id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Antwerpen Vonnis/arrest van 29 augustus 2007 ECLI nr: ECLI:BE:ARANT:2007:JUG.20070829.2 Rolnummer: 2060932 Rechtsgebied: Overige - Strafrecht - Arbeidsrecht Invoerdatum: 2008-05-15 Raadplegingen: 147 - laatst gezien 2026-07-02 15:55 Fiches 1 - 2 De volgende zwaarwichtige fouten rechtvaardigen het ontslag wegens dringende reden : het inbreken in een voor de werknemers niet toegankelijke internetverbinding van de onderneming, het uitvoeren van nevenactiviteiten tijdens de werkzaamheden, het consulteren van websites en verzenden van e-mails voor louter privé gebruik, het uitschrijven van valse activiteitsverslagen en het herhaaldelijk te laat komen op het werk. De C.A.O. nr. 81 schetst de richtlijnen binnen dewelke de werkgever een controle kan doen op het professioneel e-mail en internetgebruik van zijn wekrnemers. Deze C.A.O. is niet van toepassing op een controle op het gebruik van het internet via een niet door de werkgever ter beschikking gestelde internetverbinding en met behulp van niet door de werkgever ter beschikking gestelde programma's. UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Algemeen GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Bewijslast STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Einde (arbeidsovereenkomst) - Ontslag om dringende reden Vrije woorden: Rechtswetenschap - recht - wetgeving - strafvordering - onderzoek - ontslag - dringende reden - inbreken in een internetverbinding - bewijs - wettelijkheid - privacy - CAO nr. 81 - I D Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 09-12-1808 - 314 bis - 30 ELI link Pub nr 1808120950 UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Algemeen SOCIAAL RECHT - ARBEID - Welzijn werknemer - Verplichtingen werknemer SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Einde (arbeidsovereenkomst) - Ontslag om dringende reden Vrije woorden: Arbeidsovereenkomsten - algemene regeling - algemene verplichtingen van de partijen - verplichtingen van de werknemer - zich onthouden veiligheid in gevaar te brengen - ontslag - dringende reden - inbreken in een internetverbinding - bewijs - wettelijkheid - privacy - CAO nr. 81 - II AAN Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - 17, 4° en 5° - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Nota: Gerangschikt onder I D - artikel 314 bis en onder II AAN - artikel 17, 4° en 5°. Annotaties Publicaties: JTT 2008 - - blz. 181-183 Tekst van de beslissing ARBEIDSRECHTBANK TE HASSELT. Vakantiekamer. Rep.nr. VONNIS van 29 augustus
- - De heer G., K., bediende, eisende partij, vertegenwoordigd door Mr. V.SCHEYS, advocaat in het advocatenkantoor ARGUS te 3500 Hasselt, Kolonel Dusartplein 34 bus
- Tegen: - B., H. CVA, verwerende partij, vertegenwoordigd door Mr. I.VERHELST, advocaat in het advocatenkantoor CLAEYS & ENGELS te 2600 Antwerpen, Generaal Lemanstraat
- PROCEDURE. Gezien de stukken van het geding, gevoegd bij het rechtsplegingsdossier en nader omschreven op de inventaris, onder meer: -het gedinginleidend exploot van dagvaarding, betekend aan verwerende partij op 13 maart 2006 door het ambt van gerechtsdeurwaarder Bart HEINES, met standplaats te Hasselt; -de oproeping in toepassing van artikel 751 Ger.W. met een gerechtsbrief van 22 juni 2006 op verzoek van eisende partij; -de besluiten van verwerende partij, ontvangen ter griffie op 15 september 2006; -de besluiten van eisende partij, ontvangen ter griffie op 20 november 2006; -het verzoekschrift in toepassing van artikel 747 § 2 Ger.W. uitgaande van eisende partij, ontvangen ter griffie op 7 februari 2007, en de beschikking van 2 maart 2007; -de aanvullende (synthese) besluiten van verwerende partij, ontvangen ter griffie op 4 april 2007; -de synthesebesluiten van eisende partij, ontvangen ter griffie op 3 mei 2007; -de synthesebesluiten van verwerende partij, ontvangen ter griffie op 25 mei 2007; -de overtuigingsstukken door partijen neergelegd. Gelet op het proces-verbaal der terechtzittingen, met vermelding van de vruchteloze voorafgaande verzoeningspoging conform art. 734 Ger.W. Gehoord partijen bij monde van hun respectieve raadslieden in hun middelen en besluiten ter openbare terechtzitting van 25 juni
