← België

Circet Belgium NV tegen H K en ACLVB

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Antwerpen Vonnis/arrest van 26 december 2025 ECLI nr: ECLI:BE:AHANT:2025:ARR.20251226.1 Rolnummer: 2025/AA/327 Zaak: Circet Belgium NV tegen H K en ACLVB Rechtsgebied: Arbeidsrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2026-01-12 Raadplegingen: 1314 - laatst gezien 2026-06-18 06:14 Fiche 1 Zowel over stelselmatige als niet-stelselmatige observaties uitgevoerd door politieambtenaren bestaat er toezicht krachtens de wet. Teneinde dit toezicht door te trekken naar private onderzoekers heeft de Wet Private Opsporing van 19 mei 2024 (WPO) de observatie slechts toegelaten onder strikte voorwaarden. Een stelselmatige observatie is hoe dan ook verboden terrein voor de privaat onderzoeker aangezien deze door het Wetboek van Strafvordering als een bijzondere opsporingsmethode wordt beschouwd (artikel 81, tweede lid WPO). Een niet-stelselmatige observatie wordt door artikel 90 WPO als uitzondering op artikel 81, eerste lid WPO toegestaan, maar dan moet deze korter zijn dan vier opeenvolgende dagen of zesennegentig uur of vier niet opeenvolgende dagen verdeeld over een maand. De wetgever bepaalt de frequentie in het geval van niet opeenvolgende observaties alleen in dagen. De duur van de observatie per dag is dus niet van belang. De in de WPO voorziene beperking in de tijd is enkel van toepassing op één en dezelfde opdracht of opeenvolgende opdrachten voor dezelfde opdrachtgever en hetzelfde doeleinde. Aangezien beide overeenkomsten met een vermoedelijke duur als elkaars verlengde worden aanzien, is het arbeidshof van oordeel dat de daarin vervatte opdrachten ook als opeenvolgend moeten worden beschouwd. Het arbeidshof besluit dat het eindrapport van de privaat onderzoeker niet kan worden aangewend als bewijs van de feiten die als dringende reden worden ingeroepen wegens schending artikel 90 juncto artikel 81 WPO. Uiteraard kan de NV voor het bewijs van de dringende reden wel andere bewijsmiddelen aanvoeren. Het arbeidshof besluit dat de NV het bewijs levert dat de werknemer zich zowel schuldig maakte aan valse registraties in het systeem, als aan een volgehouden gedrag van insubordinatie, welke nog bestond op het ogenblik dat de voor ontslag bevoegde persoon er afdoende kennis van had. Elk van deze tekortkomingen zijn in het licht van de verschillende niet tegengesproken ingebrekestellingen, waaruit blijkt dat de werknemer het ook met zijn tijdsregistratie niet zo nauw nam, een dringende reden. Het arbeidshof erkent de door de NV ingeroepen feiten als een dringende reden in toepassing van artikel 4 §1 van de Wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaatpersoneelsafgevaardigden (Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden). Thesaurus CAS: ONDERNEMINGSRAAD EN VEILIGHEIDSCOMITE - BESCHERMDE WERKNEMERS UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Bedrijfsorganisatie - Ontslagbescherming personeelsafgevaardigden Fiche 2 STRAFRECHT - PRIVATE VEILIGHEID - Detective Tekst van de beslissing Datum van uitspraak op 26 december 2025 Rolnummer 2025/AA/327 ----- Arbeidshof Antwerpen Afdeling Antwerpen Kamer 3 ----- CIRCET BELGIUM NV, ON 0874.125.297, met zetel te 3583 PAAL, Schoebroekstraat 62, met als raadslieden mr. DE DEKEN Pierrick en mr. ROVILLARD Méline, advocaten te ANTWERPEN, die pleiten, tegen: 1. H K, RRN H K, woonplaats HK, aanwezig in persoon en bijgestaan door zijn raadslieden mr. DIERICKX Willy en mr. LANGEROCK Erik, advocaten te BERLARE, voor wie pleit mr. LANGEROCK Erik, 2. ALGEMENE CENTRALE DER LIBERALE VAKBONDEN VAN BELGIE, ACLVB, ON 0850.330.011, met zetel te 9000 GENT, Koning Albertlaan 95, met als raadslieden mr. DIERICKX Willy en mr. LANGEROCK Erik, advocaten te BERLARE, voor wie pleit mr. LANGEROCK Erik. ------ Het hoger beroep is gericht tegen het vonnis van 28 oktober 2025 van de arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen. Het arbeidshof past de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken toe. 1. PROCEDURE IN EERSTE AANLEG Met aangetekende brieven van 22 augustus 2025 bracht de NV Circet Belgium, hierna de NV genoemd, de heer H K en de werknemersorganisatie ACLVB op de hoogte van het voornemen de heer H K te ontslaan om dringende reden, in toepassing van artikel 4 §1 van de Wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden, hierna Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden. De NV diende bij aangetekend schrijven van 22 augustus 2025 een verzoekschrift in bij de arbeidsrechtbank, dat ter griffie werd ontvangen op 26 augustus 2025, waarbij de oproeping werd gevraagd van de heer H K en ACLVB, om ingelicht te worden over de draagwijdte van de procedure en om een rechtsdag vast te stellen waarop zou gepoogd worden partijen te verzoenen. De partijen werden in uitvoering van artikel 5 §2 Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden opgeroepen om te verschijnen voor de voorzitter van de arbeidsrechtbank te Antwerpen op 29 augustus 2025, teneinde ingelicht te worden over de draagwijdte van de te volgen procedure. In het proces-verbaal van verschijning werd de tweede rechtsdag vastgesteld op 1 september 2025 en partijen werden in uitvoering van artikel 5 §3 van de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden opgeroepen. Bij beschikking van 1 september 2025 van de voorzitter van de arbeidsrechtbank werd vastgesteld dat er geen verzoening tot stand kwam tussen partijen en werd de schorsing van de arbeidsovereenkomst van de heer H K bevolen tijdens de duur van de procedure tot erkenning van de dringende reden. Met exploot van 4 september 2025 dagvaardde de NV, de heer H K en ACLVB, volgens de vormen van het kort geding, met toepassing van artikel 6 van de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden, om de zaak overeenkomstig artikel 8 van deze wet te verzenden naar een kamer van de arbeidsrechtbank, met het oog op de erkenning van de ten laste gelegde feiten als een dringende reden zodanig dat de arbeidsovereenkomst met de heer H K kan beëindigd worden zonder opzeggingstermijn of -vergoeding, alsook de heer H K en ACLVB solidair, in solidum, de ene bij gebreke aan de andere, te veroordelen tot de kosten van het geding en de te wijzen beslissing uitvoerbaar te verklaren, niettegenstaande elk rechtsmiddel en zonder zekerheidsstelling en met uitsluiting van kantonnement. Bij beschikking van de voorzitter van de arbeidsrechtbank van 11 september 2025 werd vastgesteld dat er geen verzoening tot stand kwam tussen partijen en werd de zaak verwezen naar de zitting van de tweede kamer van de arbeidsrechtbank van 20 oktober 2025. In deze beschikking werden conclusietermijnen vastgesteld. Met syntheseconclusie van 14 oktober 2025 vorderde de NV: “De vordering van Circet ontvankelijk en gegrond te verklaren; De ingeroepen feiten als een dringende reden te erkennen; De heer H K te veroordelen tot de gerechtskosten, begroot op 1.168,54 EUR dagvaardingskosten en 1.883,72 EUR rechtsplegingsvergoeding” Met syntheseconclusie van 17 oktober 2025 vorderden de heer H K en ACLVB: “De private opsporing uitgevoerd op dhr. H K in de periode van mei 2025 t.e.m. augustus 2025 (stuk 21 eiseres) nietig te verklaren, minstens te oordelen dat deze geen bewijswaarde heeft. Te oordelen dat geen rekening kan gehouden worden met de andere feiten en omstandigheden dan deze door eiseres vermeld in haar schrijven conform artikel 4, §1 Wet Ontslaregeling Personeelsafgevaardigden, meer bepaald:  De feiten vermeld in de syntheseconclusie van eiseres (p. 34, nr. 33) en haar stuk 20;  De feiten vermeld in de syntheseconclusie van eiseres (p. 35 t.e.m. p. 36, nr. 34) en haar stuk 25;  De feiten vermeld in de syntheseconclusie van eiseres (p. 36, nr. 35) en haar stuk 26; De vordering van eiseres hoe dan ook integraal als ongegrond af te wijzen. Eiseres te veroordelen in de kosten van het geding, begroot aan de zijde van concluanten op:  Rechtsplegingsvergoeding : € 1.883,72” Bij vonnis van 28 oktober 2025 oordeelden de eerste rechters als volgt: “De rechtbank beslist op tegenspraak: De rechtbank: - weert stuk 21 van Circet Belgium nv uit de debatten; - verklaart de vordering van Circet Belgium nv ontvankelijk doch ongegrond; - veroordeelt Circet Belgium nv tot de betaling van de gedingkosten; - vereffent de gedingkosten tot op heden: o aan de zijde van Circet Belgium nv worden deze vastgesteld op 1.168,54 euro dagvaardingskosten (met inbegrip van 26 euro bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand) en 1.883,72 euro rechtsplegingsvergoeding; o aan de zijde van de heer H K en ACLVB worden deze vastgesteld op 1.883,72 euro rechtsplegingsvergoeding.” Met aangetekend schrijven van 12 november 2025 tekende de NV hoger beroep aan bij het arbeidshof Antwerpen, afdeling Antwerpen. Eveneens op deze datum legde de NV een bundel met 36 stukken neer ter griffie van dit arbeidshof. Bij beschikking van 17 november 2025 van de eerste voorzitter van het arbeidshof werden de volgende termijnen voor neerlegging ter griffie en verzending aan de tegenpartij(

