← België

ECLI:BE:ARANT:2007:JUG.20070327.19

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Antwerpen Vonnis/arrest van 27 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ARANT:2007:JUG.20070327.19 Rolnummer: 381.673 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2009-04-06 Raadplegingen: 294 - laatst gezien 2026-07-03 13:04 Fiches 1 - 2 De werknemer die een formele klacht neerlegt wegens pesterijen op het werk nadat hij ontslagen werd met opzegging, en daarbij feiten inroept van voor het ontslag, geniet van de bescherming niet. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Soorten arbeidsovereenkomsten SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Schorsing (arbeidsovereenkoms) SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Bedienden Vrije woorden: Arbeidsovereenkomsten - bedienden - einde van de overeenkomst - opzeggingstermijn - welzijn op het werk - pesterijen op het werk - formele klacht na het ontslag met opzegging - ingeroepen feiten van voor het ontslag - geen ontslagbescherming - II CN Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 82, § 2 en 3 - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Nota: Gerangschikt onder II CN - artikel 82, § 2 en 3 en onder III A B - artikel 32 nonies. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID SOCIAAL RECHT - ARBEID - Welzijn werknemer SOCIAAL RECHT - ARBEID - Welzijn werknemer - Algemeen SOCIAAL RECHT - ARBEID - Welzijn werknemer - Geweld, pesten, seksueel gedrag Vrije woorden: Arbeidsreglementering - welzijn op het werk - pesterijen op het werk - formele klacht na het ontslag met opzegging - ingeroepen feiten van voor het ontslag - geen ontslagbescherming - III A B Wettelijke bepalingen: Wet - 04-08-1996 - 32nonies - 00 ELI link Pub nr 1996012650 Wet - 11-06-2002 - 5 - 31 ELI link Pub nr 2002012823 Nota: Gerangschikt onder II CN - artikel 82, § 2 en 3 en onder III A B - artikel 32 nonies Annotaties Publicaties: SRK 2008 - - blz. 762 SRK 2008 - 762 - Tekst van de beslissing VONNIS gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen op dinsdag ZEVENENTWINTIG MAART TWEEDUIZEND EN ZEVEN In openbare terechtzitting van de DERTIENDE KAMER van de Arbeidsrechtbank van het Gerechtelijk Arrondissement Antwerpen, alwaar zetelden: F. DE ROEP Rechter in de Arbeidsrechtbank, Voorzitter van de kamer, E.D'HONT Rechter in Sociale Zaken, werkgever, J.MARTENS E.QUISTHOUDT Rechter in Sociale Zaken, werkn.-bed.,die Rechter in Sociale Zaken, werkn.-bediende, vervangt bij d.uitspr.ing.art.779 GW bij besch.v.d.Vrz.dd.27.3.2007, L.JACOBS Griffier Inzake : A.R. 381.673 C V, Eiseres, vertegenwoordigd door Mr. Y. Vdn B en Mr.E. V D M, advocaten met kantoor te, voor wie verschijnt Mr. E. V D M TEGEN : HET OPENBAAR CENRTUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN van ANTWERPEN, Verweerster, vertegenwoordigd door Mr. H.D Wr, advocaat met kantoor te VERLEENT DE RECHTBANK HET VOLGENDE VONNIS Gezien de stukken van het geding, gevoegd bij het dossier van de rechtspleging, zoals vermeld op de inventaris ervan, o.m. : - de inleidende dagvaarding dd. 12.8.2005 van het ambt van gerechtsdeurwaarder M.Van Kerckhoven, met standplaats te Antwerpen, - de beschikking ing. art.747 § 2 Ger.W. waarbij conclusietermijnen en rechtsdag werden bepaald dd. 10.3.2006, - de conclusie van verweerster dd. 14.4.2006, - de conclusie van eiseres dd. 9.5.2006, - de conclusie van verweerster dd. 31.5.2006, - het P.V. van de terechtzitting; Gelet op de wet van 15.6.1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, gewijzigd bij de wet van 10.10.1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek , zoals gewijzigd bij Wet van 23 september 1985, met ingang van 1 september 1988; Het debat werd voorafgegaan door een poging tot minnelijke schikking, overeenkomstig artikel 734 van het Gerechtelijk Wetboek, doch partijen kwamen