id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Antwerpen Vonnis/arrest van 20 april 2009 ECLI nr: ECLI:BE:AHANT:2009:ARR.20090420.7 Rolnummer: 2006-0742 Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2009-09-24 Raadplegingen: 122 - laatst gezien 2026-07-02 19:35 Fiche Nu een computer en een printer als prothese erkend zijn die de schrijffunctie vervangen en het slachtoffer in staat moeten stellen te schrijven, zijn de inktpatronen noodzakelijke bijhorigheden opdat de printer zou blijven werken. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Arbeidsongeval - Algemeen Vrije woorden: beroepsrisico's - arbeidsongevallen in de privésector - geneeskundige verzorging - prothese en orthopedische toestellen - bijhorigheden - printer - inktpatronen Wettelijke bepalingen: Wet - 10-04-1971 - 28 - 04 Link Justel databank 19710410-04 Koninklijk Besluit - 21-12-1971 - 35 Annotaties Publicaties: SRK - - 2009, nr. 6, blz. 334-335 Tekst van de beslissing ARREST AR nr. 2060742 OPENBARE TERECHTZITTING VAN TWINTIG APRIL TWEEDUIZEND EN NEGEN In de zaak: FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN, met zetel te 1050 Brussel, Troonstraat 10, appellant, verschijnend bij mr. G. De Ferm, advocaat te Antwerpen, tegen: G.L.R., wonende te ..., geïntimeerde, verschijnend in persoon, in aanwezigheid van: NV FORTIS INSURANCE BELGIUM, partij in gedwongen tussenkomst, met maatschappelijke zetel gevestigd te 1000 Brussel, E. Jacquemainlaan 53, ingeschreven in het handelsregister te Brussel onder nummer 345.622, KBO nr. 0404.494.849, verschijnend bij mr. I. Van Seghbroeck loco mr. V. Van De Velde, advocaat te Zelzate. Na over de zaak beraadslaagd te hebben, wijst het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, het hiernavolgende arrest. Gelet op de processen-verbaal van de openbare terechtzittingen d.d. 8 januari 2007, 1 oktober 2007, 10 maart 2008, 14 april 2008, 20 oktober 2008 en 16 maart
- Gelet op de stukken van de rechtspleging, onder meer: - het eensluidend verklaard afschrift van het op tegenspraak gewezen tussenarrest van dit hof d.d. 14 april 2008, waarbij het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond werd verklaard, het bestreden vonnis werd bevestigd en de heropening der debatten werd bevolen; - de conclusie voor het Fonds voor Arbeidsongevallen (kort: F.A.O.), ontvangen ter griffie van dit hof per fax op 30 juni 2008 en per gewone post op 1 juli 2008; - de conclusie voor G.L.R., ontvangen ter griffie van dit hof op 29 juli 2008; - de conclusie voor de NV Fortis Insurance Belgium, ontvangen ter griffie van dit hof op 23 september 2008 (buiten de termijn voorzien in het tussenarrest d.d. 14 april 2008), dewelke niet wordt geweerd uit de debatten, gelet op het uitdrukkelijk akkoord van appellante en geïntimeerde (proces-verbaal van de openbare terechtzitting d.d. 16 maart 2009); - de synthesebesluiten na tussenarrest en na heropening debatten voor de NV Fortis Insurance Belgium, ontvangen ter griffie van dit hof op 5 maart 2009; - de aanvullende besluiten na heropening debatten voor het F.A.O., ontvangen ter griffie van dit hof op 11 maart
- Gelet op de regelmatige oproeping van partijen conform artikel 775 van het Gerechtelijk Wetboek voor de openbare terechtzitting van 20 oktober 2008, waarop de zaak werd uitgesteld naar de zitting van 16 maart
- De zaak werd ten gronde hernomen. De partijen werden gehoord in hun middelen en besluiten op de openbare terechtzitting van 16 maart 2009, waarna de debatten werden gesloten en het hof de zaak in beraad nam.
