← België

ECLI:BE:ARANT:2004:JUG.20041125.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Antwerpen Vonnis/arrest van 25 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:ARANT:2004:JUG.20041125.6 Rolnummer: 20030118 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2005-03-10 Raadplegingen: 106 - laatst gezien 2026-07-01 01:21 Fiche Is de interpretatie van de toelichting bij het medisch formulier 4 van toepassing op hoorapparaten ? De toelichting vermeldt o.m. dat zowel bij de eerste evaluatie als de navolgende evaluaties er zal over gewaakt worden dat de verbetering van de graad van zelfredzaamheid niet bestraft zal worden op basis van zelf geleverde inspanningen, van het gebruik van prothese of van enige vorm van dienstverlening. Een hoorapparaat is een prothese (prothesis auditivis) ter vervanging van een verloren gegaan lichaamsdeel door een kunstlidprothese is een hulpmiddel ter ondersteuning van een bepaalde motorische functie van een lichaamsdeel, meestal aangebracht en gedragen aan het lichaam. In het medisch taalgebruik wordt een hoorapparaat eveneens courant aangeduid als een prothese. De teleologische interpretatie van de toelichting formulier 4 leidt tot de conclusie dat een hoorapparaat niet in rekening mag gebracht bij de beoordeling van de zelfredzaamheid. Vrije woorden: SOCIALE VOORZORG Tegemoetkoming aan gehandicapten (wet van 27 februari 1987) - specifieke toekenningsvoorwaarden voor elke tegemoetkoming - inkomensvervangende tegemoetkoming - integratietegemoetkoming - hoorapparaat - prothese-orthese - medische formulier 4 - toelichting Wettelijke bepalingen: Wet - 27-02-1987 - 2,§1,§2 Tekst van de beslissing DE ARBEIDSRECHTBANK VAN HET ARRONDISSEMENT TONGEREN Tweede Kamer heeft het volgende vonnis uitgesproken A.R.118/2003 INZAKE : X. eiser, TEGEN : FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID, Bestuur van de Maatschappelijke Integratie, Uitkeringen aan personen met een handicap, met burelen te 1000 BRUSSEL, Zwarte Lievevrouwestraat 3 C, verweerster, Gezien het inleidend verzoekschrift, d.d. 17.01.2003, aangetekend verzonden naar deze rechtbank. Gezien het tussenvonnis dezer Rechtbank d.d. 28.5.2003, waarbij de vordering ontvankelijk werd verklaard en houdende aanstelling van Dr HOOGMARTENS als deskundige, met opdracht advies te geven : MET BETREKKING TOT DE INTEGRATIETEGEMOETKOMING Te adviseren in welke mate eiser op 01.06.2002 een gebrek aan of vermindering van zelfredzaamheid vertoont en hoeveel punten deze heeft, rekening houdend met de bepalingen van het M.B. van 30.7.

  1. Te zeggen of deze arbeidsongeschiktheid al dan niet blijvend is, sinds wanneer ze bestaat en of ze voor verbetering vatbaar is. Gezien het deskundig verslag, ter griffie dezer Rechtbank op 15.10.
  2. Gezien het tussenvonnis dezer Rechtbank dd. 25.02.2004, waarbij aan dr. H. een bijkomende opdracht wordt gegeven, teneinde de opmerkingen van Dr. V. DOR van 07.11.2003 te onderzoeken en te beantwoorden. Gezien het deskundig verslag neergelegd ter griffie dezer rechtbank op 18.05.
  3. Gezien de staat van ereloon en kosten van de deskundige, na akkoord van partijen door de Rechter dezer Rechtbank voor de twee expertises begroot op respectievelijk 387,84 EUR en 394,23 EUR. Gezien de aan partijen verstuurde oproeping voor de openbare terechtzitting van 28.10.
  4. Gehoord partijen in hun middelen en gezegden. Gezien de stukken. Gezien de besluiten na aanvullend deskundig onderzoek namens verweerster, neergelegd op 03.08.
  5. Gezien de besluiten na deskundig onderzoek namens eiser, neergelegd op 23.09.
  6. Gehoord de heer D. M substituut-arbeidsauditeur, in de lezing van zijn schriftelijk advies. Partijen verzochten niet om repliek Allen drukten zich uit in de Nederlandse Taal. A. TEN GRONDE: A.
