← België

ECLI:BE:ARANT:2004:JUG.20041126.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Antwerpen Vonnis/arrest van 26 november 2004 ECLI nr: ECLI:BE:ARANT:2004:JUG.20041126.5 Rolnummer: 20022282 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2005-11-10 Raadplegingen: 97 - laatst gezien 2026-07-01 01:22 Fiches 1 - 2 De Arbeidsrechtbank is niet bevoegd voor vorderingen van de getroffene van een arbeidsongeval, zijn rechtverkrijgende, zijn werkgever of diens verzekeraar tegen een aansprakelijke voor het arbeidsongeval. De aansprakelijkheidseis valt buiten de materiële bevoegdheid van de Arbeidsrechtbank. De arbeidsongevallenverzekeraar in casu, die tegen de aansprakelijke derde een eis tot terugbetaling van de aan het slachtoffer uitgekeerde vergoedingen instelt, kan niet bij de Arbeidsrechtbank terecht. Gezien de hoedanigheid van handelaar van beide partijen vraagt verweerster de verzending van de zaak naar de Rechtbank van Koophandel. Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP-RECHT-WETGEVING . GERECHTELIJK WETBOEK bevoegdheid - arbeidsongeval - verantwoordelijke derde - regresvordering. Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 579 Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP-RECHT-WETGEVING . BURGERLIJK WETBOEK misdrijven en oneigenlijke misdrijven - arbeidsongeval - verantwoordelijke derde - regresvordering Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 1382 Nota: Gerangschikt onder I A - artikel 579 en onder I B - artikel

  1. Annotaties Publicaties: JOURNAL DES TRIBUNAUX DU TRAVAIL - - 2005(00922,P.319) Tekst van de beslissing Rolnr. 2282/2003 DE TWEEDE KAMER VAN DE ARBEIDSRECHTBANK VAN HET ARRONDISSEMENT TONGEREN heeft het volgende vonnis uitgesproken INZAKE FORTIS AG N.V., verzekeringsmaatschappij KBO 0404494849, ingeschreven in het H.R. Brussel, nr. 345.622, met zetel te 1000 BRUSSEL, Emile Jacqmainlaan 53, eisende partij, verschijnend door Mr. M. Driessen, advocaat te 3700 Tongeren, Sint-Catharinastraat, 52-
  2. TEGEN RIETER AUTOMOTIVE BELGIUM N.V., met zetel te 3600 GENK, Oosterring 14, H.R. Tongeren, nr. 72.363, verwerende partij, verschijnend door Mr. A. Vangompel loco Mr. P. Carlier, advocaat te 3500 Hasselt en Mr. E. Jageneau, advocaat te 3700 Tongeren, Ridderstraat
  3. Gezien de stukken van het geding, onder meer de inleidende dagvaarding dd. 09.10.2003, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder E.STAS met standplaats te Tongeren, om te verschijnen voor deze rechtbank op de openbare zitting van 21.10.
  4. Gezien het verzoekschrift vanwege eisende partij in toepassing van art. 747 ,§2 G.W. Gezien de kennisgeving aan partijen dd. 18.05.2004 van de beschikking van de Voorzitter dezer rechtbank dd. 14.05.2004 met bepaling van de rechtsdag overeenkomstig art. 747 ,§2 G.W. met bepaling van de rechtsdag op 24.09.
  5. Gezien de besluiten en synthesebesluiten namens verwerende partij neergelegd ter griffie dezer rechtbank op respectievelijk 24.06.2004 en 24.08.
