id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Antwerpen Vonnis/arrest van 28 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:AHANT:2005:ARR.20050428.2 Rolnummer: 2004-0046 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2005-09-15 Raadplegingen: 125 - laatst gezien 2026-07-01 03:08 Fiche De directeur van het werkloosheidsbureau beschikt niet over een discretionaire bevoegdheid in verband met het al dan niet verlenen van een vrijstelling op basis van artikel 94, ,§1 van het Werkloosheidsbesluit. Het geschil over de vrijstelling is een geschil over her recht van de werkloze op de uitkeringen waarvan de beoordeling tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten behoort. De controle van de arbeidsrechter op de administratieve beslissing inzake deze vrijstelling heeft betrekking op zowel de externe als de interne rechtmatigheid daarvan. Vrije woorden: ARBEIDSVOORZIENING . WERKLOOSHEID vrijstelling van bepaalde toekenningsvoorwaarden - volgen van een opleiding of studies - discretionaire bevoegdheid directeur. Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 25-11-1991 - 94,§1,1elid - 50 ELI link Pub nr 1991013192 Tekst van de beslissing Tussenarrest op tegenspraak. Heropening der debatten. Vierde kamer. Werkloosheidsuitkering. ARBEIDSHOF TE ANTWERPEN Afdeling Antwerpen ARREST A.R. 2040046 OPENBARE TERECHTZITTING VAN ACHTENTWINTIG APRIL TWEEDUIZEND EN VIJF In de zaak: RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING, openbare instelling, waarvan de zetel gevestigd is te 1000 Brussel, Keizerslaan 7, appellant, op de zitting vertegenwoordigd door mr. D. D. G., loco mr. G. L., advocaat te 2000 Antwerpen, tegen: L. H., geïntimeerde, op de zitting vertegenwoordigd door mr. A. V. R., loco mr. T. R., advocaat te 2000 Antwerpen. Het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, spreekt na beraadslaging volgend arrest uit.
- Procedure Het arbeidshof heeft kennis genomen van de volgende stukken van rechtspleging: - het proces-verbaal van de openbare terechtzittingen van 3 maart 2004, 10 februari 2005 en 10 maart 2005; - het eensluidend verklaard afschrift van het op tegenspraak gewezen vonnis van de arbeidsrechtbank te Antwerpen van 18 december 2003 (A.R. 358.650); - het verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd op de griffie van dit hof op 20 januari 2004; - de conclusies voor geïntimeerde, neergelegd op de griffie van dit hof op 27 oktober 2004; - het schriftelijk advies van het openbaar ministerie, gelezen en neergelegd op de openbare terechtzitting van 10 maart 2005, waarvan een afschrift in toepassing van artikel 767, ,§3 Ger.W. aan partijen werd verzonden op 10 maart
- Het arbeidshof heeft kennis genomen van het administratief dossier van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (stuk 2 dossier arbeidsauditoraat Antwerpen). Het arbeidshof heeft de middelen en conclusies van partijen gehoord tijdens de openbare terechtzitting van 10 februari
- Daarna zijn de debatten gesloten, is het openbaar ministerie gehoord in de lezing van zijn schriftelijk advies op de zitting van 10 maart 2005 en is de zaak in beraad genomen.
- Ontvankelijkheid Met een verzoekschrift, neergelegd op de griffie van dit hof op 20 januari 2004, tekende de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening hoger beroep aan tegen een vonnis dat werd gewezen door de tweede kamer van de arbeidsrechtbank te Antwerpen op 18 december 2003 (A.R. 358.650). Overeenkomstig artikel 792 van het gerechtelijk wetboek werd een afschrift van het vonnis ter kennis gebracht aan partijen bij gerechtsbrief van 22 december
- Het hoger beroep werd tijdig ingesteld, is regelmatig naar de vorm en ontvankelijk.
