id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Antwerpen Vonnis/arrest van 22 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:AHANT:2007:ARR.20070622.9 Rolnummer: 2005-0228 Rechtsgebied: Handelsrecht - Arbeidsrecht Invoerdatum: 2007-09-03 Raadplegingen: 119 - laatst gezien 2026-07-02 15:49 Fiches 1 - 2 De werknemer wiens arbeidsovereenkomst werd beëindigd ingevolge faillissement kan geen aanspraak maken op de vergoeding sanctieclausule voorzien door de CAO van 19 juni 1995 wanneer de overlegprocedure door de werkgever niet werd nageleefd. De curator is niet gehouden tot naleving van deze wettelijk voorgeschreven procedure. Anders oordelen is in strijd met de dwingende wetsbepalingen die omschrijven op welke wijze de curator de boedel moet beheren. UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - ONDERNEMING - Algemeen (onderneming) Vrije woorden: Rechtswetenschap - recht - wetgeving - handelsrecht - sluiting ondernemingen - niet naleven overlegprocedure - sanctie - geen toepassing ingeval van faillissement - I H Wettelijke bepalingen: Wet - 08-08-1997 - 46 - 80 ELI link Pub nr 1997009766 Nota: Gerangschikt onder I H - artikel 46 en onder IV C - artikel 3.1 UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Sluiting onderneming - Algemeen Vrije woorden: Collectieve arbeidsverhoudingen - paritaire comités - sluiting ondernemingen - niet naleven overlegprocedure - sanctie - geen toepassing ingeval van faillissement - IV C Wettelijke bepalingen: Collectieve arbeidsovereenkomst - 19-06-1995 - 3.1 - 56 Link Justel databank 19950619-56 Nota: Gerangschikt onder I H - artikel 46 en onder IV - artikel 3.1 Annotaties Publicaties: JTT - - 2007 - nr. 990 - blz. 425-426 JTT - - 2007-nr. 990 - blz. 425-426 Tekst van de beslissing ARREST A.R. nr. 2050228 OPENBARE TERECHTZITTING VAN TWEEENTWINTIG JUNI TWEEDUIZEND EN ZEVEN In de zaak: Pvdv, wonende te xxxx, eiser in hoger beroep, voor wie verschijnt: mr. P. LAHOUSSE, advocaat te 2800 MECHELEN, tegen: FONDS TOT VERGOEDING VAN DE IN GEVAL VAN SLUITING VAN ONDERNEMING ONTSLAGEN WERK-NEMERS (FSO), met zetel gevestigd te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan 7, verweerder in hoger beroep, voor wie verschijnt: mr. T. DE SMET, advocaat te 9200 DENDERMONDE. Na beraadslaging, wijst het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, het hiernavolgende arrest. Gelet op de zittingsbladen van 13 april 2005 en van 8 juni
- Het hof keek de volgende stukken van de rechtspleging na: * het voor eensluidend verklaarde afschrift van het vonnis van 17 februari 2005, op tegenspraak gewezen door de arbeidsrechtbank te Mechelen, betekend aan partijen in toepassing van artikel 792 van het gerechtelijk wetboek op 24 februari 2005; * het verzoekschrift in hoger beroep, neergelegd op de griffie van dit hof op 15 maart 2005 en vervolgens, zoals artikel 1056 van het gerechtelijk wetboek voorschrijft, op 16 maart 2005 ter kennis gebracht aan wie het behoort; * het verzoekschrift, op de griffie van dit hof neergelegd op 20 november 2006, waarmee eiser in hoger beroep vraagt om de conclusietermijnen te regelen en om de rechtsdag te bepalen (toepassing van artikel 747, §2 van het gerechtelijk wetboek); * het antwoord op dit verzoek van verweerder in hoger beroep, op de griffie van dit hof ontvangen op 6 december 2006; * de conclusie voor verweerder in hoger beroep, op de griffie van het hof ontvangen op 6 december 2006; * de beschikking van 7 december 2006 van raadsheer J. Verhavert, in toepassing van artikel 747, §2 van het gerechtelijk wetboek; * de conclusies voor eiser in hoger beroep, op de griffie van het hof neergelegd op 10 januari
- Gehoord de partijen in de voordracht van hun conclusies en verweermiddelen tijdens de openbare terechtzitting van 8 juni
- Gehoord het mondelinge advies van het openbaar ministerie op de openbare terechtzitting van 8 juni
- De ontvankelijkheid Het hoger beroep is naar termijn en vorm regelmatig ingesteld en de ontvankelijkheid ervan wordt niet betwist. Het hoger beroep is dan ook ontvankelijk. Feiten en wat voorafgaat Pvdv kwam bij de ae in dienst op 29 juni
- Hij bleef in dienst tot 3 december 1996, datum waarop de ae failliet werd verklaard. Eiser in hoger beroep deed een aangifte van schuldvordering in het passief van het faillissement. Hij houdt voor dat zijn schuldvordering door de curator werd aanvaard. Eiser in hoger beroep deed tevens aanvraag om tegemoetkoming bij het fonds tot vergoeding van de ingeval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers (FSO). In april 1998 werden aan hem door het FSO de gevraagde tegemoetkomingen uitbetaald met uitzondering van het bedrag van de sanctieclausule, voorzien in artikel 3, §3 van de CAO van 19 juni 1995, afgesloten binnen het PC nr.
