← België

ECLI:BE:AHANT:2005:ARR.20050511.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Antwerpen Vonnis/arrest van 11 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:AHANT:2005:ARR.20050511.3 Rolnummer: 2004-0493 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2006-06-23 Raadplegingen: 116 - laatst gezien 2026-07-01 03:13 Fiche Uitsluitend in het geval dat de betrokken vreemdeling zich om medische redenen in de absolute onmogelijkheid bevindt om de terugreis naar zijn land van herkomst aan te vatten, en alzo geen gevolg kan geven aan het bevel om het grondgebied te verlaten, is artikel 57 ,§ 2 van de OCMW-wet niet van toepassing. Dit is niet het geval wanneer de medische zorgen per hypothese niet beschikbaar zijn het land van herkomst. Vrije woorden: SOCIALE VOORZORG . OPENBARE CENTRA VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN Taken van het OCMW - algemene taken en uitvoering - maatschappelijke dienstverlening - vreemdeling - bevel om het grondgebied te verlaten - besmetting HIV-virus - absolute onmogelijkheid om gevolg te geven aan dit bevel wegens medische redenen niet aangetoond Wettelijke bepalingen: Wet - 08-07-1976 - 57,§2 - 01 ELI link Pub nr 1976070810 Annotaties Publicaties: SOCIAALRECHTELIJKE KRONIEKEN - - 2006(00004,P.202-203) Tekst van de beslissing A.R. 2040493 OPENBARE TERECHTZITTING VAN ELF MEI TWEEDUIZEND EN VIJF In de zaak van: het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN ANTWERPEN, gevestigd te 2000 Antwerpen, Lange Gasthuisstraat 32, appellant, vertegenwoordigd door de heer B.C., maatschappelijk werker O.C.M.W., volmachtdrager, tegen : de heer S.T., geïntimeerde, vertegenwoordigd door mr. N.B., advocaat voornoemd. Na over de zaak beraadslaagd te hebben, heeft de vierde kamer van het Arbeids-hof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, het volgende arrest uitgesproken. Gelet op de zittingsbladen van 8 september 2004, 16 maart 2005 en 27 april

  1. Rekening houdend met de akten van de rechtspleging, onder meer: x het eensluidend verklaard afschrift van het vonnis, op 28 mei 2004 uitge-sproken door de zesde kamer van de Arbeidsrechtbank te Antwerpen, over-eenkomstig artikel 792, tweede lid, Ger. W., aan het O.C.M.W. van Ant-werpen ter kennis gebracht bij gerechtsbrief op 3 juni 2004; x het verzoekschrift tot hoger beroep, op 1 juli 2004 neergelegd ter griffie van dit Hof en ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 1056 Ger. W. op 2 juli 2004; x de conclusies voor S.T., ontvangen ter griffie van dit Hof op 10 augustus
  2. Partijen werden gehoord op de buitengewone openbare terechtzitting van 16 maart
  3. Ontvankelijkheid Met een verzoekschrift, neergelegd ter griffie van dit Hof op 1 juli 2004, te-kende het O.C.M.W. van Antwerpen hoger beroep aan tegen een vonnis van 28 mei 2004 (A.R. 363.270) van de Arbeidsrechtbank te Antwerpen. De machti-ging daartoe werd verleend door de Raad voor Maatschappelijk Welzijn op 26 november
  4. Het vonnis werd aan het O.C.M.W. van Antwerpen ter kennis gebracht over-eenkomstig artikel 792, tweede lid, Ger. W., bij gerechtsbrief op 3 juni
  5. Het hoger beroep werd tijdig ingesteld, is regelmatig naar de vorm en ontvan-kelijk.
  6. Feiten en voorafgaande procedure S.T. werd geboren op 16 april 1973 en draagt de Ethiopische nationaliteit. Hij verblijft in België sedert april 2001 en vroeg asiel aan. Dit werd geweigerd, met bevel om het grondgebied te verlaten. S.T. is thans uitgeprocedeerd. Hij diende op ongekende datum een aanvraag tot machtiging van verblijf van meer dan drie maanden in op grond van artikel 9, 3, van de Vreemdelingenwet, wegens medische redenen. Deze werd geweigerd en S.T. diende een nieuwe aanvraag in op 27 januari
  7. S.T. is besmet met het HIV-virus. De ziekte AIDS is tot op heden niet uitgebroken. Niet betwist wordt dat S.T. illegaal in het land verbleef op het ogenblik van de aanvraag om financiële steun op 7 oktober
  8. Het Bijzonder Comité voor Sociale Bijstand besliste op 19 november 2003 het levensminimum te weigeren vanaf 7 oktober 2003, met als motivering "Uw verblijfsdocumenten zijn niet geldig." Tevens werd vanaf dezelfde datum een eenmalige financiële bijstand als tussenkomst in uitgave huishuurwaarborg ge-weigerd (reden: "geen positieve motivering") en werd vanaf 1 oktober 2003 tot 31 maart 2004 de waarborg voor verpleging/verzorging in ziekenhuizen O.C.M.W. Antwerpen verleend, uitgezonderd hotelkosten O.C.M.W. Antwer-pen, t.b.v. 6,20 EUR per dag (reden: "het OCMW heeft uw situatie onderzocht en zal u helpen"). Deze beslissingen werden aan S.T. aangetekend ter kennis gebracht op 1 december
  9. Hiertegen tekende S.T. verhaal aan bij de Arbeidsrechtbank te Antwerpen met een verzoekschrift, neergelegd ter griffie op 24 december
  10. In haar vonnis van 28 mei 2004 verklaarde de eerste rechter de vordering ont-vankelijk en gegrond, vernietigde de beslissing van het Bijzonder Comité voor Sociale Bijstand van 19 november 2003 en zegde voor recht dat S.T. vanaf 7 oktober 2003 aanspraak kon maken op het levensminimum en op een eenmalige financiële bijstand als tussenkomst in de uitgave van de huurwaarborg, wegens medische overmacht. Het O.C.M.W. van Antwerpen tekende tegen dit vonnis verhaal aan met een verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Arbeidshof op 1 juli
  11. Eisen in hoger beroep Het O.C.M.W. van Antwerpen vordert het hoger beroep ontvankelijk en ge-grond te verklaren, het vonnis a quo te vernietigen en de beslissing van het Bij-zonder Comité voor Sociale Bijstand van 19 november 2003 te bevestigen. S.T. vraagt het hoger beroep ontvankelijk, doch ongegrond te verklaren en het vonnis a quo te bevestigen.
