Artikel 261 Sr – Smaad en smaadschrift
Wetboek van Strafrecht (Sr) · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Artikel 261 Sr stelt strafbaar wie opzettelijk iemands eer of goede naam aanrandt door een bepaald feit ten laste te leggen, met het kennelijke doel dit ruchtbaar te maken (smaad), strafbaar met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie. Gebeurt dit via verspreide, openlijk tentoongestelde of aangeslagen geschriften of afbeeldingen, of via geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore wordt gebracht, dan is sprake van smaadschrift, met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. Er is geen smaad of smaadschrift als de dader handelde tot noodzakelijke verdediging, of te goeder trouw mocht aannemen dat de telastlegging waar was en het algemeen belang die eiste.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.