niet tot verzoening; Gehoord partijen in hun middelen en besluiten bij monde van hun raadsman ter openbare terechtzitting van 27 februari 2007 ; Gehoord, de heer J. V, Substituut -Arbeidsauditeur, in zijn ter zitting van 27 februari 2007 uitgebracht eensluidend mondeling advies ; Recht doende op de stukken van het dossier. Eiseres vordert met dagvaarding dd. 12 augustus 2005 van gerechtsdeurwaarder M. Van Kerckhoven, met standplaats te Antwerpen, de veroordeling van verweerster tot betaling van het bedrag van 18 696,17 EUR ten titel van aanvullende opzeggingsvergoeding, het bedrag van 408 EUR ten titel van pro rata eindejaarspremie, het bedrag van 14 693,42 EUR ten titelvergoeding wegens misbruik van ontslagrecht alsmede het bedrag van 725 EUR ten titel van gepresteerde overuren, meer de gerechtelijke intresten en de kosten van het geding ; Eiseres vordert tevens de veroordeling van verweerster tot afgifte van alle aangepaste fiscale en sociale documenten met betrekking tot de opzeggingsvergoeding ;

  1. FEITEN : Eiseres is op 1 oktober 1990 als administratief assistent in dienst getreden van verweerster met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur ; Eiseres was tewerkgesteld op de dienst Permanent Armoede Overleg ; Vanaf 2 april 1993 bekwam eiseres een VLO-contract en muteerde ze naar het sociaal centrum Plein ; Vanaf 1 juli 1997 werd eiseres tewerkgesteld met een overeenkomst voor onbepaalde duur en werd ze overgeplaatst naar de dienst Maatzorg en Zorgverbreding ; Vanaf 1 oktober 1997 werd ze ingeschakeld bij de vliegende ploeg ten behoeve van de sociale centra ; Vanaf 1 november 1999 genoot eiseres van loopbaanonderbreking voor de duur van 6 maanden ; Op 1 mei 2000 werd eiseres tewerkgesteld als administratief assistente in het sociaal centrum Balans ; Op 1 juni 2003 werd eiseres, na spanningen met teamleden, overgeplaatst naar de dienst Coördinatie en centrale Administratie ( DSZ ) ; Met haar aangetekende brief dd. 13 oktober 2004 beëindigde verweerster de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met een opzeggingstermijn van 9 maanden, ingaande op 1 november 2004 om te eindigen op 31 juli 2005 ; Ingevolgde een arbeidsongeval was eiseres arbeidsongeschikt van 2 november 2004 tot 23 februari 2005 zodat de einddatum van de opzeggingstermijn werd verschoven naar 22 november 2005 ; Nadat Dr. B, hoofdarbeidsgeneesheer, had vastgesteld dat eiseres na een lange periode van inactiviteit en wegens psychosociale redenen niet meer terug aan de slag kon in haar eigen departement besliste verweerster haar de opzeggingstermijn niet te laten uitdoen ; Met aangetekende brief dd. 2 maart 2005 liet verweerster aan eiseres weten af te zien van haar verdere diensten als administratief assistente en werd haar bericht dat een verbrekingsvergoeding van 20 486,28 EUR zou betaald worden, overeenstemmend met het loon voor de nog resterende periode van de opzeggingstermijn ; Met brief dd. 10 maart 2005 van haar raadsman aan verweerster werd betaling gevorderd van een opzeggingsvergoeding gelijk aan 18 maanden loon ; Tevens werd betaling gevorderd van een vergoeding wegens misbruik van ontslagrecht nadat werd vastgesteld dat het ontslag wegens herstructurering van de dienst niet met de realiteit overeenstemde en verweerster na het ontslag van eiseres een vacature uitschreef voor de indiensttreding van een administratief medewerker voor DSZ coördinatie en centrale administratie ; Met brief dd. 3 mei 2005 liet verweerster aan de raadsman van eiseres weten dat zij zich niet akkoord kon verklaren met het standpunt dat door eiseres werd ingenomen ; Verweerster liet weten dat de dienstbetrekking werd opgezegd wegens herstructureringen binnen het O.C.M.W. te Antwerpen ; De uitbetaalde opzeggingsvergoeding werd als correct aanzien en verweerster stelde niet te zullen ingaan op betaling van een hogere vergoeding ; Vermits tussen partijen geen regeling kon getroffen worden is eiseres tot dagvaarding overgegaan ;
