← België

ECLI:BE:AHANT:2005:ARR.20050428.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Antwerpen Vonnis/arrest van 28 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:AHANT:2005:ARR.20050428.1 Rolnummer: 2004-0324 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2005-06-03 Raadplegingen: 124 - laatst gezien 2026-07-01 03:08 Fiche De vervanging door het KB van 6 februari 2003 (BS 24 februari 2003, inw. op 1 april 2003) van het begrip "gewone verblijfplaats" door het begrip "hoofdverblijfplaats" heeft geen wijziging tot gevolg van de interpretatie welke voorheen reeds aan artikel 71, 1ste lid, 2° van het KB van 25 november 1991 werd gegeven. Beide begrippen verwijzen immers naar de plaats waar de werkloze effectief verblijft. Tot rechtvaardiging hiervan wordt verwezen naar de definitie van het begrip "hoofdverblijfplaats" zoals terug te vinden in artikel 3 van de wet van 19 juli

  1. De ratio legis van de verplichting van werkloze om zich aan te melden op het controlebureau in de gemeente van zijn hoofdverblijfplaats is een effectieve controle op de werkloze mogelijk te maken. Het betreft geen 'bijkomende' maar integendeel een essentiële voorwaarde om aanspraak te kunnen maken op werkloosheidsuitkeringen. Vrije woorden: ARBEIDSVOORZIENING . WERKLOOSHEID toekenningsvoorwaarden - aangifte en controle werkloosheidsperiodes - Werkloosheidsreglementering - werklozencontrole -gewone verblijfplaats - hoofdverblijfplaats - ratio legis van de verplichting zich aan te melden op de werklozencontrole. Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 25-11-1991 - 71,1stelid,2° - 50 ELI link Pub nr 1991013192 Tekst van de beslissing ARREST A.R. 2040324 OPENBARE TERECHTZITTING VAN ACHTENTWINTIG APRIL TWEEDUIZEND EN VIJF In de zaak: T. H., appellant, op de zitting vertegenwoordigd door mr. J. D., loco mr. E. V., advocaat te 2000 Antwerpen, tegen: RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING, openbare instelling, waarvan de zetel gevestigd is te 1000 Brussel, Keizerslaan 7, geïntimeerde, op de zitting vertegenwoordigd door mr. T. D. H., loco mr. G. V. D., advocaat te 2800 Mechelen. Het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, spreekt na beraadslaging volgend arrest uit.
  2. Procedure Het arbeidshof heeft kennis genomen van de volgende stukken van rechtspleging: - het proces-verbaal van de openbare terechtzittingen van 2 juni 2004 en 24 maart 2005; - het eensluidend verklaard afschrift van het op tegenspraak gewezen vonnis van de arbeidsrechtbank te Mechelen van 18 maart 2004 (A.R. 81.945); - het verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd op de griffie van dit hof op 16 april 2004; - de conclusies voor geïntimeerde, ontvangen op de griffie van dit hof op 29 juli 2004; - de conclusies voor appellant, ontvangen op de griffie van dit hof op 25 augustus
  3. Het arbeidshof heeft de middelen en conclusies van partijen gehoord tijdens de openbare terechtzitting van 24 maart
  4. Daarna zijn de debatten gesloten, is het openbaar ministerie gehoord in zijn mondeling advies en is de zaak in beraad genomen.
  5. Ontvankelijkheid van het hoger beroep Met een verzoekschrift, neergelegd op de griffie van dit hof op 16 april 2004, tekende T. H. hoger beroep aan tegen een vonnis van de eerste kamer van de arbeidsrechtbank te Mechelen van 18 maart 2004 (A.R. 81.945). Overeenkomstig artikel 792, tweede en derde lid van het Gerechtelijk Wetboek werd een afschrift van het vonnis ter kennis gebracht aan partijen bij gerechtsbrief van 24 maart
