← België

ECLI:BE:AHANT:2006:ARR.20060111.9

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Antwerpen Vonnis/arrest van 11 januari 2006 ECLI nr: ECLI:BE:AHANT:2006:ARR.20060111.9 Rolnummer: 2004-0201 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2007-10-19 Raadplegingen: 263 - laatst gezien 2026-07-04 04:45 Fiches 1 - 2 De vordering in betaling van achterstallig loon, premies en vakantiegeld is een vordering die strekt tot uitvoering van verbintenissen die alleen betrekking hebben op het betalen van een bepaalde geldsom in de zin van artikel 1153 B.W. Ingevolge deze bepaling bestaat bij dergelijke verbintenissen de schadevergoeding wegens laattijdige betaling nooit in iets anders dan in de wettelijke intrest. Dit wettelijk schadebeding vindt eveneens toepassing in vergelijking van laattijdige betaling van loon in de zin van de Loonbeschermingswet. De gedeeltelijk in het gelijkgestelde werknemer kan bijgevolg geen aanspraak maken op de betaling van een vergoeding gelijk aan de advocatenkosten. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Nakoming verbintenis - Schadevergoeding - Wegens niet-naleving Vrije woorden: rechtswetenschap - recht - wetgeving - burgerlijk recht - arbeidsovereenkomst - vordering in betaling van achterstallig loon, premies en vakantiegeld - advocatenkosten - artikel 1153 Burgerlijk Wetboek Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - 1153 - 33 ELI link Pub nr 1804032153 UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Loon - Loonbescherming Vrije woorden: arbeidsreglementering - bescherming van het loon - wettelijke intresten - arbeidsovereenkomst - vordering in betaling van achterstallig loon, premies en vakantiegeld - advocatenkosten - artikel 1153 Burgerlijk Wetboek Wettelijke bepalingen: Wet - 12-04-1965 - 10 - 04 ELI link Pub nr 1965041207 Nota: Gerangschikt onder I B - artikel 1153 en onder III H - artikel

