id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Antwerpen Vonnis/arrest van 25 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:AHANT:2009:ARR.20090325.16 Rolnummer: 2007-0062 Rechtsgebied: Overige - Internationaal publiekrecht - Unierecht Invoerdatum: 2010-12-21 Raadplegingen: 108 - laatst gezien 2026-07-02 19:27 Fiches 1 - 3 De terugvordering van het Nederlands AOW-pensioen wegens niet aangifte van een samenwoonst valt noch onder de EEX-Verordening, vermits artikel 2 ervan de geschillen inzake sociale zekerheid uitdrukkelijk uitsluit van zijn toepassingsgebied, noch onder het Belgisch-Nederlands Verdrag van 28 maart 1925, vermits dit verdrag beperkt is tot burgerlijke en handelszaken, en de betwistingen inzake pensioenen bij de totstandkoming van dit verdrag als betwistingen van administratiefrechtelijke aard beschouwd werden. Het arbeidshof heeft dan ook geen rechtsmacht om kennis te nemen van het geschil, dat enkel door de Nederlandse rechtbanken kan worden beslecht. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Beginselen (gerechtelijk recht - algemene beginselen) Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP - RECHT - WETGEVING - GERECHTELIJK RECHT - internationale bevoegdheid - terugvordering van Nederlands pensioen - EEX-verordening - Belgisch-Nederlands verdrag - bevoegdheid van Nederlandse rechtbanken Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 8 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - INTERNATIONAAL SOCIAAL RECHT - Bilaterale verdragen Vrije woorden: INTERNATIONALE VERDRAGEN EN VERORDENINGEN - BILATERALE VERDRAGEN - internationale bevoegdheid - terugvordering van Nederlands pensioen - EEX-verordening - Belgisch-Nederlands verdrag - bevoegdheid van Nederlandse rechtbanken Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 28-03-1925 - 70.1 - 30 Link Justel databank 19250328-30 UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - EUROPEES RECHT - RECHTSHANDELINGEN - Richtlijn Vrije woorden: INTERNATIONALE VERDRAGEN EN VERORDENINGEN - EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP - RICHTLIJNEN VAN DE EEG - internationale bevoegdheid - terugvordering van Nederlands pensioen - EEX-verordening - Belgisch-Nederlands verdrag - bevoegdheid van Nederlandse rechtbanken Wettelijke bepalingen: Huishoudelijk Reglement - 44/2001 - 22-12-2000 - 2 Nota: I A - IX A - IX D 6 Gerangschikt onder I A - artikel 8, onder IX A - artikel 70.1 en onder IX D 6 - artikel
- Annotaties Publicaties: SRK 2010 - - nr. 6, blz. 321-322 Tekst van de beslissing Vierde kamer Eindarrest bij verstek van geïntimeerde Pensioen-terugvordering ARBEIDSHOF TE ANTWERPEN Afdeling Antwerpen ARREST A.R. 2070062 OPENBARE TERECHTZITTING VAN VIJFENTWINTIG MAART TWEEDUIZEND EN NEGEN In de zaak van: S. V. - V. U., appellante, vertegenwoordigd door mr. E. H. loco mr. L. V., advocaat te H., tegen: A. A., geïntimeerde, die niet verschijnt ter zitting, noch iemand voor hem. Na over de zaak beraadslaagd te hebben, heeft de vierde kamer van het ar-beidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, het volgende arrest uitgesproken. Gelet op de zittingsbladen van 7 maart 2007, 3 november 2008 en 2 maart
- Rekening houdend met de akten van de rechtspleging, onder meer: * het eensluidend verklaard afschrift van het vonnis, op 8 december 2006 uit-gesproken door de zesde kamer van de arbeidsrechtbank te Antwerpen, overeenkomstig artikel 792, tweede lid, Ger.W. aan de S. V. - V. U. ter kennis gebracht bij gerechtsbrief van 12 december 2006; * het verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd ter griffie van dit arbeids-hof op 26 januari 2007 en ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 1056 Ger.W. op 30 januari 2007; * de conclusies voor de S. V. - V. U., ontvangen ter griffie van dit arbeidshof op 7 maart 2008 en op 25 februari
- Mr. H., die toepassing vorderde en bekwam van artikel 804, eerste lid, Ger.W., werd gehoord op de openbare terechtzitting van 2 maart
- Ontvankelijkheid Met een verzoekschrift, neergelegd ter griffie van dit hof op 26 januari 2007, tekende de S. V. - V. U. hoger beroep aan tegen een vonnis van 8 december 2006 (A.R. 388.288) van de arbeidsrechtbank te Antwerpen. Het vonnis werd aan de S. V. - V. U. ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 792, tweede lid, Ger.W., bij gerechtsbrief van 12 december
- Rekening houdend met artikel 55 Ger.W. is het hoger beroep tijdig ingesteld, is het regelmatig naar de vorm en ontvankelijk.
