id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Antwerpen Vonnis/arrest van 02 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ARANT:2007:JUG.20070102.2 Rolnummer: 330.558 Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Unierecht - Arbeidsrecht - Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2009-11-02 Raadplegingen: 110 - laatst gezien 2026-07-02 15:07 Fiches 1 - 2 Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie blijkt dat degenen, die onder het werkingsveld van de EG-verordening nr. 1408/71 vallen, recht hebben op de meest doeltreffende medische verzorging die mogelijk is binnen de Europese Gemeenschap en dat de efficiëntie van die verzorging beslissend is voor het geven van de toelating voor een behandeling in een andere lidstaat. De patiënt heeft steeds het recht om in het kader van deze Verordening in een andere lidstaat op zoek te gaan naar een meer passende medische behandeling voor zijn aandoening. Indien blijkt dat de verstrekking in het buitenland efficiënter zijn voor de gezondheidstoestand van de patiënt, kan hij, voor zover de nationale wetgeving in een terugbetaling voor deze verstrekking voorziet, de terugbetaling van de gemaakte kosten verkrijgen. UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - EUROPEES RECHT- VERDRAG WERKING EUROPESE UNIE Vrije woorden: Internationale verdragen en verordeningen - europese economische gemeenschap - verordening 1408/71 - ziekte- en invaliditeitsverzekering - geneeskundige verzorging - heelkundige ingreep in het buitenland - terugbetaling - IX D 3 Wettelijke bepalingen: Huishoudelijk Reglement - 14-06-1971 - 22 - 01 Link Justel databank 19710614-01 UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Algemeen (sociale zekerheid) SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Algemeen (sociale zekerheid) - Handvest sociaal verzekerde - W. 11 april 1995 Vrije woorden: Handvest van de sociaal verzekerde - sociaal handvest - ziekte- en invaliditeitsverzekering - geneeskundige verzorging - heelkundige ingreep in het buitenland - terugbetaling - XV Wettelijke bepalingen: Wet - 11-04-1995 - 23 - 44 ELI link Pub nr 1995022286 Nota: Gerangschikt onder IX D 3 - artikel 22 en onder XV - artikel 23. Annotaties Publicaties: SRK 2009 - - nr. 4 - blz. 222-224 Tekst van de beslissing VONNIS gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen op DINSDAG, TWEE JANUARI TWEEDUIZEND EN ZEVEN. In openbare terechtzitting van de ZEVENDE KAMER van de Arbeidsrechtbank van het Gerechtelijk Arrondissement Antwerpen, alwaar zetelden: N.MAURISSENS Rechter in de Arbeidsrechtbank, Voorzitter van de kamer J.HORNIKX Rechter in Sociale Zaken, werkgever, R. BOIY Rechter in Sociale Zaken,werknemer C. DE ROEP Griffier. Inzake : A.R.nr.330.558 L. D., - eiseres- ter zitting vertegenwoordigd door Mr.Y.JORENS loco Mr.VAN HOOGENBEMPT H., advocaat te 2000 Antwerpen, Meir 24 bus 6. TEGEN : ONAFHANKELIJK ZIEKENFONDS, Privaatrechtelijke vennootschap met andere rechtsvorm, met zetel gevestigd te 2000 Antwerpen (1° district), Arenbergstraat 22. - eerste verweerder- ter zitting vertegenwoordigd door Mr.A. FRET, advocaat te 2018 Antwerpen, Mechelsesteenweg 210/A. en HET RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE-EN INVALIDITEITSVERZEKERING, waarvan de zetel is gevestigd te 1150 Brussel, Tervurenlaan 211. - tweede verweerder- ter zitting vertegenwoordigd door Mr.J.TIMMERMANS, advocaat te 2800 Mechelen, Schuttersvest 8. VERLEENT DE RECHTBANK HET VOLGENDE VONNIS Gezien de stukken van het geding, gevoegd bij het dossier van de rechtspleging, zoals vermeld op de inventaris ervan, o.m.: * het inleidend exploot van dagvaarding dd.15.1.2001, door het ambt van gerechtsdeurwaarder R.Dujardin, met standplaats te Antwerpen, * de besluiten voor tweede verweerder, ontvangen ter griffie op 29.3.2001, * de besluiten voor eiseres, neergelegd ter griffie op 31.10.2001, * de besluiten voor eerste verweerder, neergelegd ter griffie op 31.10.2001, * de besluiten voor tweede verweerder, ontvangen ter griffie op 10.5.2002, * het verzoekschrift art.750 § 2, ontvangen ter griffie op 29.10.2004 * de aanvullende besluiten voor eiseres, neergelegd ter griffie op 24.11.2004, * de aanvullende besluiten voor tweede verweerder, ontvangen ter griffie op 22.2.2005, * het advies van het O.M., neergelegd ter griffie op 21.11.2006, * de replieknota van eiseres, neergelegd ter griffie op 5.12.2006, * het P.V. van terechtzittingen. Gelet op de wet van 15.6.1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, gewijzigd bij de wet van 10.10.1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek , zoals gewijzigd bij Wet van 23 september 1985, met ingang van 1 september 1988. Gehoord partijen in hun middelen en gezegden ter openbare terechtzitting van 5.12.2006. Gelet op het schriftelijk advies van mevrouw I.VAN ORSHAEGEN , eerste substituut-arbeidsauditeur, uitgebracht in de Nederlandse taal, neergelegd ter griffie op 21.11.2006. Recht doende op de stukken van het dossier. ***** 1. Het voorwerp van de vordering. Met een dagvaarding, betekend op 15 januari 2001 door het Gerechtsdeurwaarderskantoor M B & R. D. met standplaats te , vordert mevrouw D. L. (eisende partij) In hoofdorde: - te horen zeggen voor recht dat zij het recht had om zich naar Frankrijk te begeven om aldaar de gewenste medische en heelkundige ingrepen te laten verrichten; - de veroordeling van eerste en tweede verweerster hoofdelijk tot betaling van de som van 766.350 BEF of 18 997,32 EURO te vermeerderen met de wettelijke en gerechtelijke intresten en onder voorbehoud van vermeerdering of vermindering in de loop van het geding, als terugbetaling van de kosten van de geneeskundige verstrekkingen die eiseres tijdens de periode van 17 mei tot en met 19 oktober 1999 in Frankrijk genoten heeft; - het vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal en met uitsluiting van de mogelijkheid tot borgstelling of kantonnement; - de veroordeling van eerste en tweede verweerster tot de kosten van het geding, met inbegrip van de dagvaardingskosten en de rechtsplegingsvergoeding; In ondergeschikte orde: - de veroordeling van eerste en tweede verweerster hoofdelijk tot terugbetaling van de kosten aan Belgisch tarief; - de veroordeling van eerste en tweede verweerster tot berekening van de verschuldigde bedragen overeenkomstig de Belgische tarieven; - het vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal en met uitsluiting van de mogelijkheid tot borgstelling of kantonnement; - de veroordeling van eerste en tweede verweerster tot de kosten van het geding, met inbegrip van de dagvaardingskosten en de rechtsplegingsvergoeding. 2. De ontvankelijkheid. Volgens eerste verwerende partij werd de beroepstermijn van drie maanden zoals voorzien in artikel 23 van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het "Handvest" van de sociaal verzekerde ruimschoots overschreden. De weigering tot aflevering van het formulier E112 werd betekend op 14 december 1998 daar waar de dagvaarding slechts werd betekend op 15 januari 2001. De rechtbank stelt echter vast dat de beslissing van 14 december 1998 tot weigering om tussenkomst te verlenen in de zorgen verstrekt in het buitenland, niet de verplichte vermeldingen bevat zoals voorzien in artikel 14 van voormeld Handvest, zodat de termijn om beroep in te stellen niet is ingegaan. De vordering van eiseres is dus wel degelijk ontvankelijk. 