id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Antwerpen Vonnis/arrest van 10 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:AHANT:2008:ARR.20081110.18 Rolnummer: 2007-0285 Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2009-09-24 Raadplegingen: 115 - laatst gezien 2026-07-02 18:17 Fiches 1 - 2 Er bestaat geen wettelijke grondslag voor een rechtstreekse vordering van het slachtoffer ter vergoeding van de schade tegen de arbeidsongevallenverzekeraar van de tewerkstellende overheid. Het enige belang dat het slachtoffer kan laten gelden tegen de verzekeraar is het verkrijgen van een uitspraak in gemeenverklaring bij wijze van bewarende maatregel. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Arbeidsongeval - Beroepsziekte - Overheidsdiensten - Vergoeding Vrije woorden: beroepsrisico's - arbeidsongevallen in de openbare sector - vergoedingen - verschillende vergoedingen - vordering van het slachtoffer tegen de verzekeraar van de tewerkstellende overheid - enkel uitspraak in gemeenverklaring Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1967 - 3 - 01 ELI link Pub nr 1967070305 Koninklijk Besluit - 13-07-1970 - 26 § 1 - 04 Link Justel databank 19700713-04 UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Arbeidsongeval - Beroepsziekte - Overheidsdiensten - Algemeen Vrije woorden: beroepsrisico's - arbeidsongevallen in de openbare sector - vordering van het slachtoffer tegen de verzekeraar van de tewerkstellende overheid - enkel uitspraak in gemeenverklaring Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1967 - 16 - 01 ELI link Pub nr 1967070305 Nota: VI C Gerangschikt onder VI C - artikel 3 en artikel
- Annotaties Publicaties: SRK - - 2009, nr. 6, blz. 348-349 Tekst van de beslissing ARREST AR 2070285 OPENBARE TERECHTZITTING VAN TIEN NOVEMBER TWEEDUIZEND EN ACHT In de zaak: ETHIAS ARBEIDSONGEVALLEN, met zetel gevestigd te 3500 Hasselt, Prins Bisschopssingel 73, appellant, verschijnend bij mr. P. Lahousse, advocaat te Mechelen, tegen: A.V.L., wonende te ..., doch woonst kiezend bij mr. H. Schyvens, met kantoor gevestigd te 2018 Antwerpen, Sint-Jozefstraat 43, geïntimeerde, verschijnend bij mr. H. Schyvens, advocaat te Antwerpen, in aanwezigheid van: De GEMEENTE NIJLEN, vertegenwoordigd door haar college van Burgemeester en Schepenen, Kerkstraat 4 te 2560 Nijlen, eveneens verschijnend bij mr. P. Lahousse, advocaat te Mechelen. Na over de zaak beraadslaagd te hebben, wijst het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, in openbare terechtzitting en in de Nederlandse taal het hiernavolgend arrest. Gelet op de processen-verbaal van de openbare terechtzittingen d.d. 11 juni 2007 en 13 oktober
- Gelet op de stukken van de rechtspleging, onder meer: - de dagvaarding uitgaande van A.V.L., betekend door P. Petitjean, gerechtsdeurwaarder te Lier, op 19 januari 2007 aan Ethias Arbeidsongevallen en de gemeente Nijlen; - het eensluidend verklaard afschrift van het op tegenspraak gewezen tussenvonnis van 2 april 2007 van de arbeidsrechtbank te Mechelen (AR 91.175), waarbij de vordering van A.V.L. ontvankelijk werd verklaard, zowel ten aanzien van de gemeente Nijlen als van Ethias Arbeidsongevallen, doch vooraleer verder recht te doen dr. R. Mathys als geneesheer-deskundige werd aangesteld, waarvan geen akte van betekening wordt bijgebracht; - het verzoekschrift tot hoger beroep uitgaande van Ethias Arbeidsongevallen, aangetekend verzonden en ontvangen ter griffie van dit hof op 4 mei 2007 en regelmatig ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 1056 van het Gerechtelijk Wetboek; - de beschikking d.d. 26 februari 2008 met toepassing van artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek; - de conclusie voor geïntimeerde, per fax ontvangen ter griffie van dit hof op 30 april 2007 en per post op 5 mei 2007, dewelke niet wordt geweerd uit de debatten gelet op het uitdrukkelijk akkoord van partijen; - de conclusie voor appellant, neergelegd ter griffie van dit hof op 30 juni
- Gelet op de regelmatige oproeping van partijen voor de openbare terechtzitting van 13 oktober 2008 overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek. De partijen werden gehoord in hun middelen en besluiten op de openbare terechtzitting van 13 oktober 2008, waarna de debatten werden gesloten en het hof de zaak in beraad nam.