  1. en)bepaald: - stukken en conclusies van de heer H K en ACLVB op 26 november 2025 - conclusies van de NV op 3 december 2025 - conclusies van de heer H K en ACLVB op 10 december 2025. De zaak werd voor behandeling vastgesteld op de openbare terechtzitting van 17 december 2025 van de derde kamer. 2. EISEN IN HOGER BEROEP Met conclusie van 3 december 2025 vordert de NV: “Het hoger beroep van Circet ontvankelijk en gegrond te verklaren; Het vonnis a quo hervormen en de oorspronkelijke vordering van Circet ontvankelijk en gegrond te verklaren en de ingeroepen feiten als een dringende reden te erkennen; De heer H K te veroordelen tot de gerechtskosten, begroot op 1.168,54 EUR dagvaardingskosten en 1.883,72 EUR rechtsplegingsvergoeding in eerste aanleg en 1.883,72 EUR rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep. Met conclusie van 9 december 2025 vorderen de heer H K en ACLVB: “De stukken 37 en 38 van appellante uit de debatten te weren, dan wel nietig te verklaren en minstens te oordelen dat deze geen bewijswaarde hebben. Het hoger beroep van appellante, voor zover ontvankelijk, integraal als ongegrond af te wijzen en, dienvolgens, het vonnis a quo integraal te bevestigen. Appellante te veroordelen in de kosten van het geding, begroot aan de zijde van concluanten op: - Rechtsplegingsvergoeding : € 1.883,72” 3. ONTVANKELIJKHEID Tegen het eindvonnis van de arbeidsrechtbank kan overeenkomstig artikel 11, §1 Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden met verzoekschrift hoger beroep aangetekend worden binnen tien werkdagen vanaf de betekening. Dit verzoekschrift wordt ingediend bij een ter post aangetekende brief en wordt door de griffier aan alle partijen toegezonden. De zaak wordt geacht aanhangig te zijn gemaakt bij het arbeidshof de dag dat de brief ter post werd neergelegd. Met toepassing van artikel 53bis Ger.W. wordt ten aanzien van de geadresseerde de termijn die begint te lopen vanaf de kennisgeving bij gerechtsbrief, berekend vanaf de eerste dag die volgt op deze waarop de brief aangeboden werd op de woonplaats van de geadresseerde. De griffie verzond het vonnis van 28 oktober 2025 aan de NV met een gerechtsbrief van 29 oktober 2025. Deze brief werd aan partijen aangeboden op 30 oktober 2025. Met aangetekend schrijven van 12 november 2025 tekende de NV hoger beroep aan bij het arbeidshof Antwerpen, afdeling Antwerpen. Het hoger beroep werd tijdig ingesteld, is regelmatig naar de vorm en dus ontvankelijk. Het arbeidshof kan nu over de inhoud beslissen. 4. TEN GRONDE 1. De feiten De heer H K trad op 20 oktober 2008 als technieker in dienst van de NV, met een arbeidsovereenkomst voor arbeiders voor onbepaalde duur. De NV bouwt infrastructuur voor telecom en energie en maakt deel uit van de internationale “Circet Group”. De heer H K werd bij de sociale verkiezingen van mei 2024 verkozen als personeelsafgevaardigde voor de ondernemingsraad voor de technische bedrijfseenheid “Circet Belgium”. Hij is effectief personeelsafgevaardigde in de ondernemingsraad en hij is tevens lid van de syndicale delegatie. De heer H K is als personeelsafgevaardigde vrijgesteld van prestaties. De heer H K kreeg van de NV een bedrijfswagen Skoda Octavia ter beschikking voor zijn verplaatsingen. De NV voerde in 2020 het IT-systeem "Service Cruiser" in. Dit systeem registreert zowel de arbeidstijd als de kilometers op basis van de gegevens die de werknemer in het systeem inbrengt. Voor verplaatsingen van zijn woonplaats naar zijn eerste werkpost en van zijn laatste werkpost terug naar zijn woonplaats, kent de NV een kilometervergoeding toe die wordt berekend aan de hand van de adresgegevens die de heer H K handmatig ingeeft in het systeem. Deze verplaatsingen zijn geen opdrachten die de NV aan hem geeft, met uitzondering van de verplaatsing naar het hoofdkantoor in Beringen om elke derde donderdag van de maand de ondernemingsraad bij te wonen. Het betreft dus verplaatsingen om zijn mandaat uit te oefenen. De heer H K werd in de loop van zijn tewerkstelling herhaalde malen in gebreke gesteld door de NV in verband met het gebruik van het systeem "Service Cruiser”. De NV stelt dat zij naar aanleiding van de vaststelling dat de heer H K sinds 27 maart 2017 enig bestuurder is van de BV W te adres BV W, dat een theehuis uitbaat, privaat onderzoeker N S (vergunningsnummer N S) in april 2025 gelastte met de observatie van de heer H K. Deze privaat onderzoeker maakte op 18 augustus 2025 een eindrapport op. Mevrouw E D, “HR Director”, werd op 19 augustus 2025 in kennis gesteld van dit eindrapport en stuurde vervolgens deze e-mail aan mevrouw I M: “Goedemorgen I M, Ik ben deze ochtend in kennis gesteld van een rapport waar er sprake is van o.a. potentiële km fraude door H K! Kan je mij zo snel mogelijk de registraties die hij heeft gedaan in service cruiser m.b.t. arbeidsprestaties of professionele verplaatsingen op de volgende dagen doorgeven 09/05, 13/05, 21/05, 27/05, 26/06 en 01/07? Dus graag een snip van zijn registraties in SC op die dagen, met duidelijke aan -en afmelding van werktijd + ingegeven werkadres + de bedragen van de mobiliteitsvergoedingen die hij heeft ontvangen voor die dagen indien van toepassing. Wat is zijn overeengekomen arbeidsregime? Staat er een uurrooster in zijn AO? Kan je mij zijn arbeidsovereenkomst ook nog even doorsturen? Ik kan mijn VP niet openen. Kan je mij tenslotte eveneens alle instructies die jij de afgelopen maanden aan hem hebt doorgeven per e-mail m.b.t. het doorgeven van verplaatsingen en tikkingen doorsturen? Graag ook al zijn aangetekende zendingen. Mocht je zelf nog aan iets denken, laat het me dan zeker weten. Bedankt. Met vriendelijke groeten, HR Director” Mevrouw I M bezorgde mevrouw E D de gevraagde informatie nog per e-mail van diezelfde dag. Op 21 augustus 2025 werd de heer H K gehoord door mevrouw E D in het bijzijn van o.m. Z A, secretaris ACLVB. De heer H K weigerde het verslag van dit verhoor te ondertekenen. Met aangetekende brieven van 22 augustus 2025 deelde de NV haar voornemen om over te gaan tot het ontslag van de heer H K wegens dringende reden mee aan de heer H K en aan ACLVB. De inhoud van deze brieven luidt als volgt: "Betreft: kennisgeving o.b.v. artikel 4, §1 van de wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden en kandidaten Geachte heer H K, Beste H K, 1.Gelet op uw hoedanigheid van effectieve personeelsafgevaardigde van het ACLVB in de Ondernemingsraad ('OR') van de technische bedrijfseenheid Circet Belgium en uw hoedanigheid van afgevaardigde van de syndicale delegatie, delen wij u, in het kader van de wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen, alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden, ons voornemen mee om uw arbeidsovereenkomst te beëindigen om dringende reden. De zware tekortkoming(
  2. en)die u hebt begaan, die elk vertrouwen schenden en die iedere toekomstige samenwerking definitief onmogelijk maken, kunnen als volgt worden samengevat: 2.U trad bij ons in dienst op 20 oktober 2008 met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd voor arbeiders voor de functie van x (vrije vertaling: technieker x). 3.Zoals u weet wordt al jarenlang het IT-systeem Service Cruiser (hierna: 'SC') gebruikt voor onder meer de registratie van de arbeidstijd en de bijhorende verloning. U dient 8 uur per dag te registeren tussen 8u00 en 17u00 en u ontvangt dan telkens een verloning voor 8 uur. U presteert geen meeruren en dat heeft u ons ook herhaaldelijk bevestigd. U weet ook dat uw verplaatsing en de bijhorende kilometervergoedingen worden bepaald aan de hand van de registraties die u zelf ingeeft in SC. Als u een verplaatsing doet, dan moet u bij aankomst op die plaats in het systeem handmatig ingeven op welke plaats u bent en uw netto kilometervergoeding wordt berekend aan de hand van de adresgegevens die u ingeeft. U heeft van ons een bedrijfswagen Skoda Octavia ter beschikking voor uw verplaatsingen. Nauwgezet en correct registreren in SC is dan ook zeer belangrijk omdat deze de basis vormen voor de berekening van uw loon en de kilometervergoedingen. Wij hebben u meermaals aangesproken, aangeschreven, en waarschuwingen gegeven omdat u de registraties in SC niet of niet correct doet. U leeft deze eenvoudige instructies nog steeds niet na (zie verder). Wij hebben u ook meermaals gewezen op het feit dat u de adressen van de verplaatsingen correct moet ingegeven alsook op het belang hiervan. Zo liet de toenmalige HR Manager Y C u per e-mail van 7 juni 2024 weten dat (eigen nadruk): "Hoi H K, Zoals op 14/5 besproken heb ik vastgesteld dat je nog je oude adres in woonplaats H K ingaf als thuiswerk adres in service cruiser. Zoals je weet triggert dit onterecht kilometers. We zullen dit eerstvolgende loonberekening rechtzetten, dit zal een netto impact hebben van +/- 90 euro. Daarnaast is het belangrijk dat je tikkingen in service cruiser de realiteit bevatten. Zo zie ik dat je tikkingen wederom (zoals meermaals besproken en op mail gezet) niet de realiteit weergeeft en dat je niet binnen onze bestaande uurroosters de taken aanvat en afsluit. Daarnaast triggert het adres van de 1ste en laatste taak zoals je weet je kilometervergoeding. Daarom is het belangrijk dat dit het correcte adres bevat, gezien - indien dit niet zo is -je kilometervergoeding op een foutief aantal kilometers wordt berekend, en dit dus een vorm van fraude is. Graag hier dan ook rekening mee houden, je begrijpt dat fraude in elke vorm uit den boze is en niet aanvaardbaar is. Als je nog verdere vragen hebt, aarzel dan niet contact op te nemen." Per e-mail van 14 mei 2025 heeft de Compensation & Benefits Manager (vrije vertaling: Manager verloning en arbeidsvoorwaarden) I M u gewezen op het volgende (eigen nadruk): "Dag H K We starten met de voorbereiding van de voorschotten voor de maand mei. Ik heb opnieuw een aantal onregelmatige tikkingen opgemerkt deze maand, waardoor er opnieuw onterecht meeruren worden geregistreerd. Kan je bevestigen dat je gewerkt hebt binnen de gebruikelijke arbeidsuren (8-17u) en dat je de gebruikelijke werkdag van 8u gepresteerd hebt en dit zonder meeruren? Weet dat er geen meeruren gepresteerd kunnen worden zonder akkoord van E D. Ik heb gemerkt dat je bij de OR van de maand april een verkeerd adres hebt ingegeven, in Service Cruiser staat adres x 3580 BERINGEN, terwijl dit Schoebroekstraat 62 moet zijn. Mag ik je met aandrang vragen de adressen na te kijken en zeker het correcte adres in te geven. Het adres waar je je on site zet bij de aanvang van je werkdag, dient ook het adres te zijn waar je effectief aanwezig bent. Dit adres dient als basis voor de berekening van de kilometervergoeding voor je verplaatsing 's ochtends van thuis naar de eerste site. Vergeet niet dat indien je aan het einde van je werkdag je ook op een externe locatie bevindt, je ook dat adres dient in te geven voor een correcte berekening van de kilometervergoeding van je verplaatsing aan het einde van je werkdag tot je thuisadres. Kan je me nog een antwoord geven op je geregistreerde uren en dit ten laatste 14/5/2025 om 16u30. Mochten er nog vragen zijn of mocht er iets onduidelijk zijn, aarzel dan zeker niet mij te bellen of laat het mij zeker weten." 