← België

VITAS cv tegen B.D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Antwerpen Vonnis/arrest van 07 januari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:AHANT:2025:ARR.20250107.1 Rolnummer: 2024/AH/16 Zaak: VITAS cv tegen B.D. Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2026-01-08 Raadplegingen: 569 - laatst gezien 2026-06-18 06:15 Fiche Een werkneemster was arbeidsongeschikt van 24 augustus 2021 tot en met 6 september

  1. Op 24 augustus 2021 om 16u55 bood een controlearts zich aan op haar adres. Zij was op dat ogenblik niet thuis omdat ze naar de kinesitherapeut was. In het arbeidsreglement werd echter een beschikbaarbeidsverplichting opgenomen (cf. artikel 31, § 3, tweede lid Arbeidsovereenkomstenwet): “Het arbeidsongeschikte personeelslid moet zich, ongeacht of hij zich al dan niet mag verplaatsen, gedurende de eerste 3 dagen van arbeidsongeschiktheid vanaf 13u tot 17u thuis of op de door hem meegedeelde andere verblijfplaats ter beschikking houden voor controle. …” Het arbeidshof oordeelt dat de bepaling in het arbeidsreglement geldig is. De werkgever beschouwde de afwezigheid van de werkneemster terecht als een onttrekking aan de controle. Het arbeidshof oordeelt dat de werkneemster geen wettige reden had om niet thuis te zijn. Een afspraak bij een kinesist kan geenszins gelijkgesteld worden met een bezoek aan de behandelende arts of een bezoek aan het ziekenhuis voor medische onderzoeken, noch met een ziekenhuisopname. Een afspraak bij een kinesist wordt niet de dag zelf gemaakt, maar ligt daarentegen reeds langer vast. De werkneemster had haar werkgever moeten verwittigen van haar verblijfplaats tijdens de afspraak bij de kinesist, wat zij niet gedaan heeft. De werkgever hield als sanctie het gewaarborgd loon in vanaf 24 augustus 2021 en dit voor de volledige ziekteperiode. In principe kan de werkgever inderdaad het gewaarborgd loon inhouden vanaf het begin van de arbeidsongeschiktheidsperiode cf. artikel 31, §3/1 Arbeidsovereenkomstenwet. Vanaf het ogenblik dat de werkneemster een effectieve controle ondergaat, herwint zij het recht op gewaarborgd loon vanaf deze nieuwe controle. De werkgever kan een nieuwe controle organiseren, maar is hiertoe niet verplicht. De beslissing van de werkgever om gewaarborgd loon in te houden moet wel te goeder trouw worden genomen. De controlearts bracht geen nieuw bezoek aan de werkneemster. De werkneemster kreeg evenmin een oproeping om zich aan te bieden bij de controlearts, noch een ingebrekestelling van haar werkgever. Rekening houdend met de concrete elementen van de zaak oordeelt het arbeidshof dat de beslissing om het gewaarborgd loon voor de volledige resterende periode van arbeidsongeschiktheid in te houden disproportioneel en onredelijk is. Deze inhouding houdt derhalve een inbreuk in op de verplichte uitvoering van de arbeidsovereenkomst te goeder trouw. Het arbeidshof acht de inhouding van gewaarborgd loon enkel voor de dag van de controle (24 augustus 2021) proportioneel en redelijk. Thesaurus CAS: ARBEIDSOVEREENKOMST - SCHORSING VAN DE OVEREENKOMST UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Schorsing (arbeidsovereenkoms) Vrije woorden: arbeidsovereenkomst - arbeidsongeschiktheid - beschikbaarheidsverplichting - onttrekking aan controle - sanctie gewaarborgd loon inhouden - goede trouw Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 31 - 03 Link Justel databank 19780703-03 Tekst van de beslissing Datum van uitspraak: 7 januari 2025 Rolnummer: 2024/AH/16 -- ARBEIDSHOF ANTWERPEN Afdeling Hasselt Kamer 3 -- VITAS cv, ON 0239.946.326, met zetel te 3990 PEER, J.H. Leynenstraat 30, met als raadsman mr. RENETTE Steven, advocaat te HASSELT, die pleit, tegen: B.D., RRN B.D., Woonplaats B.D. met als raadsman mr. COOLS Bart, advocaat te LOMMEL, die pleit. Het hoger beroep is gericht tegen het vonnis van 23 november 2023 van de arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Hasselt. Het arbeidshof past de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken toe.
  2. ONTVANKELIJKHEID Op 23 november 2023 sprak de arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Hasselt een vonnis uit. Het vonnis werd niet betekend. Op 29 januari 2024 legde VITAS CV een verzoekschrift tot hoger beroep neer op de griffie van het Arbeidshof Antwerpen, afdeling Hasselt. Met conclusie, ontvangen op 14 april 2024 ter griffie van dit arbeidshof, stelt mevrouw B.D. incidenteel beroep in. Het hoger beroep en het incidenteel beroep werden tijdig ingesteld, zijn regelmatig naar de vorm en dus ontvankelijk. Het arbeidshof kan nu over de inhoud beslissen.
