← België

ECLI:BE:ARANT:2006:JUG.20060428.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Antwerpen Vonnis/arrest van 28 april 2006 ECLI nr: ECLI:BE:ARANT:2006:JUG.20060428.3 Rolnummer: 382017 Rechtsgebied: Invoerdatum: 2007-02-23 Raadplegingen: 94 - laatst gezien 2026-07-01 04:24 Fiches 1 - 2 Wanneer de moeder van het kind illegaal in het land verblijft en zij in de onmogelijkheid verkeert om de gezinsbijslag in ontvangst te nemen, en de vader een aanvraag doet om als bijslagtrekkende de worden aangeduid, is de vrederechter op grond van artikel 69 ,§ 3 van de gecoördineerde weerden betreffende de kinderbijslag bevoegd om van deze aanvraag kennis te nemen. Vrije woorden: RECHTSWETENSCHAP-RECHT-WETGEVING . GERECHTELIJK WETBOEK Gezinsbijslag - illegaal verblijf van de moeder - aanduiding bijslagtrekkende - bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - 594,8° - 03 ELI link Pub nr 1967101054 Vrije woorden: SOCIALE ZEKERHEID VOOR WERKNEMERS - GEZINSBIJSLAG - de bijslagtrekkende - algemene regel - illegaal verblijf van de moeder - bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Gecoordineerde Wetten - 19-12-1939 - 69,§3 - 01 ELI link Pub nr 1939121901 Nota: Gerangschikt onder I A - artikel 594, 8° en onder VII F - artikel 69, ,§

  1. Annotaties Publicaties: SOCIAALRECHTELIJKE KRONIEKEN - - 2006(00010,P.616-617) Tekst van de beslissing ARBEIDSRECHTBANK ANTWERPEN 11DE KAMER A.R. 382.017 28/4/2006 W.L.R. t./ KINDERBIJSLAGFONDS ENCARE en R.S.Z.P.P.O. Eisende partij tekende beroep aan bij verzoekschrift, ter griffie ontvangen op 13.9.2005: "Betreft : verzoekschrift om kinderbijslag en kraamheld aan de vader uit te betalen Ik, L.R.W.M., ben sedert 20/07/05 sociaal tewerkgesteld door OCMW A. Ik ben gehuwd met M.A.R.M., die hier illegaal verblijft. Uit ons huwelijk is op 17/03/05 een dochter geboren, L.R.N.J. Mijn dochter is bij mij ingeschreven en heeft de Belgische nationaliteit. De Kinderbijslagkassen KBL en RSZPPO kan de betaling van het kindergeld en kraamgeld enkel aan de vader doen als dit door de Arbeidsrechter zo beslist wordt. Uitbetaling van kinderbijslag en kraamgeld moet normaal aan de moeder gebeuren en dit kan niet omdat ze illegaal is Daarom wil ik u verzoeken, mij aan te duiden als de persoon die de kinderbijslag en het kraamgeld voor L.R.N.J. mag ontvangen. Indien mijn echtgenote en moeder van het kind, ingeschreven wordt in het vreemdelingenregister dan kan de kinderbijslag aan haar uitbetaald worden (einde citaat)". De Arbeidsauditeur ontving een verslag van verwerende partij, RSZPPO, waarvan hierna gedeeltelijke weergave: "..De heer L.R. wenst namelijk aangeduid te worden als bijslagtrekkende voor het kraamgeld en de kinderbijslag ten voordele van zijn dochter L.R.N. Onze rijksdienst ontving op 22.08.2005 een brevet van rechthebbende van het kinderbijslagfonds KBL teneinde de betalingen over te nemen voor het voornoemde kind aangezien de heer L.R. sinds 20.07.2005 in dienst is bij één van onze aangeslotenen. De aanvraag om kinderbijslag van de heer L.R. ontving onze rijksdienst in de loop van oktober
  2. In toepassing van artikel 54 van de gecoördineerde wetten wordt onze rijksdienst dan ook slechts het bevoegde kinderbijslagfonds vanaf 01.10.
  3. Onze rijksdienst is dan ook niet bevoegd om het kraamgeld uit te betalen. Wij kunnen enkel kinderbijslag toekennen en dit vanaf 01.10.
