id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Antwerpen Vonnis/arrest van 16 oktober 2006 ECLI nr: ECLI:BE:ARANT:2006:JUG.20061016.8 Rolnummer: 87.818 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2007-10-24 Raadplegingen: 113 - laatst gezien 2026-07-02 14:31 Fiches 1 - 2 Door een werknemer die definitief arbeidsongeschikt werd verklaard voor de aanvankelijk overeengekomen arbeid, gedurende één maand tewerk te stellen in een andere functie, waarvoor hij wel geschikt is, verliest de werkgever de mogelijkheid om overmacht als beëindigingsgrond in te roepen. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Algemeen Vrije woorden: arbeidsovereenkomsten - algemene regeling - arbeidsongeschiktheid - overmacht - definitieve arbeidsongeschiktheid - overeengekomen arbeid Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 31 - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Vrije woorden: einde van de overeenkomst - overmacht - definitieve arbeidsongeschiktheid - overeengekomen arbeid Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 32, 5° - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Nota: Gerangschikt onder II AAN - artikel 31 en onder II AAN - artikel 32, 5°. II AAN Annotaties Publicaties: JTT 2007 - - blz. 298-300 Tekst van de beslissing ARBEIDSRECHTBANK MECHELEN TWEEDE KAMER Vonnis gewezen op 16 oktober 2006 In zake : E. V. Eiser, vertegenwoordigd door meester. tegen : NV C. B. Verweerster, vertegenwoordigd door meester DE RECHTBANK, na beraadslaging, verleent het volgende vonnis : Gezien de stukken, gevoegd in het dossier van de rechtspleging, waaronder : * de dagvaarding d.d. van, gerechtsdeurwaarder met standplaats te, die ertoe strekt: * de vordering toelaatbaar, ontvankelijk en gegrond te horen verklaren; * verweerster te horen veroordelen tot betaling aan eiser van: * euro 5562,48 bruto en euro 294,60 netto ten titel van verbrekingsvergoeding; * de wettelijke intresten zoals bepaald door artikel 10 van de wet op de bescherming van het loon, de verwijl- minstens de vergoedende intresten vanaf de respectievelijke data van opeisbaarheid, de gerechtelijke intresten en de kosten van het geding; * de veroordelingen draagbaar te horen verklaren en het tussen te komen vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling of vermogen tot kantonnement; * de besluiten van eiser * de conclusie en aanvullende en tevens syntheseconclusie van verweerster; * de processen-verbaal van de terechtzittingen. Partijen worden gehoord in hun middelen ter terechtzitting van 18.09.
- Het debat werd voorafgegaan door een poging tot minnelijke schikking overeenkomstig de bepalingen van artikel 734 Ger.W., doch partijen kwamen niet tot een verzoening. Gelet op het naar behoren geïnventariseerd bundel voor iedere partij.
- Ontvankelijkheid De eis werd tijdig en met een naar vorm regelmatige akte ingeleid. De ontvankelijkheid wordt niet betwist.
- Ten gronde 2.
- De feiten Eiser geeft volgend feitelijk relaas: Eiser, trad in dienst bij verweerster als "pallethersteller/handlanger" vanaf 18.10.1989 (stuk 1 bundel eiser) en dit voor onbepaalde duur. Dhr. was arbeidsongeschikt wegens ziekte van 11.02.2004 tot en met 30.11.
