id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Antwerpen Vonnis/arrest van 12 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:AHANT:2008:ARR.20081112.8 Rolnummer: 2003-0306 Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht - Arbeidsrecht - Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2009-01-14 Raadplegingen: 131 - laatst gezien 2026-07-02 18:18 Fiches 1 - 2 Het exploot van dagvaarding van 14 oktober 1997 werd uitgeschreven aan de 'Vereniging van Mede-eigenaars van het flatgebouw 'R. A.', vertegenwoordigd door de syndicus de heer W., W., maar kon niet worden betekend. Volgens artikel 577-9, § 1, eerste lid Burgerlijk Wetboek is de Vereniging van Mede-eigenaars de formele procespartij ook al heeft de syndicus de wettelijke bevoegdheid de vereniging in rechte te vertegenwoordigen voor de gemeenschappelijke zaken (artikel 577-8, § 4, 6°) - (R. TIMMERMANS, o.c. Blz. 178). Het mandaat van syndicus is beperkt in tijd overeenkomstig artikel 577-8, § 1 Burgerlijk Wetboek. De Vereniging van Mede-eigenaars wordt vertegenwoordigd door de syndicus in functie (R. TIMMERMANS, o.c. blz. 179, G. SNAET en G. BLOCKX, 'Kroniek appartementsmede-eigendom (1994-1999), R.W. 1999-2000, 5 en 6). Alzo werd op 14 oktober 1997 de syndicus in functie, W., W., gedagvaard en werd appellante in het verzoekschrift tot hoger beroep van 10 september 2003 vertegenwoordigd door de toenmalige syndicus, D.B., M. Voor 1 augustus 1994 was de gemeenschap van mede-eigenaars een feitelijke vereniging en kon derhalve niet in rechte optreden. De door of tegen 'de gemeenschap van mede-eigenaars van een bepaald appartementsgebouw' ingestelde eis moest ontoelaatbaar worden verklaard. Wanneer de mede-eigenaars verwerende partij in het geding waren dienden aan ieder afzonderlijk exploten te worden betekend. (L. LAENENS, 'Het optreden in rechte van een gemeenschap van mede-eigenaars in een appartementsgebouw', R.W. 1991-1992, 287, C.T. Liège, 23 oktober 1985, S.R.K. 1986, 244, met noot van P. PALSTERMAN, J.T.T. 1986, 430). Door het verstrekken van rechtspersoonlijkheid aan de vereniging van mede-eigenaars door de wet van 30 juni 1994 werd het exploot op 14 oktober 1997 aan appellante betekend. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Rechtsvordering - Rechtspersoonlijkheid GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Inleiding van de zaak - Dagvaardingsexploot Vrije woorden: Rechtswetenschap - recht - wetgeving - gerechtelijk recht - dagvaarding - vertegenwoordiging in rechte - mandaat van syndicus - gemeenschap van mede-eigenaars - feitelijke vereniging - rechtspersoonlijkheid - I A Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 32 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Nota: Gerangschikt onder I A - artikel 32, I B - artikel 577-9, § 1 en onder VII A - artikel 1, § 1, lid
- UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Rechtsvordering - Rechtspersoonlijkheid GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Inleiding van de zaak - Dagvaardingsexploot BURGERLIJK RECHT Vrije woorden: Rechtswetenschap - recht - wetgeving - burgerlijk recht - dagvaarding - vertegenwoordiging in rechte - mandaat van syndicus - gemeenschap van mede-eigenaars - feitelijke vereniging - rechtspersoonlijkheid - I B Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - 577-9, § 1 - 31 ELI link Pub nr 1804032151 Nota: Gerangschikt onder I A - artikel 32, I B - artikel 577-9, § 1 en onder VII A - artikel 1, § 1, Lid