  7. Besluit van de deskundige In zijn definitief verslag kent de deskundige volgende punten toe, respectievelijk met en zonder hoorapparaat: -verplaatsing: met 1 punt - zonder 2 punten -voeding: met 1 punt - zonder 1 punt -persoonlijke hygiëne: met 1 punt - zonder 1 punt -woning: met 1 punt - zonder 1 punt -toezicht: met 2 punten - zonder 2 punten -communicatie: met 2 punten - zonder 3 punten Na beantwoording van de opmerkingen van Dr. V. DOR, besluit de deskundige dat eiser op 01.06.2002 m.b.t.de INTEGRATIE-TEGEMOETKOMING, een vermindering van zelfredzaamheid ondergaat van 10 punten, en aldus, voor wat betreft het medisch aspect alleen, gerechtigd is op integratietegemoetkoming in categorie
  8. De deskundige stelt verder dat de arbeidsongeschiktheid reeds sinds jaren bestaat, verder toeneemt in de tijd en enkel te verbeteren is met een gehoorprothese, waardoor de score verbetert tot 8 punten. A.
  9. Opmerkingen van verweerster Verweerster stelt zich vooreerst vragen bij de interpretatie door de deskundige van het hoorapparaat als een prothese. Aangezien een hoorapparaat geen vervanging uitmaakt van een orgaan of een gewricht (prothese), doch wel een ondersteunend hulpmiddel is (orthese), dient de toestand van de betrokkene beoordeeld te worden mét gebruik van het hoorapparaat. Eiser vergelijkt de situatie van een brildrager die door middel van zijn bril de mogelijkheid heeft tot visuscorrectie, en daardoor zijn zelfredzaamheid vergroot. Voor de verplaatsing van eiser kan slechts 1 punt weerhouden worden, aangezien eiser overal kan geraken, en enkel de (gevaar)signalen niet kan horen. Voor de persoonlijke hygiëne en het onderhoud van de woning kan geen punt weerhouden worden, aangezien het feit dat het strijken van de kleding van eiser en het kuisen van diens woning door de schoonzus van eiser gebeurt, niets te maken heeft met de zelfredzaamheid van eiser. Omtrent de toekenning van 1 punt voor voeding en 2 punten voor de mogelijkheid tot leven zonder toezicht is verweerster akkoord. Verweerster besluit dat, zelfs indien eiser volledig doof zou zijn, zonder de mogelijkheid tot verbetering door gehoorapparaten, eiser slechts 7 punten zou scoren, en zich dus in de eerste categorie bevindt. A.
  10. Opmerkingen van eiser: Eiser gaat akkoord met de bevindingen van de deskundige, doch blijft bij zijn standpunt omtrent de toekenning van 2 punten voor de voeding. Eiser brengt stukken bij waaruit blijkt dat hij steeds voor een beperkte duur een rijbewijs voor alle categorieën heeft. De rijgeschiktheid wordt aan eiser slechts toegekend mits het dragen van een bril of contactlenzen en een gehoorprothese aan twee oren. Verder merkt eiser op dat de zelfredzaamheid dient beoordeeld te worden zonder de gehoorprothese, en verwijst hiervoor naar de rechtspraak van het Hof van Cassatie dd. 05.10.1998 en van het Arbeidshof Antwerpen dd. 06.07.
  11. B. BEOORDELING: In casu dient de vraag beantwoord of de interpretatie van de toelichting bij het medisch formulier 4 ook van toepassing is op hoorapparaten. Deze toelichting vermeldt onder meer: 'Zowel bij de eerste evaluatie als de navolgend evaluaties zal er bovendien over gewaakt worden dat, in de mate van de praktische mogelijkheden tot toepassing van dit principe, de verbetering van de graad van zelfredzaamheid niet bestraft wordt, voor zover deze tot stand is gekomen op basis van zelf geleverde inspanningen, van het gebruik van prothese of van enige vorm van dienstverlening.' B.
  12. Een hoorapparaat is niet vergelijkbaar met een bril:
  13. Naar het oordeel van de Rechtbank kan een hoorapparaat niet in dezelfde categorie geplaatst worden als een bril, zoals verweerster stelt. Een hoorapparaat geeft immers niet het volledige gehoor terug. Enkel de tonen nodig voor de spraak kunnen (deels) hersteld worden, doch niet andere geluiden zoals muziek, geluiden bij het koken, e.d.. Ook dient erop gewezen dat het technische gebruik van een hoorapparaat minder eenvoudig is dan het dragen van een bril. Zo dienen batterijen gebruikt te worden, en geeft een hoorapparaat een uitval of toonverschil waardoor onmiddellijke bijstelling van het apparaat noodzakelijk is.