- Feiten en voorgaande rechtspleging. Hiervoor kan verwezen worden naar het tussenarrest van 14 april 2008 waarbij het hoger beroep ontvankelijk werd verklaard, waarin de historiek van het geschil werd beschreven, waarin de voorafgaande procedurestukken werden vermeld en het hoger beroep tegen het eindvonnis van 5 oktober 2006 van de arbeidsrechtbank te Antwerpen ongegrond werd verklaard en voormeld bestreden vonnis aldus werd bevestigd. De heropening der debatten werd bevolen teneinde het door de NV Fortis Insurance Belgium, partij in gedwongen tussenkomst, bij het Fonds voor Arbeidsongevallen te vestigen prothesekapitaal te berekenen voor het onderhoud en de vervanging van de inktpatronen en tevens de duurtijd voor de vervanging van de inktpatronen te bepalen. Verder bepaalde dit hof de conclusietermijnen voor partijen als volgt: - voor de nv Fortis Insurance Belgium: uiterlijk op 30 mei 2008; - voor het Fonds voor Arbeidsongevallen: uiterlijk op 30 juni 2008; - voor G.L.R. : uiterlijk op 30 juli
- Het tussenarrest werd bovendien gemeen en tegenstelbaar verklaard aan de NV Fortis Insurance Belgium.
- Eisen in hoger beroep na tussenarrest en heropening der debatten. - Het Fonds voor Arbeidsongevallen, appellant, vordert te zeggen voor recht dat de NV Fortis Insurance Belgium het prothesekapitaal voor een bedrag van 1.936,30 EUR dient te storten aan het Fonds. - G.L.R., geïntimeerde, vordert "uitspraak te doen conform het arrest d.d. 14 april 2008": dat inktpatronen functionele bijhorigheden bij een printer zijn "doch gekapitaliseerd moeten worden". Hij vraagt te zeggen voor recht dat de wetsverzekeraar op rekening van het F.A.O. moet kapitaliseren voor drie zwarte en twee kleurenpatronen per jaar. Verder vordert hij te zeggen voor recht dat na storting van het prothesekapitaal en bekrachtiging, het F.A.O. voortaan gehouden is tot terugbetaling aan hem van de kostprijs van de inktpatronen die hij in de toekomst zal aankopen en dit op overlegging van de factuur. Dat de wetsverzekeraar 277,03 EUR aan geïntimeerde moet terugstorten, "bedrag gelijk aan de tot op heden niet terugbetaalde inktpatronen." Tenslotte vordert hij de vordering namens het F.A.O. onontvankelijk en ongegrond te verklaren en het F.A.O. te veroordelen tot de gerechtskosten. - De NV Fortis Insurance Belgium, partij in gedwongen tussenkomst, vraagt akte te geven van het uitdrukkelijk voorbehoud dat zij maakt voor het aanwenden van "enig rechtsmiddel tegen het arrest van 14.04.2008, waaromtrent advies werd ingewonnen". Vast te stellen dat de nv Fortis Insurance Belgium - voor het eerst gedagvaard in graad van beroep - in graad van beroep niet voor de eerste maal kan worden veroordeeld. Voor zover het hof een kapitaal zou bepalen met betrekking tot de inktpatronen deze te bepalen - enkel voor de zwarte inktpatronen - en belopende 748,40 EUR. De kosten ten laste te leggen van appellante.
- Beoordeling. 3.
- Bij het tussenarrest van 14 april 2008 heeft dit hof geoordeeld dat inktpatronen van een printer wel degelijk als een functionele bijhorigheid ervan kunnen worden beschouwd in de zin van de arbeidsongevallenwetgeving, en dienvolgens het bestreden vonnis bevestigd waarbij het F.A.O. veroordeeld werd tot betaling aan G.L.R. van 55,48 EUR ten titel van reeds aangekochte inktpatronen alsmede van de inktpatronen aan te kopen in de toekomst. Zoals het F.A.O. terecht opmerkt in haar besluiten na heropening debatten heeft het hof met de verwijzing naar artikel 35 "A.O.W." op p. 7 van het arrest, artikel 35 van het K.B. van 21 december 1971 houdende uitvoering van sommige bepalingen van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, op het oog, zoals duidelijk blijkt uit de weergave van de inhoud van deze bepaling in de aanhef van de beoordeling. Het hof heeft bij dat tussenarrest de heropening van de debatten bevolen teneinde de partijen toe te laten hun schriftelijke opmerkingen te formuleren omtrent de door het F.A.O. in ondergeschikte orde geformuleerde vordering strekkende tot het berekenen van het door de NV Fortis Insurance Belgium bij het Fonds voor Arbeidsongevallen te vestigen prothesekapitaal voor het onderhoud en de vervanging van de inktpatronen en tot het bepalen van de duurtijd voor de vervanging van de inktpatronen. 3.