- Fiche 3 Voor 1 augustus 1995 (Wet van 30 juni 1994, (B.S. 26 juli 1994) werd de syndicus beschouwd als de lasthebber van de gezamelijke mede-eigenaars en werden de regels van de lastgeving zoals voorzien in de artikelen 1984 tot 2001 van het Burgerlijk Wetboek toegepast. De wet van 30 juni 1994 heeft de aard van de rechtsbetrekkingen tussen mede-eigenaars en syndicus enigszins gewijzigd. Aan de Vereniging van Mede-eigenaars werd rechtspersoonlijkheid toegekend en beschikte aldus over twee verplichte organen, de algemene vergadering die de zeggenschap uitoefent en de syndicus, die zorg draagt voor de uitvoering van de dagelijkse taken en voor de vertegenwoordiging van de rechtspersoon. (R. TIMMERMANS, 'Syndicus van flatgebouwen', in Het Onroerend Goed in de Praktijk, XIV, I., Afl. 118 (december 2000), blz. 19, Kluwer). De enige werkgever van personeel in dienst van het appartementsgebouw, zowel voor als na de nieuwe wet van 30 juni 1994 blijft de Vereniging van Mede-eigenaars, niet de gezamelijke mede-eigenaars, noch de syndicus in eigen naam. (W. VAN EECKHOUTTE, 'Sociaal Compendium 2007-2008, Arbeidsrecht, deel I, Kluwer, 555-559). Het aanstellen van personeel berust bij de algemene vergadering. De materiële uitvoering van personeelsbeleid wordt aan de syndicus overgelaten. De aanstelling van personeel heeft immers een directe weerslag op de jaarlijkse lasten van de vereniging (R. TIMMERMANS, o.c. blz. 187-188). Noch C. M. als gemandateerde en gedelegeerde syndicus van N.V. I. C & C, noch de N.V. I. C. & C. zelf als hoofdsyndicus van appellante, kunnen de hoedanigheid van werkgever hebben. (Arbh. Antwerpen, afdeling Hasselt, 25 juni 1997, J.T.T. 1997, 449, met eensluidend schriftelijk advies van R. N., advocaat-generaal). UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Algemeen (sociale zekerheid) Vrije woorden: Sociale zekerheid voor werknemers - algemene regeling - toepassingsgebied - personen - RSZ-bijdragen - band van ondergeschiktheid - syndicus - mede-eigenaar appartementsgebouw - werkgever - poetsvrouw - VII A Wettelijke bepalingen: Wet - 27-06-1969 - 1, § 1, lid 1 - 04 ELI link Pub nr 1969062710 Nota: Gerangschikt onder I A - artikel 32, I B - artikel 577-9, § 1 en onder VII A - artikel 1, § 1, lid
- Tekst van de beslissing ARREST A.R. 2030306 OPENBARE TERECHTZITTING VAN TWAALF NOVEMBER TWEEDUIZEND EN ACHT In de zaak: DE V VAN M - E van "R A" gelegen te , vertegenwoordigd door de syndicus, mevrouw M D B, wonende te , appellante, verschijnend bij mr. K. P loco mr. C. G, advocaat te , tegen: DE RSZ Openbare instelling, met zetel gevestigd te , geïntimeerde, verschijnend bij mr. V. P loco mr. M. V D, advocaat te , Na over de zaak beraadslaagd te hebben, wijst het Arbeidshof te Antwerpen, afdeling Hasselt, in openbare terechtzitting en in de Nederlandse taal het hiernavolgende arrest. Gelet op de door de wet vereiste processtukken inzonderheid het tussenarrest van dit Arbeidshof van 26 december 2007 waarmee conclusietermijnen werden bevolen en de zaak gesteld werd voor heropening der debatten. Gezien de aanvullende beroepsbesluiten van partijen ontvangen ter griffie van dit Arbeidshof. Gehoord partijen in de voordracht van hun conclusies en de ontwikkeling van hun middelen ter openbare terechtzitting van 11 juni 2008 van deze kamer. POSTULERINGEN VAN PARTIJEN NA TUSSENARREST HEROPENING DER DEBATTEN Appellante postuleert het hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren; dienvolgens het bestreden vonnis van 5 februari 2003 van de Arbeidsrechtbank (tweede kamer) te Tongeren teniet te doen. Opnieuw rechtdoende, de oorspronkelijk vordering van geïntimeerde opzichtens appellante ongegrond te verklaren. Geïntimeerde te veroordelen tot de kosten in beide aanleggen. Geïntimeerde postuleert het hoger beroep namens appellante ontvankelijk doch ongegrond te verklaren; het bestreden vonnis van de Arbeidsrechtbank te Tongeren van 5 februari 2003 integraal te bevestigen. In de meest ondergeschikte orde, appellante te veroordelen in betaling van 123,55 EUR ingevolge R.U. d.d. 5 september 1995, meer de aanvullende intresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf 6 september
- Appellante te veroordelen tot de gerechtskosten. MOTIVERING - BEOORDELING
- Het Hof verwijst aangaande het procesverloop alsmede aangaande een aantal verder te ontwikkelen rechtsvragen naar het tussenarrest van 26 december 2007, waarbij het hoger beroep reeds ontvankelijk werd verklaard doch alvorens ten gronde te beslissen de debatten werden heropend. Tevens werden conclusietermijnen verleend en de verdere behandeling gesteld op de openbare terechtzitting van 11 juni
- De uitspraak over de kosten tenslotte werd aangehouden.
