id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Antwerpen Vonnis/arrest van 13 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:AHANT:2004:ARR.20040513.14 Rolnummer: 2030234 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2005-03-10 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-07-01 00:18 Fiches 1 - 3 Het PWA-systeem werkt op basis van twee overeenkomsten namelijk enerzijds een arbeidsovereen komst welke afgesloten wordt tussen de RVA en de werkloze en anderzijds een gebruiksovereenkomst afgesloten tussen de RVA en de gebruiker. Het Hof stelt vast dat het voorwerp van het geschil geen geschil betreft met betrekking tot de arbeidsovereenkomst afgesloten tussen de RVA en de werkloze - en welke geschillen onder de volstrekte bevoegdheid van de arbeidsgerechten vallen - doch wel een geschil met betrekking tot de gebruikersovereenkomst die afgelsloten werd tussen de RVA en de VZW. De VZW vraagt terugbetaling van een aantal ongebruikte cheques die hij aankocht bij de NV Sodexho in het kader van de gebruikersovereenkomst waarvan de beoordeling onder de bevoegdheid valt van de civiele gerechten. Het betreft hier geen geschil van sociaalrechtelijke aard zodat de arbeidsrechtbank zich onbevoegd had moeten verklaren. Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP-RECHT-WETGEVING . GERECHTELIJK WETBOEK Bevoegdheid ratione materiae - PWA overeenkomsten - terugbetaling ongebruikte cheques. Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 578,1° Gerechtelijk Wetboek - 643 Vrije woorden: ARBEIDSVOORZIENING . WERKLOOSHEID Bevoegdheid ratione materiae - PWA overeenkomsten - terugbetaling ongebruikte cheques. Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 25-11-1991 - 79BIS§ Nota: Gerangschikt onder I A - artikel 578, 1°, onder I A - artikel 643 en onder V A N - artikel 79BIS, ,§
- Tekst van de beslissing A.R. 2030234 OPENBARE TERECHTZITTING VAN DERTIEN MEI TWEEDUIZEND EN VIER In de zaak: RVA, met zetel Keizerslaan 7 te 1000 Brussel, appellant, verschijnend bij mr. A. L. loco mr. G. L., advocaat te . tegen: K.B. V.Z.W., met zetel gevestigd te , geïntimeerde, verschijnend bij mr. J. E..advocaat te. Gezien de stukken van het dossier van rechtspleging, inzonderheid: - Het bestreden eindvonnis van de Arbeidsrechtbank te Tongeren gewezen op tegenspraak tussen partijen op 16 mei 2003 en hen behoorlijk ter kennis gebracht bij gerechtsbrief van 19 mei 2003 conform artikel 792 van het Gerechtelijk Wetboek; - het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het Arbeidshof op 17 juni 2003; - de conclusies van appellant neergelegd ter griffie op 14 januari 2004 en de conclusies en aanvullende conclusies van geïntimeerde respectievelijk neergelegd ter griffie op 15 december 2003 en 16 februari
- Gehoord de partijen in hun middelen en voordracht hunner conclusies ter zitting van 25 maart
- Ten aanzien van de volstrekte bevoegdheid van het Hof.
- De volstrekte bevoegdheid is de rechtsmacht bepaald naar het onderwerp, de waarde en in voorkomend geval het spoedeisend karakter van de vordering of de hoedanigheid van de partijen (art. 9, 1ste lid Ger. W.). De regels nopens de volstrekte bevoegdheid zijn van openbare orde (Cass. 13.10.1997, Arr. Cass. 1997, 966). De rechter moet dus ambtshalve nagaan of hij bevoegd is. De arbeidsgerechten zijn bevoegd voor alle geschillen die betrekking hebben op het arbeidsrecht, het sociale zekerheidsrecht en de sociale bijstandwetten (art. 578 tot 583 Ger. W.) en dit ongeacht het belang van de eis. Aldus nemen de arbeidsgerechten kennis van alle individuele geschillen in verband met de arbeidsovereenkomsten (art. 578, 1ste Ger. W.).
