← België

ECLI:BE:AHANT:2008:ARR.20080222.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Antwerpen Vonnis/arrest van 22 februari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:AHANT:2008:ARR.20080222.6 Rolnummer: 2006-0397 Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2008-10-16 Raadplegingen: 119 - laatst gezien 2026-07-02 17:05 Fiches 1 - 2 De stuiting van de verjaring per aangetekende brief zoals voorzien in artikel 42, 3de lid, 2° van de RSZ-wet geldt enkel voor de vorderingen gericht tegen een werkgever of die van een werkgever uitgaan. Vorderingen gericht tegen de personen bedoeld in artikel 30 bis van de RSZ-wet kunnen bijgevolg enkel worden gestuit op de wijze bepaald in de artikelen 2244 en volgende van het burgerlijk wetboek en door de betekening van een dwangbevel zoals voorzien in de artikelen 42, 3de lid, 1° en 3° van de RSZ-wet. UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Algemeen (verjaring (burgerlijk recht)) Vrije woorden: Rechtswetenschap - recht - wetgeving - burgerlijk recht - sociale zekerheid werknemers - bijdragen - niet-geregistreerde aannemer - bouwheer - verjaring - stuiting. - I A Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - 2244 - 35 ELI link Pub nr 1804032155 Nota: Gerangschikt onder I B - artikel 2224 en onder VII A - artikel 42, lid

  1. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Algemeen (sociale zekerheid) Vrije woorden: Sociale zekerheid voor werknemers - algemene regeling - verjaring - bijdragen - niet-geregistreerde aannemer - bouwheer - stuiting - VII A Wettelijke bepalingen: Wet - 27-06-1969 - 42, lid 3 - 04 ELI link Pub nr 1969062710 Nota: Gerangschikt onder I B - artikel 2244 en onder VII A - artikel 42, lid
  2. Tekst van de beslissing ARREST A.R. Nr. 2060397 BUITENGEWONE OPENBARE TERECHTZITTING VAN 22 FEBRUARI TWEEDUIZEND EN ACHT In de zaak: bvba BOUWWERKEN V., met zetel gevestigd te 2590 BERLAAR, Liersesteenweg 146, eiser in hoger beroep, voor wie verschijnt: mr. G. MICHIELS, advocaat te 2230 HERSELT , tegen : RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, Met zetel gevestigd te 1060 BRUSSEL, Victor Hortaplein 11, verweerder in hoger beroep, voor wie verschijnt: mr. S. DE KERPEL loco mr. P. DERVEAUX , advocaat te 1930 ZAVENTEM. Na beraadslaging over de zaak wijst het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, het hiernavolgende arrest. Gelet op de zittingsbladen van 6 september 2006, 9 maart 2007, 19 oktober 2007, 16 november 2007 en van 18 januari
  3. Het hof keek de volgende stukken van de rechtspleging na: * het voor eensluidend verklaarde afschrift van het vonnis van 19 april 2006, op tegenspraak gewezen door de arbeidsrechtbank te Mechelen; * het verzoekschrift in hoger beroep, neergelegd op de griffie van dit hof op 7 juni 2006 en vervolgens, zoals artikel 1056 van het gerechtelijk wetboek voorschrijft, op 7 juni 2006 ter kennis gebracht aan wie het behoort; * de conclusies voor verweerder in hoger beroep, ontvangen op de griffie van het hof op 24 januari 2007; * het verzoekschrift, op de griffie van dit hof ontvangen op 23 maart 2007, waarmee verweerder in hoger beroep vraagt om de conclusietermijnen te regelen en om de rechtsdag te bepalen (toepassing van artikel 747, §2 van het gerechtelijk wetboek); * de conclusies voor eiser in hoger beroep, ontvangen op de griffie van het hof op 29 maart 2007; * het antwoord op dit verzoek van eiser in hoger beroep, op de griffie van dit hof ontvangen op 10 april 2007; * de beschikking van 20 april 2007 van raadsheer J. Verhavert, in toepassing van artikel 747, §2 van het gerechtelijk wetboek; * de syntheseconclusies voor verweerder in hoger beroep, op de griffie van het hof ontvangen op 9 mei 2007; * de syntheseconclusies voor eiser in hoger beroep, op de griffie van het hof ontvangen op 6 juli 2007; * het schriftelijke advies van het openbaar ministerie gelezen en neergelegd op de zitting van 16 november 2007 en ter kennis gebracht aan partijen in toepassing van artikel 767, §3, eerste lid van het gerechtelijk wetboek; * de repliekconclusies van eiser in hoger beroep, op de griffie van het hof neergelegd op 30 november
