id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Antwerpen Vonnis/arrest van 08 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ARANT:2007:JUG.20070608.3 Rolnummer: 383.557 Rechtsgebied: Arbeidsrecht - Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2009-11-02 Raadplegingen: 112 - laatst gezien 2026-07-02 15:45 Fiche Op grond van behartigenswaardigheid moeten niet alleen de transportkosten van de rechthebbende maar ook deze van de donor voor terugbetaling in aanmerking komen. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Ziektewetgeving SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Ziektewetgeving - Verzekering geneeskundige verzorging Vrije woorden: Sociale zekerheid voor werknemers - ziekte- en invaliditeitsverzekering - bijzonder solidariteitsfonds - transplantatie - transportkosten van de donor - behartigenswaardig geval - toetsing door de rechter - terugbetaling - VII DN Wettelijke bepalingen: Gecoordineerde Wetten - 14-07-1994 - 25 - 38 ELI link Pub nr 1994071451 Annotaties Publicaties: SRK 2009 - - nr. 4 - blz. 220-221 Tekst van de beslissing VONNIS gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen op Vrijdag ACHT JUNI TWEEDUIZEND EN ZEVEN In openbare terechtzitting van de ZEVENDE KAMER van de Arbeidsrechtbank van het Gerechtelijk Arrondissement Antwerpen, alwaar zetelden: C. DE CLERCK M. LIPPENS LGROOTAERS G. KEULEMANS Rechter in de Arbeidsrechtbank, Voorzitter van de kamer Rechter in Sociale Zaken, werkgever Rechter in Sociale Zaken,werknemer Substituut-arbeidsauditeur Griffier Inzake : A.R.nr 383.557
- G I wettelijke erfgenaam. van E A wonende
- E F wettelijke erfgenaam van E A wonende
- E N wettelijke erfgenaam van E A wonende - eisende partijen : - ter zitting vertegenwoordigd door Mr. S. Bracke loco Mr. R. Vermeiren , advocaat met kantoor te 2018 Antwerpen, Sanderusstraat
- TEGEN :
- Lcm (uw ref.: JURIX 68.2331PDS) - eerste verwerende partij - ter zitting niet verschenen noch vertegenwoordigd.
- RIZIV - tweede verwerende partij: - ter zitting vertegenwoordigd door Mr. R. Lecoutre, advocaat met kantoor te 2018 Antwerpen, De Damhouderestraat
- VERLEENT DE RECHTBANK HET VOLGENDE VONNIS Gezien de stukken van het geding, gevoegd bij het dossier van de rechtspleging, zoals vermeld op de inventaris ervan, o.m.: - het tussenvonnis heropening der debatten van deze kamer en rechtbank dd. 19.5.
- - de conclusie voor eisende partijen neergelegd ter griffie op 23.3.
- - de conclusie voor tweede verwerende partij neergelegd ter zitting op 23.3.
- - het schriftelijk advies van het openbaar ministerie neergelegd ter griffie op 24.4.
- - het proces-verbaal van de openbare terechtzittingen Gelet op de wet van 15.6.1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, gewijzigd bij de wet van 10.10.1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek , zoals gewijzigd bij Wet van 23 september 1985, met ingang van 1 september 1988; Gehoord eisende partij en tweede verwerende partij in hun middelen en gezegden ter openbare terechtzitting van 23 maart en 20 april
- Eerste verwerende partij, hoewel behoorlijk opgeroepen, verschijnt niet ter zitting noch iemand om haar te vertegenwoordigen. Gelet op het schriftelijke advies van mevr. I. Van Rattingen, substituutarbeidsauditeur uitgebracht in de Nederlandse taal en neergelegd ter griffie op 24.4.
