id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Antwerpen Vonnis/arrest van 09 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:ARANT:2008:JUG.20080109.2 Rolnummer: 2071840 Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2008-05-21 Raadplegingen: 178 - laatst gezien 2026-07-02 16:51 Fiche UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidswetgeving SOCIAAL RECHT - ARBEID - Welzijn werknemer SOCIAAL RECHT - ARBEID - Welzijn werknemer - Geweld, pesten, seksueel gedrag Vrije woorden: Welzijnswet - pesterijen op het werk - repetitief en onrechtmatig pestgedrag - bewijslast. Tekst van de beslissing ARBEIDSRECHTBANK TE HASSELT. BESCHIKKING OP VERZOEKSCHRIFT 9 januari 2008 In de zaak: De heer D., C., inspecteur van de Politie, geboren te, wonende te, , eisende partij, verschijnend in persoon en bijgestaan door Mr. C. OPSTEYN, advocaat te 3620 Lanaken, Steenweg 246 bus 1 tegen: 1) Politiezone (PZ) Sint-Truiden - Gingelom - Nieuwerkerken, , eerste verwerende partij, vertegenwoordigd ter zitting door Mr. C. LEMACHE, advocaat te 3800 Sint-Truiden, Tongersesteenweg 60; 2) De heer P., P., hoofdcommissaris van de politie, korpschef, tweede verwerende partij, verschijnend in persoon en bijgestaan door Mr. C. LEMACHE, voornoemd; 3) De heer L., V., burgemeester van en voorzitter van het politiecollege, , derde verwerende partij, vertegenwoordigd ter zitting door Mr. C. LEMACHE, voornoemd; Gelet op: - het gedinginleidend verzoekschrift d.d. 28.08.2007, neergelegd ter griffie op 30.08.2007; - de oproeping van de partijen met toepassing van artikel 1034 sexies van het Ger.W.; - de beschikking van de voorzitter met toepassing van artikel 747§1 Ger.W. d.d.13.09.2007; - de besluiten voor de verwerende partijen, neergelegd ter griffie op 9 oktober 2007; - antwoordbesluiten voor de verzoekende partij, neergelegd ter griffie op 12 november 2007; - synthesebesluiten voor de verwerende partijen, neergelegd ter griffie op 30 november 2007; - de overtuigingsstukken van partijen. De raadslieden alsook de heren D., C. en P., P., in persoon aanwezig, werden in het kabinet van de voorzitter in hun argumenten gehoord. Feiten
- Uiteenzetting van eisende partij. Eisende partij -sinds 26 maart 1974 lid van de Rijkswacht- maakte in juni 1976 deel uit van de Bijzondere wegpolitie (BWP of "De Zwaantjes") van Brussel en werd op 3 januari 1977 van ambtswege gemuteerd naar de autowegpolitie (AWP) te Antwerpen. Eind maart 1979 werd hij op eigen aanvraag gemuteerd naar de autowegenpolitie te Hasselt. Na enkele jaren verloor hij de medische keuring AMI ingevolge een afwijking aan het gehoor. Omdat hij hierdoor niet meer met de moto mocht rijden besliste hij om een brigade aan te vragen. Hij werd vervolgens op 4 januari 1988 gemuteerd op eigen verzoek naar de Rijkswachtbrigade te Gingelom (Borlo) waar hij bleef tot aan de politiehervorming. Hij benadrukt aldus dat -in tegenstelling tot de beweringen van verweerders- de overplaatsingen bij de vroegere rijkswacht enerzijds op verzoek en anderzijds van ambtswege gebeurden om onderbemande diensten te versterken en dus geenszins om medische redenen. Omstreeks 1 oktober 2001 werden de politie van de Stad Sint-Truiden en de gemeente Gingelom en Nieuwerkerken samengevoegd met de Rijkswachtbrigades Sint-Truiden en Gingelom. Dit geheel werd de politiezone (PZ) Sint-Truiden - Gingelom en Nieuwerkerken. Wettelijk was voorzien dat per drie betrekkingen er twee zouden zijn voor een ex-agent van de politie en één voor een ex-rijkswachter. Afgaande op deze maatregel opteerde de heer C.. voor de bediening van operator/dispatcher. Op dat ogenblik was hij vrijgesteld van zware rugbelastende en langdurige rechtstaande diensten, ingevolge een zwakke rug. Dit feit gaf mede de doorslag dat hij als operator werd weerhouden. Van 1 oktober 2001 tot 29 maart 2004 kreeg eiser dan ook de functie van operator. Dit hield in dat hij samen met zes andere agenten in een 24/24 en 7/7 systeem werkte. Dit systeem was inderdaad zwaar en soms hectisch maar dat was het voor iedereen. Hij volbracht zijn opdrachten steeds correct en heeft in zijn functie als operator ook andere personeelsleden die ziek of met verlof waren vervangen. Dit is inherent aan het beroep en de functie van 7 op 7 - 24 op
- In die periode had hij geregeld last van zijn darmstelsel en andere ongemakken. Dit had voor gevolg dat hij regelmatig met ziekteverlof was. Tijdens zijn ziekteverlof (einde maart 2004) kreeg eiser plots twee collega's van interventie op bezoek. Eén van hen overhandigde hem een papiertje met de melding dat hij zich de maandag nadien (na het einde van zijn ziekteverlof) diende aan te bieden op de wijk. Hij betwist dat -zoals door verweerders in besluiten voorgehouden- dit werd beslist omwille van zijn gezondheidsproblemen. Wijkwerking omvat immers vele taken ook zich vergewissen van de maatschappelijke problemen in de wijk, geen evidentie voor iemand met rug- en darmklachten. Omtrent deze overplaatsing kreeg hij geen uitleg van tweede verweerder, hoofdcommissaris van politie (HCP), P., P.Philip, hoewel in besluiten blijkbaar het tegendeel wordt voorgehouden. De commissaris van de politie, de heer B., die de leiding had over de wijkwerking, kon hem enkel het volgende mededelen: " De HCP had hem gevraagd of hij nog een extra mankracht kon gebruiken." De heer B. had hierop bevestigend geantwoord en hierop werd eiser overgeplaatst. Één en ander was duidelijk geconstrueerd om rond eiser, die een jarenlange staat van verdienste had, een beledigende, vernederende of kwetsende omgeving te creëren. De heer C.. werd geenszins hiervan in kennis gesteld door een voorafgaand gesprek zoals verweerders beweren in besluiten. Hij zelf ging uitleg vragen bij de hoofdcommissaris van de politie, tweede gedaagde P., P. en deze hing dan een verhaaltje op dat hij onbeleefd zou zijn geweest tegen de burgers aan de telefoon en aan het loket. Eiser was hieromtrent ten zeerste verbaasd gelet op het feit dat hij hieromtrent nooit eerder op het matje was geroepen. Niettegenstaande het een voor eiser zeer belangrijk gesprek was werd hij door de heer P., P. op arrogante wijze ontvangen en te woord gestaan. Het gesprek werd meerdere malen onderbroken door telefoons die telkens beantwoord werden door tweede verweerder die telkens zijn bureelstoel met de rug naar eiser draaide. Daarenboven was eiser niet de enige die ziek was of een operatieve ingreep onderging. Zo onderging ook collega F. een heelkundige ingreep. Deze laatste was een half jaar lang afwezig op het werk en was daarop nog eens 6 maanden vrij van nachtdiensten. Voor de opvang en de vervanging tijdens diens afwezigheden werden er klaarblijkelijk andere maatstaven gehanteerd dan in het geval van eiser. Vreemd was ook dat eiser wel in de wijkwerking zat doch geen wijk ter