  2. AANVULLENDE OPZEGGINGSVERGOEDING : Eiseres is van oordeel dat zij aanspraak kan maken op een opzeggingstermijn van 16 maanden i.p.v. de betekende termijn van 9 maanden ; In haar conclusie stelt eiseres dat een storting van 12 234,59 EUR haar onbekend is ; Dit bedrag vertegenwoordigt het nettobedrag van de door verweerster als verschuldigd erkende bruto opzeggingsvergoeding van 20 486,28 EUR ; Ter zitting zijn partijen het er over eens dat dit bedrag in de loop van het geding aan eiseres werd overgemaakt ; Met haar aangetekende brief dd. 13 oktober 2004 werd de arbeidsovereenkomst door verweerster eenzijdig beëindigd met een opzeggingstermijn van 9 maanden, ingaande op 1 november 2004 om te eindigen op 31 juli 2005 ( cfr. stuk 1 bundel verweerster ) ; Met haar aangetekende brief dd. 2 maart 2005 verbrak verweerster de overeenkomst met betaling van een opzeggingsvergoeding voor de nog resterende termijn tot 22 november 2005 ingevolge verlenging van de opzeggingstermijn wegens schorsing van de arbeidsovereenkomst ( cfr. stuk 8 bundel verweerster ) ; Verweerster gaat akkoord met het feit dat de loongrens, zoals bepaald in artikel 82 Arbeidsovereenkomstenwet, lichtjes werd overschreden doch is van oordeel dat een opzeggingstermijn van 9 maanden volstaat ; De Rechtbank oordeelt terzake als volgt : Overeenkomstig artikel 39 § 1 is de partij die de overeenkomst voor onbepaalde duur beëindigt zonder dringende reden of zonder inachtneming van een opzeggingstermijn vastgesteld in o.m. artikel 82 gehouden de andere partij een vergoeding te betalen die gelijk is aan het lopend loon dat overeenstemt met de duur van de opzeggingstermijn hetzij met het resterende gedeelte van die termijn ; Overeenkomstig artikel 82 § 3 Arbeidsovereenkomstenwet dient, wanneer het jaarlijks loon het in dit artikel bepaalde ( geïndexeerde ) bedrag wordt overschreden ( 26 418 EUR in 2004 ), de door de werkgever en de werknemer in acht te nemen opzeggingstermijn te worden vastgesteld hetzij bij overeenkomst, gesloten ten vroegste op het ogenblik waarop de opzegging wordt gegeven, hetzij door de rechter ; Volgens de rechtspraak van het Hof van Cassatie dient de duur van de opzeggingstermijn voor de hogere bediende te worden bepaald met inachtneming van de op het tijdstip van de kennisgeving van de opzegging voor de bediende bestaande kans om spoedig een gelijkwaardige betrekking te vinden ( cfr. Cass. 8/9/80, Arr. Cass. 1980-81,17), rekening houdend met de anciënniteit, de leeftijd en het loon, evenals de elementen eigen aan de zaak ( cfr. Cass. 4/2/91, R.W. 1990-91,1407 ) ; Gelet op het ontbreken van een akkoord m.b.t. de opzeggingstermijn en de daarmee corresponderende opzeggingsvergoeding tussen partijen is het de rechter die de termijn moet vaststellen die verweerster had dienen in acht te nemen ; Hierbij moet worden aangestipt dat de rechter, bij het vaststellen van de opzeggingstermijn ten aanzien van de bediende in artikel 82 § 2 Arbeidsovereenkomstenwet, rekening dient te houden met omstandigheden die bestonden op het ogenblik van de kennisgeving van het ontslag, in zoverre deze omstandigheden de voor de bediende bestaande kans om een gelijkwaardige betrekking te vinden beïnvloeden ( cfr. Cass. 3/2/2003, S.02.0090.