← België

A.B. tegen ACE PACKAGING NV

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Antwerpen Vonnis/arrest van 12 februari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:AHANT:2026:ARR.20260212.1 Rolnummer: 2020/AA/373 Zaak: A.B. tegen ACE PACKAGING NV Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2026-02-17 Raadplegingen: 364 - laatst gezien 2026-06-18 19:23 Fiche Overeenkomstig artikel 991 § 2 Ger.W. stelt de rechter het bedrag vast van de kosten en het ereloon onverminderd eventuele schadevergoeding en intresten. Krachtens het voornoemde artikel moet het arbeidshof bij de bepaling van het ereloon en de onkosten van de deskundige “hoofdzakelijk” rekening houden met de zorgvuldigheid waarmee de deskundige zijn werk uitvoerde, de nakoming van de vooropgestelde termijnen en de kwaliteit van zijn werk. Deze verplichte wettelijke criteria dienen “cumulatief” te worden toegepast. Het arbeidshof “kan” tevens rekening houden met de moeilijkheid en de duur van het geleverde werk, de hoedanigheid van de deskundige en de waarde van het geschil (dit betreffen facultatieve, subsidiaire criteria). Het arbeidshof kan ten slotte ook rekening houden met het feit of de aangerekende prestaties nuttig dan wel nutteloos waren, of de deskundige op eigen initiatief zijn onderzoek heeft uitgebreid en advies heeft gegeven omtrent punten die niet in zijn opdracht stonden of waar partijen niet mee instemden, en desgevallend ook de financiële draagkracht van partijen. *** In casu oordeelde het arbeidshof dat er geen discussie kan bestaan over de zorgvuldigheid waarmee de deskundige haar werk uitvoerde en de kwaliteit van haar werk. Omtrent het door de deskundige aangerekende uurtarief van het honorarium bestaat er geen betwisting. De neerlegging van het definitief deskundigenverslag meer dan 4 jaar na het tussenarrest waarin de deskundige met de opdracht werd belast is ongetwijfeld een substantiële overschrijding van de vooropgestelde termijn. In casu trad de gerechtsdeskundige weinig diligent op inzake de nakoming van de termijnen. Partijen formuleerden geen opmerkingen omtrent de verzoeken tot verlenging (art. 974 Ger.W.). *** Gelet op het niet nakomen van de vooropgestelde termijnen doch eveneens gelet op de kwaliteit van het geleverde werk en de moeilijkheid van het geleverde werk reduceert het arbeidshof de kosten- en ereloonstaat ex aequo et bono met 10 %. Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Deskundigenonderzoek - Ereloon Tekst van de beslissing Datum van uitspraak op 12 februari 2026 Rolnummer: 2020/AA/373 --------- Arbeidshof Antwerpen, Afdeling Antwerpen, Kamer 2 ---------- A.B., rijksregisternummer A.B., wonende te woonplaats A.B., met als raadsman mr. DECLERCK Ilse, advocaat te HASSELT, die pleit tegen: ACE PACKAGING NV rechtsopvolger van ALUVIN NV, ON 0400.942.669, met zetel te 3290 DIEST, Itselaarlaan 5 bus A, met als raadslieden mr. RAETS Stephanie en mr. TUERLINCKX Sebastiaan, die pleit, advocaten te ANTWERPEN. met als deskundige: dr. VANDEURZEN Ann, met medisch kabinet te 3600 GENK, Mosselerlaan 44, niet aanwezig noch vertegenwoordigd in raadkamer. --------------- Het hoger beroep is gericht tegen het vonnis van 22 juni 2020 van de arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Turnhout. Het arbeidshof sprak in deze zaak arrest uit op 20 oktober

