id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Antwerpen Vonnis/arrest van 17 november 2008 ECLI nr: ECLI:BE:AHANT:2008:ARR.20081117.12 Rolnummer: 2008-0044 Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2009-09-24 Raadplegingen: 121 - laatst gezien 2026-07-02 18:20 Fiche Een aan de hand van latere medische stukken gedocumenteerde en aldus geobjectiveerde vooraf bestaande rugproblematiek, die bij het medisch onderzoek dat aanleiding gaf tot de overeenkomstvergoeding helemaal onbekend bleef, kan ook als een nieuw feit beschouwd worden en een herziening rechtvaardigen. De blijvende arbeidsongeschiktheid kan bijgevolg teruggebracht worden van 6 % tot 0 %. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Arbeidsongeval - Herziening Vrije woorden: beroepsrisico's - arbeidsongevallen in de privésector - procedure - herziening - nieuw feit - gedocumenteerde vooraf bestaande toestand - blijvende arbeidsongeschiktheid - vermindering van de graad van ongeschiktheid Wettelijke bepalingen: Wet - 10-04-1971 - 72 - 01 ELI link Pub nr 1971041001 Annotaties Publicaties: SRK - - 2009, nr. 6, blz. 337-339 Tekst van de beslissing zevende kamer eindarrest op tegenspraak arbeidsongeval ARBEIDSHOF TE ANTWERPEN afdeling Antwerpen ARREST AR nr. 2080044 OPENBARE TERECHTZITTING VAN ZEVENTIEN NOVEMBER TWEEDUIZEND EN ACHT In de zaak : M.B., wonende te ..., appellant, verschijnend bij de heer T. De Laat, afgevaardigde van een representatieve werknemersorganisatie, met volmacht, tegen: NV V., geïntimeerde, verschijnend bij mr. A. Ariën loco mr. S. Verherstraeten, advocaat te Mol. Het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, na de zaak in beraad te hebben genomen, spreekt in openbare terechtzitting en in de Nederlandse taal het volgend arrest uit. Gelet op de processen-verbaal van de openbare terechtzittingen d.d. 10 maart 2008 en 23 oktober
- Gelet op de stukken van de rechtspleging, onder meer: - de dagvaarding uitgaande van de NV ING Insurance, thans de NV V., betekend door L. Verhoeven, plaatsvervanger voor W. De Proost, gerechtsdeurwaarder te Turnhout, aan M.B. op 30 november 2006; - het eensluidend verklaard afschrift van het op tegenspraak gewezen tussenvonnis van 9 januari 2007 van de arbeidsrechtbank te Turnhout, waarbij de vordering ontvankelijk werd verklaard doch, vooraleer recht te doen ten gronde, dr. A. Schouwenaars als geneesheer-deskundige werd aangesteld; - het deskundig verslag van dr. A. Schouwenaars, ontvangen op de griffie van de arbeidsrechtbank te Turnhout op 1 juni 2007; - het eensluidend verklaard afschrift van het op tegenspraak gewezen eindvonnis van 8 januari 2008 van de arbeidsrechtbank te Turnhout, waarvan geen akte van betekening wordt bijgebracht; - het verzoekschrift tot hoger beroep uitgaande van M.B., ontvangen ter griffie van dit hof op 18 januari 2008, regelmatig ter kennis gebracht aan geïntimeerde overeenkomstig artikel 1056 van het Gerechtelijk Wetboek; - de beschikking d.d. 15 april 2008 met toepassing van artikel 747 van het Gerechtelijk Wetboek; - de conclusie voor geïntimeerde, neergelegd ter griffie van dit hof op 9 juni 2008; - de conclusie voor appellant, ontvangen ter griffie van dit hof op 19 juni
- Gelet op de regelmatige oproeping van partijen overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek voor de buitengewone openbare terechtzitting van 23 oktober
- De partijen werden gehoord in hun middelen en besluiten op de buitengewone openbare terechtzitting van 23 oktober 2008, waarna de debatten werden gesloten en het hof de zaak in beraad nam.
- Ontvankelijkheid. Het hoger beroep is naar termijn en vorm regelmatig ingesteld en de ontvankelijkheid ervan wordt niet betwist; het hoger beroep dient dan ook ontvankelijk verklaard te worden.