4. Wij stelden recent vast dat u sinds x/x/2017 enig bestuurder bent van BV W, met ondernemingsnummer BV W, en maatschappelijke zetel BV W. Deze BV is ingeschreven in de KBO voor de btw-activiteiten 'cafés en bars' en 'activiteiten van eetgelegenheden met volledige bediening'. Conform artikel 13 van uw arbeidsovereenkomst moest u ons minstens veertien dagen voor het aanvaarden van een nevenwerkzaamheid ons hiervan schriftelijk op de hoogte brengen. U stelde ons nooit in kennis van uw activiteiten met uw eigen BV en u schendt dus uw verplichtingen op basis van de arbeidsovereenkomst. Op 21 augustus 2025 hebben wij u gevraagd wat de activiteiten zijn van deze BV, of u personeel in dienst heeft die u helpt bij de uitbating en wat de openingsuren zijn. U verklaarde dat het een theehuisje zou zijn en op de andere vragen heeft u niet willen antwoorden. 5. Gelet op de onregelmatige en onjuiste registraties in SC en dat u een eigen activiteit heeft die u niet heeft gemeld, leek er iets niet in de haak te zijn. Privédetective N S (vergunningsnummer N S) deed nader onderzoek. Zij deed dit samen met de privédetective T S met vergunningsnummer T S. Zij bezorgde ons haar eindrapport op 19 augustus 2025 en toen wij haar duidelijke vaststellingen vergeleken met wat u had ingegeven in SC, stelden wij een patroon van valse registraties door u vast. U geeft herhaaldelijk fictieve verplaatsingen in. U verrijkte zichzelf ten onrechte en dit ten nadele van uw werkgever. U heeft door uw valse registraties in SC kilometervergoedingen ontvangen voor fictieve verplaatsingen die nooit hebben plaatsgevonden. Als bijlage vindt u een overzicht van de verplaatsingen die u heeft ingegeven in SC op de volgende dagen: 9 mei 2025, 13 mei 2025, 21 mei 2025, 27 mei 2025, 26 juni 2025 en 1 juli 2025. 9 mei 2025 U gaf op 9 mei 2025 in SC in dat u zich naar adres x te 3000 Leuven had verplaatst. U ontving voor die beweerde verplaatsing een netto kilometervergoeding van 17,83 EUR. U gaf in SC in dat u op 8u38 'on site' (vrije vertaling: ter plaatse) zou zijn geweest. Toen u op 21 augustus 2025 werd geconfronteerd met deze registratie van u in SC, beweerde u zich naar dit adres in Leuven heeft begeven in de loop van de dag. U probeerde uw werkgever iets op de mouw te spelden. De privédetective stelde vast dat uw bedrijfswagen Skoda Octavio de hele werkdag voor uw woning geparkeerd bleef en tussen 7u30 en 17u bent u noch vertrokken van uw woning, noch toegekomen van elders. 13 mei 2025 U gaf op 13 mei 2025 in SC in dat u zich naar adres x in 1800 Peutie had verplaatst. U ontving voor die beweerde verplaatsing een netto kilometervergoeding van 11,26 EUR. U gaf in SC in dat u op 8u27 'on site' (vrije vertaling: ter plaatse) zou zijn geweest. De privédetective stelde vast dat u slecht om 11u55 uw woning verliet met uw bedrijfswagen en u om 12u04 terug was in uw woning. U was om 8u27 helemaal niet in Peutie, noch de rest van dag. U gaf dus een fictieve verplaatsing in in het systeem. Om 15u24 lag u te zonnen in uw tuin. Om 15u34 bent u een kind gaan ophalen. Om 16u41 reed u naar uw vennootschap BV W. Wij hebben deze onderzoeksresultaten met u overlopen op 21 augustus 2025 en u heeft geen verklaring gegeven voor de fictieve verplaatsing in SC van die dag. 21 mei 2025 U gaf op 21 mei 2025 in SC in dat u zich naar adres x in Peutie had verplaatst. U ontving voor die beweerde verplaatsing een netto kilometervergoeding van 11,07 EUR. U gaf in SC in dat u op 10u13 'on site' (vrije vertaling: ter plaatse) zou zijn geweest. U verliet slechts om 15u29 uw woning en reed met uw bedrijfswagen Skoda Octavio naar een TOTAL tankstation in woonplaats H K om daar een broodje te kopen. Vervolgens reed u naar uw vennootschap BV W met maatschappelijke zetel BV W en u kwam daar om 15u49 toe zonder dat u een laptop bij zich had. Om 17u02 was u nog steeds in het pand van BV W. U deed die dag geen enkele verplaatsing naar Peutie, noch om 10u13, noch later die dag. 27 mei 2025 U gaf op 27 mei 2025 in SC in dat u zich naar adres x te 1190 Vorst had verplaatst. U ontving voor die beweerde verplaatsing een netto kilometervergoeding van 16,45 EUR. U gaf in SC in dat u op 08u08 'on site' (vrije vertaling: ter plaatse) zou zijn geweest. U was noch om 08u08, noch later die dag in Vorst. U verliet uw woning slechts op 15u49 en u bent dan weggereden met uw bedrijfswagen Skoda Octavio. Om 16u22 kwam u toe aan het pand van uw vennootschap BV W en om 17u00 was u daar nog steeds. U had geen laptop bij zich. 26 juni 2025 U gaf op 26 juni 2025 in SC in dat u zich naar adres x te 3500 Hasselt had verplaatst. U ontving voor die beweerde verplaatsing een netto kilometervergoeding van 30,69 EUR. U gaf in SC in dat u op 08u19 'on site' (vrije vertaling: ter plaatse) zou zijn geweest. U verliet uw woning om 08u21 en reed weg met een wagen VW iD4 met reclame 'D'Ieteren Mobility Company' op. Om 08u36 was u terug in uw woning. Om 15u37 bent u een kind gaan ophalen met de wagen VW iD4. Om 16u14 bent u in de rijrichting van de maatschappelijke zetel BV W vertrokken met de wagen VW iD4. U was noch om 08u21, noch later die dag in Hasselt. 1 juli 2025 U gaf op 1 juli 2025 in SC in dat u zich naar adres x te 2440 Geel had verplaatst. U ontving voor die beweerde verplaatsing een netto kilometervergoeding van 15,31 EUR. U gaf in SC in dat u op 10u10 'on site' (vrije vertaling: ter plaatse) zou zijn geweest. U verliet om 10u18 uw woning en reed met de wagen VW iD4 naar het gemeentehuis van woonplaats H K. Om 10u32 verliet u het gemeentehuis van woonplaats H K en om 10u36 was u terug in uw woning. Om 10u49 reed u naar de garage 'D'Ieteren Mobility Center Mechelen' met de wagen VW iD4 en om 11u22 verliet u de garage met uw bedrijfswagen Skoda Octavia. Om 11u52 was u terug in uw woning en om 17u01 was u daar nog steeds. U was dus noch om 10u10, noch later die dag in Geel. 6. Voormelde feiten zijn ernstige feiten. Wij maken voorbehoud om verdere stappen te ondernemen tegen deze valsheid alsook m.b.t. de schade die wij daardoor ondervinden. Wij moeten erop kunnen vertrouwen dat als een werknemer beweert dat hij verplaatsingen doet — en daarvoor van ons een vergoeding krijgt — hij die verplaatsing daadwerkelijk doet. Vertrouwen is essentieel in een arbeidsrelatie en het vertrouwen in u is onherroepelijk geschonden. Deze feiten kunnen op zich een ontslag om dringende reden verantwoorden. 7. Bovendien hebben wij u herhaaldelijk moeten aanspreken en aanschrijven over uw tikkingen in SC. Het (herhaaldelijk) niet-naleven van instructies is insubordinatie. Insubordinatie kan ook op zich een ontslag om dringende reden verantwoorden, dan wel minstens is samenhang met de voormelde feiten. Zo hebben wij u al talloze keren instructies gegeven en u blijft gewoonweg onze instructies negeren. Mail van 9 juni 2022 van HR aan u: "Zoals gisteren telefonisch besproken, stel ik vast dat ondanks herhaaldelijke verzoeken om de nodige aandacht te vestigen op de registraties in service cruiser je nog steeds geen gevolg geeft aan deze instructies. Daarnaast is het zoals meermaals gecommuniceerd de bedoeling dat je je dagelijkse arbeidsduur van 8 uur presteert en dat tijdens het gekende uurrooster. Het niet volgen van deze instructies is dan ook een vorm van insubordinatie wat we niet kunnen tolereren. De registraties in services cruiser worden gebruikt om je arbeidstijd te registreren. Vanaf heden zullen we dan ook enkel de effectieve registraties gebruiken om je loon te berekenen. Dagen waarop niet gelogd wordt of niet correct worden gelogd zullen we vanaf heden dan ook niet meer betalen en registreren als een ongewettigde afwezigheid. Bovendien zullen we dan ook genoodzaakt zijn om hiervoor een formele verwittiging te geven via een aangetekend schrijven. Als je problemen ondervindt bij het loggen, aarzel dan niet zoals eerder meegegeven mij of IT te contacteren." Mail van 19 april 2023 van HR aan: "Ik zie dat je vandaag nog geen taak hebt gelogd in SC. Daarnaast heb je gisteren pas uitgelogd om 19.59. Vorige week zelfs om 3.28 s'nachts (11/4). Zoals eerder meegeven is het de bedoeling dat je service cruiser dagelijks gebruikt zoals andere arbeiders en dat dit ook de realiteit van uw tewerkstelling weerspiegelt. Daarnaast dien je je arbeidstijd te presteren binnen de vooropgestelde uurroosters. Gelieve per direct je aan de gekende regels te houden." Mail van 23 mei 2023 van HR aan u: "Zoals eerder meermaals teruggekoppeld laat de kwaliteit van je tikkingen in Service cruiser dikwijls te wensen over. Het payroll team dient elke maand hierachter te vragen en meestal is het antwoord "ik heb gewoon gewerkt. "ondanks dat de tikkingen dit niet weerspiegelen. De kwaliteit van de tikkingen van de afgelopen twee maanden gaat van kwaad naar erger. Bijna geen enkele dag wordt er correct geregistreerd. Daarnaast zie ik geen tikking op 17 & 19/5. Wat is hier de reden voor? Ik zie geen aanvraag van een afwezigheid, dus bijgevolg ben je ongewettigd afwezig. Het is zoals meermaals gecommuniceerd de bedoeling dat je je dagelijkse arbeidsduur van 8 uur presteert en dat tijdens het gekende uurrooster. Het niet volgen van deze instructies is dan ook een vorm van insubordinatie wat we niet kunnen tolereren. De registraties in services cruiser worden gebruikt om je arbeidstijd te registreren. Vanaf heden zullen we dan ook enkel de effectieve registraties gebruiken om je loon te berekenen. Dagen waarop niet gelogd wordt of niet correct worden gelogd zullen we vanaf heden dan ook niet meer betalen en registreren als een ongewettigde afwezigheid. Bovendien zullen we dan ook genoodzaakt zijn om hiervoor een formele verwittiging te geven via een aangetekend