Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Kort uitgelegd

Dit artikel maakt het mogelijk aan een veroordeelde, aan wie een maatregel is opgelegd, voor wie een zorg- of rechterlijke machtiging op bepaalde gronden is afgegeven, bij wie de rechter rekening hield met een erkend feit, of jegens wie een strafbeschikking is uitgevaardigd, de verplichting op te leggen een bedrag aan de staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer of de in artikel 51f lid 2 Sv genoemde personen. Voorwaarde is burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor de schade. De maatregel kan samen met andere straffen of maatregelen worden opgelegd. De rechter bepaalt tevens de duur van gijzeling bij niet-betaling, maximaal één dag per volle 25 euro, met een maximum van één jaar.

Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.

1Aan degene die bij rechterlijke uitspraak wegens een strafbaar feit wordt veroordeeld tot een straf of aan wie bij rechterlijke uitspraak een maatregel wordt opgelegd dan wel ten aanzien van wie met toepassing van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg een zorgmachtiging of rechterlijke machtiging is afgegeven op de gronden, genoemd in artikel 2.3, eerste lid, onderdeel 1°, 2° of 4°, van de Wet forensische zorg, of waarbij door de rechter bij de strafoplegging rekening is gehouden met een strafbaar feit, waarvan in de dagvaarding is meegedeeld dat het door de verdachte is erkend en ter kennis van de rechtbank wordt gebracht dan wel jegens wie een strafbeschikking wordt uitgevaardigd, kan de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de staat van een som gelds ten behoeve van het slachtoffer of de personen genoemd in artikel 51f, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. De staat keert een ontvangen bedrag onverwijld uit aan het slachtoffer of de personen genoemd in artikel 51f, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
2De maatregel kan worden opgelegd indien en voor zover de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.
3De maatregel kan te zamen met straffen en andere maatregelen worden opgelegd.

4

Artikel 24a is van overeenkomstige toepassing.

5De rechter bepaalt bij de oplegging van de maatregel de duur volgens welke met toepassing van artikel 6:4:20 van het Wetboek van Strafvordering gijzeling kan worden toegepast. Bij het bepalen van de duur wordt voor elke volle € 25 van het opgelegde bedrag niet meer dan één dag gerekend. De duur beloopt ten hoogste één jaar.

Tweede afdeling Terbeschikkingstelling

Officiële bron: wetten.overheid.nl · Geldend: · Volledige tekst · Inhoudsopgave

Rechtspraak over Artikel 36f Sr

18 536

Verwijzingen in dit artikel

2

Artikelen die naar dit artikel verwijzen

2

Tekst volgens de officiële bron. Alleen de officiële bekendmaking is rechtsgeldig.