← België

ECLI:BE:AHGNT:2009:ARR.20090619.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidshof van Gent Vonnis/arrest van 19 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:AHGNT:2009:ARR.20090619.7 Rolnummer: 99/08 Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht - Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-02 Raadplegingen: 143 - laatst gezien 2026-07-02 20:01 Fiche 1

  1. Een beslissing tot ambtshalve onderwerping van een (schijn)-zelfstandige in de RSZ-aangiften van een werkgever is een bestuurshan-deling als bedoeld in art. 1 Wet Motivering Bestuurshandelingen. Dat is ook het geval voor de beslissing m.b.t. de intrekking van de bijdrage-vermindering t.o.v. het plus-één-plan en het plus twee plus drieplan voor de indienstneming van een eerste, tweede en derde werknemer.
  2. Instructies aan een onderaannemer i.v.m. het plaatsen van poorten en ramen betreffen niet de eigenlijke organisatie van het werk en impliceren evenmin hiërarchische controle op het werk.
  3. Werkgevers maken eenzelfde technische bedrijfseenheid uit wanneer ze onderling sociaal en economisch verweven zijn. Waar dit laatste uit de commerciële samenwerking gemakkelijk kan afgeleid worden moet de sociale verwevenheid tussen de verschillende entiteiten door de RSZ aangetoond worden aan de hand van concrete en aanneembare elementen indien hij de tijdelijke bijdrageverminderingen wil verwerpen. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Algemeen (sociale zekerheid) Vrije woorden: SOCIALE ZEKERHEID DER WERKNEMERS - ALGEMENE RE-GELING - Art. 1 en 2 Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering bestuurshandelingen. Art. 1 § 1 eerste lid RSZ-wet van 27 juni
  4. Art. 115 Programmawet van 30 december 1988 (tijdelijke bijdrageverminde-ringen). SIJ.S.070.A. Wettelijke bepalingen: Wet - 27-06-1969 - 1 § 1 - 04 ELI link Pub nr 1969062710 Fiche 2 Een beslissing tot ambtshalve onderwerping van een (schijn)-zelfstandige in de RSZ-aangiften van een werkgever is een bestuurshandeling als bedoeld in art. 1 Wet Motivering Bestuurshandelingen. Dat is ook het geval voor de beslissing m.b.t. de intrekking van de bijdragevermindering t.o.v. het plus-één-plan en het plus twee plus drieplan voor de indienstneming van een eerste, tweede en derde werknemer.
  5. Instructies aan een onderaannemer i.v.m. het plaatsen van poorten en ramen betreffen niet de eigenlijke organisatie van het werk en impliceren evenmin hiërarchische controle op het werk.
  6. Werkgevers maken eenzelfde technische bedrijfseenheid uit wanneer ze onderling sociaal en economisch verweven zijn. Waar dit laatste uit de commerciële samenwerking gemakkelijk kan afgeleid worden moet de sociale verwevenheid tussen de verschillende entiteiten door de RSZ aangetoond worden aan de hand van concrete en aanneembare elementen indien hij de tijdelijke bijdrageverminderingen wil verwerpen. UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - BESTUURSRECHT - Motivering bestuurshandelingen - Motiveringsplicht Vrije woorden: Art. 1 en 2 Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering bestuurshandelingen. Art. 1 § 1 eerste lid RSZ-wet van 27 juni
  7. Art. 115 Programmawet van 30 december 1988 (tijdelijke bijdrageverminde-ringen). SIJ.S.- Wettelijke bepalingen: Wet - 29-07-1991 - 1 en 2 - - Link Justel databank 19910729-- Tekst van de beslissing <> PDF document ECLI:BE:AHGNT:2009:ARR.20090619.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.