- Feiten en voorgaande rechtspleging Met een formulier C 94 A diende L. H. op 8 april 2003 bij het werkloosheidsbureau Antwerpen een aanvraag in om vrijstelling voor het volgen van een beroepsopleiding biologische land- en tuinbouw over de periode 31 maart 2003 tot en met 31 januari
- Deze vrijstelling werd aangevraagd op grond van artikel 94 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheids-reglementering en artikel 50, 9° van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregels van de werkloosheidsreglementering. Bij beslissing van de directeur van het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening te Antwerpen van 16 april 2003 werd de gevraagde vrijstelling geweigerd. Met verzoekschrift, aangetekend verzonden op 11 juni 2003 en ontvangen op de griffie van de arbeidsrechtbank te Antwerpen op 12 juni 2003, tekende L. H. beroep aan tegen voormelde administratieve beslissing van 16 april 2003, ref. 71115/MK/MW/
- Bij vonnis van de tweede kamer van de arbeidsrechtbank te Antwerpen van 18 december 2003 werd: - de vordering ontvankelijk en gegrond verklaard; - de administratieve beslissing van de directeur van het werkloosheids-bureau te Antwerpen van 16 april 2003 vernietigd; - voor recht gezegd dat L. H. vanaf 31 maart 2003 tot en met 31 januari 2004 vrijstelling van stempelcontrole kan genieten voor het volgen van de opleiding Biologische land- en tuinbouw bij Landwijzer vzw en dit in toepassing van artikel 94 van het werkloosheidsbesluit; - de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, in toepassing van artikel 1017, tweede lid gerechtelijk wetboek, verwezen in de kosten van het geding, aan de zijde van L. H. begroot op 102,63 euro rechtsplegingsvergoeding en op 4,21 euro aantekenrecht. Met verzoekschrift, neergelegd op de griffie van dit hof op 20 januari 2004, tekende de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening hoger beroep aan tegen het vonnis gewezen door de tweede kamer van de arbeidsrechtbank te Antwerpen op 18 december
- Eisen in hoger beroep De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (appellant) vordert: - het hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren; - het vonnis te vernietigen en de administratieve beslissing integraal te bevestigen. L. H. (geïntimeerde) vordert: - het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond te verklaren; - het vonnis a quo te bevestigen; - de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening te veroordelen tot de kosten van het geding, aan de zijde van L. H. begroot op 139,83 euro rechtsplegings-vergoeding hoger beroep.
- Ten gronde 5.1 Situering van het geschil Overeenkomstig artikel 94, ,§1, eerste lid van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering (hierna Werkloosheidsbesluit) kan de volledig werkloze op zijn vraag vrijgesteld worden van de toepassing van de artikelen 51, ,§1, 2de lid, 3de tot 6de, 56 en 58 gedurende de periode tijdens dewelke hij een opleiding of studies volgt, niet bedoeld in de artikelen 91 tot 93, indien de opleiding of de studies aanvaard worden door de directeur. Deze beslist inzonderheid met inachtneming van de leeftijd van de werkloze, de reeds gevolgde studies, zijn geschiktheden, zijn beroepsverleden, de duur van de werkloosheid, de aard van de opleiding en de mogelijkheden op de arbeidsmarkt die deze opleiding of studies de werkloze kunnen bieden. De directeur kan daartoe het advies van de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling inwinnen. Bij beslissing van de directeur van het werkloosheidsbureau te Antwerpen van 16 april 2003 werd de aanvraag tot vrijstelling op grond van artikel 94 van genoemd koninklijk besluit geweigerd met volgende motivering: "Aangezien uit uw werkloosheidsdossier blijkt dat u slechts recentelijk werkloos bent geworden zie ik mij genoodzaakt de door u gevraagde vrijstelling in toepassing van bovenvermelde artikelen NIET toe te kennen." De eerste rechter heeft na verhaal van L. H. de vordering van huidig geïntimeerde gegrond verklaard op basis van volgende overwegingen: - uit de lezing van artikel 94 blijkt duidelijk dat de beoordelingsbe-voegdheid voor de toekenning van de vrijstelling bij de directeur van het werkloosheidsbureau ligt; - in de bestreden beslissing wordt echter enkel rekening gehouden met de werkloosheidsduur die erg kort was, terwijl de andere in de wet voorziene criteria niet werden onderzocht; - de verwijzing naar de recente werkloosheid is alleszins een onvoldoende motivatie om de vrijstelling te weigeren; - het feit dat betrokkene slaagde in een strenge selectieproef, bijzonder gemotiveerd is en dat werkzoekenden dienen aangemoedigd te worden zich uit de werkloosheid te houden, zijn elementen welke de vrijstelling verantwoorden. Appellant