id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Antwerpen Vonnis/arrest van 21 december 2005 ECLI nr: ECLI:BE:ARANT:2005:JUG.20051221.26 Rolnummer: 376.066 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2008-10-30 Raadplegingen: 135 - laatst gezien 2026-07-01 03:40 Fiche Wanneer een persoon leefloon aanvraagt, kan het OCMW eerst verwijzen naar de onderhoudsplichtigen. Bij de doorwijzing dient het OCMW evenwel geen rekening te houden met de bepaling over de terugvorderingen van onderhoudsplichtigen conform artikel 26 R.M.I.-Wet. Een doorwijzing is wel enkel mogelijk na een sociaal onderzoek door het OCMW. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIAAL RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Maatschappelijke integratie - bestaansminimum Vrije woorden: leefloon - verwijzing naar de onderhoudsplichtigen reeds bij ontvangst van de aanvraag - geen toepassing van de regels inzake de terugvordering ten aanzien van onderhoudsplichtigen Wettelijke bepalingen: Wet - 26-05-2002 - 26 - 47 ELI link Pub nr 2002022559 Annotaties Publicaties: SRK 2008 - - nr. 2, blz. 124-125 Tekst van de beslissing VONNIS 21/12/2005 - AR 376.066 - 14DE KAMER ARBEIDSRECHTBANK ANTWERPEN - E.S./O.C.M.W.
- VOORWERP VAN DE VORDERING: Met een verzoekschrift, ontvangen ter griffie van de Arbeidsrechtbank op 15 februari 2005, tekent eiseres beroep aan tegen de beslissing genomen door het Bijzonder Comité Sociale Bijstand van het OCMW dd. 17.11.2004 waarbij beslist wordt : * Het leefloon als alleenstaande te weigeren vanaf 02.11.2004 Reden: u bent niet beschikbaar om te werken.
- ONTVANKELIJKHEID: De vordering werd naar tijd en vorm op regelmatige wijze ingesteld en is derhalve ontvankelijk.
- DE FEITEN: Eiseres is een vrouw van 20 jaar met de Belgische nationaliteit. Zij is in juli 2004 gehuwd met de heer L., een man van Marokkaanse nationaliteit. De man werkte als schilder in Marokko en werkte met tijdelijke contracten. Eiseres studeerde nog tot en met juni 2005 en volgde het laatste jaar kappersopleiding. Eiseres en haar echtgenoot woonden in bij de ouders van eiseres tot einde oktober
- Het jonge koppel is alleen gaan wonen omdat het huis van de ouders te klein was geworden. Dit wordt door het OCMW niet betwist. De huurwaarborg werd geleend van een familielid en de meubelen zijn tweedehands of gekregen. Eiseres ontvangt kindergeld voor zichzelf. Eiseres deed een aanvraag tot het bekomen van leefloon als alleenstaande. Bij beslissing van 17 november 2004 weigert het OCMW het leefloon als alleenstaande toe te kennen vanaf 2 november 2004 omdat eiseres niet werkbereid zou zijn. Tevens laat het OCMW gelden dat er een blijvende onderhoudsplicht is van de ouders van eiseres omdat zij nog studeert. Eiseres is het met deze beslissing niet eens en tekent op 15 februari 2005 beroep aan. Bij beslissing van 13 april 2005 wordt aan eiseres opnieuw het leefloon als samenwoner toegekend vanaf 10 februari
- De echtgenoot van eiseres blijkt te werken vanaf l februari 2005 , waardoor de inkomsten van het gezin de bijstandsnorm van het OCMW overschrijden. Hierdoor is de betwiste periode beperkt van 2 november 2004 tot en met 31 januari
- TEN GRONDE 4.
- het ontbreken van hoger beroep door de echtgenoot De echtgenoot van eiseres, die vanaf 17 november 2004 een verblijfsvergunning heeft ontvangen in het kader van gezinshereniging, heeft volgens het sociaal verslag mee leefloon aangevraagd. Gelet op zijn verblijfsituatie (hij is ingeschreven in het bevolkingsregister) kan hij in principe rechten doen gelden op levensminimum. Nochtans neemt het OCMW lastens de echtgenoot geen beslissing. Er wordt immers enkel een beslissing genomen ten aanzien van eiseres. De echtgenoot heeft dan de gelegenheid om beroep aan te tekenen tegen het uitblijven van deze beslissing conform artikel 71 OCMW-Wet. De echtgenoot van eiser heeft zulks evenwel nagelaten, waardoor de rechtbank enkel kan nagaan of eiseres recht heeft op leefloon. 4.