beschikking kreeg. Hij diende enkel om een collega te vervangen die zelf ziek was of met verlof. Hij werd dan gebruikt om affiches te gaan verwijderen, die onrechtmatig op het grondgebied waren aangebracht. Dergelijke job was zeer vernederend voor hem. Wanneer de andere wijkinspecteurs gevraagd werd om affiches te verwijderen zeiden ze kortaf dat ze hiervoor teveel werk hadden en dat het onderhoudspersoneel van de Stad er was om dit te doen. Eiser diende het desalniettemin te ondergaan. Ook hier speelde tweede verweerder opnieuw een bepalende rol. Het ging immers als volgt te werk dat de heer P., P. bij een verplaatsing een affiche zag die diende verwijderd te worden waarop hij dan met zijn GSM belde naar de heer B. en opdracht gaf om "iemand op pad te sturen". Gezien eiser uiteraard de enige was voor die "job" werd hij er dan ook telkens op uitgestuurd. Ook het controleren van de gecontroleerde opmerkingen (GO's) werd op hem afgeschoven. De GO was een nieuw item en de leiding had graag dat er zoveel mogelijk GO's binnenkwamen. De wijkinspecteurs waren hiervoor eigenlijk in eerste instantie de aangewezen personen om de GO's op te volgen doch beschouwden dit als een controle op de gemeentediensten zodat zij hieraan maar matig medewerking verleenden. Dit werd opnieuw op eiser afgeschoven. Om het aantal GO's op te drijven en eveneens voor de controle werd hij ingeschakeld. Officieel werd echter aan eiser de functie onthaaldienst in het wijkkantoor gegeven. Dit onthaal werd echter al uitgevoerd door een agent die het beheer had over het wapenregister. Deze agent werkte iedere dag van 8u00 tot 16u36 en moest bijgevolg slechts vervangen worden door eiser indien hij verlof nam, ziek was of voor dienst noodwendigheden weg moest. Dit wekte enorme verbazing bij eiser omdat hij kon vaststellen dat sommige diensten onderbezet of overbelast waren en dat hij op die plaatsen meer rendement zou halen. Stilaan kreeg hij dan ook de indruk dat hij als reservewiel werd gebruikt. Indien er geen kandidaten waren voor bepaalde jobs "zou C.. het wel doen". Begin oktober 2004 onderging eiser dan een heelkundige ingreep waarbij een deel van zijn dikke darm werd weggehaald. De ingreep verliep naar wens, uitgezonderd een infectie op de wonde. De lichamelijke aanpassing ging echter moeilijker. Het heeft ongeveer één jaar geduurd voor het lichaam van eiser was aangepast aan deze toestand. Eerste gevolg was dat eiser sporadisch afwezig was ingevolge ziekte. In dezelfde periode was men druk bezig met de opbouw van een nieuw commissariaat, dat alle diensten samen onderdak zou kunnen geven. Dit hield in dat er enkele diensten herschikt zouden worden. Zo ging het onthaal van het ex-politiecommissariaat (uitgevoerd door inspecteur D., B.) en het onthaal van de ex-rijkswacht (uitgevoerd door inspecteur M., S. en eiser) samengevoegd worden. Om dit concreet te regelen dienden deze drie personen onverwijld samen te komen. Er zou in algemeen overleg moeten beslist worden hoe deze dienst zou worden ingevuld. De diensten dienden als volgt te worden uitgevoerd: de "A" beurt: 7u00 tot 15u36 de "B" beurt: 13u00 tot 20u36 de "C" beurt: reserve - hier kon indien nodig rust of verlof genomen worden. Inspecteur D., B. zou de A beurt doen, eiser de B beurt en inspecteur M., S. de C beurt (reserve) zodat hij dit kon combineren met zijn wapens. Dit voorstel werd door alle betrokkenen goedgekeurd en voorgelegd aan de leiding die dan ook hun goedkeuring gaf waarop het voorstel werd voorgelegd aan hoofdcommissaris P., P.die eveneens instemde met het voorstel. Vanaf de verhuis deed eiser dan elke dag de "B " beurt en om de drie weken de zaterdagdienst. Eens in de nieuwbouw begon eiser aan zijn nieuwe taak. Enkele weken later evenwel mocht eiser plots het onthaal niet meer doen. Eiser kreeg te horen dat de burgemeester, derde verweerder L., V., niet meer wilde dat hij het onthaal deed hetgeen hij trouwens na opstarten van huidige procedures bevestigde in tal van media. Reden hiervoor zou ondermeer zijn dat de echtgenote van eiser, mevrouw H., M.., mandataris was bij een niet bepaald door tweede en derde verweerder geliefde politieke partij (Vlaams Belang). De echtgenote van eiser is inderdaad gemeenteraadslid voor het Vlaams Belang in de stad Sint-Truiden. Eiser werd dan terug ingeschakeld als operator. Inmiddels werden twee burgerdames aangeworven die het onthaal zouden doen voor hun rekening. Deze dames werden eveneens opgeleid om autonoom PV's op te maken alhoewel hiervoor geen wettelijk kader bestond. De PV's zouden ter ondertekening voorgelegd worden aan de operator. In het begin moesten de operatoren dan de PV's tekenen doch daar enkelen, waaronder eiser, dit pertinent weigerden werd deze regel aangepast. Indien iemand de PV's niet wenst te tekenen zou de hoofdcommissaris van de politie, de heer P., dit zelf wel doen. PV's werden dus op onwettelijke wijze door burgerpersoneel opgesteld. Hieromtrent werd door eiser klacht ingediend bij het Comité P. Na een onderzoek waarbij hij zelfs niet werd gehoord werd de zaak geklasseerd. Van de periode mei 2006 tot eind 2006 kreeg eiser dan de functie van vervangende operator. Dit nam niet weg dat hij ook geregeld werd gebruikt als invaller op andere diensten. Zo diende eiser voor zijn verlof nog een week de klachtendienst te doen om collega's met verlof te vervangen. Omstreeks 28 oktober 2006 deelde commissaris van de Politie B. verzoeker dan mede dat hij vanaf 2007 toch geen operator meer zou mogen worden. In plaats daarvan zou hij "tweede operator" of anders genoemd "hulpoperator" worden. Hij zou dan ook niet meer mogen meedraaien in het systeem van de weekenden, waardoor hij heel wat inkomsten verlies leed. In ruil kreeg hij twee zaterdagen per maand waarin hij dan het onthaal zou mogen doen van 9u00 tot 18u
