id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Antwerpen Vonnis/arrest van 11 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:AHANT:2007:ARR.20070111.21 Rolnummer: 2006-0293 Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2007-09-06 Raadplegingen: 117 - laatst gezien 2026-07-02 15:09 Fiches 1 - 3 Wanneer de vreemde arbeidskracht voldoet aan al de voorwaarden voorzien in artikel 52 van de programmawet van 08 april 2003 dient hij toegelaten te worden tot het recht op wachtuitkeringen in het kader van zijn opleiding. Om toegelaten te worden tot dit recht is het geenszins vereist dat ook voldaan zou zijn aan de algemene voorwaarden voorzien in de artikelen 43, § 1 en 69, § 1 van het K.B. van 25 november
- UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Werkloosheid SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Werkloosheid - Toelaatbaarheidsvoorwaarden SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Werkloosheid - Toelaatbaarheidsvoorwaarden - Wachttijd Vrije woorden: Arbeidsvoorziening - werkloosheid - toekenningsvoorwaarden - wachtuitkeringen - jongerenactiva-opleidingsplan - vreemde arbeidskracht - V A N Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 25-11-1991 - 36 - 50 ELI link Pub nr 1991013192 Wet - 08-04-2003 - 52 - 33 ELI link Pub nr 2003021093 UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Werkloosheid SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Werkloosheid - Berekening uitkering - Bedrag Vrije woorden: Arbeidsvoorziening - werkloosheid - werkloosheidsvergoeding - vreemde en staatloze werkloze - wachtuitkeringen - jongerenactiva-opleidingsplan - voorwaarden - V A N Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 25-11-1991 - 43, § 1 - 50 ELI link Pub nr 1991013192 UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Werkloosheid - Toekenningsvoorwaarden SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Werkloosheid - Toekenningsvoorwaarden - Andere voorwaarden Vrije woorden: Arbeidsvoorziening - werkloosheid - toekenningsvoorwaarden - andere voorwaarden - wachtuitkeringen - jongerenactiva-opleidingsplan - vreemde arbeidskracht - V A N Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 25-11-1991 - 69, § 1 - 50 ELI link Pub nr 1991013192 Nota: Gerangschikt onder V A N - artikel 36, artikel 43, § 1 en onder artikel 69, § 1 Annotaties Publicaties: SRK 2009 - nr. 3 - - blz. 156 - blz. 157 Tekst van de beslissing ARREST A.R. 2060293 OPENBARE TERECHTZITTING VAN ELF JANUARI TWEE-DUIZEND EN ZEVEN In de zaak: A. Q. A., die woonstkeuze doet bij zijn raadsman: mr. T. R., appellant, op de zitting vertegenwoordigd door mr. T. R., advocaat te 2000 Antwerpen, tegen: RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING, openbare instelling, waarvan de zetel gevestigd is te 1000 Brussel, Keizerslaan 7, geïntimeerde, op de zitting vertegenwoordigd door mr. D. D. G., loco mr. G. L., advocaat te 2000 Antwerpen. Het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, spreekt na beraadslaging volgend arrest uit.
- Procedure Het arbeidshof heeft kennis genomen van de volgende stukken van rechtspleging: - het proces-verbaal van de openbare terechtzittingen van 7 juni 2006, 9 november 2006 en 23 november 2006; - het eensluidend verklaard afschrift van het op tegenspraak gewezen vonnis van de arbeidsrechtbank te Antwerpen van 27 maart 2006 (A.R. 380.673); - het verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd op de griffie van dit hof op 26 april 2006; - de conclusies voor geïntimeerde, ontvangen op de griffie van dit hof op 12 juni 2006; - het schriftelijk advies van het openbaar ministerie, gelezen en neergelegd op de openbare terechtzitting van 23 november 2006, waarvan een afschrift in toepassing van artikel 767, §3, eerste lid Ger.W. aan partijen werd verzonden op 24 november
- Het arbeidshof heeft eveneens kennis genomen van het administratief dossier van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (stuk 2 dossier arbeidsauditoraat Antwerpen) en de bundel van de raadsman van A. Q. A. bestaande uit 2 genummerde stukken. Het arbeidshof heeft de middelen en conclusies van partijen gehoord tijdens de openbare terechtzitting van 9 november
- Daarna zijn de debatten gesloten, is het openbaar ministerie gehoord in de lezing van zijn schriftelijk advies op de openbare terechtzitting van 23 november 2006 en is de zaak, na het verstrijken van de repliektermijn, in beraad genomen.
