id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Antwerpen Vonnis/arrest van 04 november 2010 ECLI nr: ECLI:BE:AHANT:2010:ARR.20101104.7 Rolnummer: 2009/AA/25 Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2011-02-03 Raadplegingen: 115 - laatst gezien 2026-07-01 14:02 Fiche De vergoedingsperiodes van 12 en 15 maanden met betrekking tot de berekening van het dagbedrag waarvan sprake in artikel 114 van het K.B. van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering nemen een aanvang vanaf de datum van de uitkeringsaanvraag, zijnde de datum waarop ook de toelaatbaarheid van de werkloze wordt beoordeeld of vastgesteld, en dus niet vanaf de dag dat de werkloze ook effectief uitkeringen ontvangt omdat hij aan de toekenningsvoorwaarden voldoet. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Werkloosheid SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Werkloosheid - Berekening uitkering SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Werkloosheid - Berekening uitkering - Aantal daguitkeringen Vrije woorden: Arbeidsvoorziening - werkloosheid - berekening van de uitkeringen - bedrag van de daguitkering - bedrag van de werkloosheidsuitkering - periode van 12 en 15 maanden (V A N) Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 25-11-1991 - 114 - 50 ELI link Pub nr 1991013192 Tekst van de beslissing ARREST A.R. Nr. 2009/AA/25 OPENBARE TERECHTZITTING VAN VIER NOVEMBER TWEEDUIZEND EN TIEN In de zaak: RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING, openbare instelling, waarvan de zetel gevestigd is te 1000 Brussel, Keizerslaan 7, appellant, op de zitting vertegenwoordigd door mr. D. DE GIETER, loco mr. G. LAMBRECHTS, advocaat te 2000 Antwerpen, tegen:
- C D V, wonende te 2930 Brasschaat, d'Oultremontlei 41, eerste geïntimeerde, niet verschijnend ter openbare terechtzitting, noch iemand om haar te vertegenwoordigen
- HULPKAS VOOR WERKLOOSUITKERINGEN, openbare instelling, waarvan de zetel gevestigd is te 1210 Brussel, Brabantstraat 62, tweede geïntimeerde, vertegenwoordigd door mevrouw J. Christiaens, gevolmachtigde bij overdracht bevoegdheid. Het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, spreekt na beraadslaging volgend arrest uit.
- Procedure Het arbeidshof heeft kennis genomen van de volgende stukken van rechtspleging: - het proces-verbaal van de openbare terechtzittingen van 4 februari 2009, 28 januari 2010 en 7 oktober 2010; - het eensluidende verklaard afschrift van het vonnis, op tegenspraak gewezen en uitgesproken door de voorzitter van de achtste kamer van de arbeidsrechtbank te Antwerpen op 15 december 2008 (A.R. 06/398759/A); - het verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd ter griffie van het arbeidshof te Antwerpen op 16 januari 2009; Het arbeidshof heeft eveneens kennis genomen van: - het administratief dossier van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (stuk 3 dossier arbeidsauditoraat Antwerpen). Het arbeidshof heeft de middelen en conclusies van partijen gehoord tijdens de openbare terechtzitting van 7 oktober
- Daarna zijn de debatten gesloten, is het openbaar ministerie gehoord in zijn mondeling advies en is de zaak in beraad genomen.
- Ontvankelijkheid. Met een verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het arbeidshof te Antwerpen op 16 januari 2009, tekende de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening hoger beroep aan tegen een vonnis gewezen door de achtste kamer van de arbeidsrechtbank te Antwerpen op 15 december 2008 (A.R. 06/398759/A). Overeenkomstig artikel 792 van het Gerechtelijk Wetboek werd een afschrift van het vonnis ter kennis gebracht aan partijen bij gerechtsbrief van 17 december
- Het hoger beroep werd tijdig ingesteld, is regelmatig naar de vorm en ontvankelijk.