acht zich gegriefd door het bestreden vonnis en laat gelden: - dat uit de opmaak van artikel 94 van het Werkloosheidsbesluit kan afgeleid worden dat de directeur in deze materie een discretionaire bevoegdheid heeft om al dan niet zijn toestemming te verlenen; de rechter heeft - ten aanzien van een beslissing genomen op grond van een discretionaire bevoegdheid van het bestuur - slechts een marginaal toetsingsrecht; voor zover de eerste rechter van oordeel was dat de bestreden beslissing kennelijk onredelijk was diende hij zich ertoe te beperken de aangevochten beslissing te vernietigen en aan de directeur te bevelen om opnieuw te oordelen over de aanvraag tot vrijstelling; - dat uit de tekst van artikel 94 van het Werkloosheidsbesluit dient afgeleid te worden dat de kwestieuze vrijstelling een instrument tot reïntegratie is t.a.v. laaggeschoolden langdurige werklozen die door het volgen van bepaalde opleidingen hun kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk verbeteren; het is aldus geen techniek om een studiebeurs toe te kennen aan jongeren die aansluitend op hun middelbaar of hoger onderwijs verdere studies aanvatten; - dat geïntimeerde niet noodzakelijk de opleiding biologische land- en tuinbouw dient te volgen om uit de werkloosheid te geraken daar zij reeds in het bezit is van een diploma orthopedagogie zodat haar kansen op de arbeidsmarkt meer dan verzekerd zijn; - dat noch de leeftijd, noch de duur van de werkloosheid, noch de reeds gevolgde studies, noch de geschiktheden, noch het beroepsverleden van geïntimeerde van aard zijn om de vrijstelling toe te staan; de bestreden administratieve beslissing van de directeur is niet kennelijk onredelijk en dient bevestigd te worden. Geïntimeerde vordert de bevestiging van het eerste vonnis en benadrukt: - dat de bestreden beslissing van de directeur onvoldoende gemotiveerd is en dienvolgens, wegens een schending van artikel 3 van de wet van 29 juli 1991, dient vernietigd te worden; - dat de werkloosheidsdirecteur in deze materie niet over een discretionaire bevoegdheid beschikt; de arbeidsgerechten hebben in deze materie een volheid van bevoegdheid en kunnen wel degelijk ten gronde oordelen; - dat, wanneer men haar situatie toetst aan de criteria van artikel 94, ,§1 van het Werkloosheidsbesluit, de toekenning van de vrijstelling verantwoord is; in de biologische land - en tuinbouw bestaat nog steeds een gunstige arbeidsmarkt. 5.
- Beoordeling 5.2.
- De bevoegdheid van de werkloosheidsdirecteur In tegenstelling met wat appellant voorhoudt beschikt de directeur niet over een discretionaire bevoegdheid in verband met het al dan niet verlenen van een vrijstelling op basis van artikel 94, ,§1 van het Werkloosheidsbesluit. De artikelen 51, 56 en 58 van het Werkloosheidsbesluit, naar waar wordt gerefereerd in artikel 94, ,§1 van het Werkloosheidsbesluit, hebben betrekking op de toekenningsvoorwaarden om werkloosheidsuitkeringen te genieten. Het geschil over de vrijstelling van de toepassing van deze bepalingen van het Werkloosheidsbesluit is een geschil over het recht van de werkloze op uitkeringen, waarvan de beoordeling tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten behoort. Dergelijk geschil behoort tot de gebonden bevoegdheid van het bestuur en de controle van de arbeidsrechter slaat zowel op de externe als de interne rechtmatigheid van de beslissing waarop het geschil betrekking heeft. In casu is er geen sprake van een discretionaire bevoegdheid. 5.2.
- De motiveringsplicht In toepassing van de artikelen 7 en 13 van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het "handvest" van de sociaal verzekerde moeten de beslissingen tot toekenning van een recht, van een aanvullend recht, van de regularisatie van een recht of tot weigering van sociale prestaties met redenen omkleed zijn. De motiveringsplicht werd ook reeds voorzien in van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. Krachtens artikel 3 van de wet van 29 juli 1991 houdt de uitdrukkelijke motivering de verplichting in om in de akte zelf de juridische en feitelijke overwegingen op te nemen die aan de beslissing ten grondslag liggen. De motivering moet afdoende zijn. Bij lezing van de beslissing van de directeur van 16 april 2003 blijkt dat in deze beslissing niet alleen de concrete feitelijke gegevens worden aangeduid maar tevens de juridische regels worden vermeld die aanleiding hebben gegeven tot weigering van de aanvraag om vrijstelling voor het volgen van een beroepsopleiding. Geïntimeerde heeft derhalve niet alleen met kennis van zaken kunnen uitmaken of het aangewezen is die beslissing aan te vechten maar ook haar rechtsmiddelen kunnen voorbereiden zodat er geen schending van de formele motiveringsplicht kan weerhouden worden. 5.2.
