id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Antwerpen Vonnis/arrest van 26 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:AHANT:2004:ARR.20041126.2 Rolnummer: 20030570 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2005-03-10 Raadplegingen: 111 - laatst gezien 2026-07-01 01:23 Fiche Ter beoordeling van een "technische bedrijfseenheid" in het kader van deze Programmawet, is de aangroei van de tewerkstelling belangrijk. De omschrijving van het begrip "technische bedrijfseenheid" in andere wetten is hoogstens een toetssteen. Het bestaan van een technische bedrijfseenheid moet worden beoordeeld op het ogenblik van de indienstneming van de nieuwe werknemer. Artikel 117, ,§ 2 is van toepassing van zodra in de loop van de twaalf kalendermaanden voorafgaand aan deze indienstneming diezelfde werknemer in dienst was van een van de samenstellende leden van de technische bedrijfseenheid en aldaar niet werd vervangen. Vrije woorden: SOCIALE ZEKERHEID VOOR WERKNEMERS . ALGEMENE REGELING de bijdragen - berekening - tijdelijke vermindering van de werkgeversbijdragen ter bevordering van de tewerkstelling - geen rechthebbende werkgever - vervanging van werknemer in dezelfde technische bedrijfseenheid. Wettelijke bepalingen: Wet - 27-06-1969 - 15 Wet - 30-12-1988 - 117 Tekst van de beslissing ARREST A.R. Nr. 2030570 OPENBARE TERECHTZITTING VAN ZESENTWINTIG NOVEMBER TWEEDUIZEND EN VIER In de zaak: RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, met zetel gevestigd te 1060 BRUSSEL, Victor Hortaplein 11, appellant, incidenteel geïntimeerde, voor wie verschijnt: mr. F. TIREZ loco mr. E. GREEVE, advocaat te 2000 ANTWERPEN, tegen : N.V. K., met zetel gevestigd te X, geïntimeerde, incidenteel appellante, voor wie verschijnt: mr. K. A., advocaat te 2000 ANTWERPEN. Na over de zaak te hebben beraadslaagd, wijst het Arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, het hiernavolgende arrest. Gelet op de zittingsbladen van 25 juni 2004, en van 8 oktober 2004; Gelet op de stukken van de rechtspleging, waaronder: x het tussenarrest van deze kamer van 25 juni 2004 waarbij de heropening der debatten werd bevolen; x de conclusies voor geïntimeerde, neergelegd ter griffie van het Hof op 20 augustus 2004; x de conclusies voor appellant, ontvangen ter griffie van het Hof op 2 september 2004; x de conclusies voor geïntimeerde na mondeling advies, neergelegd ter griffie van dit Hof op 25 oktober
- Gelet op de stukken van het administratief dossier. Gelet op de stukken in het naar behoren geïnventariseerde dossier van partijen. Gehoord de partijen in de voordracht van hun conclusies en verweermiddelen tijdens de openbare terechtzitting van 8 oktober
- Gehoord het mondelinge advies van het Openbaar Ministerie op de openbare terechtzitting van 8 oktober
- Voorgaanden. Bij tussenarrest van deze kamer van 25 juni 2004 werd het hoger beroep ontvankelijk verklaard doch alvorens verder recht te doen ten gronde werd de heropening der debatten bevolen in de volgende zin: "Het Openbaar Ministerie suggereert een heropening van de debatten omdat een aantal elementen aan het dossier ontbreken die tot een beter begrip van het probleem kunnen leiden: - welke bedrijven maken deel uit van de groep A., waarvan geïntimeerde de holdingmaatschappij is? - Wat is de activiteit van elk van die bedrijven en wat is in die context de activiteit van geïntimeerde? - Hoe is de N.V. P. & d in deze groep terechtgekomen? Welke onderhandelingen werden daartoe gevoerd en wanneer zijn deze onderhandelingen begonnen (tijdstip)? - Wat was de job van M.v. bij de N.V. P. & d en wat doet hij nu bij