← België

ECLI:BE:AHANT:2008:ARR.20080912.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Antwerpen Vonnis/arrest van 12 september 2008 ECLI nr: ECLI:BE:AHANT:2008:ARR.20080912.7 Rolnummer: 2007-0553 Rechtsgebied: Overige - Arbeidsrecht Invoerdatum: 2010-01-26 Raadplegingen: 125 - laatst gezien 2026-07-02 17:54 Fiche 1 De werkgever kan, zonder schending van het Taaldecreet, in de kennisgeving van een ontslag om dringende reden verwijzen naar een door de werknemer aan hem overhandigd document dat gesteld is in een andere taal dan het Nederlands. Dit document wordt, alleen maar omdat er naar wordt verwezen in de kennisgeving van de dringende reden, geen document dat afkomstig is van de werkgever. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - TAALGEBRUIK GERECHTSZAKEN - Algemene beschikkingen (taalgebruik) Vrije woorden: rechtswetenschap - recht - wetgeving - decreten - taalgebruik in de sociale betrekkingen - document in andere taal dan het Nederlands - door werknemer overhandigd - later ontslag om dringende reden - verwijzing naar deze documenten in kennisgeving Wettelijke bepalingen: Decreet (Brussel) - 19-07-1973 - 2 - ZZ/N Link Justel databank 19730719-ZZ/N Fiche 2 De dringende reden ter verantwoording van het ontslag moet in de kennisgeving derwijze omschreven zijn dat de ontslagen partij op de hoogte wordt gebracht van de haar verweten tekortkomingen en dat de rechter het ernstig karakter van de aangevoerde reden kan beoordelen en nagaan of het dezelfde reden is als de reden die voor hem wordt ingeroepen. Die kennisgeving mag worden aangevuld door een verwijzing naar andere gegevens, derwijze dat het geheel dan de mogelijkheid moet bieden om de dringende reden met zekerheid te beoordelen. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Einde (arbeidsovereenkomst) - Ontslag om dringende reden Vrije woorden: Arbeidsovereenkomsten - algemene regeling - einde van de overeenkomst - beëindiging om dringende reden - ontslag om dringende reden - kennisgeving - nauwkeurigheid - aanvulling - verwijzing naar andere gegevens Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 35 - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Nota: I F A - II AAN Gerangschikt onder I FA - artikel 2 en onder II AAN - artikel 35 (verschillende korte inhouden). Annotaties Publicaties: SRK 2009 - - nr. 7, blz. 381-384 Tekst van de beslissing Eindarrest op tegenspraak Tweede kamer Arbeidsovereenkomst voor bedienden ARBEIDSHOF TE ANTWERPEN Afdeling Antwerpen ARREST A.R. 2070553 OPENBARE TERECHTZITTING VAN TWAALF SEPTEMBER TWEEDUIZEND EN ACHT J T, wonende te , appellant vertegenwoordigd door mr. H. Buyssens, advocaat te 2018 Antwerpen, tegen : NV, met maatschappelijke zetel gevestigd te , geïntimeerde vertegenwoordigd door mr. W. Van Roeyen, advocaat te 9051 Gent. Na beraad spreekt het arbeidshof in openbare terechtzitting en in de Nederlandse taal het volgend arrest uit. I. DE STUKKEN VAN DE RECHTSPLEGING * het eensluidend verklaard afschrift van het op 17 februari 2005 op tegenspraak gewezen vonnis van de arbeidsrechtbank te Antwerpen, * het eensluidend verklaard afschrift van het op 28 juni 2007 op tegenspraak gewezen vonnis van de arbeidsrechtbank te Antwerpen, * het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit arbeidshof op 17 oktober 2007, * de beschikking van 6 november 2007 van dit arbeidshof overeenkomstig artikel 747 §1 van het Gerechtelijk Wetboek, * de conclusie van de NV, ontvangen ter griffie van dit arbeidshof op 19 december 2007, * de conclusie van de heer T, ontvangen ter griffie van dit arbeidshof op 28 februari 2008, * de conclusie van de NV, ontvangen ter griffie van dit arbeidshof op 30 april 2008, * de processen-verbaal van de openbare terechtzittingen van 5 november 2007, 6 november 2007 