- **********
- FEITELIJKE VOORGAANDEN EN STANDPUNT DER PARTIJEN. Overwegende dat de meest relevante voorgaanden tussen partijen, conform de voorliggende stukken, chronologisch overeenstemmende gegevens, conclusies en nader verstrekte inlichtingen en de weergave van hun wederzijdse standpunten, kunnen geresumeerd worden als volgt. Eisende partij is op 16 januari 2003 bij geschreven arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur als bediende op de ICT-afdeling in dienst gekomen van verweerster de Com. Vennootschap B., H. - hierna verder B. genoemd. Het takenpakket van eiser bestond uit: -het instaan voor de helpdesk naar de eindgebruikers: oplossen van de dagdagelijkse problemen in verband met connectiviteit en applicaties; -het onderhoud van het serverpark: de systematische controle op de optimale werking en het beheer van de accounts; -het onderhoud van PC's en laptops: onder andere patchmanagement door middel van distributiesoftware; -het beheer van de back-up: controle op de correcte uitvoering van back-ups en regelmatig testen op integriteit; -het pro-actief ingrijpen op de IT infrastructuur: op basis van uitgebreide monitoring software acties ondernemen om problemen pro-actief aan te pakken; -de installatie van PC's, laptops, servers, de netwerkinfrastructuur, zowel hardware als software; -administratie: documenten van acties, problemen en materiaal; en -rapportering aan ICT-manager. Vanaf 1 september 2005 vroeg en verkreeg eiser ouderschapsverlof, zodat hij vanaf die datum 4/5 werkte. Bij onbetwist aangetekend schrijven wordt eiser ontslagen om uitermate gedetailleerde dringende redenen, die hij bij schrijven van zijn raadsman dd. 12 september 2005 betwist en waarbij hij een schadeloosstelling wegens onterecht ontslag vraagt ten bedrage van een opzeggingstermijn van 3 maanden, te vermeerderen met een bijkomende vergoeding van 6 maanden beschermingsvergoeding, om de beweerde reden dat het ouderschapsverlof aan de basis lag van het ontslag. Voor de volledige inhoud van de ontslagredenen wordt verwezen naar de ontslagbrief zelf en de melding daarvan in conclusies beiderzijds en dewelke zeer beperkt weergegeven neerkomt op vaststellingen die door werkgevers' diensthoofd ICT-afdeling gedaan waren op 5 september, 6 september en 7 september. De inhoud van het ontslagschrijven om dringende reden kan worden samengevat worden als volgt volgens de stelling van de ontslaggevende werkgever: "1 K., G. werd terecht ontslagen wegens een dringende reden die bestaat uit volgende feiten: -K., G. is ingebroken op een voor de werknemers van B. niet toegankelijke internetverbinding met als opzet zich te onttrekken aan controle door zijn werkgever; -K., G. hield zich tijdens de werkuren bezig met maar liefst drie andere professionele nevenactiviteiten; -K., G. hield zich daarnaast tijdens de werkuren ook nog bezig met puur private aangelegenheden zoals het bouwen van een website, het verzenden en e-mails en chatberichten aan vrienden en familieleden, het bezoeken van websites voor privé redenen; -K., G. kwam herhaaldelijk te laat op het werk, ook op 5 september 2005 en vulde valse activiteitsverslagen in. Deze feiten zijn zo flagrant dat ze elke verdere samenwerking volstrekt onmogelijk maakten. B. is dan ook terecht overgegaan tot het ontslag wegens dringende reden." Geruime tijd vóór het ontslag om dringende redenen werd gegeven had een (door partijen ondertekende) evaluatie plaats op 10 juni 2005 waarvan de weerslag neerligt in het stavingsbundel van eiser en waarin reeds opmerkingen werden geformuleerd in verband met op tijd komen op het werk, correct invullen tijdsbesteding, correct gebruik tijdklok. Tevens bevindt zich in het dossier van verweerster een kennisgeving dd. 1 maart 2005 aan alle NOTES gebruikers overgemaakt in verband met correct gebruik van e-mail en vastgestelde inbreuk op de ICT Policy. Door eisende partij werd de toetredingsovereenkomst in verband met de ICT Policy inzake het ter beschikking stellen van een PC en informatie en communicatiemiddelen ondertekend op 30 mei
