id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Antwerpen Vonnis/arrest van 26 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ARANT:2007:JUG.20070626.21 Rolnummer: 389.047 Rechtsgebied: Arbeidsrecht - Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2009-11-02 Raadplegingen: 105 - laatst gezien 2026-07-02 15:51 Fiche Nu er niet voorzien is in een absoluut cumulverbod is een cumulatie van rustpensioen en ziekte-uitkeringen onder bepaalde restricties mogelijk. UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Ziektewetgeving SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Ziektewetgeving - Verzekering geneeskundige verzorging Vrije woorden: Sociale zekerheid voor werknemers - ziekte- en invaliditeitsverzekering - cumul rustpensioen en ziekte-uitkeringen - VII DN Wettelijke bepalingen: Wet - 26-07-1996 - 15, 16, 17 - 31 ELI link Pub nr 1996021237 Gecoordineerde Wetten - 14-07-1994 - 108 - 38 ELI link Pub nr 1994071451 Annotaties Publicaties: SRK 2009 - - Nr. 4 - blz. 236-237 Tekst van de beslissing VONNIS gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen op DINSDAG, ZESENTWINTIG JUNI TWEEDUIZEND EN ZEVEN. In openbare terechtzitting van de ZEVENDE KAMER van de Arbeidsrechtbank van het Gerechtelijk Arrondissement Antwerpen, alwaar zetelden: N.MAURISSENS Rechter in de Arbeidsrechtbank, Voorzitter van de kamer G.MICHIELS Rechter in Sociale Zaken, werkgever, P.HERMANS Rechter in Sociale Zaken,werknemer, C. DE ROEP Griffier. Inzake : A.R.nr.389.047 V D B M, doch woonstkeuze doende bij zijn raadsman Mr.H. Schyvens. - eiser- ter zitting vertegenwoordigd door Mr.H.SCHYVENS, advocaat te 2018 Antwerpen, Sint-Jozefstraat
- TEGEN : HET NATIONAAL VERBOND VAN SOCIALISTISCHE MUTUALITEITEN, waarvan de zetel is gevestigd te 1000 Brussel, St.Jansstraat 32-
- - verweerder- ter zitting niet verschenen. VERLEENT DE RECHTBANK HET VOLGENDE VONNIS Gezien de stukken van het geding, gevoegd bij het dossier van de rechtspleging, zoals vermeld op de inventaris ervan, o.m.: * het inleidend verzoekschrift, neergelegd ter griffie op 15.5.2006, * de besluiten voor eiser, neergelegd ter griffie op 2.1.2007, * de aanvullende besluiten voor eiser, neergelegd ter griffie op 16.4.2007, * het advies van het O.M., neergelegd ter zitting van 15.5.2007, * de besluiten voor eiser, neergelegd ter griffie op 29.5.
- Gelet op de wet van 15.6.1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, gewijzigd bij de wet van 10.10.1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek , zoals gewijzigd bij Wet van 23 september 1985, met ingang van 1 september
- Gehoord eiser in zijn middelen en gezegden ter openbare terechtzitting van 27.3.
- Verweerder werd behoorlijk opgeroepen, maar verscheen niet ter zitting, noch iemand voor hem. Gelet op het schriftelijk advies van mevrouw I.VAN ORSHAEGEN, Eerste Substituut-Arbeidsauditeur , uitgebracht in de Nederlandse taal , neergelegd ter zitting van 15.5.
- Recht doende op de stukken van het dossier.
- Voorwerp. Met een verzoekschrift, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 15 mei 2006, tekent eisende partij beroep aan tegen de beslissing van 14 maart 2006 van het Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten waarbij de aanvraag van eiser tot het bekomen van uitkeringen ingevolge een arbeidsongeschiktheid vanaf 10 november 2005 wordt geweigerd.
- Ontvankelijkheid. Het verzoekschrift is regelmatig naar de vorm en werd ingediend binnen de in artikel 23 van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het Handvest van de sociaal verzekerde, voorziene beroepstermijn van drie maanden. De vordering van eiser is derhalve ontvankelijk.
- Feiten. Op 3 januari 2005 bereikte eiser de pensioengerechtigde leeftijd. Vanaf 1 februari 2005 werd hem een rustpensioen toegekend. Eiser bleef verder werkzaam als taxichauffeur en wordt arbeidsongeschikt vanaf 10 november
- Deze gegevens worden door partijen niet betwist. Eiser deed aangifte van zijn arbeidsongeschiktheid en vroeg uitkeringen in het kader van artikel 100 § 1 van de ziektewetgeving. Met een schrijven (niet gedateerd) liet verwerende partij aan eiser weten dat ingevolge zijn arbeidsongeschiktheid van 10 november 2005 tot 16 januari 2006 het bedrag van de daguitkering wordt vastgesteld. Tevens wordt aan eiser medegedeeld dat hij in de volgende periodes niet vergoed kan worden: 10.11.2005 - 24.11.2005: gewaarborgd loon 28.12.2005 - 31.12.2005: vakantiedagen 01.01.2006 - 31.12.9999: niet betaalde dagen (andere reden). Op 14 maart 2006 komt verwerende partij echter terug op zijn beslissing en meent dat eiser geen recht heeft op uitkeringen daar hij reeds in het genot is van een pensioen. Eisende partij kan zich hiermee niet akkoord verklaren en tekent dan ook beroep aan.