- Eiser heeft dan hoofdinspecteur S. A. hierover aangesproken in diens functie van verantwoordelijke slachtofferbejegening. Deze beloofde de zaak bij HCP P., P.aan te kaarten. De klachten van eiser werden echter afgewimpeld als toevalligheden en waanvoorstellingen. Een paar dagen voor nieuwjaar 2007 kreeg eiser dan onverwacht inzage in een memo waarin stond dat hij begin 2007 zou ingeschakeld worden voor de opvolging van GO's. Hij heeft tegen deze beslissing krachtig geprotesteerd en erop gewezen dat zijn medische geschiktheid dit niet toelaat. De arbeidsgeneesheer van E. (G.) had immers in zijn verslag gesteld: " Op basis van medische voorgeschiedenis is het aangewezen dat deze man steeds de mogelijkheid heeft om naar het toilet te gaan. Langdurig staand werk is tegenaangewezen ..." Dit verslag dateerde van 9 maart 2006 en was geldig voor de duur van één jaar. Hieromtrent werd door tweede verweerder P., telefonisch contact opgenomen met de geneesheer van E. (G.) die, volgens de heer P., zou hebben meegedeeld dat er geen bezwaar was dat eiser buitendiensten deed. Eiser nam zelf contact op met de arbeidsgeneesheer Dr. K.. E. die bevestigde dat hij inderdaad geen bezwaar had om eiser buitendienst te laten doen, indien eiser zich in gezamenlijk overleg hiermee akkoord zou verklaren. Dit laatste had tweede verweerder P., P.blijkbaar wijselijk verzwegen en daaropvolgend heeft eiser niets meer gehoord over buitendiensten of GO's. Na een drietal weekend beurten kreeg eiser dan te horen dat het onthaal zou gedaan worden door burgerpersoneel (inclusief de PV's opstellen), zonder hulp van agenten. Dit had tot gevolg dat eiser geen weekends meer mocht doen en dan ook hiervoor geen vergoedingen meer kon ontvangen. De andere operators moesten evenmin nog weekendonthaal doen, doch zij hadden een verzekerd inkomen van weekend- en nachtvergoedingen ingevolge hun operatordiensten. Eiser werd dus voor de zoveelste maal niet alleen op een zijspoor geschoven doch dit bracht ook zware financiële implicaties met zich mee. Op 10 april 2007 kreeg hij dan te horen dat hij zou worden ingedeeld bij de verkeersdienst. Er zou rekening gehouden worden met zijn beperkingen en vrijstellingen. Hoewel hij in de dienstplanning nog steeds aangeduid stond als dispatching bestond de eerste dienst van eiser bij verkeer van eiser in het noteren van verkeersborden te Ordingen. Opnieuw werd voor de zoveelste maal een beledigende, vernederende of kwetsende omgeving gecreëerd rond eiser. De persoonlijkheid, waardigheid, fysieke en psychische integriteit van eiser die op 1 januari 2009 normalerwijze met pensioen gaat werd zwaar aangetast. Op 11 april 2007 om 15u30 werd eiser bij tweede verweerder, HCP P., P.ontboden. Van deze kreeg hij dan ook officieel zijn overplaatsing te horen. Als reden werd aangegeven "reorganisatie" en geenszins de zogenaamde verkeerservaring van eiser als ex-rijkswachter (zwaantje) zoals in besluiten wordt beweerd. Eiser werd een opleiding beloofd met daarna zelfs zicht op weekend werk (flitsauto) zodat er geen inkomstenverlies zou zijn in zijnen hoofde. Hij kreeg een nieuwe functie, snelheid in het verkeer. Dit hield ook in dat eiser een cursus moest volgen voor het bedienen van de bemande en onbemande camera's evenals het bedienen van de computer voor het opstellen van de PV's. Opleiding en inwerking zouden een tweetal maanden in beslag nemen. Rekeninghoudend met het feit dat eiser normalerwijze met pensioen gaat op datum van 1 januari 2009 kunnen zich hieromtrent grote vragen worden gesteld omtrent deze beslissingen. Tot grote verbazing van eiser maakten van de nieuw op te richten verkeerstak van het verkeer nl. snelheid nog een persoon deel uit die de functie van wijkagent had gehad en hiervan was ontheven en de hoofdinspecteur die het gewaagd had om kritiek te geven op het beleid. Aan het hoofd van dit drietal staat een commissaris die nooit de indruk heeft gegeven aanvaard te zijn geworden bij de politie. Op 13 juli 2007 is de agent die voorzien was voor het onthaal afwezig. Koortsachtig wordt er gezocht naar een vervanger. Omdat het onthaal zeer specifiek is staat niemand te springen om in te vallen. De heer M.K.. stelt wat iedereen denkt, met name dat het onthaal geen werk is voor de wijkagenten en dat in feite eiser de enige is om het onthaal op een degelijke manier te verzekeren. Hierop wordt door hoofdinspecteur M. geantwoord: "Die mag dat niet." Hierbij wordt nogmaals bevestigd dat men eiser op een discrete manier aan de kant tracht te schuiven. Verschillende getuigen kunnen dit voorval bevestigen. Momenteel bestaat de taak van eiser enkel in het opstellen van de PV's en geenszins in het flitsen langs de weg. Eiser heeft sinds mei 2007 geen vergoedingen voor weekenddienst meer genoten hetgeen op een gemiddeld inkomensverlies neerkomt van 564 euro per maand. Enkel in juni 2007 heeft eiser 112 euro ontvangen doch dit was tijdens de opendeurdag toen men iemand te weinig had. Voor het overige is eiser voor de weekend diensten persona non grata. Meer nog tot op de dag van vandaag heeft eiser nog geen enkele opleiding mogen ontvangen. Gelet op het feit dat hij eind 2008 met pensioen gaat lijkt men hierbij trouwens ook geen enkele haast te hebben. Het lijkt dus dat men eiser definitief zijn extra vergoedingen heeft afgenomen. Na voornoemd relaas en drie jaar na zijn verwijdering bij de operatoren kan eiser niet anders dan tot de conclusie komen dat hij op systematische wijze gepest werd, dat er telkens een beledigende, vernederende en kwetsende omgeving rond hem werd gecreëerd en dat rekening houdend met de staat van verdiensten van eiser de persoonlijkheid, waardigheid en de fysieke en psychische integriteit van eiser zwaar werd aangetast: 1) De verwijdering van eiser bij de operatoren was gebaseerd op een drogreden. 2) Hij werd naar de wijkpolitie geschoven doch was geen wijkagent. 3) Hij kreeg in de wijk een job die reeds was ingevuld door een collega. 4) Hij diende taken te vervullen waarvoor anderen vriendelijk bedankten (affiches gaan weghalen - hetgeen normalerwijze geen job is voor een agent). 5) Hij moest zich bezighouden met onaantrekkelijke zaken die andere niet wilden doen (GO's). 6) Een collega operator, Frison Guido, had ziekteverlof van 06/02/2005 tot 08/05/2005 en vrij van nachtdienst van 09/05/2005 tot 08/01/2006) niettegenstaande de langdurige ongeschiktheid is deze man zijn functie als operator blijven behouden. Eiser werd anders behandeld. 7) In de nieuwbouw mocht hij eerst onthaal doen en na een drietal weken werd hij van die dienst reeds afgehaald. 8) Daarna zou eiser terug operator worden. 9) Vervolgens werd hij hulpoperator hetgeen minder vergoed was. Wel zou hij ter compensatie twee zaterdagen in de week onthaal mogen doen. 10) Nog voor hij de nieuwe functie kon aanvangen heeft men getracht eiser GO's te laten doen. 11) Toen dit niet doorging werden hem de twee weekenddagen afgenomen. 12) Op 26 februari 2007 kreeg eiser de vraag van CP B., in opdracht van tweede verweerder, hoofdcommissaris van de Politie P., om "overbodige" borden op te schrijven in Ordingen. 13) Op 10 april 2007 werd eiser overgeplaatst van dispatching naar de verkeersdienst. Het pesten lijkt dus niet op te houden. 14) Op 13 juli 2007 de uitdrukkelijke bevestiging dat eiser geen onthaal meer mag doen door hoofdinspecteur M. in aanwezigheid van tal van getuigen. In totaal zijn er sinds 2004 maar liefst zeven wijzigingen voor hem geweest in zijn functie hetgeen gepaard ging met belangrijk inkomensverlies. Eiser wordt buiten de werking van de politiezone gehouden. Er worden aan hem minderwaardige opdrachten toegeschoven hetgeen ook nog zware financiële implicaties met zich meebrengt omdat hij geen weekenddiensten meer mag doen en ook geen nachtvergoedingen meer kan verdienen.