  3. FEITEN EN VOORAFGAANDE PROCEDURE Mevrouw B.D. trad volgens beide partijen op 1 januari 2019 in dienst bij de CV als arbeider met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur. Met schrijven van 11 februari 2022 werd voormelde arbeidsovereenkomst door mevrouw B.D. beëindigd. Op 3 april ging mevrouw B.D. uit dienst. Mevrouw B.D. was arbeidsongeschikt van 24 augustus 2021 tot en met 6 september
  4. Op 24 augustus 2021 om 16u55 heeft een controlearts zich aangeboden op het adres van mevrouw B.D.. Zij was op dat ogenblik niet thuis. De CV betaalde geen gewaarborgd loon voor de ziekteperiode van 24 augustus 2021 tot en met 6 september
  5. Bij schrijven van 12 juli 2022 liet mevrouw B.D. via haar vakorganisatie aan de CV het volgende weten: “(…) Uit onderzoek van het dossier is gebleken dat betrokkene nog het volgende tegoed heeft: 900,63 EUR bruto (gewaarborgd loon 24/08/2021 - 06/09/2021) Uit de stukken van het dossier blijkt dat betrokkene arbeidsongeschikt was van 24/08/2021 t.e.m. 06/09/
  6. Op 24/08/2021 stuurde u een controlearts naar de woonst van betrokkene. Zij was op dat ogenblik evenwel niet aanwezig aangezien zij een behandeling onderging bij haar kinesitherapeut. U heeft bijgevolg geweigerd het gewaarborgd loon te betalen, stellende dat betrokken zich onttrokken heeft aan een controle. U verwijst eveneens naar de bepalingen van het arbeidsreglement dat zou stellen dat betrokkene bepaalde uren van de dag thuis dient te zijn. Een CAO gesloten op sectoraal of ondernemingsvlak of het arbeidsreglement kan inderdaad een dagdeel bepalen van maximum 4 aaneengesloten uren die zich tussen 7 uur en 20 uur bevinden, gedurende hetwelk de werknemer zich in zijn woonplaats of een aan de werkgever meegedeelde verblijfplaats ter beschikking dient te houden voor een bezoek van een controlearts. (artikel 31 § 3 arbeidsovereenkomstenwet) De FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg preciseerde dat deze verplichting beperkt moet zijn in de tijd; bijvoorbeeld maar tot maximaal de eerste week ziekte. Verplicht een CAO of het arbeidsreglement de werknemer om een bepaald dagdeel aanwezig te zijn op de verblijfsplaats dan kan de afwezigheid op het aangeduide dagdeel beschouwd worden als het zich onttrekken aan de controle, tenzij er wettige redenen zijn. Kan de werknemer het bewijs leveren van een wettige reden, bijvoorbeeld het hebben van een afspraak bij de behandelde arts op dat exacte moment, het zich naar de apotheek begeven voor dringende medicatie, het gehospitaliseerd zijn, ... dan is er geen sprake van het zich onttrekken aan de controle en is het gewaarborgd loon wel degelijk verschuldigd. 0.
  7. is het volgen van een medische behandeling een wettige reden, zodat het gewaarborgd loon verschuldigd is. Ingeval van akkoord kunt u het overeenstemmende netto bedrag storten op onze rekening BE92-2900-0520-9123 met vermelding van onze referte 22/000679 en ons de corresponderende loonbrief bezorgen. Wij maken dit dan aan ons lid over. Gelieve ons in elk geval uw eventuele opmerkingen te laten kennen binnen de 14 dagen. Bij gebrek aan reactie zullen wij genoodzaakt zijn het geschil aanhangig te maken bij de bevoegde arbeidsrechtbank. (…)” De CV reageerde hierop als volgt: “Naar aanleiding van uw schrijven van 12/07/2022 bezorg ik u hierbij onze opmerkingen. B.D. was afwezig wegens ziekte van 24/08/2021 tot en met 06/09/
  8. Op 24/08/2021 om 16u55 heeft zich een controledokter aangeboden op het adres van B.D.: Woonplaats B.D.. Zij was op dat moment afwezig. We hebben dan ook het arbeidsreglement toegepast voor haar afwezigheid van 24/08/2021 tot en met 06/09/2022 en ze heeft voor deze periode geen gewaarborgd loon ontvangen. We willen hierbij duidelijk maken dat we gehandeld hebben conform de wetgeving en in overeenstemming met ons aanwezigheidsbeleid en arbeidsreglement. In deze documenten, die B.D. persoonlijk heeft ontvangen, staat opgenomen dat de medewerker de eerste 3 dagen van ziekte thuis aanwezig moet zijn van 13u tot 17u om zich aan een mogelijke controle te onderwerpen. Zoals u zelf aangeeft in uw brief, zijn deze regels volledig conform de geldende wetgeving en de desbetreffende richtlijnen van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. De afwezigheid van B.D. op 24/08/2021 om 16u55 is bijgevolg in strijd met ons aanwezigheidsbeleid en arbeidsreglement. Als gevolg hiervan hebben we haar op de hoogte gebracht dat ze geen loon ontvangt voor de periode van 24/08/2021 tem 06/09/