- Feiten en voorgaanden. M.B., verder in dit arrest het "slachtoffer" genoemd, werd op 6 april 2001 getroffen door een arbeidswegongeval. Hij was tewerkgesteld als arbeider bij de logistieke afdeling van de firma Daf Trucks in Oevel, waarvan de NV V. (voorheen de NV ING Insurance), verder in dit arrest de "wetsverzekeraar" genoemd, de verzekeraar arbeidsongevallen is. Op weg naar het werk op de motor botste hij tegen de achterkant van een wagen en kwam daarbij terecht in een gracht. Hij werd overgebracht naar het ziekenhuis te Geel waar men de volgende letsels constateerde: - val met moto: toename van pijn rechterlies; - KO: rotatiepijn rechterheup/lies; klop- en drukpijn L4-L5-S1 op middellijn; - geen uitwendige tekens van hematoom; - normale neurologie; - diagnose: contusie; - behandeling: relatieve rust, Feldene lyotabs, ijs. De wetsverzekeraar stelde een overeenkomst-vergoeding voor aan het slachtoffer waarbij een tijdelijke volledige arbeidsongeschiktheid werd weerhouden van 6 april 2001 tot 1 mei 2001, van 7 mei 2001 tot 1 juli 2001, met consolidatie van de letsels op 2 juli 2001 en met een blijvende arbeidsongeschiktheid van 6%. Basisloon: 24.888,76 EUR. Het Fonds voor Arbeidsongevallen bekrachtigde voormelde overeenkomst-vergoeding op 8 december
- Na onderzoek door de raadsgeneesheer van de wetsverzekeraar, dr. Haeverans, stelde deze in een herzieningsverslag van 31 mei 2006 vast dat de toestand van het slachtoffer was verbeterd en dat geconsolideerd kon worden met een blijvende fysieke minderwaarde van 3%, zonder blijvende arbeidsongeschiktheid vanaf 6 maart
- Aangezien partijen geen akkoord konden bereiken over de herleiding van de blijvende economische arbeidsongeschiktheid van 6% tot 0%, dagvaardde de wetsverzekeraar het slachtoffer op 30 november 2006 voor de arbeidsrechtbank te Turnhout en vorderde in hoofdorde te zeggen voor recht dat de toestand van het slachtoffer naar aanleiding van het arbeidswegongeval d.d. 6 april 2001 in herziening is geconsolideerd op 6 maart 2006 met een tijdelijke volledige arbeidsongeschiktheid vanaf 6 april 2001 tot en met 1 mei 2001 en van 7 mei 2001 tot en met 1 juli 2001 en na herziening, genezen zonder blijvende arbeidsongeschiktheid. In ondergeschikte orde vorderde de wetsverzekeraar de aanstelling van een deskundige met de opdracht na te gaan of de fysieke en economische arbeidsongeschiktheid opgelopen ingevolge het arbeidsongeval d.d. 6 april 2001 geëvolueerd was en eventuele evoluties te omschrijven en te specificeren en de gewijzigde arbeidsongeschiktheid te begroten. Met tussenvonnis d.d. 9 januari 2007 stelden de eerste rechters dr. A. Schouwenaars aan als geneesheer-deskundige met de opdracht zijn advies te geven of in vergelijking met de toestand op 8 december 2003 er een evolutie is opgetreden bij het slachtoffer en, zo ja, sedert welke datum en alsdan zijn advies te geven over de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid. De griffie van de arbeidsrechtbank ontving op 1 juni 2007 het deskundig verslag van dr. A. Schouwenaars waarin deze de volgende vaststellingen weerhield: "(...) - Er is wel degelijk een belangrijke vooraf bestaande toestand aanwezig thv de lumbale wervelzuil bij de heer Bax. Deze werd aan dr. Haeverans verzwegen. - Op basis van de vaststellingen na het kwestieus ongeval gedaan weerhouden we een negatieve skeletscintigrafie thv de lumbale wervelzuil; derhalve kan geen letsel thv de wervelzuil worden weerhouden. - De afwijkingen die op de medisch-technische onderzoeken worden vastgesteld en die grotendeels werden uitgevoerd na werkhervatting zijn ten hoogste te beschouwen als een tijdelijke symptomatisatie van de vooraf bestaande toestand met nadien een terugkeer naar de vooraf bestaande toestand. - Deskundige is dan ook van mening dat na 08-12-2003 de toestand dermate geëvolueerd is dat geen BAO meer kan worden weerhouden ten laste van kwestige ongeval." Hij besluit dan ook dat in vergelijking met de toestand op 8 december 2003 er een evolutie is opgetreden sedert 6 maart
- De graad van blijvende arbeidsongeschiktheid werd bepaald op 0% met ingang van 6 maart