- Onder arbeidsovereenkomsten worden alle arbeidsovereenkomsten bedoeld derhalve ook de PWA- (Plaatselijk Werkgelegenheidsagentschap) arbeidsovereenkomst. Krachtens art. 8 van de Besluitwet van 28 december 1944 op de maatschappelijke zekerheid moet in elke gemeente een plaatselijk werkgelegenheidsagentschap (afgekort PWA) opgericht worden in de vorm van een V.Z.W. waar bepaalde werklozen ambtshalve worden ingeschreven. Via deze PWA's wordt dan aan deze werklozen de mogelijkheid geboden om occasioneel bepaalde activiteiten te verrichten. Deze activiteiten geven recht op een bepaalde vergoeding naast de werkloosheidsvergoeding waarop de werkloze gerechtigd blijft. Het doel is een soort deeltijdse occasionele tewerkstelling (klusjesdienst) te creëren voor bepaalde werklozen opdat ze in contact zouden blijven met de arbeidswereld. De PWA-arbeidsovereenkomst is een overeenkomst waarbij een werknemer zich verbindt om onder het gezag van het PWA en tegen loon, in het kader van de onder art. 79bis ,§3 K.B. van 25 november 1991 vermelde activiteiten, arbeidsprestaties bij de gebruiker te verrichten. De werkgever is het PWA. De gebruiker is de natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wie het PWA de toelating heeft gegeven om gebruik te maken van de diensten verleend door de werknemers van het PWA. De gebruiker betaalt aan het PWA een inschrijvingsrecht en voor de uitvoering van de activiteit betaalt hij een vergoeding. Het PWA bepaalt de uurvergoeding. De gebruiker betaalt de werkloze met PWA-cheques welke hij kan aankopen bij de uitgever van PWA-cheques (incasu Sodexho Pass. N.V. - die belast werd door appellant met de uitgifte en het beheer van de cheques). De gebruiker betaalt de werkloze bij het beëindigen van de activiteit en in elk geval vóór het einde van de kalendermaand met een PWA-cheque waarvan de nominale waarde gelijk is aan de vergoeding die door het PWA op het gebruiksformulier vermeld is.
- Uit al hetgeen voorafgaat blijkt dat het PWA-systeem werkt op basis van twee overeenkomsten nl. enerzijds een arbeidsovereenkomst welke afgesloten wordt tussen appellant en de werkloze en anderzijds een gebruikersovereenkomst afgesloten tussen appellant en de gebruiker. Welnu, het Hof stelt vast dat het voorwerp van huidig te beoordelen geschil geen geschil betreft met betrekking tot de arbeidsovereenkomst afgesloten tussen appellant en de werkloze - en welke geschillen onder de volstrekte bevoegdheid van de arbeidsgerechten vallen - doch wel een geschil betreft met betrekking tot de gebruikersovereenkomst die afgesloten werd tussen appellant en geïntimeerde. Geïntimeerde vraagt inderdaad van appellant de terugbetaling van een aantal ongebruikte cheques die hij aankocht bij de N.V. S. in het kader van de gebruikersovereenkomst waarvan de beoordeling onder de bevoegdheid valt van de civiele gerechten, het betreft hier geen geschil van sociaalrechtelijke aard.
- Het Hof heeft op de pleitzitting van 25 maart 2004 ambtshalve zijn onbevoegdheid ratione materiae opgeworpen ten overstaan van de partijen. Deze verklaren ter zitting dat zij akkoord gaan met het standpunt van het Hof en zij vragen het Hof de zaak te verzenden naar het bevoegde gerecht conform artikel 643 Ger. W.. Wanneer de appelrechter een beslissing vernietigt waarbij de eerste rechter zich bevoegd heeft verklaard mag hij enkel ten gronde uitspraak doen als hijzelf bevoegd is. Wanneer zulks niet het geval is, moet hij de zaak verwijzen naar de bevoegde rechter, zitting houdend in hoger beroep (Cass. 24.12.1987, Arr. Cass. 1987-88, 544). De vordering beloopt een bedrag van 704,02 EUR waarvoor de vrederechter in eerste aanleg bevoegd is en in hoger beroep derhalve de burgerlijke rechtbank van Eerste Aanleg. De territoriale bevoegdheid is in casu niet van openbare orde noch van dwingend recht. Partijen kunnen er in gezamenlijk akkoord van afwijken. Partijen verzoeken het Hof de zaak te verwijzen naar de burgerlijke rechtbank van Eerste Aanleg te Tongeren. Het Hof gaat in op voormeld verzoek. O P D I E G R O N D E N: Het Arbeidshof te Antwerpen, afdeling Hasselt, vierde kamer. Gelet op de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Gehoord het Openbaar Ministerie, vertegenwoordigd door de heer R. N., Advocaat-generaal, in zijn gelijkluidend mondeling advies op de openbare terechtzitting van 25 maart 2004, waaromtrent partijen verklaren geen opmerkingen te hebben. Na beraadslaging, recht doende op tegenspraak. Verklaart zich ratione materiae onbevoegd om kennis te nemen van het geschil. Verzendt de zaak voor beslechting naar de burgerlijke rechtbank van Eerste Aanleg te Tongeren. Houdt de uitspraak over de kosten aan. Aldus gewezen en uitgesproken door de Vierde Kamer van het Arbeidshof te Antwerpen, afdeling Hasselt, zitting houdend te Hasselt in openbare terechtzitting van dertien mei tweeduizend en vier, waar aanwezig waren: Dhr. G. V., Kamervoorzitter, Dhr. L. R., Raadsheer in sociale zaken, als werkgever, Dhr. L. U., Raadsheer in sociale zaken, werknemer-bediende, Dhr. E. N., e.a. adjunct-griffier. PDF document ECLI:BE:AHANT:2004:ARR.20040513.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div