- Recht doende op de stukken van het dossier. STANDPUNT VAN PARTIJEN De Rechtbank verwijst terzake naar het tussenvonnis van 19.05.2006, waarbij de vordering ontvankelijk werd verklaard dock alvorens ten gronde te oordelen de debatten werden heropend teneinde eisers toe te laten een gedetailleerde begroting voor te brengen van de kosten die gepaard gingen met de ziekte van wijlen de heer August E in verhouding tot de inkomsten van zijn gezin, en teneinde partijen toe te laten hierover te argumenteren. RELEVANTE ELEMENTEN Wijlen de heer E leed aan een ernstige vorm van bloedkanker. Na een stamceltransplantatie volgde een Lange nabehandeling. Op doorverwijzing van AZ M werd wijlen de heer E opgenomen in het AZ VUB teneinde op 26.6.2003 een transplantatie te ondergaan met beenmerg van een familiale donor. Uiteindelijk bleek de 7e broer, met name F. E, die woonachtig was in Servi6, geschikt als donor. Te then einde diende deze broer 3 maal over te komen vanuit Servi
- Er werd een aanvraag ingediend voor tussenkomst in volgende kosten - vervoeronkosten in het kader van medische verzorging in het buitenland. - vervoerkosten van de donor. - verstrekking verricht tijdens de periode van 6.1.2003 tot 10.2.2004.. Het College van geneesheren-directeurs nam een ongunstige beslissing over de aanvraag tot tussenkomst, omdat het geval niet zou beantwoorden aan de criteria van artikel 25 §4 van de geco6rdineerde wet van 14.7.
- Bij tussenvonnis van 19.5.2006 stelde deze Rechtbank in tit dossier reeds voor recht dat het dossier rechtsgeldig kan worden onderworpen aan een verzoek tot tussenkomst van het B S F en dat de bestreden beslissing van het RIZIV geen discretionaire beslissing is en dat hetgeen onder de beoordelingsbevoegdheid van het College valt, ook valt onder de controle van de arbeidsrechtbank met volle rechtsmacht. IN RECHTE Reeds bij tussenvonnis van 19.5.2006 werd gesteld dat de procedure zoals voorzien in de nomenclatuur in casu niet aan de orde is, vermits er in de familie van de overledene een geschikte donor te vinden was. 4 Artikel 25 §4 van de wet van 14.7.1994 (van toepassing m.b.t. verstrekkingen verleend voor april 2005) voorziet dat het Fonds in behartigenswaardige gevallen zowel het persoonlijk aandeel van de rechthebbende voor de in het buitenland verleende geneeskundige verstrekkingen als de refs en verblijfkosten van de rechthebbende en de per-soon die hem vergezelt, kan ten laste nemen. De tegemoetkoming in het kader van het Bijzonder Solidariteitsfonds is onderworpen aan een reeks objectieve voorwaarden, ondermeer opgesomd in artikel 25 §4, waarvan de toepassing niet afhankelijk is van een beleidsbeslissing van het College van geneesheer-directeurs. Deze voorwaarden zijn op een strikte wijze omschreven en de toepassing ervan hangt dus niet of van een discretionaire invulling door voormeld College. De (weinige) rechtspraak en rechtsleer hieromtrent stelt evenzeer dat het begrip 'behartigenswaardigheid' op zich niet wijst op een discretionaire bevoegdheid. Het is wel een vage norm die door het bestuur moet worden ingevuld hetgeen een kwestie is van interpretatie maar niet van een discretionaire beoordeling (zie hierover : Arbh. Antwerpen, 28.2.2006, AR 2030358 en ook J. PUT en S. DERIEUW, 'Het bijzonder solidariteitsfonds: interpretatie en beleid', noot onder Arbh. Gent, 3.3.2000, AJT 19992000, 870,8) Het oordeel van het College over de behartigenswaardigheid kan (later) door de hoven en rechtbanken met voile rechtsmacht worden getoetst (Cass. 5.9.1973, Arr. Cass. 1974, 12). Bij arrest van 28.2.2006 stelde het Arbeidshof te Antwerpen dat vanuit de doelstellingen van de sociale zekerheid behartigenswaardigheid kan worden omschreven 'als de toestand van een sociaal verzekerde die, door bijzondere omstandigheden, een onevenredig zware prijs moet betalen voor de handhaving van de algemene norm, zodat afbreuk wordt gedaan aan het beschermend karakter van de wet (ook : Arbh. Antwerpen, 6.5.1976, R. W. 1976-77, 1736 e.v.). Na tussenvonnis brengen eisende