Artikel 38v Sr – Vrijheidsbeperkende maatregel
Wetboek van Strafrecht (Sr) · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Deze bepaling maakt het mogelijk om bij een veroordeling wegens een strafbaar feit, of bij toepassing van artikel 9a, een vrijheidsbeperkende maatregel aan de verdachte op te leggen ter beveiliging van de maatschappij of ter voorkoming van strafbare feiten. De maatregel kan inhouden dat de verdachte zich niet in een bepaald gebied ophoudt, geen contact heeft met bepaalde personen, op vaste tijden op een locatie aanwezig is, of zich meldt bij een opsporingsambtenaar. De maatregel geldt ten hoogste vijf jaar, kan dadelijk uitvoerbaar worden verklaard bij ernstig gevaar voor herhaling of belastend gedrag jegens bepaalde personen, en kan samen met andere straffen of maatregelen worden opgelegd.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
1°. waarbij iemand wegens een strafbaar feit wordt veroordeeld;
2°. waarbij overeenkomstig artikel 9a wordt bepaald dat geen straf zal worden opgelegd.
a. zich niet op te houden in een bepaald gebied,
b. zich te onthouden van contact met een bepaalde persoon of bepaalde personen,
c. op bepaalde tijdstippen of gedurende een bepaalde periode op een bepaalde locatie aanwezig te zijn,
d. zich op bepaalde tijdstippen te melden bij de daartoe aangewezen opsporingsambtenaar.