← België

ECLI:BE:ARANT:2004:JUG.20040511.28

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Antwerpen Vonnis/arrest van 11 mei 2004 ECLI nr: ECLI:BE:ARANT:2004:JUG.20040511.28 Rolnummer: 2003760 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2005-03-10 Raadplegingen: 102 - laatst gezien 2026-07-01 00:17 Fiches 1 - 2 Blijkens een door de Sociale Inspectie uitgevoerd onderzoek voerde een chauffeur in de voormiddag opdrachten uit voor verzetdoende partij met zijn eigen voertuig. In de namiddag voerde deze chauffeur deze opdrachten uit met een vrachtwagen geleasd door verzetdoende partij. De prestatie in de namiddag geleverd vallen onder toepassing van de RSZ, besluitwet dd 28 december 1944 gezien het toepassingsgebied van de besluitwet werd uitgebreid bij KB dd 28 november 1969 : Artikel 3, 5° tot personen die vervoer van goederen verrichten, dat hun door een onderneming opgedragen is, door middel van voertuigen waarvan zij geen eigenaar zijn of waarvan de aankoop gefinancierd of de financiering gewaarborgd wordt door de ondernemer. Nu het wettelijk vermoeden ingesteld door artikel 5 bis Wet van 03 juli 1978 (dienstprestaties in uitvoering van een aannemingscontract worden geacht uitgevoerd te zijn op basis van een arbeidsovereenkomst) aanwezig is moet de RSZ de gezagsrelatie niet bewijzen. Vrije woorden: DE ARBEIDSOVEREENKOMSTEN . ALGEMENE REGELING VAN DE ARBEIDSOVEREENKOMSTEN - Akte van verzet - ambtshalve regularisatie - wettelijk vermoeden van gezagsrelatie - vervoeropdrachten Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 5BIS Vrije woorden: SOCIALE ZEKERHEID VOOR WERKNEMERS . ALGEMENE REGELING Wettelijk vermoeden van gezagsrelatie - akte van verzet - ambtshalve regularisatie - wettelijk vermoeden van gezagsrelatie - vervoeropdrachten. Wettelijke bepalingen: Wet - 27-06-1969 - 2,§1,1° Nota: Gerangschikt onder II AAN - artikel 5 bis en onder VII A - artikel 2, ,§ 1, 1°. Tekst van de beslissing DE ARBEIDSRECHTBANK VAN HET ARRONDISSEMENT TONGEREN, Eerste Kamer, heeft volgend vonnis uitgesproken: Rep. Nr. INZAKE: J & L L. BVBA, met vennootschapszetel Eerste blad. Eisende partij op verzet, verschijnend door TEGEN: R.S.Z., Verwerende partij op verzet, verschijnend door Gezien de inleidende dagvaarding d.d. 31 december 2002 van het ambt van gerechtsdeurwaarder Hugo Vreven met standplaats te Tongeren, er toe strekkende verwerende partij te horen veroordelen aan eisende partij te betalen: x de som van EUR 17.107,

  1. x de verwijlintresten aan de wettelijke intrestvoet op de som der bijdragen zijnde EUR 15.468,16 vanaf 12 november 2002 tot 21 nopvember 2002 en op EUR 14.906,35 vanaf 21 november 2002 tot de dag der algehele betaling. x de kosten van het geding. Gezien het verstek vonnis d.d. 11 februari 2003 waarbij oorspronkelijk verwerende partij veroordeeld werd tot betaling aan oorspronkelijk eisende partij: x de som van EUR 17.107,
  2. x de verwijlintresten aan de wettelijke intrestvoet op de som der bijdragen zijnde EUR 15.468,16 vanaf 2 november 2002 en op EUR 14.906,35 vanaf 21 november 2002 tot de dag der algehele betaling. x de kosten van het geding in hoofde van oorspronkelijk eisende partij op EUR 121,82 dagvaardingskosten en EUR 98,16 rechtsplegingsvergoeding. Gezien de akte van verzet d.d. 11 maart 2003 betekend bij exploot van J. Sacré, gerechtsdeurwaarder met standplaats te Koekelberg, tegen het verstekvonnis d.d. 11 februari 2003 uitgesproken door deze rechtbank. Gehoord partijen in hun middelen en gezien hun schriftelijke besluiten. Gehoord Mevrouw Corine Nolens, Arbeidsauditeur, in de lezing van haar schriftelijk