- Eisende partij houdt voor dat hij vóór het aantreden van zijn huidige directe overste nooit enige aanmaning of opmerking kreeg doch bij zijn huidige overste de heer T., die begin 2005 aantrad, niets goed kon doen en gezocht werd, wat laatstgenoemde duidelijk zou hebben laten blijken aan zijn collegae na de door hem (T.) ver doorgedreven e-mail en surfcontrole. Zijn takenpakket bestond volgens eiser uit het onderhouden en installeren van PC's, laptops en diverse zodat hij veel in contact kwam met eindgebruikers en daar zijn prioriteiten legde. Tevens zouden volgens eiser de door hem uitgevoerde nevenactiviteiten voordien nooit een probleem uitgemaakt hebben. Wel is op 10 juni 2005 bij evaluatiegesprek een strikte naleving vereist van de regels hogervernoemd waaraan eiser zich volgens zijn zeggen nadien steeds heeft gehouden. Desalniettemin zou hij verder geviseerd blijven. Eiser beweert tevens nog meer geviseerd te worden wegens het aanvragen van ouderschapsverlof sedert augustus
- Hij voelde zich ook nog verder geviseerd en was ervan overtuigd afgedankt te worden toen hem via zijn schoonbroer via mail melding werd gemaakt van een vacature dd. 5 september die qua omschrijving volledig aan zijn profiel voldeed. Twee dagen later op 7 september 2005 werd hij bij de directie geroepen die het voornemen tot ontslag om dringende reden meedeelde doch minnelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst voorstelde met uitbetaling van loon ganse maand september. Vermits eiser daarop niet inging werd de aangetekende ontslagbrief verstuurd en werd hij naar buiten geëscorteerd door de heer T.. Vermits uit het ontslagschrijven klaar en duidelijk bleek, volgens eiser, dat verweerster de bepalingen in verband met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de werknemers ten opzichte van controle op de electronische on-line communicatiegegevens en de voorschriften uit haar eigen ICT policy had geschonden en zij daarenboven de gebeurtenissen zoals ze zich hadden voorgedaan volledig uit hun context rukte besliste hij zijn ontslag aan te vechten en eiste diverse vergoedingen. Vermits op zijn eis niet werd ingegaan ging hij tot dagvaarding over. * * * Verwerende partij stelt dat eiser, die uit een vrijere IT-onderneming kwam, zich moeilijk aan de bedrijfscultuur kon aanpassen, reden van zijn bij herhaling laattijdig aankomen waarvoor opmerkingen, die in de evaluatie zijn terug te vinden met betrekking eveneens tot tijdsverbruik en tijdsregistratie. Dat eveneens opmerkingen werden gemaakt over de voordien reeds verzochte af te bouwen nevenactiviteit wat uit documenten blijkt; dat bovendien werd opgemerkt dat in verband met tijdsbesteding voor eindverbruikers eiser niet zelf zijn prioriteiten mocht bepalen, temeer daar eindverbruikers hun vragen direkt dienden te richten aan gans team; dat het ouderschapsverlof niet negatief werd ervaren vermits een andere collega zelfs juist ongemoeid uit dergelijk verlof kwam. Dat samengevat verweerster stelt dat eiser steevast de gegeven instructies ondermijnde waarvoor verwezen wordt naar stuk 27 (dossier verweerster). Bovendien verwijst verweerster naar de ICT policy en in het bijzonder naar artikelen 6 en 15 met betrekking tot dewelke eiser op 30 mei 2005 een toetredingsovereenkomst tekende en waarbij onbetwist opleidingen werden georganiseerd voor de werknemers om de inhoud ervan toe te lichten. Verweerster stelt dat tijdens de maand augustus het diensthoofd ICT afdeling vaststelde dat eiser meer met andere zaken bezig was dan degene die hem werden opgedragen en zijn tijdsverbruik niet correct registreerde. Dit gegeven was een reden om op 5, 6 en 7 september een controle te doen van de internet loggings, waarbij het hogervermelde vermoeden werd bevestigd en waaruit bovendien bleek dat eiser ten onrechte door manuele interventie connecties maakte met de oude firewall om zich aan de bij ICT policy voorziene controle te onttrekken. Ingevolge deze vaststelling achtte de werkgever het nodig onmiddellijk tot ontslag om dringende reden over te gaan.