- Uiteenzetting van verwerende partijen. Aanlegger, sedert 1974 tewerkgesteld als statutair politie-ambtenaar, heeft de graad van inspecteur van politie en behoort tot het basiskader. Aanvankelijk werkte hij bij de rijkswacht (federale niveau) en dit op verschillende diensten: de bijzondere wegpolitie ( "zwaantje"), autowegpolitie en de rijkswachtbrigade. Deze overplaatsingen gebeuren hetzij op eigen verzoek hetzij om medische redenen gelet op de gezondheidsproblemen van aanlegger. In 2001 wordt in uitvoering van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, de politiezone Sint-Truiden - Gingelom - Nieuwerkerken opgericht. Dit heeft tot gevolg dat ingevolge de opheffing van het instituut "rijkswacht", aanlegger wordt toegewezen aan het lokale politie-niveau. Aanvankelijk wordt aanlegger tewerkgesteld als operator/dispitcher binnen de politiezone Sint-Truiden - Gingelom - Nieuwerkerken. Deze functie houdt in dat aanlegger samen met 6 andere personeelsleden instaat voor de telefonie en het onthaal binnen de politiezone in een ploegensysteem (7/7dagen en 24/24u). Op sommige ogenblikken gaat het er erg hectisch aan toe, zodat deze opdracht voor aanlegger niet alleen op psychologisch doch ook op fysiek vlak zwaar is. Aanlegger is regelmatig afwezig van zijn werk ingevolge ziekte. Dit is organisatorisch moeilijk op te vangen, vermits de permanentie dient gewaarborgd te worden en ook andere personeelsleden occasioneel ziek zijn of verlof nemen. In maart 2004 wordt - gelet op de gezondheidsproblemen van aanlegger - beslist om hem over te plaatsen en hem in te zetten in de wijkwerking "centrum" van de politiezone van Sint-Truiden, vanuit het bijkantoor, nl. de burelen van de ( vroegere rijkswacht) aan het stadspark dat naast het hoofdkwartier van de lokale politie (in het administratief stadhuis aan de kazernestraat) fungeerde. Aanlegger wordt hiervan voorafgaandelijk in kennis gesteld in een persoonlijk gesprek. Deze nieuwe functie houdt in dat hij samen met zijn collega, de heer M., S., in hoofdzaak ingeschakeld wordt voor de onthaalfunctie in het bijkantoor te Sint-Truiden. Hij wordt ook als wijkagent sporadisch beopdracht met andere politioneel operatieve taken in functie van de noodwendigheden van de dienst en in functie van de beschikbare personeelsbezetting. Bij de toedeling van deze taken die o.m. kaderen in het verhelpen van maatschappelijk problemen inzake overlast en veiligheid binnen de wijkwerking, wordt in het bijzonder rekening gehouden met de medische problemen van aanlegger. In oktober 2004 wordt aanlegger weer zwaar ziek: hij dient een operatieve ingreep te ondergaan. Aanlegger hervat in januari 2005, na een herstelperiode van 3 maanden, opnieuw zijn werk, doch is nadien nog regelmatig ziek. Inmiddels wordt ook een nieuw politiecommissariaat gebouwd in Sint-Truiden aan de Sluisberg, met de bedoeling om de verschillende diensten te centraliseren en operationeel te zijn vanaf april
- Dit heeft tot gevolg dat gelet op de centralisering van de verschillende politiediensten er geen noodzaak meer is om de onthaalfunctie van het bijkantoor te Sint-Truiden verder te organiseren. Er wordt beslist om aanlegger samen met twee andere collega's, zijnde de heer S. en wijlen heer B., tijdelijk in te schakelen voor het uitoefenen van de onthaalfunctie in het nieuwe politiecommissariaat. Aanlegger combineert deze opdracht met dispatching werk. In samenspraak met de hiërarchische meerdere, zijnde de heer B., wordt ook een uurrooster afgesproken, zodanig dat een permanente dienstverlening aan de burgers wordt gewaarborgd tussen 7u en 20u
- Aanlegger werkt in deze onthaalopdracht van april 2006 tot mei
- Hij werkt om de drie weken op een zaterdag. Gelet op de noodzaak tot het efficiënter inzetten van politieambtenaren voor echte politionele kernopdrachten op grond van het beleidsplan van de federale regering en de bevoegde ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken, dient er een afbouw te gebeuren van de administratieve taken die door politieambtenaren werden gedaan. Dit geldt ook voor de politiezone Sint-Truiden - Gingelom - Nieuwerkerken. Vanaf mei 2006 wordt de onthaalfunctie op het politiecommissariaat, d.i. een strikt administratieve functie, uitgeoefend door twee dames, niet-politieagenten. Aanlegger wordt derhalve vanaf mei 2006 tot eind december 2006 opnieuw ingeschakeld als operator en sedert januari 2007 als tweede operator. Ingevolge de enorme toename van werkdruk dient de functie van operator immers verricht te worden door twee personen. Temeer daar in het medisch verslag van de arbeidsgeneesheer dd. 9.03.2006 wordt gestipuleerd: "Op basis van de medische voorgeschiedenis is het aangewezen dat deze man nog steeds de mogelijkheid heeft om naar het toilet te gaan. Langdurig staand werk is tegenaan gewezen". De heer C.. werkt in deze functie elke werkdag van 10 u tot 18 u en doet om de 14 dagen zaterdagdienst. Op deze wijze wordt het inkomensverlies van de "avondpost" gecompenseerd door de premie die de heer C.. ontvangt voor het werken op een zaterdag. Sedert 2001 is er dan ook in wezen niets veranderd aan de job-inhoud van aanlegger. Integendeel, hij maakt deel uit van het operationele kader van de politiezone Sint-Truiden - Gingelom - Nieuwerkerken, waarbij rekening wordt gehouden met de noodwendigheden van de dienst én met zijn gezondheidstoestand. Sedert 16 januari 2007 wordt in het kader van een samenwerkingsverband tussen de verschillende politiezones de dienst dispatching gecentraliseerd door het CIC te Hasselt, zodat de functie van aanlegger als lokale operator voor de politiezone Sint-Truiden -Gingelom - Nieuwerkerken uitdovend was. Er diende dan ook gezocht te worden naar een nieuwe functie-invulling voor aanlegger. Gelet op het prioriteitenbeleid van de Minister om de functionaliteit van het verkeer te verhogen, wordt beslist om binnen de cel Basispolitiezorg van de politiezone Sint-Truiden - Gingelom - Nieuwerkerken een aparte afdeling Verkeer op te richten en uit te bouwen. Vermits aanlegger ingevolge zijn jarenlange functie als ex-rijkswachter ( zwaantje) over een ruime expertise m.b.t. het verkeer beschikt, is hij de meest aangewezen persoon om deze functie in te vullen. Deze opdracht houdt o.m. in het opstellen van processen-verbaal, bijstand bij het regelen van verkeer aan de scholen, snelheidsovertredingen registreren, operationeel houden van flitscamera's ... Ook de arbeidsgeneesheer beslist op 4.04.2007 dat hij medisch geschikt is voor deze functie. Aanlegger wordt van zijn nieuwe functie-inhoud persoonlijk op de hoogte gebracht door tweede verweerder, korpsoverste, de heer P., P.. Dit verloopt in een goede en constructieve