Artikel 33a Sr – Verbeurdverklaring van voorwerpen
Wetboek van Strafrecht (Sr) · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Dit artikel bepaalt welke voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring: voorwerpen van de veroordeelde verkregen door of uit baten van het strafbare feit, voorwerpen waarmee het feit is begaan of voorbereid, waarmee opsporing is belemmerd, die voor het misdrijf zijn vervaardigd of bestemd, en rechten daarop. Behoren deze voorwerpen niet aan de veroordeelde toe, dan kan verbeurdverklaring alleen als de eigenaar de herkomst of bestemming kende of redelijkerwijs kon vermoeden, of als niet kon worden vastgesteld aan wie zij toebehoren. Onder voorwerpen vallen alle zaken en vermogensrechten.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
a. voorwerpen die aan de veroordeelde toebehoren of die hij geheel of ten dele ten eigen bate kan aanwenden en die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het strafbare feit zijn verkregen;
b. voorwerpen met betrekking tot welke het feit is begaan;
c. voorwerpen met behulp van welke het feit is begaan of voorbereid;
d. voorwerpen met behulp van welke de opsporing van het misdrijf is belemmerd;
e. voorwerpen die tot het begaan van het misdrijf zijn vervaardigd of bestemd;
f. zakelijke rechten op of persoonlijke rechten ten aanzien van de onder a tot en met e bedoelde voorwerpen.
a. degene aan wie zij toebehoren bekend was met hun verkrijging door middel van het strafbare feit of met het gebruik of de bestemming in verband daarmede, dan wel die verkrijging, dat gebruik of die bestemming redelijkerwijs had kunnen vermoeden, of
b. niet is kunnen worden vastgesteld aan wie zij toebehoren.