  4. Uit het verzoekschrift ingediend door de heer L.R. blijkt dat zijn echtgenote, mevrouw M.A.R.M. illegaal in ons land verblijft. Op basis van de gegevens in ons dossier blijkt echter niet of betrokkenen samenwonen of niet. De aanvraag om kinderbijslag vermeldt dat het kind in het gezin wordt opgevoed door mevrouw M.A. maar het geboortebewijs om kraamgeld te verkrijgen dat bij het verzoekschrift werd gevoegd, vermeldt een andere verblijfplaats van de moeder. Het kind N. heeft de Belgische nationaliteit waardoor de Belgische wetgeving betreffende het co-ouderschap op haar van toepassing is. Artikel 69 van de gecoördineerde wetten stelt namelijk dat de kinderbijslag op vraag van de vader integraal aan hem wordt uitbetaald, wanneer het kind en hijzelf dezelfde hoofdverblijfplaats hebben in de zin van artikel 3, eerste lid, 5° van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen. Onze rijksdienst zal dan ook getuigenverklaringen van onafhankelijke getuigen opvragen waaruit blijkt of de moeder al dan niet deel uitmaakt van het gezin van de heer L.R. Zoniet, dan kan onze rijksdienst de betalingen ten voordele van N. aan de heer L.R. aanvatten vanaf oktober 2005 in toepassing van artikel 69 ,§1, 3e alinea van de gecoördineerde wetten. Indien mevrouw M.A. echter wel deel uitmaakt van het gezin van de heer L.R., dient de kinderbijslag vanaf 01.10.2005 in toepassing van artikel 69 ,§1, 1e alinea aan haar te worden uitbetaald. Artikel 69 ,§1 van de gecoördineerde wetten stelt namelijk dat de kinderbijslag en het kraamgeld worden uitgekeerd aan de moeder. Als de moeder het kind niet daadwerkelijk opvoedt, wordt de kinderbijslag betaald aan de natuurlijke of rechtspersoon die deze rol vervult. Indien mevrouw M.A. deel uitmaakt van het gezin van het kind, dient de kinderbijslag vanaf 01.10.2005 dan ook aan haar te worden uitbetaald. Het kraamgeld dient sowieso aan de moeder betaald te worden, evenwel niet door ons kinderbijslagfonds. Mevrouw M.A. verblijft echter illegaal in het land waardoor zij geen bankrekening kan openen, noch een circulaire cheque kan innen. Onze rijksdienst kan de betalingen dus wel per cheque verrichten maar mevrouw M.A. zal de uitbetaalde bedragen in principe niet kunnen innen. De heer L.R. heeft dan ook op 13.09.2005 een verzoekschrift ingediend teneinde aangeduid te kunnen worden als bijslagtrekkende voor het kraamgeld en de kinderbijslag. Aangezien onze rijksdienst slechts bevoegd is om de kinderbijslag uit te betalen vanaf 01.10.2005, dienen de andere fondsen mee in het geding te worden geroepen voor de voorgaande periodes. Voorlopig betaalt het kinderbijslagfonds KBL de kinderbijslag ten voordele van N. uit. Wij kunnen echter wel akkoord gaan met de aanduiding van de heer L.R. als bijslagtrekkende van de kinderbijslag vanaf 01.10.2005 ten voordele van zijn dochter N. indien de ouders zouden samenwonen. Indien de ouders echter niet zouden samenwonen, kan de kinderbijslag sowieso betaald worden aan de heer L.R. op basis van artikel 69 ,§1, 3e alinea. Wij zullen in voormelde zaak dan ook niet vertegenwoordigd worden door een raadsman (einde citaat)". KBL besluit (stuk 3) o.a.: "Concluante is sedert 01/04/2005 bevoegd om kinderbijslag uit te keren voor het kind van aanlegger, N.J.L.R. (geboren op 17/03/2005), en dit