- de weigering van het leefloon aan eiseres Het OCMW weigert het leefloon aan eiseres als alleenstaande. Evenwel blijkt uit het sociaal verslag dat eiseres samenwoont met haar echtgenoot. Er kan dan ook enkel onderzocht worden of eiseres recht heeft op leefloon als samenwonende. Eiseres bevestigde ter zitting , dat zij enkel leefloon als samenwonende vordert. 4.2.
- Zichzelf brengen in een toestand van onvermogen Uit het sociaal verslag blijkt dat de reden van weigering het feit betrof dat eiseres door alleen te gaan wonen onbezonnen is te werk gegaan en zichzelf in een toestand van onvermogen heeft gebracht. Het al dan niet aangaan van een huwelijk is een beslissing waarover het OCMW uiteraard geen enkele beslissingsmacht heeft. Verder moet vastgesteld worden dat het OCMW erkent dat de ouderlijke woning te klein is geworden en dat een verhuis zich derhalve opdrong. In die omstandigheden is het loutere feit dat eiseres gehuwd is en vervolgens een eigen woning is gaan betrekken, geen afdoende reden voor afschaffing van het leefloon. 4.2.
- Ten aanzien van de onderhoudsplicht 4.2.2.
- Algemene principes Artikel 4 § l R.M.I.-Wet bepaalt: "Er kan van de betrokkene worden gevergd dat hij zijn rechten laat gelden op onderhoudsgeld vanwege daartoe gehouden personen, deze laatste beperkt tot de echtgenoot of, in voorkomend geval de ex-echtgenoot; de ascendenten en descendenten in de eerste graad; de adoptant en de geadopteerde ". Hierbij dient opgemerkt te worden dat de doorverwijzing naar de onderhoudsplichtigen facultatief is en dat het OCMW kan afzien van deze doorverwijzing.( Memorie van Toelichting bij het wetsontwerp betreffende het recht op maatschappelijke integratie, Parl.St. Kamer 2001-02, nr. 1603/001, p. 43.) Daarenboven kan de arbeidsrechtbank deze beslissing toetsen met volle rechtsmacht.( Cass. 18 juni 2001, J. T.T. 2001, 339 waar het Hof van cassatie uitdrukkelijk vaststelt dat ook de beslissing van de eventuele doorverwijzing naar de onderhoudsplichtigen , aan een rechterlijke toetsing is onderworpen.) Vervolgens moet nagegaan worden naar welke onderhoudsplichtigen het OCMW kan verwijzen? Zo verwijst artikel 4 § l R.M.I.-Wet in het algemeen naar de echtgenoot, naar de ascendenten, enzovoort. Hierbij dient onderzocht te worden of hierbij de beperkingen zoals vermeld in artikel 26 R.M.I.-Wet (en uitgevoerd door de artikelen 42 e.v. van het KB van 11 juli 2002) ook gelden voor de toepassing van artikel
- ( KB van 11 juli 2002 houdende het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integratie, B.S. 31 juli 2002, hierna KB van 11 juli 2002.) Dit zou immers betekenen dat het OCMW maar in een aantal beperkte gevallen kan doorverwijzen naar de onderhoudsplichtigen, meer bepaald in die gevallen waar de inkomensgrenzen lager zijn dan de voorziene barema's. Twee stellingen kunnen desbetreffend verdedigd worden. Zo stelt SIMOENS dat het OCMW bij een beroep op artikel 4 R.M.I.-Wet de regels van artikel 26 R.M.I.-Wet niet mag omzeilen. (Dit is de mogelijkheid die het OCMW heeft om een eigen vordering in te stellen lastens de onderhoudsplichtigen na verwijzing van de aanvrager en dus voor er steun werd verleend.) Het OCMW mag met andere woorden een aanvrager niet doorverwijzen indien het OCMW in datzelfde geval niet zou mogen terugvorderen van de onderhoudsplichtige van de aanvrager. In deze hypothese is er dus al leefloon verleend.( D, SIMOENS, O.C M. W.-dienstverlening, Brugge, Die Keure, losbladig, versie juni 2004, nr. 90.) Er anders over oordelen zou immers weinig coherent zijn.( Ibid. nr. 92.) Anderzijds dient toch opgemerkt dat artikel 4 R.M.I.-Wet is ondergebracht bij de algemene bepalingen terwijl artikel 26 R.M.I.-Wet is ondergebracht bij het hoofdstuk over de terugvordering. Het argument van de coherentie is dus onvoldoende om te besluiten dat bij een beroep op artikel 4 § 3 R.M.I-Wet, dezelfde regels moeten gevolgd worden als bij een terugvordering in het kader van artikel