en 13 juni 2008. II. PROCEDURE IN EERSTE AANLEG Met dagvaarding, betekend op 28 november 2003, vorderde de heer T de veroordeling van de NV, hierna genoemd de NV, tot betaling van: - 13.501,42 EUR achterstallige commissielonen - 2.071,11 EUR vakantiegeld op achterstallige commisielonene - 5.000,00 EUR vergoeding gelijk aan het niet-betaalde feestdagenloon - 275,04 EUR loon feestdag 15 augustus 2003 - 2.081,02 EUR pro-rata dertiende maand - 124.857,76 EUR opzeggingsvergoeding - 37.457,33 EUR uitwinningsvergoeding - 50.000,00 EUR vergoeding wegens misbruik van recht, vermeerderd met de wettelijke en gerechtelijke intresten, minstens de vergoedende intresten vanaf hun respectieve data van eisbaarheid en de kosten van het geding. De heer T vorderde de NV te veroordelen tot afgifte binnen de maand na de betekening van het tussen te komen vonnis, van het uittreksel uit de individuele rekening, een aangepast formulier C4, vakantie-attesten m.b.t. hogervermelde bedragen op straffe van de verbeurte van een dwangsom van 50,00 EUR per dag vertraging per ontbrekend document. Met conclusie van 16 juni 2004 vorderde de NV de vordering van de heer T onontvankelijk, minstens ongegrond te verklaren. Minstens alvorens recht te doen de persoonlijke verschijning der partijen te bevelen teneinde hen de op 1 augustus 2003 voorgevallen feiten te horen verklaren. Nog meer ondergeschikt vorderde de NV haar toe te laten met getuigen te bewijzen dat de heer T verkoopsverantwoordelijke was en dat de heer T de in de onderneming geldende procedures kende en deze negeerde. Ten slotte vorderde de NV de heer T te veroordelen tot de kosten van het geding. Met conclusie van 15 september 2004 herleidde de heer T een aantal vorderingen naar: - 8.862,66 EUR achterstallige commissielonen - 1.362,60 EUR vakantiegeld op achterstallige commissielonen - 355,30 EUR feestdagenloon op commissielonen, vermeerderd met de wettelijke en gerechtelijke intresten, minstens de vergoedende intresten vanaf hun respectieve data van eisbaarheid en de kosten van het geding. Met conclusie van 15 oktober 2004 preciseerde de NV de feiten waarvoor zij de persoonlijke verschijning der partijen vorderde als volgt: - dat de heer T binnenkwam bij de heer R. D op bureau, - dat de heer T de heer R D een nota overhandigde in het Frans, - dat er zich een discussie in het Nederlands ontspon m.b.t. de elementen die in de nota waren opgenomen en de heer T onverminderd bij zijn standpunt zoals verwoord werd in de nota bleef, - dat verduidelijking te geven over de onderhoudscontracten en de beschuldiging van bedrieglijke praktijken. Met conclusie van 16 december 2004 vorderde de NV via de getuigen D. en C. te laten bewijzen dat het gesprek tussen de heer R. D. en de heer T op 1 augustus 2003 in het Nederlands gebeurde en dat de eiser nadien de heer D. contacteerde en de heer T zelf meedeelde dat hij te ver was gegaan. Met vonnis van 17 februari 2005 werd de vordering ontvankelijk en reeds ongegrond m.b.t. de achterstallige commissielonen, vakantiegeld en feestdagenloon hierop verklaard. Alvorens ten gronde uitspraak te doen met betrekking tot gevorderde opzeggingsvergoeding, uitwinningsvergoeding, morele schadevergoeding wegens misbruik van ontslagrecht, pro rata eindejaarspremie en betaalde feestdag 15 augustus 2003, machtigde de arbeidsrechtbank de NV het bewijs te leveren door alle middelen van recht, getuigen inbegrepen van het feit dat: "het gesprek op 1 augustus 2003 dat plaatsgreep tussen de heer T en de heer R. Denayer in het Nederlands werd gevoerd". Er werd aan de heer T toegestaan het tegenbewijs hiervan te leveren door alle middelen van recht, getuigen inbegrepen. De beslissing over de kosten werd aangehouden. Met conclusie van 28 december 2005 breidde de heer T zijn vordering