- Het Hof acht het opportuun te verwijzen naar de motivering der heropening der debatten. "Op de openbare terechtzitting van dit Hof op 17 oktober 2007 werd deze zaak uitgesteld naar de openbare terechtzitting van 19 december 2007 om de RSZ toe te laten, gelet op de hierboven geschetste casus-positie van partijen, om nadere toelichting te verschaffen over het feit dat de RSZ als initieel vorderende partij veroordeling vorderde van appellante van bijdragen hoofdens de tewerkstelling van T B in de geciteerde periode (cf. sub2) en derhalve principieel de bewijslast droeg (cf. bestreden vonnis blz.3) Tevens behoorde het aan de RSZ om toelichting te verstrekken over het aan de orde zijnde probleem van de temporele toepassing in de tijd van de Wet van 30 juni 1994 alsmede de implicaties hiervan op de (juridische en feitelijke) grondslag van huidig geschil (met name artikel 577-5§1 en §2 B.W.) Ter openbare terechtzitting van dit Hof van 19 december 2007 diende vastgesteld te worden dat de RSZ ter zake nog steeds geen verder standpunt had ingenomen. De raadslieden van beide partijen stelden dat de zaak niettemin in beraad diende genomen te worden. De Heer Advocaat-generaal adviseerde vervolgens dat uit de passieve houding van de RSZ kon afgeleid worden dat klaarblijkelijk niet langer aangedrongen werd op de initieel geformuleerde vordering. Het Hof is evenwel van oordeel, alle voorgaande overwegingen afwegend, dat het in deze materie die de openbare orde raakt, behoort aan de RSZ om ondubbelzinnig standpunt zowel in feite als in rechte in te nemen. Het Hof is immers van oordeel dat, alvorens een einduitspraak te doen, de zaken alleszins nog kunnen worden verduidelijkt door geïntimeerde de RSZ en heropent hiertoe de debatten."
- Voor de beoordeling ten gronde in deze materie, die de openbare orde raakt, dient toepassing gemaakt van artikel 1,§1, eerste lid van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid voor arbeiders, artikel 21,eerste lid van voornoemde wet alsmede van artikel 23,§
- De in essentie te beantwoorden rechtsvraag is of de feitelijke vereniging van mede-eigenaars van een appartementsgebouw ten aanzien van de R.S.Z. al dan niet de hoedanigheid van werkgever heeft in de zin van artikel 21 en 23 RSZ-Wet. Wie is m.a.w. de werkelijke werkgever van T B?