  14. Eén en ander blijkt uit het deskundig verslag van Dr. H: 'De voornaamste problematiek betreft de gehoorshinder van patiënt. Zonder zijn gehoorsapparaat hoort patiënt niets. Hij gebruikt een batterij per twee dagen omdat zijn gehoorsapparaat steeds op maximum moet worden ingesteld. Hierdoor is er hinder in het omgaan met andere personen zowel in zijn vroegere werksfeer als in zijn privé-leven. Ook in het huishouden ervaart patiënt problemen: hij hoort niets koken of aanbakken, kan moeilijk telefoneren en hoort geen radio of televisie.' Dergelijke hinder in de dagelijkse omgang, ondanks het dragen van een hoorapparaat, wordt niet ervaren door een brildrager. B.2.Een hoorapparaat is een prothese:
  15. De Rechtbank is van mening dat een hoorapparaat wel degelijk als een prothese dient beschouwd te worden. Eiser verwijst naar een arrest van 05.10.1998, waarbij het Hof van Cassatie oordeelde dat het meten van een gehoordaling moet gebeuren zonder correctie door middel van een hoorapparaat. (Cass., 5 oktober 1998, J.T.T., 1999, P. 93) Deze uitspraak betrof evenwel een zaak omtrent gezinsbijslag, en werd gemotiveerd op grond van het feit dat de beoordeling inzake gezinsbijslag dient te gebeuren aan de hand van de O.B.S.I.-schaal, en dat deze niet voorziet in een meting van de gehoordaling na correctie door middel van een hoorapparaat. In casu dient de gehoordaling van de betrokkene evenwel niet gemeten te worden in het kader van de aantasting van de fysieke integriteit. Bij de beoordeling van de graad van zelfredzaamheid wordt niet het letsel op zichzelf gemeten, maar de weerslag ervan op relevante functies in het maatschappelijk leven.
  16. In het arrest van het Arbeidshof van Antwerpen dd. 06.07.1997 wordt gesteld: 'De discussie tussen de partijen gaat over de vraag of men bij de meting van dezelfred-zaamheid van de heer H. rekening moest houden met de omstandigheid dat betrokkene voor zijn zelfredzaamheid beroep moest doen op een hoorapparaat. De deskundige hield daarmee geen rekening en verantwoordde zulks door te stellen dat een hoorapparaat zijns inziens een courant hulpmiddel is, dat niet kan worden aangezien als een prothese. De zienswijze van de deskundige is evenwel niet juist, want de heer H. maakt - zoals blijkt uit het verslag van deskundigenonderzoek - wegens psychische intolerantie geen gebruik van een hoorapparaat. En bovendien is een hoorapparaat - niet een courant of gewoon hulpmiddel (zoals bijvoorbeeld een ladder of een schaar dat is) maar een bijzonder hulpmiddel, dat een weerslag heeft op de zelfredzaamheid van een persoon met gehoorstoornissen, zoals de heer H., wanneer hij op dat apparaat een beroep doet.' (Arbh., Antwerpen, 6 juli 1997, Soc. Kron., 2003, p. 284) In dit arrest zegt het Hof niet met zoveel woorden dat een hoorapparaat als een prothese dient beschouwd te worden, doch uit het arrest blijkt wel duidelijk dat de zelfredzaamheid dient beoordeeld te worden zonder gebruik van het hoorapparaat.
  17. De Rechtbank verwijst verder naar de taalkundige verklaring van de benaming 'prothese'. Onder prothese wordt verstaan: 'vervanging van een verloren gegaan lichaamsdeel door een kunstlid.' Een hoorapparaat valt hierbij onder de noemer 'prothesis auditivis'. Onder orthese wordt verstaan: 'hulpmiddel ter ondersteuning van een bepaalde motorische functie van een lichaamsdeel, meestal aangebracht en gedragen aan het lichaam; zie ook brace, prothese'. In het medisch taalgebruik wordt een hoorapparaat eveneens courant aangeduid als een prothese.