  9. Indien het personeelslid tijdens deze eerste 3 dagen van 13u tot 17u niet aanwezig kan zijn, moet de werkgever hiervan op voorhand verwittigd worden door het personeelslid. B.D. heeft nagelaten om te verwittigen dat ze niet aanwezig kon zijn voor controle. Ze heeft echter nadien wel naar een medewerker van onze personeelsdienst getelefoneerd. Hier heeft mevrouw B.D. als argument voor haar afwezigheid gemeld dat ze haar kinderen was gaan halen van school. Weken later ontvangen we een op 10 september 2021 gedateerd, niet ondertekend document waaruit zou moeten blijken dat ze niet haar kinderen van school zou gaan halen zijn, zoals ze initieel zelf als argument en verdediging van haar afwezigheid heeft aangegeven, maar een afspraak zou hebben bij een kinesitherapeut. Daarenboven geeft ook het getuigschrift van verstrekte hulp dat aan dat document is toegevoegd, geen enkel overtuigend bewijs dat ze net op het moment dat de controlearts zich aangeboden heeft bij haar thuis, een afspraak had met de kinesist. Om deze redenen trekken we dan ook de waarachtigheid van de redenen van afwezigheid, eerst het afhalen van haar kind van school, later een bezoek aan de kinesist, ernstig in twijfel. In de gegeven omstandigheden menen we dan ook dat hier enkel de toepassing gemaakt kan worden van de in het arbeidsreglement voorziene sanctie, m.n. dat er voor de betrokken periode geen gewaarborgd loon verschuldigd is. De wijzigende aanspraken die mevrouw B.D. aanhaalt vinden we dan ook ongegrond. Met vriendelijke groeten, A.C. Algemeen directeur” Op 23 december 2022 dagvaardde mevrouw B.D. de CV voor de arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Hasselt, waarin zij verzocht: “De vordering ontvankelijk en gegrond te horen verklaren. Gedaagde te horen veroordelen tot betaling van 900,63 EUR bruto ten titel van gewaarborgd loon voor de periode vanaf 24/08/2021 tot en met 06/09/2021, meer de wettelijke en gerechtelijke interesten vanaf de dag van opeisbaarheid tot de dag van algehele betaling. Gedaagde partij(en) tevens te horen veroordelen tot de kosten van het geding met inbegrip van de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding voorzien bij artikel 1022 van het Gerechtelijke Wetboek ad. 600,00 EUR. Het tussen te komen vonnis uitvoerbaar te horen verklaren bij voorraad niettegenstaande elk rechtsmiddel, en zonder zekerheidstelling en met uitsluiting van kantonnement. Onder uitdrukkelijk voorbehoud van alle rechten en middelen.” Met vonnis van 23 november 2023 oordeelde de arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Hasselt, als volgt: “Na beraadslaging en op tegenspraak; Verklaart de vordering ontvankelijk en gegrond als volgt. Veroordeelt VITAS tot betaling aan B.D. van 810,57 euro bruto, te vermeerderen met verwijlsinteresten aan de wettelijke interestvoet vanaf de dag van opeisbaarheid tot de dag van algehele betaling. Veroordeelt VITAS tot afgifte van de overeenstemmende sociale documenten. Verwijst VITAS in de kosten, en vereffent de kosten tot op heden: - aan de zijde van B.D. op 600 euro rechtsplegingsvergoeding; - aan de zijde van VITAS op 600 euro rechtsplegingsvergoeding.” Tegen het vonnis van 23 november 2023 tekende de CV op 29 januari 2024 hoger beroep aan.
  10. EISEN IN HOGER BEROEP Met conclusie van 27 september 2024 vordert de CV: “Het hoger beroep van VitaS cv als ontvankelijk en gegrond te verklaren. Dienvolgens het vonnis van de arbeidsrechtbank te Hasselt van 23 november 2023 te vernietigen en opnieuw recht te spreken. De oorspronkelijke vordering van mevrouw B.D. als ontvankelijk doch als volledig ongegrond van de hand te wijzen. Mevrouw B.D. te veroordelen tot de kosten van het geding die vastgesteld kunnen worden als volgt: - RPV eerste aanleg: € 600,00; - RPV graad van beroep: € 600,
  11. Waarvan akte, Onder alle voorbehoud en zonder enige nadelige erkentenis.” Met conclusie van 27 oktober 2024 vordert mevrouw B.D.: “Het bij middel van huidig verzoekschrift ingesteld hoger beroep toelaatbaar, maar ongegrond te verklaren, het bestreden vonnis te vernietigen en opnieuw recht te doen aangaande de vorderingen van geïntimeerde gegrond te verklaren als volgt, te horen zeggen voor recht als volgt: De bestreden beslissing te vernietigen en te horen zeggen voor recht dat verzoeker voor de gehele ziekteperiode dient vergoed te worden ten belope van 900,63 euro, vermeerderd met de actuele gerechtelijke interesten. In ondergeschikte orde het vonnis van de arbeidsrechtbank te bevestigen. Appellante te veroordelen tot de kosten van het geding, deze in hoofde van appellante begroot zijnde op: - Rechtsplegingsvergoeding arbeidsrechtbank: 600 euro - Rechtsplegingsvergoeding hoger beroep: 600 euro Onder alle voorbehoud en zonder enige nadelige erkentenis en onder betwisting van elke niet uitdrukkelijk erkend feit.”
