id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Antwerpen Vonnis/arrest van 21 januari 2005 ECLI nr: ECLI:BE:ARANT:2005:JUG.20050121.25 Rolnummer: 2003-0296 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2005-03-10 Raadplegingen: 111 - laatst gezien 2026-07-01 02:08 Fiche Eiser vordert de wettelijke vergoedingen overeenkomstig de wet van 10 april 1971 m.b.t. de gevolgen van een arbeidsongeval dd. 20 juni
- Bij tussenvonnis dd. 18 maart 2003 werd een geneesheer-deskundige aangesteld. De geneesheer-deskundige weerhield een blijvende fysische arbeidsongeschiktheid van 7 % zonder economische repercussie. Het slachtoffer komt in aanmerking voor een neusplastie met uitwendige en inwendige correctie. M.b.t. de esthetische zorgen dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de kosten voor esthetische chirurgie en het recht op schade vergoeding voor esthetische schade. Het recht op schadevergoeding voor esthetische schade kan enkel wanneer de esthetische schade op enigerlei wijze een weerslag heeft op het economisch potentieel van de getroffene. Wat betreft de kosten van esthetische chirurgie geldt het algemeen principe dat die medische kosten worden vergoed, die ingevolge het arbeidsongeval nodig zijn. Een vermindering van de arbeidsongeschiktheid komt als criterium niet in aanmerking, wel de noodzaak of het nut van de medische behandeling. Er moet toepassing worden gemaakt van het algemeen principe vervat in artikel 28 arbeidsongevallenwet dd. 10 april 1971 : "... de getroffene heeft recht op de geneeskundige, heelkundige, farmaceutische en verplegingszorgen en onder de voorwaarden, bepaald door de Koning op de prothesen en orthopedische toestellen die ingevolge het ongeval nodig zijn". Enkel tussenkomen voor de medische zorg, noodzakelijk voor het herstellen op vermindering van de arbeidsongeschiktheid zou een onterechte beperking zijn van het wettelijk principe van artikel 20 A.O.W. Eisende partij stelt desbetreffend evenwel geen vordering in zodat het algemeen rechtsbeginsel van verbod uitspraak te doen over niet gevorderde zaken "ultra petita" toepasselijk is, ook wanneer de "niet gevorderde zaken" de openbare orde raken. Vrije woorden: BEROEPSRISICO'S . ARBEIDSONGEVALLEN Geneeskundige verzorging - fysische en economische arbeidsongeschiktheid - kosten esthetische chirurgie - schadevergoeding esthetische schade - ultra petita - openbare orde. Wettelijke bepalingen: Wet - 10-04-1971 - 28 Tekst van de beslissing Rolnr. 296/2003 DE TWEEDE KAMER VAN DE ARBEIDSRECHTBANK VAN HET ARRONDISSEMENT TONGEREN heeft het volgende vonnis uitgesproken INZAKE EISENDE PARTIJ, verschijnend door Mr. TEGEN AXA BELGIUM NV , Verzekeringsmaatschappij, met zetel gevestigd te 1170 WATERMAAL-BOSVOORDE , Vorstlaan 25 VERWERENDE PARTIJ verschijnend Gezien de stukken van het geding, onder meer de inleidende dagvaarding dd. 29.1.2003, betekend door het Ambt van Gerechtsdeurwaarder Philippe MORMAL, met standplaats te ELSENE, om te verschijnen ter openbare terechtzitting van 18.2.