- Feiten en voorgaande rechtspleging De directeur van het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening te Antwerpen besliste op 31 januari 2007 - in toepassing van de artikelen 44 en 45 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering - Camille De Vos uit te sluiten van het recht op uitkeringen vanaf 20 december
- De directeur van het werkloosheidsbureau nam deze beslissing op grond van de feiten, die hij als volgt omschrijft (stuk 12 administratief dossier - bundel arbeidsauditoraat Antwerpen): " Wat betreft de uitsluiting op grond van de artikelen 44 en 45 van het voormeld koninklijk besluit: De reglementering voorziet dat de werkloze zonder arbeid en zonder loon moet zijn om uitkeringen te kunnen genieten (artikel 44). Wordt onder andere beschouwd als arbeid: de activiteit verricht voor zichzelf die kan worden ingeschakeld in het economische ruilverkeer van goederen en diensten en die niet beperkt is tot het gewoon beheer van het eigen bezit (artikel 45, eerste lid, 1°). Bij uw uitkeringsaanvraag van 20.12.2008 doet u aangifte vanaf 01.02.2004 een activiteit als zaakvoerder van de Coöperatieve Vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Space planning and design". Het mandaat van bestuurder in deze vennootschap is niet verenigbaar met het recht op uitkeringen daar u als bestuurder wordt beschouwd als een zelfstandige. Het betreft exploitatie van winstgevende aard. Tevens wordt u beschouwd als lasthebber van de vennootschap. Het onbezoldigd karakter betreft enkel de vrijstelling van onderwerping aan de sociale zekerheid zonder dat de hoedanigheid van zelfstandige verloren gaat. Deze activiteit kan worden ingeschakeld in het economische ruilverkeer van goederen en diensten en is niet beperkt tot het gewoon beheer van uw eigen bezit. De activiteit die u heeft verricht, moet dus worden beschouwd als arbeid in de zin van artikel
- Daar u vanaf 20.12.2006 niet zonder arbeid was, kan u geen uitkeringen genieten voor de voormelde arbeidsperiode." Op 23 maart 2007 vult Camille De Vos een formulier 'wijzigingsaangifte' in van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening waarbij zij een herziening vraagt voor haar dossier vanaf 20.12.
- De directeur van het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening te Antwerpen besliste op 30 maart 2007 - in toepassing van de artikelen 44 en 45 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering - Camille De Vos toe te laten tot het recht op uitkeringen vanaf 15 maart
- De directeur van het werkloosheidsbureau nam deze beslissing op grond van de feiten, die hij als volgt omschrijft (stuk 15 administratief dossier - bundel arbeidsauditoraat Antwerpen): "Wat betreft uw recht op uitkeringen: Bij uw uitkeringsaanvraag van 20.12.2006 deed u aangifte vanaf 01.02.2004 een activiteit als zaakvoerder van de Coöperatieve Vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Space planning en design" uit te oefenen. Met mijn beslissing van 31.01.2007 werd u vanaf 20.12.2006 uitgesloten van het recht op uitkeringen in toepassing van de artikelen 44 en 45 van voormeld koninklijk besluit. Op 20.03.2007 diende u documenten in betreffende uw ontslag als bestuurder. De buitengewone algemene vergadering van 02.03.2007 ging ermee akkoord om uw ontslag te laten ingaan op 02.12.
- De documenten werden neergelegd ter Griffie van de Rechtbank van Koophandel op 15.03.