- Dr. Schouwenaars verklaarde tenslotte dat er geen beroepshandelingen zijn die het slachtoffer niet of niet meer normaal kan uitoefenen "ten laste van het kwestige ongeval." Er werden nog opmerkingen ontvangen van dr. De Kock (voor M.B.) en van dr. Haeverans (voor de wetsverzekeraar) op het voorverslag van de deskundige die door de gerechtsdeskundige werden beantwoord, doch dr. Schouwenaars bleef bij zijn initieel besluit. De eerste rechters sloten zich in hun eindvonnis van 8 januari 2008 aan bij de medische bevindingen van dr. Schouwenaars en verklaarden de vordering van de wetsverzekeraar gegrond, zegden voor recht dat de toestand van M.B. ten gevolge van het arbeidsongeval d.d. 6 april 2001 in herziening kon bepaald worden als volgt: een tijdelijke volledige arbeidsongeschiktheid van 6 april 2001 tot en met 1 mei 2001 en van 7 mei 2001 tot en met 1 juli 2001 en na herziening vanaf 6 maart 2006 zonder blijvende arbeidsongeschiktheid. De wetsverzekeraar werd veroordeeld tot betaling van de gerechtskosten en de eerste rechters stonden de voorlopige tenuitvoerlegging van het vonnis toe. Met verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit hof op 18 januari 2008 tekende het slachtoffer hoger beroep aan tegen voormeld eindvonnis.
- Eisen in hoger beroep. - M.B., appellant, vordert in hoofdorde zijn hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren, het bestreden vonnis te vernietigen en opnieuw rechtsprekend: de eis tot herziening van geïntimeerde onontvankelijk te verklaren. In ondergeschikte orde vordert hij de vordering tot herziening ontvankelijk doch ongegrond te verklaren en te zeggen voor recht dat zijn toestand naar aanleiding van het arbeidsongeval van 6 april 2001 niet is geëvolueerd en de blijvende arbeidsongeschiktheid dan ook te bepalen op 6%. In uiterst ondergeschikte orde vordert hij "de vordering ontvankelijk doch ongegrond te verklaren" en alvorens verder recht te doen een college van deskundigen aan te stellen teneinde haar advies te horen of in vergelijking met de toestand van 8 december 2003 er een aantoonbare en onvoorzienbare verbetering is ingetreden en, zo ja, sedert welke datum. In dit geval de kosten aan te houden. - De NV V., geïntimeerde, vordert het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond te verklaren. Dienvolgens te zeggen voor recht dat ingevolge het arbeidsongeval d.d. 6 april 2001 de toestand van M.B. in herziening is geconsolideerd op 6 maart 2006 met volgende "ongeschiktheden": - 100% van 06.04.2001 tot en met 01.05.2001 - 100% van 07.05.2001 tot en met 01.07.2001 Na herziening, vanaf 6 maart 2006 genezen zonder blijvende arbeidsongeschiktheid. Dienvolgens geïntimeerde te veroordelen tot betaling aan appellant van de wettelijke vergoedingen, rekening houdend met een maximum basisloon van 24.888,76 EUR voor de tijdelijke arbeidsongeschiktheid.
- Beoordeling. Het slachtoffer argumenteert dat de eis tot herziening gesteund is op een zogenaamde verzwijging van een vooraf bestaande toestand door M.B. ten tijde van het opmaken van het consolidatieverslag; deze feiten verschillen van de feiten of handelingen waarop de eis tot herziening is gesteund zodat de eis niet ontvankelijk is. Het slachtoffer is van mening dat de eerste rechters er ten onrechte zijn vanuit gegaan dat de vordering van de wetsverzekeraar tot herziening van de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid zowel bij het begin van, als tijdens de procedure, gesteund is op de vaststelling dat de medische toestand van M.B. verbeterd is. De wetsverzekeraar daarentegen is van oordeel dat de vordering in herziening wel degelijk gebaseerd werd op basis van een medisch verslag waaruit de verbetering van de situatie van M.B. bleek, ná datum van consolidatie in het oorspronkelijk verslag, zoals dit werd gehomologeerd door het Fonds voor Arbeidsongevallen. Het hof dient te oordelen of de voorwaarden werden vervuld om een vordering tot herziening te kunnen instellen overeenkomstig artikel 72 van de Arbeidsongevallenwet van 10 april