- Ontvankelijkheid van het hoger beroep Met een verzoekschrift, neergelegd op de griffie van dit hof op 26 april 2006, tekende A. Q. A. hoger beroep aan tegen een vonnis gewezen door de zevende kamer van de arbeidsrechtbank te Antwerpen op 27 maart 2006 (A.R. 380.673). Overeenkomstig artikel 792, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek werd een afschrift van het vonnis ter kennis gebracht aan partijen bij gerechtsbrief van 29 maart
- Het hoger beroep werd tijdig ingesteld, is regelmatig naar de vorm en ontvankelijk.
- Feiten en voorgaande rechtspleging A. Q. A., geboren op 10 oktober 1981 en van Afghaanse nationaliteit, verblijft in België sedert december 2001 na indiening van een asielaanvraag bij het Commissariaat-Generaal van de vluchtelingen en staatslozen te Brussel. Op 9 februari 2005 heeft A. Q. A. bij de diensten van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening een aanvraag ingediend om - in het kader van het jongerenactiva-opleidingsplan - een beroepsopleiding in een onderneming te volgen om nadien in deze onderneming te worden tewerkgesteld (stuk 8 administratief dossier, formulier C63 jongerenactiva-opleiding). Op grond van het dossier en de voorgelegde documenten verklaarde de directeur van het werkloosheidsbureau Antwerpen dat A. Q. A. op 10 februari 2005 voldeed aan de gestelde voorwaarden voor het jongerenactiva-opleidingsplan en dat het dagbedrag van de wachtuitkering die de kandidaat kan genieten 23,36 euro bedroeg (stuk 8 administratief dossier, formulier C63). Op 10 februari 2005 wordt er een 'overeenkomst voor beroepsopleiding in een onderneming' opgesteld waarin wordt overeengekomen dat A. Q. A. vanaf 14 februari 2005 tot 13 maart 2005 zal opgeleid worden als asbestverwijderaar bij de firma Asbestos Removal te 2110 Wijnegem (stuk 7 administratief dossier). De beroepsopleiding werd voortijdig beëindigd op 21 februari 2005 omdat inmiddels de firma Asbestos Removal had beslist om A. Q. A. in dienst te nemen als werknemer. Nadat aan de werkgever een arbeidsvergunning werd verleend door het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (stuk 1 bundel appellant: arbeidsvergunning voor periode van 2 maart 2005 tot 1 september 2005) werd Abdul Amiri vanaf maart 2005 ook effectief tewerkgesteld door de onderneming Asbestos Removal. Met formulier C109 vroeg A. Q. A. uitkeringen aan in het kader van het jongerenactiva-opleidingsplan vanaf 14 februari 2005 (stuk 9 administratief dossier, formulier C109). De directeur van het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening te Antwerpen besliste op 13 april 2004 (lees: 13 april 2005) A. Q. A. vanaf 14 februari 2005 niet toe te laten tot het recht op uitkeringen in het kader van de jongerenactiva-opleiding omdat hij niet voldeed aan de voorwaarden gesteld in de artikelen artikels 43, §1 en 69, §1 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering. Meer in het bijzonder was deze weigering gesteund op de vaststelling dat A. Q. A. op datum van zijn aanvraag niet in het bezit was van een geldige arbeidsvergunning. Met verzoekschrift, aangetekend verzonden op 8 juli 2005 en ontvangen op de griffie van de arbeidsrechtbank te Antwerpen op 11 juli 2005, tekende A. Q. A. beroep aan tegen voormelde administratieve beslissing van 13 april 2005, ref. C29/71112/30/KM, en vorderde hem toe te laten tot de uitkering in het kader van de jongerenactiva-opleiding vanaf 14 februari
- Bij vonnis van de zevende kamer van de arbeidsrechtbank te Antwerpen van 27 maart 2006 werd(en): - de vordering ontvankelijk doch ongegrond verklaard; - de administratieve beslissing van de directeur van het gewestelijk werkloosheidsbureau te Antwerpen van 13 april 2005 bevestigd; - de kosten van het geding, in toepassing van artikel 1017, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek, ten laste van de Rijksdienst voor Arbeidsvoor-ziening gelegd, aan de zijde van A. Q. A. begroot op 107,09 euro rechtsplegingsvergoeding en op 4,50 euro aantekenrecht. Met verzoekschrift, neergelegd op de griffie van dit hof op 26 april 2006, tekende A. Q. A. hoger beroep aan tegen voormeld vonnis van de arbeidsrechtbank te Antwerpen.