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030203.10, www. cass. be, op datum en in J.T.T. 2003,262 ) ; De rechter moet ondermeer rekening houden met de kans voor de bediende om spoedig een aangepaste en evenwaardige betrekking te vinden ; Die kans moet beoordeeld worden op het tijdstip waarop de opzegging of het ontslag wordt gegeven ; De rechter kan, bij het beoordelen van de plaatsingskansen van de bediende rekening houden met diens functie, leeftijd, anciënniteit en loon op het ogenblik van het ontslag; Er bestaat tussen partijen geen betwisting over het in aanmerking te nemen jaarloon, al werd dat door verweerster in conclusie verkeerd berekend: - maandloon : 2 063,71 EUR x 13,92 = 28 726,84 EUR - diverse voordelen : 660,00 EUR Totaal : 29 386,84 EUR Verweerster werpt op dat er geen doorlopende tewerkstelling was vermits eiseres loopbaanonderbreking vroeg voor de periode van 1 november 1999 tot 30 april 2000 ; De opzeggingstermijn wordt overeenkomstig artikel 82 § 2 Arbeidsovereenkomstenwet steeds bepaald volgens het aantal jaren dienst dat de werkneemster ononderbroken in dienst is geweest van dezelfde werkgever, m.a.w. in verhouding tot haar anciënniteit ; Ook de perioden van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, om welke reden ook, moeten in aanmerking genomen worden voor de bepaling van de anciënniteit ( cfr. Cass. 28 juni 1982, Arr. Cass. 1981-82,1384 ) ; Derhalve moet ook de periode van loopbaanonderbreking in aanmerking genomen worden voor de bepaling van de anciënniteit ( cfr. Arb. Hof Brussel, 26 juni 1991, Soc. Kron. 1993, 23 ; Arb. Hof Luik, 3 maart 1997, J.T.T. 1997,384); Er dient rekening te worden gehouden met volgende criteria : - brutojaarloon : 29 386,84 EUR - leeftijd : 44 jaar en 3 maanden - anciënniteit : 14 jaar Mits toekenning van de juiste waarde aan elk der parameters in functie van de elementen eigen aan de zaak, diende verweerster, naar het oordeel van de Rechtbank, een opzeggingstermijn van 15 maanden in acht te nemen ; Op het ogenblik van de verbreking van de arbeidsovereenkomst was reeds een opzeggingstermijn van 4 maanden gepresteerd ; Eiseres kan dan ook aanspraak maken op een opzeggingsvergoeding gelijk aan 11 maanden loon onder aftrek van het reeds betaalde bedrag, hetzij op 29 386,84 EUR x 11/12 = 26 937,94 EUR- 20 486,28 EUR ( reeds betaald ) = 6 451,66 EUR ;
  3. MISBRUIK ONTSLAGRECHT : Eiseres vordert betaling van een schadevergoeding gelijk aan 6 maanden loon wegens misbruik van ontslagrecht, hetzij 14 693,42 EUR ; Zij houdt voor dat zij werd ontslagen met als opgave van reden op het document C 4 : interne herstructurering ( cfr. stuk 9 bundel verweerster ) ; Eiseres laat gelden dat begin 2005, terwijl de opzeg liep, door verweerster een vacature werd uitgeschreven voor de indiensttreding van 1,5 FT administratief medewerker voor de DSZ coördinatie en centrale administratie ( cfr. kaft I, stuk 12 b bundel eiseres ) ; Eiseres concludeert daaruit dat het ontslag niets te maken heeft met een herstructurering binnen de dienst maar alles met een verwijdering uit de dienst zonder dat daarvoor een reden aanwezig was ; Eiseres houdt voor dat zij steeds gunstig werd geëvalueerd ( cfr. stuk II, 4, bijlagen 3 tot 5 Kaft II bundel eiseres ) ; Verweerster stelt dat uit de voorgeschiedenis blijkt dat het moeilijk werken was met eiseres en dat zij nooit lang op dezelfde dienst werd tewerkgesteld en steeds werd gemuteerd ; Haar karakter speelde daarbij volgens verweerster een belangrijke rol ; Zo wou eiseres steeds alles zelf beheren op een autoritaire wijze, zonder veel communicatie en overleg met andere collega's ; Dit kwam volgens verweerster duidelijk tot uiting bij haar tewerkstelling in het sociaal centrum D B ; Nadat eiseres een tijd had gewerkt op de dienst Coördinatie en Centrale Administratie heeft men haar volgens verweerster beoordeeld en heeft men de opzegging betekend ; De op het document opgegeven reden voor het ontslag is gekleurd om de betrokken werkneemster niet te kwalificeren als ongeschikt om in teamverband te werken ; Het ontslag is volgens verweerster het resultaat van veelvuldig overleg tussen meerderen personen o.m. de preventieadviseur en de arbeidsgeneesheer ; De Rechtbank oordeelt terzake als volgt : Er kan sprake zijn van rechtsmisbruik wanneer het ontslagrecht van zijn doeleinden