- DE VORDERING. Eiser vordert bij dagvaarding de veroordeling van verwerende partij tot betaling van de onderstaande bedragen: *saldo vakantiegeld einde dienst 2005-2006 233,22 EUR *loon voor 2 ADV-dagen + vakantiegeld einde dienst 297,33 EUR *verbrekingsvergoeding 13.284,78 EUR *eindejaarspremie 2005 + vakantiegeld einde dienst 2.180,39 EUR *beschermingsvergoeding ouderschapsverlof 19.927,18 EUR te vermeerderen met de wettelijke intresten vanaf de respectievelijk data van opeisbaarheid en de gerechtelijke intresten tot en met de datum van algehele betaling. Hij vordert tevens de veroordeling van verwerende partij tot afgifte van de corresponderende sociale en fiscale documenten, waaronder de loonbriefjes, vakantieattesten, de fiscale fiche 281.10, onder verbeurte van een dwangsom van 25 EUR per ontbrekend document en per dag vertraging vanaf 48 uren na de betekening van het tussen te komen vonnis. Tot slot vordert eiser de veroordeling van verwerende partij tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding overeenkomstig artikel 1022 Ger.W. en de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het tussen te komen vonnis, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling en met uitsluiting van het recht op kantonnement.
- IN RECHTE - TEN GRONDE. Overwegende dat de vordering tijdig en regelmatig werd ingesteld en ontvankelijk verklaard wordt. 4.1.Dringende redenen. 4.1.
- Algemeen en formaliteiten. Overwegende dat de werkgever als ontslaggevende partij, conform de wettelijke bepalingen, de bewijslast draagt van de door hem ingeroepen doch ten stelligste betwiste dringende en zwaarwichtige redenen van aard om de verdere samenwerking tussen partijen onmiddellijk en definitief onmogelijk te maken en de zwaarste arbeidsrechtelijke sanctie te rechtvaardigen; dat alvorens tot beoordeling der gegrondheid van de vordering wordt overgegaan dient onderzocht te worden of het gegeven ontslag beantwoordt aan de formele voorwaarden van tijdigheid en nauwkeurigheid; dat zowel de tijdigheid als de nauwkeurigheid van het gegeven ontslag voldoende vaststaat, gelet op de vaststelling van de feiten op 5, 6 en 7 september en ook het feit 4 in samenlezing met de andere. 4.1.