  12. TEN GRONDE 4.
  13. wettelijk kader Met ingang op 1 januari 2014 werden door hoofdstuk 3 van de wet van 26 december 2013 betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten wijzigingen aangebracht met het oog op de afschaffing van de carenzdag. Vanaf 1 januari 2014 bepaalt artikel 31, § 3, van de Arbeidsovereenkomstenwet als volgt: “Bovendien mag de werknemer niet weigeren een door de werkgever gemachtigd en betaald arts die voldoet aan de bepalingen van de wet van 13 juni 1999 betreffende de controlegeneeskunde, hierna controlearts genoemd, te ontvangen, noch zich door deze te laten onderzoeken. Behoudens wanneer diegene die het geneeskundig getuigschrift aan de werknemer heeft afgeleverd oordeelt dat zijn gezondheidstoestand hem niet toelaat zich naar een andere plaats te begeven, moet de werknemer zich desgevraagd bij de controlearts aanbieden. De reiskosten van de werknemer zijn ten laste van de werkgever. (…)". Artikel 31 § 3/1 van de Arbeidsovereenkomstenwet bepaalt vanaf dan: “De werknemer die: - in strijd met paragraaf 2, eerste lid, behoudens overmacht, nalaat zijn werkgever onmiddellijk op de hoogte te brengen van zijn arbeidsongeschiktheid of; - in strijd met paragraaf 2, derde lid, nalaat om het geneeskundig getuigschrift binnen de voorgeschreven termijn voor te leggen of; - in strijd met paragraaf 3, behoudens wettige reden, zich aan de controle onttrekt, kan het recht worden ontzegd op het in de artikelen 52, 70, 71 en 112 bedoelde loon voor de dagen van ongeschiktheid die de dag van deze verwittiging, voorlegging of controle voorafgaan." De rechtspraak heeft de sanctie van inhouding van het gewaarborgd loon reeds toegepast vooraleer dit uitdrukkelijk werd voorzien in de Arbeidsovereenkomstenwet door de Wet Eenheidsstatuut, omdat het onttrekken aan controle als een fout werd gekwalificeerd. Wanneer de werknemer evenwel een wettige reden heeft als gevolg waarvan hij de controlearts niet kan ontvangen of geen gevolg kan geven aan de oproep van de controlearts (bijvoorbeeld hospitalisatie of een bezoek aan de behandelende arts), dan kan de werknemer dit gewaarborgd loon niet inhouden. De notie ‘zich onttrekken’ en de eventuele verantwoording die de werknemer inroept zal steeds in concreto moeten worden beoordeeld. De bewijslast dat de werknemer zich daadwerkelijk heeft onttrokken aan de controle, rust op de werkgever. De weigering van de werknemer moet met voldoende zekerheid vaststaan en de werkgever moet zich ervoor behoeden overhaast conclusies te trekken. Hierbij rijst dan de vraag wanneer er sprake is van een onttrekking aan de controle van de arbeidsongeschiktheid door de controlearts. Als uitgangspunt geldt dat de werknemer verplicht is om de controle te ondergaan en eraan mee te werken. Doet hij dit niet, dan ‘onttrekt’ hij zich aan de controle en wordt hij daarvoor gesanctioneerd in de uitbetaling van het gewaarborgd loon. De notie ‘onttrekking aan de controle’ is niet wettelijk bepaald en het is in voorkomend geval aan de rechter om in concreto te beoordelen of er al dan niet sprake is van een onttrekking in hoofde van de arbeidsongeschikte werknemer. In de parlementaire voorbereiding bij de Wet Eenheidsstatuut werd enkel een negatieve invulling van het begrip gegeven. Er is namelijk geen sprake van een onttrekking aan de controle als de werknemer zich omwille van overmacht of van een ‘wettige reden’ niet aan de controle kan onderwerpen. De werknemer moet de controlearts ontvangen en zich door hem laten onderzoeken. De werknemer moet zich dus niet alleen onderwerpen aan het medisch onderzoek, maar moet daarnaast het nodige doen opdat deze controle effectief en in normale omstandigheden kan uitgevoerd worden . Concreet betekent dit onder meer dat dat de werknemer die zich niet op zijn gewone woonplaats bevindt, de werkgever moet inlichten over zijn verblijfplaats. Op de kritiek op de maatregel waarbij een arbeidsongeschikte werknemer zich gedurende een dagdeel van maximaal 4 aaneengesloten uren tussen 7 uur ’s ochtends en 8 uur ’s avonds op zijn thuisadres, dan wel op een aan de werkgever meegedeelde andere verblijfplaats, ter beschikking moet houden van de controlearts, wees de minister er ter herinnering op dat “dit mechanisme door de sociale partners is aanvaard als compensatie voor de afschaffing van de carenzdag”. Dit mechanisme is met andere woorden de tegenhanger van het recht dat alle werknemers voortaan hebben om vanaf de eerste dag afwezigheid wegens ziekte te worden betaald. In de memorie van toelichting bij de Wet Eenheidsstatuut wordt uitdrukkelijk vermeld dat de mogelijkheid van een beschikbaarheidsverplichting enkel kan worden toegepast met een strikte eerbied voor het beginsel van proportionaliteit ten aanzien van het doel van de medische controle. Deze proportionaliteitsregel impliceert dat deze bijkomende verplichting voor de werknemer, die de woning niet mag verlaten, beperkt moet zijn in de tijd. Verder wordt in deze memorie van toelichting bevestigd dat, tenzij er wettige redenen zijn, de afwezigheid in de woonst of de verblijfplaats op het aangeduide dagdeel kan aanzien worden als het zich onttrekken aan de controle. Als ‘wettige reden’ worden in de parlementaire voorbereiding de ‘hospitalisatie’ of een ‘doktersbezoek’ vermeld. Deze voorbeelden zijn echter niet exhaustief. Bij gebrek aan wettelijke definitie van de begrippen ‘onttrekking’ en ‘wettige reden’ behoort het tot de soevereine appreciatievrijheid van de rechter om te beoordelen of de werknemer zich aan de controle weigerde te onderwerpen. Als het begrip ‘wettige reden’ te ruim wordt opgevat, ontstaat volgens de minister een risico op misbruik. Een correcte toepassing van dit artikel impliceert eveneens een proportionele invulling van de verplichting ten opzichte van het doel van de medische controle. In een cao of het arbeidsreglement moeten daarover afspraken worden gemaakt tussen werkgever en werknemer. In geval van betwisting moet de arbeidsrechtbank daar eventueel over oordelen . 4.