  12. Ten gronde Dat S.T. illegaal in het Rijk verblijft wordt niet betwist. Het O.C.M.W. van Antwerpen roept in dat S.T. niet voldoet aan de voorwaar-den gesteld in het arrest nr. 80/99 van het Arbitragehof van 30 juni 1999, zodat artikel 57, ,§2, van de O.C.M.W.-wet van toepassing blijft. Artikel 57, ,§2, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn schrijft voor: "In afwijking van de andere bepalingen van deze wet, is de taak van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn beperkt tot het verlenen van dringende medische hulp, wanneer het gaat om een vreemdeling die illegaal in het Rijk verblijft. De Koning kan bepalen wat onder dringende medische hulp begrepen moet worden. Een vreemdeling die zich vluchteling heeft verklaard en heeft gevraagd om als dusdanig te worden erkend, verblijft illegaal in het Rijk wanneer de asiel-aanvraag is geweigerd en aan de betrokken vreemdeling een bevel om het grondgebied te verlaten is betekend. De maatschappelijke dienstverlening aan een vreemdeling die werkelijk steuntrekkende was op het ogenblik dat hem een bevel om het grondgebied te verlaten werd betekend, wordt, met uitzondering van de dringende medische hulpverlening, stopgezet de dag dat de vreemdeling daadwerkelijk het grond-gebied verlaat, en ten laatste de dag van het verstrijken van de termijn van het bevel om het grondgebied te verlaten. S.T. tracht aan de hand van medische getuigschriften aan te tonen dat hij in het land van herkomst niet dezelfde medische verzorging kan krijgen als in België, zodat hij, wegens medische overmacht, onmogelijk naar Ethiopië kan terugke-ren. Dit argument is niet ter zake dienend. In zijn arrest nr. 80/99 van 30 juni 1999 stelt het Arbitragehof enkel en alleen dat artikel 57, ,§2, van de O.C.M.W.-wet niet van toepassing is wegens schen-ding van het gelijkheidsbeginsel, indien de vreemdeling, aan wie een bevel om het grondgebied te verlaten betekend werd, om medische redenen, in de absolu-te onmogelijkheid verkeert om gevolg aan dit bevel te geven. Dit betekent dat uitsluitend in het geval dat de betrokken vreemdeling zich om medische redenen in de absolute onmogelijkheid bevindt om de terugreis naar zijn land aan te vatten, en alzo geen gevolg kan geven aan het bevel om het grondgebied te verlaten, artikel 57, ,§2, niet van toepassing is. Het Arbitragehof stelt nergens dat, in het kader van de al dan niet toepassing van artikel 57, ,§2, dient te worden onderzocht of de betrokken illegaal in zijn land van herkomst de medische zorg en begeleiding kan genieten zoals die voorhanden is in België. S.T. is weliswaar besmet met het HIV-virus, maar de ziekte AIDS is niet uitgebroken. In het medisch getuigschrift, afgeleverd door dr. B. (stuk 2, S.T.), staat uitdrukkelijk vermeld dat S.T. in staat is te reizen. Zijn gezondheidstoestand maakt het hem aldus niet onmogelijk om het land te verlaten. S.T. kan derhalve gevolg geven aan het bevel om het grondgebied te verlaten. Artikel 57, ,§2, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn is dan ook onverkort van toepassing. (In dezelfde zin: Arbh. Brussel, 16 december 2004, www.juridat.be). Alle andere argumenten doen hieraan niets af. Het hoger beroep is gegrond. Op die gronden, Het Hof, Heeft kennis genomen van het eensluidend mondeling advies, uitgebracht door de heer J. DEKEERSMAEKER, Substituut-generaal, op de buitengewone open-bare terechtzitting van 16 maart 2005, waarover partijen verklaren geen opmer-kingen te hebben. Houdt rekening met de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalge-bruik in gerechtszaken. Doet uitspraak op tegenspraak. Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond. Doet het vonnis van 28 mei 2004 (A.R. 363.270) van de Arbeidsrechtbank te Antwerpen teniet, behalve wat de ontvankelijkheid van de vordering en de kos-ten betreft. Opnieuw recht doende, verklaart de oorspronkelijke vordering ongegrond en bevestigt de bestreden beslissing van het Bijzonder Comité voor Sociale Bij-stand van 19 november
  13. Legt de kosten van het hoger beroep, overeenkomstig artikel 1017, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, ten laste van het O.C.M.W. van Antwerpen, door S.T. begroot op 102,63 EUR rechtsplegingsvergoeding en door het Hof vereffend op 139,81 EUR rechtsplegingsvergoeding; de kosten van het O.C.M.W. van Antwerpen worden door het Hof niet vereffend daar geen kos-tenopgave wordt ingediend. Aldus gewezen en uitgesproken door de vierde kamer van het Arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, in openbare terechtzitting op elf mei tweedui-zend en vijf. PDF document ECLI:BE:AHANT:2005:ARR.20050511.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.