- Het Arbitragehof is hier dezelfde mening toegedaan. In een arrest van l maart 2005 stelt het Arbitragehof, in een antwoord op een prejudiciële vraag, dat de artikelen 4 en 26 van de R.M.I.-Wet de artikelen 10 en 11 G.W. niet schenden. (Arbitragehof nr. 51/2005, l maart 2005, B.S. 12 april 2005, rolnr. 2948.) In deze zaak werd aan het Arbitragehof gevraagd of de artikelen 10 en 11 G.W. niet geschonden zouden zijn indien er voor de toepassing van artikel 4 § 3 andere criteria zouden gelden dan bij de toepassing van artikel
- Het Arbitragehof stelt dat het verschil in behandeling berust op een objectief criterium. Niet alleen is er in de hypothese van artikel 4 § 3 nog geen leefloon verleend, bovendien stelt het OCMW in naam van de aanvrager een vordering in tegen de onderhoudsplichtigen. In de hypothese van artikel 26 is er al leefloon verleend en zal het OCMW in eigen naam een terugvordering instellen tegen de onderhoudsplichtigen. Aangezien het verschil in behandeling berust op een objectief criterium, is er geen schending van de artikelen l0 en 11 G.W. Hoewel het Arbitragehof de wettelijke bepalingen niet kan interpreteren, lijkt de zienswijze die hier gevolgd wordt wel de meest logische. Het Arbitragehof kan immers enkel vaststellen of een bepaling strijdig is met de Grondwet. Er zijn inderdaad objectieve verschillen tussen de artikelen 4 en 26 R.M.I.-Wet, zodat de voorwaarden van artikel 26 niet kunnen toegepast worden op artikel
- Bij de toepassing van artikel 4 moet dan ook gekeken worden naar de principes van de onderhoudsplichtigen in het burgerlijk recht (zie de artikelen 203 e.v. B.W.). Nu uitgemaakt werd dat voor de toepassing van artikel 4 R.M.I.-Wet toepassing moet gemaakt worden van de algemene principes van het burgerlijk recht, moet nog wel nagegaan worden of het OCMW kan volstaan met de verwijzing naar de onderhoudsplicht of dat het OCMW toch eerst een sociaal onderzoek moet voeren naar de mogelijkheid van de verwijzing. De R.M.I.-Wet is een stelsel van sociale bijstand hetgeen betekent dat het een residuair stelsel betreft. Personen die het leefloon aanvragen hebben derhalve geen middelen van bestaan meer. Wanneer het OCMW nu een aanvrager zonder meer zou verwijzen naar een onderhoudsplichtige, waarbij onduidelijk is of deze onderhoudsplichtige zijn of haar taak hoe dan ook kan nakomen, schiet het OCMW tekort in haar taak. Bovendien is het OCMW conform artikel 19 R.M.I.-Wet verplicht om bij elke aanvraag een sociaal onderzoek te voeren. Wanneer een persoon derhalve leefloon aanvraagt, moet het OCMW een sociaal onderzoek voeren waarbij tevens moet onderzocht worden of de aanvrager een beroep kan doen op de onderhoudsplicht van de personen vermeld in artikel
- Pas wanneer deze mogelijkheid wordt vastgesteld, kan het OCMW verwijzen naar de onderhoudsplicht en dus het leefloon weigeren. (Zie in dezelfde zin Memorie van Toelichting bij het wetsontwerp betreffende het recht op maatschappelijke integratie. Parl. St. Kamer 2001-