  14. toepassing in casu De CV betaalde geen gewaarborgd loon voor de ziekteperiode van 24 augustus 2021 tot en met 6 september 2021, omdat mevrouw B.D. zich op 24 augustus 2021 aan de controle van de controlearts heeft onttrokken, zonder dat mevrouw B.D. hiervoor volgens de CV een wettige reden had. Mevrouw B.D. is van oordeel dat het bezoek aan de kinesist op 24 augustus 2021 om 17.00 uur wel een wettige reden was en maakt aanspraak op gewaarborgd loon voor de volledige ziekteperiode. Het arbeidshof oordeelt als volgt: 4.2.a. geldige bepaling in het arbeidsreglement De CV heeft in bijlage 4 van het arbeidsreglement onder punt ‘3) Medische controle’ het volgende opgenomen: “(…)Het arbeidsongeschikte personeelslid moet zich, ongeacht of hij zich al dan niet mag verplaatsen, gedurende de eerste 3 dagen van arbeidsongeschiktheid vanaf 13u tot 17u thuis of op de door hem meegedeelde andere verblijfplaats ter beschikking houden voor controle. Hetzelfde geldt bij een verlenging. Indien het personeelslid in deze periode door diens afwezigheid niet kan gecontroleerd worden, zal het personeelslid geen gewaarborgd loon (of salaris voor statutaire personeelsleden) ontvangen voor deze ziekteperiode. Dit geldt ook voor diegenen die het huis mogen verlaten. Het arbeidsongeschikt personeelslid dat het huis mag verlaten, moet zich ook buiten de voormelde periode van 3 dagen thuis voor controle beschikbaar houden. Indien het arbeidsongeschikt personeelslid dan afwezig zou zijn, zal de controlearts een bericht achterlaten met de vermelding van de dag dat het personeelslid zich ter beschikking moet houden voor de controle. In die hypothese, is het arbeidsongeschikt personeelslid dan verplicht in zijn woning aanwezig te zijn en zich ter beschikking te houden voor de medische controle, ongeacht of het personeelslid zich al dan niet mag verplaatsen overeenkomstig het geneeskundig getuigschrift. Indien het personeelslid op dat moment nogmaals afwezig is wordt dit gelijkgesteld met het onmogelijk maken van de medische controle.” Deze bepaling , is een louter correcte toepassing van artikel 31, § 3, tweede lid , van de Arbeidsovereenkomstenwet, dat vanaf 1 januari 2014 bepaalt: “Een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten hetzij in een paritair comité of subcomité, hetzij buiten een paritair orgaan, of het arbeidsreglement kan een dagdeel bepalen van maximum 4 aaneengesloten uren die zich tussen 7 uur en 20 uur bevinden, gedurende hetwelk de werknemer zich in zijn woonplaats of een aan de werkgever meegedeelde verblijfplaats ter beschikking houdt voor een bezoek van een controlearts.” De beschikbaarheidsverplichting in het arbeidsreglement is beperkt in de tijd, nu de tekst van de wet wordt hernomen. De beschikbaarheidsverplichting werd dan ook toegepast met een strikte eerbied voor het beginsel van proportionaliteit ten aanzien van het doel van de medische controle. Verder stelt het arbeidshof vast dat mevrouw B.D. niet betwist dat zij kennis kreeg van het arbeidsreglement, noch dat de juiste procedure werd gevolgd om de uren van een mogelijk bezoek van de controlearts in het arbeidsreglement vast te leggen. Ook de sanctie in voornoemde bijlage van het arbeidsreglement, met name dat het personeelslid geen gewaarborgd loon zal ontvangen voor deze ziekteperiode bij gebrek aan een controle door de afwezigheid van het personeelslid, is in overeenstemming met de wettelijke voorwaarden van artikel 31, § 3/
  15. De bepaling in het arbeidsreglement is is in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en kon worden toegepast ten aanzien van mevrouw B.D.. 4.2.b. mevrouw B.D. had geen wettige reden Tussen partijen bestaat er geen betwisting over dat mevrouw B.D. afwezig was op het ogenblik dat de controlearts zich aanbood, op 24 augustus 2021 om 16.55 uur . Mevrouw B.D. betwist niet dat zij op het ogenblik van de controle op de eerste dag van haar arbeidsongeschiktheid thuis moest zijn ingevolge de geldige beschikbaarheidsverplichting in het eerste lid van voornoemde bepaling van het arbeidsreglement. Evenmin bestaat er betwisting over dat mevrouw B.D. een bezoek aan de kinesist op 24 augustus 2021 om 17.00 uur als wettige reden inroept. De CV betwist ook niet dat mevrouw B.D. op dat ogenblik een bezoek bracht aan de kinepraktijk Physioplus te Houthalen-Helchteren . Het arbeidshof is het met de eerste rechters eens dat een bezoek aan de kinesist niet kan aanzien kan worden als een wettige reden om zich aan de controle te onttrekken. Een afspraak bij een kinesist kan geenszins gelijkgesteld worden met een bezoek aan de behandelend arts of een bezoek aan het ziekenhuis om medische onderzoeken te ondergaan, noch met een ziekenhuisopname. Een afspraak bij een kinesist wordt niet de dag zelf gemaakt, maar ligt daarentegen reeds langer vast. Kinesitherapie gebeurt op voorschrift van een arts en nadat afspraken bij de kinesist zijn ingepland. Een bezoek aan de huisarts is meestal niet op voorhand gepland, een afspraak bij de kinesist wel. Hieruit volgt inderdaad dat mevrouw B.D. de CV ingevolge het arbeidsreglement had moeten en kunnen verwittigen van haar verblijfplaats tijdens de afspraak bij de kinesist, wat zij niet gedaan heeft. De werknemer moet de controlearts ontvangen