wordt afgewend, namelijk wanneer de werkgever de grenzen van de goede trouw overschrijdt, wanneer de werkgever kwaadwillig ontslag geeft met de bedoeling schade te berokkenen of zonder rechtmatig belang of op lichtzinnige wijze het ontslag doorvoert of nog wanneer het ontslagrecht wordt afgewend van haar sociaal en economisch doel ; Er kan tevens rechtsmisbruik zijn wanneer door de omstandigheden waarmee het ontslag omringd wordt bijzondere schade aan de bediende wordt berokkend ; De bewijslast voor het misbruik van recht berust bij de bediende ; Vermits de forfaitaire opzeggingsvergoeding die, in geval van onregelmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, alle schade, zowel materiële schade als morele schade vergoedt, dient eiseres het bewijs te leveren van de schade die onderscheiden is van die welke wordt veroorzaakt door het ontslag zelf ; De brief waarbij de arbeidsovereenkomst werd beëindigd met een opzeggingstermijn vermeldt geen expliciet redenen voor het ontslag ; Het document C 4 vermeldt als reden voor het ontslag : interne herstructurering ( cfr. stuk 9 bundel verweerster ) ; Uit de feitelijke elementen van het dossier is komen vast te staan dat de eigenlijke reden voor het ontslag dient te worden gezocht bij de persoonlijkheid van eiseres dewelke in conflict is gekomen met tientallen mensen ; Reeds in een brief dd. 16 april 2003 van de psycholoog-preventieadviseur aan de bestuursdirecteur, de heer D B, wordt melding gemaakt van spanningen tussen eiseres en haar hoofd en de verschillende maatschappelijke werkers in de B, dewelke van die aard zijn dat eiseres moeilijk kan gehandhaafd worden als administratief assistente ; Een mogelijke verklaring ligt volgens de preventieadviseur in het academisch diploma van eiseres, die een uitvoerende functie uitoefende ; Bewuste en onbewuste interpersoonlijke gedragingen hebben volgens hem geleid tot een verzuring van de omgangsvormen en eiseres zou zich realiseren dat ze aandeel heeft in de ontstane situatie ( cfr. stuk 2 bundel verweerster ) ; Het is trouwens opvallend dat eiseres herhaaldelijk werd gemuteerd naar andere diensten precies omdat er steeds problemen opdoken om in team te werken ; Sedert het advies van de preventieadviseur is de situatie verder geëscaleerd zoals blijkt uit de brief dd. 5 juni 2002 van de hoofdarbeidsgeneesheer B ( cfr. stuk 3 bundel verweerster ) ; Ook nadat eiseres was tewerkgesteld op de dienst Coördinatie en Centrale administratie zijn er spanningen opgetreden ; Verweerster erkent dat eiseres over vele capaciteiten beschikte maar dat menselijke tekortkomingen zeer nefast zijn voor het werken in team ; Dit alles heeft geleid tot het logisch ontslag van eiseres; Nadat eiseres wegens ongeval langdurig afwezig bleef van 2 november 2004 tot 23 februari 2005 oordeelde de hoofdarbeidsgeneesheer dat om psychosociale redenen het niet meer realistisch was om eiseres de volledige opzeggingstermijn te laten uitdoen en dat zij niet meer kon terugkeren in haar eigen departement ( cfr. stuk 7 bundel verweerster ) ; Verweerster heeft gewag gemaakt van een neutrale reden op het document C 4 om eiseres niet te confronteren met de onaangename gevolgen van een ontslag wegens niet-geschiktheid voor de dienst ; De vacature waarvan eiseres gewag maakt en waarbij 1,5 administratief medewerker werd gevraagd voor de DSZ Coördinatie en Centrale Administratie heeft betrekking op een interne communicatie voor de O.C.M.W.-medewerkers en niet voor potentiële medewerkers ( interne verschuivingen met nieuwe werkopdrachten ) ; De eigenlijke reden van het ontslag dient echter gezocht in de eigen houding van eiseres en is het resultaat geweest van overleg tussen meerdere personen, waaronder de hoofdarbeidsgeneesheer en de preventieadviseur ; In de gegeven omstandigheden is de Rechtbank van oordeel dat er geen sprake kan zijn van misbruik van ontslagrecht zodat eiseres geen aanspraak kan maken op een schadevergoeding ;