  6. Het hoger beroep werd tijdig ingesteld, is regelmatig naar de vorm en ontvankelijk.
  7. Feiten en voorgaande rechtspleging T. H. werd op 4 juni 2002 uitgenodigd door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) om zich aan te bieden voor een bemiddelingsgesprek in het kader van trajectwerking. Daar hij hieraan geen gevolg gaf werd hij een tweede maal uitgenodigd met een aangetekend schrijven van 13 juni
  8. Aangezien de VDAB evenmin op dit laatste schrijven enige reactie heeft ontvangen werd zijn inschrijving als werkzoekende ambtshalve geschrapt in datum van 25 juni
  9. Met schrijven van 9 juli 2002 van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening te Antwerpen werd T. H. uitgenodigd om zich aan te bieden op het werkloosheidsbureau te Antwerpen om in zijn verweermiddelen te worden gehoord over het feit dat hij geen gevolg gaf aan de uitnodigingen van de VDAB en om zijn beschikbaarheid voor de algemene arbeidsmarkt na te gaan. T. H. verklaarde op 22 juli 2002 (administratief dossier: formulier C 30 verhoor): "Ik woon niet meer op de Stanleystraat 15 te 2018 Antwerpen vanaf november
  10. Mijn post wordt doorgestuurd naar Zandstraat 17 te 2110 Wijnegem. Ik woon in een chalet, een weekendhuisje, Kannaartstraat 23 te Nijlen maar ik mag mijn domicilie niet doorgeven op dit adres. De eerste brief heb ik niet ontvangen. Het aangetekend schrijven heb ik wel gevonden, 13 dagen na datum op het adres Stanleystraat 15 te 2018 Antwerpen. Ik betaal nog wel geld om mijn adres op Stanleystraat te behouden. Ik heb gebeld naar VDAB maar mevrouw Laureys was met verlof. Ik heb mij op 5/7/02 terug laten inschrijven. Ik heb reeds 2 klachten ingediend bij de Post (schriftelijk)." Naar aanleiding van voornoemde verklaring werd T. H. met aangetekende brieven van 6 september 2002 door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening te Mechelen uitgenodigd om gehoord te worden in verband met: - zijn onjuiste opgave van verblijfplaats en het volgen van de stempelcontrole in een andere gemeente dan zijn normale verblijfplaats (stuk 6, administratief dossier); - het feit dat hij op 4 juni 2002 niet is ingegaan op een uitnodiging van de VDAB voor een gesprek in het kader van het verplicht inschakelings-parcour/trajectovereenkomst, en hij evenmin gevolg gaf aan het aangetekend schrijven van 13 juni 2002 (stuk 5, administratief dossier). T. H. gaf geen gevolg aan deze uitnodigingen. Vervolgens besliste de Directeur van het Werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening te Mechelen op 30 september 2002: - T. H. uit te sluiten van het recht op uitkeringen voor de periode van 4 juni 2002 tot en met 4 juli 2002 wegens onbereikbaarheid voor de diensten van de VDAB wegens niet melding van zijn juiste verblijfplaats en de daaruit volgende onbeschikbaarheid voor de arbeidsmarkt (artikel 56 ,§1, 1ste lid, van het Koninklijk Besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering; - T. H. uit te sluiten van het recht op uitkeringen vanaf 1 januari 2002 wegens het niet volgen van de gemeentelijke stempelcontrole in zijn gewone verblijfplaats (artikel 71, 2° van het Koninklijk Besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering); - de onrechtmatig genoten werkloosheidsuitkeringen terug te vorderen vanaf 4 juni 2002 tot en met 4 juli 2002 en vanaf 1 januari
