← België

ECLI:BE:ARANT:2005:JUG.20051116.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Antwerpen Vonnis/arrest van 16 november 2005 ECLI nr: ECLI:BE:ARANT:2005:JUG.20051116.4 Rolnummer: 2004-0459 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2005-12-07 Raadplegingen: 98 - laatst gezien 2026-07-01 03:34 Fiches 1 - 2 In een vorige procedure werd verweerster gedagvaard in betaling van achterstallige bijdragen 2002/2 (AR 95/2003). Bij vonnis dd 18 februari 2003 werd de zaak doorgehaald gezien zowel de hoofdsom, de intresten en de kosten vereffend werden. Bij dagvaarding dd 18 februari 2004 (huidige procedure) wordt verweerster gedagvaard in betaling van achterstallige bijdragen voor 2002/

  1. Bij besluiten dd 26 april 2004 doet eisende partij een eisuitbreiding voor betaling voor de bijdragen 2002/2 opnieuw. Verweerster gaat niet akkoord met de eisuitbreiding en verwijst naar het vonnis dd 18 februari 2003 waarbij de zaak werd doorgehaald zodat eisende partij een gerechtelijke bekentenis heeft afgelegd en hierop niet kan terugkomen. Een bekentenis mag evenwel worden herroepen in geval van dwaling. Artikel 1356 Burgerlijk Wetboek maakt dienaangaande een onderscheid tussen rechtsdwalingen en feitelijke dwalingen en verklaart dat alleen dwalingen nopens de feiten vatbaar zijn voor herroeping. In casu was de erkenning van betaling door aanleggende partij gebaseerd op een materiële vergissing, namelijk verkeerde boeking van bepaalde bedragen. Aanleggende partij kan dus haar bekentenis herroepen. De doorhaling van de initiële zaak betekent niet dat afstand wordt gedaan van een recht of vordering. De partijen kunnen altijd hun recht opnieuw te gelde maken. Verweerster slaagt er niet in te bewijzen dat de verschuldigde bijdragen werden betaald. De vordering is gegrond. Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP-RECHT-WETGEVING . GERECHTELIJK WETBOEK Bijdragen - doorhaling - eisuitbreiding - herroeping bekentenis - materiële missing. Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 730 - 30 Link Justel databank 19671010-30 Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP-RECHT-WETGEVING . BURGERLIJK WETBOEK Bijdragen - doorhaling - eisuitbreiding - herroeping bekentenis - materiële missing Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - 1356 - 33 ELI link Pub nr 1804032153 Nota: Gerangschikt onder I A - artikel 730 en onder I B - artikel
  2. Tekst van de beslissing DE ARBEIDSRECHTBANK VAN HET ARRONDISSEMENT TONGEREN , EERSTE KAMER, heeft volgend vonnis uitgesproken Rolnr .459/2004 INZAKE : RSZ,. Eisende partij, verschijnend door TEGEN : E.B.V.B.A. H Verwerende partij, verschijnend door Gezien de inleidende dagvaarding betekend d.d. 18.2.2004 door gerechtsdeurwaarder @ , kantoorhoudende te@. Eerste blad Gezien de besluiten houdende eisuitbreiding van eisende partij d.d.26.4.2004 ontvangen ter griffie. Gezien de oproeping van partijen d.d. 25.1.2005 voor de openbare terechtzitting van 22.4.
  3. Gezien de besluiten van verwerende partij d.d.11.3.2005 neergelegd ter griffie van deze rechtbank. Gezien de kennisgeving van wijziging van de zitting van 22.4.2005 naar de zitting van 11.5.
  4. Gezien de antwoordbesluiten van eisende partij d.d.10.5.2005 ontvangen ter griffie van deze rechtbank. Gezien het verzoek van eisende partij om de zaak uit te stellen op zitting van 11.5.
  5. Gezien de antwoord besluiten van eisende partij d.d.12.5.2005 ontvangen ter griffie van deze rechtbank. Gezien de kennisgeving van verdaging van de zaak naar de openbare terechtzitting van 21.9.2005, datum waarop de zaak voor schriftelijk advies werd gesteld voor de openbare terechtzitting van 19.10.
