Artikel 28 Sr – Rechten waarvan ontzetting mogelijk is
Wetboek van Strafrecht (Sr) · niet-officieel opschrift
1De rechten waarvan de schuldige, in de bij de wet bepaalde gevallen, bij rechterlijke uitspraak kan worden ontzet, zijn:
1°. het bekleden van ambten of van bepaalde ambten;
2°. het dienen bij de gewapende macht;
3°. het recht de leden van algemeen vertegenwoordigende organen te verkiezen en tot lid van deze organen te worden verkozen;
4°. het zijn van raadsman of gerechtelijk bewindvoerder;
5°. de uitoefening van bepaalde beroepen.
2Ontzetting van leden van de rechterlijke macht die, hetzij voor hun leven, hetzij voor een bepaalde tijd, zijn aangesteld, of van andere voor hun leven aangestelde ambtenaren, geschiedt, ten opzichte van het ambt waartoe zij aldus zijn aangesteld, alleen in de gevallen en op de wijze bij de wet bepaald.
3Ontzetting van het recht bedoeld in het eerste lid, onder 3°, kan alleen worden uitgesproken bij veroordeling tot gevangenisstraf van ten minste een jaar.
4De rechter kan aan een krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen reclasseringsinstelling opdracht geven toezicht te houden op de naleving door de veroordeelde van de ontzetting van het recht om ambten of bepaalde ambten te bekleden en het recht om bepaalde beroepen uit te oefenen.
Rechtspraak over Artikel 28 Sr
74
2026-06-02
2026-06-01
2026-04-16
2026-04-13
2026-03-20
2026-01-21
2026-01-19
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
41
- Artikel 31Duur van bijkomende straf tot ontzetting van rechten
- Artikel 106Ontzetting van rechten bij misdrijven
- Artikel 114Ontzetting van rechten bij misdrijven tegen koning
- Artikel 120Ontzetting van rechten bij staatsgevaarlijke misdrijven
- Artikel 120cOntzetting van rechten bij terroristische misdrijven
- Artikel 130Ontzetting van rechten bij staatsgevaarlijke misdrijven
- Artikel 130bOntzetting van rechten bij terroristisch oogmerk
- Artikel 152Bijkomende ontzetting van rechten bij ambtsmisdrijven
- Artikel 176cBijkomende straf bij terroristische misdrijven
- Artikel 177Omkoping van ambtenaren
- Artikel 178Omkoping van rechters
- Artikel 179Dwang tot ambtsverrichting
- Artikel 197aHulp bij wederrechtelijke toegang en verblijf
- Artikel 207Valse verklaring onder ede
- Artikel 215Ontzetting van rechten bij valsheidsmisdrijven
- Artikel 224Ontzetting van rechten bij valsheid in geschrift
- Artikel 235Ontzetting van beroep en rechten
- Artikel 236Verduistering van staat
- Artikel 237
- Artikel 254aOntzetting van rechten bij zedenmisdrijven
- Artikel 260Ontzetting van rechten bij belediging
- Artikel 262
- Artikel 268Lasterlijke aanklacht
- Artikel 286Ontzetting van rechten bij geweldsmisdrijven
- Artikel 286aOntzetting van rechten bij bedreiging, dwang en belaging
- Artikel 295Ontzetting van rechten bij levensdelicten
- Artikel 295aOntzetting van rechten
- Artikel 304cOntzetting van rechten bij zware mishandeling
- Artikel 305Ontzetting van rechten bij misdrijven tegen leven
- Artikel 313Ontzetting van rechten bij diefstal
- Artikel 315Gekwalificeerde stroperij
- Artikel 320Ontzetting van rechten bij vermogensmisdrijven
- Artikel 325Openbaarmaking uitspraak en ontzetting van rechten
- Artikel 339Bijkomende straffen bij benadeling van schuldeisers
- Artikel 349
- Artikel 354bOntzetting van rechten bij terroristisch oogmerk
- Artikel 380Ontzetting van rechten bij scheepvaartmisdrijven
- Artikel 415Ontzetting van rechten bij scheepsmisdrijven
- Artikel 415cOntzetting van rechten
- Artikel 417ter
- Artikel 420terGewoontewitwassen en witwassen in beroep of bedrijf