- Vanaf 15.03.2007 voldoet u bijgevolg aan alle voorwaarden om u toe te laten tot het recht op uitkeringen." Met een schrijven van 17 april 2007 uitgaande van de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen werd Camille De Vos geïnformeerd over haar recht op uitkeringen als volledig werkloze ingevolge haar uitkeringsaanvraag of de wijziging die zij heeft aangegeven, ingaande op 15 maart
- De inhoud van dit schrijven luidt als volgt: "Hoeveel bedraagt uw uitkering? Uw recht werd vastgesteld rekening houdend met uw gezinssituatie als samenwonende zonder gezinslast. Vanaf 15.03.2007 bedraagt het dagbedrag van de uitkering 37,63 euro (eerste vergoedingsperiode). Vanaf 20.12.2007 zal het dagbedrag van de uitkering 27,37 euro bedragen (tweede vergoedingsperiode) Vanaf 20.03.2008 zal het dagbedrag van de uitkering 15,58 euro bedragen (derde vergoedingsperiode) Dit laatste bedrag werd voorlopig vastgesteld. Het zal herzien worden rekening houdend met de duur van uw beroepsloopbaan. (...)" Met verzoekschrift, neergelegd ter griffie van de arbeidsrechtbank te Antwerpen op 26 juni 2007, tekende Camille De Vos beroep aan tegen: - de administratieve beslissing van 31 januari 2007 van de directeur van het werkloosheidsbureau Antwerpen; - de administratieve beslissing van 30 maart 2007 van de directeur van het werkloosheidsbureau Antwerpen; - tegen de beslissing van 17 april 2007 van de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen waarbij het dagbedrag van de uitkeringen werd meegedeeld. Bij vonnis van de achtste kamer van de arbeidsrechtbank te Antwerpen op 15 december 2008 werd(en): - de vordering tegen de beslissing van 31 januari 2007 van de directeur van het werkloosheidsbureau Antwerpen onontvankelijk verklaard wegens laattijdigheid; - de vordering tegen de beslissing van 30 maart 2007 van de directeur van het werkloosheidsbureau Antwerpen ontvankelijk doch ongegrond verklaard met bevestiging van de administratieve beslissing van 30 maart 2007; - de vordering tegen de beslissing van 17 april 2007 ontvankelijk en gegrond verklaard; de beslissing van 17 april 2007 met betrekking tot de berekening van de dagbedragen vernietigd; - de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen, in toepassing van artikel 1017, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek, verwezen in de kosten van het geding; de kosten werden niet vereffend bij gebreke aan indiening van een kostenopgave. Met verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het arbeidshof te Antwerpen op 16 januari 2009, tekende de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening hoger beroep aan tegen voormeld vonnis van de arbeidsrechtbank te Antwerpen.
- Eisen in hoger beroep. De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (appellante) vordert: - het hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren; - het bestreden vonnis te vernietigen en de administratieve beslissingen integraal te bevestigen. Mevrouw Camille De Vos (eerste geïntimeerde) en de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen (tweede geïntimeerde) hebben geen beroepsbesluiten neergelegd.
- Ten gronde 5.
- Situering van het geschil Bij gebreke aan incidenteel beroep is het geschil in graad van hoger beroep beperkt tot de beslissing van 17 april 2007 uitgaande van de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen waarbij het dagbedrag van de uitkeringen als volledig werkloze werd vastgesteld, rekening houdend met de gezinssituatie van mevrouw Camille De Vos, meer bepaald samenwonende werknemer zonder gezinslast. De Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen heeft het recht op uitkeringen van Camille De Vos als volgt vastgesteld. - vanaf 15.03.2007 bedraagt het dagbedrag van de uitkering 37,63 euro (eerste vergoedingsperiode); - vanaf 20.12.2007 zal het dagbedrag van de uitkering 27,37 euro bedragen (tweede vergoedingsperiode); - vanaf 20.03.2008 zal het dagbedrag van de uitkering 15,58 euro bedragen (derde vergoedingsperiode). Overeenkomstig de werkloosheidsreglementering verschilt het bedrag van de werkloosheidsuitkering naargelang de werkloze zich in de eerste 12 maanden werkloosheid bevindt, dan wel in een latere periode (zie verder in arrest onder punt 5.