geïntimeerde? Het Openbaar Ministerie suggereert verder dat geïntimeerde deze bijkomende informatie het best zou illustreren aan de hand van de statuten van de verschillende vennootschappen die onder geïntimeerde ressorteren en van geïntimeerde zelf en aan de hand van de arbeidsovereenkomst van M. V. Bovendien is de vraag op grond van welke gegevens de R.S.Z. tot haar beslissing is gekomen? Ging hij enkel voort op de stukken die thans ook terug te vinden zijn in zijn dossier of stelde hij een meer doorgedreven onderzoek in? Het Hof acht het gepast op de suggesties van het Openbaar Ministerie in te gaan en heropent de debatten teneinde partijen toe te laten de bijkomende informatie te verstrekken als antwoord op de gestelde vragen en de gevraagde stukken voor te leggen." Bij conclusies, neergelegd ter griffie van dit Hof op 20 augustus 2004, verzoekt de N.V. K. het vonnis a quo integraal te bevestigen, het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond te verklaren en de tegeneis van geïntimeerde ontvankelijk en gegrond te verklaren en de R.S.Z. te veroordelen tot een schadevergoeding ten belope van 1.500 EUR ex aequo et bono wegens tergend en roekeloos beroep, meer de intresten. In ieder geval de R.S.Z. te veroordelen tot de kosten van beide aanleggen. Bij conclusies, ontvangen ter griffie van dit Hof op 2 september 2004, vordert de R.S.Z. het hoger beroep gegrond te verklaren, het vonnis a quo teniet te doen en de oorspronkelijke vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren. Dienvolgens de N.V. K. te veroordelen tot het betalen van achterstallige sociale bijdragen en intresten voor een bedrag van 4.106 EUR in hoofdsom meer de verwijlintresten vanaf datum van het rekeninguittreksel van 26 maart 2002 op 3.635,09 EUR en de kosten van beide aanleggen. Recht doende op de tegenvordering, deze ontvankelijk doch ongegrond te verklaren. Verdere beoordeling. Op vraag 1 uit het tussenarrest van 25 juni 2004 (Welke bedrijven maken deel uit van de groep A.?) komt geen rechtlijning antwoord van geïntimeerde. Zij verwijst naar de stukken 1, 2 en 4 van haar dossier. Hierin komen, buiten geïntimeerde zelf, twee andere rechtspersonen aan bod: de N.V. P. en D. en de B.V.B.A. G. Op vraag 2 antwoordt geïntimeerde dat zij zich bezighoudt met het overnemen van verzekeringsmakelaars. Zij bereidt deze overnames voor, werkt deze uit en plaatst ze in structuur. De beide andere firma's zijn dan verzekeringsmakelaars. Op vraag 3 antwoordt geïntimeerde dat de onderhandelingen van overname van de N.V. P. en D. ten vroegste op 4 november 1996 begonnen. Als antwoord op de vierde vraag verwijst geïntimeerde naar de arbeidsovereenkomst tussen de N.V. P. en D. en M V: hij was als bediende schadebeheerder en assistent boekhouding. Bij geïntimeerde hield M V zich bezig met boekhouding. Op de vraag of de R.S.Z. een meer doorgedreven onderzoek instelde, antwoordt deze laatste van niet. x x x Om te weten of in casu artikel 117, ,§2 van de Programmawet van 30 december 1988 van toepassing is, moet in eerste instantie worden uitgemaakt of geïntimeerde en de N.V. P. en D. één technische bedrijfseenheid uitmaakten ten tijde van de aanwerving van M.v.. Het is inderdaad het tijdstip waarop de indienstneming plaatsvond dat het bestaan van de technische bedrijfseenheid moet worden vastgesteld. Zelf bepaalt de Programmawet niet wat er precies moet worden begrepen onder een 'technische bedrijfseenheid'. Sommigen houden voor dat naar de inhoud van dit begrip alsdan moet worden gezocht in andere wetgevingen. Zo is het begrip 'technische bedrijfseenheid' omschreven in artikel 14 van de Wet van 