2. Ten gronde. 2.1 Voorgaanden. In april 1965 was eiseres het slachtoffer van een zwaar verkeersongeval in Frankrijk met multipele fracturen. Destijds was betrokkene woonachtig in Frankrijk en nu nog heeft zij de Franse nationaliteit doch is thans woonachtig in België. Eiseres onderging naar aanleiding van het ongeval een twintigtal interventies in het ziekenhuis S M in Frankrijk. Vermits de resultaten niet bevredigend waren, consulteerde zij Prof. Dr. L. te Parijs. Nieuwe interventies door hem uitgevoerd, herstelden de functionele mogelijkheden van eiseres. Zij kreeg een groot vertrouwen in deze arts, zijn equipe, werkwijze en revalidatietechnieken. In december 1998 drong zich een nieuwe ingreep op. De echtgenoot van eiseres vroeg in haar naam aan eerste verweerster de toestemming om deze behandelingen te laten plaatsvinden bij Prof. Dr. H O, de opvolger van professor L. te Parijs. Deze aanvraag geschiedde bij brief van 9 december 1998. Met een schrijven van 14 december 1998 antwoordde de adviserend geneesheer als volgt: "Uw aanvraag valt niet onder de criteria voor het bekomen van het formulier E 112, het betreft geen ingreep die niet in België kan uitgevoerd worden." Niettegenstaande eerste verweerster weigerde haar toestemming te verlenen, werd eiseres in de periode van 17 mei tot en met 19 oktober 1999 in Frankrijk behandeld. Bij brief van 10 december 1999 vroegen eiseres en haar echtgenoot aan eerste verweerster de terugbetaling van de heelkundige en medische zorgen ten bedrage van 766.350 EURO. Met een schrijven van 3 april 2000 deelt eerste verwerende partij aan eiseres mede dat zij geen tussenkomst kunnen verlenen voor de geneeskundige zorgen in Frankrijk in de periode mei-oktober 1999 om de volgende reden: "Voor bijgevoegde facturen is er geen tussenkomst mogelijk volgens het arrest D-K Dit arrest kan enkel toegepast worden voor ambulante zorgen en de terugbetaling gebeurd volgens Belgische tarieven." Bij dagvaarding, betekend aan verwerende partijen op 15 januari 2001, vordert eisende partij te horen zeggen voor recht dat zij het recht had om zich naar Frankrijk te begeven om aldaar de gewenste medische en heelkundige ingrepen te laten verrichten en vordert zij de terugbetaling van de kosten van de geneeskundige verstrekkingen, verricht in Frankrijk. 2.2 Beoordeling. Artikel 22 van de E.G.-verordening nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 bepaalt wat hierna volgt: 1.De werknemer of zelfstandige die aan de door de wettelijke regeling van de bevoegde Staat gestelde voorwaarden voor het recht op prestaties voldoet, eventueel met inachtneming van artikel 18, en:
- a)wiens toestand het nodig maakt dat onmiddellijk prestaties worden verleend gedurende het verblijf op het grondgebied van een andere lidstaat, of
- b)die, nadat hij voor rekening van het bevoegde orgaan in het genot van prestaties is gesteld, van dit orgaan toestemming heeft ontvangen om terug te keren naar het grondgebied van de lidstaat, waarop hij woont, dan wel om zijn woonplaats naar het grondgebied van een andere lidstaat over te brengen, of
- c)die van het bevoegde orgaan toestemming heeft ontvangen om zich naar het grondgebied van een andere lidstaat te begeven ten einde aldaar een voor zijn gezondheidstoestand passende behandeling te ondergaan, heeft recht op:
- i)verstrekkingen, welke voor rekening van het bevoegde orgaan door het orgaan van de woon- of verblijfplaats worden verleend, volgens de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling, alsof deze werknemer of zelfstandige bij laatstbedoeld orgaan was aangesloten; het tijdvak gedurende hetwelk de verstrekkingen worden verleend, wordt evenwel bepaald door de wettelijke regeling van de bevoegde Staat;
- ii)uitkeringen welke door het bevoegde orgaan worden verleend volgens de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling. Na overeenstemming tussen het bevoegde orgaan en het orgaan van de woon- of verblijfplaats kunnen deze uitkeringen evenwel door laatstbedoeld orgaan voor rekening van het eerstbedoelde worden verleend volgens de wettelijke regeling van de bevoegde Staat. 2.De op grond van lid 1, onder b), vereiste toestemming mag slechts worden geweigerd wanneer is vastgesteld dat de verplaatsing van de betrokkene nadelig is voor zijn gezondheidstoestand of voor het ondergaan van de geneeskundige behandeling. De op grond van lid 1, onder c), vereiste toestemming mag niet worden geweigerd wanneer de desbetreffende behandeling behoort tot de prestaties waarin de wettelijke regeling van de lidstaat op het grondgebied waarvan de betrokkene woont voorziet, en bedoelde behandeling hem, gelet op zijn gezondheidstoestand van dat moment en het te verwachten ziekteverloop, niet kan worden gegeven binnen de termijn die gewoonlijk nodig is voor de desbetreffende behandeling in de lidstaat waar hij woont. In zijn arrest van 22 juni 2005 AR 950923 oordeelde het Arbeidshof te Antwerpen dat uit de bewoordingen " een voor zijn gezondheidstoestand passende behandeling" van artikel 22, eerst lid,
- c)van de E.G.-verordening nr. 1408/71 volgt dat de verstrekkingen, waarvoor aan de betrokkene overeenkomstig deze bepaling toestemming is verleend om zich naar een andere lidstaat te begeven, zich uitstrekken tot alle behandelingen die een doeltreffende therapie kunnen waarborgen aan de ziekte of aandoening waaraan de betrokkene lijdt. In dit kader is het van geen belang of de verstrekkingen die de betrokkene nodig heeft, kunnen worden verleend op het grondgebied van de lidstaat waar hij woont. Het enkele feit dat deze verstrekkingen overeenkomen met een voor de gezondheidstoestand passender behandeling, is beslissend voor het geven van de toestemming zoals bedoeld in artikel 22, eerste lid, c). Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie blijkt dat degenen, die onder het werkingsveld van de verordening vallen, recht hebben op de meest doeltreffende medische verzorging die mogelijk is binnen de Europese gemeenschap, en dat de efficiëntie van die verzorging beslissend is voor het geven van de toelating voor een behandeling in een andere lidstaat. De patiënt heeft steeds het recht om in het kader van de E.G.-verordening nr. 1408/71 in een andere lidstaat op zoek te gaan naar een passender medische behandeling voor zijn aandoening. (H.v.J., 31 mei 1979, zaak C-182/78 (P Ir), Jur.H.v.J., 1979, 1977, 12-13. H.v.J., 13 mei 2003, zaak C-385/99, (M-F), Jur., 2003, 1-04509. H.v.J., 23 oktober 2003, zaak C-56 01 (I), onuitg. H.v.J., 18 maart 2004, zaak 8/02 (L), onuitg. Uitdrukking gebruikt door Advocaat-generaal T in zijn conclusies bij de zaken D en K, H.v.J., 28 april 1998, nrs. C-120 95 en C-158 96, Jur. H.v.J., 1998, 1, 1831). In de eerste brief van 14 december 1998 stelt de adviserend geneesheer van eerste verwerende partij enkel dat de aanvraag tot tussenkomst in de zorgen in het buitenland niet valt onder de criteria voor het bekomen van het formulier E 112, het betreft geen ingreep die niet in België kan uitgevoerd worden. Gelet