en zich door hem laten onderzoeken. De werknemer moet zich dus niet alleen onderwerpen aan het medisch onderzoek, maar moet daarnaast het nodige doen opdat deze controle effectief en in normale omstandigheden kan uitgevoerd worden . Concreet betekent dit onder meer dat de werknemer die zich niet op zijn gewone woonplaats bevindt, de werkgever moet inlichten over zijn verblijfplaats. Dat de oefentherapie en manuele therapie bij de kinesitherapeut noodzakelijk was om haar pijnklachten te bestrijden, zoals mevrouw B.D. aanvoert, is dan ook niet relevant bij de beoordeling van de ‘wettige reden’. Mevrouw B.D. wijst er tot slot op dat de controlearts langskwam om 16.55 uur, hetzij slechts vijf minuten voor de eindduur van 17.00 uur zoals opgenomen in het arbeidsreglement. Dat het bezoek om 16.55 uur plaatsvond, doet evenmin afbreuk aan het feit dat mevrouw B.D. tijdens het aangeduide dagdeel, zoals voorzien in de geldige beschikbaarheidsverplichting in voornoemd punt 3 van bijlage 4 in het door mevrouw B.D. gekende arbeidsreglement met daarin de uren van een mogelijk bezoek van de controlearts, niet thuis was, zonder dat zij haar werkgever had ingelicht over haar andere verblijfplaats op dat specifieke ogenblik. Anders oordelen zou de bepaling in het arbeidsreglement uithollen. Het arbeidshof besluit dat mevrouw B.D. geen wettige reden had om afwezig te zijn op het ogenblik dat de controlearts zich aanbood, op 24 augustus 2021 om 16.55 uur. 4.2.c. gevolgen voor het recht op gewaarborgd loon voor mevrouw B.D. In toepassing van voornoemd artikel 31, § 3/1, van de Arbeidsovereenkomstenwet kon mevrouw B.D. het recht worden ontzegd op het in artikel 52 bedoelde loon voor de dagen van ongeschiktheid die de dag van de controle voorafgingen. De ontzegging van het recht op gewaarborgd loon geldt dus voor elke werknemer die zich aan de controle onttrekt, ongeacht of de controle plaatsvond binnen of buiten de opgelegde beschikbaarheidsperiode. De inhouding van het gewaarborgd loon is bovendien een mogelijkheid, doch geen verplichting voor de werkgever. Mevrouw B.D. was afwezig op het ogenblik dat de controlearts zich aanbood, zonder dat zij hiervoor een wettige reden had. Bij gebrek aan een wettige reden, heeft mevrouw B.D. zich op 24 augustus 2021 aan de controle onttrokken. Hieruit volgt dat de CV in principe het recht op gewaarborgd loon kon ontzeggen voor de volledige periode van arbeidsongeschiktheid in overeenstemming met punt 3 van bijlage 4 én in overeenstemming met paragraaf 3/1 van artikel 31 van de Arbeidsovereenkomstenwet, nu mevrouw B.D. zich op 24 augustus 2021 aan de controle heeft onttrokken. De rechtspraak vóór de wetswijziging oordeelde ook in deze zin. De Memorie van toelichting stelt in dit verband. “De sanctie geldt enkel voor de dagen die de verwittiging, voorlegging van het geneeskundig getuigschrift, of de controle voorafgaan. Vanaf het ogenblik dat de werknemer dus overgaat tot verwittiging, voorlegging van het geneeskundig getuigschrift, of de controle ondergaat, herwint hij zijn recht op gewaarborgd loon voor de dagen van arbeidsongeschiktheid vanaf deze verwittiging, voorlegging of controle. Deze bepalingen hebben tot doel een doelbewust nalaten van de werknemer in kwestie te sanctioneren: de sanctie kan niet worden ingeroepen in geval van overmacht of wanneer de werknemer zich wegens een wettige reden niet kan onderwerpen aan de controle. Dit betreft telkens een feitenkwestie die desgevallend door de bevoegde rechter zal moeten worden beoordeeld.” Uit de motivering dat deze bepalingen tot doel hebben een doelbewust nalaten van de werknemer te sanctioneren kan worden afgeleid dat deze rechtspraak bevestigd werd door de wetgever. Vanaf het ogenblik dat de werknemer overgaat tot verwittiging, voorlegging van het geneeskundig getuigschrift, of de controle ondergaat, herwint de werknemer derhalve het recht op gewaarborgd loon voor de dagen van arbeidsongeschiktheid vanaf deze verwittiging, voorlegging of controle. Indien de werknemer zich onttrekt aan de controle en dit ook op voldoende wijze wordt bewezen, neemt de werknemer een houding aan waardoor de werkgever de werkelijkheid van de arbeidsongeschiktheid niet kan nagaan. De werkgever heeft bijgevolg het recht om de arbeidsongeschiktheid als onbestaande te aanzien en dus het recht op gewaarborgd loon in te houden vanaf het begin van de periode van de arbeidsongeschiktheid. Behoudens een geval van overmacht of een gewettigde reden (…) kan van een werknemer die tijdens het dagdeel waarop hij wegens de controleverplichting thuis had moeten zijn maar die niet thuis is, worden gesteld dat hij zich aan die verplichting onttrekt. Het zich onttrekken aan de controle heeft als gevolg dat de werkgever geen gewaarborgd loon moet betalen voor de gehele looptijd van dat ziekte-attest. De werkgever kan een nieuwe controle organiseren, maar is daar geenszins toe verplicht. Organiseert hij een nieuwe controle die kan doorgaan en wordt daarbij de ziekte bevestigd, dan is hij vanaf dat ogenblik wel terug gewaarborgd loon verschuldigd. Vanaf het ogenblik dat de werknemer de controle ondergaat, herwint de werknemer het recht op gewaarborgd loon voor de dagen van arbeidsongeschiktheid vanaf deze (…) controle. Niet