id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Gent Vonnis/arrest van 01 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:AHGNT:2004:ARR.20041001.2 Rolnummer: 11504;- Rechtsgebied: Invoerdatum: 2006-05-24 Raadplegingen: 101 - laatst gezien 2026-07-01 00:57 Fiche Artikel 1, tweede lid, 4° en artikel 18, ,§ 3bis K.B. nr. 38 van 27 juli 1968 houdende inrich-ting van het sociaal statuut der zelfstandigen: uitkering van de sociale verzekering in geval van faillissement: vordering tot terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen: kan worden ingeleid bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van de arbeidsrechtbank (cf. artikel 581, 2° en 704, eerste lid, Ger. W.). Vrije woorden: DE SOCIALE ZEKERHEID VOOR ZELFSTANDIGEN . SOCIAAL STATUUT Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 27-07-1967 - 1,2elid - 01 ELI link Pub nr 1967072702 Koninklijk Besluit - 27-07-1967 - 18,§3bis - 01 ELI link Pub nr 1967072702 Tekst van de beslissing A.R. nr.: 115/04 Rep. nr. OPENBARE TERECHTZITTING VAN EEN OKTOBER TWEEDUIZEND EN VIER. IN DE ZAAK VAN: A. S. V., vereniging zonder winstoogmerk, met zetel APPELLANTE, ter openbare terechtzitting vertegenwoordigd door Mr. P. D. P., loco Mr. G. L., advocaat te Antwerpen, TEGEN : W. G., wonende te , GEINTIMEERDE, die ter openbare terechtzitting niet verschijnt en evenmin ver-tegenwoordigd wordt. x x x Gelet op de stukken van het dossier van de rechtspleging, inzonderheid het eensluidend verklaard afschrift van het vonnis van 8 maart 2004 van de zesde kamer van de Arbeidsrechtbank te Dendermonde, afdeling Aalst, op tegenspraak gewezen in de zaak van partijen, dragend het volgnummer 51.226 van de algemene rol, dat door de griffier aan de partijen ter kennis werd gegeven bij gerechtsbrief van 10 maart
- Gelet op het verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd ter griffie van het Arbeidshof te Gent, afdeling Gent, op 19 maart
- Gehoord de appellante in de mondelinge uiteenzetting van haar middelen en conclusies ter openbare terechtzitting van 7 mei 2004, waar zij verstek heeft gevorderd tegen de behoorlijk door de griffier bij gerechtsbrief opgeroepen, maar niet verschenen en evenmin vertegenwoordigde G. W.. x x x Bij verzoekschrift van 10 december 2003, ter griffie van de Arbeidsrechtbank te Dendermonde, afdeling Aalst, ontvangen op 12 december 2003, vorderde de v.z.w. A. S. V., oorspronkelijk eiseres en thans appellante, de veroordeling van G. W., oorspronkelijk ver-weerder en thans geïntimeerde, tot betaling van 1.094,78 euro, meer de intresten vanaf 13 oktober 2003, wegens ten onrechte uitbetaalde uitkering in toepassing van het K.b. van 18 november 1996 inzake de faillissementsverzekering betrekkelijk de maanden augustus en september
- Tevens werd gevorderd het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Die partij legt daarin uit dat gebleken is dat G. W. reeds sinds 1 juli 2002 als loontrekkende was tewerkgesteld, zodat hij vanaf augustus 2002 geen aanspraak meer kon maken op de voormelde uitkering. Het bestreden vonnis verklaarde de vordering niet toelaatbaar. Geoordeeld werd dat het verzoekschrift slechts kan aangewend worden in de gevallen nominatim opgesomd in het artikel 704, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek en dat het daarbuiten de dagvaarding niet kan vervangen. Waar de samenlezing van de artikelen 580, 2°, en 704, eerste lid, van het Ge-rechtelijk Wetboek aan de werknemers de mogelijkheid biedt om geschillen met