- De wettelijke voorwaarden voor het instellen van een eis tot herziening in de zin van artikel 72 van de Arbeidsongevallenwet zijn de volgende: - een onvoorziene wijziging van het verlies van arbeidsgeschiktheid van het slachtoffer, ontstaan na de homologatie of bekrachtiging van de overeenkomst, die van aard is een verandering te brengen in de toegekende arbeidsongeschiktheidsgraad; - deze wijziging moet het rechtstreeks gevolg zijn van het arbeidsongeval; - de eis moet gesteund zijn op een nieuw feit dat aan de vooruitzichten van de partijen en van de rechter is (kunnen) ontgaan; - deze wijziging moet ontstaan in de loop van de termijn van drie jaar, te rekenen vanaf de datum van de homologatie of bekrachtiging van de overeenkomst. Het hof moet met betrekking tot het nieuw feit in concreto nagaan of: - met de ingeroepen verandering in de toestand van de getroffene bij de oorspronkelijke vaststelling van de blijvende arbeidsongeschiktheid reeds rekening werd gehouden; - zo dit niet het geval was, of de ingeroepen wijziging bij de oorspronkelijke bepaling van de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid zodanig zeker was, dat hiermee noodzakelijkerwijze rekening had moeten gehouden worden. Tevens moet het nieuw feit zich voordoen tijdens de herzieningsperiode. Kan aanleiding geven tot een vordering tot herziening: de evolutie van een letsel dat reeds een bestaande graad van arbeidsongeschiktheid heeft opgeleverd. Was een feit wel bekend dan kan een eis tot herziening niet aangewend worden om op een verkeerde beslissing terug te komen. Met de vordering tot herziening heeft de wetgever een nieuw geschil mogelijk gemaakt omwille van een nieuw feit (Cass. 6 maart 1930, Pas. 1930, I, 143). Het hof stelt vast dat gerechtsdeskundige dr. Schouwenaars in zijn verslag (ontvangen ter griffie van de arbeidsrechtbank te Turnhout d.d. 1 juni 2007) besluit, ná kennis te hebben genomen van alle geneeskundige getuigschriften en andere nuttige stukken, en na getroffene te hebben onderzocht, dat in vergelijking met de toestand op 8 december 2003 (datum van bekrachtiging van de overeenkomst-vergoeding door het Fonds voor Arbeidsongevallen) er een evolutie is ingetreden sedert 6 maart 2006, en dat de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid 0% bedraagt vanaf 6 maart
- Initieel, naar aanleiding van de evaluatie van de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid door dr. Haeverans (raadsgeneesheer van de wetsverzekeraar) heeft M.B. slechts summier melding gemaakt van perioden van rugpijn in 1985 die het gevolg was van zijn groei. Na klinisch onderzoek en rekening houdend met de op dat ogenblik voorhanden zijnde medisch-technische gegevens bepaalde dr. Haeverans de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid op 6%. Ná bekrachtiging van de overeenkomst-vergoeding door het Fonds voor Arbeidsongevallen (d.d. 8 december 2003) doken medische stukken op in het kader van een deskundig onderzoek dat plaatsvond op het kabinet van dr. Simoens, die was aangesteld als deskundige door de politierechtbank van Turnhout in hetzelfde ongeval, die een nieuw licht wierpen op de vooraf bestaande toestand, "waarvan door de heer Bax bij dr. Haeverans en ook heden ter zitting was verklaard dat deze slechts een korte episode van rugpijn betrof als gevolg van de groei" (deskundig verslag p. 8). De deskundige stelt naar aanleiding van zijn onderzoek vast dat M.B. behept is met een belangrijke vooraf bestaande toestand (rugproblematiek) gedocumenteerd door medische stukken (RX, CT-scan) waarvan dr. Haeverans, naar aanleiding van zijn initieel consolidatieverslag, geen kennis had. Op basis van de medisch-technische onderzoeken verricht na het arbeidsongeval d.d. 6 april 2001 en de beschikbare gegevens op dat ogenblik werd de blijvende arbeidsongeschiktheid begroot door dr. Haeverans op 6%. Dr. Schouwenaars benadrukt in zijn antwoord op de opmerkingen geformuleerd door dr. M. De Kock dat hij het oneens is met dr. De Kock dat het klinisch onderzoek niet zou verbeterd zijn ten aanzien van de vaststellingen van dr. Haeverans ten tijde van het consolidatieonderzoek. De gerechtsdeskundige verduidelijkt dat op basis van de tot dan niet bekende of neergelegde documenten én wegens de belangrijke verbetering van de klinische bevindingen, dr. Haeverans in een herzieningsverslag de blijvende arbeidsongeschiktheid terecht terugbracht tot 0%. Dr. Schouwenaars vermeldt uitdrukkelijk dat er helemaal geen sprake is van een onderschatting of overschatting van de letsels. Hij voegt eraan toe "dat de actuele klachten door de heer Bax geuit en de hieraan verbonden beperkingen uitsluitend en alleen het gevolg zijn van een vooraf bestaande rugproblematiek; dat er als gevolg van het ongeval van 6.04.2001 een tijdelijke opflakkering geweest is van ruglijden, door dr. Haeverans geïnterpreteerd als een direct gevolg van het ongeval (...)