sfeer. Aanlegger heeft geen opmerkingen hierover, doch kan zich klaarblijkelijk achteraf niet verzoenen met de uitoefening van deze functie. Hij stelt in besluiten dat hem geen opleidingen werden gegeven voor de verkeersfunctie, doch dit geldt voor alle agenten die deel uitmaken van die entiteit. Er is namelijk geen instantie die opleiding geeft, hetgeen reeds door meerdere politiezones werd aangekaart bij het parket van de Procureur des Konings. Enkel het PLOT (politieschool Limburg) zal nog erkende opleidingen geven doch deze zijn nog in ontwikkeling. Alle verkeersagenten -dus niet alleen eiser- dienden zich dus op basis van bestaande voorschriften en documentatie te bekwamen. Voorwerp van de vordering De vordering strekt ertoe -na eisuitbreiding- verweerders solidair te veroordelen tot naleving van de bepalingen van hoofdstuk Vbis van de wet van 4 augustus 1996, wet betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk zoals ingevoegd door de wet van 11 juni 2002, wet betreffende de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk en tot het terugplaatsen van verzoeker in zijn hoedanigheid en functie van operator met respect verbonden aan zijn graad en dit tot het einde van zijn loopbaan. Te zeggen voor recht dat verweerders zich dienen te weerhouden van pestgedrag opzichtens eisende partij, eveneens dat zij de andere werknemers en personen in dienst zouden aanzetten zich te weerhouden van dit pestgedrag opzichtens eiser. Verweerders elk te veroordelen tot betaling aan eiser van een morele schadevergoeding van 2.500 euro , meer de gerechtelijke intresten. Verweerders tevens solidair te veroordelen tot betaling van het verlies aan inkomsten door eiser geleden voor de periode april 2004 tot en met december 2007 en in billijkheid herleid tot 60% van de gederfde inkomsten aan nacht- en weekendvergoedingen of 12.127,00 euro , meer de gerechtelijke intresten. Verder voorbehoud te verlenen voor het inkomensverlies van eiser voor de periode vanaf januari
- In ondergeschikte orde eiser te machtigen hoger beschreven feitelijkheden te bewijzen met alle middelen van recht, getuigen inbegrepen. Verweerders solidair te veroordelen tot betaling van de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 223,10 euro ter zitting mondeling aangepast aan het basistarief van de nieuwe wet. Beschikking rekening houdend met de middelen van de partijen Opschortende exceptie van ontoelaatbaarheid van de vordering. Verwijzend naar de artikelen 32nonies en 32decies van de welzijnswet van 4 augustus 1996 houden de verwerende partijen voor dat eiser de wettelijk voorgeschreven procedure niet heeft gevolgd en de procedure voor ons aldus dient te worden opgeschort. Eiser betwist dat dit een verplichting zou zijn en meent dat een dergelijk interne procedure geen zin heeft omdat de hoofdcommissaris en de burgemeester zelf in het geding betrokken zijn. De verantwoordelijke voor slachtofferbejegening, tot wie eiser zich wel wendde, wimpelde de klachten van eiser af als 'toevalligheden' en 'waanvoorstellingen'. Overigens laat artikel 32 decies welzijnswet toe dat het slachtoffer zich rechtstreeks tot de rechtbank wendt zodat de interne procedure geen verplichting is. Wij sluiten ons aan bij het standpunt van eiser dat de wet het intern onderzoek inderdaad niet verplichtend oplegt. Bij gebrek aan het neerleggen van enige klacht is er uiteraard geen procedure ter behandeling ervan door de werkgever gestart zodat er geen aanleiding is de behandeling van deze zaak op te schorten. We voegen hieraan evenwel onmiddellijk toe dat uit de voorbereidende werken van de pestwet kan worden afgeleid dat de wetgever veel belang hechtte aan de in de nieuwe reglementering voorziene interne procedure omdat hierdoor meer elementen worden verschaft die het slachtoffer ten goede komen en waardoor hij meteen in de gelegenheid wordt gesteld het rechtens vereiste begin van bewijs voor te leggen dat tot gevolg heeft dat de bewijslast wordt gelegd bij de persoon die zich schuldig zou maken aan ongewenst gedrag (Memorie van toelichting bij het wetsontwerp betreffende de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk , Parl. St.Kamer, zitting 2001-2002, doc.50,1583/001,p.20). Nu eiser zich onmiddellijk tot de Arbeidsrechtbank wendde zonder voorafgaandelijk gebruik te maken van bedoelde interne procedure en nu hij zich niet gewend heeft tot de vertrouwenspersoon, de preventieadviseur of de bevoegde inspectiediensten, bij wie evenmin een met redenen omklede klacht werd ingediend, zijn er geen rapporten van de preventieadviseur of van de medische inspectie die de elementen van pesterijen vaststellen en zijn wij geroepen louter aan de hand van de door eiser aangevoerde feiten, gegevens en bijgebrachte stukken, na te gaan of de feiten die hij aanvoert "pestgedrag" aannemelijk maken. Ontvankelijkheid van de vordering opzichtens tweede en derde verweerder. Tweede en derde verweerders stellen dat de welzijnswet enkel voorziet in een sanctieregime opzichtens de werkgever die de bepalingen van de welzijnswet niet naleven, in voorkomend geval een vordering tot schadevergoeding lastens de werkgever toelaat. Vermits noch de korpschef (tweede verweerder) noch de burgemeester (derde verweerder) de werkgever zijn van eiser kunnen zij niet worden aangesproken zodat de vordering opzichtens hen onontvankelijk is. Verwijzend naar artikel 32bis van de welzijnswet betwist eiser dit en hij houdt voor dat de rechtbank aan al wie zich schuldig maakt aan pesterijen op het werk kan bevelen hieraan een einde te maken. Tweede en derde verweerders zijn precies degenen die zich schuldig maken aan pestgedrag zodat zij terecht in de procedure werden betrokken. Artikel 32bis zoals gewijzigd bij de wet van 10 januari 2007 (inwerkingtreding 16 juni 2007) luidt als volgt: "De werkgevers en de werknemers alsmede de daarmee gelijkgestelde personen bedoeld in artikel 2, § 1, en de andere dan de bij artikel 2, § 1, bedoelde personen die in contact komen met de werknemers bij de uitvoering van hun werk, zijn ertoe gehouden zich te onthouden van iedere daad van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk. De andere dan de bij artikel 2, § 1, bedoelde personen die in contact komen met de werknemers bij de uitvoering van hun werk passen met het oog op hun bescherming de bepalingen van de artikelen 32decies tot 32duodecies toe. De Koning bepaalt de voorwaarden en de nadere regels betreffende de toepassing van dit hoofdstuk op de werknemers van de ondernemingen van buitenaf die voortdurend aanwezig zijn in de inrichting van de werkgever bij wie de werkzaamheden worden uitgevoerd." Artikel 32decies zoals gewijzigd bij de wet van 10 januari 2007 ( Inwerkingtreding 16 juni 2007) meer bepaald de §§ 1 en 2 luiden als volgt: §