partijen onder hun respectieve stukken 6,7 en 8 onder meer een overzicht voor van de wettelijke remgelden en oplegkosten, de belastingaanslag 2004 van E A en G I en tenslotte de factuur kosten stamceltransplantatie. Eisers leggen een overzichtstaat van de CM voor van 8 januari 1996 tot en met 30 november 2004 waaruit blijkt dat het persoonlijk aandeel van de patient 11 445,53 EUR bedraagt. Daarnaast diende wijlen de heer E A zelf in te staan voor de factuur van het AZ M voor zijn hospitalisatie van 27.01.1997 tot 29.01.1997 t.b.v. 51.960 BEF. Hiervoor was geen enkele tussenkomst van de CM. 5 Over een periode van 8 jaar betekent dit dus een medische uitgavenpost van 11 445,53 EUR + 1288,05 EUR = 12 733,58 EUR, of bijna 1.600 EUR per jaar. Uit de belastingsaanslag van 2004 blijkt dat het gezamenlijk belastbaar inkomen 67 395,55 EUR bruto betreft of 43 340,01 EUR netto. De verhouding tussen de medische uitgaven en het netto-gezinsinkomen zijn onevenredig, wanneer daar ook de vervoeronkosten worden bij gerekend. Voor de Rechtbank is de bestreden administratieve beslissing dan ook ten onrechte gemotiveerd in die zin dat er wel degelijk behartigenswaardigheid wordt aangetoond door eisers. Het Openbaar Ministerie merkt in zijn schriftelijk advies op dat het artikel op grond waarvan de bestreden beslissing genomen werd enkel de tenlasteneming van de medische kosten voor in het buitenland verleende prestaties aan de rechthebbende zelf voorziet en desgevallend van de refs- en verblijfkosten van de persoon die de rechthebbende te then einde begeleidt. De rechthebbende (wijlen de heer A E) werd in Belgie behandeld en niet in het buitenland. In casu betreft de vraag tot vergoeding de kosten van vervoer van de donor (niet van de rechthebbende) naar Belgie. De bestreden administratieve beslissing gaat echter uit van de vervoersonkosten voor de betrokkene. Volgens het Openbaar Ministerie stoelt de beslissing van het College op foutieve gronden. Het wordt echter aannemelijk gemaakt door eisers dat wijlen hun rechtsvoorganger deze kosten heeft gedragen. Het komt dan ook aan de Rechtbank niet toe one de bestreden administratieve beslissing in die zin te wijzigen. In geen geval zou. de Arbeidsrechtbank, op beroep van de betrokkene a1166n, de bestreden beslissing in zijn nadeel mogen wijzigen (zie Arbh. Antwerpen, arrest van 27 februari 1995, inzake REYNAERT, A.R. 5/94, bevestigd bij arrest van het Hof van Cassatie). Het advies van het Openbaar Ministerie kan terzake niet gevolgd worden. De vordering is gegrond en de bestreden administratieve beslissing dient te worden vernietigd omdat het hier wel een behartigenswaardig geval betreft, terwijl de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen niet van toepassing zijn. 6 De concrete verdere uitwerking van de aanvraag dient opnieuw te gebeuren door het College van geneesheren-directeurs in het kader van het Bijzonder Solidariteitsfonds. Het komt de Rechtbank niet toe een bepaald bedrag voorop te stellen, daar dit laatste nu juist wel een discretionaire bevoegdheid uitmaakt. OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK, Recht doende bij verstek ten aanzien van eerste verwerende partij, Recht doende op tegenspraak ten aanzien van tweede verwerende partij, Na erover beraadslaagd te hebben, Alle verdere en strijdige middelen verwerpend, Verklaart de vordering GEGROND. Vernietigt de beslissing van 20.07.2005, medegedeeld aan de LCM op 01.08.2005 en zegt voor recht dat eisende partijen gerechtigd zijn op tussenkomst in de transportkosten van de donor, verstrekkingen verricht tussen 6.1.2003 tot 10.2.
- Stelt bij toepassing van artikel 1017,2° Ger.W. , de kosten van het geding ten laste van tweede verwerende partij. De kosten worden tot op heden aan de zijde van eisende partij begroot op 109,32 EUR rechtsplegingsvergoeding aan de zijde van verwerende partijen tot op heden niet begroot. DE GRIFFIER, DE VOORZITTER, PDF document ECLI:BE:ARANT:2007:JUG.20070608.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div