20 september 1948, houdende de organisatie van het bedrijfsleven. De eerste rechter oordeelt dat de definitie in deze wet slechts een element van beoordeling is. Het Hof kan dit beamen en is het er niet mee eens dat bij ontstentenis van een definitie van het begrip 'technische bedrijfseenheid' in de Programmawet van 30 december 1988 zelf, men zich zonder meer kan verlaten op de inhoud van dit begrip, zoals het in andere wetten wordt gedefinieerd. De begripsomschrijving van de andere wetten is hoogstens een toetssteen. De finaliteit van elke wet is immers anders. Bovendien is er ook rekening te houden met het veranderde tijdsbeeld sinds een bepaalde wet van kracht is geworden. Ter beoordeling van wat een technische bedrijfseenheid is in het kader van deze Programmawet, is het belangrijk dat er gekeken wordt naar de aangroei van de tewerkstelling, het opzet van artikel
- Het Hof neemt aan dat er in casu wel degelijk sprake is van een technische bedrijfseenheid in de zin van voormeld artikel 117, ,§
- De N.V. K. is weliswaar en holdingmaatschappij met een eigen maatschappelijk doel maar als hoofdaandeelhouder stuurt zij het kantoor P. en D. aan (zie stuk 9 in het dossier van geïntimeerde: zij wordt benoemd tot bestuurder ingevolge een beslissing van de algemene vergadering). Haar activiteit beperkt zich dus niet louter tot het verwerven van de eigendom van aandelen "in vennootschappen die met het makelaarsvak in verzekeringen bezig zijn" (zie stuk 2 van geïntimeerde) en de handel daarin. Krachtens haar maatschappelijk doel mag de N.V. K. ook betrokken zijn in ondernemingen die hetzelfde, een gelijkaardig of een samenhangend doel hebben. Uit stuk 9 van geïntimeerde blijkt dat de N.V. K. "betrokken" is (als bestuurder) bij de N.V. P. en D.. Uit stuk 1 van geïntimeerde volgt dat het maatschappelijk doel van deze laatste is: de agentuur en de makelarij van verzekeringen. Omdat de N.V. K. betrokken is bij de N.V. P. en D. is ze automatisch betrokken bij diens maatschappelijk doel. Aldus is er een duidelijke overlapping tussen de activiteit van geïntimeerde en deze van de N.V. P. en D.. Bovendien blijkt uit stuk 9 van geïntimeerde dat de maatschappelijke zetel van de N.V. P. en D. werd overgebracht naar de X in Antwerpen, op dat ogenblik ook de zetel van de N.V. K.. Als bestuurder betrokken zijn in een verzekeringskantoor dat op hetzelfde adres is gevestigd maakt duidelijk dat er sprake is van bedrijfs-eenheid tussen beiden. Nu er sprake is sedert 3 december 1996 (stuk 9 van geïntimeerde) van een technische bedrijfseenheid tussen de N.V. K. en de N.V. P. en D., moet er worden nagegaan of de verdere voorwaarden, die zijn gesteld door het voornoemd artikel 117, ,§2 vervuld zijn. Deze voorwaarden vereisen dat M.v. (nieuw in dienst genomen werknemer door de N.V. K.) een werknemer (zichzelf) vervangt, die in de loop van de 12 kalendermaanden voorafgaand aan de indienstneming (4 december 1996 volgens het tussenarrest) in dezelfde technische bedrijfseenheid (een feit sedert 3 december 1996) werkzaam is geweest. Vermits de technische bedrijfseenheid tussen de N.V. K. en de N.V. P. en D. een feit was op het ogenblik van de indienstneming van M V moet worden nagegaan of M.v. in een samenstellend lid van deze technische bedrijfseenheid tewerk was gesteld in de 12 maanden die aan zijn indienstneming bij de N.V. K. voorafgingen en of hij daar al dan niet werd vervangen. Uit het stuk 5 van geïntimeerde en het stuk 1 van de R.S.Z. blijkt dat M.v. in deze 12 maanden inderdaad in dienst is geweest bij de N.V. P. en D., één van de samenstellende leden van de technische bedrijfseenheid. Rest enkel nog na te gaan of de voorwaarde "vervanging" die artikel 117, ,§2 stelt is vervuld. Het Hof heeft in zijn tussenarrest van 25 juni 2004 om duidelijke informatie hieromtrent verzocht: wat was de job van M.v. bij de N.V. P. en D. en wat deed hij bij geïntimeerde? Geïntimeerde blijft in haar antwoord op de vlakte. Zij verwijst voor wat de tewerkstelling bij de N.V. P. en D. betreft naar de taakomschrijving in de arbeidsovereenkomst en voor de tewerkstelling bij haar verwijst ze naar haar stuk
