Artikel 436 Sr – Onbevoegde beroepsuitoefening
Wetboek van Strafrecht (Sr) · niet-officieel opschrift
1Hij die, niet toegelaten tot de uitoefening van een beroep waartoe de wet een toelating vordert, buiten noodzaak dat beroep uitoefent, wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie.
2Hij die, toegelaten tot de uitoefening van een beroep waartoe de wet een toelating vordert, buiten noodzaak in de uitoefening van dat beroep de grenzen van zijn bevoegdheid overschrijdt, wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie.
3Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, kan in het geval van het eerste lid hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de derde categorie, in het geval van het tweede lid hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de derde categorie worden opgelegd.
Rechtspraak over Artikel 436 Sr
5