- De vrijstelling De vrijstelling van bepaalde toekenningsvoorwaarden voor het volgen van een opleiding of studies zoals voorzien in artikel 94 van het Werkloosheidsbesluit moet gezien worden als een middel om de volledig werklozen zo snel mogelijk in te schakelen in het arbeidscircuit. Het is de bedoeling van de wetgever om arbeidsgeoriënteerde inspanningen van de werkloze voluit te ondersteunen. De lijst van de criteria dewelke opgesomd worden in artikel 94, ,§1 van het Werkloosheidsbesluit is niet cumulatief en niet limitatief. Bij de beoordeling van de aanvraag om vrijstelling voor het volgen van een opleiding of studies, niet bedoeld in de artikelen 91 tot 93 van het Werkloosheidsbesluit, zal onder meer rekening gehouden worden met: - de leeftijd van de werkloze; - de reeds gevolgde studies; - de geschiktheden en beroepsverleden van de werkloze; - de duur van de werkloosheid; - de aard van de opleiding en de mogelijkheden op de arbeidsmarkt die deze opleiding of studies de werkloze kunnen bieden. Uit de voorgebrachte feitelijke gegevens van het administratief dossier blijkt: - dat geïntimeerde studies heeft gevolgd in het hoger onderwijs, richting orthopedagogie; - dat geïntimeerde als werkzoekende was ingeschreven van 19 augustus 2002 tot 11 oktober 2002 en van 28 november 2002 tot 3 april 2003; - dat geïntimeerde na haar studie als secretaresse deeltijds werkzaam was van 17 september 2002 tot en met 28 februari 2003; - dat geïntimeerde op 3 april 2003 een aanvraag indiende tot het bekomen van werkloosheidsuitkeringen vanaf 31 maart 2003; - dat geïntimeerde, geboren op 25 maart 1979, op het ogenblik van de aanvraag tot vrijstelling (8 april 2003) 24 jaar was; - dat geïntimeerde een aanvraag tot vrijstelling heeft ingediend voor het volgen van een beroepsopleiding biologische land- en tuinbouw welke gecoördineerd wordt door de vzw Landwijzer die daarvoor samenwerkt met een Nederlands erkend agrarisch opleidingscentrum te Dronten en het Vlaams erkend agrarisch opleidingscentrum te Merelbeke. Aangezien precieze informatie ontbreekt omtrent de geschiktheden en beroepsverleden van geïntimeerde alsmede de mogelijkheden op de arbeidsmarkt die de gevraagde opleiding kan bieden, komt het gepast voor, ambtshalve de debatten te heropenen teneinde:
- appellant toe te laten: - het advies van de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling in te winnen omtrent de vraag of er in de jaren 2002 - 2003 een tekort aan opvoeders (specialisatie orthopedagogie) werd gesignaleerd in de gehandicaptenzorg, bijzondere jeugdzorg, gezinszorg en algemeen welzijnswerk; - het advies van de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling in te winnen omtrent de mogelijkheden op de arbeidsmarkt die de beroepsopleiding biologische land- en tuinbouw aan geïntimeerde kan bieden of bijkomend zou kunnen bieden hierbij rekening houdend dat zij de verworven technische kennis inzake biologische land- en tuinbouw zou kunnen combineren met haar pedagogisch diploma; - mee te delen of, in het kader van artikel 93 van het Werkloos-heidsbesluit (hernemen van studies met volledig leerplan die voorbereiden op beroepen waarvoor er een significant tekort aan arbeidskrachten bestaat), op de Nederlandstalige lijst de studies voor- komen of werden toegevoegd met betrekking tot het hoger onderwijs buiten de universiteit voor opvoeder inclusief de specialisatie orthopedagogie; in bevestigend geval de (aangepaste) lijsten met studies met volledig leerplan voor te leggen die de werklozen tijdens het school- of academiejaar 2002-2003 en 2003-2004 kunnen volgen ongeacht hun werkloosheidsduur; - de volledige Nederlandstalige lijst voor het Vlaamse Gewest van knelpuntberoepen in 2002 en 2003 voor te brengen;