- nr. 1603/001, p. 13). Alleen wanneer de aanvrager bewust de informatie desbetreffend verzwijgt of weigert mee te werken, kan het OCMW eventueel verwijzen naar de onderhoudsplicht aangezien ook de aanvrager ertoe gehouden is alle voor het onderzoek van de aanvraag nuttige inlichtingen, te geven. (Zie artikel 19 § 2 R.M.I.-Wet.) 4.2.2.2 Toetsing in concreto In deze zaak dient opgemerkt dat er geen bijzondere redenen worden aangehaald waarom het OCMW eiseres niet zou kunnen verwijzen naar de onderhoudsplichtigen. Eiseres werd immers vóór haar huwelijk onderhouden door haar ouders en de reden dat zij is gaan verhuizen is het huwelijk en het feit dat de ouderlijke woonst te klein was en dus niet omdat er ruzie was of ernstige meningsverschillen. Er dient vastgesteld dat het OCMW eiseres principieel kan verwijzen naar haar ouders aangezien ze ten tijde van de steunaanvraag nog studeerde (zie artikel 203 B.W.). Nochtans voert het OCMW geen sociaal onderzoek naar de mogelijkheid of haar ouders hun onderhoudsplicht wel kunnen nakomen. Het loutere feit dat eiseres enkele maanden daarvoor bij haar ouders verbleef en daar onderhouden werd, betekent niet dat dit enkele maanden later nog steeds het geval is. Bovendien zijn er nu meer kosten (huur, energiekosten, ..) die het gevolg zijn van het feit dat eiseres niet meer inwoont bij haar ouders waarbij het OCMW het feit dat eiseres, ingevolge haar huwelijk niet meer bij haar ouders inwoont, niet in vraag mag stellen. Blijkbaar erkent het OCMW dat deze verwijzing niet opportuun is want bij de beslissing van 13 april 2005 wordt aan eiseres een leefloon als samenwoner toegekend vanaf 10 februari
- Bij gebreke aan een sociaal onderzoek kan het OCMW niet zonder meer verwijzen naar de onderhoudsplichtigen en zal verder onderzocht moeten worden of eiseres voldoet aan de andere voorwaarden om leefloon te ontvangen. 4.2.3.Werkbereidheid Nu uitgemaakt werd dat het OCMW niet mocht verwijzen naar de onderhoudsplichtigen, moet nagegaan worden of eiseres voldoet aan de voorwaarden van de R.M.I.-Wet om recht te hebben op een leefloon. Aangezien eiseres nog student is valt zij onder de bepalingen van artikel 11 R.M.I.-Wet waarbij moet nagegaan of aanvaard kan worden of eiseres op grond van billijkheidsredenen een studie voortzet met voltijds leerplan in een erkende instelling. Het wordt door het OCMW niet betwist dat eiseres haar laatste jaar kappersopleiding volgt en dat derhalve moeilijk kan aangenomen worden dat zij deze studie zou moeten onderbreken. Uit het sociaal verslag blijkt bovendien dat zij vakantiewerk verricht heeft (zij het in beperkte mate) waardoor eiseres voldoet aan alle voorwaarden om recht te hebben op leefloon als samenwonende. Eiseres woont immers samen met een persoon die weliswaar geen inkomen heeft maar wiens aanvraag tot (equivalent) leefloon werd afgewezen en waartegen geen beroep werd aangetekend. Vanaf 01.02.2005 werkt de echtgenoot van eiseres deeltijds en ontvangt een loon van 625,15 EUR . Op 10.02.2005 doet eiseres een nieuwe aanvraag tot het bekomen van leefloon. Bij beslissing dd. 13.04.2005 wordt aan eiseres leefloon als samenwoner toegekend. Eisers is bijgevolg nog gerechtigd op leefloon als samenwonende voor de periode van 2 november 2004 tot en met 31 januari
- OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK, Gezien het schriftelijk advies van Dhr. D. T., 1° substituut-arbeidsauditeur, uitgebracht in de Nederlandse taal en neergelegd ter griffie op 9/11/2005, Rechtdoende op tegenspraak, Na erover beraadslaagd te hebben, Alle andersluidende conclusies verwerpende, Verklaart de vordering ontvankelijk en gegrond, Vernietigt de beslissing van het Bijzonder Comité voor Sociale Bijstand van het OCMW d.d. 17.11.2004 waarbij het leefloon als alleenstaande wordt geweigerd vanaf 02.11.2004, Zegt voor recht dat eiseres gerechtigd is op leefloon als samenwonende voor de periode van 2 november 2004 tot en met 31 januari 2005, Veroordeelt verwerende partij tot de kosten van het geding, in toepassing van artikel 1017, 2° van het Gerechtelijk Wetboek, deze tot op heden door partijen niet begroot. PDF document ECLI:BE:ARANT:2005:JUG.20051221.26 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div