  11. De Directeur van het Werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeids-voorziening te Mechelen nam deze beslissing op grond van de feiten, die hij als volgt omschrijft (stuk 1 administratief dossier - bundel Arbeidsauditoraat Mechelen): "U werd door de diensten van de VDAB Antwerpen bij brieven van 04 en 25.06.2002 uitgenodigd om u aldaar aan te melden. Deze uitnodigingen werden verzonden aan uw adres Stanleystraat 15 te 2018 Antwerpen. U is hierover in uw verweermiddelen gehoord op 22 juli
  12. Hieruit is gebleken dat u niet meer woonachtig was op voormeld adres, dat u intussen was verhuisd naar Zandstraat 17 te 2110 Wijnegem, doch dat u in feite hoofdzakelijk verbleef in een weekendhuisje, gelegen Kannaartstraat 23 te 2560 Nijlen. Door het niet melden van uw juiste verblijfplaats was en is u onbereikbaar voor de diensten van de VDAB, die u zo nodig, binnen korte tijdspanne, moeten kunnen bereiken in het kader van de arbeidsbemiddeling. Uit het geheel van uw dossier blijkt dat u niet het nodige heeft gedaan om u bereikbaar te houden voor de diensten van de VDAB, ten minste vanaf 04.06.2002, dit is de datum waarop u zich moest aanmelden bij de VDAB tot en met 04.07.2002, datum van herinschrijving bij de VDAB. Daarenboven is gebleken dat u vanaf 01.01.2002 een weekendhuisje huurt op het adres Kannaartstraat 23 te 2560 Nijlen en dat u daar, althans volgens uw eigen verklaringen, verblijft. U volgt de stempelcontrole niet te Nijlen, wat nochtans noodzakelijk is, zodat u niet voldeed aan de vergoedbaarheidsvoorwaarde bepaald in artikel 71,2° van het K.B. van 25.11.1991 inzake werkloosheid sedert 01.01.
  13. Onrechtmatig genoten werkloosheidsuitkeringen, moeten worden terugbetaald (artikel 169 van bovenvermeld K.B.). U werd gehoord in uw verweermiddelen door het werkloosheidsbureau Antwerpen op 22.07.2002 over het geen gevolg geven aan uitnodigingen van de VDAB. U werd andermaal door mijn bureau uitgenodigd, aangetekend bij brief van 06.09.2002 om te worden gehoord in uw verweermiddelen, inzonderheid over het niet volgen van de stempelcontrole in uw gewone verblijfplaats. U was niet aanwezig noch vertegenwoordigd door een vakbondsafgevaardigde. De uitnodigingsbrief werd door de Post aan mijn administratie teruggezonden met de melding "niet afgehaald"." Met verzoekschrift, aangetekend verzonden op 24 december 2002 en ontvangen op de griffie van de arbeidsrechtbank te Mechelen op 26 december 2002, tekende T. H. beroep aan tegen voormelde administratieve beslissing van 30 september
  14. Bij vonnis van de eerste kamer van de arbeidsrechtbank te Mechelen van 18 maart 2004 werd: - de vordering ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard; - voor recht gezegd dat T. H. dient te worden uitgesloten van werkloosheidsuitkeringen in de periode van 25 juni 2002 tot en met 4 juli 2002, met uitwerking vanaf 7 oktober 2002, gelet op de ambtshalve schrapping door de VDAB (artikel 58 van het K.B. van 25.11.1991); - de bestreden beslissing bevestigd daar waar wordt gesteld dat T. H. vanaf 1 januari 2002 dient te worden uitgesloten van uitkeringen, wegens het niet volgen van de gemeentelijke stempelcontrole in zijn gewone verblijfplaats (artikel 71, 2° van het K.B. van 25.11.1991) en de werkloosheidsuitkeringen die hij ten onrechte genoten heeft vanaf 1 januari 2002 dienen te worden teruggevorderd; - de bestreden beslissing voor het overige gedeelte vernietigd; - de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening verwezen in de kosten van het geding, aan de zijde van T. H. begroot op 102,63 euro rechtsplegingsvergoeding. Met verzoekschrift, neergelegd op de griffie van dit hof op 16 april 2004, tekende T. H. beperkt hoger beroep aan tegen bovenvermeld vonnis van de arbeidsrechtbank te Mechelen.