- Uit de bijgebrachte arbeidsovereenkomst blijkt dat op 1 december 1993 tussen de Gemeenschap van eigenaars "Residentie A" en T B een arbeidsovereenkomst werd onderschreven, waarbij deze laatste werd tewerkgesteld als deeltijdse poetsvrouw, onderhoud appartementen. (stuk 7, geïntimeerde). T B is tewerkgesteld geweest met ingang van 1 december 1993 tot 30 september 1994, zijnde de datum waarop appellante geen personeel meer heeft tewerkgesteld. Het sociaal secretariaat SOFIM verzocht geïntimeerde op 22 maart 1995 de werkgever "Gemeenschap van eigenaars "Residentie A" met R.S.Z.- inschrijvingsnummer 012/1627596-94 te schrappen vanaf 30 september 1994, omdat geen personeel meer tewerkgesteld is en dat tevens werd afgezien van in de toekomst nog personeel aan te werven (stuk 5, geïntimeerde). De arbeidsovereenkomst werd namens de werkgever ondertekend door C M, namens de éénmanszaak IMMO J te L die de functie van syndicus heeft uitgeoefend van 9 april 1993 tot 10 november
- C M had namelijk op 9 april 1993 van de N.V. IMMO C&C opdracht en volmacht gekregen voor verhuring en beheer van het gebouw "Residentie A" te B. N.V. IMMO C&C was de externe professionele syndicus van de "Gemeenschap van eigenaars Residentie A" tot 10 november 1994, datum waarop de N.V. failliet werd verklaard door de Rechtbank van Koophandel te Brussel en Mr W als curator werd aangesteld. (stuk 6 met bijlagen, geïntimeerde) C M (gedelegeerde syndicus) was door de N.V. IMMO C&C (hoofdsyndicus) gemandateerd om namens de "Gemeenschap van eigenaars Residentie A" de arbeidsovereenkomst met T B te ondertekenen. Vóór 1 augustus 1995 (Wet van 30 juni 1994, (B.S. 26 juli 1994)) werd de syndicus beschouwd als de lasthebber van de gezamenlijke mede-eigenaars en werden de regels van de lastgeving zoals voorzien in de artikelen 1984 tot 2001 van het Burgerlijk Wetboek toegepast. De wet van 30 juni 1994 heeft de aard van de rechtsbetrekkingen tussen mede-eigenaars en syndicus enigszins gewijzigd. Aan de Vereniging van Mede-eigenaars werd rechtspersoonlijkheid toegekend en beschikte aldus over twee verplichte organen, de algemene vergadering die de zeggenschap uitoefent en de syndicus, die zorgt draagt voor de uitvoering van de dagelijkse taken én voor de vertegenwoordiging van de rechtspersoon (R.. TIMMERMANS," Syndicus van flatgebouwen", in Het Onroerend Goed in de praktijk, XIV.L.afl.118 (december 2000), blz.19, ,Kluwer). De enige werkgever van personeel in dienst van het appartementsgebouw, zowel vóór als nà de nieuwe wet van 30 juni 1994 blijft de Vereniging van Mede-eigenaars, niet de gezamenlijke mede-eigenaars, noch de syndicus in eigen naam (W. VAN EECKHOUTTE, "Sociaal Compendium 2007-2008, Arbeidsrecht ,deel 1, Kluwer, 555- 559). Het aanstellen van personeel berust bij de algemene vergadering. De materiële uitvoering van personeelsbeleid wordt aan de syndicus overgelaten. De aanstelling van personeel heeft immers een directe weerslag op de jaarlijkse lasten van de vereniging (R. TIMMERMANS, o.c. blz.187-188). Noch C M als gemandateerde en gedelegeerde syndicus van N.V. IMMO C&C, noch de N.V. IMMO C&C zelf als hoofdsyndicus van appellante, kunnen de hoedanigheid van werkgever hebben (Arbh.Antwerpen,afdeling Hasselt, 25 juni 1997, J.T.T.1997, 449, met eensluidend schriftelijk advies van R. Nelissen ,advocaat-generaal).
- De werkgever zoals bepaald in de R.S.Z.-wet is te dezen naar het oordeel van het Hof appellante. Appellante werd rechtmatig aangesproken tot betaling van de bijdragen hoofdens de tewerkstelling van T B. 8.