- Eisen in hoger beroep A. Q. A. (appellant) vordert: - het hoger beroep toelaatbaar en gegrond te verklaren; - dienvolgens het vonnis a quo te vernietigen en opnieuw recht doende: * de oorspronkelijke vordering van A. Q. A. ontvankelijk en gegrond te verklaren; * de administratieve beslissing van 14 maart 2005 te vernietigen en A. Q. A. het recht op de betreffende vergoeding inzake jongerenactiva-opleidingsplan toe te kennen; - uiterst ondergeschikt, de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening te veroordelen tot betaling aan A. Q. A. van een schadevergoeding gelijk aan de betreffende jongerenactiva-opleidingsplan - vergoeding, van toepassing voor A. Q. A.; - de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening te veroordelen tot de kosten van het geding in toepassing van artikel 1017, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek, aan de zijde van A. Q. A. begroot op 59,47 euro uitgavenvergoeding verzoekschrift hoger beroep en op 142,80 euro rechtsplegingsvergoeding hoger beroep, bedragen aan te passen aan de wettelijke verhogingen. Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (geïntimeerde) vordert: - het hoger beroep als ongegrond af te wijzen; - de administratieve beslissing van 13 april 2004 (lees: 13 april 2005) en het vonnis a quo van 27 maart 2006 integraal te bevestigen.
- Ten gronde A. Q. A. vordert wachtuitkeringen in het kader van zijn jongerenactiva-opleiding in de onderneming Asbestos Removal. Bij administratieve beslissing van 13 april 2005 weigerde de directeur van het werkloosheidsbureau te Antwerpen deze uitkeringen met motivering dat betrokkene niet voldeed aan de wetgeving die betrekking heeft op de tewerkstelling van vreemde arbeidskrachten. Het jongerenactiva-opleidingsplan is een maatregel die tot doel heeft werkzoekenden aan te zetten een individuele beroepsopleiding in een onderneming te volgen. Om laaggeschoolde niet vergoede werklozen aan te sporen een individuele beroepsopleiding in een onderneming te volgen worden aan deze cursisten tijdens de opleiding wachtuitkeringen toegekend, zelfs al voldoen zij niet aan de algemene voorwaarden om die uitkeringen te genieten. De werkloze heeft recht op de voordelen van het jongerenactiva-opleidingsplan indien hij voldoet aan de voorwaarden zoals opgesomd in artikel 52 van de programmawet van 8 april 2003 (inmiddels opgeheven door artikel 18 van de wet van 23 december 2005 met ingang van 1 april 2006), met name:
- ingeschreven staan als niet-werkende werkzoekende bij een gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling op de begindatum van de individuele beroepsopleiding in een onderneming;
- genieten van een individuele beroepsopleiding in een onderneming, bedoeld bij artikel 27, 6°, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
- niet in het bezit zijn van een diploma of een getuigschrift van het hoger onderwijs op de begindatum van de individuele beroepsopleiding in een onderneming;
- geen werkloosheidsvergoeding ontvangen. Uit een nauwkeurige lezing van het artikel 52 van de programmawet blijkt zeer duidelijk dat de werklozen die niet voldoen aan de voorwaarden om wacht- of werkloosheidsuitkeringen te genieten in het algemeen stelsel toch wachtuitkeringen kunnen genieten indien zij voldoen aan de vier voorwaarden van artikel 52 van de programmawet van 8 april