  15. Eisen in hoger beroep T. H. (appellant) vordert: - het hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren; - het vonnis a quo gedeeltelijk te vernietigen en opnieuw recht doende, te zeggen voor recht dat T. H. gerechtigd is op werkloosheidsuitkeringen vanaf 1 januari 2002, vermeerderd met de gerechtelijke intresten; - de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening te veroordelen tot de kosten van het geding, aan de zijde van T. H. begroot op 139,73 euro rechtsplegingsvergoeding hoger beroep en op 58,23 euro uitgaven-vergoeding verzoekschrift hoger beroep. De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (geïntimeerde) vordert het hoger beroep ontvankelijk te verklaren, doch als ongegrond af te wijzen en het vonnis a quo in al zijn onderdelen te bevestigen.
  16. Ten gronde Het hoger beroep van appellant is beperkt tot de uitsluiting van het recht op werkloosheidsuitkeringen en de terugvordering van de onrechtmatig genoten uitkeringen vanaf 1 januari 2002 wegens het niet volgen van de gemeentelijke stempelcontrole in zijn gewone verblijfplaats. In toepassing van artikel 71, eerste lid, 2° van het Koninklijk Besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering (hierna Werkloos-heidsbesluit), zoals van kracht op het ogenblik van de bestreden administratieve beslissing, moet de werknemer, om uitkeringen te kunnen genieten, zich aanmelden op de werklozencontrole in de gemeente van zijn gewone verblijfplaats. Het begrip 'gewone verblijfplaats' is niet gedefinieerd in de werkloosheidsreglementering. Volgens constante rechtsspraak van de arbeidsgerechten is de gewone verblijfplaats de plaats waar de werkloze werkelijk en regelmatig woont; het gaat hier om een feitelijk begrip dat niet noodzakelijk overeenstemt met de plaats van inschrijving in het bevolkingsregister (in dezelfde zin: Arbeidshof Antwerpen, 20 maart 1980, A.R. 172/79, Arbeidshof Gent, 3 april 1981, A.R. 574/80; Arbeidshof Brussel, 20 december 1984, A.R. 15770; Arbeidshof Antwerpen, 11 december 2003, A.R. 2020067; Arbeidsrechtbank Tongeren, 23 mei 1996, A.R. 95/3442, www.juridat.be). Onder verwijzing naar het koninklijk besluit van 6 februari 2003 houdt appellant tevergeefs voor dat, door het volgen van de stempelcontrole op de plaats van inschrijving in het bevolkingsregister, hij gehandeld heeft conform de bepalingen van het werkloosheidsbesluit. Bij koninklijk besluit van 6 februari 2003 (B.S. 24 februari 2003) werd met ingang van 1 april 2003 het artikel 71, eerste lid, 2° van het werkloos-heidsbesluit gewijzigd derwijze dat het begrip 'gewone verblijfplaats' vervangen werd door het begrip 'hoofdverblijfplaats'. Overeenkomstig artikel 3 van de Wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen wordt onder 'hoofdverblijfplaats' verstaan "de plaats waar de leden van een huishouden dat uit verscheidene personen is samengesteld gewoonlijk leven, ongeacht of die personen al dan niet door verwantschap verbonden zijn, of de plaats waar een alleenstaande gewoonlijk leeft". De bepaling van de hoofdverblijfplaats is gebaseerd op een feitelijke situatie, dat wil zeggen de vaststelling van een effectief verblijf in een gemeente gedurende het grootste deel van het jaar (artikel 16 ,§ 1 van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister). De begrippen 'gewone verblijfplaats' en 'hoofdverblijfplaats' dekken dienvolgens dezelfde lading met name de plaats waar de werkloze effectief verblijft; de inschrijving in het bevolkingsregister levert slechts een weerlegbaar vermoeden op. Aangezien appellant zowel tijdens zijn verhoor van 22 juli 2002 alsook in zijn verzoekschrift tot hoger beroep uitdrukkelijk erkent dat hij alleszins sinds januari 2002 niet meer woonachtig was op zijn inschrijvingsadres te Antwerpen, Stanleystraat 15 maar werkelijk en regelmatig verbleef te Nijlen, Kannaartstraat 23 diende