  4. PRO RATA EINDEJAARSPREMIE : Eiseres vordert betaling van een pro rata eindejaarspremie gelijk aan 2/12, hetzij 408 EUR ; Alhoewel niet betwist wordt dat eiseres een eindejaarspremie heeft ontvangen duidt eiseres de rechtsgrond niet aan op grond waarvan zij meent aanspraak te kunnen op maken op een pro rata eindejaarspremie ; Eiseres vergenoegt er zich mee een vordering te stellen ; Bij gebrek aan rechtsgrond komt dit onderdeel der vordering ongegrond voor ;
  5. OVERUREN : Eiseres vordert de betaling van 45 gepresteerde overuren die niet werden gerecupereerd ; Zij verwijst hiertoe naar een uitgeprinte lijst van te compenseren overuren ( cfr. kaft I, stukken 12 c 1 tot 12 c 4 bundel eiseres ) Eiseres stelt zelfs dat zij overuren heeft gepresteerd 's avonds en tijdens de weekends ; Alhoewel verweerster wel toegeeft dat eiseres overuren heeft gepresteerd, met akkoord van de heer Van Loon ( cfr. kaft I, stuk 2 bundel eiseres ) blijkt nergens uit over hoeveel overuren het ging en of deze al dan niet werden gecompenseerd ; Overeenkomstig de gemeenrechtelijke regels inzake bewijsvoering dient eiseres het presteren van overuren te bewijzen : aantal gepresteerde overuren, data der gepresteerde overuren enz. ; Het bewijs van het bestaan van overuren kan worden geleverd door documenten die dateren uit de desbetreffende periode, zoals in casu de door eiseres aan verweerster overgemaakte weekstaten waarop nooit opmerkingen zijn geformuleerd geworden ( cfr. Arb. Hof Gent, 10 mei 1991, Soc. Kron 1992,414 ) ; Het bewijs van het bestaan van overuren kan niet worden geleverd door de persoonlijke agenda van de werknemer of door een eenzijdig door hem opgesteld overzicht, des te minder wanneer tijdens de uitvoering van de overeenkomst nooit betaling van overuren werd gevorderd ( cfr. Arb. Hof Luik, 6/9/99,J.T.T. 2000,31 ; Arb. Hof Antwerpen, 14/10/2002, A.R. 970946, onuitgegeven ) ; De door eiseres voorgebrachte listing kan niet als het bewijs van overuren ( die blijkbaar allen dateren van 2003 ) worden aanvaard nu hierop nergens haar naam voorkomt en hieruit ook niet blijkt dat het gaat om overuren die met goedkeuring van verweerster werden gepresteerd ; Bovendien geeft verweerster aan dat ter compensatie van de door eiseres gepresteerde overuren zij vrijaf heeft genomen van 2 mei 2003 tot 13 juni 2003 ; Eiseres levert het bewijs niet van de gevorderde 45 overuren, waarvan zij betaling vordert zodat haar vordering op dit punt ongegrond is ;
  6. UITBREIDING EIS : In haar conclusie vordert eiseres betaling van een bijkomende vergoeding gelijk aan de beschermingsperiode ingevolge een tweede formele klacht op 30 november 2004 wegens pesten op het werk ; Deze klacht werd gericht tegen de bestuursdirecteur M C en de heer J W, wegens mobbing en bullying ( cfr. kaft II, stuk4, met bijlagen 1 tot 23 ) ; Een eerste formele klacht werd op 23 juni 2003 neergelegd ( cfr. kaft I, stukken 1 tot 3 bundel eiseres ) ; Eiseres stelt dat de periode tussen 1 december 2005 en de opzegging op 2 maart 2005 aan de opzeggingsvergoeding dient te worden toegevoegd omdat de opzeggingstermijn ten vroegste op 1 december 2005 is beginnen lopen ; Eiseres vordert betaling van een bedrag van 29 386,84 EUR x 9/12 = 22 040,129 EUR ; Verweerster laat gelden dat de vordering van eiseres, zoals uitgebreid in conclusie ongegrond is vermits de opzegging werd gegeven vóór de klacht werd neergelegd ; De Rechtbank oordeelt terzake als volgt : Het artikel 32 nonies van de Welzijnswet van 4 augustus 1996, zoals ingevoerd door artikel 5 van de wet van 11 juni 2002 betreffende de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk luidt als volgt : " De werknemer die meent het slachtoffer te zijn van feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk kan zich ofwel richten tot de preventieadviseur of de vertrouwenspersonen die hem bijstaan ofwel tot de met het toezicht belaste ambtenaren bedoeld in artikel 80 en, in voorkomend geval, bij die personen een met redenen omklede klacht indienen, volgens de voorwaarden en de nadere regels vastgesteld met toepassing van artikel 32 quater, § 2 " Eiseres heeft een eerste formele klacht ingediend op 23 juni 2003 tegen het personeel en de hoofdmaatschappelijk werker van SC De Balans, maar tevens tegen de hele hiërarchische lijn tot en met de bestuursdirecteur C (cfr. kaft I, stukken 1 tot 3 bundel eiseres ) ; De ontslagbescherming vangt aan op het ogenblik van het indienen van de klacht of het afleggen van de getuigenverklaring dan wel van het instellen van een rechtsvordering ; De werknemer is beschermd gedurende de twaalf maanden die volgen op het indienen van de klacht of het afleggen van de getuigenverklaring ; De beschermingsperiode van twaalf maanden was op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst door verweerster reeds verstreken ; Aan die klacht is gevolg gegeven in die zin dat verweerster een andere betrekking heeft voorgesteld aangezien een verdere tewerkstelling bij SC D B voor onmogelijk werd gehouden door zowel de hoofdarbeidsgeneesheer als de preventieadviseur ; Eiseres heeft dan een tweede met redenen omklede klacht ingediend op 30 november 2004 tegen bestuursdirecteur M C en de heer J W wegens mobbing en bullying ( kaft II, stuk 4 bundel eiseres ) ; De Rechtbank stelt vast dat hetgeen eiseres een met redenen omklede klacht noemt eigenlijk een brief is, die vermoedelijk aan de preventieadviseur is afgegeven ; Reeds in een brief dd. 26 oktober 2004 aan de Voorzitster van het O.C.M.W. te Antwerpen schreef eiseres : " ( ... ) Even heb ik overwogen om naar de Dienst van de Medische Inspectie te stappen maar omdat er zich geen nieuwe feiten voordeden zag ik daar van af. ( ... ) " ( cfr. kaft II, stuk 4, bijlage 23 bundel eiseres ) ; Alhoewel de wet niet echt een definitie geeft van de met redenen omklede klacht bepaalt het artikel 13 van het K.B. van 11 juli 2002 hierover : " De met redenen omklede klacht wordt opgenomen in een document dat wordt gedateerd en waarin de verklaringen van het slachtoffer en de getuigen worden opgenomen en in voorkomend geval het resultaat van de bemiddeling. Het slachtoffer en de getuige ontvangen een afschrift van hun verklaring " ; Er kan van uitgegaan worden dat de met redenen omklede klacht een schriftelijk document is dat de werknemer opmaakt samen met de vertrouwenspersoon of de preventieadviseur en dat bijgevolg door hen beiden wordt ondertekend ( cfr. L. Ponnet en L. De Cock, Wet van 11 juli 2002 betreffende de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk, Faq's, document opgemaakt en beschikbaar bij de F.O.D. Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg ) ; Hierin worden de verklaringen van de werknemer en van eventuele getuigen opgenomen ; Ook het resultaat van de bemiddelingspoging kan vermeld worden ; Artikel 14 van het K.B. van 11 juli 2002 betreffende de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk bepaalt dat van zodra een met redenen omklede klacht is ingediend, de bevoegde preventieadviseur de werkgever hiervan op de hoogte brengt, door hem een afschrift van het in artikel 13 bedoelde document te bezorgen en de werkgever uitnodigt om passende maatregelen te nemen ; De hele discussie is evenwel zonder belang nu het onduidelijk is welke vergoeding eiseres beoogt ; De arbeidsovereenkomst werd met aangetekende brief dd. 13 oktober 2004 van verweerster beëindigd met een opzeggingstermijn van 9 maanden, met ingang van 1 november 2004 ; Eiseres heeft haar " formele klacht " slechts ingediend op 30 november 2004, na de reeds gegeven opzegging ; Derhalve kan eiseres zich niet beroepen op het bepaalde