- In haar synthesebesluiten na tussenarrest en heropening debatten werpt de wetsverzekeraar op dat zij er niet toe geroepen kan worden het prothesiskapitaal te berekenen dat zij bij het F.A.O. zal dienen te vestigen voor het onderhoud en de vervanging van de inktpatronen en tevens de duurtijd voor de vervanging van de inktpatronen te bepalen nu zulks niet voor de eerste maal in beroep kan, gezien zulks wellicht aanleiding zal geven tot een "veroordeling" terwijl zij voor het eerst in beroep werd gedagvaard in "gemeenverklaring". De wetsverzekeraar beroept zich terzake op artikel 812, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek volgens welke bepaling tussenkomst tot het verkrijgen van een veroordeling niet voor de eerste maal kan plaatsvinden in hoger beroep. 3.
- In haar aanvullende besluiten na heropening der debatten werpt het F.A.O. op dat deze exceptie noch van openbare orde, noch van dwingend recht is zodat deze exceptie om toelaatbaar te zijn door de wetsverzekeraar in limine litis had moeten zijn ingesteld, wat in casu niet is gebeurd. Het gegeven dat het in artikel 812, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek gestelde verbod de openbare orde niet raakt en noch van dwingend recht is, heeft tot gevolg dat de rechter het niet ambtshalve kan te berde brengen, en dat de derde, die zelf de ontoelaatbaarheid van de tussenkomst moet opwerpen, dit niet voor het eerst kan voor het Hof van Cassatie (Cass., 20 september 1995, A.C. 1995, 8O2; Cass., 2 december 1982, A.C. 1982-83, 454). Dat gegeven impliceert evenwel niet dat de derde deze exceptie zou dienen op te werpen in limine litis, zodat het hof de door de wetsverzekeraar voor het eerst in haar synthesebesluiten na tussenarrest en heropening debatten opgeworpen exceptie toelaatbaar acht. 3.
- De gedwongen agressieve tussenkomst, welke niet voor het eerst in hoger beroep kan, strekt er in beginsel toe hetzij een veroordeling te horen uitspreken tegen een derde, hetzij vrijwaring te doen bevelen. Doch ook wanneer de eiser tot tussenkomst tegen een derde een constitutieve dan wel een (louter) declaratieve rechterlijke beslissing nastreeft, gaat het om een gedwongen agressieve tussenkomst (S. MOSSELMANS, "Tussenvorderingen", in A.P.R.-reeks, Mechelen, Wolters Kluwer, 2007, nr. 366). Op die manier creëert de tussenkomst een nieuwe procesverhouding (S. MOSSELMANS, "Tussenvorderingen in het civiele geding", T.P.R. 2006-3, nr. 61). De tussenvordering is daarentegen 'bewarend' wanneer zij er enkel toe strekt de belangen van de tussenkomende partij of één der partijen in het geding te beschermen. De vordering tot gemeen- en bindendverklaring is in beginsel louter bewarend van aard en strekt ertoe het gezag van gewijsde waarmee een rechterlijke uitspraak is of zal worden bekleed, uit te breiden tot een mogelijke belanghebbende of iemand tegen wie men (later), op basis van de te wijzen of gewezen uitspraak, een vordering wil instellen (Cass. 9 november 1992, A.C. 1992-93, 1287; Cass. 20 oktober 1988, A.C. 1988-89, 212; Cass., 14 mei 1982, A.C. 1981-82, 1140; Cass. 18 oktober 1979, A.C. 1979-8O, 211; Cass. 21 oktober 1977, A.C. 1977-78, 242). De tussenkomst tot gemeen- en bindendverklaring wordt in het Gerechtelijk Wetboek niet uitdrukkelijk geregeld, maar ligt impliciet vervat in artikel 15, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek. Zij is onderworpen aan dezelfde voorwaarden als de gedwongen tussenkomst (Cass., 13 januari 1978, A.C. 1977-78, 576; Cass., 4 oktober 1973, A.C. 1973-74, 135), zij het meer precies aan de voorwaarden van de gedwongen bewarende tussenkomst. Inderdaad, deze tussenkomst vertoont in beginsel geen agressief karakter; zij is essentieel bewarend van aard. Het voorwerp van het geschil zelf blijft ongewijzigd (S. MOSSELMANS, "Tussenvorderingen", in A.P.R.-reeks, Mechelen, Wolters Kluwer, 2007, nr. 376). Het Hof van Cassatie preciseerde in een arrest van 8 april 2005 (A.R. nr. C.O2.O108.N, www.cass.be) "dat in burgerlijke zaken, overeenkomstig artikel 812 Ger. W., een partij voor de eerste maal in hoger beroep kan tussenkomen als haar tussenkomst niet strekt tot het bekomen van een veroordeling maar tot de bevestiging van het beroepen vonnis en zich daarbij alleen aansluit bij de stelling van andere partijen" en "dat de tussenkomst binnen de grenzen moet blijven van het debat zoals het is gevoerd voor de appelrechter". Voorts oordeelde het Hof van Cassatie dat wanneer een partij in eerste aanleg geen vordering heeft ingesteld tegen een bepaalde partij, het uitgesloten is dat voor het eerst in hoger beroep een vordering tussen die partijen wordt ingesteld (Cass.,16 december 2004, A.R. C.O2.O212.N, www.cass.be; Zie ook Cass., 29 oktober 2004, A.R. C.O2.O4O6.N, www.cass.be ). 3.