- Gezien het tussenvonnis van deze rechtbank dd. 18.3.2003 waarbij de vordering ontvankelijk werd verklaard en waarbij Dokter A.FARINE als deskundige werd aangesteld, teneinde, na zich omringd te hebben met alle nuttige gegevens en inlichtingen, en na het slachtoffer onderzocht te hebben, afzonderlijk zijn louter fysische arbeidsongeschiktheid, zowel tijdelijke als blijvende, te bepalen, alsmede zijn economische ongeschiktheid, namelijk de definitieve gevolgen van het ongeval op de algemene arbeidsmarkt, rekening houdend ondermeer met zijn leeftijd, beroepsopleiding en aanpassingsmogelijkheden aan de algemene arbeidsmarkt. Verder te zeggen: a. Of het mogelijk is met zekerheid te voorzien of een evolutie in de fysieke toestand van de getroffene noodzakelijkerwijze zal intreden. b. In bevestigend geval, welke deze wijziging met al haar elementen ( graad) zal zijn en op welke datum zij zich zal voordoen. c. Of deze wijziging enige invloed zal hebben op de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid en zo ja, welke? d. Of bij vaststelling van de huidige graad van blijvende arbeidsongeschiktheid rekening werd gehouden met deze toekomstige zekere evolutie. Gezien het tussenvonnis van deze rechtbank dd. 3.10.2003, houdende vervanging van Dokter FARINE door Dokter J.GOFFART, met een zelfde opdracht. Gezien het verslag van deskundige GOFFART, neergelegd ter griffie op 6.1.
- Gezien de staat van kosten en erelonen van de deskundige, ten bedrage van 383,36 EUR, welke voorafgaandelijk niet werd begroot, doch thans door de rechtbank wordt goedgekeurd en begroot op het gevorderde bedrag, gezien het akkoord van partijen ter zitting. Gezien de conclusies voor eisende partij, ontvangen ter griffie van deze rechtbank op 28.4.
- Gezien de op 22.4.2004 aan partijen verstuurde oproeping voor de openbare terechtzitting van 28.5.2004, op welke datum de zaak werd verdaagd naar de zitting van 15.10.2004, om vervolgens te worden verdaagd naar de zitting van 17.12.
- Gehoord partijen in hun middelen en gezegden; Gezien de voor verwerende partij neergelegde stukken; Men sprak de Nederlandse taal. VOORWERP VAN DE VORDERING De vordering strekt ertoe verwerende partij te veroordelen in betaling van de wettelijke vergoedingen overeenkomstig de wet van 10 april 1971 met betrekking tot de gevolgen van een arbeidsongeval hetwelk eisende partij is overkomen op 20.6.
- TEN GRONDE
- De besluiten van de deskundige komen als juist billijk en gegrond voor. Rolnr. 296/2003 De deskundige stelde dat eisende partij een fractuur opliep van het kraakbenig deel van het tussenschot met een volledige neusobstructie rechts tot gevolg en een uitwendige deviatie. De deskundige bepaalde de consolidatie op 22.7.
- Zij weerhield een blijvende fysische arbeidsongeschiktheid van 7% en een blijvende economische arbeidsongeschiktheid van 0%. De deskundige stelde verder dat er geen verdere evolutie in de fysische toestand van betrokkene te verwachten valt. Gezien het hier een werkongeval betreft is er geen vergoeding voor de esthetische en morele schade. Het slachtoffer komt in aanmerking voor een neusplastie met uitwendige en inwendige correctie. De kosten hiervan zijn ten laste van de verzekering.
- Eisende partij vordert ten onrechte toekenning van een vergoeding voor blijvende arbeidsongeschiktheid rekening houdend met een percentage van 7%. Derde blad Een zuiver fysische ongeschiktheid geeft op zichzelf geen recht op uitkeringen. Deze moet evenwel worden bepaald om nadien in een economische ongeschiktheid te kunnen worden omgezet. De economische ongeschiktheid heeft een totaal andere begripsinhoud dan de fysische. Het is een geschiktheidsverhouding, maar ditmaal met de vraag naar de geschiktheid van de fysisch gehandicapte werknemer, om als aanbieder van arbeidskracht in aanmerking te komen voor de vraag naar arbeidskrachten op een vrije arbeidsmarkt. De relatie verliest bijgevolg haar fysische inslag en wordt een economisch probleem: de concurrentiële positie van de fysisch gehandicapte op de algemene arbeidsmarkt. ( SCHAMP, Arbeidsongevallen, Ced Samsom, Hoofdstuk 2, Schadeloosstelling, Comm. 2.3./1 en 2.)