- Bij zijn geplande werkhervatting op 01.12 2004 diende dhr. ............. zich, conform de wettelijke bepalingen desbetreffend, voor de aanvang van de arbeid aan te bieden bij de arbeidsgeneesheer, die op dat ogenblik tot de bevinding kwam dat deze, hoewel voldoende geschikt voor de functie van arbeider, "voorgoed" zou dienen te worden overgeplaatst naar een betrekking dewelke "geen rugbelastend en elleboogbelastend werk" zou inhouden (stuk 4 bundel eiser). Verweerster stelt dat op dat ogenblik geen onmiddellijke oplossing voorhanden was, zodat partijen overeenkwamen dat dhr. ........... gedurende de maand december 2004 zijn jaarlijks verlof zou opnemen (hetgeen hij omwille van de arbeidsongeschiktheid nog niet had kunnen opnemen), zodat een gepaste oplossing kon worden gezocht. Nadat eiser zich, na het verlof op 03.01.2005 opnieuw op het werk aanbood, stelt verweerster wel een oplossing gevonden te hebben, dewelke er in bestond dat dhr. ...... vanaf dat ogenblik werd tewerkgesteld als "klusjesman/sorteerder", functie die hij gelet op zijn medische toestand wel aankon. Dhr. ....... stelt dat hij bijzonder verwonderd was toen hem einde januari 2005 plots een document werd voorgelegd waarbij hij zich akkoord diende te verklaren met de "ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingevolge medische overmacht" (stuk 4 bundel eiser). Dhr. .......... heeft dit document niet ondertekend, niet akkoord zijnde. Verweerster preciseert en verbetert deze versie van eiser als volgt:
- Preciseringen De vaststellingen van de arbeidsgeneesheer werden nooit en worden ook nu door eiser niet betwist. Eiser was en is definitief ongeschikt voor het uitoefenen van het overeengekomen werk als pallethersteller/sorteerder aangezien dat rug- en elleboogbelastend werk is. Vanaf 01.12.2004 nam eiser zijn vakantie op. Op 03.01.2005 diende hij het werk te hervatten. Aangezien verweerster overeenkomstig artikel 72 van het Koninklijk Besluit van 28.05.2003 betreffende het gezondheidstoezicht van de werknemers (B.S. 16.06.2003) diende te onderzoeken of er binnen de onderneming een andere functie vacant was die niet rug- en elleboog belastend was en waarvoor eiser in aanmerking kwam, stelde zij hem, in afwachting van een eventuele definitieve betrekking, voorlopig tewerk als klusjesman. Verweerster stelde echter vast dat er binnen afzienbare termijn geen alternatieve functie, die eiser bereid was uit te voeren, vacant zou zijn en besloot dan ook de definitieve arbeidsongeschiktheid van eiser in te roepen. Aangezien definitieve arbeidsongeschiktheid een geval van overmacht uitmaakt, werd de arbeidsovereenkomst van eiser om die reden door verweerster beëindigd op 31.01.2005 (stuk 4 bundel eiser). Op het werkloosheidsformulier C4 staat vermeld als oorzaak van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst "ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht" (stuk 5 bundel eiser).
- Correctie Op blz. 2 van zijn conclusie laat eiser uitschijnen dat hem vanaf 03.01.2005 een volwaardige functie als klusjesman zou zijn aangeboden. Ten onrechte. Zoals hierboven reeds uiteengezet, werd eiser slechts belast met het uitvoeren van klusjes, in afwachting van een eventuele definitieve, passende betrekking binnen de onderneming. Dat hetgeen eiser insinueert niet strookt met de waarheid en dat de `functie van klusjesman' in werkelijkheid niet meer inhield dan het uitvoeren van een aantal werkzaamheden die aan eiser gegeven werden opdat hij een `bezigheid' zou gehad hebben in afwachting van een definitieve beslissing, wordt trouwens bevestigd door de heer ........., Manager ....... voor de vestiging van verweerster te ........, die het volgende verklaart (stuk 2 bundel verweerster): "Ter aanvulling op mijn eerdere verklaring dd. 17 november 2005 en binnen mijn functie als Manager ......... kan ik u bevestigen dat de opdrachten die ik in Januari 2005 aan de Heer ......... toevertrouwde geen volwaardige functie betroffen. Er was op dat ogenblik geen voltijds, passend werk voor de Heer ........... voorhanden en er waren geen vacatures in de onderneming die invulbaar waren voor de Heer ........." 2.
- Beoordeling 2.2.
- Algemene principes Overmacht als beëindigingsgrond: Gelet op artikel 32, 5° van de wet van 3 juli