op de stellingname van het arbeidshof te Antwerpen, is de rechtbank van oordeel dat deze motivering onvoldoende was om de aanvraag van eisende partij af te wijzen. We moeten nagaan of deze verstrekkingen overeenkomen met een voor de gezondheidstoestand van eiseres passender behandeling. In het tweede schrijven van 3 april 2000 wordt als reden voor de weigering opgegeven dat er geen tussenkomst mogelijk is volgens het arrest D-K, waarnaar in eerste instantie door eisende partij zelf werd verwezen. Dit arrest kan enkel toegepast worden voor ambulante zorgen en de terugbetaling gebeurt volgens Belgische tarieven. Inmiddels is de rechtspraak zo geëvolueerd dat ook een residentiële opvang zoals zorgen in een medische instelling en een revalidatiecentrum naar hun efficiëntie dienen te worden beoordeeld om na te gaan of er een tussenkomst in de kosten kan worden verleend. Arbh. Antwerpen, 22 juni 2005, AR 950923, onuitg (auditoraatsdossier). Indien blijkt dat de verstrekkingen in het buitenland efficiënter zijn voor de gezondheidstoestand van eiseres, kan men, voor zover er natuurlijk in de nationale wetgeving een terugbetaling voor deze verstrekkingen is voorzien, de terugbetaling van de gemaakte kosten bekomen. Onder het nationale verzekeringspakket vallende zorg moet altijd worden vergoed tot ten hoogste de kosten die volgens het nationaal verzekeringstarief van de betrokkene worden gemaakt, ook wanneer de zorg in een andere lidstaat wordt verleend. (Arbrb. Hasselt, 16 januari 2003, AR 2012536 inzake V. O .M./LCM; Arbrb. Hasselt, 8 mei 2003, AR 2002554 inzake C. A/RIZIV-Euromut.) In het medisch attest van 9 maart 2006 van Prof. M. R wordt verwezen naar de noodzaak van een heelkundige ingreep ingevolge een post traumatische coxarthrose rechts. Dit advies werd bevestigd door de Franse orthopedische chirurgen van de school van Prof. L. Om de volgende redenen achtte Prof. M. R en eiseres het aangewezen dat eiseres zich liet opereren in Frankrijk: - gelet op de moeilijkheidsgraad van de interventie was er een risico op complicaties tijdens de ingreep en men kan aldus begrijpen dat eiseres verkoos zich in een familiale omgeving terug te vinden die haar zou kunnen ondersteunen en aanmoedigen; - er was tevens de noodzaak voor eiseres om een volledig vertrouwen te hebben in de chirurg die de ingreep zou uitvoeren. Met Prof. O. deed ze beroep op een gerenommeerde school van orthopedische chirurgie die haar bovendien vertrouwd was. Eiseres is immers zeer erkentelijk voor haar herstel na haar zwaar verkeersongeval; - het succes van een chirurgische ingreep hangt niet louter af van de chirurgische techniek. De opvang van de patiënt, evenals de fysische en psychische overgave, vertrouwen van de patiënt, de gekende omgeving en de kwaliteit van de revalidatie zijn factoren die even belangrijk zijn. In het geval van eiseres waren al deze factoren verenigd indien de interventie zou plaats vinden in Frankrijk; - De mogelijkheden van de revalidatie na de operatie vertoonden zekere voordelen tegenover deze die in België bestaan: een organisatie toegespitst op een revalidatie in centra die dezelfde filosofie hebben aangaande de herstelwijze, de uitwisseling van informatie en instructies tussen chirurg en de verantwoordelijken voor de revalidatie, de mogelijkheid van hydrotherapie,.... - Op psychologisch vlak zou eiseres niet met hetzelfde vertrouwen aanvaard hebben om te worden geopereerd door een andere equipe en zij zou niet nagelaten hebben de zorgen na de operatie te vergelijken met deze die ze in Frankrijk heeft genoten, ook al zou er geen echte