uit hoofde van de prestaties van zijn wettelijke vader, aanlegger. Naar art. 69 ,§ 1 van de Kinderbijslagwet voor werknemers wordt de kinderbijslag uitgekeerd aan de moeder van het kind, R.M.A. Aanlegger verzet zich bij huidige procedure tegen de uitbetaling van de kinderbijslag aan de moeder van het kind en wil de kinderbijslag aan hem uitgekeerd zien. Het verzet van aanlegger is gesteund op art. 69 ,§ 3 van de Kinderbijslagwet. Aanlegger maakt zijn verzet aanhangig voor de Arbeidsrechtbank, welke niet bevoegd is in deze. Artikel 69 ,§ 3 van de Kinderbijslagwet bepaalt nl. dat zo'n verzet dient gevoerd te worden volgens de bepalingen van art. 594, 8° Ger.W. Dat laatste artikel wijst de Vrederechter aan als bevoegde rechter. Concluante verzoekt derhalve dat uw rechtbank zich onbevoegd zou verklaren en de zaak zou verzenden naar de bevoegde rechtbank, zijnde het Vredegerecht Antwerpen I (einde citaat)". De RKW antwoordde op 9.3.2006 (AUD/9) op een vraag van de Arbeidsauditeur: "In antwoord op uw brief van 16 februari 2006 kunnen wij u het volgende meedelen. In toepassing van artikel 68 KBW wordt de gezinsbijslag bij circulaire cheque uitgekeerd aan de bijslagtrekkende, tenzij deze schriftelijk verzoekt het bedrag ervan over te schrijven op zijn rekening bij DE POST, of bij een kredietinstelling onderworpen aan de controle van de Commissie van het Bank- en Financiewezen. De kinderbijslag wordt nooit cash aan de bijslagtrekkende overhandigd. Artikel 69 KBW voorziet dat er enkel bevrijdend kan worden betaald in de handen van de moeder. Zij kan bijgevolg geen volmacht geven aan haar partner opdat de kinderbijslagen aan hem zouden worden uitgekeerd. Bovendien verzet artikel 1410 ,§ 2 Gerechtelijk wetboek zich tegen elke vorm van overdracht of beslag van de gezinsbijslagen. In sommige gevallen bestaat, overeenkomstig artikel 69 KBW, de mogelijkheid om in het belang van het kind een verzetsprocedure in te leiden (einde citaat)". Het schriftelijk advies van de Arbeidsauditeur, hierna gedeeltelijk weergegeven, luidt: "
  5. Voorwerp van het geding: Eiser, die de vader is van het kind L.N.J., vraagt dat het kraamgeld en de kinderbijslag aan hem en niet aan de moeder worden uitbetaald.
  6. Relevante elementen: Op 28 juli 2005 vraagt eiser aan RSZPPO om de kinderbijslag aan hem uit te betalen. RSZPPO deelt aan eiser blijkbaar mee dat ze niet kunnen ingaan op zijn vraag waarna eiser bij verzoekschrift van 7 september 2005 vraagt om als bijslagtrekkende aangeduid te worden. De problematiek kan als volgt samengevat worden. De kinderbijslag en het kraamgeld voor het kind J. worden in principe uitbetaald aan de moeder. Aangezien de moeder evenwel illegaal op het grondgebied verblijf, kan zij geen circulaire cheques ontvangen noch een bankrekening openen. De vader (eiser) stelde daarom de vraag om de kinderbijslag en het kraamgeld aan hem te betalen. Verwijzende naar artikel 69 Kinderbijslagwet Werknemers weigerden de kinderbijslagfondsen, om op de vraag van eiser in te gaan. In deze zaak werd naast RSZPPO ook Encare Kinderbijslagfonds in de zaak betrokken aangezien laatstgenoemd fonds bevoegd is voor de uitbetaling van de kinderbijslag en het kraamgeld vanaf 1 april 2005 terwijl RSZ PPO bevoegd is geworden om de kinderbijslag uit te betalen vanaf 1 oktober