  1. Het arbeidshof past de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken toe.
  2. SITUERING Met tussenarrest van 20 oktober 2021 stelde het arbeidshof dr. Vandeurzen als arts-deskundige met als opdracht: “Aan dr. Vandeurzen wordt de volgende opdracht gegeven:  na partijen, eventueel door hun behandelende en/of raadgevende geneesheren respectievelijk bijgestaan of vertegenwoordigd, behoorlijk te hebben opgeroepen;  na kennis te hebben genomen van medische attesten, geneeskundige dossiers en alle andere relevante stukken betreffende deze zaak;  na de heer A.B. aan een medisch onderzoek te hebben onderworpen;  na - indien zij dit nodig acht - een plaatsbezoek te hebben gebracht aan de fabriekshal en de lokalen van de NV gelegen te 2200 Herentals, Welvaartstraat
  3.  en na alle nuttige inlichtingen of gegevens te hebben ingewonnen en zich zo nodig te laten bijstaan door andere specialisten; in een gemotiveerd advies:  een beschrijving te geven van de medische voorgeschiedenis van de heer A.B. en de relevante omstandigheden met betrekking tot de evolutie van zijn handicap en zijn arbeidsongeschiktheid sinds 8 september 2015;  advies uit te brengen over de vraag of de heer A.B. op 27 november 2018 en daarna geschikt was om de functies van kwaliteitsverantwoordelijke, verantwoordelijke IT, teamleder HACCP en preventieadviseur bij de NV uit te oefenen rekening houdend met: - de functiebeschrijvingen (stukken 15 dossier A.B.) - de aanpassingen aan de werkpost en de functies van de heer A.B. zoals deze werden toegepast voor 8 september 2015  in voorkomend geval advies uit te brengen over het tijdelijk of blijvend karakter van de ongeschiktheid  In voorkomend geval advies uit te brengen met betrekking tot eventuele bijkomende aanpassingen aan de werkpost die nodig waren/zijn om een werkhervatting mogelijk te maken en/of met betrekking tot het aangepast werk dat de heer A.B. nog kon/ zal kunnen verrichten. Verder te antwoorden op alle relevante vragen van partijen. Haar bevindingen neer te schrijven in een met redenen omkleed verslag, in te dienen ter griffie van dit hof uiterlijk op 10 april
  4. “ De deskundige legde op 9 december 2025 haar definitief deskundigenverslag samen met de staat van de kosten en het ereloon neer ter griffie van dit arbeidshof. Met een brief die de griffie heeft ontvangen op 8 januari 2026 betwisten de raadslieden van ACE PACKAGING NV de ingediende kostenstaat van de deskundige. In toepassing van artikel 991, § 2 en 973, §2 Ger.W. werden partijen, hun raadslieden en de gerechtsdeskundige opgeroepen om in raadkamer te verschijnen. Met een brief van 26 januari 2026 bezorgde dr. Vandeurzen schriftelijk haar toelichting en standpunt, zodat deze bij de beoordeling kon worden meegenomen Behandeling van de zaak vond op 4 februari 2026 plaats in raadkamer, in afwezigheid van dr. Vandeurzen.