- Een arbeidsovereenkomst kan door overmacht worden beëindigd indien de werknemer definitief in de onmogelijkheid verkeert de bedongen arbeid te hervatten. (Cass. 5 januari 1981, R.W. 1981-1982, 2401; Cass. 15 februari 1982, R.W. 1982-1983, 2209; Cass. 21 april 1986, J.T.T. 1986, 501; Cass. 12 januari 1987, J.T.T. 1987, 428; Cass. 1 juni 1987, J.T.T. 1987, 427; Cass. 13 februari 1989, Soc. Kron. 1990, 9) De werkgever die zich op deze overmacht beroept draagt er de bewijslast van. De feitenrechter kan het bestaan van overmacht uitsluiten als hij uit de door hem onaantastbaar vastgestelde feiten en omstandigheden afleidt dat niet de nodige voorzorgen (door in casu de werkgever) werden genomen om de toestand, die hij als overmacht aanvoert, te voorkomen. (Cass. 7 mei 2002, 2e K., R.W. 2005-2006, blz. 257) Deze overmacht dient "onvoorzienbaar, onoverkomelijk en onweerstaanbaar" te zijn, waardoor de uitvoering van de verbintenis absoluut onmogelijk wordt en dit zonder enige fout in hoofde van de schuldenaar. (zie: Viviane Vannes: Le contrat de travail - Aspect théorique et pratique, 2ème édition, Bruylant 2003, n° 973 en 974) Wanneer de kwestieuze arbeidsongeschiktheid derhalve niet onherroepelijk is, is de arbeidsovereenkomst enkel geschorst. (zie Cass. 5 januari 1981, J.T.T. 1981, 184 en de conclusies van advocaat-generaal Leclercq; Cass. 15 februari 1982, Pas. 1982, I, 743; Cass. 21 april 1986, Pas. 1986, I, 1020; Cass. 12 januari 1987, J.T.T. 1987, p. 428; Cass. 1 juni 1987, Pas. 1987, I, 1203; Cass. 13 februari 1989, Pas. 1989, I, 616; Cass. 23 maart 1998, J.T.T. 1998, p. 377) De werkgever kan voorhouden dat aan de arbeidsovereenkomst wegens overmacht een einde is gekomen wanneer de werknemer definitief ongeschikt is om de bedongen arbeid te verrichten, zonder dat het relevant is of die werkgever een tekortkoming heeft begaan die mede aan de oorsprong ligt van de ongeschiktheid. (zie Arb.Hof Antwerpen, afdeling Antwerpen, 2e K., dd. 15 september 2004, A.R. 2003-0319- niet gepubliceerd) Onder het overeengekomen "werk" van de werknemers dient te worden verstaan: de in de overeenkomst bedongen taak, essentieel element van de arbeidsovereenkomst, met inbegrip van de overeengekomen arbeidstijd (Cass. 20 oktober 2000, A.C. 2000, 504 en Cass. 21 april 1986, A.C. 1986, I, 1020) De vaststellingen en adviezen van een arbeidsgeneesheer dienen in concretu te worden beoordeeld of er sprake kan zijn van overmacht (zie Arb.Hof Antwerpen, afdeling Antwerpen, 13 maart 2003, A.R. 2010772 - niet gepubliceerd) in de zin van mogelijke aangepaste tewerkstelling. M.a.w. er dient nagegaan of een verdere tewerkstelling concreet volkomen onmogelijk was geworden of slechts moeilijker of kostelijker (vgl. Cass. 23 februari 1967, A.C. 1967, 797). Besluit a) Enerzijds is er de algemeen aanvaarde Cassatierechtspraak: "de definitieve arbeidsongeschiktheid van een werknemer voor de overeengekomen arbeid is een geval van overmacht waarop de werkgever zich kan beroepen om de beëindiging van de arbeidsovereenkomst vast te stellen (Cass. 05.01.1981, R.W. 1980-1981, 2401; Cass. 02.10.2000, Arr. Cass. 2000, 1464). Het Arbeidshof te Antwerpen, als feitenrechter er trouw aan deze aangehouden Cassatierechtspraak (o.m. zie supra arrest 2e K., 15.09.2004) b) Anderzijds verwijst eiser naar artikel 32,5° van de arbeidsovereenkomstenwet inhoudende: "Behoudens de algemene wijzen waarop verbintenissen te niet gaan, nemen de verbintenissen voortspruitende uit de door deze wet geregelde overeenkomsten een einde: ...... 5° door overmacht." Derhalve voorziet de arbeidsovereenkomstenwet in kwestieuze beëindigingswijze. (Arbeidshof Bergen, 16.03.2004, 3e K., R.J. n° 18043) 2.2.
- Toegepast in onderhavig geding §1 Terecht verwijst eiser naar de feitelijke vaststelling dat nadat op 01.12.2004 door de arbeidsgeneesheer werd geattesteerd dat hij zou dienen te worden overgeplaatst, gedurende de ganse maand december 2004, maand waarin eiser zijn verlof opnam, verweerster de tijd heeft gehad om een gepaste oplossing te zoeken. Bij zijn terugkeer uit verlof, op 03.01.2005 bleek deze oplossing gevonden te zijn, in die zin "dat eiser vanaf dan, zonder dat daarover ook maar enigszins gesteld werd dat zulks slechts een tijdelijke oplossing zou zijn, werd tewerkgesteld als "klusjesman/sorteerder". Het moge duidelijk zijn dat op dat ogenblik door verweerster niet het minste voorbehoud of wat dan ook werd geformuleerd". Het is onaanvaardbaar om een maand later te gaan voorhouden alsof men in een situatie van definitieve overmacht zou zijn terechtgekomen. De rechtbank kan slechts besluiten dat er vanaf 03.01.2005 ofwel een nieuwe arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur (gezien het ander voorwerp van uit te oefenen activiteit) ofwel in gemeen akkoord een wijziging aan het voorwerp van de bestaande arbeidsovereenkomst werd aangebracht. Eiser hoefde in die situatie geen overlegprocedure te starten, noch beroep aan te tekenen tegen de beslissing van de arbeidsgeneesheer, die dateerde van 01.12.