- Ten gronde. Eiser is van oordeel dat hij, naast zijn rustpensioen, recht heeft op uitkeringen van zijn mutualiteit voor zijn arbeidsongeschiktheid. Verwerende partij meent echter dat de cumul tussen een rustpensioen en ziekte-uitkeringen niet mogelijk is. Het staat vast dat eiser, nadat hij de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt, aanspraak maakte op een rustpensioen en als taxichauffeur bleef verder werken binnen het wettelijk kader. Door partijen wordt niet betwist dat eiser van 10 november 2005 tot 16 januari 2006 arbeidsongeschikt is als taxichauffeur in de zin van artikel 100§1 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 (hierna Gec. Ziektewet). Dit artikel bepaalt dat als arbeidsongeschikt wordt erkend, de werknemer die alle werkzaamheid heeft onderbroken als rechtstreeks gevolg van het intreden of het verergeren van letsels of functionele stoornissen waarvan erkend wordt dat ze zijn vermogen tot verdienen verminderen tot een derde of minder dan een derde van wat een persoon, van dezelfde stand en met dezelfde opleiding, kan verdienen door zijn werkzaamheid in de beroepscategorie waartoe de beroepsarbeid behoort, door betrokkene verricht toen hij arbeidsongeschikt is geworden, of in de verschillende beroepen die hij heeft of zou kunnen uitoefenen hebben uit hoofde van zijn beroepsopleiding. Met toepassing van artikel 136 § 2 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, kan eiser geen aanspraak maken op uitkeringen voor dat deel van de schade voortvloeiende uit ziekte, letsels, functionele stoornissen of overlijden, waarvoor reeds krachtens een andere Belgische wetgeving werkelijk schadeloosstelling is verleend. Het rustpensioen is echter geen vergoeding van de schade voortvloeiende uit ziekte, letsels, functionele stoornissen of overlijden. Wel bepaalt artikel 108 van de Gec. Ziektewet dat de uitkeringen aan de gerechtigde worden ontzegd: 1° vanaf de eerste dag van de maand na die waarin hij de pensioenleeftijd bereikt bepaald in artikel 2 of 3 van het koninklijk besluit van 23 december 1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels; 2° vanaf de eerste dag van de tweede maand na die waarin de arbeidsongeschiktheid is aangevangen, wanneer het een gerechtigde betreft die verder werkzaam is geweest na de in 1° hiervoren bedoelde leeftijd; 3° vanaf de eerste dag van de maand na die waarin hij uit welken hoofde ook aanspraken kan doen gelden op een ouderdoms-, een rust-, een anciënniteitspensioen of op eender welk als dergelijk pensioen geldend voordeel toegekend, hetzij door een Belgische of een buitenlandse instelling van sociale zekerheid, hetzij door een openbaar bestuur, een openbare instelling of een instelling van openbaar nut. Nochtans kan de Koning bepalen in welke mate de uitkeringen kunnen worden gecumuleerd met één van die hierboven bedoelde pensioenen of voordelen. Verwerende partij stelt dat het enkele feit dat eiser een rustpensioen ontvangt voldoende is om hem het recht op ziekte-uitkeringen te weigeren. Eisende partij verwijst naar artikel 108, 2° waarin een beperkt recht wordt toegekend aan gerechtigden die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt en toch verder werkzaam zijn gebleven. Eiser meent zich in deze situatie te bevinden. Volgens eiser maakt het niet uit of de gerechtigde al dan niet reeds een rustpensioen ontvangt. Het enkele feit van nog een activiteit uit te oefenen en arbeidsongeschikt te worden in de zin van artikel 100 § 1 voormeld, is volgens eiser voldoende om nog een beperkt recht op ziekte-uitkeringen zoals bedoeld in artikel 108, 2° te kunnen laten gelden. Eiser meent dat verwerende partij een bijkomende voorwaarde aan de wet toevoegt wanneer zij stelt dat eiser tevens geen rustpensioen in die periode mag ontvangen. De rechtbank stelt vast dat de wet toelaat dat de ontvangst van een rustpensioen mag gecombineerd worden met een beperkte activiteit, zoals in het geval van eiser. De arbeidsongeschiktheid van eiser in de periode van 10 november 2005 tot 16 januari 2006 in het kader van zijn activiteit als taxichauffeur wordt evenmin betwist. Artikel 108, 2° bepaalt dat de uitkeringen aan de gerechtigde worden ontzegd vanaf de eerste dag van de tweede maand na die waarin de arbeidsongeschiktheid is aangevangen, wanner het een gerechtigde betreft die verder werkzaam is geweest na de in 1° hiervoren bedoelde leeftijd (pensioenleeftijd). Het is correct dat in dit onderdeel van artikel 108, 2° enkel sprake is over de pensioengerechtigde leeftijd. Over de al dan niet ontvangst van een rustpensioen wordt niet gesproken. Bovendien bepaalt artikel 235 § 1 van het Koninklijk Besluit dd. 