schrijven. Als je problemen ondervindt bij het loggen, aarzel dan niet zoals eerder meegegeven mij of IT te contacteren." Mail van 11 augustus 2023 van HR aan u: "Ondanks de herhaaldelijke bijsturing en eerder meermaals teruggekoppeld laat de kwaliteit van je tikkingen in Service cruiser dikwijls te wensen over. Het is zoals meermaals gecommuniceerd de bedoeling dat je je dagelijkse arbeidsduur van 8 uur presteert tijdens het gekende uurrooster en deze prestaties correct en dagelijks registreert via Service Cruiser. Het niet volgen van deze eenvoudige instructies is dan ook een ernstige vorm van insubordinatie wat we niet kunnen tolereren. De registraties in services cruiser worden gebruikt om je arbeidstijd te registreren en bijgevolg voor de loonadministratie. Op basis hiervan dienen we dan ook 14/7/2023 als ongewettigde afwezigheid te beschouwen & registreren en zullen we je ook een officiële verwittiging sturen per aangetekend schrijven. Ik vraag dan ook met aandrang om de procedures en instructies correct te volgen en ervoor te zorgen dat dat je je dagelijkse arbeidsduur van 8 uur presteert en dat tijdens het gekende uurrooster en dat service cruiser dit ook steeds weerspiegelt. Als je problemen ondervindt bij het loggen, aarzel dan niet zoals eerder meegegeven mij of IT te contacteren. Schriftelijke waarschuwing van 14 augustus 2023: "Bij CIRCET hechten wij veel belang aan wederzijds vertrouwen en het nakomen van gemaakte afspraken. Zoals eerder meermaals besproken en herhaaldelijk geschreven is het de bedoeling dat u uw dagelijkse arbeidsduur van 8 uur per dag presteert volgens het gekende uurrooster en de prestaties dagelijks en accuraat registreert via Service Cruiser. Ondanks meermaals gesprekken en verwittigingen per mail (zie in bijlage en zie de mail van 11/8/2023) laat de kwaliteit van uw tikkingen in Service cruiser dikwijls te wensen over. Als gevolg van uw niet-correcte of ontbrekende registraties in Service Cruiser moesten wij u al talloze malen wijzen op uw plichten, zo onder meer: -E-mail van 7 juli 2020; -E-mail van 3 augustus 2020; - E-mail van 28 augustus 2020; -E-mail van 15 oktober 2020; - E-mail van 17 november 2020; - E-mail van 24 december 2020; - E-mail van 31 januari 2022; - E-mail van 9 juni 2022; - E-mail van 19 april 2023; - E-mail van 23 mei 2023. Het payroll team dient elke maand hierachter te vragen en meestal is het antwoord "ik heb gewoon gewerkt." Ondanks dat de tikkingen in service cruiser dit niet weerspiegelen. Het is uitermate belangrijk dat de dagelijkse registraties via Service Cruiser correct gebeuren, want zoals u zeer goed weet worden de registraties in services cruiser gebruikt om uw arbeidstijd te registreren en bijgevolg om de loonadministratie uit te voeren. Sinds juli 2020 wordt het loon gebaseerd op de taken die men logt in Service Cruiser Ondanks de herhaaldelijke verwittigingen heeft u het nagelaten om op 14 juli 2023 u correct aan te melden in service cruiser, noch heeft u een afwezigheid aangevraagd of hebt u contact opgenomen met IT of HR om te melden dat u technische problemen had ondervonden. Het herhaaldelijk niet volgen van eenvoudige instructies is dan ook een ernstige vorm van insubordinatie, wat we niet kunnen tolereren. Bij de payrollverwerking van de maand juli werd verduidelijking gevraagd van het ontbreken van de tikking van 14/7. Waar uw antwoord luidde: "Op 14/07 heb ik gewerkt" Wij beschouwen het feit dat u uw afwezigheid niet rechtvaardigt en het feit dat dit niet de eerste keer is als zeer ernstige feiten. Deze aangetekende zending zal aan uw dossier toegevoegd worden, samen met de email die u al ontvangen heeft voor dezelfde feiten. Wij rekenen op uw bereidwilligheid naar uw werkgever toe om het nodige te doen en de geldende procedures en instructies te respecteren zodat deze feiten zich in de toekomst niet meer zullen herhalen." Mail van 13 januari 2025 van HR aan u: "Heb jij op 03/01/2025 gewerkt? Want jouw Protime kalender is leeg voor die dag." Mail van 27 februari 2025 van HR aan u: "Ik zie dat er voor 24 feb tem vandaag geen registraties zijn voor jou? Heb je gewerkt? Of had je vakantie? Alvast bedankt om me iets te laten weten, zodat we de lonen volgende week correct kunnen verwerken." Mail van 13 maart 2025 van HR aan u: "Ik ben zonet even door je kalender gegaan. Ik zie dat er enkele dagen ontbreken. Kan je deze asap aanvullen ajb, zodat wij een correcte loonsverwerking kunnen garanderen." Mail van 27 maart 2025 van HR aan u: "We zijn stilaan begonnen aan de voorbereiding voor de lonen, ik zie geen tikking staan op 6/3 en 12/3 en ik kan ook niets van registraties in service cruiser terugvinden. Kan je laten weten of je deze dag aan het werk was?" Mail van 13 mei 2025 van HR aan u: "We starten met de voorbereiding van de voorschotten voor de maand mei. Ik heb opnieuw een aantal onregelmatige tikkingen opgemerkt deze maand, waardoor er opnieuw onterecht meeruren worden geregistreerd. Kan je bevestigen dat je gewerkt hebt binnen de gebruikelijke arbeidsuren (8-17u) en dat je de gebruikelijke werkdag van 8u gepresteerd hebt en dit zonder meeruren? Weet dat er geen meeruren gepresteerd kunnen worden zonder akkoord van E D. Ik heb gemerkt dat je bij de OR van de maand april een verkeerd adres hebt ingegeven, in Service Cruiser staat adres x 3580 BERINGEN, terwijl dit Schoebroekstraat 62 moet zijn. Mag ik je met aandrang vragen de adressen na te kijken en zeker het correcte adres in te geven. Het adres waar je je on site zet bij de aanvang van je werkdag, dient ook het adres te zijn waar je effectief aanwezig bent. Dit adres dient als basis voor de berekening van de kilometervergoeding voor je verplaatsing 's ochtends van thuis naar de eerste site. Vergeet niet dat indien je aan het einde van je werkdag je ook op een externe locatie bevindt, je ook dat adres dient in te geven voor een correcte berekening van de kilometervergoeding van je verplaatsing aan het einde van je werkdag tot je thuisadres. Kan je me nog een antwoord geven op je geregistreerde uren en dit ten laatste 14/5/2025 om 16u30. Mochten er nog vragen zijn of mocht er iets onduidelijk zijn, aarzel dan zeker niet mij te bellen of laat het mij zeker weten." Mail van 28 mei 2025 van HR aan u: "We starten met de voorbereiding van de lonen voor de maand mei. Ik heb opnieuw een aantal onregelmatige tikkingen opgemerkt deze maand, waardoor er opnieuw onterecht meeruren worden geregistreerd. Kan je bevestigen dat je gewerkt hebt binnen de gebruikelijke arbeidsuren (8-17u) en dat je de gebruikelijke werkdag van 8u gepresteerd hebt en dit zonder meeruren? Weet dat er geen meeruren gepresteerd kunnen worden zonder akkoord van E D. Op 21/5 en 22/05 zie ik ook een laatste tikking de volgende dag, kan je me bevestigen tot wanneer je effectief gewerkt hebt, dan kan ik dit ook correct aanpassen. Kan je me nog een antwoord geven op je geregistreerde uren en dit ten laatste 02/06/2025 om 11u30 Mochten er nog vragen zijn of mocht er iets onduidelijk zijn, aarzel dan zeker niet mij te bellen of laat het mij zeker weten." Mail van 1 juli 2025 van HR aan u: "We starten met de voorbereiding van de lonen voor de maand juni. Ik heb in de laatste week van juni een aantal onregelmatige tikkingen opgemerkt deze maand, waardoor er opnieuw onterecht meeruren worden geregistreerd. Kan je bevestigen dat je gewerkt hebt binnen de gebruikelijke arbeidsuren (8-17u) en dat je de gebruikelijke werkdag van 8u gepresteerd hebt en dit zonder meeruren? Op 23/06/2025 is de eindtikking pas de volgende dag, ik ga ervan uit dat je, zoals eerder bevestigd hebt, de gebruikelijke 8 uren gewerkt hebt? Kan je me nog een antwoord geven op je geregistreerde uren en dit ten laatste 02/07/2025 om 11u30. Daarnaast zie ik dat er nog niets van vakantie aangevraagd is. Voor de rest van di jaar. Kan je, zoals ook gezien de afspraken in het arbeidsreglement, de periodes indienen, zodat we ook zicht kunnen krijgen op de resterende vakantiedagen? Mochten er nog vragen zijn of mocht er iets onduidelijk zijn, aarzel dan zeker niet mij te bellen of laat het mij zeker weten." Wij stellen vandaag uw vakbondsorganisatie ACLVB ook op de hoogte van ons voornemen u om dringende reden te ontslaan. Bovendien richten wij vandaag een verzoekschrift tot de arbeidsrechtbank zoals voorzien in de procedure van de wet van 19 maart 1991 houdende een bijzondere ontslagregeling. (...)" Op diezelfde 22 augustus 2025 werd het inleidend verzoekschrift per aangetekende brief verstuurd naar de voorzitter van de arbeidsrechtbank Antwerpen afdeling Mechelen. 