uit met een vergoeding van 7.500,00 EUR provisioneel wegens advocaatkosten. In ondergeschikte orde vorderde de heer T hem toe te laten te bewijzen met alle middelen van recht, getuigen inbegrepen, dat: - op 17 juni 2003 ten kantore van de heer S .V. aankoopdirecteur, groep H. een vergadering plaatsvond in aanwezigheid van de heer R. V. van Ford Motor Cy en de heer T om fleetkortingen te bespreken, - op donderdag 26 juni 2003 de heer T contact opnam met R. V. om nog voor zijn vertrek op vakantie op de hoogte gesteld te worden van nieuwe verkoopsondersteuningen die voor de groep H. geldig zouden zijn, - de heer T de e-mail van de heer V. dd. 26 juni 2003 telefonisch aan de heer V. mededeelde op 1 juli 2003, - de heer D in strijd met de richtlijn van Ford Motor Cy dd. 11 februari 2003 aan de heer T wilde opleggen aan klant H., die een onderhoudscontract vroeg, geen W.H.I.-onderhoudscontract voor te stellen met ondersteuning van Ford, maar een onderhoudscontract bij A.L.D., zodat de heer D de premie van 917 EUR van Ford kon recupereren en in eigen zak steken. Met vonnis van 28 juni 2007 werd de vordering ongegrond verklaard, werd de heer T ervan afgewezen en veroordeeld in de kosten van het geding. III. EISEN IN HOGER BEROEP Met conclusie van 28 februari 2008 vordert de heer T de bestreden vonnissen te vernietigen en opnieuw rechtsprekend de oorspronkelijke vordering van de heer T gegrond te verklaren en de NV te veroordelen tot betaling van: - 124.857,76 EUR opzeggingsvergoeding - 275,04 EUR betaalde feestdag 15 augustus 2003 - 2.081,02 EUR pro rata dertiende maand - 37.457,33 EUR uitwinningsvergoeding, vermeerderd met de wettelijke en gerechtelijke intresten en de kosten van beide aanleggen. Tevens vordert de heer T de NV te veroordelen tot afgifte binnen de maand na de betekening van het tussen te komen arrest van het uittreksel uit de individuele rekening en aangepast formulier C4 en een fiscale fiche 281.10 met betrekking tot de hogervermelde bedragen, op straffe van de verbeurte van een dwangsom van 50,00 EUR per dag vertraging per ontbrekend document. De heer T vordert akte te verlenen dat hij zijn vordering inzake de rechtsplegingsvergoeding hoger beroep herleidt tot 1.000,00 EUR in de mate dat de NV zulks ook zou doen. In ondergeschikte orde vordert de heer T hem toe te laten te bewijzen met alle middelen van recht, getuigen inbegrepen, dat: - op 17 juni 2003 ten kantore van de heer S. V. aankoopdirecteur, groep H. een vergadering plaatsvond in aanwezigheid van de heer R. V. van Ford Motor Cy en de heer T om fleetkortingen te bespreken, - op donderdag 26 juni 2003 de heer T contact opnam met R. V. om nog voor zijn vertrek op vakantie op de hoogte gesteld te worden van nieuwe verkoopsondersteuningen die voor de groep H. geldig zouden zijn, - de heer T de e-mail van de heer V. dd. 26 juni 2003 telefonisch aan de heer V. mededeelde op 1 juli 2003, - de heer D. in strijd met de richtlijn van Ford Motor Cy dd. 11 februari 2003 aan de heer T wilde opleggen aan klant H., die een onderhoudscontract vroeg, geen W.H.I.-onderhoudscontract voor te stellen met ondersteuning van Ford, maar een onderhoudscontract bij A.L.D., zodat de heer D. de premie van 917 EUR van Ford kon recupereren en in eigen zak steken. Met conclusie van 30 april 2008 vordert de NV de vordering van de heer T onontvankelijk minstens ongegrond te verklaren en de heer T te veroordelen tot de kosten van het geding. IV. ONTVANKELIJKHEID Het hoger beroep werd tijdig en met een naar vorm regelmatige akte ingesteld, zodat het ontvankelijk is. V. TEN GRONDE 1. De feiten Met geschreven arbeidsovereenkomst van 12 november 1987 voor onbepaalde duur kwam de heer T vanaf diezelfde dag als "handelsbediende" in dienst van de NV . (stuk II/1 van de NV) Vanaf 