- Al wie een belang kan aantonen kan voor het bevoegde rechtscollege een vordering instellen om de naleving van de bepalingen van dit hoofdstuk af te dwingen en kan inzonderheid de toekenning van schadevergoeding vorderen. Indien de arbeidsrechtbank vaststelt dat de werkgever een procedure voor de behandeling van een met redenen omklede klacht heeft opgesteld in uitvoering van deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten en zij vaststelt dat deze procedure wettig kan worden toegepast, kan de rechtbank, wanneer de werknemer zich rechtstreeks tot haar richt, aan deze werknemer bevelen de voornoemde procedure toe te passen. In dat geval wordt de behandeling van de zaak opgeschort tot deze procedure is beëindigd. §
- Op verzoek van de persoon die verklaart het voorwerp te zijn van feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk of van de organisaties en instellingen bedoeld in artikel 32duodecies stelt de voorzitter van de arbeidsrechtbank het bestaan vast van deze feiten en beveelt hij de staking ervan, binnen de door hem vastgestelde termijn, zelfs indien deze feiten onder het strafrecht vallen. De vordering bedoeld in het eerste lid wordt aanhangig gemaakt en behandeld zoals in kort geding. Zij wordt ingeleid bij verzoekschrift op tegenspraak. Over de vordering wordt uitspraak gedaan niettegenstaande vervolging wegens dezelfde feiten voor enig strafgerecht. Wanneer een vordering tot staking van bij de strafrechter aanhangig gemaakte feiten ingesteld is, wordt over de strafvervolging pas uitspraak gedaan nadat over de vordering tot staking een in kracht van gewijsde getreden beslissing gewezen is. Tijdens de opschorting is de verjaring van de strafvordering geschorst. Binnen vijf dagen na de uitspraak van de beschikking zendt de griffier bij gewone brief een niet ondertekend afschrift van de beschikking aan elke partij en aan de arbeidsauditeur. De voorzitter van de arbeidsrechtbank kan de opheffing van de staking bevelen zodra bewezen is dat een einde is gemaakt aan de feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk. De voorzitter van de arbeidsrechtbank kan bevelen dat zijn beslissing of de samenvatting die hij opstelt wordt aangeplakt tijdens de door hem bepaalde termijn, in voorkomend geval zowel buiten als binnen de inrichtingen van de werkgever en dat zijn vonnis of de samenvatting die hij opstelt in kranten of op enige andere wijze wordt bekendgemaakt. Dit alles gebeurt op kosten van de dader. Deze maatregelen van openbaarmaking mogen evenwel slechts opgelegd worden indien zij er kunnen toe bijdragen dat de gewraakte daad of de uitwerking ervan ophouden." De rechtbank kan dus aan diegene die zich schuldig maakt aan pesterijen en aan de werkgever het bevel opleggen om binnen een bepaalde termijn een einde te maken aan de pesterijen. Aldus kan de vordering opzichtens tweede en derde verweerders eveneens toelaatbaar worden verklaard. Ten gronde. Standpunt eisende partij Verwijzend naar de omschrijving van het begrip "pesterijen" in artikel 32ter van de welzijnswet zoals gewijzigd bij de wet van 10 januari 2007, houdt eiser voor dat de maar liefst 7 functiewijzigingen die hij sedert 2004 tot op heden onderging zonder noemenswaardige vermaning, zonder schriftelijk evaluatieverslag en zonder motivatie duiden op willekeur, hierbij niet uit het oog verliezend dat dit een belangrijk inkomstenverlies van gemiddeld 564 euro per maand met zich meebracht, het bestaan van pesterijen op het werk doen vermoeden. Achtereenvolgens werden hem de volgende functies toebedeeld: - operator - wijk - onthaal met weekend werk - onthaal zonder weekend werk - operator - hulpoperator - verkeer OPCD2 - verkeer BPZ Eiser betwist dat deze toevertrouwde taken kaderen in zijn functie van politie-inspecteur. Pamfletten langs de weg verwijderen, auto's tanken en naar de car wash gaan, opschrijven van verkeersborden ...en zijn huidige taak meer bepaald louter dactylo werk voor pv's van snelheid zonder zelf vaststellingen te mogen uitvoeren, zijn bezwaarlijk te beschouwen als taken ter bestrijding en tenietdoen van misdrijven, zo houdt hij voor. Hij betwist dat zijn gezondheidstoestand een verklaring is voor deze opeenvolgende functiewijzigingen. Als operator en bij het onthaal had hij rechtstreeks contact met de burger en het is precies datgene dat hem wordt belet door de burgemeester. De oorzaak hiervoor is het feit dat eisers echtgenote gemeenteraadslid is voor het Vlaams Belang. Hij verwijst naar 2 krantenuittreksels waarin derde verweerder dit publiekelijk toegeeft. Eiser wijst erop dat hij zijn taken -ook deze van operator en aan het onthaal- steeds correct heeft uitgevoerd. Voor zover de rechtbank zou oordelen dat hij onvoldoende het bestaan van de pesterijen aannemelijk maakt, biedt hij aan te bewijzen door alle rechtmiddelen getuigen inbegrepen dat:
- Concluant in de periode maart 2004 tot op heden door tweede en derde verweerder omwille van zijn politieke voorkeur ongemotiveerd en niet onderbouwd werd verwijderd als operator en van het onthaal om te verhinderen dat hij contact had met het publiek terwijl hem wat betreft zijn taakvervulling zelf niets kon worden verweten.
- Dit gepaard ging met inkomstenverlies.
- Bij de politiezone Sint-Truiden Gingelom Nieuwerkerken door de andere werknemers geweten is dat concluant de functie van operator en het onthaal niet meer mag vervullen omwille van zijn zogenaamde politieke voorkeur, in casu het feit dat zijn echtgenote voor het Vlaams Belang zetelt in de gemeenteraad Sint-Truiden en dit op last van tweede en derde verweerders.
- De overplaatsing van concluant in maart 2004 waarbij beslist werd dat concluant naar de wijk moest worden overgeplaatst niet voorafging door een persoonlijk gesprek maar meedegedeeld werd door 2 agenten met een boterbriefje met de melding dat concluant zich nadien moest aanbieden op de wijk. Dat pas hierna op aandringen van concluant een gesprek met tweede verweerder plaatsvond.
- Hoofdinspecteur S. A. aangaande pesterijen op het werk aangesproken werd door concluant in diens functie van verantwoordelijke slachtofferbejegening en deze gesprekken heeft gevoerd met tweede verweerder dienaangaande doch dit door deze werd weggewimpeld.
- Tweede en derde verweerder gedurende de periode maart 2004 tot op heden concluant hebben gepest door hem regelmatig te veranderen van functie, hem te beletten dat hij rechtstreeks in contact kwam met publiek en dat hij gedurende deze periode tal van opdrachten toebedeeld kreeg waaruit totaal geen respect voor zijn graad en voor zijn functie viel af te leiden en met inkomstenverlies.