- Gegrondheid van het ontslag. Overwegende dat al de aangevoerde feiten in se op voldoende wijze het ontslag om dringende redenen verrechtvaardigen voor zover ze bewezen zijn. 4.1.2.1.Inbraak in een voor de werknemers niet toegankelijke internetverbinding van de onderneming. Overeenkomstig artikel 17, 4( + 5( van de arbeidsovereenkomst is het de werknemers verboden daden te stellen waardoor schade berokkend kan worden aan de veiligheid van zijn collegae en de werkgever en moet de werknemer de hem toevertrouwde materialen als een goed huisvader gebruiken. Onbetwist werden alle computers voor de werknemers van B. ingesteld op de nieuwe firewall, die de toegang tot het internet beperkte tot een bepaald aantal webpagina's. Ten einde misbruik te voorkomen was voorzien in een loggingfunctionaliteit waardoor B. het internetgebruik van de werknemers kon controleren overeenkomstig de ICT policy en daardoor werd eveneens de IT infrastructuur beschermd tegen virussen - spyware enz. Vooreerst wordt vastgesteld dat eiser door het ondertekenen van de ICT policy en het volgen van de daarbij horende lessenreeks op de hoogte was van het louter toegestane gebruik van deze nieuwe firewall en de bestaansreden daarvan. Eiser ontkent dit gegeven niet doch heeft door zijn IT kennis zich manueel en zonder toestemming toegang verschaft tot de vorige niet meer bruikbare firewall om zo te ontsnappen aan controles van zijn verboden en onterechte activiteiten, die niet behoorden tot zijn werksfeer doch louter voor persoonlijke (bij ICT policy verboden) activiteiten werd gebruikt zoals uitvoeren van nevenactiviteiten (eigen interieurbureau waarvoor voordien reeds opmerkingen), verzenden en ontvangen van persoonlijke e-mail enz. Bovendien heeft eiser door alzo te handelen duidelijk het volledig netwerk van zijn werkgever in gevaar gebracht, gezien de voornoemde firewall niet beveiligd was en virussen en spy zich konden verspreiden naar alle in het bedrijf gebruikte computers. Dergelijke verboden handelswijze en het daaraan verbonden gevaar is reeds een voldoende reden tot dringend ontslag. 4.1.2.
- Uitvoering van nevenactiviteiten tijdens de werzaamheden. Overwegende dat eiser evenmin deze activiteiten betwist en voldoende duidelijk is dat hij daaraan veel tijd spendeert die hij aldus onrechtmatig onttrekt aan zijn werkgever; dat - ondanks voorafgaande opmerkingen en verbod van de werkgever - eiser desalniettemin deze activiteit verder zet, wat eveneens bij de controle van 5 september is gebleken; dat ook deze handelswijze een voldoende reden is tot dringende ontslag. 4.1.2.
- Het consulteren van websites en verzenden van e-mails voor louter privé gebruik. Overwegende dat - zoals hoger - ook deze feiten in se - vanuit een niet toegelaten firewall - niet worden betwist en deze idem dito een onterecht misbruik van werktijd meebrengen en voldoende ontslagreden verrechtvaardigen; dat de feiten bovendien volledig zijn bewezen en vast te komen staan na controle. 4.1.2.
- Uitschrijven van valse activiteitsverslagen. Overwegende dat ook deze aangevoerde reden voldoende is gebleken nu ze niet wordt tegengesproken door eiser; dat eiser bovendien voorafgaandelijk hiervoor werd op de vingers getikt doch schijnbaar onverstoord verder ging hetgeen duidelijk insubordinatie daarstelt zelfs nog op datum van 5 september, waar hij 4 uur zou gewerkt hebben aan de installatie van een PC wat gelet op zijn specialiteit zeker overdreven is. 4.1.2.
- Herhaaldelijk op het werk te laat komen. Overwegende dat eiser dergelijk gegeven niet betwist maar wel minimaliseert terwijl hij ook hiervoor reeds werd in gebreke gesteld mondeling en schriftelijk (zie tussentijdse evaluatie). 4.
- Bewijs van de feiten naar rechte. Overwegende dat eiser deze hogervermelde feiten niet betwist, zelfs niet de zwaarwichtigheid ervan, doch zich verschuilt achter en beperkt tot de stelling dat B. de bewijzen - om een dringende reden te verrechtvaardigen - onrechtmatig zou verkregen hebben gezien de strijdigheid met het recht op privacy. Overwegende dat de rechtbank echter vaststelt dat het bewijs van de voldoende zwaarwichtig geachte feiten niet is bekomen in strijd met de bepalingen omtrent de privacy en zelfs indien het strijdig daarmee zou zijn dit niet meebrengt dat de aangevoerde stukken geen bewijswaarde hebben; dat verder louter volledigheidshalve, zelfs indien de gegevens die geregistreerd zijn met de protocolanalyser uit de debatten zouden worden geweerd, verweerster nog voldoende de zwaarwichtigheid van de aangevoerde feiten bewijst: -vermits G., K. de feiten in se nooit heeft betwist -vermits stuk 24 "printscreen betreffende de aansluiting van K., G. op de oude en nieuwe firewall" voldoende bewijst dat eiser zich schuldig maakte aan zwaarwichtige feiten die een dringend ontslag verrechtvaardigen. 4.1.