1 januari 1990 werd de heer T overgenomen door de NV , hierna kortweg de NV genoemd. (stuk 2 van de heer T) De NV baat een garage uit en verkoopt wagens aan particulieren en bedrijven. Tussen partijen wordt niet betwist dat de heer T later (volgens de NV vanaf mei 1999) verkoopsverantwoordelijke werd, waarvan de taak omschreven werd in een document. (stuk II/3 van de NV) Met aangetekende brief van 14 juli 2003 deelde de NV aan de heer T het volgende mee: "Geachte heer T., Betreft: onvoldoende professionele prestaties Via deze brief wil ik mijn ongenoegen en ontgoocheling uiten aangaande uw prestaties van het afgelopen jaar. Deze slechte prestaties zijn des te erger daar ze komen na jaren van familiale (T) turbulenties die het dagelijks werk soms tot onmogelijk maakten en waar u zich persoonlijk borg stelde tot een 100% inzet na deze periode. Steeds meer word ik namelijk geconfronteerd met belangrijke fouten die ik niet kan aanvaarden van iemand met uw anciënniteit en uw functionele verantwoordelijkheid. Een en ander werd trouwens in kaart gezet door de laatste ISO-controle, met een negatieve melding. Als voorbeeld hiervan verwijs ik onder meer naar foutieve controles of bestellingen van o.a.:

  1. a)6 Fiësta's VAN ipv. COURIER VAN
  2. b)Ft Heymans - groep
  3. c)Galaxy Grunhut (Koopmans)
  4. d)Fiësta blauwe kleur (Koopmans)
  5. e)Mondeo o'm BLACK ipv. SILVER (C.B)
  6. f)Focus Trend zonder air-co (stock)
  7. g)KA Trend zonder air-co (Peopleware)
  8. h)FT Lemmerechts (Salon - valdeur)
  9. i)Focus x 6 PAB zonder air-co U begrijpt dat dergelijke zaken enerzijds zware financiële gevolgen hebben voor de maatschappij en anderzijds mijn vertrouwen in u en uw toekomst zwaar aantasten en een professionele constructieve samenwerking in het gedrang brengen in een moment van zeer lage economische auto-conjunctuur waar u weet dat klantvriendelijkheid hoog in het vaandel gedragen moet worden. Het feit dat u daarenboven gezamenlijk besproken managementbeslissingen negeert, is natuurlijk de symbolische druppel die de emmer doet overlopen. Ik reken er dan ook ten stelligste op dat in de onmiddellijke toekomst professionele en financiële resultaten zullen gerealiseerd worden op hoog niveau teneinde niet te moeten overgaan tot andere maatregelen. Hoogachtend,". (stuk II/8 van de NV) Met exploot van gerechtsdeurwaarder van 1 augustus 2003 betekende de NV aan de heer T ontslag om dringende reden. (stuk II/11 van de NV) De inhoud van de betekende brief luidt als volgt: "Geachte Heer, Hierbij betekent de N.V. , vertegenwoordigd door de heer D R, Afgevaardigd Bestuurder, U de verbreking van uw arbeidsovereenkomst om dringende redenen. Dit betekent dat u vanaf 02/08/2003 geen deel meer uitmaakt van ons personeel. Op 01 augustus 2003 kwamen ons feiten aan het licht die elke verder samenwerking tussen u en de N.V. D onmiddellijk en definitief onmogelijk maken. Wij beëindigen dan ook de arbeidsovereenkomst zonder opzeggingstermijn of vergoeding. Tevens houden wij ons het recht voor schadeloosstelling te eisen. De tekortkomingen die dit ontslag rechtvaardigen worden hieronder beschreven. Vandaag 01/08/2003 bent U 's morgens in mijn kantoor gekomen om mij expliciet te melden dat U in de toekomst bewust en opzettelijk verder beslissingen zou nemen die regelrecht zouden indruisen tegen de beslissingen van het management en de belangen van de vennootschap. Dit ondanks en in weerwil van ons aangetekend schrijven van datum 14/07/2003 waarin we U er op attent maakten dat dit ontolereerbaar was. Tevens zorgen deze uitspraken, en evenzeer uw houding en expliciet enkele schriftelijke communicaties van uwentwege naar klanten dat onze commerciële politiek in het gedrang komt. Zo hebben wij - na uw vertrek vandaag - kunnen vaststellen dat U meerdere