2. De beoordeling 2.1 Vooraf: Geen wering van de stukken 37 en 38 van de NV De heer H K vordert de wering van de stukken 37 en 38 van de NV. Artikel 11, §1 Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden stelt: “Het volledige dossier van de eiser in hoger beroep moet bij de griffie neergelegd worden binnen drie werkdagen na de verzending van het verzoekschrift.” De beschikking van 17 november 2025 van de eerste voorzitter van dit arbeidshof voorziet niet in de mogelijkheid voor de NV om stukken neer te leggen na deze termijn. Niettemin legde de NV de stukken 37 en 38 slechts neer met de conclusie in hoger beroep van 3 december 2025. De heer H K op zijn beurt voegde met zijn laatste conclusie van 9 december 2025 de stukken 7 en 8 toe aan zijn dossier, terwijl ook voor hem die mogelijkheid niet werd voorzien in de beschikking van 17 november 2025. Het arbeidshof kan de wering niet bevelen op grond van artikel 747 Ger.W., nu deze bepaling niet van toepassing is op huidig geschil gelet op de afwijkende regeling in voornoemd artikel 11, §1 Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden. Deze laatste bepaling is niet op straffe van nietigheid voorgeschreven en voorziet ook geen andere sanctie. Er is in casu evenmin sprake van een deloyale proceshouding op grond waarvan de stukken 37 en 38 uit de debatten zouden moeten worden geweerd. Immers had de heer H K met zijn laatste conclusietermijn nog de mogelijkheid om zich te verweren tegen de nieuwe stukken van de NV, hetgeen hij ook heeft gedaan en waarbij hij zelf nieuwe stukken bijbracht. Het arbeidshof gaat niet in op het verzoek tot wering van de heer H K. 2.2 De tijdigheid van het voornemen tot ontslag 2.2.1 Principes De werkgever die het voornemen heeft een personeelsafgevaardigde of een kandidaat-personeelsafgevaardigde om een dringende reden te ontslaan, moet hem en de organisatie die hem heeft voorgedragen hierover inlichten bij een ter post aangetekende brief, die verstuurd wordt binnen drie werkdagen volgend op de dag gedurende welke hij kennis heeft gekregen van het feit dat het ontslag zou rechtvaardigen. Hij moet eveneens, binnen dezelfde termijn, bij verzoekschrift zijn zaak aanhangig maken bij de voorzitter van de arbeidsrechtbank. (artikel 4,§1 van de Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden) De bekendheid met het door de werkgever als dringende reden aangevoerde feit doet de termijn van drie werkdagen slechts ingaan wanneer dat feit ter kennis is gekomen van degene die bevoegd is om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Het feit dat aanleiding kan geven tot het ontslag om dringende redenen is, volgens hogervermelde wetsbepaling aan de ontslaggevende partij bekend, wanneer deze omtrent het bestaan van dat feit en de omstandigheden die daarvan een dringende reden kunnen maken, voldoende zekerheid heeft om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen, inzonderheid voor haar eigen overtuiging en tevens tegenover de andere partij en het gerecht. Men kan aan een ontslaggevende partij dan ook niet verwijten dat zij een onderzoek instelt naar de feiten, om aldus gegevens te verzamelen die zij nodig heeft om met voldoende kennis van zaken, een beslissing te nemen over het al dan niet verder zetten van de professionele relatie. Ook het voorafgaande verhoor van de werknemer kan, ongeacht het resultaat en volgens de omstandigheden van de zaak, een maatregel vormen die de werkgever dergelijke zekerheid geeft. Uit artikel 35, eerste lid van de Arbeidsovereenkomstenwet volgt niet dat de werkgever de verplichting heeft om zich tijdig rekenschap te geven van de feiten en de ernst. (vgl. Cass. 25 april 1988, JTT 1994, 286) Vroegere feiten, ongeacht hoe de werkgever deze apprecieerde, kunnen een verduidelijking of verzwarende omstandigheid vormen voor de grief die als dringende reden wordt aangevoerd. Voor het in aanmerking nemen van de aangevoerde omstandigheden is het niet vereist dat de als dringende reden ingeroepen feiten op zichzelf reeds een ernstige tekortkoming uitmaken, vermits juist aangevoerd wordt dat ze slechts een dringende reden tot onmiddellijk ontslag uitmaken door ze te beschouwen in het licht van de voorheen tussengekomen feiten die als verzwarende omstandigheid zijn aangevoerd. (vgl. Cass. 3 juni 1996, AC 1996, 205) Tijdens de procedure tot erkenning van een dringende reden in hoofde van een syndicale afgevaardigde mogen aan het arbeidsgerecht evenwel geen feiten worden voorgelegd die verschillen van de feiten die in de kennisgeving aan de werknemer en zijn vakorganisatie en in de dagvaarding werden vermeld. (artikelen 4,§1 en 7 Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden) De werkgever moet derhalve wel degelijk alle feiten waarvan hij op de hoogte is op het ogenblik van de kennisgeving en die hij als begeleidende omstandigheden wil inroepen, uitdrukkelijk in deze kennisgevingen vermelden. Feiten die niet worden vermeld kunnen niet in aanmerking worden genomen als verzwarende omstandigheid. Wanneer de werknemer diverse of herhaalde tekortkomingen worden verweten, beschikt de werkgever vanaf (de kennisname van) het laatst gepleegde feit over drie werkdagen om de werknemer te ontslaan. (Arbh. Bergen 19 november 2019, JTT 2020, afl. 1371, 366) Dit laatste feit en de foutieve aard ervan moeten echter bewezen zijn. Wordt dit bewijs niet geleverd, dan is het ontslag dat wordt betekend meer dan drie werkdagen nadat de andere feiten bekend zijn, laattijdig. (Arbh. Brussel 4 mei 2007, JTT 2007, 390; Arbh. Brussel 19 februari 2019, JTT 2019, afl. 1340, 291; Arbh. Luik (afd. Luik) 17 februari 2022, JTT 2022, afl. 1423, 146) 2.2.2 Toepassing De NV stelde in de aangetekende brieven van 22 augustus 2025 dat de voor ontslag bevoegde persoon door vergelijking van de bevindingen van de privaat onderzoeker in het eindrapport van 18 augustus 2025 met hetgeen de heer H K ingegeven had in “Service Cruiser “ op 19 augustus 2025 kennis nam van een patroon van valse en fictieve registraties in dit systeem, met name voor de dagen 9 mei 2025, 13 mei 2025, 21 mei 2025, 27 mei 2025, 26 juni 2025 en 1 juli 2025. Hierdoor zou de heer H K kilometervergoedingen hebben ontvangen voor verplaatsingen die nooit werden gemaakt en zich aldus ten onrechte verrijkt hebben ten nadele van zijn werkgever. Bovendien verwijt de NV in deze brieven aan de heer H K dat hij, niettegenstaande herhaalde ingebrekestellingen, de instructies voor de registratie in “Service Cruiser” bleef negeren, hetgeen de NV als volgehouden en herhaalde insubordinatie beschouwt. De eerste rechters oordeelden dat de NV aantoont dat de voor ontslag bevoegde persoon, mevrouw E D, eerst op 19 augustus 2025 voldoende kennis had van de feiten om de huidige procedure te kunnen starten, zodat de in artikel 4,§ 1 van Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden voorziene termijn werd nageleefd door de NV. Noch de heer H K, noch ACLVB, tekende op dit punt incidenteel beroep aan. Zij stellen in hoger beroep uitdrukkelijk deze beoordeling te aanvaarden. De NV van haar zijde werpt in het verzoekschrift tot hoger beroep en in haar conclusie evenwel terecht op dat de driedagentermijn in werkelijkheid maar beginnen lopen is op 21 augustus 2025, datum waarop de heer H K gehoord werd door E D, ongeacht het feit of dit verhoor bijkomende informatie opleverde. Ook wat betreft de vroegere in het voornemen tot ontslag opgesomde feiten kan de stelling van de NV geformuleerd in het verzoekschrift hoger beroep en haar conclusie in hoger beroep bijgetreden worden. Deze vroegere feiten kunnen, evenwel alleen voor zover zij in de aangetekende brieven van 22 augustus 2025 werden opgenomen, wel degelijk in aanmerking worden genomen voor de beoordeling van de dringende reden, op voorwaarde dat de NV één of meerdere feiten met een foutief karakter bewijst waarvan zij kennis kreeg binnen een termijn van drie of minder dan drie werkdagen voorafgaand aan het voornemen tot ontslag. In de mate dat de ingeroepen tekortkoming bestaat in herhaalde insubordinatie zal de NV moeten aantonen dat de voor ontslag bevoegde persoon sedert drie werkdagen of minder voorafgaand aan het voornemen tot ontslag kennis nam van een laatst gepleegd feit met foutief karakter. Het arbeidshof zal dit beoordelen onder punt 2.3.3 van dit arrest. 2.3 Bewijs van de dringende reden 2.3.1 Principes Overeenkomstig het bepaalde in artikel 35, tweede lid van de Arbeidsovereenkomstenwet moet onder dringende reden worden verstaan, de ernstige tekortkoming die elke professionele samenwerking tussen de werkgever en de werknemer onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt. De bewijslast van een dergelijke ernstige tekortkoming ligt bij de ontslaggevende partij, in casu de NV. Dit bewijs kan geleverd worden met alle middelen van recht, getuigen en vermoedens inbegrepen. 2.3.2 Vooraf: het verslag van de privaat onderzoeker wordt geweerd als bewijs wegens schending artikel 90 juncto artikel 81 WPO De NV deed beroep op een vergunde onderneming voor private opsporing en gelastte deze in april 2025 met de observatie van de heer H K. Op 19 augustus 2025 bezorgde de privaat onderzoeker het eindverslag gedateerd op 18 augustus 2025 aan de NV. Uit dit verslag blijkt dat er op 11 niet opeenvolgende dagen observaties werden uitgevoerd van de heer H K, gespreid over meer dan 3 maanden, met name: 1. Vrijdag 9 mei 2025 (9u30) 2. Dinsdag 13 mei 2025 (9u30) 3. Woensdag 21 mei 2025 (7u32) 4. Dinsdag 27 mei 2025 (9u30) 5. Donderdag 26 juni 2025 (9u30) 6. Dinsdag 1 juli 2025 (9u57) 7. Maandag 7 juli 2025 (2u30) 8. Woensdag 16 juli 2025 (2u30) 9. Donderdag 24 juli 2025 (2u30) 10. Woensdag 30 juli 2025 (2u30) 11. Maandag 11 augustus 2025 (2u30) De NV wenst het eindverslag van de privaat onderzoeker aan te wenden als bewijs van de feiten die worden ingeroepen om het voornemen tot ontslag wegens dringende reden te schragen. De heer H K verzet zich hiertegen en verzoekt het verslag nietig te verklaren en als bewijsstuk te negeren. Het arbeidshof oordeelt als volgt. Het staat niet ter betwisting dat op de observatiehandelingen van de privaat onderzoeker de Wet Private Opsporing van 19 mei 2024 (WPO) van toepassing is. In de memorie van toelichting bij deze wet wordt verduidelijkt dat het in de laatste jaren verscherpte toezicht in de publieke sector van, al naargelang het geval, de procureur des Konings of de onderzoeksrechter niet bestaat in de private opsporingssector waardoor de private onderzoekers op sommige vlakken verder zouden kunnen gaan dan politieambtenaren. Om hieraan tegemoet te komen heeft de wetgever ervoor geopteerd om de belangrijkste methodes, procedures en middelen die gebruikt kunnen worden in het kader van een privaat onderzoek uitdrukkelijk te regelen in de Wet Private Opsporing. ( Parl. St. Kamer 2023-2024, nr. 55K3935/001) Artikel 80 WPO start met het uitgangspunt dat de privaat onderzoeker enkel handelingen mag verrichten waarvoor hij gerechtigd/bevoegd is. In artikel 81 WPO, dat op straffe van nietigheid is voorgeschreven, werkte de wetgever één en ander verder uit met de volgende specifieke regels: “De privaat onderzoeker mag geen handelingen stellen of middelen, methodes, procedures of dwangmaatregelen aanwenden die door of krachtens de wet werden geregeld voor de leden van de politiediensten, de veiligheids- en inlichtingendiensten, de gerechtelijke overheid, de personeelsleden van