hij, in toepassing van artikel 71, eerste lid 2°, zich aan te melden op de gemeentelijke werklozencontrole te Nijlen. De door appellant ingeroepen onwetendheid omtrent de juiste plaats voor het volgen van de gemeentelijke stempelcontrole is geenszins te wijten aan een gebrek aan informatieverstrekking door de diensten van geïntimeerde, de VDAB of de gemeentelijke controlebureaus maar wel aan zijn eigen houding; appellant heeft immers nagelaten deze diensten in te lichten dat hij vanaf 1 januari 2002 effectief verbleef te Nijlen. Ten slotte houdt appellant ten onrechte voor dat de plaats waar men zich aanmeldt van 'ondergeschikt belang' is en een vergissing op dit vlak niet tot uitsluiting kan leiden. De ratio legis van de verplichting van de werkloze om zich de derde en de zesentwintigste van elke maand aan te melden op het controlebureau van de gemeente van zijn gewone verblijfplaats beoogt een effectieve controle op de werkloze te kunnen uitoefenen wat impliceert dat de werkloze fysiek aanwezig moet zijn; tevens wordt de werkelijke verblijfplaats gemotiveerd door de noodzaak de werkloze tijdig te kunnen bereiken bij een eventueel werkaanbod. Het gaat derhalve niet om een gewone 'bijkomende' modaliteit maar wel integendeel om een essentiële bepaling, nu de controle een groot deel van haar doeltreffendheid zou verliezen indien deze modaliteit niet zou bestaan en aan de werkloze de mogelijkheid zou geboden worden om zich te onttrekken aan de verplichting om op een welbepaalde plaats zijn stempel te halen (Arbeidshof Brussel, 19 januari 1989, Rechtspr. Arb. Br. 1990, 335). Samenvattend besluit het arbeidshof dat de verplichting om zich aan te melden op het controlebureau van de gemeente waar men effectief verblijft een essentiële voorwaarde vormt om van het recht op werkloosheids-uitkeringen te kunnen genieten. Aangezien appellant vanaf 1 januari 2002 effectief verbleef te Nijlen maar niettemin de stempelcontrole is blijven volgen te Antwerpen voldeed hij niet aan de vergoedbaarheidsvoorwaarde bepaald in artikel 71, 2° van het Werkloosheidsbesluit. De eerste rechter heeft dienvolgens terecht de uitsluiting van het recht op uitkeringen vanaf 1 januari 2002 wegens het niet volgen van de gemeentelijke stempelcontrole in zijn gewone verblijfplaats bevestigd. Aangezien in toepassing van artikel 169, eerste lid van het Werkloosheidsbesluit elke onrechtmatig ontvangen som dient te worden terugbetaald dient de bestreden administratieve beslissing waarbij de onrechtmatig genoten werkloosheidsuitkeringen worden teruggevorderd vanaf 1 januari 2002 eveneens te worden bevestigd. Het hoger beroep is ongegrond. OP DIE GRONDEN, HET HOF, Gelet op de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Gehoord F. Slachmuylders, substituut-generaal, in zijn eensluidend mondeling advies op de openbare terechtzitting van 24 maart
  17. Partijen verklaarden geen opmerkingen te hebben over het advies. Doet uitspraak op tegenspraak. Verklaart het beperkt hoger beroep van appellant ontvankelijk doch ongegrond. Bevestigt dienvolgens het bestreden vonnis uitgesproken op 18 maart 2004 in de openbare zitting van de eerste kamer van de arbeidsrechtbank te Mechelen (A.R. 81.945). Verwijst geïntimeerde, overeenkomstig artikel 1017, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek, in de kosten van hoger beroep. Vereffent deze kosten aan de zijde van appellant op 139,81 euro rechtsplegingsvergoeding en op 57,01 euro uitgavenvergoeding verzoek-schrift. Aan de zijde van geïntimeerde worden de kosten niet vereffend daar er geen kostenopgave wordt ingediend. Uitgesproken in openbare terechtzitting op achtentwintig april tweeduizend en vijf door de vierde kamer van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, als volgt samengesteld: PDF document ECLI:BE:AHANT:2005:ARR.20050428.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.