- Dit laatste is waardeloos bij de beoordeling. Het Hof verwachtte van geïntimeerde dat zij concreet, duidelijk en volledig zou mededelen welke precieze taken M.v. vervulde enerzijds bij de N.V. P. en D., waarover zij de controle heeft en anderzijds bij haarzelf. Het Hof leidt uit het antwoord van geïntimeerde af dat zij geen inzage wil verstrekken over deze cruciale informatie. Geïntimeerde kan geen andere reden hebben om deze cruciale informatie achter te houden dan het feit dat deze informatie in haar nadeel speelt. In die omstandigheden gaat het Hof er van uit dat er geen wezenlijk verschil heeft bestaan in de taken van M.v. bij de N.V. P. en D. en bij geïntimeerde. Allicht heeft geïntimeerde M.v. aangeworven omdat hij vertrouwd was met de gang van zaken bij de N.V. P. en D.. Evenmin is er bewezen dat M.v. bij de N.V. P. en D. werd vervangen, na zijn ontslag. Aldus komt het Hof tot het besluit dat M.v. bij geïntimeerde zichzelf heeft vervangen als tewerkgestelde bij de N.V. P. en D.. Aldus speelt de toepassing van artikel 117 ,§ 2 van de Programmawet van 30 december 1988 en had geïntimeerde geen recht op de bijdrageverminderingen in het kader van het plus één plan. De afrekening van de R.S.Z. wordt niet betwist. Het hoofdberoep is gegrond. Het incidenteel beroep. Nu het hoofdberoep gegrond is verklaard, is het incidenteel beroep evident ongegrond. OP DIE GRONDEN, HET HOF, Gelet op de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Gehoord de heer F. Slachmuylders, Substituut-generaal, in zijn gelijkluidend mondelinge advies, gegeven ter openbare terechtzitting van 8 oktober 2004, waarover de raadsman van appellant verklaarde geen opmerkingen te hebben. De raadsman van geïntimeerde repliceerde met schriftelijk conclusies ontvangen ter griffie van dit Hof op 25 oktober
- Recht doende op tegenspraak en het tussenarrest van 25 juni 2004 verder uitwerkende: Verklaart het hoger beroep gegrond. Vernietigt het vonnis van de Arbeidsrechtbank te Antwerpen (A.R. 345.374) van 24 juni
- Opnieuw wijzende, veroordeelt geïntimeerde om aan appellant te betalen het bedrag van VIERDUIZEND HONDERD EN ZES EURO (4.106 EUR), te vermeerderen met de verwijlintresten vanaf 26 maart 2002 op het bedrag van 3.635,09 EUR en de gerechtelijke intresten. Verklaart het incidenteel beroep ontvankelijk doch ongegrond. Legt de kosten van beide instanties, overeenkomstig artikel 1017, eerste lid van het Gerechtelijk Wetboek, ten laste van geïntimeerde. Vereffent de kosten aan de zijde van geïntimeerde op 200,79 EUR rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg) en 279,62 EUR rechtsplegingsvergoeding beroep en aan de zijde van de R.S.Z. op 91,84 EUR dagvaarding, 200,79 EUR rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg en 279,62 EUR rechtsplegingsvergoeding beroep Aldus gewezen en uitgesproken door de vierde kamer van het Arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, op de openbare terechtzitting van zesentwintig november tweeduizend en vier, waar aanwezig waren: PDF document ECLI:BE:AHANT:2004:ARR.20041126.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div