- Het hof stelt in casu vast dat de wetsverzekeraar door het F.A.O. voor dit hof werd gedagvaard "in gedwongen tussenkomst en vrijwaring" om "te horen zeggen voor recht dat het tussen te komen eindarrest aan haar gemeen en tegenstelbaar wordt verklaard". Deze dagvaarding tot gedwongen tussenkomst wordt als volgt gemotiveerd: "(...) Indien de inktpatronen in de regeling betreffende de prothesen hadden dienen opgenomen te worden, quod non, dan had hierna gedaagde een prothesekapitaal moeten storten bij verzoeker voor de kosten van de vervanging van de als prothese toegekende inktpatronen. Teneinde iedere verdere betwisting omtrent de grondslag voor de tenlastename van de kosten voor de inktpatronen door hierna gedaagde, is het noodzakelijk dat deze laatste in de verdere procedure tussenkomt, teneinde te horen zeggen dat het tussen te komen eindarrest aan haar gemeen en tegenstelbaar wordt verklaard." Het hof stelt verder vast dat het F.A.O.: - in haar syntheseberoepsbesluiten in ondergeschikte orde vorderde (...) "de debatten te heropenen, teneinde het door de NV Fortis Insurance Belgium bij het F.A.O. te vestigen prothesekapitaal te berekenen voor het onderhoud en de vervanging van de inktpatronen, in welk geval tevens de duurtijd voor de vervanging van de inktpatronen dient te worden bepaald" en het tussen te komen arrest "gemeen en tegenstelbaar te verklaren opzichtens verweerster in tussenkomst"; - in haar aanvullende besluiten na heropening debatten vorderde "te zeggen voor recht dat de N.V. Fortis Insurance Belgium het prothesekapitaal voor een bedrag van 1.996,30 EUR dient te storten aan het F.A.O.". Dergelijke vorderingen komen in wezen neer op een vordering tot veroordeling welke niet voor het eerst kan worden ingesteld in hoger beroep. Ofschoon het F.A.O. 'formeel' geen veroordeling vordert van de wetsverzekeraar stelt het hof vast dat de dagvaarding tot gemeen- en bindendverklaring in casu in wezen geen bewarend karakter heeft doch er op gericht is het bedrag te bepalen van het door de wetsverzekeraar bij het F.A.O. te vestigen prothesekapitaal. Waar het hof zodoende uitgenodigd wordt zich uit te spreken over "de tenlastename van de kosten voor de inktpatronen door (de wetsverzekeraar)" is de vordering tot tussenkomst agressief van aard. Nu het F.A.O. aldus tegen de wetsverzekeraar duidelijk een constitutieve, minstens een (louter) declaratieve, rechterlijke beslissing nastreeft, betreft het een gedwongen agressieve tussenkomst (S. MOSSELMANS, "Tussenvorderingen", in A.P.R.-reeks, Mechelen, Wolters Kluwer, 2007, nr. 366). Bovendien valt niet te betwisten dat deze vordering tot gedwongen tussenkomst de grenzen van het voor het hof gevoerde debat tussen G.L.R. en het F.A.O. overstijgt (cfr. Cass., 8 april 2005, A.R. nr. C.O2.O108.N, www.cass.be). Het voorwerp van het geschil zelf wordt gewijzigd hetgeen de vordering tot tussenkomst tot gemeen- en bindendverklaring haar bewarend karakter ontneemt (S. MOSSELMANS, "Tussenvorderingen", in A.P.R.-reeks, Mechelen, Wolters Kluwer, 2007, nr. 376). Waar het hof zich bijkomend dient uit te spreken over "de tenlastename van de kosten voor de inktpatronen door (de wetsverzekeraar)" schept de tussenkomst in wezen een nieuwe procesverhouding (S. MOSSELMANS, "Tussenvorderingen in het civiele geding", T.P.R. 2006-3, nr. 61). 3.
