Artikel 197 Sr – Verblijf als ongewenste vreemdeling
Wetboek van Strafrecht (Sr) · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Artikel 197 Sr stelt strafbaar dat een vreemdeling in Nederland verblijft terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat hij tot ongewenst vreemdeling is verklaard, of dat tegen hem een inreisverbod is uitgevaardigd op grond van artikel 66a, zevende lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Vereist is dat de betrokkene hiervan wist of ernstige reden had dit te vermoeden. Op overtreding staat een gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde categorie.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Een vreemdeling die in Nederland verblijft, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden, dat hij op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenste vreemdeling is verklaard of tegen hem een inreisverbod is uitgevaardigd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, van de Vreemdelingenwet 2000, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.