- Immers verweerster heeft aan eiser de medisch aangewezen passende dienstbetrekking aangeboden, dewelke door laatstgenoemde werd aanvaard. Vanaf dat ogenblik is het onaanvaardbaar dat verweerster de overmacht voor het eerst inroept. De post factum afgelegde verklaringen van de "manager plant operations" (stuk 1 en 2 bundel verweerster) dd. 14.06.2005 en 17.11.2005 hebben niet de minste bewijskracht en zijn uiteraard niet tegenstelbaar aan eiser. Verweerster bewijst derhalve geenszins dat de betrekking van "klusjesman/sorteerder" geen volwaardige betrekking zou geweest zijn en dat er in afwachting zou gezocht zijn naar een volwaardige aangepaste functie. Dit laatste zou geloofwaardig kunnen zijn, wanneer verweerster in tempore non suspecto eiser hierop uitdrukkelijk had gewezen, zodat zijn voorbehoud onmiskenbaar zou zijn geuit. §2 T.a.v. de intresten Terzake volgt de rechtbank de redenering van verweerster. De arbeidsrechtbank van Brussel oordeelde reeds op 06.12.2002 (A.R. nr. 62125/03 - niet gepubliceerd): "Artikel 82 van de Wet van 26.06.2002 heeft geen dwingend karakter. Het K.B. van 03.07.2005 heeft geenszins als gevolg dat de draagwijdte van artikel 82 van de Wet van 26.06.2002 wordt ingeperkt en is onderworpen aan de hiërarchie van de rechtsbronnen: door te bepalen dat de intresten zullen worden berekend op de bezoldigingen waarvan het recht op betaling ontstaan is vanaf 01.07.2005, wordt door het K.B. van 03.07.2005 het algemene beginsel van de niet-terugwerkende kracht van de wetten gerespecteerd en toegepast, alsook het voorschrift van artikel 2 van het B.W. volgens hetwelk de wet uitsluitend beschikt voor het toekomstige. Uit het K.B. van 03.07.2005 volgt dat de intresten verder zullen worden berekend op het nettobedrag van de bezoldigingen, ook voor de periode na 01.07.2005, voor de bedragen die bedoeld zijn in het nieuwe artikel 10 van de Wet van 12.04.1965 op de bescherming van het loon en waarop het recht ontstaan is vóór 01.07.2005, maar die worden toegekend na 01.07.2005." (Arbrb. Brussel, 18e K., 06.12.2005, A.R. 62125/03) De vordering is aldus gegrond in de mate zoals hierna bepaald. Gelet op de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 betreffende het taalgebruik in gerechtszaken. OM DEZE REDENEN : DE RECHTBANK, recht doende op tegenspraak. Verklaart de vordering ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond. Veroordeelt verweerster tot betaling aan eiservan :
- een verbrekingsvergoeding ten bedrage van VIJFDUIZEND VIJFHONDERD TWEEËNZESTIG EURO ACHTENVEERTIG CENT bruto,
- equivalent werkgeversaandeel maaltijdcheques voor de periode gedekt door de verbrekingsvergoeding ten bedrage van TWEEHONDERD VIERENNEGENTIG EURO ZESTIG CENT netto, te verminderen met de wettelijk sociale en fiscale inhoudingen, in de mate dat deze verschuldigd zijn, inhoudingen waarvan de werkgever (zijnde verweerster) moet doen blijken aan de hand van de door de wet voorgeschreven bescheiden, en het overeenstemmend netto gedeelte te vermeerderen met de wettelijke intresten sedert de respectievelijke data van opeisbaarheid en de gerechtelijke intresten vanaf de datum van de dagvaarding. Verwijst verweerster in de gedingkosten aan de zijde van eiser begroot op euro 98,51 voor de dagvaarding en euro 218,64 toepasselijke rechtsplegingsvergoeding. Zegt dat er geen aanleiding toe bestaat dit vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling. Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van de tweede kamer van de ARBEIDSRECHTBANK te Mechelen de dato zestien oktober tweeduizend en zes, waar aanwezig waren: P.S., rechter, voorzitter van de kamer; P.S., rechter in sociale zaken als werknemer-arbeider; F.S, rechter in sociale zaken als werkgever; M.G., e.a. adjunct-griffier. PDF document ECLI:BE:ARANT:2006:JUG.20061016.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div