- Dat concluant gedurende de periode van maart 2004 tot op heden door verweerders werd gepest zoals dat wordt omschreven in de gecoördineerde welzijnswet van 4 augustus 1996." Eiser verwijst naar de door hem neergelegde stukken die het inkomensverlies staven. Hij stelt eveneens dat hij thans in zijn functie verkeer zelf geen vaststellingen mag uitvoeren omdat hij voor het mogen registreren van snelheidsovertredingen een opleiding zou moeten krijgen. Dan zouden hem ook weekend-diensten en de daarbij horende weekend-vergoedingen kunnen worden uitgekeerd maar dat is natuurlijk net hetgeen verweerders niet willen, zo houdt hij voor. Standpunt verwerende partijen Verweerders zijn de mening toegedaan, en zij verwijzen hiervoor naar rechtspraak, dat er niet wordt aangetoond dat er opzichtens eiser sprake zou zijn van onrechtmatig gedrag dat de normale gezagsuitoefening door de werkgever te buiten zou zijn gegaan. Zij betwisten dat eiser op enig ogenblik "minderwaardige" taken of taken onder zijn niveau of graad heeft uitgevoerd. Er werd bij de herplaatsing steeds op de meest ruime wijze rekening gehouden met de gezondheidstoestand van eiser. Het is louter ingevolge de afbouw van bepaalde diensten/functies ingevolge het uit te voeren wettelijk en justitionele beleid van de Minister dat eiser in 2007 een nieuwe functie-invulling kreeg en ingeschakeld werd voor het opvolgen en uitvoeren van het verkeers-veiligheidsbeleid, één van de belangrijkste kerntaken van de lokale politie. Verweerders verwijzen naar de omzendbrief van de Minister van Justitie d.d.1 december 2006 ter vervanging van de omzendbrief van 16 februari 1999 inhoudende richtlijnen tot het verlichten en vereenvoudigen van sommige administratieve taken van de lokale politie "...In het kader van een verhoogde veiligheid voor de burgers heeft het regeerakkoord van juli 2003 als prioriteit een grotere beschikbaarheid van de politiecapaciteit vooropgesteld door onder andere het aantal administratieve taken te verminderen. Tengevolge van de werkdruk die deze administratieve taken met zich meebrengen wordt de kerntaak van de lokale politie zijnde de basispolitiezorg gehypotheceerd. Door de minister werd dan ook bij wege van omzendbrief beslist om ervoor te zorgen dat de uitvoering van administratieve taken wordt verricht door burgerpersoneel zodat de operationele inzetbaarheid zal verhogen (zie artikel 118 van de wet op de geïntegreerde politie) ... Huidige omzendbrief wil dan ook aan de korpschefs een duidelijk basiskader aanbieden waarop zij kunnen terugvallen om hun operationele personeelsleden zo efficiënt mogelijk in te zetten, zonder hierbij te raken aan de wettelijke opdrachten en kerntaken van de politieambtenaar of agenten van politie" Ter implementatie van deze richtlijn werd door tweede verweerder als korpschef een analyse gemaakt van de vooropgestelde doelstellingen hetgeen resulteerde in een oplijsting van verschillende taken in functie van de reële situatie in de politiezone die door het personeel van het administratief en logistiek kader resp.de politieambtenaren moeten worden uitgevoerd. Alle politionele en administratieve werkkrachten - en dus niet alleen eiser- ondergingen aldus de gevolgen van deze noodzakelijke en logische ingrepen. Een organisatieplan werd uitgewerkt met een concrete toebedeling van taken aan de verschillende diensten van de lokale politie Sint Truiden - Gingelom - Nieuwerkerken zodat elke politieman op de juiste tijd op de juiste plaats is. Uit dit organisatieplan blijkt dat eiser wel degelijk als volwaardig personeelslid werd ingeschakeld in het verkeersteam samen met 6 andere personeelsleden. Steeds werd door verwerende partijen in functie van de noodwendigheiden van de dienst en het uit te voeren beleid gezocht naar de meest aangewezen betrekking, ook voor eiser. Iedere herstructurering het weze binnen het bedrijfsleven, het weze bij de overheid impliceert voor alle betrokken personeelsleden een verandering én aanpassing. Het feit dat niet alle politieambtenaren tevreden zijn met de organisatie betekent niet dat de functiewijzigingen onrechtmatig zijn, als "willekeur" kunnen worden bestempeld laat staan pesterijen inhouden. Als politieambtenaar oefent eiser een deel uit van het openbaar gezag hetgeen beschikbaarheid en mobiliteit impliceert. Er werd beslist om de strikt administratieve functies niet langer toe te vertrouwen aan politieambtenaren en eiser beschikt niet over een subjectief recht tot de voor de politieambtenaren historisch afgeschafte functie van onthaalbediende of plaatselijke operator. Uit het stukkenbundel van eiser meer bepaald de stukken 11 en 12 blijkt dat het werk van eiser zich niet beperkt tot het louter doen van dactylowerk. In het verzoekschrift worden allerlei vage beweringen inzake vermeende pesterijen geuit zonder evenwel met enig stuk te worden gestaafd en bovendien is het onduidelijk wie welk pestgedrag zou hebben gesteld. Een andere functie-invulling is onvoldoende om te besluiten dat er sprake zou zijn van pesterijen. De bijgebrachte krantenartikels -waarvan verweerders zich distanciëren- zijn duidelijk het gevolg van het feit dat eiser naar de pers toestapte hetgeen overigens niet strookt met de regels van kiesheid en onpartijdigheid die per definitie verbonden zijn aan een openbaar ambt. De uitoefening van de onthaalfunctie door een politie-inspecteur had een uitdovend karakter daar deze functie verplicht diende te worden utigeoefend door burgerpersoneel en ook de lokale functie van dispatching werd afgebouwd ingevolge de centralisatie door de CIC te Hasselt. Dit heeft in het geheel niets te maken met het creëren van een vijandige of kwetsende omgeving zodat de vordering manifest ongegrond is. Tijdens het debat meldt tweede verweerder dat zodra de opleiding zal worden geörganiseerd, eiser hieraan kan deelnemen zodat hij wel een volwaardige opdracht in het kader van zijn functie verkeer zal kunnen uitoefenen itt hetgeen eiser in zijn besluiten voorhoudt (zie hierboven middelen eiser in fine). Beoordeling Artikel 32ter van de welzijnswet zoals gewijzigd door de wet van 10 januari 2007 (inwerkingtreding op 16 juni 2007) definiëert pesterijen op het werk als volgt: " Meerdere gelijkaardige of uiteenlopende onrechtmatige gedragingen, buiten of binnen de onderneming of instelling, die plaats hebben gedurende een bepaalde tijd, die tot doel of gevolg hebben dat de persoonlijkheid, de waardigheid of de fysieke of psychische integriteit van een werknemer of een andere persoon waarop dit hoofdstuk van toepassing is bij de uitvoering van zijn werk wordt aangetast, dat zijn betrekking in gevaar wordt gebracht of dat een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd en die zich inzonderheid uiten in woorden, bedreigingen, handelingen, gebaren of eenzijdige geschriften. Deze gedragingen kunnen inzonderheid verband houden met godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd, seksuele geaardheid, geslacht, ras of etnische afstamming;" Er dient aldus te worden onderzocht of er ten deze sprake is van repetitief en onrechtmatig pestgedrag in de zin van artikel 32ter van de welzijnswet dat het voorwerp kan uitmaken van een vordering tot staken /schadevergoeding. Artikel 