elke werknemer heeft recht op een nieuwe controle na een eerste gemiste controle. De beslissing van de werkgever om gewaarborgd loon in te houden op grond van een beweerde onttrekking aan de controle moet daarentegen wel te goeder trouw worden genomen, rekening houdend met de concrete elementen eigen aan de zaak. Mevrouw B.D. zou dus pas recht hebben op gewaarborgd loon op het ogenblik dat een effectieve controle plaatsvond. Het staat echter vast dat er nooit een effectieve controle van mevrouw B.D. heeft plaatsgevonden. De controlearts heeft geen nieuw bezoek aan mevrouw B.D. gebracht. De controlearts werd hiertoe niet beopdracht door de CV. Nochtans beschikt de werkgever over het recht om de arbeidsongeschiktheid tijdens de hele duur van de arbeidsongeschiktheid te controleren. Evenmin is het de werkgever verboden om de controlearts meermaals de opdracht te geven, zowel binnen als buiten de beschikbaarheidsperiode, en zowel binnen als buiten de periode gedekt door gewaarborgd loon. Aan deze sinds lang aanvaarde principes heeft het voormelde nieuwe artikel niets gewijzigd. Aangezien er geen enkele wettelijke beperking is, kan de werkgever deze controle ook meerdere keren laten uitvoeren - zonder dat dit evenwel overmatig of discriminerend mag worden, wat immers rechtsmisbruik zou inhouden. Deze mogelijkheid tot het voorzien van een moment van verplichte aanwezigheid doet geen afbreuk aan het recht van de werkgever om ook op andere momenten een controlearts te sturen. Deze regeling is dus louter een extra middel om ervoor te zorgen dat de medische controle effectief kan plaatsvinden. Mevrouw B.D. kreeg evenmin een oproeping om zich aan te bieden bij controlearts, noch een oproeping of ingebrekestelling van haar werkgever. Hoewel er voor de CV geen wettelijke verplichting bestaat om aan een werknemer een tweede kans te bieden om zich te laten controleren, komt de beslissing het arbeidshof disproportioneel en onredelijk voor om het gewaarborgd loon te ontzeggen voor de volledige resterende periode van arbeidsongeschiktheid, die door een medisch attest was gewettigd, en dit na het eenmalig bezoek van de controlearts op de laatste vijf minuten voor de eindduur van de beschikbaarheidsplicht. Temeer omdat de CV mevrouw B.D. geen tweede keer liet controleren en mevrouw B.D. niet de mogelijkheid werd geboden om op bezoek te gaan bij de controlearts. Het arbeidshof merkt hierbij op dat de inhouding van het gewaarborgd loon een mogelijkheid is voor de werkgever, maar geen verplichting. De CV geeft overigens ook niet aan dat er een reden was om de door het getuigschrift gewettigde arbeidsongeschiktheid van mevrouw B.D. in twijfel te trekken. Rekening houdend met deze concrete elementen, acht het arbeidshof de inhouding van gewaarborgd loon voor de resterende periode van arbeidsongeschiktheid van 25 augustus 2021 tot en met 6 september 2021 op grond van een éénmalige onttrekking aan de controle op 24 augustus 2021 disproportioneel en onredelijk. Deze inhouding houdt derhalve een inbreuk in op de verplichte uitvoering van de arbeidsovereenkomst te goeder trouw. In deze omstandigheden acht het arbeidshof de inhouding van gewaarborgd loon aan mevrouw B.D. enkel voor de dag van 24 augustus 2021 proportioneel en redelijk, nu mevrouw B.D. zich op die dag bewust onttrokken heeft aan de controle door niet thuis te zijn in strijd met de geldige beschikbaarheidsverplichting in het arbeidsreglement. Deze ontzegging is niet in strijd met de goede trouw. 4.2.d. Tot slot verwijst de CV ten onrechte naar paragraaf 4 van artikel 31 van de Arbeidsovereenkomstenwet, dat bepaalt: “(...) De controlearts overhandigt zo spoedig mogelijk, eventueel na raadpleging van diegene die het in § 2 bedoelde geneeskundig getuigschrift heeft afgeleverd, zijn bevindingen schriftelijk aan de werknemer. Indien de werknemer op dat ogenblik kenbaar maakt dat hij niet akkoord gaat met de bevindingen van de controlearts, wordt dit door deze laatste vermeld op voornoemd geschrift. Vanaf de datum van het eerste controleonderzoek waartoe de werknemer werd uitgenodigd of de datum van het eerste huisbezoek van de controlearts, kan aan de werknemer het recht worden ontzegd op het in de artikelen 52, 70, 71, 112, 119.12 bedoelde loon, met uitzondering van de periode van arbeidsongeschiktheid waarover er geen betwisting bestaat.” In casu heeft de controlearts geen controle uitgevoerd en kon deze arts dus geen bevindingen overhandigen aan de werknemer. Er is dus geen sprake van dagen die al dan niet bevestigd werden door de controlearts. De verwijzing naar artikel 31, § 4 doet dus niet ter zake in huidige zaak. Paragraaf 4 van artikel 31 bespreekt de handelswijze van een controlearts na een uitgevoerde controle bij een werknemer en de situatie voor de werkgever nadien. 4.2.e. Geen van de door de CV ingeroepen middelen doen het arbeidshof dus afzien van haar oordeel dat de inhouding van gewaarborgd loon enkel voor de dag van 24 augustus 2021 proportioneel en redelijk is, alsook dat de beslissing om het recht op gewaarborgd loon te ontzeggen aan mevrouw B.D. voor de resterende periode van arbeidsongeschiktheid op grond van een éénmalige onttrekking door mevrouw B.D. aan de controle disproportioneel en onredelijk is. 4.