- beoordeling). Huidig geschil heeft betrekking op de wijze van berekenen van de 'eerste 12 maanden van werkloosheid'. De arbeidsrechtbank oordeelde dat de berekening van de termijnen en bedragen voorzien in artikel 114 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 slechts beginnen te lopen vanaf de datum van eerste uitkering, zijnde vanaf 15 maart 2007 terwijl de Rijksdienst laat gelden dat de eerste vergoedingsperiode aanvangt op 20 december 2006 en eindigt op 19 december
- 5.
- Beoordeling Uit de gegevens van het administratief dossier blijkt dat mevrouw De Vos, na een tewerkstelling bij nv WE Belgium vanaf 1 februari 2004 tot 19 juli 2006 met betaling van een verbrekingsvergoeding dekkende de periode van 20 juli 2006 tot en met 19 december 2006, werkloosheidsuitkeringen heeft aangevraagd vanaf 20 december 2006 (stuk 2 administratief dossier: formulier C4). Om toegelaten te worden tot het recht op werklosheidsuitkeringen dient de werkloze een aantal arbeidsdagen in loondienst te bewijzen gedurende een bepaalde referteperiode onmiddellijk voorafgaand aan de uitkeringsaanvraag. Mevrouw De Vos was op datum van uitkeringsaanvraag 33 jaar en diende overeenkomstig artikel 30, 1° van het van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering 312 arbeidsdagen te bewijzen in de loop van 18 maanden voor haar uitkeringsaanvraag. Er bestaat geen betwisting tussen partijen dat mevrouw De Vos voldeed aan de toelaatbaarheidsvoorwaarden zodat zij vanaf 20 december 2006 toelaatbaar was tot het stelsel van de werkloosheidsverzekering. Naast de toelaatbaarheidsvoorwaarden dient de werkloze ook te voldoen aan de toekenningsvoorwaarden zoals bepaald in titel II, hoofdstuk III van het van het koninklijk besluit van 25 november
- Bij haar uitkeringsaanvraag van 20 december 2006 deed mevrouw De Vos aangifte vanaf 1 februari 2004 een activiteit als zaakvoerder van de Coöperatieve Vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Space planning and design" uit te oefenen. Op grond hiervan werd betrokkene bij beslissing van 31 januari 2007 van de directeur van het Werkloosheidsbureau Antwerpen uitgesloten van het recht op uitkeringen vanaf 20 december 2006 in toepassing van de artikelen 44 en 45 van het koninklijk besluit van 25 november
- Na haar ontslag als bestuurder, waarvan de documenten werden neergelegd ter griffie van de rechtbank van koophandel op 15 maart 2007, besliste de directeur van het werkloosheidsbureau Antwerpen dat mevrouw De Vos recht heeft op uitkeringen vanaf 15 maart
- Het bedrag van de werkloosheidsuitkering wordt behandeld in titel II, hoofdstuk IV, afdeling 2, onderafdeling 2 van het Werkloosheidsbesluit. Artikel 114, §§ 1 en 2 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, zoals van toepassing op datum van de bestreden administratieve beslissing, bepaalt: §
- Het basisdagbedrag van de werkloosheidsuitkering wordt vastgesteld op 40 pct. van het gemiddeld dagloon. (K.B. 24.1.2002, art. 4, A, inw. 1.1.2002) §
- Het basisdagbedrag van de werkloosheidsuitkering wordt tijdens de eerste twaalf maanden van werkloosheid verhoogd met een aanpassingstoeslag, vastgesteld op 15 pct. van het gemiddeld dagloon. Na deze eerste twaalf maanden wordt dit basisbedrag voor de werknemer met gezinslast verhoogd met een toeslag voor gezinslast, vastgesteld op 15 pct. van het gemiddeld dagloon. (K.B. 24.1.2002, art. 4, B; inw. 1.1.2002). Artikel 114 § 4 eerste en tweede lid van het koninklijk besluit van 25 november 1991, zoals ten deze van toepassing, bepaalt: "In afwijking van § 1 wordt, na de eerste vijftien maanden van werkloosheid, het dagbedrag van de werkloosheidsuitkering van de samenwonende werknemer bepaald