overheidsdiensten belast met opdrachten van bestuurlijke of gerechtelijke politie of voor de bewakingsagenten. De privaat onderzoeker mag in geen geval methoden aanwenden die krachtens het Wetboek van strafvordering uitsluitend voor de politiediensten of de gerechtelijke autoriteiten voorbehouden zijn. Het eerste lid is niet van toepassing op de handelingen, middelen, methodes en procedures die:1°bepaald zijn door of krachtens deze wet; (..)” Uit het eerste lid van artikel 81 WPO volgt dat de privaat onderzoeker geen methoden mag hanteren die door of krachtens de wet geregeld worden voor de leden van de politiediensten, de veiligheids- en inlichtingendiensten, de gerechtelijke overheid, de personeelsleden van overheidsdiensten belast met opdrachten van bestuurlijke of gerechtelijke politie of voor de bewakingsagenten. Lid 2 van deze bepaling stelt dat de privaat onderzoeker in geen geval methoden mag aanwenden die krachtens het Wetboek van Strafvordering uitsluitend voor de politiediensten of de gerechtelijke autoriteiten voorbehouden zijn. Op het verbod omschreven in lid 2 bestaan, anders dan op dat uit het eerste lid, geen uitzonderingen. Concreet betekent dit dat men geen beroep kan doen op private onderzoekers om methoden toe te passen die exclusief aan politiediensten of de gerechtelijke autoriteiten zijn voorbehouden. Voor andere methoden kan er wel beroep gedaan worden op private onderzoekers, in de omstandigheden beschreven in het derde lid. Conform punt 1° van dit derde lid mag de privaat onderzoeker dus wél handelingen, middelen, methodes en procedures hanteren die door of krachtens de wet worden geregeld voor de leden van de politiediensten, de veiligheids- en inlichtingendiensten, de gerechtelijke overheid, de personeelsleden van overheidsdiensten belast met opdrachten van bestuurlijke of gerechtelijke politie of voor de bewakingsagenten, wanneer die bepaald zijn door of krachtens deze wet of anders gezegd wanneer de WPO hen hiertoe specifiek machtigt. De observatie door politiediensten is een methode die bij wet is geregeld. In het strafprocesrecht wordt onderscheid gemaakt tussen een stelselmatige en een niet-stelselmatige observatie. Een stelselmatige observatie is volgens artikel 47sexies van het Wetboek van Strafvordering een observatie van meer dan 5 opeenvolgende dagen of van meer dan 5 niet-opeenvolgende dagen gespreid over een periode van een maand, een observatie waarbij technische hulpmiddelen worden aangewend, een observatie met een internationaal karakter, of een observatie uitgevoerd door de gespecialiseerde eenheden van de federale politie. De stelselmatige observatie is een bijzondere opsporingsmethode. Een niet-stelselmatige observatie is iedere andere observatie en kan door politieambtenaren op grond van artikel 8 Wetboek van Strafvordering en hun algemene bevoegdheden die zij puren uit de Wet Politieambt, worden verricht. (H. BERKMOES en J. DELMULLE, De bijzondere opsporingsmethoden en enige andere onderzoeksmethoden, 2011, Politeia Brussel, nr. 588, die verwijst naar Memorie van toelichting Wet van 6 januari 2003, Parl. St. Kamer, 2001-2002, nr. 1688/001,30) Een niet-stelselmatige observatie valt niet onder voornoemd artikel 47sexies maar wel onder de algemene toezichtprincipes van de artikelen 28bis,§§1 en 3 , en 56,§1 van het Wetboek van Strafvordering, waarbij respectievelijk de procureur des koning en de onderzoeksrechter waken over de wettigheid van de bewijsmiddelen. (H. BERKMOES en J. DELMULLE, o.c., nr. 589) Stelselmatig of niet, over observaties uitgevoerd door politieambtenaren bestaat er dus altijd toezicht krachtens de wet. Teneinde dit toezicht door te trekken naar private onderzoekers heeft de WPO de observatie slechts toegelaten onder strikte voorwaarden. Artikel 90 WPO stelt dat de duur van de observatie van een en dezelfde natuurlijke persoon gedurende een en dezelfde opdracht of opeenvolgende opdrachten voor dezelfde opdrachtgever en hetzelfde doeleinde beperkt is tot een duur minder dan vier opeenvolgende (zesennegentig uur) of niet-opeenvolgende dagen, verdeeld over een maand. In de voorbereidende werken staat te lezen: “De duur van de observatie in combinatie met de frequentie wordt voor de privaat onderzoeker beperkt tot minder dan wat voor de politiediensten benoemd wordt als een niet-stelselmatige observatie. Een stelselmatige observatie wordt ingevolge artikel 47sexies Sv. aanzien als een bijzondere opsporingsmethode die slechts kan uitgevoerd worden onder de permanente controle van de procureur des Konings. Ze wordt niet toegelaten voor de privaat onderzoeker.” (Wetsontwerp tot regeling van de private opsporing, Parl. St. Kamer, 2023-2024, nr. 3935/001,66) Een stelselmatige observatie is dus hoe dan ook verboden terrein voor de privaat onderzoeker aangezien deze door het Wetboek van Strafvordering als een bijzondere opsporingsmethode wordt beschouwd. (artikel 81,tweede lid) Een niet stelselmatige observatie wordt door artikel 90 WPO als uitzondering op artikel 81, eerste lid toegestaan, maar dan moet deze korter zijn dan vier opeenvolgende dagen of zesennegentig uur of vier niet opeenvolgende dagen verdeeld over een maand. Uit de duidelijke tekst van artikel 90 WPO blijkt dat niet opeenvolgende dagen van observatie door een privaat onderzoeker in principe niet langer dan één maand mogen beslaan. Bij de beoordeling van de wettigheid van observaties op niet opeenvolgende dagen door de privaat onderzoeker in deze zaak, zal het arbeidshof derhalve de frequentie ervan binnen die maand moeten nagaan. De stelling van de NV dat hierbij ook naar het aantal uren moet worden gekeken kan niet worden gevolgd. De wetgever bepaalt de frequentie in het geval van niet opeenvolgende observaties alleen in dagen. De duur van de observatie per dag is dus niet van belang. Van zodra er op een bepaalde dag een observatie plaatsvond, ook al was dit maar gedurende een paar uur, dan telt deze observatie mee als dag. Het is wel correct dat de in de WPO voorziene beperking in tijd enkel van toepassing is op één en dezelfde opdracht of opeenvolgende opdrachten voor dezelfde opdrachtgever en hetzelfde doeleinde. De NV wijst erop dat zij met de privaat onderzoeker drie overeenkomsten afsloot. Een eerste overeenkomst dateert van 30 april 2025 en werd afgesloten voor een “vermoedelijke” duur van 6 mei 2025 tot 6 juni 2025. De toevoeging van het woord “vermoedelijke” wijst erop dat bij aanvang reeds werd verwacht dat de overeenkomst langer kon duren dan één maand. Op 3 juni 2025, dus nog voordat de vermoedelijke duur van de eerste overeenkomst afliep, werd reeds een tweede overeenkomst ondertekend voor een “vermoedelijke” duur van 10 juni 2025 tot 10 juli 2025. Er werd bovendien uitdrukkelijk gestipuleerd dat deze tweede overeenkomst een verlenging is van de eerste overeenkomst. Aangezien beide overeenkomsten met een vermoedelijke duur als elkaars verlengde worden aanzien is het arbeidshof van oordeel dat de daarin vervatte opdrachten ook als opeenvolgend moeten worden beschouwd. Dit geldt des te meer nu vastgesteld moet worden dat de onderbreking, die er op het eerste gezicht is op 7, 8 en 9 juni 2025, alleen toe te schrijven is aan het verlengd pinksterweekend. Het betreft dus geen werkdagen tijdens dewelke de heer H K kon worden gecontroleerd over de wijze waarop hij zijn arbeidsovereenkomst uitvoerde en zijn verplichtingen naleefde. Het gaat derhalve niet om een daadwerkelijke onderbreking. Deze opdrachten hebben bovendien dezelfde finaliteit. In elk van de overeenkomsten staat immers het volgende vermeld: “1. Nauwkeurige omschrijving van de opdracht: De opdracht betreft het nagaan van de tijdsbesteding van de heer H K (hierna: "Betrokkene"), geboren op x/x/1981, met als gekende verblijfplaats woonplaats H K, tijdens het met de Opdrachtgever overeengekomen uurrooster. 2.Nauwkeurige en uitdrukkelijke omschrijving van de gerechtvaardigde doeleinden van de Opdrachtgever De Opdrachtgever beoogt de resultaten van de private opsporing aan te wenden om in het kader van haar gezagsrecht als werkgever in toepassing van de Arbeidsovereenkomstenwet na te gaan of de Betrokkene zich houdt aan zijn wettelijke en conventionele verplichtingen ten aanzien van de Opdrachtgever. De Betrokkene is immers een werknemer van de Opdrachtgever. In die hoedanigheid is de Betrokkene gebonden door de arbeidsovereenkomst en zijn wettelijke verplichtingen als werknemer. Dit betekent dat hij zijn werk voor de Opdrachtgever moet uitvoeren op de tijd en plaats zoals overeengekomen met de Opdrachtgever. Als personeelsafgevaardigde mag hij tevens de nodige tijd besteden aan de uitvoering van zijn mandaat. Hij heeft recht op loon voor de overeengekomen arbeidstijd tijdens dewelke hij hetzij arbeidsprestaties verricht, hetzij bezig is met de uitvoering van zijn mandaat als personeelsafgevaardigde. Hij heeft recht op de terugbetaling van kosten eigen aan de werkgever in de mate dat hij dergelijke kosten maakt uit hoofde van de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst of van zijn mandaten. Indien zou blijken uit de private opsporing dat de Betrokkene tekortkomingen pleegt, dan zal de Opdrachthouder zich beraden over disciplinair ingrijpen, waaronder, doch niet uitsluitend het eventueel opstarten van een gerechtelijke procedure om tot ontslag te kunnen overgaan. De Opdrachtgever verbindt zich ertoe om de resultaten van de private opsporing voor geen andere doeleinden aan te wenden. 