- Overwegende dat de aangevoerde CAO 81 dd. 26 april 2002 betreffende de controle op de electronische on-line communicatiegegevens in casu niet toepasselijk is. Overwegende dat de CAO de richtlijnen schetst binnen dewelke de werkgever een controle kan doen over het e-mail en internetgebruik van zijn werknemers, wat uiteraard wil zeggen op hun gebruik om professionele redenen van de ter beschikking gestelde gegevens, wat een prerogatief van de werkgever is die zijn computer zelf configureert naar de noodwendigheden van de zaak; dat deze CAO uiteraard niet van toepassing is op de controle op het gebruik van internet via een niet door de werkgever ter beschikking gestelde firewall en met behulp van niet door de werkgever ter beschikking gestelde programma's wat in casu duidelijk door de eisende partij werd gedaan; dat de werkgever bovendien het onrechtmatig gebruik van deze niet meer gebruikte en niet meer beveiligde firewall, met alle zware gevolgen vandien, heeft vastgesteld zonder inzage te nemen van de reële inhoud van de gegevens doch vastgestelde dat steeds werd weggeklikt van het gebezigde internet als het diensthoofd voorbij kwam zodat er alsdan een groot vermoeden was dat eiser het internet gebruikte dat niet gelinkt was aan de professionele activiteiten; dat bovendien de gegevens die gecontroleerd zijn via de protocolanalyser niet ontvangen of overgebracht zijn in het kader van de om professionele redenen ter beschikking gestelde internetverbindingen, integendeel heeft de werknemer zich manueel en zonder toestemming en onterecht toegang verschaft tot een niet beveiligde firewall waarvan hij duidelijk voordien kennis had gekregen dat deze niet meer bruikbaar was; dat bovendien de handelswijze van eiser volledig indruist tegen de door hem ondertekende ICT policy, die correct door de werkgever werd nageleefd. 4.2.
- Overwegende dat zelfs, en dit louter ten overvloede, de controle van de werkgever wel voldoet aan de CAO 81 nu zowel het finaliteitsprincipe, het proportionaliteitsbeginsel als het transparantiebeginsel werd nageleefd en aan de ICT policy. 4.2.2.
- Het finaliteitsprincipe. -------------------------------------- In casu heeft de werkgever de controle moeten doen om de veiligheid en de goede werking van het IT netwerk in de onderneming te bewerkstelligen en om het onderzoek te doen naar het vermoeden van - in casu duidelijk aanwezig - misbruik (zie hierboven wegklikken wanneer diensthoofd in de buurt kwam); dat eveneens artikel 16 ICT policy werd nageleefd. 4.2.2.
- Het proportionaliteitsbeginsel. ----------------------------------------------- De inmenging in de persoonlijke levenssfeer van de werknemer moet inderdaad zoveel als mogelijk beperkt worden doch anderzijds liet de ICT policy een verder onderzoek toe bij vermoeden van misbruik dat duidelijk was door het weinig internetgebruik op de toegestane firewall en grote gebruik op de oude, niet beveiligde firewall, waarbij niet voorbij gegaan kan worden aan het gegeven dat volgens de ICT slechts een beperkt persoonlijk gebruik was toegelaten. 4.2.2.
- Transparantiebeginsel. -------------------------------------- De ICT policy voorzag duidelijk de mogelijkheid tot controle en bepaalde strikt de regels in verband met het internetgebruik. De werknemers hadden voldoende kennis en inzicht in de draagwijdte van deze ICT policy verkregen via bijkomende - bewezen aan de hand van stukken - informatiesessies. Bovendien waren er reeds voordien voldoende verwittigingen voor vaststelling van inbreuken geweest (stuk 7 verweerster) zodat niet opnieuw een geïndividualiseerde verwittiging van controle nodig was. Overwegende dat samenvattend gesteld wordt dat de werkgever zich niet schuldig heeft gemaakt aan een ongeoorloofde schending van de privacy van de heer K., G., zoals gewaarborgd door artikelen 22 Grondwet en 8 EVRM. 4.