." De gerechtsdeskundige komt tot deze bevindingen na kennis te hebben genomen van het volledig medisch dossier van M.B. en na klinisch onderzoek van betrokkene. Op basis van het voorliggend deskundig verslag van dr. Schouwenaars, waarbij het hof zich aansluit, blijkt dat: - enerzijds er sprake is van een nieuw feit (een gedocumenteerde geobjectiveerde vooraf bestaande rugproblematiek) waarmee door dr. Haeverans geen rekening werd gehouden bij de oorspronkelijke vaststelling van de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid van 6% en dat duidelijk een ander licht werpt op de rugproblematiek, en waarbij de initiële beoordeling (blijvende arbeidsongeschiktheid van 6%) niet te wijten is aan een vergissing of vergetelheid in hoofde van dr. Haeverans; - anderzijds een verbetering vastgesteld werd naar aanleiding van het klinisch onderzoek in maart 2006 door dr. Haeverans, en eveneens beschreven op pagina 10 van het verslag van dr. Schouwenaars; deze verbetering is ontstaan na de bekrachtiging van de overeenkomst-vergoeding door het Fonds voor Arbeidsongevallen (d.d. 8 december 2003) en binnen de voorziene termijn van drie jaar; beiden waren onvoorzienbaar. Rekening houdend met wat voorafgaat, besluit het hof dat aan de voorwaarden werd voldaan door de wetsverzekeraar voor het instellen van een vordering tot herziening op grond van artikel 72 van de Arbeidsongevallenwet. De eis tot herziening is gegrond op een wijziging van de arbeidsgeschiktheid en de vaststelling van de verbetering was bij het sluiten van de vergoedingsovereenkomst niet te voorzien. Het hof is, zoals de eerste rechters, van oordeel dat het deskundig verslag van dr. Schouwenaars volledig en nauwgezet werd opgesteld en omstandig gemotiveerd werd en sluit zich aan bij de medische bevindingen van deze gerechtsdeskundige. Het hof bevestigt het bestreden vonnis. Het basisloon werd naar aanleiding van de bekrachtigde overeenkomst-vergoeding reeds bepaald op 24.888,73 EUR. Het hoger beroep is ongegrond. OP DIE GRONDEN, HET HOF, Gelet op de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Rechtsprekend op tegenspraak. Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond. Bevestigt het bestreden vonnis van de arbeidsrechtbank te Turnhout d.d. 8 januari 2008 (AR 07/84702/A). De NV V. is bijgevolg gehouden tot het betalen aan M.B. van de wettelijke vergoedingen ingevolge het arbeidsongeval d.d. 6 april 2001, op volgende basis: - een tijdelijke arbeidsongeschiktheid van 100%: - van 6 april 2001 tot 1 mei 2001 - van 7 mei 2001 tot 1 juli 2001 - consolidatiedatum: 2 juli 2001; - een blijvende arbeidsongeschiktheid van 6% vanaf 2 juli 2001 tot en met 5 maart 2006; - een blijvende arbeidsongeschiktheid van 0% vanaf 6 maart 2006 ingevolge de herziening op basis van artikel 72 van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971; - basisloon: 24.888,76 EUR. Verwijst geïntimeerde in de kosten van het hoger beroep in toepassing van artikel 68 van de arbeidsongevallenwet van 10 april
- Laat deze kosten onvereffend aan de zijde van beide partijen bij gebrek aan neergelegde kostenbegrotingen. Aldus gewezen door: M. ZEGERS, raadsheer, voorzitter van de kamer, M. VAN GORP, raadsheer in sociale zaken, als werkgever, L. VAN NESPEN, raadsheer in sociale zaken, als werknemer, bijgestaan door de heer P. DEVOCHT, griffier en uitgesproken door voormelde voorzitter van de zevende kamer van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, zitting houdend in openbare terechtzitting van zeventien november
- PDF document ECLI:BE:AHANT:2008:ARR.20081117.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div