  4. Gelet op de stukken van het administratief dossier. Gelet op de stukken in de naar behoren geïnventariseerde dossiers van de partijen. Gehoord de partijen in de voordracht van hun conclusies en verweermiddelen tijdens de openbare terechtzitting van 19 oktober
  5. Gehoord het openbaar ministerie in de lezing van zijn schriftelijke advies op de openbare terechtzitting van 16 november
  6. De ontvankelijkheid Het hoger beroep is naar termijn en vorm regelmatig ingesteld. De ontvankelijkheid ervan wordt niet betwist. Het hoger beroep is dan ook ontvankelijk. Feiten en wat voorafgaat Op 2 juli 2003 schrijft de RSZ aangetekend aan de bvba Algemene Bouwwerken V. in Berlaar het volgende: "Uit gegevens in ons bezit blijkt dat u de uitvoering van werken, bedoeld bij het koninklijk besluit van 5 oktober 1978 heeft toevertrouwd aan BVBA V., die niet als aannemer voor de toepassing van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969 geregistreerd was. Deze werkgever werd in faillissement verklaard bij vonnis van de Rechtbank van Koophandel van Mechelen op 08/01/
  7. De rekening van bovenvermelde gefailleerde vertoont tot en met het vierde kwartaal 1995 een debetsaldo van 17.289,89 EUR, samengesteld als volgt ... Dit bedrag wordt u medegedeeld onder voorbehoud van alle nog verschuldigde maar nog niet geboekte bedragen en van nog te berekenen aanvullende intresten. Het feit dat u een beroep deed op deze niet-geregistreerde aannemer brengt mede dat u, in toepassing van bovenvermeld artikel 30 bis van de wet van 27 juni 1969 betreffende de maatschappelijke zekerheid van de werknemers, hoofdelijk aansprakelijk bent voor de betaling van de bijdragen, bijdrageopslagen en intresten verschuldigd aan de RSZ door deze niet-geregistreerde aannemer. Deze aansprakelijkheid is beperkt tot 50% van de totale prijs van het werk, exclusief de belasting op de toegevoegde waarde. Het bedrag van de uitgevoerde werken beliep volgens factuurnummer ... in totaal 25.238,04 EUR waarvoor u tot 50% hoofdelijk aansprakelijk bent ten opzichte van de RSZ, hetgeen een bedrag vertegenwoordigt van 12.619,02 EUR. Wij maken evenwel voorbehoud voor eventuele andere werken, bedoeld bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 5 oktober 1978, die niet begrepen zijn in de hierboven vermelde facturen en waarvan u de RSZ in kennis moest stellen in toepassing van artikel 26 van hetzelfde koninklijk besluit. Onderhavige brief houdt derhalve een uitdrukkelijke ingebrekestelling in om tot betaling van de bovenvermelde som van 12619,02 EUR over te gaan ..." De raadsman van de bvba V. betwistte de vordering van de RSZ in een brief van 7 augustus
  8. De RSZ ging pas tot dagvaarding over op 24 maart
  9. Het bestreden vonnis De eerste rechters, in een vonnis van 19 april 2006, verklaarden de vordering van de RSZ niet verjaard en bovendien gegrond. Zij veroordeelden de bvba tot het bedrag van 12.619,02 euro, verhoogd met de intresten vanaf de brief van 2 juli
  10. De raadsman van de RSZ geeft op de terechtzitting van 19 oktober 2007 aan dat het vonnis werd betekend op 1 juni
  11. De akte van betekening wordt aan het hof evenwel niet voorgelegd. Eisen in hoger beroep De bvba tekende beroep aan tegen dit vonnis bij verzoekschrift, neergelegd op de griffie van dit hof op 7 juni
  12. Zij verzoekt het hoger beroep toelaatbaar en gegrond te verklaren, het vonnis teniet te doen en opnieuw recht doende: in hoofdorde de oorspronkelijke eis van de RSZ als ongegrond af te wijzen. In ondergeschikte orde de vordering van de RSZ te herleiden tot het bedrag van 2.523,80 euro. De RSZ vraagt om het hoger beroep als ongegrond af te wijzen. Volgens het recht De verjaring De bvba Algemene Bouwwerken V. roept in hoofdorde de verjaring in. Zij wijst er op dat artikel 42, eerste lid van de RSZ-wet een verjaringstermijn instelt van vijf jaar voor een vordering als deze (vordering ex artikel 30 bis van de RSZ-wet). Dit