- Ontvankelijkheid. Het hoger beroep is naar termijn en vorm regelmatig ingesteld en de ontvankelijkheid ervan wordt niet betwist; het hoger beroep dient dan ook ontvankelijk verklaard te worden.
- Feiten en voorgaanden. A.V.L., verder in dit arrest het "slachtoffer" genoemd, werd op 19 januari 2004 getroffen door een arbeidsongeval, toen zij tewerkgesteld was als statutaire poetsvrouw bij de gemeente Nijlen. Tijdens het poetsen in het "Githo" (Gemeentelijk Instituut voor Technisch & Handelsonderwijs) kwam zij ten val en kwam met haar rechterschouder op een hoop stukgeslagen stenen terecht waardoor zij hieraan een letsel opliep. Vanaf 19 januari 2004 was zij volledig arbeidsongeschikt. De gemeente Nijlen was van oordeel dat, rekening houdend met de geneeskundige gegevens in haar bezit, het arbeidsongeval niet langer meer ten laste kon worden genomen vanaf 5 juni
- Aangezien het slachtoffer hiermee niet akkoord kon gaan en er bovendien betwisting bestond over het statuut van het slachtoffer tussen haar en de gemeente Nijlen, dagvaardde deze de gemeente Nijlen en Ethias Arbeidsongevallen voor de arbeidsrechtbank te Mechelen teneinde in hoofdorde te horen zeggen voor recht dat het slachtoffer lastens gedaagde recht heeft op alle wettelijke vergoedingen voorzien in de Arbeidsongevallenwet Openbare Sector van 3 juli 1967, minstens op alle tussenkomsten voorzien in de Arbeidsongevallenwet privé-sector van 10 april 1971, zij vorderde verder te horen zeggen voor recht dat de graad van blijvende invaliditeit diende bepaald te worden op minstens 25%, het basisloon te berekenen op het wettelijk maximum, te horen zeggen voor recht dat zij recht zal doen gelden op de wettelijke verwijlintresten vanaf de respectievelijke data van opeisbaarheid, de gerechtelijke intresten en de kosten van het geding. Zij vorderde eveneens de veroordeling van de beide gedaagden tot de betaling uit hoofde van een schadevergoeding van de som van 2.500 EUR, "minimaal & provisioneel". Verder vroeg zij voorbehoud te verlenen om haar vordering uit te breiden of te wijzigen. Ook vorderde zij de voorlopige tenuitvoerlegging van het uit te spreken vonnis. In ondergeschikte orde vorderde het slachtoffer de aanstelling van een deskundige met de gebruikelijke opdracht inzake arbeidsongevallen. Bij tussenvonnis d.d. 2 april 2007 verklaarden de eerste rechters de vordering van A.V.L. ontvankelijk zowel ten aanzien van de gemeente Nijlen als ten aanzien van Ethias Arbeidsongevallen, doch stelden, alvorens verder recht te doen, dr. R. Mathys als deskundige aan met de gebruikelijke opdracht inzake arbeidsongevallen. Ethias kon zich hiermee niet akkoord verklaren en tekende hoger beroep aan bij verzoekschrift, aangetekend verzonden en ontvangen ter griffie van dit hof op 4 mei
- Eisen in hoger beroep: - Ethias, appellant, vordert het hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren, dienvolgens Ethias buiten zake te stellen, minstens de initiële vordering t.a.v. appellant onontvankelijk minstens ongegrond te verklaren en desgevallend de zaak te verzenden naar de bevoegde rechtsinstantie, zijnde de rechtbank van eerste aanleg. - A.V.L., geïntimeerde, vordert het hoger beroep "indien tijdig, regelmatig, ontvankelijk en toelaatbaar" ongegrond te verklaren en appellant te veroordelen tot betaling van de gerechtskosten, begroot op 1.200 EUR rechtsplegingsvergoeding.