32 undecies van de Welzijnswet bepaalt "Wanneer een persoon die een belang kan aantonen voor het bevoegde rechtscollege feiten aanvoert die het bestaan van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk kunnen doen vermoeden, valt de bewijslast dat er zich geen geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk hebben voorgedaan ten laste van de verweerder". Zoals blijkt uit de wettekst, dient de belanghebbende feiten aan te voeren die het bestaan van pesterijen kunnen doen vermoeden, om te kunnen genieten van de omkering van de bewijslast. Dit impliceert dat de loutere bewering van pestgedrag of het louter aanvoeren in de zin van poneren van feiten niet als voldoende kan worden beschouwd (A. WITTERS en I. VERHELST, "Geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk: een analyse van de Wet Onkelincx en de uitvoeringsbesluiten", Or. 2002, 247). De belanghebbende dient met andere woorden duidelijk omschreven en concrete gedragingen van personen aan te voeren waaruit men bovendien moet kunnen afleiden dat hij het slachtoffer is van onrechtmatig pestgedrag in de zin van de wet. De aangevoerde feitelijkheden moeten aldus voldoende in tijd en ruimte omschreven zijn, en toe te rekenen zijn aan identificeerbare personen. Uit de voorbereidende werken van de Pestwet blijkt overigens wat de wetgever beoogde met het aannemelijk maken van feiten waardoor de bewijslast wordt omgekeerd: "de omkering van de bewijslast geldt alleen als de werknemer/slachtoffer kan aantonen dat hij een belang heeft. Dat zal hij moeten doen aan de hand van het verslag van de preventieadviseur en door toedoen van de verschillende personen die getracht hebben het probleem op te lossen binnen de onderneming (...)." Deze verantwoording zal geschieden "door de indiening van de rapporten van de preventieadviseur en de medische inspectie, die de elementen van geweld of pesterijen vaststellen" (Verslag namens de commissie voor sociale zaken bij het wetsontwerp betreffende de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk, Parl. St., Kamer, zitting 2001-2002, doc. 5O, 1583/005, p. 35 e.v.). Uit de parlementaire voorbereiding kan zodoende worden afgeleid dat de wetgever veel belang hechtte aan de in de nieuwe reglementering voorziene interne procedures omdat hierdoor meer elementen worden verschaft die het slachtoffer ten goede komen en waardoor hij meteen in de gelegenheid wordt gesteld het rechtens vereiste begin van bewijs voor te leggen dat tot gevolg heeft dat de bewijslast wordt gelegd bij de persoon die zich schuldig zou maken aan ongewenst gedrag (Memorie van Toelichting bij het wetsontwerp betreffende de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk, Parl. St. Kamer, zitting 2001-2002 doc. 50 1583/001, p. 20). Eiser heeft zich onmiddellijk tot de Arbeidsrechtbank gewend, zonder voorafgaandelijk gebruik te maken van bedoelde interne procedures nu hij zich niet gewend heeft tot de vertrouwenspersoon, de preventieadviseur of de bevoegde inspectiediensten, bij wie evenmin een met redenen omklede klacht werd ingediend. Wij dienen dus louter aan de hand van de door eiser bijgebrachte stukken, na te gaan of de feiten die hij aanvoert onrechtmatig pestgedrag aannemelijk maken. Welnu, de door eiser aangevoerde feiten (zie hoger onder "uiteenzetting van de feiten door eiser") zijn niet van aard om, na inzage van de stukken door eiser neergelegd en na lezing van de besluiten voor verweerders en inzage van de door hen neergelegde stukken, onrechtmatig pestgedrag aannemelijk te maken. Voor elk van de ingeroepen feiten wordt er door verwerende partijen een objectieve verantwoording gegeven deels ingegeven door de politiehervorming deels rekening houdend met de medische beperkingen van eiser. Een korpschef is verantwoordelijk voor de goede functionering van zijn korps rekening houdend met de missie en de doelstellingen van de organisatie. Indien nodig zullen herschikkingen moeten worden doorgevoerd in functie van de noden van een evoluerende maatschappij en rekening houdend met de kwalificaties en de mogelijkheden van de leden van het korps zodat ieder op de meest efficiënte wijze wordt ingezet. De reorganisatie sedert de politiehervorming is een feit. Dat bij deze reorganisatie de werkgever bewust eiser op een zijspoor zet om hem schade toe te brengen wordt beweerd maar weerlegd en geenszins aangetoond. Het kan zijn dat dit door eiser aldus wordt gepercipieerd maar overtuigd van de juistheid van deze perceptie zijn wij geenszins. Het is duidelijk dat eiser op dit ogenblik een terugval heeft van zijn extra vergoedingen maar het kan niet worden betwist dat de inzetbaarheid van eiser ingevolge zijn medische problemen duidelijk beperkt is en dat de weerkerende periodes van arbeidsongeschiktheid een remmend effect hebben op zijn carrière en de financiële aspecten hieraan verbonden. Wij kunnen ons overigens niet van de indruk ontdoen dat het precies deze financiële repercussie is die eiser thans tracht aan te vechten middels de pestwet. Samengevat besluiten wij dat eiser er niet in slaagt pestgedrag in hoofde van zijn werkgever aannemelijk te maken zodat er geen sprake kan zijn van omkering van de bewijslast en de vordering als ongegrond dient te worden afgewezen. Wij menen niet te kunnen ingaan op het verzoek van eiser toegelaten te worden tot het bewijs door alle rechtsmiddelen, getuigen inbegrepen, van de door hem aangevoerde feiten (zie hoger opgesomd) omdat deze feiten hetzij onvoldoende nauwkeurig geformuleerd zijn om een getuigenbewijs toe te laten hetzij onvoldoende objectief vast te stellen zijn zodat de getuigen beoordelingen en percepties dienen te uiten hetgeen evenmin toegelaten is, hetzij kunnen bewezen worden aan de hand van objectieve stukken (inkomensverlies). Zo kan nooit door een getuige objectief worden aangetoond dat eiser omwille van zijn politieke voorkeur werd gediscrimineerd. Hiervoor zijn andere en meer objectieve bewijsmiddelen nodig. Wij hebben wel akte genomen van het feit dat tijdens het debat tweede verweerder, itt hetgeen eiser voorhoudt in besluiten, zich bereid verklaarde, zodra de opleiding zou worden geörganiseerd, eiser aan deze opleiding te laten deelnemen zodat hij alsdan nog in de mogelijkheid is zijn huidige functie te herwaarderen zowel inhoudelijk als op het vlak van remuneratie (de extra vergoedingen die hij thans niet meer geniet). OM DEZE REDENEN Wij, Beatrix DEWAEL, voorzitter van de Arbeidsrechtbank te Hasselt, zetelend zoals in kortgeding, bijgestaan door griffier Carla VANSTRAELEN. praak op tegenspraak, met naleving van de voorschriften van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de talen in gerechtszaken. Verklaren de vordering ontvankelijk doch ongegrond. Leggen de kosten van het rechtsgeding ten laste van eiser. Begroten deze kosten verwijzend naar het K.B. van 26 oktober 2007 aan de zijde van de eisende partij op 1.100 euro rechtsplegingsvergoeding en aan de zijde van de verwerende partij op 1.100 euro rechtsplegingsvergoeding. Uitgesproken in openbare terechtzitting van NEGEN JANUARI TWEEDUIZEND EN ACHT. Carla Vanstraelen Beatrix Dewael PDF document ECLI:BE:ARANT:2008:JUG.20080109.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div