- Feiten en voorafgaande procedure Met een dagvaarding, betekend aan de heer A. op 5 april 2006 en neergelegd ter griffie van de arbeidsrechtbank te Antwerpen op 18 april 2006, vorderde de S. V. - V. U., na diverse vergeefse aanmaningen, van de heer A. de som van 579,74 euro terug (onterecht uitbetaald AOW-pensioen: 436,40 euro, wettelijke rente: 98,34 euro en conventionele boete: 45,00 euro). De S. V. - V. U. stelde over de periode au-gustus 1999 tot en met december 2002 onverschuldigd AOW-pensioen te hebben uitgekeerd aan de heer A., daar deze verplichte informatie (dat hij sedert 4 september 1999 een gezamenlijke huishouding voerde) had achtergehouden, zodat het AOW-pensioen niet tijdig kon aangepast worden. De eerste rechters oordeelden in hun vonnis van 8 december 2006 geen rechts-macht te hebben om kennis te nemen van huidig geschil, dat tot de bevoegd-heid van een vreemde staat behoort. Met een verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het arbeidshof op 26 januari 2007, stelde de S. V. - V. U. hoger beroep in tegen voormeld vonnis.
- Eisen in hoger beroep De S. V. - V. U. vordert het hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren, het vonnis a quo te vernietigen en, op-nieuw recht doende, de heer A. te veroordelen haar het bedrag van 579,74 euro te betalen, meer de gerechtelijke intresten en de kosten, begroot op 200,00 euro rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg en 200,00 euro rechts-plegingsvergoeding hoger beroep. De heer A. verschijnt niet, noch iemand voor hem en neemt geen geschreven conclusies.
- Ten gronde De S. V. - V. U. (hierna SVU) vordert een bedrag terug van beweerdelijk teveel betaald AOW-pensioen voor een bedrag van 579,74 euro. 4.
- EEX-Verordening De SVU laat gelden dat dit een geschil betreft dat steunt op onverschuldigde betaling en verrijking zonder oorzaak en dat er derhalve toepassing gemaakt moet worden van de EEX-Verordening nr. 44/2001, waarbij artikel 2 bepaalt dat de rechter van de woonplaats van de verweerder bevoegd is om kennis te nemen van de vordering. Uit de informatie die uit de conclusie kan afgeleid worden, blijkt dat de SVU een bedrag terugvordert van de heer A. omdat hij door een gezamenlijk huishouden teveel AOW-pensioen zou ontvangen hebben. Het voorwerp van de vordering is dan ook geen onverschuldigde betaling, maar het niet langer voldoen aan de toekenningsvoorwaarden van een pensi-oenregeling waardoor er een terugvordering ontstaat. Het recht op een (ouderdoms)pensioen behoort zowel naar Nederlands als naar Belgisch recht tot de sociale zekerheid. Door arbeid te verrichten worden van het loon dat hiermee verdiend wordt bijdragen afgehouden of premies betaald die rechten creëren op een later pensioen. De terugvordering van een AOW-pensioen omdat niet voldaan werd aan be-paalde toekenningsvoorwaarden, is dan ook een geschil van sociale zekerheid. Er kan dan ook geen toepassing gemaakt worden van de EEX-Verordening (Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffen-de de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van be-slissingen in burgerlijke en handelszaken), die niet van toepassing is in geval van een geschil van sociale zekerheid (artikel 2c, voormelde Verordening). 4.