  5. BEOORDELING 2.1 Situering van de discussie De discussie gaat over de kosten en het ereloon voor een deskundigenonderzoek. Samen met het definitief deskundigenverslag werd door dr. Vandeurzen volgende kostenstaat ingediend bij dit hof: “Dossier-, port-, secretariaatskosten. Studie van het dossier. Organiseren en uitvoeren van 1ste en 2de expertise. Opvragen bijkomende medische verslagen/stukken. Studie ontvangen medische stukken. Maken van voorverslag. Ontvangst opmerkingen op voorverslag. Beantwoorden van de opmerkingen. Maken van definitief verslag en ereloonstaat. Port -en secretariaatskosten. SUBTOTAAL 9.158,27 EURO BTW 21% + 1.923,24 EURO SUBTOTAAL incl. 21% BTW 11.081,51 EURO Postzegels. 181,09 EURO TOTAAL. 11.262,60 EURO Ontvangen provisie. 1.000,00 EURO TOTAAL te betalen: 10.262,60 EURO” In de brief die de griffie heeft ontvangen op 8 januari 2026 wordt de door de deskundige ingediende kostenstaat door de raadslieden van ACE PACKAGING NV betwist. Naar hun mening dient het bedrag van 11.262,6 euro (incl. btw) sterk te worden gematigd gelet op de onduidelijkheid over de prestaties waarop het ereloon precies betrekking heeft. Er wordt door ACE PACKAGING NV alleszins betwist dat de kenbaar gemaakte prestaties dit bedrag verantwoorden. Bovendien zou er nooit enige verantwoording gegeven zijn voor de grote vertraging die het dossier heeft gekend en is de inzet van de zaak in de huidige status beperkt. De raadslieden van ACE PACKAGING NV verwijzen in dat verband naar het volgende: - De (niet) nakoming van de vooropgestelde termijnen: De vooropgestelde termijnen werden geenszins nageleefd. In het tussenarrest van 20 oktober 2021, waarin de deskundige werd aangesteld, werd vastgelegd dat het definitieve verslag moest worden ingediend uiterlijk op 10 april
  6. Dit verslag zou uiteindelijk pas meer dan 4 jaar later worden ingediend, op 9 december
  7. Hierna wordt een samenvatting van het verloop van het deskundigenonderzoek gegeven. - De waarde van het geschil: Volgens de raadslieden van ACE PACKAGING NV staat het verschuldigde bedrag van de ereloonstaat van dr. Vandeurzen niet in verhouding met de waarde van het geschil. Er zou nog uitspraak dienen gedaan te worden over een in geld waardeerbare vordering, zijnde de vordering van de heer A.B. tot betaling van een schadevergoeding van 6 maanden loon wegens discriminatie, begroot op 22.053,1 EUR bruto. Het bedrag dat dr. Vandeurzen aanrekent, ten belope van 11.262,6 EUR incl. btw, vertegenwoordigt meer dan de helft van de waarde van geschil. Dit zou buitenproportioneel zijn. - De prestaties van de deskundige: De kosten- en ereloonstaat die dr. Vandeurzen neerlegde zou allesbehalve gedetailleerd zijn. Er zou niet kunnen worden afgeleid op welke prestaties de gepresteerde uren betrekking hebben. Het zou gaan om gepresteerde uren die enkel gelinkt worden aan een bepaalde datum, zonder verdere toelichting. Hierdoor zou geen controle kunnen worden uitgeoefend of de prestaties van de gerechtsdeskundige. De ereloonstaat van dr. Vandeurzen zou bovendien niet in verhouding staan met de complexiteit van de zaak. De arbeidsongeschiktheid van de heer A.B. en de evolutie van zijn aandoening sinds 2015 werd goed gedocumenteerd door zijn behandelende artsen. In het deskundigenverslag verwijst dr. Vandeurzen eerder naar de vaststellingen van de behandelende artsen dan haar eigen vaststellingen, om tot de eindconclusie te komen. Tot slot zouden sommige kostenposten in de ereloonstaat van dr. Vandeurzen onduidelijk zijn. Hierbij wordt verwezen naar kosten voor postzegels terwijl het merendeel van de communicatie via e-mail verliep en er trouwens eveneens e-mailkosten worden aangerekend. Ook worden secretariaatskosten aangerekend voor bepaalde prestaties zonder te verduidelijken welke kosten hiermee effectief worden vergoed en waarop deze prestaties betrekking hebben. Tijdens de zitting van 4 februari 2026 in raadkamer verduidelijken de aanwezige partijen hun standpunt. 