3.Beschrijving van de informatie die de Opdrachtgever voor het uitvoeren van de opdracht ter beschikking stelt De Betrokkene ziet er als volgt uit: De functie van de Betrokkene is x, maar hij is volledig vrijgesteld van arbeidsprestaties in de mate dat het nodig is om zijn taken uit te voeren als personeelsafgevaardigde. De Betrokkene voert namelijk verschillende mandaten uit als personeelsafgevaardigde in een aantal overlegorganen, meer bepaald in de ondernemingsraad en de syndicale delegatie. Hij mag de nodige tijd spenderen aan de uitvoering van zijn mandaten en beweert dat dit een voltijdse tijdsbesteding is, maar voor de rest wordt hij verwacht zijn arbeidsprestaties te verrichten. Hij is gebonden door het volgende uurrooster: Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag 8 8 8 8 8 Uurrooster 7 40u Maandag – Vrijdag Vast (Stamtijd) 8u00 -12u00 Variabel (Glijtijd) 12u00 14u00* Vast (stamtijd) 14u00 16u00 Variabel (Glijtijd) 16-00- 17u00 *'Pauze van 30' tussen 12u00 en 14u00 Dit betekent dus dat hij 8 volle uren per werkdag van maandag tot en met vrijdag moet presteren, waarbij de zes uur stamtijd, meer bepaald van 8 tot 12u en van 14 tot 16u, niet varieert. In die tijdsblokken moet hij dus alleszins bezig zijn met hetzij de uitvoering van zijn mandaat, hetzij de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst. Daarenboven moet hij nog twee uur glijtijd presteren, hetzij door invulling van het middagblok van 12 tot 14u — rekening houdend met 30 minuten pauze, hetzij door invulling van het blok van 16 tot 17u. De Betrokkene ontvangt loon van de Opdrachtgever voor dit volledige uurrooster, ten belope van 40 uur per week. In principe mag dit uurrooster zonder toelating van de leidinggevende niet worden overschreden. Echter, de tijd gespendeerd aan de uitvoering van de mandaten als personeelsafgevaardigde, wordt gelijkgesteld met arbeidstijd en geven tevens recht op de betaling van loon. Dus indien hij zijn mandaat uitvoert buiten het uurrooster, registreert hij dit ook als arbeidstijd. Verder heeft een personeelsafgevaardigde recht op de terugbetaling van reële kosten die hij maakt ter uitvoering van zijn mandaat, zoals een kilometervergoeding bij een verplaatsing met eigen vervoersmiddel. Vastgesteld wordt door de Opdrachtgever dat de Betrokkene geen duidelijk rekenschap geeft van zijn tijdsbesteding en zo goed als geen reële arbeidsprestaties verricht. Verder merkt de Opdrachtgever in zijn tikkingen dat hij regelmatig, lees verschillende keren per week, prestaties inboekt na 17u. Verder stelt de Opdrachtgever ook onregelmatigheden vast in de adresregistraties voor de berekening van zijn kilometervergoedingen, waarbij er een vermoeden bestaat dat hij zich niet tot alle opgegeven adressen begeeft. Voorbeelden daarvan zijn: • Adres x, 4000 Glain • Adres x, 1800 Peutie • Adres x, 9000 Gent • Adres x, 1190 Vorst Ook werd recent vastgesteld dat hij zaakvoerder/bestuurder is van een besloten vennootschap, BV W, met maatschappelijke zetel BV W, , ingeschreven bij de KBO onder het nummer BV W. De wagen waar de heer mee verplaatst is een Scoda Octavia, grijs met nummerplaat H K.” Elke opdracht had dus hetzelfde doel, met name het observeren van de tijdsbesteding van de heer H K tijdens het met de NV overeengekomen werkrooster teneinde na te gaan of de heer H K zijn tijd wel besteedde aan de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst. In elke opdracht werd verwezen naar zowel de vaststelling dat de heer H K geen duidelijk rekenschap geeft van zijn arbeidstijd en onregelmatigheden begaat in de adresregistratie voor de berekening van de kilometervergoeding, als naar het feit dat de heer H K een nevenactiviteit uitoefent als bestuurder van de BV W. Dat de observatiepost zich op 7 juli 2025 verplaatste van het thuisadres van de heer H K naar het theehuis uitgebaat door de BV W, heeft niet tot gevolg dat de finaliteit van de opdrachten wijzigde. Er bestaat dan ook geen reden om een opdeling van de observaties volgens een verschillende finaliteit te maken, zoals de heer H K voorhoudt. De zeven observaties (dus meer dan drie) uitgevoerd in de periode van 9 mei 2025 tot en met 7 juli 2025, dus over een tijdspanne van langer dan één maand, kaderen ontegensprekelijk binnen opeenvolgende opdrachten met dezelfde finaliteit in de zin van artikel 90 WPO. De beperking van artikel 90 WPO is derhalve van toepassing. Door deze niet na te leven heeft de privaat onderzoeker een methode toegepast die verboden is door artikel 81 WPO, op straffe van nietigheid voorgeschreven. Er werd nog een derde overeenkomst met dezelfde doeleinden afgesloten op 11 juli 2025 voor de “vermoedelijke” duur van 15 juli 2025 tot 15 augustus 2025 waarin opnieuw werd vermeld dat deze overeenkomst een verlenging is van de twee eerdere overeenkomsten. Zelfs indien deze opdracht als niet opeenvolgend aan de vorige opdrachten zou worden beschouwd, brengt dit geen soelaas voor de NV vermits in het kader van deze derde opdracht meer dan drie niet opeenvolgende observaties plaatsvonden binnen één maand zodat de beperking van artikel 90 WPO opnieuw werd overschreden. Bovendien stelt het arbeidshof vast dat de observaties die werden uitgevoerd in het kader van de derde opdracht (16 juli , 24 juli, 30 juli en 11 augustus 2025) geen nuttige vaststellingen hebben opgeleverd over de heer H K. Zoals gezegd is artikel 81 WPO op straffe van nietigheid voorgeschreven. De schending van deze bepaling door de privaat onderzoeker die door de NV werd aangesteld leidt tot de nietigheid van de bevindingen van het privaat onderzoek. De NV werpt tevergeefs op dat de WPO de complete nietigheid geenszins als basisprincipe voorschrijft wanneer er een inbreuk wordt vastgesteld. In de voorbereidende werken werd inderdaad enige nuance toegevoegd aan bovenstaande nietigheidssanctie. Zo werd het voorbeeld gegeven dat wanneer meerdere werkmethodes gehanteerd werden om dezelfde feiten vast te stellen en de bevindingen aangetast zijn door één enkele illegale werkmethode, deze bevindingen alsnog gebruikt kunnen worden wanneer ze geschraagd zijn door andere, correct toegepaste werkmethoden. (Wetsontwerp tot regeling van de private opsporing, ParL St. Kamer, 2023-2024, nr. 3935/001, 72) Wanneer er evenwel binnen één werkmethode, in casu de observatie door een privaat onderzoeker, sprake is van een schending van op straffe van nietigheid voorgeschreven regels, dan is diens geheel verslag nietig . De heer H K verwijst op dit punt terecht naar een arrest van het Hof van Cassatie van 2 september 2008. In dit arrest oordeelde het Hof van Cassatie dat wanneer bij de beoordeling van (niet-)stelselmatige observaties blijkt dat de maximale tijdsduur werd overschreden, dit de onregelmatigheid van de gehele observatie, en niet enkel van een deel ervan, tot gevolg heeft. (T. Strafr. 2009/6, 304) Toepassing naar analogie van dit arrest in onderhavige zaak leidt tot het besluit dat niet kan worden aanvaard dat de eerste drie dagen van observatie van 9 mei 2025 tot 9 juni 2025 alsnog in aanmerking kunnen worden genomen. Het arbeidshof besluit dan ook dat het eindrapport van de privaat onderzoeker van 18 augustus 2025 niet kan worden aangewend als bewijs van de feiten die als dringende reden worden ingeroepen wegens schending artikel 90 juncto artikel 81 WPO. 2.3.3 De NV bewijst de dringende reden op een andere manier Uiteraard kan de NV voor het bewijs van de dringende reden wel andere bewijsmiddelen aanvoeren. Anders dan de eerste rechters is het arbeidshof van oordeel dat er ander overtuigend bewijs van de dringende reden voorligt. De voor ontslag bevoegde persoon, mevrouw E D, werd op 19 augustus 2025, naast het eindrapport van de privaat onderzoeker, ook in kennis gesteld van een overzicht van registraties die de heer H K ingaf in het systeem “Service Cruiser”. Onder haar stuk 22 brengt de NV schermafdrukken bij van de registraties in dit systeem voor de verschillende data waarvan sprake in de aangetekende brieven van 22 augustus 2025. De NV brengt tevens de aan de heer H K per e-mail overgemaakte wekelijkse overzichten met betrekking tot de door hem op deze dagen geregistreerde verplaatsingen bij. Deze overzichten stemmen overeen met voormelde schermafdrukken.(stuk 33) De heer H K heeft op deze overzichten nooit opmerkingen of correcties geformuleerd, alhoewel hij daartoe uitdrukkelijk de gelegenheid kreeg. Hij kon steeds terugkoppelen naar “dispatch”, zo valt te lezen in de e-mails van de NV. Uit deze stukken blijkt dat de heer H K op verschillende data waarvan sprake in de brieven van 22 augustus 2025 fictieve adressen ingaf in het systeem “Service Cruiser”. Zo blijkt dat de heer H K op 13 mei 2025 en opnieuw op 21 mei 2025 een adres x te 1800 Peutie ingaf. In Peutie is geen adres x maar wel in Vilvoorde, waar Peutie een deelgemeente van is. Bovendien blijkt uit de door de NV in hoger beroep bijgebrachte stukken 35 en 36 dat het huisnummer 43 in straat x in Vilvoorde niet bestaat. Tussen huisnummer 25 en 49 is er een onbebouwde ruimte. Het adres x te 3500 Hasselt dat de heer H K op 26 juni 2025 ingaf bestaat evenmin. De heer H K betwist dit niet. Anders dan de heer H K stelt roept de NV met de verwijzing in conclusie naar fictieve adressen, in plaats van fictieve verplaatsingen, geen nieuw feit in. Er dient immers onderscheid te worden gemaakt tussen enerzijds de mogelijkheid om met alle middelen van recht het bewijs te leveren van de ingeroepen feiten en anderzijds de beperking in artikel 4,§3 van de Wet Ontslagregeling Vakbondsafgevaardigden, dat op straffe van nietigheid voorschrijft dat de brieven aan de werknemer en de vakorganisatie alle feiten moeten vermelden die naar het oordeel van de werkgever elke professionele samenwerking definitief onmogelijk maken. In deze brieven moet niet noodzakelijk melding worden gemaakt van alle mogelijke bewijsstukken waarover de werkgever beschikt. Het feit dat de heer H K een fictief adres ingaf, bewijst dat hij een fictieve verplaatsing maakte. Als een adres niet bestaat kan de heer H K onmogelijk een professionele verplaatsing hebben gemaakt naar deze fictieve plek. De NV bewijst derhalve de fictieve verplaatsing. Bovendien wordt met het ingeven van deze fictieve of foute adressen aangetoond dat de heer H K voor de zoveelste keer de duidelijke instructies met betrekking tot het systeem “Service Cruiser” naast zich neerlegde zodat de NV een herhaalde fout bewijst die aan de voor ontslag bevoegde persoon ter kennis kwam in de termijn van drie werkdagen voor het voornemen