenomen in het Paraplubestemmingsplan. Hagen en singels zijn opgenomen op de kaart beschermde bomen en houtopstanden van de Verordening bomen en houtopstanden 2025, en zijn daarmee ook beschermd, echter met een minder zwaar beschermingsregime dan in het Paraplubestemmingsplan landschapselementen. Boomgaarden zijn niet opgenomen in het Paraplubestemmingsplan landschapselementen, noch in de Verordening bomen en houtopstanden 2025 en dus niet beschermd, De Erfgoedstandaard ERS – waarvan ook de gemeente Voerendaal aan de wieg heeft gestaan (

ook bijlage 3, onderdeel 7) – werkt met erfgoedthema’s.78 Forum Standaardisatie, 2022. Deze zijn in de tabel op de volgende pagina weergegeven. De inventarisatie van landschapselementen in de gemeente heeft betrekking op het thema ‘landbouw en bosbouw’. In de andere thema’s zijn nog geen (vastgestelde) inventarisaties uitgevoerd in de gemeente. Op dit moment heeft de gemeente dus geen volledig beeld van al het cultuurlandschappelijke erfgoed in de volle breedte die de Erfgoedstandaard aangeeft. Met het uitbreiden van inventarisaties in de andere erfgoedthema’s wordt uiteindelijk al het erfgoed in de gemeente in kaart gebracht, zoals de Omgevingswet van ons vraagt. Een dergelijke erfgoedkaart, ook wel cultuurhistorische waardenkaart genoemd, geeft een helder overzicht van welk erfgoed er in de gemeente aanwezig is. Een kaart richt zich vanzelfsprekend op de fysieke leefomgeving. Immaterieel erfgoed dat geen directe relatie heeft met een locatie in de fysieke leefomgeving zal op een andere manier geregistreerd moeten worden.Dit laatste is echter geen verplichting vanuit de Omgevingswet. Een goed overzicht van het erfgoed maakt het niet alleen voor iedereen duidelijk waarover we het eigenlijk hebben als we het over erfgoed hebben. Een goed overzicht is belangrijk om de gemeente handvatten te geven bij onder meer de uitvoering van beleid, het richting geven aan nieuwe ontwikkelingen en het opnemen van erfgoed in het omgevingsplan.a Vlakdekkende inventarisatie van erfgoed in de fysieke leefomgeving Opstellen van een vlakdekkende inventarisatie van erfgoed in de fysieke leefomgeving. De lijst van thema’s uit de ERS dient hierbij als leidraad. Deze inventarisatie voeren we uit in samenwerking met de inwoners en bedrijven van de gemeente. thema voorbeeld van elementen verkeer en vervoer wegen en paden, bruggen, tunnels, werven en havens, (spoor)wegen en stations en vlieghavens, scheepvaartkanaal waterstaat sluizen, waterkeringen, poldermolens en gemalen, rivieren en waterwegen, meren en plassen, terpen en wierden landbouw en bosbouw boerderijen, boswachterswoningen, ontginning, verkaveling, visvijver, eendenkooi, irrigatiekanaal, tuindersvilla, tuinderswoning, houtwallen, takkenrillen religie kerken en kapellen, kloosters, abdijen, synagogen en moskeeën, alsook wegkruizen en heiligenbeelden begraven begraafplaatsen, kerkhoven, hunebedden, uitvaartcentra, mortuaria, crematoria en onderdelen daarvan zoals klokkenstoelen en poortgebouwen industrie en ambacht fabrieken en nijverheid, zoals suikerraffinaderijen, bierbrouwerijen, bakkerijen, smederijen enz. delfstoffenwinning mijnbouw, afgraving, veenwinning, aardgaswinning oorlog en defensie kastelen*, schansen, bastions, grachten, stadsmuren en -wallen, kazernes, bunkers, alsook oefenterreinen (*zelfstandig, versterkt bouwwerk dat onder middeleeuwse omstandigheden te verdedigen was) bestuur en recht rechtbanken, stadhuizen, gevangenissen, politieposten en grenspalen landgoederen en buitenplaatsen paleizen, landhuizen en onderdelen daarvan en/of bijgebouwen daarbij, tuinen, parken en plantsoenen horeca, sport en recreatie hotels, restaurants en café's, zwembaden, maneges, stadions en onderdelen daarvan, dierenverblijven en vergaderzalen, verenigingsgebouwen en sociëteiten nutsvoorziening drinkwater, elektriciteit, gas, lantaarns, riolering en rioolwaterzuivering, straatmeubilair, telefonie, post, media, brandweer wonen woningen en woningbouwcomplexen, dienstwoningen, woon-werkpanden en woon-winkelgebouwen handel en administratie kantoren, (groot-) handelsgebouwen, pakhuizen, warenhuizen en bankgebouwen herdenken herinneringsmonumenten (niet zijnde straatmeubilair, grafmonument of kunstwerk) zorg en welzijn

kenhuizen, weeshuizen, begijnhofjes, inrichtingen ggz onderwijs en wetenschap scholen, universiteitsgebouwen, hortus botanicus, planetaria kunst en cultuur museum, schouwburg, bioscoop, muziekkoepel, bibliotheek, kunstwerken Tabel

  1. Erfgoedthema’s binnen de Erfgoedstandaard ERS.. 6.1.4Archeologische monumenten Op dit moment gebruikt de gemeente twee archeologische beleidskaarten. In 2007 is er een archeologische verwachtingskaart opgesteld, die vertaald is naar een beleidskaart. In 2014 is op basis van dezelfde verwachtingskaart de beleidskaart uit 2007 geactualiseerd. De kaart uit 2014 is alleen voor Voerendaal-Kunrade vertaald naar (bestemmings)planregels en dus niet voor de hele gemeente. In de rest van de gemeente wordt de kaart uit 2007 gebruikt. De erfgoedverordening hanteert ook de vrijstellingsgrenzen die horen bij de kaart van
  2. Een eerste stap tot het op orde brengen van archeologie zal dan ook bestaan uit het uniformeren van de regels rond vrijstellingsgrenzen en de vigerende versie van de archeologische beleidskaart. De gemeentelijke beleidsnota archeologie stamt uit 2019.79 Vanneste & Verhoeven, 2014 en Gemeente Voerendaal,
  3. Het is gebruikelijk dat archeologische waarden- en verwachtingskaarten ongeveer elke 10 jaar geactualiseerd worden. Aangezien de huidige verwachtingskaart uit 2007 en de beleidskaart uit 2014 stammen, kan gesteld worden dat die niet actueel zijn. Daarom is de planning om deze opnieuw te actualiseren in
  4. Figuur
  5. Actuele beleidskaart Voerendaal uit 2014 (Vanneste & Verhoeven, 2014). In de kaarten is vanzelfsprekend nog geen rekening gehouden met het concept van ‘aantoonbaar te verwachten archeologisch monument’ uit de Omgevingswet (het zogenaamde amendement-Ronnes uit 2015). Dit amendement houdt in dat een gemeente alleen bescherming in het omgevingsplan mag opnemen (in de vorm van vrijstellingsgrenzen voor archeologisch onderzoek)

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.