2.2 Oordeel van het arbeidshof Overeenkomstig artikel 991 § 2 Ger.W. stelt de rechter het bedrag vast van de kosten en het ereloon onverminderd eventuele schadevergoeding en intresten. Hij houdt hoofdzakelijk rekening met de zorgvuldigheid waarmee het werk werd uitgevoerd, de nakoming van de vooropgestelde termijnen en de kwaliteit van het geleverde werk. Hij kan daarbij ook rekening houden met de moeilijkheid en duur van het geleverde werk, de hoedanigheid van de deskundige en de waarde van het geschil. Krachtens het voornoemde artikel moet het arbeidshof bij de bepaling van het ereloon en de onkosten van de deskundige “hoofdzakelijk” rekening houden met de zorgvuldigheid waarmee de deskundige zijn werk uitvoerde, de nakoming van de vooropgestelde termijnen en de kwaliteit van zijn werk. Deze verplichte wettelijke criteria dienen “cumulatief” te worden toegepast. Het arbeidshof “kan” tevens rekening houden met de moeilijkheid en de duur van het geleverde werk, de hoedanigheid van de deskundige en de waarde van het geschil (dit betreffen facultatieve, subsidiaire criteria). Het arbeidshof kan ten slotte ook rekening houden met het feit of de aangerekende prestaties nuttig dan wel nutteloos waren, of de deskundige op eigen initiatief zijn onderzoek heeft uitgebreid en advies heeft gegeven omtrent punten die niet in zijn opdracht stonden of waar partijen niet mee instemden, en desgevallend ook de financiële draagkracht van partijen. Vooreerst verwijst het arbeidshof dat met het tussenarrest van 20 oktober 2021 de deskundige een uitgebreide opdracht werd gegeven welke er in bestond kennis te nemen van alle medische attesten, geneeskundige dossiers en alle andere relevante stukken betreffende de zaak, de heer A.B. medisch te onderzoeken, desgevallend een plaatsbezoek te brengen aan de fabriekshal en de lokalen van de NV en hierna in een gemotiveerd advies een beschrijving te geven van de medische voorgeschiedenis van de heer A.B. en de relevante omstandigheden met betrekking tot de evolutie van zijn handicap en zijn arbeidsongeschiktheid sinds 8 september 2015 evenals advies uit te brengen over de vraag of de heer A.B. op 27 november 2018 en daarna geschikt was om de functies van kwaliteitsverantwoordelijke, verantwoordelijke IT, teamleder HACCP en preventieadviseur bij de NV uit te oefenen rekening houdend met de functiebeschrijvingen, de aanpassingen aan de werkpost en de functies van de heer A.B. zoals deze werden toegepast voor 8 september 2015 en, in voorkomend geval advies uit te brengen over het tijdelijk of blijvend karakter van de ongeschiktheid of in voorkomend geval advies uit te brengen met betrekking tot eventuele bijkomende aanpassingen aan de werkpost die nodig waren/zijn om een werkhervatting mogelijk te maken en/of met betrekking tot het aangepast werk dat de heer A.B. nog kon/zal kunnen verrichten. Het prima facie onderzoek en de marginale toetsing geven duidelijk aan dat de deskundige behoorlijk werk heeft geleverd. De deskundige stelt in dat verband terecht dat “bij het doornemen van de opmerkingen van mr. Raets/mr. Tuerlinckx is er blijkbaar geen discussie omtrent de zorgvuldigheid waarmee het werd uitgevoerd en de kwaliteit van het geleverde werk. (..) Ook werden er vanuit medisch oogpunt, door raadsgeneesheren van partijen, nooit opmerkingen geformuleerd”. Over de zorgvuldigheid waarmee de deskundige haar werk uitvoerde en de kwaliteit van haar werk kan dan ook geen discussie bestaan. Omtrent het door de deskundige