← België

ECLI:BE:ARANT:2004:JUG.20041007.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Antwerpen Vonnis/arrest van 07 oktober 2004 ECLI nr: ECLI:BE:ARANT:2004:JUG.20041007.2 Rolnummer: 20032827 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2005-03-10 Raadplegingen: 116 - laatst gezien 2026-07-01 01:00 Fiche Een vooraf toegelaten arbeid kan enkel zodra de betrokkene eerst voldoet aan het criterium + 66 % arbeidsongeschiktheid (art. 100, ,§ 1 Wet 14/07/1994) na volledige stopzetting van zijn activiteit. Enkel vanuit deze situatie kan artikel 100, ,§ 2 van de Wet van 14/07/1994 worden toegepast als hij een vermindering van zijn vermogen van minstens 50 % en een voorafgaand akkoord van de adviserend-geneesheer heeft. Er moet een duidelijke arbeidsongeschiktheid aanwezig zijn om in aanmerking te komen voor een gedeeltelijke werkhervatting. In casu is niet bewezen dat er een volledige stopzetting is geweest zodat betrokkene niet voldoet aan het criterium + 66 % arbeidsongeschiktheid. Vrije woorden: SOCIALE ZEKERHEID VOOR WERKNEMERS . ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING Arbeidsongeschiktheid - vordering om erkenning als halftijds arbeidsongeschikt - volledige stopzetting activiteit - 50 % arbeidsongeschikt - voorafgaande toelating adviserend-geneesheer. Wettelijke bepalingen: Gecoordineerde Wetten - 14-07-1994 - 100,§1 Tekst van de beslissing A.R.2827/2003 INZAKE : D. M, eisende partij, verschijnend. TEGEN : L. C. M,. verwerende partij, verschijnend door Gezien het inleidend verzoekschrift, neergelegd ter griffie dezer Rechtbank op 16.12.

  1. Gezien de op 1.4.2004 aan partijen verstuurde oproeping voor de openbare terechtzitting van 6.5.2004, zitting waarop de zaak tegensprekelijk werd uitgesteld naar de zitting van 2.9.
  2. Gehoord partijen in hun middelen en gezegden. Gezien de stukken. Gehoord de Heer D.M, Substituut-Arbeidsauditeur, in de lezing van het schriftelijk advies. Partijen verklaren geen opmerkingen te hebben over het advies en wensen niet te repliceren. Men sprak de Nederlandse taal. VOORWERP Bij inleidend verzoekschrift stelt eiser beroep in tegen de beslissing van verweerder van 14 oktober 2003 (aangetekend verzonden op 16 oktober 2003) waarbij aan eiser de erkenning van arbeidsongeschiktheid vanaf 8 oktober 2003 werd geweigerd, in toepassing van artikel 100 paragraaf 1 Koninklijk Besluit van 14 juli 1994, houdende coördinatie van de wet van 9 augustus 1963, tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. ONTVANKELIJKHEID De vordering werd naar vorm en inhoud tijdig en regelmatig ingesteld en is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voorhanden tot het inroepen van een ambtshalve grond van onontvankelijkheid. TEN GRONDE Op 9 oktober 2003 ontving verweerder de door eiser ingediende aangifte van arbeidsongeschiktheid met begindatum 8 oktober
  3. Verweerder weigerde echter bij beslissing van 14 oktober 2003 eiser arbeidsongeschikt in de zin van artikel 100 van de wet op de ziekte- en invaliditeitsverzekering te erkennen, aangezien hij volgens verweerder niet alle werkzaamheden had onderbroken (artikel 100 paragraaf 1 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994). Eiser tekende beroep aan tegen deze beslissing waarbij hij een erkenning als halftijds arbeidsongeschikt en halftijds buschauffeur bij "de lijn" eiste. Ter staving van zijn vordering bracht eiser medische attesten bij waaruit blijkt dat hij lijdt aan het "restless legs" syndroom. De Rechtbank stelt vast dat eiser niet bewijst dat hij zijn activiteiten volledig heeft stopgezet. Eiser werd overigens reeds sedert 5 mei 2003 precies voor de aandoening "restless legs" terug arbeidsgeschikt verklaard en werd nadien niet meer opnieuw arbeidsongeschikt erkend. Bovendien heeft eiser destijds nooit beroep aangetekend tegen de beslissing waarbij hij vanaf 5 mei 2003 terug arbeidsgeschikt werd verklaard. De beslissing van verweerder van 14 oktober 2003 waarbij hij weigert de arbeidsongeschiktheid vanaf 8 oktober 2003 te erkennen, werd dus terecht genomen. Aangaande de vordering die eiser stelt in zijn verzoekschrift dat op 16 december 2003 ter griffie werd neergelegd (erkenning als halftijds arbeidsongeschikt en halftijds buschauffeur bij "de lijn"), merkt de Rechtbank op dat in de ziekte- en invaliditeitswetgeving een aantal voorwaarden zijn opgenomen die moeten vervuld zijn wanneer men een vooraf toegelaten arbeid wenst uit te oefenen. Zo moet men in de eerste plaats meer dan 66 % arbeidongeschikt erkend zijn na volledige stopzetting van de activiteiten. Slechts in een later stadium moet men de aanvraag om arbeid te mogen uitvoeren indienen en dient men onder meer aan te tonen minstens 50 % arbeidsongeschikt te zijn. In casu stelt de Rechtbank ten overvloede vast dat eiser sedert 5 mei 2003 terug arbeidsgeschikt werd verklaard en nadien niet meer opnieuw arbeidsongeschikt werd erkend. Overigens heeft eiser destijds nooit beroep aangetekend tegen de beslissing waarbij hij vanaf 5 mei 2003 terug arbeidsgeschikt werd verklaard. Verder werd hoger reeds vastgesteld dat aanlegger er niet in is geslaagd te bewijzen dat hij zijn activiteiten heeft stopgezet. De door hem bijgebrachte stukken tonen evenmin aan dat hij minstens 50 % arbeidsongeschikt is. De vordering is dus ongegrond. Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK, statuerend op tegenspraak, en na beraad. Verklaart de vordering ONTVANKELIJK doch ONGEGROND. Bevestigt de bestreden beslissing. Legt de kosten ten laste van verweerder, deze begroot in hoofde van eiser op 104,86 euro rechtsplegingsvergoeding en niet begroot in hoofde van verweerder wegens niet-afgifte van een kostenstaat. Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare zitting de 7.10.2004 PDF document ECLI:BE:ARANT:2004:JUG.20041007.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.