- Artikel 52 van de programmawet bepaalt immers dat in afwijking van artikel 36 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering - dat in het bijzonder de voorwaarden bepaalt vereist om het genot te hebben van de wachtuitkering - de jongere laaggeschoolde werkzoekende die geen recht heeft op werkloosheids-uitkeringen toch dergelijke uitkering kan ontvangen gedurende de periode van zijn opleiding in de onderneming. Vermits partijen niet betwisten dat A. Q. A. aan alle voorwaarden omschreven in artikel 52 van de programmawet voldeed diende hij toegelaten te worden tot het recht op uitkeringen in het kader van zijn jongerenactiva-opleiding. Door voor te houden dat ook aan de algemene voorwaarden voorzien in de artikelen 43, §1 en 69, §1 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering zou moeten voldaan zijn, voegt de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening voorwaarden toe aan de wet die daarin niet uitdrukkelijk gesteld worden. Ten overvloede dient te worden benadrukt dat het volgen van een opleiding zoals bedoeld in artikel 52 van de programmawet van 8 april 2003 niet te beschouwen is als een tewerkstelling of een activiteit waarvoor een vergunning vanwege de bevoegde diensten vereist is voor een vreemde arbeidskracht maar wel als een opleiding waarvoor de cursist een vergoeding ontvangt gelijk aan de wachtuitkering. A. Q. A. is dienvolgens gerechtigd op de uitkeringen bepaald in artikel 52 van de programmawet van 8 april 2003 voor de duur van de opleiding in de onderneming Asbestos Removal, namelijk van 14 februari 2005 tot en met 21 februari
- Het hoger beroep is gegrond. OP DIE GRONDEN, HET HOF, Gelet op de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Gehoord F. Slachmuylders, substituut-generaal, in de lezing van zijn eensluidend schriftelijk advies op de openbare terechtzitting van 23 november
- Geen der partijen hebben gerepliceerd op het schriftelijk advies. Doet uitspraak op tegenspraak. Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond. Vernietigt dienvolgens het bestreden vonnis uitgesproken op 27 maart 2006 in de openbare zitting van de zevende kamer van de arbeidsrechtbank te Antwerpen (A.R. 380.673), behoudens wat de ontvankelijkheid van de vordering en de kosten van het geding betreft. Opnieuw recht doende. Verklaart de initiële vordering van A. Q. A. gegrond. Vernietigt de administratieve beslissing van de directeur van het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening te Antwerpen van 13 april 2005 (en niet 13 april 2004 zoals verkeerdelijk vermeld op de beslissing) en zegt voor recht dat A. Q. A. gerechtigd is op de uitkeringen bepaald in artikel 52 van de programmawet van 8 april 2003 voor de periode vanaf 14 februari 2005 tot en met 21 februari
- Verwijst de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, overeenkomstig artikel 1017, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek, in de kosten van hoger beroep. Vereffent de kosten aan de zijde van A. Q. A. op 145,76 euro rechtsplegingsvergoeding hoger beroep en op 59,49 euro uitgavenvergoeding verzoekschrift hoger beroep. Aan de zijde van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening worden de kosten niet vereffend daar er geen kostenopgave wordt ingediend. Uitgesproken in openbare terechtzitting op elf januari tweeduizend en zeven door de vierde kamer van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, als volgt samengesteld: G. ADRIAENSENS, raadsheer, voorzitter van de kamer, E. SCHERPEREEL, raadsheer in sociale zaken als werkgever, J. RITS, raadsheer in sociale zaken als werknemer-arbeider, J. VERELST, griffier. PDF document ECLI:BE:AHANT:2007:ARR.20070111.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div