malen door ons goedgekeurde offertes achteraf gewijzigd hebt in ons nadeel. Tenslotte maken ook de uitlatingen en beledigingen die U weergeeft in het door U aan mij deze morgen afgegeven schrijven een verdere constructieve professionele samenwerking onmogelijk. Gelieve alle bezittingen die U door de N.V. in bruikleen werden gegeven terug binnen te leveren. Hoogachtend, D R, Afgevaardigd Bestuurder.". (stuk II/10 van de NV) Met aangetekende brief van 6 augustus 2003 protesteerde de heer T via zijn advocaat tegen zijn ontslag en tegen de wijze waarmee dit gepaard zou gegaan zijn. (stuk II/18 van de NV) Met brief van 6 september 2003 vorderde de heer T via zijn advocaat de betaling van een aantal vergoedingen. (stuk II/19 van de NV) Daarop antwoordde de advocaat van de NV in een brief van 19 september 2003. (stuk II/20 van de NV) Aangezien partijen niet tot een vergelijk kwamen, dagvaardde de heer T op 28 november 2003 de NV voor de arbeidsrechtbank te Antwerpen in betaling van hetgeen is weergegeven sub II van dit arrest. Met vonnis van 17 februari 2005 en van 28 juni 2007 beslisten de eerste rechters hetgeen is weergegeven onder punt II van dit arrest. Tegen deze vonnissen tekende de heer T op 17 oktober 2007 beperkt hoger beroep aan. 2. De beoordeling 2.1. De ontvankelijkheid van de vordering Op goede gronden naar dewelke het arbeidshof verwijst en die hierbij als herhaald worden beschouwd, hebben de eerste rechters in het bestreden vonnis van 17 februari 2005 (blz. 15, "sub 3.2. Beoordeling - ontvankelijkheid") terecht geoordeeld dat de oorspronkelijke vordering ontvankelijk is. 2.2. De dringende reden 2.2.1. Nauwkeurige omschrijving van de feiten De heer T voert aan dat de in de ontslagbrief aangehaalde feiten niet afdoende nauwkeurig zijn omschreven. Artikel 35 van de Arbeidsovereenkomstenwet vereist dat de als dringende reden ingeroepen feiten in de kennisgeving met afdoende nauwkeurigheid of precisie zouden omschreven worden. De dringende reden ter verantwoording van het ontslag moet in de kennisgeving zodanig worden omschreven dat de ontslagen partij op de hoogte wordt gebracht van de haar verweten tekortkomingen en dat de rechter het ernstig karakter van de aangevoerde reden kan beoordelen en kan nagaan of het dezelfde is als de reden die voor hem wordt ingeroepen. (Cass. 24 maart 1980, A.C. 1979-80, 912; Pas. 1980, 900; Cass. 16 december 1970, J.T.T. 1971, 53) Anders dan de heer T voorhoudt, voldoet de omschrijving van de feiten in de kennisgeving, behoudens wel degelijk aan de hiervoor omschreven vereisten van nauwkeurigheid. De aan de heer T verweten tekortkoming dat hij op 1 augustus 2003 aan de heer D meldde dat hij in de toekomst bewust en opzettelijk verder beslissingen zou nemen die indruisen tegen de beslissingen van het management, kan niet als onnauwkeurig worden aangezien, nu de NV tevens verwijst naar de aangetekende brief van 14 juli 2003, waarin de NV de heer T er reeds op attent had gemaakt dat hij gezamenlijk besproken managementbeslissingen negeerde. Wat aan de heer T wordt verweten is immers het feit dat hij meldde dat hij bewust beslissingen van het management zou blijven negeren, zelfs wanneer hem dit kort tevoren (in de brief van 14 juli 2003) reeds was verweten. In de mate dat aan de heer T wordt verweten dat hij door zijn uitspraken, zijn houding en schriftelijke communicaties naar klanten toe de commerciële politiek in het gedrang bracht, is ook die tekortkoming niet onnauwkeurig, nu er tevens wordt verwezen naar het schrijven van de heer T dat diezelfde dag aan de afgevaardigd bestuurder was overhandigd en dat mee in aanmerking kan genomen worden bij de beoordeling van het dringend karakter van de ingeroepen feiten. De kennisgeving van de dringende reden mag immers worden