- Beoordeling. Het hoger beroep ingesteld door de arbeidsongevallenverzekeraar van de tewerkstellende overheid (appellant) beperkt zich tot de vraag of de vordering zoals ingesteld door het slachtoffer van het arbeidsongeval d.d. 19 januari 2004 (openbare sector) namelijk de veroordeling tot betaling van de wettelijke vergoedingen zoals voorzien in de wet van 3 juli 1967, ontvankelijk of toelaatbaar is ten aanzien van appellant. In het bestreden vonnis d.d. 2 april 2007 hebben de eerste rechters de vordering ingesteld door A.V.L. (het slachtoffer) ontvankelijk verklaard t.a.v. Ethias, omdat zij van oordeel waren dat het rechtstreeks recht van het slachtoffer op vergoeding van de veroorzaakte schade naar aanleiding van het arbeidsongeval verhaalbaar was op Ethias, zijnde de arbeidsongevallenverzekeraar van de tewerkstellende overheid (de gemeente Nijlen), ingevolge de erkenning van het arbeidsongeval door Ethias. Er bestaat geen betwisting tussen partijen over de toepassing van de wet van 3 juli
- Artikel 16 van de wet van 3 juli 1967, zoals van toepassing op het ogenblik van de bestreden administratieve beslissing, bepaalt dat de renten en vergoedingen toegekend aan de personeelsleden van de besturen, diensten of instellingen ... ten laste vallen van de Schatkist. De bedoelde rechtspersonen dragen de last van de renten en vergoedingen, toegekend aan hun personeelsleden met toepassing van deze wet. Het K.B. van 13 juli 1970 betreffende de schadevergoeding ten gunste van sommige personeelsleden van provincies, gemeenten, ... (B.S. 1 september 1990) voorziet in artikel 26, § 1, eerste lid: "De last van de vergoedingen en renten, welke bij toepassing van dit besluit aan het slachtoffer worden toegekend,..., komt ten bezware van het bestuur of van de instelling, waarbij het slachtoffer op het ogenblik van het ongeval in dienst was." Het tweede lid van artikel 26, § 1 bepaalt verder: "Onverminderd artikel 3 van de wet, worden die verschillende vergoedingen en renten door dat bestuur of die instelling rechtstreeks aan het slachtoffer of aan zijn rechthebbenden uitbetaald." A.V.L. was op het ogenblik van het arbeidsongeval d.d. 19 januari 2004 in dienst van de gemeente Nijlen. Het is zondermeer duidelijk dat A.V.L. die onder de toepassing valt van de Arbeidsongevallenwet publieke sector (wet van 3 juli 1967) een vordering heeft ten last van de tewerkstellende overheid (de gemeente Nijlen). Het Hof van Cassatie heeft inzake deze problematiek reeds uitspraak gedaan en oordeelde dat het slachtoffer van een arbeidsongeval in het stelsel van de wet van 3 juli 1967 als schuldenaar heeft: de administratie of de instelling die hem tewerkstelde op het ogenblik van het ongeval. De schuldenaar kan zich verzekeren om dit risico te dekken, maar het slachtoffer heeft geen eigen recht noch een rechtstreekse rechtsingang tegen de verzekeraar van zijn debiteur. (Cas. 4 juni 1984, T.S.R., 1985, 30; J.T.T. 1985, 2000; A.C. 1983-84, 1298). Dit hof sluit zich integraal aan bij deze rechtspraak van het Hof van Cassatie. Ook het artikel 16 van de wet van 3 juli 1967 werd recentelijk in die zin gewijzigd bij artikel 17 van de wet van 17 mei 2007 (B.S. 14 juni 2007, inwerkingtreding: 1 juli 2007). In deze nieuwe versie van het artikel 16 van de wet wordt eraan toegevoegd: "In dat geval (indien de Koning daartoe, indien nodig, de verplichting oplegt een verzekering aan te gaan) kunnen zowel het slachtoffer als de herverzekeraar geen rechtstreekse vordering tegen elkaar instellen." De omstandigheid dat de tewerkstellende overheid al of niet een arbeidsongevallenverzekering dient te onderschrijven, doet niets af aan de vaststelling dat de tewerkstellende overheid de rechtstreekse schuldenaar is van de onderscheiden vergoedingen