van artikel 32 tredecies § 1 van de Welzijnswet dat bepaalt : " De werkgever die een werknemer tewerkstelt die, hetzij op het vlak van de onderneming of van de instelling die hem tewerkstelt, overeenkomstig de vigerende procedures, hetzij bij de met het toezicht belaste ambtenaren, een met redenen omklede klacht heeft ingediend of voor wie deze ambtenaren zijn opgetreden, of die een rechtsvordering instelt op grond van dit hoofdstuk, mag de arbeidsverhouding niet beëindigen, noch de arbeidsvoorwaarden eenzijdig wijzigen, behalve om redenen die vreemd zijn aan die klacht of aan die rechtsvordering " ; Enkel in de veronderstelling dat verweerster de arbeidsovereenkomst zou beëindigd hebben tijdens de beschermde periode om redenen die niet vreemd zijn aan de neergelegde klacht, kon eiseres, die de reïntegratie niet heeft gevraagd, aanspraak maken op de bijzondere vergoeding zoals voorzien in artikel 32 tredecies § 4 Welzijnswet dat bepaalt : " Wanneer de werknemer na het in § 3, eerste lid bedoelde verzoek niet opnieuw wordt opgenomen of zijn functie niet onder de voorwaarden die bestonden voor de feiten die tot de klacht aanleiding hebben gegeven, kan uitoefenen en de rechter geoordeeld heeft dat het ontslag of de eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden indruist tegen de bepalingen van § 1, moet de werkgever aan de werknemer een vergoeding betalen die, naar keuze van de werknemer, gelijk is hetzij aan een forfaitair bedrag dat overeenstemt met het brutoloon voor zes maanden, hetzij aan de werkelijk door de werknemer geleden schade. In laatstgenoemd geval moet de werknemer de omvang van de geleden schade bewijzen " ; De Rechtbank dient vast te stellen dat eiseres geen enkele rechtsgrond voor haar vordering inroept en ook geen enkele verduidelijking geeft m.b.t. het zogenaamde pestgedrag ; Zij vergenoegt er zich mee te verwijzen naar de door haar ingediende " formele " klacht na de opzegging doch faalt in de bewijslast van de door haar ingeroepen feiten ( mobbing en bullying ) ; De door eiseres ingeroepen feiten gaan terug tot de periode waarin de eerste klacht werd geformuleerd en de periode vóór de opzegging door verweerster ; Zoals ten overvloede herhaald bevond eiseres zich niet in de beschermingsperiode zodat zij op grond van artikel 32 tredecies § 4 Welzijnswet geen aanspraak kan maken op een forfaitaire vergoeding ; Dit onderdeel der vordering, bij uitbreiding in de conclusie van eiseres, is ongegrond ;
  7. AFGIFTE SOCIALE DOCUMENTEN : Eiseres vordert de veroordeling van verweerster tot afgifte van alle fiscale en sociale documenten m.b.t. de opzeggingsvergoeding ; De Rechtbank kan op deze vordering niet ingaan nu eiseres niet nominatim opgave doet van de af te leveren documenten ; Het komt derhalve partijen toe hiervoor een oplossing te zoeken ; OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK, Rechtdoende op tegenspraak en na beraadslaging, Alle andere en strijdige middelen verwerpende, Verklaart de vordering ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond in de mate zoals hierna bepaald ; Veroordeelt verweerster om aan eiseres te betalen, het bedrag van ZESDUIZENDVIERHONDERDEENENVIJFTIG EUR ZESENZESTIG CENT ( 6 451,66 EUR ) ten titel van aanvullende opzeggingsvergoeding, meer de gerechtelijke intresten op het met het brutobedrag overeenstemmend nettobedrag ; Veroordeelt verweerster tot de kosten van het geding, aan de zijde van eiseres begroot op 127,66 EUR wegens dagvaarding en 209,71 EUR rechtsplegingsvergoeding en aan de zijde van verweerster begroot op 214,96 EUR rechtsplegingsvergoeding ; Zegt dat er geen aanleiding bestaat om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren; PDF document ECLI:BE:ARANT:2007:JUG.20070327.19 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030203.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.