← België

ECLI:BE:AHANT:2008:AVIS.20080624.13

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour du travail d'Anvers Avis du 24 juin 2008 No ECLI: ECLI:BE:AHANT:2008:AVIS.20080624.13 No Rôle: 2007-0421 Domaine juridique: Droit de la sécurité sociale Date d'introduction: 2009-02-06 Consultations: 144 - dernière vue 2026-07-02 17:43 Fiches 1 - 2 Aangezien betrokkene door zijn leeftijd (+49 jaar) geen verplichting meer heeft om actief naar werk te zoeken heeft zijn aanvraag tot vaststelling van een blijvende arbeidsongeschiktheid van meer dan 33% geen belang. Om die redenen had de directeur van de RVA de initiële aanvraag van de werkloze tot vaststelling van een arbeidsongeschiktheid van meer dan 33% zonder voorwerp moeten verklaren. Thésaurus UTU: DROIT SOCIAL - SÉCURITÉ SOCIALE - Chômage - Conditions d'octroi - Disponibilité pour le marché de l'emploi Mots libres: arbeidsvoorziening - werkloosheid - toekenningsvoorwaarden - beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt - aanvraag tot vaststelling van een arbeidsongeschiktheid van meer dan 33 % - belang. Bases légales: Arrêté Royal - 25-11-1991 - 59bis - 50 Lien ELI No pub 1991013192 Thésaurus UTU: DROIT SOCIAL - SÉCURITÉ SOCIALE - Chômage - Calcul allocation - Généralités Mots libres: arbeidsvoorziening - werkloosheid - berekening van de uitkeringen - bedrag van de daguitkering - bedrag van de werkloosheidsuitkering - aanvraag tot vaststelling van een arbeidsongeschiktheid van meer dan 33 % - belang. Bases légales: Arrêté Royal - 25-11-1991 - 114, § 4, 2de lid - 50 Lien ELI No pub 1991013192 Note: V AN Gerangschikt onder V AN - artikel 59bis en onder V AN - artikel 114, § 4, 2de lid. Texte de la décision Eindarrest op tegenspraak. Vierde kamer. Werkloosheidsuitkering. ARBEIDSHOF TE ANTWERPEN Afdeling Antwerpen ARREST A.R. 2070421 OPENBARE TERECHTZITTING VAN VIERENTWINTIG JUNI TWEEDUIZEND EN ACHT In de zaak: RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING, openbare instelling, waarvan de zetel gevestigd is te 1000 Brussel, Keizerslaan 7, appellant, op de zitting vertegenwoordigd door mr. F. I., advocaat te 2000 Antwerpen, tegen: H. B., geïntimeerde, op de zitting vertegenwoordigd door mr. T. R., advocaat te 2000 Antwerpen. Het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, spreekt na beraadslaging volgend arrest uit.

  1. Procedure Het arbeidshof heeft kennis genomen van de volgende stukken van rechtspleging: - het proces-verbaal van de openbare terechtzittingen van 5 september 2007 en 27 mei 2008; - het eensluidend verklaard afschrift van het tussenvonnis tot aanstelling van een geneesheer-deskundige, op tegenspraak gewezen en uitgesproken door de zevende kamer van de arbeidsrechtbank te Antwerpen op 25 juni 2007 (A.R. 395.659); - het verzoekschrift tot hoger beroep van de Rijksdienst voor Arbeidsvoor-ziening, neergelegd op de griffie van het arbeidshof te Antwerpen op 12 juli 2007; - de 'conclusie' voor appellant, ontvangen op de griffie van het arbeidshof te Antwerpen op 4 december 2007; - de 'beroepsbesluiten' voor geïntimeerde, neergelegd op de griffie van het arbeidshof te Antwerpen op 21 januari 2008; - de 'syntheseconclusie' voor appellant, ontvangen op de griffie van het arbeidshof te Antwerpen op 4 februari
  2. Het arbeidshof heeft eveneens kennis genomen van het administratief dossier van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (stuk 3 dossier arbeidsauditoraat Antwerpen). Het arbeidshof heeft de middelen en conclusies van partijen gehoord tijdens de openbare terechtzitting van 27 mei
  3. Daarna zijn de debatten gesloten, is het openbaar ministerie gehoord in zijn mondeling advies en is de zaak in beraad genomen.