aangevuld door een verwijzing naar andere gegevens, derwijze dat het geheel dan de mogelijkheid moet bieden om met zekerheid de dringende reden te beoordelen. (Cass. 2 april 1965, Pas., I, 827; C. ENGELS, "Ontslag wegens dringende reden", Kluwer Rechtswetenschappen, 1988, 126, nr. 724) Het stuk naar hetwelk de NV in de kennisgeving van de dringende reden verwijst, en waarvan niet wordt betwist dat het op 1 augustus 2003 in het bezit kwam van de NV, is een in de Franse taal gesteld document opgemaakt door de heer T. (stukken II/9 van de NV) Wanneer, zoals te dezen, de heer T beweert dat het door hem opgemaakte stuk dat op 1 augustus 2003 in het bezit van de NV kwam hem op onrechtmatige wijze afhandig was gemaakt, moet hij overeenkomstig de gemeenrechtelijke regels van de bewijsvoering de juistheid van die bewering aantonen. De heer T faalt echter in die op hem rustende bewijsplicht zijn bewering hard te maken als zou het betreffende stuk hem uit de handen zijn gerukt door de heer D, zodat het arbeidshof ervan uitgaat dat de NV wel degelijk op rechtmatige wijze in het bezit is gekomen van het betreffende document. Het betreffende handgeschreven document van de heer T, naar hetwelk in de kennisgeving wordt verwezen, laat in tegenstelling tot wat hij beweert, wel degelijk toe om met zekerheid de dringende reden te beoordelen. De enkele omstandigheid dat het een vijf bladzijden tellend document is verhindert niet dat wel degelijk kan nagegaan worden of de heer T al dan niet uitlatingen heeft gedaan die beledigend zijn aan het adres van de heer D, afgevaardigd bestuurder van de NV. Dat de geuite beledigingen in de kennisgeving zélf niet expliciet en woordelijk werden weergegeven, maar enkel door verwijzing naar het handgeschreven document van de heer T, doet niet ter zake. Tenslotte beweert de heer T nog dat de handgeschreven nota niet bedoeld was om te worden afgegeven aan de heer D en dat laatstgenoemde deze nota pas achteraf heeft gelezen, zodat ze tijdens het gesprek, waarvan op zich niet wordt betwist dat het op 1 augustus 2003 heeft plaats gehad, niet het voorwerp is geweest van mondelinge communicatie, terwijl nu juist de mondeling geuite beledigingen als afzonderlijke reden voor het ontslag werden aangevoerd. De heer T geeft daarmee aan de brief houdende kennisgeving van de dringende redenen een draagwijdte die hij niet heeft. Het is duidelijk dat het de beledigingen zijn zoals die tot uiting kwamen in de handgeschreven nota die aan de heer T worden verweten. Of die al dan niet ook nog mondeling werden gecommuniceerd doet daarbij niet ter zake. 2.2.2. De toepassing van het Taaldecreet, bewijs van de feiten en de ernst ervan De heer T voert aan dat het gesprek tussen hem en de heer D in het Frans verliep, zodat er in toepassing van het Taaldecreet geen rekening mee mag worden gehouden, vermits die communicatie dan nietig is. Uit niets blijkt echter dat het gesprek tussen de heer D en de heer T in het Frans was gevoerd. Alleszins blijkt uit de verklaringen van de getuigen B en D, die het arbeidshof geloofwaardig en bewijskrachtig acht, dat het gesprek wel degelijk in het Nederlands verliep en de heer T laat na het tegendeel daarvan aan te tonen of zelfs maar waarschijnlijk te maken. Verder voert de heer T nog aan dat de handgeschreven nota gesteld in de Franse taal, en naar dewelke in de ontslagbrief wordt verwezen, nietig is wegens schending van het Nederlands Taaldecreet van 19 juli 1973. Op goede gronden naar dewelke het arbeidshof verwijst en die hierbij als herhaald worden beschouwd, hebben de eerste rechters in het bestreden vonnis van 28 juni 2007 (blz. 4 en blz. 5, 1ste en 2de alinea, sub "2.1.2. Beoordeling") terecht geoordeeld dat zulks niet het geval is en de handgeschreven nota dus niet nietig is. Het