  6. Gezien de vervangende antwoordbesluiten van eisende partij d.d. 21.9.2005 neergelegd ter griffie van deze rechtbank. Gehoord partijen in hun middelen en besluiten. Gehoord mevrouw K. LOOS , substituut-arbeidsauditeur, in de lezing van het schriftelijk advies. Allen drukten zich uit in de Nederlandse taal. Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. I. Vordering: Inleidende dagvaarding d.d. 18 februari 2004 strekkende tot betaling van de som van EUR 1.191,29 uit hoofde van achterstallige bijdragen verhoogd met de wettelijk voorziene bijdrageopslagen en verwijlintresten, meer de wettelijke verwijlintresten vanaf de datum van het rekeninguittreksel tot de dag der volledige betaling op de som van EUR 1.062,
  7. Tweede blad II.Ontvankelijkheid: De vordering komt naar vorm en tijdstip ontvankelijk Er worden ambtshalve geen gronden van onontvankelijkheid vastgesteld.. De vordering is ontvankelijk. III. Ten gronde: Bij dagvaarding d.d. 18 februari 2004 wordt aan verweerster de som van EUR 1.191,29 gevorderd uit hoofde van achterstallige bijdragen verhoogd met de wettelijk voorziene bijdrageopslagen en verwijlintresten en dit voor het 4de kwartaal
  8. Bij besluiten van haar raadsman d.d. 26 april 2004 doet eisende partij een eisuitbreiding ten bedrage van EUR 921,69 op basis van het rekeninguittreksel d.d. 4 november 2002 en dit voor het 2de kwartaal
  9. De aanvankelijk vordering wordt door verweerster niet betwist. Verwerende partij kan echter niet akkoord gaan met de eisuitbreiding en verwijst hiervoor naar het vonnis van de Arbeidsrechtbank alhier d.d. 18 februari 2003, alg. rol 95/
  10. Eisende partij vorderde vervolgens de betaling van : - Rekeninguittreksel 19 mei 2003 : de som van 1.191,29 EUR meer de gerechtelijke intresten op het bedrag van 1.062,53 EUR vanaf 19 mei 2003 tot op de dag der volledige betaling; - Rekeninguittreksel 4 november 2002 : saldo 599,53 EUR meer de gerechtelijk intresten op het bedrag van 824,21 EUR vanaf 4 november 2002 tot 30 april 2003 en vanaf dan op het saldo van 599,53 EUR tot op de dag der volledige betaling; Derde blad Bij dagvaarding d.d. 18 december 2002 werd verweerster inderdaad door eiseres gedagvaard voor de arbeidsrechtbank alhier tot betaling van de som van EUR 921,69 zijn de achterstallige bijdragen voor het 2de kwartaal 2002 conform het bijgevoegde rekeninguittreksel d.d. 4 november
  11. Bij hoger vermeld vonnis werd de zaak doorgehaald gezien zowel de hoofdsom, de intresten en de kosten vereffend werden. Verweerster stelt dat aanlegster, door te erkennen voor de Rechtbank dat de schuld vereffend was, een gerechtelijke bekentenis heeft afgelegd en dat hierop niet kan worden teruggekomen. Nochtans mag een bekentenis herroepen worden in geval van dwaling. Artikel 1356 Burgerlijk Wetboek maakt een onderscheid tussen rechtsdwalingen en feitelijke dwalingen en verklaart dat alleen de dwalingen nopens de feiten vatbaar zijn voor herroeping. Dit artikel moet verstaan worden als volgt: in geval van vergissing, mag de herroeping geschieden, zowel voor het bestaan van een rechtshandeling als voor het bestaan van een materieel feit, waarover een bekentenis werd afgelegd. Een herroeping is niet mogelijk om de reden dat de bekennende partij de juridische gevolgen van haar bekentenis niet zou ingezien hebben. ( VANDEPUTTE, R., Beknopte leergang van verbintenissen, tweede deel, p. 94 ) In casu was de erkenning van betaling door aanlegster gebaseerd op een materiële vergissing, namelijk een verkeerde boeking van bepaalde bedragen. Aanlegster kan dus wel haar bekentenis herroepen. Vierde blad De doorhaling van de initiële zaak op de algemene rol heeft het geding doen vervallen, waaruit niet kan worden afgeleid dat afstand wordt gedaan van recht of van vordering. De partijen kunnen te allen tijde hun recht opnieuw te gelde maken. Verweerster slaagt er niet in om aan te tonen dat de verschuldigde bedragen werden betaald. De vordering zoals opgenomen in de recapitulatieve staat is gegrond. Bij vervangende antwoordbesluiten neergelegd ter zitting van 21 september 2005 herleidt eisende partij haar vordering van het saldo bijdragen, bijdrageopslagen en intresten tot 4 november 2002 betreffende het rekeninguittreksel d.d. 4 november 2002 tot 599,53 EUR. De alzo beperkte vordering is alzo dan ook gegrond; OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK; Statuerende op tegenspraak, na beraadslaging, Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en gegrond en dit als volgt: Veroordeelt verweerster te betalen aan eiseres de som van 599,53 EUR meer de gerechtelijk intresten op het bedrag van 824,21 EUR vanaf 4 november 2002 tot 30 april 2003 en vanaf dan op het saldo van 599,53 EUR tot op de dag der volledige betaling; Veroordeelt verweerster tot de kosten van het geding begroot in hoofde van eiseres op 71,29 EUR dagvaardingskosten en 104,86 EUR rechtsplegingsvergoeding en in hoofde van verwerende partij begroot op 104,86 EUR rechtsplegingsvergoeding. Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting te Tongeren op 16 november
  12. PDF document ECLI:BE:ARANT:2005:JUG.20051116.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.