  4. Ontvankelijkheid van het hoger beroep Met een verzoekschrift, neergelegd op de griffie van het arbeidshof te Antwerpen op 12 juli 2007, tekende de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening hoger beroep aan tegen een vonnis gewezen door de zevende kamer van de arbeidsrechtbank te Antwerpen op 25 juni 2007 (A.R. 395.659). Overeenkomstig artikel 792, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek werd een afschrift van het vonnis ter kennis gebracht aan partijen bij gerechtsbrief van 26 juni
  5. Het hoger beroep werd tijdig ingesteld, is regelmatig naar de vorm en ontvankelijk.
  6. Feiten en voorgaande rechtspleging Mevrouw H. B. diende op 12 december 2006 bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening een aanvraag in tot definitieve vrijstelling van de bepalingen inzake het actieve zoekgedrag naar werk (artikelen 59bis e.v. van het koninklijk besluit van 25 november 1991) en afwijking van de overgang naar de forfaitaire uitkering (stuk 4 administratief dossier: formulier C47 van 12 december 2007). Na een medisch onderzoek van 27 december 2006 werd voormelde aanvraag geweigerd bij beslissing van 5 januari 2007 van de directeur van het werkloosheidsbureau te Antwerpen op grond van de motivering dat de voor het werkloosheidsbureau aangewezen geneesheer de blijvende arbeidsonge-schiktheid in hoofde H. B. heeft vastgesteld op minder dan 33%. Met verzoekschrift, ontvangen op 15 februari 2007 op de griffie van de arbeidsrechtbank te Antwerpen, tekende H. B. beroep aan tegen voormelde administratieve beslissing van 5 januari
  7. Bij vonnis van de zevende kamer van de arbeidsrechtbank te Antwerpen van 25 juni 2007 werd de vordering van H. B. ontvankelijk verklaard, doch vooraleer recht te doen ten gronde, dokter M. D. K. aangesteld als deskundige met opdracht mevrouw H. B. te onderzoeken teneinde na te gaan of betrokkene een blijvende arbeidsongeschiktheid vertoont van ten minste 33 procent vanaf 14 december
  8. Met een verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd ter griffie van dit hof op 12 juli 2007, tekende de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening hoger beroep aan tegen voornoemd vonnis.
  9. Eisen in hoger beroep Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (appellant) vordert: - het hoger beroep toelaatbaar en gegrond te verklaren; - het bestreden vonnis te hervormen en opnieuw rechtdoende, de oorspronkelijke vordering zonder voorwerp te verklaren. H. B. (geïntimeerde) vordert: - het hoger beroep onontvankelijk, minstens ongegrond te verklaren; - het vonnis a quo te bevestigen en de zaak terug te zenden naar de eerste rechter; - de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening te veroordelen tot de kosten van het geding, tot op heden begroot aan de zijde van geïntimeerde op 4,86 euro aantekenrecht, 129,32 euro rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg en 148,75 rechtsplegingsvergoeding beroep.
  10. Ten gronde 5.
  11. Wettelijk kader Artikel 59bis van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering (hierna Werkloosheidsbesluit) bepaalt: "§
  12. Onverminderd de bepalingen van artikel 58, volgt de directeur het actieve zoekgedrag naar werk op van de volledig werkloze die, op de dag van ontvangst van de oproeping bedoeld in artikel 59quater, tegelijkertijd aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° een werkloosheidsduur van ten minste 15 maanden bereikt hebben, indien hij jonger is dan 25 jaar of van ten minste 21 maanden, indien hij 25 jaar of ouder is; De Minister bepaalt, na advies van het Beheerscomité, de berekeningswijze van de werkloosheidsduur. 2° niet vrijgesteld zijn van de verplichting om ingeschreven te zijn als werkzoekende met toepassing van de artikelen 90, 91, 92, 93, 94, 96 of 97, § 2 of § 3 en niet vrijgesteld zijn in toepassing van artikel 79, § 4bis; 3° niet tewerkgesteld zijn als deeltijdse werknemer met behoud van rechten; 4° zich niet meer bevinden in de periode van de eerste twaalf maanden werkloosheid, bedoeld in artikel 114, § 2, eerste lid, in voorkomend geval vernieuwd overeenkomstig de bepalingen van artikel 116, § 1 of verlengd overeenkomstig de bepalingen van artikel 116, § 2, eerste lid, 1°; 5° geen blijvende arbeidsongeschiktheid van ten minste 33 % vertonen, vastgesteld door de voor het werkloosheidsbureau aangewezen geneesheer, overeenkomstig de procedure voorzien in artikel 141; 6° geen werknemer zijn bedoeld in artikel 28, § 3." Artikel 114, §4, tweede lid van het Werkloosheidsbesluit bepaalt: "§