aangerekende uurtarief van het honorarium bestaat er geen betwisting. Het arbeidshof oordeelt tevens dat de kosten- en ereloonstaat van dr. Vandeurzen voldoende gedetailleerd is nu in het definitief deskundigenverslag een duidelijk overzicht wordt gegeven van het verloop van de expertise en in de kosten- en ereloonstaat de kosten, uitgaven en honoraria zeer gedetailleerd worden weergegeven. Het argument dat de kosten-en ereloonstaat buitenproportioneel zou zijn gelet op de waarde van het geschil wordt door het arbeidshof evenmin bijgetreden. Er wordt dienaangaande verwezen naar de uitgebreide opdracht waarmee de deskundige werd belast evenals de complexiteit van de zaak. Omtrent de nakoming van de vooropgestelde termijnen verwijst het arbeidshof vooreerst naar het tussenarrest van 20 oktober 2021 waarin deze termijn als volgt werd bepaald:” Haar bevindingen neer te schrijven in een met redenen omkleed verslag, in te dienen ter griffie van dit hof uiterlijk op 10 april
  8. “ Het staat vast dat het definitief deskundigenverslag pas op 9 december 2025 werd neergelegd ter griffie of met andere woorden meer dan 4 jaar na de aanstelling van de deskundige. De termijnen beoogd door artikel 991 Ger.W. zijn vooral deze bepaald voor de neerlegging van het eindverslag. Een overschrijding van de termijn voor neerlegging van het eindverslag wordt slechts gesanctioneerd wanneer die substantieel is, een lichte overschrijding wordt gedoogd. De neerlegging van het definitief deskundigenverslag meer dan 4 jaar na het tussenarrest waarin de deskundige met de opdracht werd belast is ongetwijfeld substantieel. Evenwel dient onderzocht of zulks te wijten is aan de deskundige door niet diligent op te treden en/of door het voeren van nutteloze onderzoeksdaden. ACE PACKAGING NV houdt in ieder geval niet voor dat de deskundige nutteloze onderzoeksdaden zou hebben verricht, integendeel, zij beweert dat “het dossier ernstig werd vertraagd door de opvolging van de gerechtsdeskundige, waardoor bepaalde nuttige onderzoeksdaden, waaronder een bedrijfsbezoek, niet meer konden worden uitgevoerd”. Overeenkomstig de leer van de nutteloze onderzoeksdaden worden die concrete prestaties immers niet-vergoedbaar gesteld. Deze leer is bijgevolg in casu niet van toepassing. Evenwel stelt het arbeidshof vast dat dr. Vandeurzen weinig diligent is opgetreden inzake de nakoming van de vooropgestelde termijnen. Zo werd door de deskundige op 18 maart 2023, 22 september 2022, 27 februari 2023 (samen de neerlegging van het tussenverslag), 21 augustus 2023, 13 december 2023, 21 en 26 augustus 2023, 13 december 2023, 21 augustus 2024, 7 december 2024 en 27 juni 2025 verzocht om verlenging van de termijn voor de neerlegging van het deskundigenverslag. Dr. Vandeurzen wijt deze verzoeken aan het feit dat zij in dit dossier een zeer lijvig bundel heeft ontvangen welke diende bestudeerd te worden hetgeen de nodige tijd zou hebben gekost. Zij verwijst tevens naar het feit dat het noodzakelijk was voor de beoordeling op medisch vlak om verslagen op te vragen van de behandelende artsen waarbij zij zeer frequent de partijen een rappel diende te sturen. Het arbeidshof twijfelt niet aan het feit dat dr. Vandeurzen een lijvig dossier heeft ontvangen dat zij diende te bestuderen doch uit het overzicht van de prestaties in de kostenstaat blijkt dat het gros van de prestaties van de deskundige zich situeren in de periode 9 oktober 2021 tot 2 februari 2023 (20,5 uur) en 14 augustus 2024 tot 5 december 2025 (12,3 uur), hetgeen samenvalt met de opstelling van het tussenverslag en het voorlopig en definitief deskundigenverslag. In de periode 22 februari 2023 tot 15 juni 2024 worden 8,05 uren aangerekend. In die betrokken periode worden hoofdzakelijk