en renten waarop het slachtoffer mogelijks aanspraak maakt ingevolge een arbeidsongeval. Er bestaat geen wettelijke grondslag voor het instellen van een rechtstreekse vordering van A.V.L. tegen Ethias. Het enige belang dat het slachtoffer zou kunnen hebben om Ethias bij het geding te betrekken, is het vonnis/arrest te horen gemeen verklaren bij wijze van bewarende maatregel. Het hof ziet daarom geen reden om Ethias buiten zake te stellen. Het standpunt van het slachtoffer, die haar rechtstreekse vordering steunt op artikel 86 van de wet van 25 juni 1992 op de Landverzekeringsovereenkomst kan niet gevolgd worden. Conform deze bepaling geeft de verzekering aan de benadeelde een eigen recht tegenover de verzekeraar. Het slachtoffer van een arbeidsongeval in overheidsdienst kan artikel 86 van de wet van 25 juni 1992 niet inroepen omdat de renten en vergoedingen voor rekening zijn van de openbare schatkist of van de tewerkstellende overheid, en de herverzekeraar (hier Ethias) tot niet meer kan gehouden zijn in dit geval dan de tewerkstellende overheid zelf. De mogelijkheid tot behandeling "in samenhang" voor de arbeidsgerechten van de vordering lastens de tewerkstellende overheid enerzijds en de vordering lastens Ethias anderzijds, is hier niet aan de orde. Het hoger beroep dat erop gericht is de initiële vordering van het slachtoffer ontoelaatbaar te verklaren ten aanzien van Ethias komt dan ook gegrond voor. Het bestreden vonnis dient op dit punt te worden hervormd. Het hof bevestigt het bestreden vonnis voor het overige, met name de bevolen onderzoeksmaatregel. De rechtsplegingsvergoeding. Nu A.V.L. in het ongelijk wordt gesteld dient het hof niet nader in te gaan op haar vordering strekkende tot toekenning van een rechtsplegingsvergoeding "nieuwe stijl" welke zij slechts geformuleerd heeft in de hypothese dat zij in het gelijk wordt gesteld (samenvattende conclusie A.V.L., p. 10 e.v.). OP DIE GRONDEN, HET HOF, Gelet op de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Rechtsprekend op tegenspraak. Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond. Hervormt het tussenvonnis van de arbeidsrechtbank te Mechelen d.d. 2 april 2007 (AR 91.175) in zover dat de vordering van A.V.L. ontvankelijk werd verklaard ten aanzien van Ethias Arbeidsongevallen. Opnieuw rechtsprekend: Zegt voor recht dat de initiële vordering van A.V.L. ontoelaatbaar is ten aanzien van Ethias Arbeidsongevallen. Bevestigt het bestreden tussenvonnis voor het overige. Verzendt de zaak met toepassing van artikel 1068, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek terug naar de arbeidsrechtbank te Mechelen voor de verdere afhandeling van het geschil. Verwijst de gemeente Nijlen in de kosten van het hoger beroep, met toepassing van artikel 16 van de Arbeidsongevallenwet van 3 juli
- Vereffent deze kosten aan de zijde van Ethias Arbeidsongevallen op 145,78 EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep en aan de zijde van A.V.L. op 145,78 EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep met toepassing van artikel 4 van het K.B. van 26 oktober 2007 (B.S. 9 november 2007). Laat de kosten aan de zijde van de gemeente Nijlen onvereffend bij gebrek aan neergelegde kostenbegroting. Aldus gewezen door: M. ZEGERS, raadsheer, voorzitter van de kamer, M. VAN GORP, raadsheer in sociale zaken als werkgever, I. VERREYT, raadsheer in sociale zaken als werknemer, bijgestaan door P. DEVOCHT, griffier, en uitgesproken door voormelde voorzitter van de zevende kamer van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, zitting houdend te Antwerpen in openbare terechtzitting van tien november tweeduizend en acht: PDF document ECLI:BE:AHANT:2008:ARR.20081110.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.