  6. Gezien de besluiten namens eisende partij, neergelegd ter griffie dezer rechtbank op 23.07.
  7. Gehoord partijen in hun middelen en gezegden. Gezien de stukken van het geding. Men sprak de Nederlandse taal. I. De rechtsvordering: De vordering strekt ertoe gedaagde te horen veroordelen om aan eiser de som te betalen van 291.395,98 EUR., meer de vergoedende intrest, aangezien eiseres als arbeidsongevallenverzekeraar aan Mevrouw Erika Achten deze som uitkeerde naar aanleiding van een arbeidsongeval op 29.09.1998, en op basis van art. 41 Wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, zich in de plaats kan stellen van haar verzekerde en regres kan uitoefenen op de op basis van art. 1382-1383 B.W. verantwoordelijke derde. Eiser vordert tevens betaling van de gerechtelijke intrest en de kosten, en vraagt de uitvoerbaar verklaring van het tussen te komen vonnis. II. De Feiten : Mevrouw Erika Achten werkte via het uitzendkantoor ASB-Interim bij verweerster als arbeidster, waar zij voorgevormde tapijten perste voor de bekleding van de kofferruimte voor Mercedes-wagens. Op 29.09.1998 raakte Mevrouw Achten met beide handen geklemd tussen de pers, doordat bij het loshaken van een geperst tapijt de bovenste matrijs van de persmachine samen met de stempel plots naar beneden viel. III. Standpunten van partijen: Eiseres is van oordeel dat verweerster op basis van de artikelen 1382 en 1383 B.W. verantwoordelijk is voor het ongeval, nu dit werd veroorzaakt ingevolge diverse gebreken aan de persmachine. Eiseres baseert zich hiervoor op verslagen van het expertisebureau ITS, en op de vaststellingen van AIB Vincotte. Verweerster stelt vooreerst dat de Arbeidsrechtbank onbevoegd is nu de vordering niet gebaseerd is op de Arbeidsongevallenwet. Bovendien stelt verweerster dat bij een arbeidsongeval een burgerlijke vordering tegen de werkgever slechts mogelijk is in geval van opzet. In casu is echter geen sprake van opzet, nu verweerster herstellingswerken liet uitvoeren en een positieve keuring ontving van AIB Vincotte. IV. Bevoegdheid: Eiseres stelt in de dagvaarding dd. 09.10.2003: 'Aangezien gedaagde minstens na de eerste herstelling de machine opnieuw had moeten laten keuren door AIB VINCOTTE, hetgeen niet gebeurde; Aangezien dergelijke handelswijze een miskenning inhoudt van de artikelen 1382-1383 B.W. en gedaagde bijgevolg moet instaan voor de uit het ongeval voortvloeiende schade; Aangezien verzoekster, als arbeidsongevallenverzekeraar, Mevrouw Erika Achten volledig heeft vergoed voor de schade geleden als gevolg van het ongeval en volgende bedragen heeft uitgekeerd: Aangezien verzoekster overeenkomstig art. 41 Wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, zich in de plaats kan stellen van haar verzekerde, en derhalve gerechtigd is regres uit te oefenen op de verantwoordelijke derde, zijnde gedaagde;' Eiseres stelt aldus een quasi delictuele vordering in, gebaseerd op de artikelen 1382 en 1383 B.W.. De vordering is in de dagvaarding niet omschreven als zijnde gebaseerd op de bepalingen van de Arbeidsongevallenwet. De bevoegdheid van de arbeidsrechtbank inzake arbeidsongevallen is bepaald in artikel 579 G.W. Het eerste lid van voormeld artikel stelt: 'De arbeidsrechtbank neemt kennis: Van de vorderingen betreffende de vergoeding van schade voortkomende uit arbeidsongevallen, uit ongevallen op de weg van en naar het werk, en uit beroepsziekten.' Derde blad 'De arbeidsrechtbank neemt op grond van art. 579,1( G.W. enkel kennis van de vorderingen betreffende de vergoedingen die krachtens de arbeidsongevallenwetgeving verschuldigd zijn.' (Cass., 13 maart 1978, Arr. Cass., 1978, 816) De arbeidsrechtbank is niet bevoegd voor vorderingen van de getroffene van een arbeidsongeval, zijn rechtverkrijgenden, zijn werkgever of diens verzekeraar arbeidsongevallen tegen een derde aansprakelijke voor het arbeidsongeval (Arbh. Luik, 6 mei 1982, J.T.T., 1982, 313). De aansprakelijkheidseis van het slachtoffer, zijn rechtverkrijgenden, of zijn verzekeraar tegen een derde aansprakelijke valt buiten de materiële bevoegdheid van de arbeidsrechtbank. De arbeidsongevallenverzekeraar die tegen de aansprakelijke derde een eis tot terugbetaling van de aan het slachtoffer uitgekeerde vergoedingen instelt, kan niet bij de arbeidsrechtbank terecht (DE TEMMERMAN, B., LAENENS, J., e.a., Sociaal Procesrecht, Maklu, p. 135; Arbrb. Brugge, afd. Oostende, 12 april 1983, R.W., 1983-84, 2566). Verweerster vraagt, gezien de hoedanigheid van handelaar van beide partijen, de verzending van de zaak naar de rechtbank van koophandel. Eiseres vordert geen verzending naar de arrondissementsrechtbank en verzet zich in ondergeschikte orde niet tegen de verzending naar de rechtbank van koophandel. Gezien de bepalingen van artikel 639, 1( G.W. en artikel 855 G.W. De verdere argumenten van partijen, ontwikkeld in conclusies of ter zitting, en voor zover niet beantwoord in huidig vonnis, worden in deze stand van het geding verworpen als irrelevant. Gelet op de wet van 15.06.1963 op het gebruik der talen in gerechtszaken. OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK, die uitspraak doet op tegenspraak en na beraadslaging, Verklaart zich ONBEVOEGD. Verzendt de zaak naar de Rechtbank van Koophandel te Tongeren. Voegt de kosten van het incident bij de zaak ten gronde. Dit vonnis werd uitgesproken op de openbare zitting van 26 november 2004 PDF document ECLI:BE:ARANT:2004:JUG.20041126.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.