  1. I B - III H Annotaties Publicaties: SRK 2007 - - nr. 7, blz. 247 Tekst van de beslissing Eindarrest op tegenspraak Tweede kamer Arbeidsovereenkomst voor bedienden ARBEIDSHOF TE ANTWERPEN Afdeling Antwerpen ARREST A.R. 2040201 OPENBARE TERECHTZITTING VAN ELF JANUARI TWEEDUIZEND EN ZES NV O. T., met zetel gevestigd in appellante vertegenwoordigd door mr. J. COESEMANS loco mr. C. CAUWE, advocaat te 9051 Sint-Denijs-Westrem, tegen : F. M., wonende te geïntimeerde vertegenwoordigd door mr. E. THIERS loco mr. K. STAPPERS, advocaat te 2000 Antwerpen. Het arbeidshof, na de zaak in beraad te hebben genomen, spreekt in openbare terechtzitting en in de Nederlandse taal het volgend arrest uit. Gelet op de uiteenzetting van de middelen van partijen ter openbare terechtzitting van 14 december
  2. Gelet op de processen-verbaal van de openbare terechtzitting van 11 mei 2005, 12 oktober 2005 en 14 december
  3. I. RECHTSPLEGINGSSTUKKEN Gelet op de stukken van de rechtspleging, in het bijzonder: * het eensluidend verklaard afschrift van het op 3 februari 2004 op tegenspraak gewezen vonnis van de arbeidsrechtbank te Antwerpen, waarvan geen bewijs van betekening wordt bijgebracht; * het verzoekschrift tot hoger beroep ontvangen ter griffie van dit arbeidshof op 11 maart 2004; * het tussenarrest d.d. 11 mei 2005; * de conclusie van de NV O. T., hierna genoemd de NV, ontvangen ter griffie van dit arbeidshof op 26 september 2005; * de conclusie van de heer F. M., ontvangen ter griffie van dit arbeidshof op 8 december
  4. II. DE FEITEN EN VOORAFGAANDE RECHTSPLEGING Wat de feiten en de voorafgaande rechtspleging betreft kan volstaan worden met verwijzing naar het hiervoor vermelde tussenarrest. III. TEN GRONDE
  5. Vorderingen van partijen Bij conclusie ontvangen ter griffie van dit arbeidshof op 8 december 2005 vordert de heer F.M. de NV te veroordelen tot terugbetaling van het ereloon en de kosten van zijn advocaat, voorlopig begroot op 1 EUR provisioneel en de heropening van de debatten te bevelen teneinde hem toe te laten deze vordering nader te begroten. De NV besluit in hoofdorde dat deze vordering onontvankelijk is, in ondergeschikte orde dat ze ongegrond is.
  6. Ontvankelijkheid van de eis in terugbetaling van advocatenkosten Terecht doet de heer F.M. opmerken dat de heropening van de debatten, die door dit arbeidshof werd bevolen op grond van artikel 775 Ger.W., het arbeidshof enkel toestaat partijen te horen omtrent het door hem bepaalde onderwerp en dat door partijen nog enkel omtrent dit onderwerp debat kan worden gevoerd. (vgl. Cass. 29 juni 1995, Arr. Cass., 1995, 693; Cass. 23 oktober 2003, P030832N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031028.9, http://www.cass.be, op datum) Met de voor het eerst in de laatste conclusie door de NV ingeroepen exceptie van onontvankelijkheid van de eis in terugbetaling van advocatenkosten, gesteund op de beweerde miskenning van artikel 807 Ger.W., kan bijgevolg geen rekening worden gehouden. Het door het arbeidshof in zijn arrest van 11 mei 2005 bepaalde onderwerp bleef immers beperkt tot de mogelijke toepassing van artikel 1153 B.W. en de daaruit voortspruitende gevolgen t.a.v. de door de heer F.M. gestelde vordering in terugbetaling van de door hem gemaakte advocatenkosten. Vermits de NV niet tijdig een exceptie van onontvankelijkheid heeft ingeroepen en in deze zaak geen elementen voorliggen die het arbeidshof nopen om ambtshalve een exceptie van onontvankelijkheid op te werpen, dient de vordering van de heer F.M. in terugbetaling van advocatenkosten ontvankelijk te worden verklaard.
  7. Ongegrondheid van de vordering in terugbetaling van advocatenkosten Zoals reeds aangegeven in het arrest van 11 mei 2005 vordert de heer F.M. terugbetaling van de door hem gemaakte advocatenkosten wegens het niet (tijdig) betalen van loon, overloon, eindejaarspremie en vakantiegeld en de daaruit voortspruitende noodzaak om een advocaat te raadplegen, teneinde via gerechtelijke weg zijn rechten op te eisen. Het is niet voor ernstige discussie vatbaar dat de oorspronkelijke vordering van de heer F.M. in betaling van loon, toeslagloon, eindejaarspremie en vakantiegeld een vordering is die strekt tot uitvoering van verbintenissen die alleen betrekking hebben op het betalen van een bepaalde geldsom, in de zin van artikel 1153 B.W. Wanneer, zoals in deze zaak, de verbintenis van de schuldenaar alleen betrekking heeft op het betalen van een geldschuld, heeft de wetgever een wettelijk schadebeding in het leven geroepen door in artikel 1153 B.W. te bepalen dat de vergoeding wegens de laattijdige betaling nooit in iets anders dan in de wettelijke intrest kan bestaan, tenzij de wet anders bepaalt. Dit impliceert dat de schuldeiser, ook wanneer hij kan bewijzen dat zijn schade belangrijker is, toch niet meer dan de wettelijke intrest als schadevergoeding kan bekomen, wanneer de verbintenis laattijdig wordt uitgevoerd. In dit verband moet er tevens aan herinnerd worden dat t.a.v. geldschulden de niet-uitvoering of de gedeeltelijke uitvoering, noodzakelijk op een laattijdige uitvoering neerkomen, zodat zij in het toepassingsbereik van artikel 1153 B.W. vallen. (vgl. CORNELIS, L. "Algemene theorie van de verbintenis", Antwerpen - Groningen, Intersentia Rechtswetenschappen, 567) Compenserende schadevergoeding bij schuldige niet nakoming van een verbintenis strekkende tot betaling van een geldsom kan door de rechter niet worden toegestaan. De rechter kan alleen vaststellen dat de verschuldigde geldsom niet betaald werd, een uitvoerbare titel uitreiken voor de opvordering en moratoire intrest toekennen wegens de vertraging waarmee de schuld werd vereffend. (vgl. VANDEPUTTE, R., "De overeenkomst. Haar ontstaan, haar uitvoering en verdwijning, haar bewijs", Brussel, Larcier, 1977, 255 en de aldaar geciteerde rechtsleer) Het is dan ook onjuist, zoals de heer F.M. voorhoudt, dat hij bij toepassing van artikel 1151 B.W. aanspraak kan maken op de gevorderde advocatenkosten, omdat deze het gevolg zouden zijn van de niet betaling door de NV van de verschuldigde bedragen en niet ingevolge de vertraging in de betaling. Evenmin kan enig argument worden geput uit artikel 10 van de Loonbeschermingswet. Bedoeld artikel 10 bevat immers enkel een van artikel 1153 B.W. afwijkende regeling m.b.t. het tijdstip waarop de wettelijke intrest wegens vertraging verschuldigd is, met name vanaf de opeisbaarheid van het loon, zonder voorafgaande ingebrekestelling. Bedoeld artikel 10 Loonbeschermingswet doet voor het overige echter geen afbreuk aan het bepaalde in artikel 1153 B.W., inzonderheid wat de forfaitaire schaderegeling betreft wegens laattijdige betaling. Gelet op het voorgaande is de vordering van de heer F.M. in terugbetaling van de door hem gemaakte advocatenkosten niet gegrond. OP DIE GRONDEN, HET HOF, Gelet op de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, waarvan de voorschriften werden nageleefd. Na beraadslaging recht sprekend op tegenspraak. Het arrest van 11 mei 2005 verder uitwerkend. Verklaart de vordering van de heer F.M. in terugbetaling van advocatenkosten ontvankelijk doch ongegrond. Veroordeelt de heer F.M. tot 3/4de (drie vierden) en de NV O. T. tot 1/4de (een vierde) van de kosten in beide aanleggen. Vereffent deze aan de zijde van de NV O. T. op 205,25 EUR rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg, op 57,01 EUR uitgavenvergoeding verzoekschrift hoger beroep en op 285,57 EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep. Vereffent deze aan de zijde van de heer F.M. op 93,02 EUR inleidende dagvaarding, op 205,25 EUR rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg en op 285,57 EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep. Aldus gewezen en uitgesproken door de tweede kamer van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, zitting houdend te Antwerpen in openbare terechtzitting van 11 januari 2006, waar aanwezig waren: mevrouw L. BOEYKENS, raadsheer, voorzitter van de kamer, de heer F. LAMBERT, raadsheer in sociale zaken als werkgever, de heer F. LINGIER, raadsheer in sociale zaken als werknemer-bediende, mevrouw L. PELEMANS, griffier. PDF document ECLI:BE:AHANT:2006:ARR.20060111.9 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031028.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.