tot ontslag. Het arbeidshof verwijst hierbij naar de talrijke aanmaningen die in de brieven van 22 augustus 2025 werden geciteerd en in het bijzonder naar de e-mails van de “HR Manager” van 7 juni 2024 en de “Compensation & Benefitsmanager” van 14 mei 2025, waarvan het arbeidshof de inhoud hier voor de goede orde herneemt: "Hoi H K, Zoals op 14/5 besproken heb ik vastgesteld dat je nog je oude adres in woonplaats H K ingaf als thuiswerk adres in service cruiser. Zoals je weet triggert dit onterecht kilometers. We zullen dit eerstvolgende loonberekening rechtzetten, dit zal een netto impact hebben van +/- 90 euro. Daarnaast is het belangrijk dat je tikkingen in service cruiser de realiteit bevatten. Zo zie ik dat je tikkingen wederom (zoals meermaals besproken en op mail gezet) niet de realiteit weergeeft en dat je niet binnen onze bestaande uurroosters de taken aanvat en afsluit. Daarnaast triggert het adres van de 1ste en laatste taak zoals je weet je kilometervergoeding. Daarom is het belangrijk dat dit het correcte adres bevat, gezien - indien dit niet zo is -je kilometervergoeding op een foutief aantal kilometers wordt berekend, en dit dus een vorm van fraude is. Graag hier dan ook rekening mee houden, je begrijpt dat fraude in elke vorm uit den boze is en niet aanvaardbaar is. Als je nog verdere vragen hebt, aarzel dan niet contact op te nemen” "Dag H K We starten met de voorbereiding van de voorschotten voor de maand mei. Ik heb opnieuw een aantal onregelmatige tikkingen opgemerkt deze maand, waardoor er opnieuw onterecht meeruren worden geregistreerd. Kan je bevestigen dat je gewerkt hebt binnen de gebruikelijke arbeidsuren (8-17u) en dat je de gebruikelijke werkdag van 8u gepresteerd hebt en dit zonder meeruren? Weet dat er geen meeruren gepresteerd kunnen worden zonder akkoord van E D. Ik heb gemerkt dat je bij de OR van de maand april een verkeerd adres hebt ingegeven, in Service Cruiser staat adres x te 3580 BERINGEN, terwijl dit Schoebroekstraat 62 moet zijn. Mag ik je met aandrang vragen de adressen na te kijken en zeker het correcte adres in te geven. Het adres waar je je on site zet bij de aanvang van je werkdag, dient ook het adres te zijn waar je effectief aanwezig bent. Dit adres dient als basis voor de berekening van de kilometervergoeding voor je verplaatsing 's ochtends van thuis naar de eerste site. Vergeet niet dat indien je aan het einde van je werkdag je ook op een externe locatie bevindt, je ook dat adres dient in te geven voor een correcte berekening van de kilometervergoeding van je verplaatsing aan het einde van je werkdag tot je thuisadres. Kan je me nog een antwoord geven op je geregistreerde uren en dit ten laatste 14/5/2025 om16u30. Mochten er nog vragen zijn of mocht er iets onduidelijk zijn, aarzel dan zeker niet mij te bellen of laat het mij zeker weten." Uit deze e-mails kan worden afgeleid dat de NV er zeer veel belang aan hechtte dat de heer H K zijn locaties in “Service Cruiser” uiterst nauwkeurig ingaf opdat de verplaatsingsvergoedingen die hem werden toegekend ook overeenkwamen met de afstanden die hij had gereden. Een vakbondsafgevaardigde, zelfs indien hij vrijgesteld is van zijn normale prestaties als technieker, moet rekenschap kunnen geven van de tijd waarvoor hij loon ontvangt en van de verplaatsingen waarvoor hij een vergoeding krijgt. Het correct en nauwkeurig gebruik van het systeem “Service Cruiser”, is dan ook een gerechtvaardigde eis van de NV, nu dit het enig instrument was dat de NV kon hanteren voor controle. De bewering van de heer H K dat hij de werking van het systeem “Service Cruiser” verschillende keren aan de kaak heeft gesteld en de NV nooit gehoor heeft gegeven aan de problemen die zich specifiek voor zijn functie als vakbondsafgevaardigde voordeden, wordt door niets ondersteund. Integendeel, de heer H K heeft nooit één van de verschillende aanmaningen betwist of beantwoord, alhoewel hij daartoe de expliciete mogelijkheid kreeg in die aanmaningen. De heer H K ontving van de NV bovendien maandelijks een overzicht van het aantal kilometers op basis van wat hij zelf ingegeven had in “Service Cruiser”. Indien hierin een vergissing zou zijn geslopen kon hij dit alsnog melden. De heer H K heeft nooit correcties doorgevoerd. Het verweer dat de heer H K voert kan in het licht van de strenge en herhaalde instructies niet worden aangenomen. De algemene uitleg dat hij soms in een benzinestation afspreekt met collega’s of lukraak een huisnummer ingaf omdat zijn collega’s dit niet hebben doorgegeven volstaat niet om te ontsnappen aan deze instructies. Daar waar de heer H K thans stelt dat aan adres x in Vilvoorde een centrale van Proximus ligt, dan spreekt het voor zich dat hij dat adres had moeten invoeren. Zelfs als zou worden aangenomen dat het op 13 mei 2025 om een vergissing ging omdat hij van zijn collega’s geen nummer had doorgekregen, kan niet anders dan worden vastgesteld dat de heer H K dit naar aanleiding van zijn daaropvolgende opgave van dit adres op 21 mei 2025 of bij de maandelijkse controle van de lijst met verplaatsingen niet rechtzette. Het arbeidshof herinnert er bovendien aan dat artikel 8.4, derde lid BW alle partijen verplicht om mee te werken aan de bewijsvoering. De heer H K kan er derhalve niet mee volstaan een totaal passieve houding aan te nemen. De vaststelling dat het verslag van de privaat onderzoeker het karakter heeft van onrechtmatig bewijs, ontslaat de heer H K niet van zijn verplichting naar best vermogen bij te dragen aan de opheldering van het geschil. Van hem kan een motivering worden verlangd omtrent de feiten waarover hij toelichting kan en dus ook moet verschaffen. Nu de heer H K niet betwist dat het adres x te 2240 Geel een open veld betreft waar dus geen interventie kon plaatsvinden door een technieker, komt het hem toe te verklaren waarom hij toch dit adres op 1 juli 2025 ingegeven heeft voor zijn verplaatsing. Hetzelfde geldt wat betreft het adres x te Hasselt. In de mate dat uit de door de heer H K bijgebrachte geschreven getuigenverklaring van de heer M M kan worden afgeleid dat hij met deze laatste op 26 juni 2025 rond 10 uur aan het Shell Tankstation op de Kuringersteenweg 491 te Kuringen afgesproken had en op 1 juli 2025 rond 13 uur aan het tankstation aan de Paalsesteenweg 161 te Beringen, verklaart dit geenszins waarom hij voor die dagen een niet bestaand adres in Hasselt, dan wel een plek in een open veld in Geel opgaf als professionele verplaatsing op basis waarvan hij een kilometervergoeding ontving. Het argument van de heer H K dat hij niet verplicht kan worden teveel informatie te verstrekken aan de NV gelet op zijn opdracht als personeelsafgevaardigde kan niet volstaan om te besluiten dat de heer H K zich mag onttrekken aan de verplichting om een bestaand en correct adres in te geven. En zelfs indien het om een geheime ontmoeting ging had de heer H K nog steeds de mogelijkheid om het adres achteraf te corrigeren, vooraleer er vergoeding voor te ontvangen. Zijn mandaat van personeelsafgevaardigde geeft hem geen vrijgeleide om duidelijke instructies naast zich neer te leggen, zeker niet na de talrijke ingebrekestellingen in verband met het opgeven van verkeerde adressen en onjuiste of ontbrekende tijdsregistratie in het systeem “Service Cruiser”, die hem tot grotere waakzaamheid had moeten bewegen. Het arbeidshof besluit dat de NV het bewijs levert dat de heer H K zich zowel schuldig maakte aan valse registraties in het systeem “Service Cruiser”, als aan een volgehouden gedrag van insubordinatie, welke nog bestond op het ogenblik dat de voor ontslag bevoegde persoon er afdoende kennis van had. Elk van deze tekortkomingen zijn in het licht van de verschillende niet tegengesproken ingebrekestellingen, waaruit blijkt dat de heer H K het ook met zijn tijdsregistratie niet zo nauw nam, een dringende reden. Voor de goede orde wijst het arbeidshof er op dat het geen rekening houdt met de latere feiten of andere feiten van insubordinatie, welke niet in de aangetekende brieven van 22 augustus 2025 werden opgenomen. De feiten en verzwarende omstandigheden geformuleerd in deze brieven volstaan om te besluiten dat er in hoofde van de heer H K een ernstige tekortkoming wordt bewezen die van aard is om een vertrouwensbreuk te creëren en die een onmiddellijk en definitief einde van de arbeidsrelatie rechtvaardigt. De overige door de partijen aangevoerde feiten en middelen doen aan voorgaande overwegingen en besluitvorming geen afbreuk. Het hoger beroep is gegrond. BESLISSING Het arbeidshof, Beslist op tegenspraak. Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond. Vernietigt het vonnis van 28 oktober 2025 van de arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen. Oordeelt opnieuw en verklaart de vordering van de NV Circet Belgium ontvankelijk en gegrond. Erkent de door de NV Circet Belgium ingeroepen feiten als een dringende reden. Veroordeelt de heer H K en ACLVB tot de betaling van de gerechtskosten van beide aanleggen. Vereffent deze kosten aan de zijde van de NV Circet Belgium op 1.168,54 euro kosten van dagvaarding, 1.883,72 euro rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg en 1.883,72 euro rechtsplegingsvergoeding hoger beroep. Beveelt overeenkomstig artikel 101, vijfde lid WPO dat een afschrift van dit arrest wordt overgemaakt aan de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken. Aldus gewezen door: A A, kamervoorzitter, M A, plaatsvervangend raadsheer in sociale zaken, werkgever, P V, raadsheer in sociale zaken, werknemer-arbeider, M A P V A A en uitgesproken door de voorzitter van de derde kamer van het arbeidshof Antwerpen, afdeling Antwerpen, zitting houdend te Antwerpen in buitengewone openbare terechtzitting van 26 december 2025 met bijstand van R G, hoofdgriffier R G A A ------------------------------------------------------ De voetnoten kan u terugvinden in de PDF-versie. PDF document ECLI:BE:AHANT:2025:ARR.20251226.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.