advies. Partijen hebben niet gerepliceerd. Allen drukten zich uit in de Nederlandse taal. Het verzet werd tijdig en regelmatig naar vorm ingesteld en is ontvankelijk. x x x I. FEITEN: Verzetdoende partij is een koerierdienst genoemd LOGISTICS. De heer Houbrechts heeft eveneens een koerierdienst. De heer Houbrechts werkt (ondermeer) voor BVBA LOGISTICS. Bij onderzoek door de Sociale Inspectie op 10 juni 2002 bleek dat de heer Houbrechts in de voormiddag de opdrachten uitvoerde voor verzetdoende partij met zijn eigen voertuig. In de namiddag voerde de heer Houbrechts deze opdrachten uit met een vracht-wagen geleasd door de BVBA LOGITICS. De Sociale Inspectie leidde hieruit af dat de heer Houbrechts arbeid verichtte voor LOGISTICS BVBA onder omstandigheden die beantwoorden aan de vereisten gesteld aan een arbeidsovereen-komst, zonder evenwel met verzetdoende partij verbonden te zijn door een arbeidsovereenkomst. De RSZ gaat ambtshalve over tot regularisatie van de periode vanaf 1 oktober 2001 t/m 31 maart
  3. x x x II. VERSIE VAN VERZETDOENDE PARTIJ:
  4. De heer Houbrechts is geen "schijnzelfstandige" of werknemer van verzetdoende partij, doch een volwaardige zelfstandige, en dit om reden van: x hij werkt niet alleen voor verzetdoende x hij factureert zijn prestaties x hij is onafhankelijk van verzetdoende partij x er is geen gezagsverhouding tussen de heer Houbrechts en LOGISTICS BVBA x het werk wortdt uitgevoerd met het voertuig van de heer Houbrechts x x x
  5. Er kan evenmin sprake zijn van toepassing van artikel 3,5° KB 28 november 1969, houdende de uitvoeringsbesluiten van de herziening van de Besluitwet bij Wet d.d. 27 juni
  6. Bij artikel 3, 5de K.B. 28 november 1969 wordt de toepassing van de Besluitwet van 28 december 1944 verruimt tot (ondermeer) "...de personen die vervoer verrichten dat hen door een onderneming opgedragen wordt door middel van voertuigen waarvoor zij geen eigenaar zijn of waarvan de aankoop of de financiering gewaarborgd wordt door de ondernemer". De heer Houbrechts zou geen opdrachten voor BVBA LOGISTICS verrichten vermits opdrachten een gezagselement veronderstelt. Bovendien zouden de voertuigen eigendom van de heer Houbrechts zijn. x x x
  7. Zeer ondergeschikt dient de vordering beperkt tot de prestaties in de namiddag verricht. x x x III. VERSIE VAN OORSPRONKELIJK EISENDE PARTIJ, R.S.Z.:
  8. Door de Sociale Inspectie werd d;d; 16 juni 2002 bij controle vastgesteld dat de heer Houbrechts Albert voor BVBA LOGISTICS vervoeropdrachten uitvoerde. x In de voormiddag gebeurde dat met het eigen voertuig x In de namiddag gebeurde dat met een vrachtwagen geleasd door de BVBA LOGISTICS. De Sociale Inspectie besluit dat de heer Houbrechts voor BVBA LOGISTICS arbeid presteert in gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsovereenkomst.
  9. K.B. 28 november 1969 artikel 3, 5de breidt dat de toepasselijkheid van de Besluitwet d.d. 28 december 1944 uit tot de personen die vervoer verrichten dat hun door een onderneming opgedragen wordt door middel van voertuigen waarvan zij geen eigenaar zijn of waarvan de aankoop gefinancierd gewaarborgd wordt door de ondernemer. Het vervoer dat de heer Houbrechts in de namiddag doet met een vrachtwagen geleasd door LOGISTICS BVBA beantwoord aan artikel 3, 5de K.B. 28 november
  10. x x x
  11. Artikel 5bis Wet 3 juli 1978 stelt het vermoeden in dat iedereen die voor de persoon met wie hij verbonden is door een arbeidsovereenkomst gelijkwaardige prestaties levert in een aannemingsovereenkomst voor het geheel van zijn prestaties verbonden is door een arbeidsovereenkomst. x x x V. CONCLUSIE:
  12. De feiten zijn niet in ernst betwist.
  13. Gezien, bij toepassing van artikel 2 van de Besluitwet d.d. 28 december 1944, het toepassingsgebied van de Besluitwet uitgebreid werd bij K.B. van 28 november 1969, Art. 3, 5de, tot personen die vervoer van goederen verrichten dat hun door een onderneming opgedragen is door middel van voertuigen waarvan zij geen eigenaar zijn of waarvan de aankoop gefinancierd, of de financiering gewaarborgd wordt door de ondernemer, alsmede tot die ondernemer, is verzetdoende partij onderworden aan de Besluitwet van 28 november 1944, ten minste voor de prestaties door de heer Houbrechts verricht in de namiddag. Ontegensprekelijk gaf verzetdoende partij opdracht aan de heer Houbrechts in de namiddag vervoerprestaties te leveren met een voertuig dat door verzetdoende partij geleasd werd, en derhal-ve geen eigendom is van de heer Houbrechts. Verzetdoende partij stelt dat artikel 3,5de KB 28 november 1969 niet van toepassing is nu zij geen "opdracht of bevel" kan geven aan de heer Houbrechts nu deze de beweerde opdracht steeds kan weigeren of gewijzigd aanvaarden. Uit de voorbereidende werken van het K.B. 28 november 1969 blijkt dat de wetgever duidelijkheid wenste te verschaffen m.b.t. de personen die via overeenkomsten (zoals mandaatovereen-komsten of vennootschapscontracten) formeel als zelfstandige werken, doch in werkelijkheid ondergeschikt aan een ondernemer prestaties voor de ondernemer leveren. In casu wordt niet betwist dat de heer Houbrechts in de namiddag herhaaldelijk in opdracht van verzetdoende partij vervoer gedaan heeft, en dat hij dit deed met een voertuig waarvan hij in werkelijkheid geen eigenaarwas vermits de leasing minstens door verzetdoende partij gewaarborgd werd. De prestaties in de namiddag door de heer Houbrechts geleverd vallen onder toepassing van de R.S.Z.-besluitwet van 28 december
  14. x x x
  15. Uit het voorafgaande blijkt dat de heer Houbrechts en verzetdoende partij minstens in de namiddag verbonden waren door een overeenkomst die wettelijk vermoed wordt een arbeidsovereenkomst te zijn. Krachtens artikel 5bis Wet 3 juli 1978 worden bijkomende dienstprestaties die in uitvoering van een aannemingscontract worden uitgevoerd, geacht te zijn uitgevoerd op basis van een arbeidsovereenkomst zonder dat het bewijs van het tegendeel kan geleverd worden op voorwaarde dat diegene die de diensten uitvoert en diegene voor wie hij die prestaties levert, verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst (i.p.v. een aannemings-contract ) voor het uitvoeren van gelijkaardige prestaties. M.a.w. vermits de heer Houbrechts en verzetdoende partij geacht worden in de namiddag in toepassing van artikel 3, 5de K.B. 29 november 1969 verbonden te zijn door een arbeidsovereenkomst voor het leveren van vervoerprestaties, ontstaat het wettelijk en onweerlegbaar vermoeden dat deze partijen in de voormiddag voor gelijkaardige prestaties verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst. Nu het wettelijk vermoeden, ingesteld door art. 5bis Wet 3 juli 1978 aanwezig is moet verwerende partij de gezagrelatie niet bewijzen. x x x Het verzet is derhalve ongegrond. Gelet op de artikelen van de wet van 15.06.1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK, Statuerend op tegenspraak. Verklaart het verzet ONTVANKELIJK doch ONGEGROND. BEVESTIGT het verstek vonnis d.d. 11 februari 2003 in al haar schikkingen. Legt de kosten ten laste van verzetdoende partij deze tot op heden begroot in hoofde van verzetdoende partij op EUR 69,67 dagvaardingskosten en EUR 55,78 aanvullende rechtsplegingsvergoeding verzet, en onbegroot in hoofde van verwerende partij op verzet wegens niet-afgifte van een omstandige kostenstaat. Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting de elfde mei tweeduizendenvier. PDF document ECLI:BE:ARANT:2004:JUG.20040511.28 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.