- geïntimeerde toe te laten: - haar diploma voor te leggen m.b.t. de gevolgde studies van orthopedagogie; - een overzicht te geven van tewerkstellingen (met voorlegging van de bewijsstukken zoals arbeidscontracten of C4) die zij heeft uitgevoerd vóór aanvang van de wachttijd (of tijdens studies) en tussen beëindiging van de studies en aanvraag tot werkloosheidsuitkeringen; - toe te lichten welk vrijwilligerswerk zij heeft uitgevoerd in de sector van de biologische land- en tuinbouw; - de begin- en einddatum mee te delen van de gevolgde beroepsop-leiding in de biologische land- en tuinbouw met tevens de voorlegging van een aanwezigheidsattest ingevuld door het opleidingscentrum met vermelding dat de activiteiten opgelegd door het programma regelmatig werden gevolgd. OP DIE GRONDEN, HET HOF, Gelet op de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Gehoord F. Slachmuylders, substituut-generaal, in de lezing van zijn andersluidend schriftelijk advies op de openbare terechtzitting van 10 maart
- Geen der partijen hebben gerepliceerd op het schriftelijk advies. Doet uitspraak op tegenspraak. Verklaart het hoger beroep ontvankelijk. Alvorens ten gronde te beslissen. Beveelt, in toepassing van artikel 774, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek, de heropening der debatten teneinde:
- appellant toe te laten: - het advies van de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling in te winnen omtrent de vraag of er in de jaren 2002 - 2003 een tekort aan opvoeders (specialisatie orthopedagogie) werd gesignaleerd in de gehandicaptenzorg, bijzondere jeugdzorg, gezinszorg en algemeen welzijnswerk; - het advies van de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling in te winnen omtrent de mogelijkheden op de arbeidsmarkt die de beroepsopleiding biologische land- en tuinbouw aan geïntimeerde kan bieden of bijkomend zou kunnen bieden hierbij rekening houdend dat zij de verworven technische kennis inzake biologische land- en tuinbouw zou kunnen combineren met haar pedagogisch diploma; - mee te delen of, in het kader van artikel 93 van het Werkloos-heidsbesluit (hernemen van studies met volledig leerplan die voorbereiden op beroepen waarvoor er een significant tekort aan arbeidskrachten bestaat), op de Nederlandstalige lijst de studies voorkomen of werden toegevoegd met betrekking tot het hoger onderwijs buiten de universiteit voor opvoeder inclusief de specialisatie orthopedagogie; in bevestigend geval de (aangepaste) lijsten met studies met volledig leerplan voor te leggen die de werklozen tijdens het school- of academiejaar 2002-2003 en 2003-2004 kunnen volgen ongeacht hun werkloosheidsduur; - de volledige Nederlandstalige lijst voor het Vlaamse Gewest van knelpuntberoepen in 2002 en 2003 voor te brengen;
- geïntimeerde toe te laten: - haar diploma voor te leggen m.b.t. de gevolgde studies van orthopedagogie; - een overzicht te geven van tewerkstellingen (met voorlegging van de bewijsstukken zoals arbeidscontracten of C4 en toelichting van de aard van tewerkstelling) die zij heeft uitgevoerd vóór aanvang van de wachttijd (of tijdens studies) en tussen beëindiging van de studies en aanvraag tot werkloosheidsuitkeringen; - toe te lichten welk vrijwilligerswerk zij heeft uitgevoerd in de sector van de biologische land- en tuinbouw; - de begin- en einddatum mee te delen van de gevolgde beroepsop-leiding in de biologische land- en tuinbouw met tevens de voorlegging van een aanwezigheidsattest ingevuld door het opleidingscentrum met vermelding dat de activiteiten opgelegd door het programma regelmatig werden gevolgd. Zegt overeenkomstig artikel 775 van het Gerechtelijk Wetboek dat partijen zullen verschijnen voor deze kamer van dit hof, Cockerillkaai 39 te 2000 Antwerpen op 8 september 2005 te 9.30 uur. Beveelt dat partijen en hun advocaten door de griffier bij gerechtsbrief zullen worden verwittigd met inachtneming van de termijn voor de dagvaardingen. Houdt de uitspraak over de kosten aan. Uitgesproken in openbare terechtzitting op achtentwintig april tweeduizend en vijf door de vierde kamer van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, als volgt samengesteld: G. ADRIAENSENS, voorzitter van de kamer, G. VANKRUNKELSVEN, raadsheer in sociale zaken als werkgever, A. WOLPUT, raadsheer in sociale zaken als werknemer-arbeider, J. VERELST, griffier. PDF document ECLI:BE:AHANT:2005:ARR.20050428.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div