Kort uitgelegd
Artikel 38m Sr geeft de rechter de bevoegdheid om, op vordering van het openbaar ministerie, plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders op te leggen bij een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, als de verdachte in de vijf jaar daarvoor al minstens driemaal onherroepelijk is veroordeeld of een taakstraf kreeg, het feit na tenuitvoerlegging daarvan is begaan, ernstig recidivegevaar bestaat en de veiligheid dit eist. De maatregel dient beveiliging en beëindiging van recidive, bij verslaving mede aanpak daarvan. Vereist is vooraf een gemotiveerd advies, tenzij medewerking wordt geweigerd; de rechter weegt ook overige rapporten en eerdere veroordelingen, waaronder EU-veroordelingen, mee.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
1De rechter kan op vordering van het openbaar ministerie de maatregel opleggen tot plaatsing van een verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders, indien:
1°. het door de verdachte begane feit een misdrijf betreft waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten;
2°. de verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan het door hem begane feit ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, een vrijheidsbeperkende maatregel of een taakstraf is veroordeeld dan wel bij onherroepelijke strafbeschikking een taakstraf is opgelegd, het feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen of maatregelen en er voorts ernstig rekening mede moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan, en
3°. de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel eist.
2De maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van de verdachte.
3Indien de verdachte verslaafde is dan wel ten aanzien van hem andere specifieke problematiek bestaat waarmee het plegen van strafbare feiten samenhangt, strekt de maatregel er mede toe een bijdrage te leveren aan de oplossing van zijn verslavingsproblematiek dan wel van die andere problematiek.
4De rechter legt de maatregel slechts op, nadat hij een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de maatregel heeft doen overleggen. Indien dit advies eerder dan een jaar voor de aanvang van de terechtzitting is gedagtekend, kan de rechter hiervan slechts gebruik maken met instemming van het openbaar ministerie en de verdachte.
5Het vierde lid blijft buiten toepassing indien de verdachte weigert medewerking te verlenen aan het onderzoek dat ten behoeve van het advies moet worden verricht. Voor zover mogelijk wordt over de reden van de weigering rapport opgemaakt. De rechter doet zich zo veel mogelijk een ander advies of rapport dat hem over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de maatregel kan voorlichten en aan de totstandkoming waarvan de verdachte wel bereid is om medewerking te verlenen, overleggen.
6Bij het opleggen van de maatregel neemt de rechter de inhoud van de overige adviezen en rapporten die over de verdachte zijn uitgebracht, alsmede de veelvuldigheid van voorafgegane veroordelingen wegens misdrijf in aanmerking.
7Onder een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder 2°, wordt mede verstaan een onherroepelijke veroordeling door een strafrechter in een andere lidstaat van de Europese Unie wegens soortgelijke feiten.
Tekst volgens de officiële bron. Alleen de officiële bekendmaking is rechtsgeldig.