vergelijking mogelijk zijn. Professor M. R. benadrukt het feit dat de gedachtengang van eiseres volledig te begrijpen is. De rechtbank stelt vast dat in dit attest wordt verwezen naar de psychische en fysische noodzaak om eiseres in Frankrijk te laten opereren, immers een volledig vertrouwen in de arts die de ingreep uitvoert is even belangrijk dan een deskundig chirurg. Tevens stelt professor M. R. dat het centrum waar eiseres de ingreep heeft laten uitvoeren een gerenommeerde school van orthopedische chirurgie betrof en de revalidatie aldaar zekere voordelen vertoonde tegenover de mogelijkheden hier in België. Dit medisch attest is van aard om de besluitvorming van verwerende partijen tegen te spreken of minstens in twijfel te trekken. Vermits de rechtbank de bevoegdheid heeft om na te gaan of beslissingen niet arbitrair worden genomen en er tegenstrijdige medische standpunten in het dossier aanwezig zijn, komt het gepast voor de aanstelling van een geneesheer-deskundige te bevelen. OM DEZE REDENEN DE ARBEIDSRECHTBANK, Recht doende op tegenspraak, Na beraadslaging, Alle strijdige middelen verwerpend. Verklaart de vordering van eiseres ONTVANKELIJK. Doch, alvorens ten gronde te beslissen, stelt aan als deskundige: Dokter M. D.K. MET OPDRACHT: * "Na de rechtbank en de partijen te hebben ingelicht van de plaats, dag en uur dat hij, of de door hem geraadpleegde specialist, zijn werkzaamheden zal aanvatten, * na kennisneming van alle medische documenten, attesten en verslagen, zowel door eiseres als door verweerders voor te leggen, * na, zo nodig, gespecialiseerde adviezen te hebben ingewonnen, EISERES, te onderzoeken in aanwezigheid van verweerders; Meer bepaald na te gaan of de verstrekkingen die eiseres in Frankrijk genoot in de instelling van Prof. Dr. O. op chirurgisch gebied of qua revalidatie efficiënter, meer aangewezen waren gelet op de gezondheidstoestand, zowel psychisch als fysisch, van eiseres, dat deze verstrekkingen overeenkomen met een voor de gezondheidstoestand passender behandeling of dat er in België centra voorhanden zijn die een gelijkwaardig alternatief konden aanbieden en dezelfde resultaten zouden behaald hebben rekening houdend met diezelfde psychische en fysische gezondheidstoestand van eisende partij. Alle dienstige vragen van partijen te beantwoorden; na afloop van die verrichtingen aan de partijen kennis te geven van zijn bevindingen en in zijn verslag de opmerkingen van de partijen, die zij binnen de vier weken mochten doen toekomen, op te tekenen en te beantwoorden. Zijn definitief schriftelijk gemotiveerd verslag op te stellen, waarvan de ondertekening zal worden voorafgegaan door de volgende eedformule: "Ik zweer dat ik mijn opdracht in eer en geweten, nauwgezet en eerlijk vervuld heb". Dit verslag neer te leggen ter griffie van deze rechtbank binnen de DRIE MAANDEN nadat hij, op verzoek van de meest gerede partij, door de griffie van zijn opdracht in kennis zal gesteld zijn en zijn opdracht heeft aanvaard. Dit alles met inachtneming van artikel 962 e.v. van het Gerechtelijk Wetboek". Zegt dat de aangestelde deskundige zijn ereloon en onkosten dient te begroten overeenkomstig de bepalingen van het K.B. van 14 november 2003 (B.S. 28 november 2003) tot vaststelling van het tarief van de erelonen en de kosten van de deskundige aangewezen door de arbeidsgerechten inzake de geschillen betreffende de regeling voor verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. Houdt de kosten aan. De griffier, De Voorzitter, PDF document ECLI:BE:ARANT:2007:JUG.20070102.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div