- De deskundige stelde dat het slachtoffer in aanmerking kwam voor een neusplastie met uitwendige en inwendige correctie. Artikel 28 A.O.W. bepaalt dat de getroffene recht heeft op de geneeskundige, heelkundige, farmaceutische en verplegingszorgen en, onder de voorwaarden bepaald door de Koning, op de prothesen en orthopedische toestellen die ingevolge het ongeval nodig zijn. Voor wat de esthetische zorgen betreft, wordt het onderscheid gemaakt tussen de kosten van esthetische chirurgie en het recht op schadevergoeding voor esthetische schade. Het recht op schadevergoeding voor esthetische schade zal alleen het geval zijn wanneer de esthetische schade op enigerlei wijze een weerslag heeft op het economisch potentieel van de getroffene. Wat de kosten van bv. esthetische chirurgie betreft, geldt deze redenering niet. Hier moet toepassing gemaakt worden van het algemeen principe dat die medische kosten worden vergoed, die ingevolge het arbeidsongeval nodig zijn; Een vermindering van de arbeidsongeschiktheid komt dus als criterium niet in aanmerking, wel de noodzaak of het nut van de medische behandeling. De rechtspraak heeft herhaaldelijk en duidelijk beslist dat de verzekeraar niet enkel moet tussenkomen voor de medische zorg die noodzakelijk is voor het herstellen of vermindering van de arbeidsongeschiktheid. Dat zou een onterechte beperking zijn van het wettelijk principe van artikel 28 A.O.W. De getroffene heeft in tegendeel recht op alle medische, ook zuiver esthetische zorg die in oorzakelijk verband staat met het arbeidsongeval en die nodig is voor een zo volledig mogelijk herstel van de lichamelijke integriteit en de gezondheid. ( J. PUT, H. SCHAMP, Arbeidsongevallen, Kluwer, Deel I, Hoofdstuk 2.4, 400) Eisende partij stelt desbetreffend evenwel geen vordering in. Het algemeen rechtsbeginsel van verbod uitspraak te doen over niet gevorderde zaken, dus het verbod "ultra petita" te beslissen, is ook toepasselijk wanneer de "niet gevorderde zaken" de openbare orde raken. ( SCHAMP, Arbeidsongevallen, Hoofdstuk 1, Inleidende bepalingen, Comm. 1.1/74 en de aldaar aangehaalde rechtspraak)
- De gerechtskosten dienen ten laste van de wetsverzekeraar gelegd te worden, overeenkomstig artikel 68 van de arbeidsongevallenwet. De verdere argumenten van partijen, ontwikkeld in conclusies of ter zitting, en voor zover niet beantwoord in huidig vonnis, worden verworpen als irrelevant, minstens ongegrond. Gelet op de wet van 15.6.1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK, statuerende op tegenspraak, Na beraad. Verklaart de vordering ONGEGROND. Zegt voor recht:
- Dat het jaarlijks basisloon is: 21.132,35 EUR desgevallend te begrenzen tot het wettelijk maximum
- Dat de datum van consolidatie is: 22.7.
- Dat de blijvende arbeidsongeschiktheid bedraagt: 0%. Legt de kosten van het deskundig onderzoek, begroot op 383,36 EUR ten laste van verweerster. Veroordeelt verweerster tot de kosten, begroot in hoofde van eisende partij op: - Dagvaarding: 72 EUR - rechtsplegingvergoeding: 102,63 EUR - aanvullende rechtsplegingvergoeding: 57,02 EUR en niet begroot in hoofde van verwerende partij wegens niet afgifte van een kostenstaat. Aldus gevonnist en uitgesproken door de Tweede Kamer van deze Rechtbank in openbare zitting de 21/01/05 Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting de 21 januari
- PDF document ECLI:BE:ARANT:2005:JUG.20050121.25 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.