op [...EUR]. Deze periode van vijftien maanden wordt verlengd met drie maanden per jaar beroepsverleden als loontrekkende. Deze afwijking is niet van toepassing op de werknemer die op het einde van de in het eerste lid bedoelde periode: 1° hetzij een beroepsverleden als loontrekkende van 20 jaar heeft; 2° hetzij een blijvende graad van arbeidsongeschiktheid van ten minste 33%heeft; het percentage van arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld door de voor het werkloosheidsbureau aangewezen geneesheer overeenkomstig de procedure voorzien in artikel 141." Uit de bepaling van artikel 114 §§ 1 en 2 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering blijkt duidelijk dat het basisbedrag van de werkloosheidsuitkeringen tijdens de eerste 12 maanden van de werkloosheid vastgesteld wordt op 40% van het gemiddeld dagloon verhoogd met een aanpassingstoeslag vastgesteld op 15% van het gemiddeld dagloon. In de tekst van artikel 114 §§ 1 en 2 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 staat dus geenszins vermeld dat het dagbedrag vastgesteld wordt op 40% van het gemiddeld dagloon verhoogd met een aanpassingstoeslag vastgesteld op 15% van het gemiddeld dagloon tijdens de eerste 12 maanden van betaling (of toekenning) van werkloosheidsuitkeringen. De berekening van het dagbedrag en de vaststelling van de vergoedingsperiode neemt dienvolgens een aanvang vanaf begin van de werkloosheid, zijnde vanaf 20 december 2006 (datum uitkeringsaanvraag). De eerste vergoedingsperiode loopt vanaf 20 december 2006 en eindigt op 19 december
- De tweede vergoedingsperiode neemt een aanvang op 20 december 2007 en eindigt op 19 maart
- De arbeidsrechtbank heeft dus ten onrechte de beslissing van 17 april 2007 uitgaande van de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen vernietigd. Het hoger beroep is gegrond. OP DIE GRONDEN, HET HOF, Gelet op de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Gehoord het openbaar ministerie, vertegenwoordigd door F. Slachmuylders, substituut-generaal, in zijn eensluidend mondeling advies op de openbare terechtzitting van 7 oktober
- Partijen verklaarden geen opmerkingen te hebben over het advies. Na beraadslaging, doet uitspraak bij verstek tegenover eerste geïntimeerde en op tegenspraak tegenover tweede geïntimeerde. Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond. Vernietigt dienvolgens het bestreden vonnis uitgesproken door de voorzitter van de achtste kamer in openbare terechtzitting van de arbeidsrechtbank te Antwerpen van 15 december 2008 (A.R. 06/398759/A) in zoverre de beslissing van 17 april 2007 uitgaande van de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen wordt vernietigd. Opnieuw recht doende. Bevestigt de beslissing van 17 april 2007 uitgaande van de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen. Verwijst de Rijksdienst voor Arbeidsvoorzieing, overeenkomstig artikel 1017, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek, in de kosten van hoger beroep. Laat de kosten aan de zijde van beide partijen onvereffend bij gebrek aan neergelegde kostenbegroting. Aldus gewezen door: G. ADRIAENSENS, raadsheer, voorzitter van de kamer, E. SCHERPEREEL, raadsheer in sociale zaken als werkgever, I. AERTS, raadsheer in sociale zaken als werknemer, bijgestaan door M. VAN LOO , griffier. M. VAN LOO I. AERTS E. SCHERPEREEL G. ADRIAENSENS en uitgesproken door voormelde voorzitter van de vierde kamer van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, zitting houdend te Antwerpen in openbare terechtzitting van vier november tweeduizend en tien. PDF document ECLI:BE:AHANT:2010:ARR.20101104.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div