betrekking tot hun verplichtingen inzake sociale zekerheid door middel van een verzoekschrift bij de ar-beidsrechtbank in te leiden, ontbreekt deze mogelijkheid in het stelsel der zelfstandigen (cf. artikel 581, 1°, Ger.W.). Het Arbitragehof heeft in het arrest van 30 januari 2002 nr. 29/2002 (B.S. 27 april 2002) reeds geoordeeld dat dit de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet schendt. De terugvordering van onterecht ontvangen uitkeringen in het kader van de fail-lissementsverzekering kadert in de omschrijving van de geschillen betreffende de verplich-tingen die voortvloeien uit de wetten en verordeningen inzake het sociaal statuut ten voordele van de zelfstandigen. Volgens het Hof van Cassatie betreft het hier een regel van gerechtelijke orga-nisatie, die de openbare orde raakt en die de rechter ambtshalve moet opwerpen en dus niet om een rechtsplegingsregel (cf. Cass. 27 mei 1994, R.W. 1994-1995, 1017; Cass. 30 okto-ber 1997, R.W. 1998-1999, 163). Van enige regularisatie achteraf kan geen sprake zijn en evenmin is het akkoord van de geïntimeerde inzake van enig belang. Aldus de eerste rechter. x x x In hoger beroep vordert de v.z.w. A. S. V. dat het bestreden vonnis teniet zou worden gedaan en dat het Arbeidshof, opnieuw oordelend, G. W. zou veroordelen tot beta-ling van de som van 1.094,78 euro, te vermeerderen met de intresten vanaf 13 oktober
- Zij voert in essentie als grief aan dat de eerste rechter de vordering ten onrechte ontoelaatbaar verklaarde op grond van de overweging dat de vordering diende te worden in-geleid bij dagvaarding en niet bij verzoekschrift. De eerste rechter stelde dat het in casu een geschil betreft in verband met de verplichtingen van een zelfstandige en dat een dergelijk geschil geen zaak is die, overeen-komstig het artikel 704, ,§ 1, van het Gerechtelijk Wetboek, bij verzoekschrift mag worden in-geleid. Het geschil handelt echter niet over de verplichtingen van een zelfstandige die voortvloeien uit de wetten en verordeningen inzake het sociaal statuut, maar over de rechten van een zelfstandige die voortvloeien uit deze wetten, namelijk het recht op een faillisse-mentsuitkering. Geschillen betreffende de rechten van een zelfstandige behoren overeenkom-stig het artikel 581, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, tot de bevoegdheid van de arbeids-rechtbank en dienen overeenkomstig het artikel 704, eerste lid, van het Gerechtelijk Wet-boek, wel degelijk per verzoekschrift te worden ingeleid. De v.z.w. A. S. V. acht haar vordering dus wel degelijk toelaatbaar. x x x De beoordeling. Het hoger beroep werd tijdig en regelmatig naar de vorm ingesteld, zodat het ontvankelijk is. x x x Het sociaal statuut ten voordele van de zelfstandigen strekt zich (onder meer) uit tot de uitkeringen van de sociale verzekering in geval van faillissement (cf. artikel 1, twee-de lid, 4°, K.b. nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelf-standigen; zie ook het artikel 18, ,§ 3bis van dat K.b. nr. 38, dat deel uitmaakt van het hoofd-stuk III, getiteld "De uitkeringen"). Bij geschil zijn derhalve de arbeidsgerechten bevoegd (cf. PETIT, J., Sociaal Procesrecht, Die Keure, nr. 563). Naar luid van het artikel 581, 2° Ger.W. neemt de arbeidsrechtbank kennis van geschillen betreffende de rechten die voortvloeien uit de wetten en verordeningen inzake het sociaal statuut ten voordele van de zelfstandigen. In de zaken genoemd in het artikel 581, 2° Ger.W. worden de vorderingen inge-leid bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van de arbeidsrechtbank, of bij aangetekende brief gezonden aan die griffie (cf. artikel 704, eerste lid, Ger.W.). Vorderingen tot terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen die voortvloeien uit het sociaal statuut der zelfstandigen kunnen bij verzoekschrift worden inge-leid, omdat zij het recht van de verweerder op de betwiste uitkering in vraag stellen (vgl. Arbh. Bergen, 9 april 1997, J.T.T. 1997, 446; DUMONT, M., noot onder Arbh. Brussel, 11 maart 1983, Soc. Kron. 1983, 524 ; VANDECAVEY, B., "Questions relatives aux paiements et récupérations d'allocations familiales ", J.T.T. 1993, blz. 165-172, nr. 3.3.B. ; PETIT, J., aangeh. W., nr. 191). De op 12 december 2003 door de v.z.w. A. S. V. bij verzoekschrift ingestelde vordering is ontvankelijk. x x x Zij komt bovendien in hoofdsom gegrond voor, aangezien de hier bedoelde uit-kering aan de zelfstandige wordt toegekend (onder meer) op voorwaarde dat geen beroeps-activiteit wordt uitgeoefend en omdat elke wijziging in de voorwaarden uitwerking heeft de eerste dag van de maand die volgt op die van de wijziging (cf. artikel 4, ,§ 2, 2° en artikel 5, laatste lid, K.b. van 18 november 1996 houdende inrichting van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen in geval van faillissement). Aangezien geen inmorastelling voorligt, zijn slechts de hierna, in het beschik-kend gedeelte van dit arrest bepaalde gerechtelijke intresten verschuldigd. x x x OP DIE GRONDEN, HET ARBEIDSHOF, rechtsprekend bij verstek van G. W. Gelet op de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken en inzon-derheid het artikel
- Gelet op het eensluidend, schriftelijk advies van het Openbaar Ministerie, neer-gelegd ter griffie van het Arbeidshof te Gent op 21 juni 2004 door de heer Patrick Bricout, Eerste Advocaat-generaal. Alle andere en strijdige conclusies verwerpend als ongegrond. Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en in de hierna bepaalde mate gegrond. Vernietigt het bestreden vonnis van 8 maart 2004 van de zesde kamer van de Arbeidsrechtbank te Dendermonde, afdeling Aalst. En, opnieuw wijzend, Verklaart de oorspronkelijke vordering van de v.z.w. A. S. V. ontvankelijk. En, verder wijzend, verklaart die vordering in de hierna bepaalde mate gegrond. Veroordeelt G. W. om aan de v.z.w. A. S. V. terug te betalen de som van dui-zend vierennegentig euro achtenzeventig cent (1.094,78 euro), meer de gerechtelijke intres-ten vanaf 12 december
- Aldus uitgesproken op vrijdag één oktober tweeduizend en vier, in openbare te-rechtzitting door de vierde kamer van het Arbeidshof te Gent, zetelend te Gent, en waarin zit-ting hadden Gregor Vande Vyver, Kamervoorzitter in het Arbeidshof, Viviane Verwilghen, Raadsheer in het Arbeidshof, Pauwel Story, Raadsheer in sociale zaken, benoemd als zelf-standige, en Ronan Van Hecke, Griffier, nadat bij beschikking van de heer Eerste Voorzitter van 28 september 2004, met toepassing van het artikel 779 van het Gerechtelijk Wetboek Pauwel Story, Raadsheer in sociale zaken, benoemd als zelfstandige, aangewezen werd in vervanging van Frank Schelstraete, Raadsheer in sociale zaken, benoemd als zelfstandige, die heden wettig verhinderd is de uitspraak bij te wonen van het arrest in deze zaak, waar-over hij mede heeft beraadslaagd. get. R. Van Hecke - P. Story - V. Verwilghen - G. Vande Vyver. PDF document ECLI:BE:AHGNT:2004:ARR.20041001.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div