- Het hof besluit dan ook dat de door het F.A.O. ten laste van de wetsverzekeraar ingestelde vordering tot gemeen- en bindendverklaring in wezen een agressief karakter heeft, en bijgevolg niet voor het eerst in hoger beroep kon worden ingesteld gelet op het verbod gesteld in artikel 812, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek. Er bestaat dan ook aanleiding toe deze vordering tot gedwongen tussenkomst ontoelaatbaar te verklaren. Hieruit volgt dat de door het F.A.O. in ondergeschikte orde geformuleerde vordering strekkende tot het berekenen van het door de wetsverzekeraar bij het Fonds voor Arbeidsongevallen te vestigen prothesekapitaal voor het onderhoud en de vervanging van de inktpatronen en tot het bepalen van de duurtijd voor de vervanging van de inktpatronen - welke vordering ervan uitgaat dat de wetsverzekeraar rechtsgeldig bij de procedure voor het hof werd betrokken ingevolge de dagvaarding in gedwongen tussenkomst - dient te worden verworpen. Hetzelfde geldt wat betreft de vordering door het F.A.O. geformuleerd in haar aanvullende besluiten na heropening debatten om "te zeggen voor recht dat de N.V. Fortis Insurance Belgium het prothesekapitaal voor een bedrag van 1.9996,30 EUR dient te storten aan het F.A.O.". 3.
- Het hof acht de nieuwe vorderingen die G.L.R. in zijn conclusie ontvangen ter griffie van dit hof op 29 juli 2008 na heropening van de debatten voor het eerst in hoger beroep instelt tegen de wetsverzekeraar niet toelaatbaar, en stelt voor het overige vast dat het reeds uitspraak heeft gedaan over de gehoudenheid van het F.A.O. tot terugbetaling aan G.L.R. van de kosten van de inktpatronen die hij in het verleden heeft aangekocht doch niet terugbetaald werden en die hij in de toekomst nog zal aankopen, gelet op de bevestiging door het hof van het bestreden vonnis bij tussenarrest dd. 14 april
- OP DIE GRONDEN, HET HOF, Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, waarvan de voorschriften werden nageleefd. Rechtsprekend op tegenspraak. Het arrest van 14 april 2008 verder uitwerkend: Verklaart ontoelaatbaar: - de door het Fonds voor Arbeidsongevallen ingestelde vordering tot gedwongen tussenkomst van de N.V. Fortis Insurance Belgium; - de door het Fonds voor Arbeidsongevallen ingestelde vorderingen met betrekking tot het door de N.V. Fortis Insurance Belgium te storten prothesekapitaal (cfr. hoger sub nr. 3.6.); - de door G.L.R. tegen de N.V. Fortis Insurance Belgium ingestelde vorderingen; Verwijst het Fonds voor Arbeidsongevallen in de kosten van het hoger beroep overeenkomstig artikel 68 van de Arbeidsongevallenwet (Cass.,22 mei 1989, A.C., 1988-89, 11O6); Vereffent deze kosten aan de zijde van de N.V. Fortis Insurance Belgium op 145,78 EUR rechtsplegingsvergoeding met toepassing van artikel 4 van het KB van 26 oktober 2007 (BS 9 november 2007). Laat de kosten aan de zijde van het Fonds voor Arbeidsongevallen en G.L.R. onvereffend bij gebrek aan neergelegde kostenbegroting. Aldus gewezen door: M. ZEGERS, raadsheer, voorzitter van de kamer, R. VAN TRIEST, raadsheer in sociale zaken, als werkgever, P. HEYKANTS, raadsheer in sociale zaken, als werknemer, bijgestaan door de heer P. DEVOCHT, griffier en uitgesproken door voormelde voorzitter van de zevende kamer van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, zitting houdend in openbare terechtzitting van twintig april
- PDF document ECLI:BE:AHANT:2009:ARR.20090420.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div