  18. Ook de teleologische interpretatie van de betwiste toelichting leidt tot de conclusie dat een hoorapparaat niet in rekening mag worden gebracht bij de beoordeling van de zelfredzaamheid: De toelichting bij het formulier 4 betreft niet enkel de beïnvloeding van de zelfredzaamheid door een prothese, doch vermeldt ook 'zelf geleverde inspanningen' en 'enige vorm van dienstverlening'. In de geest van de toelichting bij formulier 4, kan de verbetering van de graad van zelfred -zaamheid dan ook niet kan bestraft worden indien deze tot stand is gekomen op basis van het gebruik van een hoorapparaat, of het nu als een prothese dan wel als een orthese beschouwd wordt. B
  19. Besluiten van de deskundige: De deskundige besluit tot een vermindering van zelfredzaamheid van 10 punten.
  20. Omtrent de opmerking van eiser inzake de puntenquotatie i.v.m. voeding, stelt de deskundige: 'dat hij in zijn vorig verslag dd. 15.10.2003 inderdaad 2 punten toekende voor verminderde zelfredzaamheid i.v.m. voeding en dit omwille van het feit dat verplaatsing zonder gehoor-prothese (en dus het doen van boodschappen) voor eiser bemoeilijk zou worden. Anderzijds heeft Dr. DOR gelijk wanneer hij stelt dat ook dove mensen zich veilig kunnen verplaatsen in het verkeer. Doofheid is eveneens geen uitsluitingscriterium voor het besturen van een wagen. Rekening houdend hiermee meent de deskundige dat indien eiser zonder gehoorprothese niet meer of minder met de wagen zou rijden, hij zichzelf deze beperking oplegt. Vandaar dat de puntenkwotatie van 2 punten niet meer werd weerhouden.' De stelling van eiser dat hij een medische keuring dient te ondergaan voor de toekenning van zijn rijbewijs, is op zich geen reden om een hoger puntenaantal toe te kennen. Uit de stukken blijkt immers dat de rijgeschiktheid van eiser niet enkel afhankelijk is van het gehoor, doch ook het zicht. Het feit dat eiser niet verwacht dat hij bij een volgende medische keuring nog een vergunning kan krijgen is tot op heden een veronderstelling. Indien deze veronderstelling in een realiteit wordt omgezet, kan een nieuwe aanvraag ingediend worden. Er dient verder op gewezen dat de deskundige hier het criterium voeding beoordeelt, niet het criterium verplaatsingsmogelijkheden waarvoor eiser reeds 2 punten toegekend kreeg.
  21. Omtrent de criteria persoonlijke hygiëne stelt de deskundige in zijn eerste verslag: ' patiënt verzorgt volledig zelfstandig zijn klein en groot toilet. De was en de strijk gebeurt door zijn schoonzus.' Over het huishoudelijk werk zegt de deskundige: 'patiënt verzorgt de tuin zijn van zijn huurwoning en doet kleine huishoudelijke taken zoals afwassen, stofzuigen en vegen. Voor het kuisen zelf heeft hij hulp van zijn schoonzus.' De deskundige handhaaft dit standpunt in zijn tweede verslag, en voegt eraan toe dat zonder hoorapparaat de zelfredzaamheid ongeveer gelijk blijft. Voor beide criteria wordt 1 punt toegekend. Uit het formulier 4 blijkt echter dat bij de voorgestelde quotatie voor persoonlijke hygiëne '0' wordt vermeld. Noch eiser, noch de deskundige geven verder het oorzakelijk verband aan tussen de hulp van de schoonzus en het gehoorverlies van eiser. Gezien eiser een alleenstaande man is van 65 jaar, en gezien de aard van de door de schoonzus verrichtte taken, meent de rechtbank dat de toekenning van telkens 1 punt voor de criteria persoonlijke hygiëne en huishoudelijk werk niet overtuigend verantwoord wordt. Aldus besluit de Rechtbank dat eiser een vermindering van zelfredzaamheid ondervindt van 8 punten, zodat eiser een vergoeding toekomt overeenkomstig categorie I. Gelet op de artikelen van de wet van 15.6.1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. OM DEZE REDENEN : DE RECHTBANK, statuerend op tegenspraak, en na beraadslaging, Verklaart de vordering DEELS GEGROND. Zegt voor recht dat eiser vanaf 01.06.2002, onder voorbehoud van de berekening van de bestaansmiddelen, op basis van een verminderde zelfredzaamheid van 8 punten gerechtigd is op de integratietegemoetkoming in categorie I, meer de gerechtelijke intresten. Legt de kosten van de expertise ten laste van verweerster, deze begroot zijnde op 387,84 EUR en 394,23 EUR. Legt de kosten van het geding ten laste van verweerster, deze in hoofde van eiseres begroot op 18,84 EUR verplaatsingskosten naar de deskundige, en in hoofde van verweerster onbegroot bij gebrek aan afgifte van een kostenstaat. Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare zitting de 25.11.2004 PDF document ECLI:BE:ARANT:2004:JUG.20041125.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.