  13. Het basisdagbedrag van de werkloosheidsuitkering wordt vastgesteld op 40 pct. van het gemiddeld dagloon. §
  14. Het basisdagbedrag van de werkloosheidsuitkering wordt tijdens de eerste twaalf maanden van werkloosheid verhoogd met een aanpassingstoeslag, vastgesteld op : - 15 pct. van het gemiddeld dagloon voor de werknemer met gezinslast en voor de alleenwonende werknemer; - 18 pct. van het gemiddeld dagloon voor de samenwonende werknemer; Na deze eerste twaalf maanden wordt dit basisbedrag voor de werknemer met gezinslast verhoogd met een toeslag voor gezinslast, vastgesteld op 15 pct. van het gemiddeld dagloon. §
  15. Het basisbedrag van de werkloosheidsuitkering wordt voor de werknemer met gezinslast gedurende de gehele duur van de werkloosheid verhoogd met een toeslag voor het verlies van een enig inkomen, vastgesteld op 5 pct. van het gemiddeld dagloon. Het basisdagbedrag van de werkloosheidsuitkering wordt voor de alleenwonende werknemer verhoogd met een toeslag voor het verlies van een enig inkomen, vastgesteld op 5 pct . van het gemiddeld dagloon, gedurende de eerste twaalf maanden van de werkloosheid, en op (13 pct.) na deze periode. §
  16. In afwijking van § 1 wordt, na de eerste vijftien maanden van werkloosheid, het dagbedrag van de werkloosheidsuitkering van de samenwonende werknemer bepaald op [13,83 EUR]. Deze periode van vijftien maanden wordt verlengd met drie maanden per jaar beroepsverleden als loontrekkende. Deze afwijking is niet van toepassing op de werknemer die op het einde van de in het eerste lid bedoelde periode: 1° hetzij een beroepsverleden als loontrekkende van 20 jaar heeft; 2° hetzij een blijvende graad van arbeidsongeschiktheid van ten minste 33 pct. heeft; het percentage van arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld door de voor het werkloosheidsbureau aangewezen geneesheer overeenkomstig de procedure voorzien in artikel
  17. Wanneer twee samenwonende echtgenoten in de loop van een kalendermaand slechts beschikken over uitkeringen in de zin van artikel 27, 4° en het dagbedrag van elke uitkering het maximum dagbedrag van de werkloosheidsuitkering vastgesteld overeenkomstig dit artikel voor de samenwonende werknemer na de eerste twaalf maanden van werkloosheid niet overschrijdt, wordt elke werkloosheidsuitkering van (13,83 EUR) met een toeslag van (4,32 EUR) verhoogd. Voor de toepassing van het voorgaande lid wordt de persoon bedoeld in artikel 110, § 1, tweede lid met de echtgeno(o)t(e) gelijkgesteld.). §5 (...) § 6...)". 5.
  18. Beoordeling Teneinde definitief vrijgesteld te worden van de bepalingen inzake het actieve zoekgedrag naar werk en om te ontsnappen aan de vermindering van haar werkloosheidsuitkering tot het forfaitair bedrag ingeval van wijziging van haar gezinssituatie deed geïntimeerde op 12 december 2006 een aanvraag tot vaststelling van blijvende arbeidsongeschiktheid van 33% of meer. Samen met appellant stelt het arbeidshof vast dat geïntimeerde, op het ogenblik van haar aanvraag, geen belang had om een blijvende arbeidsongeschiktheid van ten minste 33% te laten vaststellen in het kader van artikel 59bis en artikel 114 van het Werkloosheidsbesluit. Artikel 10 van het koninklijk besluit van 4 juli 2004 houdende de wijziging van de werkloosheidsreglementering ten aanzien van volledig werklozen die actief moeten zoeken naar werk (B.S. 9 juli 2004, 2° editie, pag. 54776) bepaalt dat de procedure van activering van het zoekgedrag slechts van toepassing is voor werklozen die op datum van 1 juli 2006 minstens 40 jaar en hoogstens 49 jaar is. Geïntimeerde, geboren op 1 januari 1956, komt dienvolgens voor de procedure voor activering van het zoekgedrag in toepassing van artikel 59bis van het Werkloosheidsbesluit niet in aanmerking gelet op haar leeftijd (+50 jaar op 1/07/2006). De verplichting actief te zoeken naar werk geldt tot op heden slechts voor werklozen tot de leeftijd van 49 jaar en slechts wanneer de 'activering' zou uitgebreid worden naar werklozen ouder dan 49 jaar, wat tot op heden nog niet het geval is, heeft geïntimeerde belang bij de vaststelling van haar arbeidsonge-schiktheid. De verwijzing