arbeidshof voegt daaraan toe dat het enkele feit dat de werknemer tijdens een gesprek met zijn werkgever laatstgenoemde een document overhandigt dat niet in het Nederlands is gesteld, niet tot gevolg heeft dat een ontslag om dringende reden niet op de inhoud van dit document zou kunnen steunen alleen maar omdat het niet in het Nederlands is gesteld. Wanneer, zoals te dezen, zulk een in een ander dan in de Nederlandse taal gesteld document door de werknemer aan de werkgever is overhandigd, kan de werkgever op regelmatige wijze, zonder schending van de regels van het Taaldecreet, in de kennisgeving van de dringende reden naar de inhoud van dit document verwijzen. Dit document wordt, alleen maar omdat er in de ontslagbrief naar verwezen wordt, geen document afkomstig van de werkgever. Verder blijkt uit voormelde nota dat de heer T zich niet heeft beperkt tot het leveren van kritiek, maar integendeel de heer D, afgevaardigd bestuurder van de NV, persoonlijk beledigde, hem totale incompetentie en bedrieglijk handelen verweet. Dit feit op zich volstaat reeds om iedere verdere professionele samenwerking tussen partijen onmiddellijk en definitief onmogelijk te maken. Bovendien blijkt overduidelijk dat de heer T, ondanks de eerder gegeven verwittiging van 14 juli 2003, heeft gemeld (alleszins in zijn nota) dat hij in de toekomst stevig in zijn schoenen zou blijven en zijn offertes aan het WHI-tarief zou overmaken aan SV, wat onmiskenbaar de uiting is van het voornemen om in de toekomst beslissingen te nemen die regelrecht indruisen tegen die van het management. Hierbij moet worden benadrukt dat het de heer T niet toekwam om de beslissing van de afgevaardigd bestuurder van de NV om onderhoudscontracten niet bij WHI maar bij Axus te sluiten te negeren, zelfs niet wanneer de afgevaardigd bestuurder de heer D hierdoor zou ingaan tegen de aanbeveling van FORD en hij aldus deloyaal of zelfs bedrieglijk zou handelen. Ook dit feit is naar het oordeel van het arbeidshof dermate ernstig om iedere verdere professionele samenwerking tussen partijen onmiddellijk en definitief onmogelijk te maken. De feiten waarvan de heer T het bewijs aanbiedt zijn niet ter zake dienend. De heer T werd bijgevolg terecht wegens dringende reden ontslagen. 2.3. De gevorderde vergoedingen Gelet op wat hiervoor sub 2.2. werd beslist, kan de heer T geen aanspraak maken op de betaling van een opzeggingsvergoeding, een uitwinningsvergoeding, een pro rata eindejaarspremie of feestdagloon voor 15 augustus 2003. Het hoger beroep is ongegrond. BESLISSING OP TEGENSPRAAK, De voorschriften van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd. Het hoger beroep is ongegrond. De vonnissen van 17 februari 2005 en van 28 juni 2007 van de arbeidsrechtbank te Antwerpen worden, voor zover bestreden, bevestigd. De heer T wordt veroordeeld tot de kosten van het hoger beroep die als volgt worden vereffend: voor de heer T begroot op: 5.000,00 EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep voor de NV begroot op: 5.000,00 EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep. Deze beslissing is genomen door de tweede kamer van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, samengesteld uit: de heer J. GOEMANS, kamervoorzitter, de heer A. DE VISSCHER, raadsheer in sociale zaken als werkgever, de heer M. VERHAEGHE, raadsheer in sociale zaken als werknemer-bediende, bijgestaan door mevrouw A. HERTOGS, adjunct-griffier met opdracht (art. 330 ter § 2 Ger.W.). en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 september 2008 door de heer J. GOEMANS, raadsheer en in aanwezigheid van mevrouw A. HERTOGS, adjunct-griffier met opdracht (art. 330 ter § 2, Ger.W.). PDF document ECLI:BE:AHANT:2008:ARR.20080912.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.