- Wat het ingeroepen artikel 109, ter D, 1(, van de Telecomwetgeving betreft dient erop gewezen te worden dat sedert de wet van 19 december 1997 bedoeld artikel niet meer van toepassing is op het kennis nemen van de inhoud van telecommunicatie doch enkel nog op het kennis nemen van gegevens inzake het bestaan van telecommunicatie; "Behoudens toestemming van alle andere personen, die rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken zijn bij de hierna bedoelde informatie, identificatie of gegevens is het iedereen verboden zelf of door toedoen van een derde 1( met bedrieglijk opzet kennis te nemen van het bestaan van met telecommunicatie overgebrachte tekens seinen geschriften beelden klanken of gegevens van alle aard, die herkomstig zijn van en bestemd zijn voor andere personen." dat in geen enkele hypothese het bedrieglijk inzicht van de werkgever bewezen is. 4.
- Overwegende dat evenmin het door eiser aangevoerde artikel 314 bis van het Strafwetboek in casu gelding heeft; "Artikel 314bis SW bestraft hij die opzettelijk, met behulp van enig toestel, privécommunicatie of telecommunicatie, waaraan hij niet deelneemt, tijdens de overbrenging ervan, afluistert of doet afluisteren, er kennis van neemt of doet van nemen, zonder toestemming van alle deelnemers aan die communicatie of telecommunicatie. Artikel 314 bus SW verzet zich dus enkel tegen het kennisnemen van gegevens tijdens de overbrenging ervan en viseert op die wijze het afluisteren van telefoongesprekken. Het kennis nemen van geregistreerde gegevens na de overbrenging valt niet onder dit artikel (Arbh.Gent 9 mei 2005, A.R. 269/02)." Overwegende dat de erkenning van de feiten en de zwaarwichtigheid ervan, samen met de correcte naleving van de privacywetgeving en het terzake geldende ICT policycontract, het ontslag om dringende redenen verrechtvaardigdt. Overwegende dat dienvolgens eisende partij niet gerechtigd is op een verbrekingsvergoeding, noch een beschermingsvergoeding en evenmin op een eindejaarspremie. Dat de overige posten evenmin bewezen zijn. Kosten. Alle gedingkosten worden lastens eisende partij gelegd conform begroting door partijen. De rechtbank heeft de voorschriften van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de talen in gerechtszaken nageleefd. OM DEZE REDENEN: De Arbeidsrechtbank, na beraadslaging statuerende op tegenspraak. Alle verderstrekkende, meeromvattende en andersluidende argumentaties verwerpende als niet gegrond of niet relevant. Verklaart de vordering ontvankelijk doch ongegrond. Legt de gedingskosten ten laste van de eisende partij, conform kostenopgave aan de zijde van verwerende partij begroot op 218,64 EUR rechtsplegingsvergoeding, aan de zijde van eisende partij zelf begroot op 116,12 EUR dagvaardingskosten en 218,64 EUR rechtsplegingsvergoeding. Beraadslaagd door: mevrouw T.GOBERTrechter, voorzitter van de kamer; de heer D.WOUTERSrechter in sociale zaken, werkgever; mevrouw S.MICHIELSrechter in sociale zaken, werknemer-bediende; en uitgesproken in openbare terechtzitting van NEGENENTWINTIG AUGUSTUS TWEEDUIZEND EN ZEVEN waar zitting hielden: mevrouw T.GOBERTrechter, voorzitter van de kamer; de heer D.WOUTERSrechter in sociale zaken, werkgever, mevrouw I.MAURISSENrechter in sociale zaken, werknemer-bediende, aangewezen bij bevelschrift van de voorzitter van deze Rechtbank dd. 22 augustus 2007 in vervanging van rechter in sociale zaken, werknemer-bediende, mevrouw S.MICHIELS, die over dit vonnis mede heeft beraadslaagd doch thans wettig is verhinderd de uitspraak ervan bij te wonen (artikel 779 van het gerechtelijk wetboek); mevrouw M.DONCKERSgriffier. PDF document ECLI:BE:ARANT:2007:JUG.20070829.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div