  7. Bespreking: 3.
  8. Bevoegdheid Eerste verweerder vraagt de verzending naar de vrederechter omdat de arbeidsrechtbank onbevoegd is. Het voorwerp van de vordering is dat eiser vraagt om als bijslagtrekkende aangeduid te worden en dus dat hij gemachtigd wordt om de kinderbijslag te mogen ontvangen. Artikel 69 Kinderbijslagwet Werknemers bepaalt: De arbeidsrechtbank is in ieder geval bevoegd om aan te duiden wie bijslagtrekkende is. Verwijzend naar voormeld artikel 69 Kinderbijslagwet Werknemers betekent dit dat de kinderbijslag ofwel aan de moeder kan uitbetaald worden ofwel aan de persoon die het kind opvoedt. In deze zaak dient vastgesteld dat de moeder het kind wel degelijk opvoedt en dat er geen sprake is van co-ouderschap waardoor het tweede lid van artikel 69 ,§ 1 geen toepassing kan vinden. De Kinderbijslagwet Werknemers voorziet evenwel geen andere mogelijkheden om de kinderbijslag aan iemand anders dan de moeder uit te betalen. In dit geval is het probleem dat de moeder illegaal op het grondgebied verblijft en hierdoor geen rekening kan openen waardoor ze haar circulaire cheque niet zou kunnen ontvangen. Artikel 68 Kinderbijslagwet Werknemers bepaalt dat de betaling moet gebeuren bij circulaire cheque of op een bankrekening. De kinderbijslagfondsen kunnen dan ook geen betaling in contanten doen en konden niet betalen aan de vader. Er wordt immers niet voorzien in een betaling door volmacht. Daarenboven bepaalt artikel 1410 ,§ 2, 1° Ger.W. dat kinderbijslagen niet vatbaar zijn voor overdracht of beslag. De kinderbijslagfondsen kunnen dan ook geen gevolg geven aan de vraag van eiser tot uitbetaling van het kindergeld. De beslissing tot weigering om eiser als bijslagtrekkende aan te duiden, werd dan ook terecht genomen. De arbeidsrechtbank is dan ook niet bevoegd om de kinderbijslagfondsen te dwingen de gezinsbijslag aan de kinderen te betalen. Evenwel voorziet artikel 69 ,§ 3 dat "in het belang van het kind" verzet kan aangetekend worden tegen de uitbetaling van de kinderbijslag bij de vrederechter waardoor de kinderbijslag toch aan de vader zou uitbetaald kunnen worden. Aangezien verwerende partij de verwijzing vraagt en eiser geen verzending heeft gevraagd naar de arrondissementsrechtbank, kan de rechter uitspraak doen over de bevoegdheid (zie artikel 639, lid 3 Ger. W.). Gelet op het voorgaande dient de zaak dan ook verwezen te worden naar de vrederechter van de woonplaats van eiser. 3.
  9. Besluit: De kinderbijslagfondsen hebben terecht geweigerd om de kinderbijslag aan eiser uit te betalen. De zaak dient verwezen te worden naar de vrederechter van de woonplaats van eiser (einde citaat)". BEOORDELING: Vader en dochter wonen op hetzelfde adres. De moeder verblijft illegaal, maar aangenomen kan worden dat zij bij haar dochter en man woont en haar dochter opvoedt. Dit is overigens het standpunt van eiser. De arbeidsrechtbank is in casu enkel bevoegd inzake co-ouderschap. Het betreft duidelijk geen verzoek om co-ouderschap. Daarom kan de kinderbijslag niet aan de vader worden toegekend. De moeder is bijslagtrekkende. Daar deze in België illegaal verblijft, kan ze de kinderbijslag niet daadwerkelijk ontvangen, daar dit niet manueel gebeurt, maar bij cheque of overschrijving (artikel 68 Van de wet van 19 december 1939 (Samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders). De vader vraagt nu om bijslagtrekkende te worden. De bijslagtrekkende is diegene aan wie de kinderbijslag wordt uitbetaald. Het kind is rechtgevend. De rechthebbende is diegene die de kinderbijslag opent, zijnde een werknemer of gelijkgestelde. Daar het geen zaak van co-ouderschap betreft, is overeenkomstig artikel 69,§3 de vrederechter bevoegd. 1 betaling bij cheque of overschrijving: Art. 68 van de wet van 19 december 1939 (Samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders) bepaalt (http://www.belgielex.be): "De kinderbijslag, het kraamgeld en de adoptiepremie) (...) worden rechtstreeks aan de in artikel 69 beoogde personen betaald. De gezinsbijslag wordt (bij circulaire cheque) uitgekeerd aan de bijslagtrekkende, tenzij deze schriftelijk verzoekt het bedrag ervan over te schrijven op zijn rekening bij DE POST, of bij een kredietinstelling onderworpen aan de controle van de Commissie van het Bank- en Financiewezen (einde citaat)". 2 bevoegdheid van de vrederechter Artikel 69 van de wet van 19 december 1939 (Samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders) bepaalt (http://www.belgielex.be):" ,§