brieven, rappels, gericht aan de partijen verstuurd of ontvangen en wordt om verlengingen verzocht aan het arbeidshof. De verwerking van deze aanvullende gegevens gebeurt pas vanaf 15 juni 2024 en neemt slechts een half uur in beslag. Het dossier heeft in die betrokken periode dan ook een (te) lange tijd stilgelegen en getuigt niet van een diligent optreden. Dr. Vandeurzen verwijst naar het feit dat de meerdere termijnverlengingen aan de partijen werden gecommuniceerd en er hierover, tenminste in de loop van de expertise, nooit een discussie was geweest. Artikel 974 Ger.W. voorziet dat: “§
  9. Indien de termijn voor het indienen van het eindverslag op meer dan zes maanden is bepaald, bezorgt de deskundige om de zes maanden een tussentijds verslag over de stand van zaken aan de rechter, de partijen en de raadslieden. Deze stand van zaken vermeldt : - de reeds uitgevoerde werkzaamheden; - de werkzaamheden die uitgevoerd zijn sinds het laatste tussentijds verslag; - de nog uit te voeren werkzaamheden. §
  10. Alleen de rechter mag de termijn voor het indienen van het eindverslag verlengen. De deskundige kan zich daartoe vóór het verstrijken van die termijn tot de rechter wenden met opgave van de redenen waarom de termijn zou moeten worden verlengd. Van dit verzoek wordt kennis gegeven overeenkomstig artikel 973, § 2, derde en vierde lid, behalve aan de verzoekende deskundige. De partijen bezorgen binnen de acht dagen hun eventuele opmerkingen. De rechter kan overeenkomstig artikel 973, § 2, de verschijning van de partijen en de deskundigen gelasten. De rechter weigert de verlenging wanneer hij van oordeel is dat die niet redelijk verantwoord is. Hij motiveert deze beslissing.” Het staat vast dat geen der partijen enige opmerking heeft geformuleerd omtrent de verzoeken tot verlenging van de termijnen doch zulks staat niet in de weg dat het de taak is van de deskundige om de termijnen te respecteren voor de overmaking van het tus¬sentijds en definitief verslag nu het gaat om een bindende termijn waarvan de overschrijding een kennelijke on¬zorgvuldigheid is die de rechter als grond voor een ereloonreductie kan aangrijpen. Gelet op het niet nakomen van de vooropgestelde termijnen doch eveneens gelet op de kwaliteit van het geleverde werk en de moeilijkheid van het geleverde werk reduceert het arbeidshof de kosten- en ereloonstaat ex aequo et bono met 10 % De kosten- en ereloonstaat van dr. Vandeurzen wordt aldus getaxeerd op een bedrag van 9.158,27 euro – 10 % = 8.242,44 euro + 21 % BTW = 9.973,35 euro Postzegels: 181,09 euro Totaal: 10.154,44 euro Ontvangen provisie: - 1.000,00 euro Saldo te betalen: 9.154,44 euro Het hof doet dienovereenkomstig uitspraak. BESLISSING Het arbeidshof, Begroot het bedrag van de staat van erelonen en kosten van gerechtsdeskundige dr. Vandeurzen Ann in totaal op 10.154,44 euro, waarvan reeds een provisie van 1.000,00 euro werd betaald, en geeft daarvan bevel tot tenuitvoerlegging tegen de heer A.B. en de NV ACE PACKAGING. Voegt de uitspraak inzake eventuele gerechtskosten van onderhavige procedure in raadkamer bij de nog ten gronde te verlenen uitspraak van het bodemgeschil. Aldus gewezen door: C.R., raadsheer, K.L., raadsheer in sociale zaken, werkgever, K.S., raadsheer in sociale zaken, werknemer-bediende, K.L. K.S. C.R. en uitgesproken door de voorzitter van de tweede kamer van het arbeidshof Antwerpen, afdeling Antwerpen, zitting houdend te Antwerpen in buitengewone openbare terechtzitting van 12 februari 2026 met bijstand van griffier E.W.. ----------------------------------------------------- De voetnoten kan u terugvinden in de PDF-versie. PDF document ECLI:BE:AHANT:2026:ARR.20260212.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.