- Eiser in hoger beroep tekende tegen deze weigering tot uitbetaling van het bedrag van de sanctieclausule, beroep aan bij de arbeidsrechtbank te Mechelen op 9 november
- Het bestreden vonnis De eerste rechters, in een vonnis, uitgesproken op 17 februari 2005, wezen het beroep als ongegrond van de hand. Dit vonnis werd aan eiser in hoger beroep betekend met toepassing van artikel 792 van het gerechtelijk wetboek op 24 februari
- Eisen in hoger beroep Eiser in hoger beroep tekende tegen dit vonnis hoger beroep aan op 15 maart
- Hij vraagt om het vonnis te vernietigen en om zijn oorspronkelijke vordering voor de eerste rechters ontvankelijk en gegrond te verklaren. Het FSO vraagt in hoofdorde om het bedoelde vonnis te bevestigen. In ondergeschikte orde vraagt hij voor recht te zeggen dat eiser in hoger beroep hoogstens kan gerechtigd zijn op een brutobedrag van 1.859,20 euro, onder afhouding van de wettelijke en/of de conventionele inhoudingen. Voor recht te zeggen dat de intresten slechts verschuldigd zijn op het netto tegoed en dit ten vroegste vanaf 4 juli
- Volgens het recht De vergoeding waarover hier betwisting bestaat, is door de werkgever verschuldigd op grond van de CAO van 19 juni 1995, gesloten in het paritair comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw, geldig van 1 januari 1995 tot 31 december
- In artikel 3.1 van deze CAO werd een werkzekerheidsclausule opgenomen, waarin als principe wordt vooropgesteld dat voor de duur van het akkoord in geen enkele onderneming tot meervoudig ontslag mag worden overgegaan vooraleer andere tewerkstellingsbehoudende maatregelen, met inbegrip van de tijdelijke werkloosheid, zijn uitgeput en vooraleer de mogelijkheden tot beroepsopleiding voor de getroffen werknemers werden onderzocht. Daarnaast wordt er, wanneer zich onvoorzienbare en onvoorziene economische en/of financiële omstandigheden zouden voordoen, waardoor bijvoorbeeld tijdelijke werkloosheid of andere equivalente maatregelen sociaal-economisch onhoudbaar worden, voorzien in een overlegprocedure die nageleefd dient te worden door de werkgever die voornemens is over te gaan tot een ontslag van meerdere arbeiders, een ontslag dat als een meervoudig ontslag kan worden beschouwd. Het niet naleven van deze procedure wordt in deze CAO gesanctioneerd door de werkgever te verplichten naast de normale opzeggingsvergoeding aan de betrokken arbeider een vergoeding te betalen, die gelijk is aan het loon, verschuldigd voor de opzeggingstermijn (de zogenaamde vergoeding sanctieclausule). Eiser in hoger beroep blijft deze vergoeding vorderen, nu de curator, ingevolge het faillissement, is overgegaan tot het ontslag van alle arbeiders, zonder de in de CAO voorziene overlegprocedure, voorafgaand aan dit ontslag, na te leven. Het openbaar ministerie merkt in zijn advies echter op dat als het meervoudig ontslag het gevolg is van een faillissement van de werkgever, men zich in een situatie bevindt waarin de curator in beginsel verplicht is vanaf zijn aanstelling de bestaande arbeidsovereenkomsten te beëindigen omdat het alsdan definitief vaststaat dat de werknemers de overeengekomen arbeidsprestaties niet meer zullen leveren en hij evenmin die overeengekomen arbeidsprestaties aan de werknemers zal kunnen opdragen. Een faillissementsvonnis sluit in de regel uit dat de curator zou worden verplicht ten aanzien van de werknemers specifieke, in een collectieve arbeidsovereenkomst overeengekomen maatregelen te nemen met het oog op het behoud van de werkgelegenheid en dat hij zou verplicht zijn om een inlichting- en overlegprocedure in dit verband na te leven, die bijkomende beperkingen oplegt aan de wijze waarop de wet bepaalt dat de curator zijn opdracht moet vervullen. Dergelijke maatregelen en procedure kunnen in het geval