  16. besluit Mevrouw B.D. was zonder wettige reden afwezig op het ogenblik van het bezoek van de controlearts op 24 augustus 2021, waarop zij volgens de geldige bepalingen van het arbeidsreglement thuis moest zijn, zodat zij zich onttrokken heeft aan een controle in de zin van artikel 31 § 3/1 van de Arbeidsovereenkomstenwet. Rekening houdend met de concrete elementen in deze zaak, acht het arbeidshof de inhouding van gewaarborgd loon enkel voor de dag van 24 augustus 2021 proportioneel en redelijk. Voor de resterende periode van arbeidsongeschiktheid van 25 augustus 2021 tot en met 6 september 2021 was de beslissing disproportioneel en onredelijk en houdt ze een inbreuk in op de verplichte uitvoering van de arbeidsovereenkomst te goeder trouw. Het arbeidshof besluit dat de CV terecht aan mevrouw B.D. het recht op gewaarborgd loon heeft ontzegd voor de dag van 24 augustus 2021, maar ook dat de CV ten onrechte aan mevrouw B.D. het recht op gewaarborgd loon heeft ontzegd voor de resterende periode van arbeidsongeschiktheid van 25 augustus 2021 tot en met 6 september
  17. De eerste rechters beslisten in dezelfde zin, zodat het hoger beroep wordt afgewezen als ongegrond. Het vonnis wordt bevestigd.
  18. INCIDENTEEL BEROEP Mevrouw B.D. vraagt om het bedrag van 900,63 euro, zoals initieel gevorderd, te verkrijgen, samengesteld als volgt: 90,063 euro x 10 dagen. Hoger heeft het arbeidshof beslist dat mevrouw B.D. geen wettige reden heeft ingeroepen en dat het gewaarborgd loon voor 24 augustus 2021 terecht werd ontzegd aan mevrouw B.D.. De vordering werd door de eerste rechters correct herleid naar 9 dagen of 810,57 euro (9 x 90,063 euro), zodat het incidenteel beroep wordt afgewezen als ongegrond. Het vonnis wordt integraal bevestigd.
  19. KOSTEN Overeenkomstig de artikelen 1017, eerste lid, en 1022 van het Gerechtelijk Wetboek en het Koninklijk besluit van 26 oktober 2007 , verwijst het arbeidshof de CV in de kosten. Krachtens het derde lid van artikel 4, § 2, van de wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand, vereffent het arbeidshof het bedrag van de bijdrage aan het Fonds in dit eindarrest, dat de CV in de kosten verwijst. BESLISSING Het arbeidshof, Beslist op tegenspraak. Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en ongegrond; Verklaart het incidenteel beroep ontvankelijk en ongegrond; Bevestigt het vonnis van 23 november 2023 van de arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Hasselt. Veroordeelt VITAS CV tot de betaling van de gerechtskosten aan mevrouw B.D.; Vereffent deze gerechtskosten ten aanzien van mevrouw B.D.: • 600,00 euro rechtsplegingsvergoeding arbeidshof Vereffent deze gerechtskosten ten aanzien van VITAS CV: • 600,00 euro rechtsplegingsvergoeding arbeidshof • 24,00 euro bijdrage begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand Aldus gewezen door: I.J., raadsheer, J.G., raadsheer in sociale zaken, werkgever, J.S., raadsheer in sociale zaken, werknemer-arbeider, J.G. J.S. I.J. en uitgesproken door de voorzitter van de derde kamer van het arbeidshof Antwerpen, afdeling Hasselt, zitting houdend te Hasselt in buitengewone terechtzitting van 7 januari 2025 met bijstand van griffier N.V.. N.V. I.J. ---------------------------------------------------- De voetnoten kan u terugvinden in de PDF-versie. PDF document ECLI:BE:AHANT:2025:ARR.20250107.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.