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 het volgende: § 1 Onverminderd de bepalingen van de wetgeving inzake rust- en overlevingspensioenen, kan de gerechtigde, die uit welke hoofde ook aanspraken kan doen gelden op een ouderdoms-, een rust-, een anciënniteitspensioen of op eender welk als dergelijk pensioen geldend voordeel, toegekend hetzij door een Belgische of een buitenlandse instelling van sociale zekerheid, hetzij door een openbaar bestuur, een openbare instelling of een instelling van openbaar ut, respectievelijk aanspraak maken naargelang hij personen ten laste heeft of niet, op een bedrag gelijk aan het verschil tussen 150 of 125 pct. van de uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, vastgesteld voor de gerechtigde met personen ten laste, en het bedrag van het pensioen of van het als dusdanig geldend voordeel, in werkdagen gewaardeerd, zonder het dagbedrag van de uitkering te mogen overschrijden dat hem zou toegekend worden indien er geen cumulatie was. Uit dit artikel blijkt ontegensprekelijk dat de cumulatie tussen een rustpensioen en ziekte-uitkeringen mogelijk is onder bepaalde restricties. Eiser ontvangt een ruspensioen van de RVP (stuk 10 van eisende partij). Artikel 235 § 1 is dan ook op hem van toepassing. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de feitelijke elementen van het dossier en de wettelijke bepalingen ter zake, nergens een absoluut verbod op cumulatie tussen een rustpensioen en ziekte-uitkeringen kan worden teruggevonden. Integendeel deze cumul wordt uitdrukkelijk toegestaan onder artikel 235 § 1 voormeld, zij het onder bepaalde voorwaarden. Eisende partij heeft aldus principieel recht op ziekte-uitkeringen voor zijn arbeidsongeschiktheid in de periode van 10 november 2005 tot 16 januari 2006 waarbij echter toepassing moet worden gemaakt van artikel 108, 2° van de Gec. Ziektewet en artikel 235 § 1 van het koninklijk besluit. In die zin dient de periode van het recht op uitkeringen te worden beperkt tot 1 januari 2006 en een cumulberekening te worden gemaakt van het ruspensioen en de ziekte-uitkeringen. Bovendien dient te worden rekening gehouden met de vermeldingen in het niet-gedateerde schrijven van verwerende partij in verband met het gewaarborgde loon en de vakantiedagen. Eiser vraagt de veroordeling van verwerende partij tot betaling van een bedrag van 1 250 EURO, minimaal en provisioneel. Aangezien de rechtbank niet over alle elementen beschikt om een correcte berekening te maken, behoort het alvorens zich uit te spreken over het bedrag waarop eiser zou gerechtigd zijn, de debatten te heropenen om verwerende partij toe te laten een juiste herberekening bij te brengen. OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK Recht doende bij verstek, Na beraad, Alle andersluidende en strijdige middelen en gezegden verwerpend. Verklaart de vordering ONTVANKELIJK en GEGROND. Vernietigt de beslissing van 14 maart 2006 van verwerende partij. Zegt voor recht dat eiser gerechtigd is op ziekte-uitkeringen voor zijn erkende arbeidsongeschiktheid vanaf 10 november 2006; Heropent de debatten om verwerende partij toe te laten een berekening te maken van het juiste bedrag van de uitkeringen waarop eiser zou gerechtigd zijn rekening houdend met artikel 108, 2° van de Gec. Ziektewet en artikel 235 § 1 van het koninklijk besluit en alle feitelijke elementen van het dossier. Stelt de zaak vast ter openbare terechtzitting van DINSDAG, 2 oktober 2007 te 14.30 uur, in het gerechtsgebouw, Bolivarplaats 20/5 te 2000 Antwerpen, zittingszaal B
- Houdt de kosten aan. De griffier, De Voorzitter, PDF document ECLI:BE:ARANT:2007:JUG.20070626.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div