- De tweede vraag is of appellante correct door geïntimeerde werd gedagvaard op 14 oktober
- Het exploot van dagvaarding van 14 oktober 1997 werd uitgeschreven aan de "Vereniging van Mede-eigenaars van het flatgebouw "Residentie A", Brugstraat 36A te 3740 Bilzen, vertegenwoordigd door de syndicus de heer W W, wonende B", maar kon niet worden betekend. (stuk 1 rechtsplegingdossier Arbeidsrechtbank) 8.
- Volgens artikel 577-9,§1,eerste lid B.W. is de Vereniging van Mede-eigenaars de formele procespartij ook al heeft de syndicus de wettelijke bevoegdheid de vereniging in rechte te vertegenwoordigen voor de gemeenschappelijke zaken (artikel 577-8,§4,6°) - (R. TIMMERMANS, o.c. blz.178). Het mandaat van syndicus is beperkt in tijd overeenkomstig artikel 577-8,§1 B.W. De Vereniging van Mede-eigenaars wordt vertegenwoordigd door de syndicus in functie (R. TIMMERMANS, o.c. blz.179 G. SNAET en G. BLOCKX, "Kroniek appartementsmede-eigendom (1994-1999)", R.W. 1999/2000,5 en 6). Alzo werd op 14 oktober 1997 de syndicus in functie, W W, gedagvaard en werd appellante in het verzoekschrift tot hoger beroep van 10 september 2003 vertegenwoordigd door de toenmalige syndicus, D B M. 8.
- Vóór 1 augustus 1994 was de gemeenschap van mede-eigenaars een feitelijke verenging en kon derhalve niet in rechte optreden. De door of tegen "de gemeenschap van mede-eigenaars van een bepaald appartementsgebouw" ingestelde eis moest ontoelaatbaar worden verklaard. Wanneer de mede-eigenaars verwerende partij in het geding was dienden aan ieder afzonderlijk exploten te worden betekend (L. LAENENS, "Het optreden in rechte van een gemeenschap van mede-eigenaars in een appartementsgebouw",, R.W. 1991/1992,
- C.T.Liège, 23 oktober 1985, Soc. Kron. 244 ,met noot van P. PALSTERMAN,; J.T.T.1986,430). Door het verstrekken van rechtspersoonlijkheid aan de vereniging van mede-eigenaars door de wet van 30 juni 1994 werd het exploot op 14 oktober 1997 aan appellante betekend (cf. tussenarrest motivering sub. 2.). OP DIE GRONDEN, HET HOF, Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, waarvan de voorschriften werden nageleefd. Beslissend op tegenspraak, na beraadslaging. Gehoord het Openbaar Ministerie vertegenwoordigd door de heer R. N, advocaat-generaal in de voorlezing van zijn eensluidend schriftelijk advies ter openbare terechtzitting van 10 september 2008, waaromtrent appellant repliceerde met besluiten ontvangen ter griffie van dit Hof op 2 oktober
- Alle andersluidende en strijdige conclusies of besluiten verwerpende als niet terzake dienend of ongegrond. Het tussenarrest van 26 december 2007 verder uitwerkend. Verklaart het hoger beroep ongegrond. Bevestigt het vonnis van de Arbeidsrechtbank te Tongeren van 5 februari 2003, gewezen onder A.R. 3655/1997 in al zijn beschikkingen. Veroordeelt appellante tot de gerechtskosten. Vereffent deze kosten aan de zijde van geïntimeerde 150,00 EUR rechtsplegingsvergoeding beroepsprocedure. Vereffent deze kosten aan de zijde van appellante op 150,00 EUR rechtsplegingsvergoeding beroepsprocedure. Aldus gewezen door: Dhr. J. M, Kamervoorzitter, Dhr. P. M, Raadsheer in sociale zaken, als werkgever, Dhr. T. C, Raadsheer in sociale zaken, als werknemer-arbeider, Dhr. E. N, griffier, en uitgesproken door voormelde Voorzitter van de negende kamer van het Arbeidshof te Antwerpen, afdeling Hasselt, zitting houdend te Hasselt in openbare terechtzitting van 12 november
- PDF document ECLI:BE:AHANT:2008:ARR.20081112.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div