is correct. Zij wijst er vervolgens op dat artikel 42, derde lid van de RSZ-wet niet in een afwijkende regeling voorziet qua stuiting van de verjaring ten aanzien van de personen, bedoeld bij artikel 30 bis van de RSZ-wet. De gemeenrechtelijke regels van stuiting zijn derhalve van toepassing, aldus de bvba. Het hof stelt samen met de bvba vast dat artikel 42, derde lid, 2° van de RSZ-wet, de stuiting per aangetekende brief, van de vorderingen bedoeld in het eerste lid van het artikel enkel voorbehoudt voor de vorderingen die gericht zijn tegen een werkgever of die van een werkgever uitgaan. Dit betekent dat de vorderingen van de RSZ, gericht tegen de personen, bedoeld bij artikel 30 bis van de RSZ-wet, enkel gestuit worden op de wijze, bepaald in de artikelen 2244 en volgende van het burgerlijk wetboek en door de betekening van een dwangbevel (artikel 42, derde lid, 1° en 3° van de RSZ-wet). De tekst van de wet is duidelijk en hij is niet voor interpretatie vatbaar. Het hof stelt vast dat de partijen het er over eens zijn dat in deze zaak een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaren was beginnen te lopen ten aanzien van de bvba Algemene Bouwwerken V. op 13 maart 2000, dag waarop het faillissement van de bvba Van der Veken werd gesloten. De verjaring is het terrein van de partijen. Aan het hof wordt geen akte van betekening voorgelegd, waaruit zou blijken dat ofwel het bevel tot betalen van 2 juli 2003 ofwel een dwangbevel aan de bvba Algemene Bouwwerken V. werd betekend (toepassing van artikel 42, derde lid, 1° gecombineerd met artikel 2244 van het burgerlijk wetboek en artikel 42, derde lid, 3° van de RSZ-wet). De toepasselijke wettelijke stuitingregels vereisen een "betekening" van het bevel tot betalen of van het dwangbevel. Conform artikel 32 van het gerechtelijk wetboek wordt onder betekening verstaan: de afgifte van een afschrift van de akte. Zij geschiedt per deurwaardersexploot. Bij gebrek aan een deurwaardersexploot van betekening, is er geen geldige stuiting van de verjaring geweest, voorgeschreven door artikel 42, derde lid van de RSZ-wet. De dagvaarding werd immers pas betekend op 24 maart 2005, op een ogenblik dat er sinds 13 maart 2000 meer dan vijf jaren verstreken waren en de verjaring van de vordering bereikt was. De vordering van de RSZ was en is derhalve niet toelaatbaar wegens verjaring. OP DIE GRONDEN, HET HOF, Gelet op de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Gehoord de heer Frans Slachmuylders, substituut-generaal, in de voorlezing van zijn schriftelijke advies, gegeven ter openbare terechtzitting van 16 november 2007, waarop de bvba Algemene Bouwwerken V. tijdig repliceerde. Recht doende op tegenspraak. Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond. Vernietigt het vonnis van de arbeidsrechtbank te Mechelen van 19 april
  13. Opnieuw wijzende, verklaart de oorspronkelijke vordering van de RSZ, voorwerp van de dagvaarding van 24 maart 2005, niet toelaatbaar wegens verjaring. Legt de kosten van beide instanties, overeenkomstig artikel 1017, eerste lid van het gerechtelijk wetboek, ten laste van de RSZ. Vereffent de kosten aan de zijde van de bvba Algemene Bouwwerken V. op 214,18 EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep en 1.100 EUR rechtsplegingsvergoeding beroep. Vereffent de kosten aan de zijde van de RSZ op 123,18 EUR dagvaardingskosten, 214,18 EUR rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg en 1.100 EUR rechtsplegingsvergoeding beroep. Aldus gewezen en uitgesproken door de vierde kamer van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, op de buitengewone openbare terechtzitting van 22 februari tweeduizend en acht, die samengesteld was uit: de heer J. VERHAVERT, raadsheer, voorzitter van de kamer, de heer K. DE COCK, raadsheer in sociale zaken als werkgever, de heer M. VAN THIELEN, raadsheer in sociale zaken als werknemer, mevrouw L. KIREJEW, e.a. adjunct-griffier. PDF document ECLI:BE:AHANT:2008:ARR.20080222.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.