van faillissement niet bijdragen tot de beoogde werkzekerheid en zij zijn in strijd met de dwingende wetsbepalingen die omschrijven op welke wijze de curator de boedel moet beheren. Het openbaar ministerie steunt zich terzake op een arrest van het Hof van Cassatie van 24 juni 2004 (A.R. nr. S030110N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040624.10) (Juridat nummer RC04604_1). Het Hof van Cassatie oordeelde dat het arrest van het arbeidshof, door te oordelen, na te hebben vastgesteld dat de vennootschap werd failliet verklaard en dat de betrokken werknemer ingevolge dit faillissement werd ontslagen, dat de relevante CAO van toepassing was en de vergoeding aan deze werknemer verschuldigd was, bij gebrek van naleving van de procedure, bedoeld in de toepasselijke paragraaf van de CAO, de artikelen 16, 46 en 47 van de faillissementswet van 8 augustus 1997 schond. Aldus komt het openbaar ministerie tot de bevinding dat ook in deze zaak de arbeidsovereenkomst van eiser in hoger beroep werd beëindigd ingevolge het faillissement van de ae zodat, omwille van deze specifieke situatie, hij in het geheel geen aanspraak kon maken op de vergoeding sanctieclausule. Zijn vordering die de betaling beoogt van deze vergoeding, is dan ook ongegrond. Het hof sluit zich bij deze beoordeling aan. Het hof stelt vast dat de betwisting door de partijen nooit vanuit deze gezichtshoek werd benaderd. Het hof sluit zich aan bij het advies van het openbaar ministerie, waar dit adviseert dat het de rechter toekomt op de regelmatig aan zijn beoordeling voorgelegde feiten en zonder het voorwerp of de oorzaak van de vordering te wijzigen, de rechtsregels te bepalen en toe te passen, op grond waarvan hij over de vordering uitspraak doet. Dit alles kan maar gebeuren, zo merkt het openbaar ministerie terecht op, onder de eerbiediging van het recht van verdediging van de partijen. Het hof is van oordeel dat dit recht van verdediging ter zake werd gerespecteerd, nu het Fonds het bestaan en de toepassing van het cassatiearrest van 24 juni 2004 heeft aangekaart in zijn conclusies van 6 december 2006 (blz. 3 onderaan en blz. 4). Aan eiser in hoger beroep werd achteraf nog een mogelijkheid om te concluderen toegekend zodat de rechten van verdediging werden gerespecteerd. Het hoger beroep is ongegrond. OP DIE GRONDEN, HET HOF, Gelet op de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Gehoord de heer F. Slachmuylders, substituut-generaal, in zijn gelijkluidend mondelinge advies, gegeven ter openbare terechtzitting van 8 juni 2007, waarover partijen verklaarden geen opmerkingen te hebben. Recht doende op tegenspraak. Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond. Bevestigt het vonnis van de arbeidsrechtbank te Mechelen van 17 februari 2005, zij het op andere gronden. Legt de kosten van hoger beroep, overeenkomstig artikel 1017, tweede lid van het gerechtelijk wetboek, ten laste van het FSO. Vereffent de kosten aan de zijde van eiser in hoger beroep op 60,73 euro uitgavenvergoeding en op 145,76 euro rechtsplegingsvergoeding beroep. De kosten aan de zijde van verweerder in hoger beroep werden niet begroot en worden alsdan door het hof niet vereffend. Aldus gewezen en uitgesproken door de vierde kamer van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, op de openbare terechtzitting van tweeëntwintig juni tweeduizend en zeven, die samengesteld was uit: de heer J. VERHAVERT, raadsheer, voorzitter van de kamer, mevrouw R. DOCX, raadsheer in sociale zaken als werkgever, de heer J. VAN DEN EYNDE, raadsheer in sociale zaken als werknemer-arbeider, mevrouw L. VAN CALSTER, griffier. PDF document ECLI:BE:AHANT:2007:ARR.20070622.9 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040624.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div