- Toepassing Verdrag van 28 maart 1925 De SVU stelt vervolgens dat krachtens artikel 70.1 van de EEX-Verordening het Verdrag Nederland-België van 28 maart 1925 van kracht is gebleven voor onderwerpen waarop de verordening niet van toepassing is. De EG-Verorde-ning 1408/71 staat de toepassing van voormeld verdrag niet in de weg. Het Verdrag van 28 maart 1925 tussen Nederland en België betreffende de ter-ritoriale rechterlijke bevoegdheid, betreffende het faillissement en betreffende het gezag en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen, van scheids-rechterlijke uitspraken en van authentieke akten, bepaalt welke rechtbank be-voegd is in burgerlijke en handelszaken. Het verdrag is enkel van toepassing op burgerlijke en handelszaken. Zo wordt in de Memorie van Toelichting gesteld dat door dit verdrag de handelsbetrek-kingen met Nederland zonder twijfel bevorderd zullen worden. (Memorie van Toelichting, p. 2, gevoegd als stuk door SVB). Een pensioenbetwisting is evenwel geen betwisting over een burgerlijk noch over een handelsrecht. Op het ogenblik dat het Verdrag van 28 maart 1925 van kracht werd in de Belgische rechtsorde (Wet 16 augustus 1926, BS 27 juli 1929), werd een dergelijke betwisting beschouwd als een recht van admini-stratiefrechtelijke aard en werden deze geschillen beslecht in administratieve rechtscolleges. Pas bij de instelling van de arbeidsgerechten werd in België geopteerd om de-ze betwistingen aan een rechtsprekend orgaan toe te kennen, gelet op de auto-nomie en eenheid van het sociaal recht (J. PETIT, Sociaal Procesrecht, Brug-ge, die keure, 2000, p. 15, nr. 24). Hierdoor verloren zij evenwel hun admini-stratiefrechtelijk karakter niet. De verwijzing naar het verslag bij het Verdrag, naar het feit dat persoonlijke vorderingen voor de rechter kunnen gebracht worden waar de verbintenis is ontstaan of wordt uitgevoerd (bundel SVB), wijzigt deze vaststelling niet. De betwisting om recht te hebben op een pensioen is immers niet het gevolg van een overeenkomst tussen partijen, althans wordt daarvan geen enkel bewijs voorgelegd. Het Verdrag van 28 maart 1925 kan niet toegepast worden. Betwistingen over het recht op een Nederlands pensioen kunnen enkel behan-deld worden door Nederlandse rechtbanken. (In dezelfde zin: Arbh. Antwerpen, 18 december 2000, Soc. Kron. 2002, 330). Het arbeidshof heeft dan ook geen rechtsmacht om kennis te nemen van het geschil. (J. LAENENS, "Commentaar bij artikel 8 Ger.W.", Artikelsgewijze commentaar met over-zicht van rechtspraak en rechtsleer. Gerechtelijk wetboek, Mechelen, Kluwer, losbladig, ver-sie 3 oktober 2005, 22). Aangezien de heer A. nooit door een advocaat werd vertegenwoordigd en de rechtsplegingsvergoeding een forfaitaire tegemoetkoming is in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij (artikel 1022 Ger.W.), heeft hij geen recht op een rechtsplegingsvergoeding. De SVB, die in het ongelijk werd gesteld, begroot de kosten op 200,00 euro per aanleg. Op die gronden, het hof, Heeft kennis genomen van het eensluidend mondeling advies, uitgebracht door de heer J. Dekeersmaeker, substituut-generaal, op de openbare terechtzit-ting van 2 maart 2009, waarover de aanwezige partij verklaart geen opmerkin-gen te hebben. Houdt rekening met de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalge-bruik in gerechtszaken. Doet uitspraak bij verstek van de heer A. Verklaart het hoger beroep ontvankelijk, doch ongegrond. Bevestigt het vonnis van de arbeidsrechtbank te Antwerpen van 8 december 2006 waarin verklaard werd dat de arbeidsrechtbank geen rechtsmacht heeft om kennis te nemen van het geschil. Aldus gewezen door: de heer D. TORFS, raadsheer, voorzitter van de kamer, de heer R. VAN TRIEST, raadsheer in sociale zaken als werkgever, de heer I. VERREYT, raadsheer in sociale zaken als werknemer, bijgestaan door de heer R. SMETS, griffier, en uitgesproken door voormelde voorzitter van de vierde kamer van het ar-beidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, zitting houdend te Antwerpen in openbare terechtzitting van vijfentwintig maart tweeduizend en negen. PDF document ECLI:BE:AHANT:2009:ARR.20090325.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div