  10. De kinderbijslag en het kraamgeld worden uitgekeerd aan de moeder. Als de moeder het kind niet daadwerkelijk opvoedt, wordt de kinderbijslag betaald aan de natuurlijke of rechtspersoon die deze rol vervult. Wanneer de twee ouders die niet samenwonen het ouderlijk gezag gezamenlijk uitoefenen in de zin van artikel 374 van het Burgerlijk Wetboek en het kind niet uitsluitend of hoofdzakelijk door een andere bijslagtrekkende wordt opgevoed, wordt de kinderbijslag integraal aan de moeder uitbetaald. Toch wordt de kinderbijslag op zijn vraag integraal aan de vader uitbetaald, wanneer het kind en hijzelf dezelfde hoofdverblijfplaats hebben in de zin van artikel 3, eerste lid, 5° van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen. Op verzoek van de beide ouders kan de uitbetaling gebeuren op een rekening waartoe zij beiden toegang hebben. Wanneer de ouders niet overeenkomen over de toekenning van de kinderbijslag, kunnen zij de arbeidsrechtbank vragen om de bijslagtrekkende aan te duiden (en dit in het belang van het kind). De adoptiepremie wordt betaald aan de adoptant. Als echtgenoten het kind samen geadopteerd hebben, bepalen zij aan wie van beiden de adoptiepremie betaald wordt. In geval van betwisting of van niet-aanwijzing, wordt de premie uitbetaald aan de echtgenote. ,§
  11. De kinderbijslag wordt aan het rechtgevend kind zelf uitbetaald : a) als het gehuwd is; b) als het ontvoogd is of de leeftijd van 16 jaar bereikt heeft en niet bij de in ,§ 1 bedoelde persoon woont. Aan deze laatste voorwaarde is voldaan door afzonderlijke hoofdverblijfplaatsen als bedoeld in artikel 3, 1e lid, 5° van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, of als met daartoe voorgelegde officiële documenten aangetoond wordt dat de gegevens in het Rijksregister niet of niet meer overeenstemmen met de realiteit; c) als het zelf bijslagtrekkende is voor één of meer van zijn kinderen. Het kind bedoeld in deze paragraaf kan evenwel in zijn eigen belang een andere persoon als bijslagtrekkende aanwijzen, op voorwaarde dat die persoon met het kind verbonden is door verwantschap of aanverwantschap in de eerste graad. De verwantschap verworven door adoptie wordt in aanmerking genomen. Het kind bedoeld in deze paragraaf is rechtsbekwaam om zelf als eiser of verweerder in rechte op te treden in de geschillen betreffende de rechten op kinderbijslag. ,§ 2bis. In afwijking van de ,§,§ 1 en 2, bepaalt de Koning de persoon die kan aangeduid worden als bijslagtrekkende in het geval van een ontvoering van het kind. Hij bepaalt eveneens wat er moet verstaan worden onder ontvoering alsook de periode tijdens welke deze persoon bijslagtrekkende kan zijn. ,§
  12. In het belang van het kind, kan de vader, de moeder, de adoptant, de pleegvoogd, de toeziende voogd, de curator of de rechthebbende, volgens het geval, overeenkomstig artikel 594, 8°, van het Gerechtelijk Wetboek, verzet aantekenen tegen de betaling aan de persoon bedoeld in de ,§,§ 1, 2 of 2bis (einde citaat)". Artikel 69,§3 van de wet van 19 december 1939 verwijst naar artikel 594, 8° Ger.w.. Dit artikel bepaalt: "De vrederechter doet op verzoekschrift uitspraak 8° over het verzet van de vader, de moeder, de adoptant, de pleegvoogd, de voogd, de toeziende voogd, de curator of de rechthebbende, tegen de uitbetaling van de gezinsbijslag aan de bijslagtrekkende zoals het is bedoeld in artikel 69, ,§ 3, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, buiten het geval waar de vordering bij de jeugdrechtbank aanhangig gemaakt wordt op grond van artikel 29 van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming". Aangezien verwerende partij de verwijzing vraagt en eiser geen verzending heeft gevraagd naar de arrondissementsrechtbank, kan de rechter uitspraak doen over de bevoegdheid (zie artikel 639, lid 3 Ger. W.). Verwerende partij vraagt de verzending naar het Vredegerecht Antwerpen I. OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK, Gehoord de Heer D.T., Eerste Substituut-Arbeidsauditeur, in de voorlezing van zijn eensluidend schriftelijk advies, uitgebracht in de Nederlandse taal ter openbare zitting van 31.3.2006, Rechtdoende op tegenspraak t.o.v. eisende partij en eerste verwerende partij en bij verstek t.o.v tweede verwerende partij, Na erover beraadslaagd te hebben, Alle andersluidende conclusies verwerpende, Verklaart zich onbevoegd; verzendt de zaak naar het Vredegerecht te Antwerpen, eerste kanton. PDF document ECLI:BE:ARANT:2006:JUG.20060428.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.