door geïntimeerde naar de vrijstelling in toepassing van artikel 89 van het Werkloosheidsbesluit is niet relevant. De verplichting beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt houdt niet automatisch in dat er ook actief moet gezocht worden naar werk. In verband met het bedrag van de werkloosheidsuitkering bestaat er tussen partijen blijkbaar geen betwisting dat geïntimeerde een beroepsverleden als loontrekkende van 20 jaar heeft zodat, in toepassing van artikel 114, §4, tweede lid, 1° van het Werkloosheidsbesluit, de overgang naar het forfaitair dagbedrag van de werkloosheidsuitkering ten deze niet van toepassing is. Aangezien de bepalingen inzake het actieve zoekgedrag naar werk niet van toepassing zijn op geïntimeerde en haar uitkeringen evenmin verminderd worden tot een forfaitaire uitkering heeft geïntimeerde er dus geen belang bij een blijvende arbeidsongeschiktheid van ten minste 33% te laten vaststellen. Er is bijgevolg geen nood aan een medische expertise zodat het bestreden vonnis van de arbeidsrechtbank te Antwerpen van 25 juni 2007 dient vernietigd te worden. Ingevolge de devolutieve kracht van het hoger beroep dient het arbeidshof te onderzoeken of de oorspronkelijke vordering van geïntimeerde tot vernietiging van de bestreden administratieve beslissing van 5 januari 2007 ontvankelijk en gegrond is. Geïntimeerde had op het ogenblik van het instellen van haar vordering bij de arbeidsrechtbank te Antwerpen ongetwijfeld een reeds verkregen en dadelijk belang om de vernietiging van de bestreden administratieve beslissing te vorderen daar hierin, zij het onrechtstreeks, uitspraak wordt gedaan over haar graad van blijvende arbeidsongeschiktheid. Haar initiële vordering is derhalve ontvankelijk. De bestreden administratieve beslissing dient vernietigd te worden daar de directeur de initiële aanvraag tot vaststelling van arbeidsongeschiktheid van 33% of meer onmiddellijk zonder voorwerp hadden moeten verklaren in plaats van deze te weigeren op grond van een overbodig uitgevoerd medisch onderzoek door een geneesheer aangesteld door het werkloosheidsbureau. De initiële vordering van geïntimeerde is dienvolgens gegrond. OP DIE GRONDEN, HET HOF, Gelet op de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Gehoord P. Van Den Bon, advocaat-generaal, in zijn eensluidend mondeling advies op de openbare terechtzitting van 27 mei
  19. Partijen verklaarden geen opmerkingen te hebben over het advies. Doet uitspraak op tegenspraak. Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond. Vernietigt het bestreden vonnis gewezen en uitgesproken op 25 juni 2007 in de openbare zitting van de zevende kamer van de arbeidsrechtbank te Antwerpen (A.R. 395.659). De zaak naar zich trekkend in toepassing van artikel 1068 van het Gerechtelijk Wetboek. Verklaart de initiële vordering van mevrouw H. B. ontvankelijk en gegrond. Vernietigt de beslissing van de directeur van het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening te Antwerpen van 5 januari
  20. Opnieuw recht doende, verklaart de aanvraag van 12 december 2006 van mevrouw H. B. tot vaststelling van een arbeidsongeschiktheid van 33% of meer, zonder voorwerp. Veroordeelt de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, overeenkomstig artikel 1017, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek, in de kosten van beide aanleggen. Vereffent deze kosten aan de zijde van H. B. op 4,82 euro aantekenrecht eerste aanleg, op 109,32 euro rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg en op 145,78 euro rechtsplegingsvergoeding hoger beroep (basisbedrag - toepassing K.B. 26 oktober 2007 - B.S. 9 november 2007). Aan de zijde van Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening worden de kosten niet vereffend daar er geen kostenopgave wordt ingediend. Aldus gewezen door: G. ADRIAENSENS, raadsheer, voorzitter van de kamer, W. BOGAERT, raadsheer in sociale zaken als werkgever, F. CONVENS, raadsheer in sociale zaken als werknemer-arbeider, bijgestaan door J. VERELST, griffier, en uitgesproken door voormelde voorzitter van de vierde kamer van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, zitting houdend te Antwerpen in openbare terechtzitting van vierentwintig juni tweeduizend en acht. Document PDF ECLI:BE:AHANT:2008:AVIS.20080624.13 Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.